Devin Townsend heeft er zo’n tien jaar aan gesleuteld op meerdere plekken en in samenwerking met vele partners: het ambitieuze project “The Moth” (lees hier onze recensie). Na live-uitvoeringen in 2025 wordt nu dan ook de albumversie op de proggemeenschap losgelaten. Devin legt vanuit zijn indrukwekkende studio in Vancouver zijn ziel bloot.

Hi Devin, hoe lang ben je al promotie aan het doen voor “The Moth”? Hoe moe ben je inmiddels van steeds dezelfde vragen?

Haha, het valt nog mee. Maar na volgende week verwacht ik wel een kantelpunt, dus dan ga ik met de promotieafdeling praten over afbouwen. Het grappige is dat ik tijdens de promotie pas merk hoe intuïtief ik eigenlijk schrijf. Tijdens interviews moet ik dan ineens redenen gaan verzinnen waarom ik doe wat ik doe. “Waar komt dit vandaan? Wat betekent dit?” En dan besef ik hoeveel ik daar achteraf eigenlijk bij verzin om maar een antwoord op dat soort vragen te hebben.

Maar gezien de insteek van dit album zou je verwachten dat er vooraf ook behoorlijk veel planning en analyse heeft plaatsgevonden, toch?

Qua praktische en logistieke planning zeker: vluchten, interpersoonlijke dynamiek, problemen oplossen, dat soort dingen. Maar voor wat betreft de ideeën zelf: ik doe maar wat. Achteraf kan ik er een verhaal van maken, maar mijn creatieve kant bestaat eigenlijk vooral uit dwangmatig reageren op zaken die me raken. En vaak weet ik pas achteraf waarom ik gekozen heb om iets te zeggen of zingen. Ideeën ontstaan gewoon, door omstandigheden, trauma, voorkeuren, je situatie. Pas als het klaar is, kan ik luisteren en denken: “Oh, je was verdrietig, dat komt doordat je vriend overleden is”, of wat het dan ook is. En al die beelden zitten constant hierbinnen (Devin prikt in zijn kale schedel, RP). Soms doe ik er niks mee, en soms duurt het tien jaar voordat ik geïnspireerd genoeg ben om er een project van te maken. Dat was bij “The Moth“ het geval.

Ik las dat een van de redenen voor die lange periode was dat je moest leren om helemaal zelf te orkestreren. Waarom wilde je dat zo dicht bij je houden? Er zijn genoeg (metal)muzikanten die de orkestratie volledig uitbesteden.

Oh, ik heb zeker hulp gehad bij de orkestratie, maar ik moest wel eerst begrijpen hoe het werkte voordat ik het kon delegeren. Dat kon niet anders, omdat de muziek die ik maak niet bepaald makkelijke kost is voor de meeste muzikanten. Ik heb al eerder gewerkt met klassiek geschoolde mensen, maar ik was in al mijn arrogantie altijd een soort van ‘trots’ dat ik geen muziektheorie beheerste. Alsof het bijzonder was om onwetend te zijn. Maar toen ik begon samen te werken met mensen voor wie muziektheorie de taal is waarin zij communiceren, merkte ik dat iets wat vijf minuten had kunnen duren ineens een uur kostte. En dat kost geld. Dus mijn motivatie om muziektheorie en orkestratie te leren was uiteindelijk vooral pragmatisch.

En ik maar denken dat je terug wilde naar de essentie van de klassieke muziek en in de voetsporen van Mozart wilde treden. Blijkt het gewoon om geld te gaan!

Nou ja, niet om geld verdienen, maar wel om creatieve vrijheid te kunnen behouden. Toen ik jonger was, maakte ik rare muziek en kon ik mensen soms maandenlang niet betalen. Muzikanten vonden de muziek toen interessant genoeg om dat te accepteren, maar op een gegeven moment werkt dat niet meer. Als ik dit wil blijven doen, moet ik mensen ook netjes kunnen betalen. Dus moest ik pragmatischer worden: door de week hield ik me bezig met logistiek, delegeren en problemen oplossen. In het weekend probeerde ik dan volledig in het creatieve proces te duiken.

Heeft de productie van “The Moth” daarmee je kijk op het ‘maakproces’ veranderd?

Oh zeker, tijdens “The Moth” veranderde er veel in mijn hoofd. Ik denk dat ik in de toekomst meer ga delegeren. Niet omdat ik het niet meer wil doen, maar omdat ik geleerd heb hoe belangrijk duidelijke communicatie is. We hadden teams op meerdere plekken in de wereld. Ik kon niet overal naartoe vliegen, dus moest ik ideeën overbrengen aan teamleiders. En heel snel leerde ik hoe belangrijk het is om je ideeën vanaf het begin extreem helder te formuleren. We hadden soms maar drie uur om iets op te nemen, terwijl ik via Zoom meekeek. Dan zie of hoor je een verkeerde noot en denk je: “Oh nee…!” Dus begon ik alles woord voor woord, component voor component voor te bereiden. Daardoor leerde ik uiteindelijk beter delegeren.

Ben je de muziek anders gaan benaderen door het leren van muziektheorie?

Muziektheorie dient voor mij vooral een praktisch doel. Ik heb dingen geïnternaliseerd: toonladders, intervallen, wat werkt, en wat niet. Maar soms is theorie ook een nadeel, omdat het me aan mezelf laat twijfelen wanneer ik dingen doe die technisch niet correct zijn, maar die ik simpelweg mooi vind. Er zitten op “The Moth” allerlei passages die klinken alsof de muziek uit elkaar valt. Alsof alles een paar maten lang desintegreert. Dat was opzettelijk. En dankzij theorie kon ik tweehonderd muzikanten uitleggen hoe ze tegelijk ‘fout’ moesten spelen.

Dat lijkt me nog best moeilijk.

Dat is het ook, maar het is ook ontzettend bevredigend om dan te kunnen zeggen: “Nee nee, het hoort echt zo.” En uiteindelijk snapte de dirigent het ook. Er zit waarde in het kennen van de taal en die vervolgens bewust te negeren. Ik denk dat ik vooral geleerd heb hoeveel anders mijn brein werkt. Ik ging er altijd van uit dat iedereen ongeveer hetzelfde dacht als ik. Tot ik met mijn bandleden praatte en zij zeiden: “Nee man, wij denken totaal niet zoals jij. We dachten dat jij wist dat je anders was.” Door dat inzicht kon ik beter begrijpen hoe mijn gedrag op anderen overkomt. Ik heb geen behoefte om een dictatoriale artiest te zijn. Ik hou van mijn team. Ik hou van mijn vrienden. Dus als iets wat ik onbewust doe mensen pijn doet, wil ik dat weten. En toen ik begon te begrijpen hoe mijn denkprocessen werken, kon ik ook beter uitleggen waarom ik tot bepaalde conclusies kom. En dat alles sluit aan bij het centrale thema van “The Moth”: zelfacceptatie.

Is dat onderwerp en daarmee het project nog steeds een emotionele aangelegenheid voor je, ook nadat je er zo lang aan gewerkt hebt?

Ik luister meestal één keer naar een plaat wanneer hij af is en daarna nooit meer. Toen ik naar “The Moth“ luisterde, barstte ik in tranen uit, want ik wist hoeveel emotionele pijn erin verwerkt zat. Jarenlang had ik emoties onderdrukt. Ik probeerde sterk te zijn, maar ineens kon ik dat niet meer. Ik heb een jaar lang gehuild. Om alles: overleden familieleden, veranderingen in mijn leven, zelfs reclames met jonge katjes…alles kwam eruit. Dus tijdens het maken van “The Moth“ stelde ik de emotioneel zwaarste stukken steeds uit. Ik wist dat ik daar pas echt aan kon werken wanneer ik mezelf toestond om die emoties te voelen. Uiteindelijk heb ik al die moeilijke delen in één week opgenomen. En die week was verschrikkelijk.

Hoe werkt het idee van de mot door als beeldspraak binnen het bredere thema van het album?

Het idee van de mot was oorspronkelijk dat het een wezen is dat zo aangetrokken wordt door licht dat het zichzelf vernietigt in de zoektocht ernaartoe. Eerst stond de mot symbool voor een persoon. Maar later besefte ik dat dat arrogant was, want daarmee doe je alsof je begrijpt wat transformatie of het leven überhaupt betekenen. En dat begrijp ik helemaal niet. Wat ik tijdens het proces leerde, was dat veel dingen die ik in mezelf als ‘fout’ zag — angst, woede, pijn — eigenlijk getraumatiseerde delen van mezelf waren. En in plaats van ervoor weg te lopen, moest ik leren ermee om te gaan. Door die pijn toe te laten, begon er iets te veranderen.

De mot bleek uiteindelijk een constructie, een verzameling verhalen die ik mezelf had verteld over wie ik dacht dat ik moest zijn. En om verder te kunnen groeien moest dat construct vernietigd worden; niet één keer, maar steeds opnieuw. Dus de mot die naar het licht vliegt en verbrandt…dat werd de metafoor.

Was het uiteindelijk cathartisch?

Dat weet ik niet. Dit is nu gewoon wie ik ben. Maar of dat beter of slechter is? Geen idee. Misschien vervang je gewoon bepaalde spanningen door andere, maar uiteindelijk is kunst voor mij vooral observatie. Geen moraal. Geen les. Gewoon observeren wat het betekent om te leven. En dat is waar ik nu ben.

Ik heb kritiek gelezen dat “The Moth” een zelfingenomen en pretentieus project zou zijn. Raakt dat je?

Is dat hoe het op jou overkomt?

Nee, zeker niet. Ik vind het extreem complex en ambitieus, maar het komt op mij wel authentiek en oprecht over. Maar in alle eerlijkheid: op basis van wat ik vooraf allemaal gelezen had, zou het me niet verbaasd hebben als dat sausje van ‘kijk mij eens artistiek en diepzinnig zijn’ er wel meer overheen gelegen had.

Gast, ik doe dit al meer dan 30 jaar. De enige reden dat ik me nog druk maak om wat mensen van mijn werk vinden, is omdat ik hoop dat ik genoeg verkoop om dit te kunnen blijven doen. Maar vanuit artistiek oogpunt: als iemand de moeite neemt om dat soort kritiek te formuleren en op het internet te slingeren, dan zegt dat uiteindelijk meer over henzelf dan over mij, toch? Ik ben bang om beoordeeld te worden, maar als ik mezelf voortdurend inhoud uit angst voor die beoordeling, dan onderdruk ik uiteindelijk precies datgene wat ik wil uitdrukken. En als de prijs voor eerlijkheid is dat sommige mensen het pretentieus vinden, dan zij dat maar zo. Dat hoort misschien gewoon bij kunstenaar zijn.

Heb je in die zin tijdens het maken van “The Moth” iets opgestoken over jezelf als artiest?

Vroeger dacht ik dat kunst maken gewoon een soort mentale aandoening was. Alsof je op een dag ‘klaar’ zou zijn en niets meer hoeft te maken. Maar nu denk ik dat creëren gewoon een onderdeel van mijn natuur is, niet iets dat opgelost moet worden. Ik dacht altijd dat je ‘genoeg’ kunst maakt, en dan uiteindelijk niks meer te zeggen hebt. En zodra je stopt met artiest zijn, ben je ‘genezen’. Ik heb het altijd als een soort zelftherapie gezien. Ik sprak daar met mijn moeder over. Ik zei dat ik niet kon wachten om ooit geen artiest meer te zijn. Ze moest lachen. Ik zei zoiets als: “Mam, ik heb het gevoel dat ik na “The Moth“ misschien wel klaar ben.” En zij zei: “Och, wat schattig dat je dat denkt.”

Dus je hebt vrede gesloten met het idee dat je je hele leven artiest zult blijven?

Weet je wat het is? Voor mij voelt die drang gewoon als iets natuurlijks. Het is net als naar de wc gaan. Ik heb juist vaak geprobeerd géén kunst te maken. Maar blijkbaar bén ik gewoon een artiest. Dus dit is wat ik doe.

En je poep te lang ophouden is niet goed voor je, toch? Als het eruit moet, moet het eruit.

Tien jaar lang, broer! Ik heb het tien jaar opgehouden!

Haha, dat is een prachtige quote voor boven het interview. Hartelijk dank voor je tijd, Devin!

Graag gedaan, man, en jullie ook bedankt natuurlijk. Tot de volgende keer!

Foto’s door Tom Hawkins.