
Het begon als een vaag idee in het achterhoofd van Devin Townsend, meer dan tien jaar geleden. Een soort levenswerk over grote thema’s als transformatie, vernieuwing, vergeving en (zelf)acceptatie. Intimiderend, zelfs voor Townsend, die op andere albums toch ook al niet op een gebrek aan ambitie te betrappen was. Maar een ontmoeting met de leider van het Noord Nederlands Orkest bracht alles in een stroomversnelling, al is dat een relatieve term: het duurde daarna nog een paar jaar voordat “The Moth” het levenslicht zag. Het project maakte zijn live-debuut met shows in Groningen in 2025, en nu is daar ook eindelijk ook de plaatversie.
Een ambitieus werk is het zeker geworden. Voor verdere inzichten in de thematiek verwijs ik naar ons interview met de grote meneer. Laten we het hier vooral over de muziek hebben, want daar valt voldoende over te melden. “The Moth” biedt niet minder dan 24 tracks, maar dat zijn zeker niet allemaal traditionele liedjes. Die staan wel degelijk op de plaat, maar ze worden afgewisseld met losse thema’s en intermezzo’s van rond de minuut. Het maakt “The Moth” tot een werk dat zich beter leent voor ‘totaalconsumptie’ dan voor het Spotifiaans uitpikken van ‘hitjes’.
En zelfs als je de tijd neemt, geeft “The Moth” zijn geheimen niet eenvoudig prijs. Townsend heeft nooit iets gehad met het ‘less is more’-concept, maar hier gaat hij op elk vlak nog een stapje verder. Het is veel, het is druk, het is dynamisch, en echt memorabele refreinen ontbreken. Het maakt “The Moth” geen toegankelijke plaat, en bij de eerste paar luisterbeurten wist ik niet zo goed wat ik ermee aan moest. Indrukwekkend: zeker! Maar is het ook goed? Daarop kan ik een paar weken verder zonder twijfel op antwoorden: “Ja, dat vind ik het!” De passages en overgangen vallen steeds meer op hun plek, en ik voel de connectie tussen de thema’s en de muziek inmiddels.
Het klassieke instrumentarium dat zo nadrukkelijk aanwezig is op deze plaat (door het al eerder aangehaalde Noord Nederlandse Orkest, laten we daar trots op zijn!) levert daaraan een fundamentele bijdrage. Dit is geen metalplaat waar op de achtergrond ook nog wat klassieke instrumenten bespeeld worden (denk Metallica’s “S&M”). Het is ook niet echt een symfonische metalplaat waarbij het klassieke werk naadloos geïntegreerd wordt met harde gitaren, al wordt de typische Devinsiaanse ‘wall of sound’ bij tijd en wijle nog wel degelijk opgetrokken.
Maar eigenlijk zijn de talloze stukken die helemaal niet als ‘Devin Townsend-muziek plus orkest’ klinken het meest interessant. Townsend heeft het orkestelement heel nadrukkelijk betrokken in zijn composities. Een track als The Mothers bevat een prachtige klassieke wals. Het dreigende A Proxy for God wordt gedomineerd door loodzware koperblazers. En de muziek van single Home at Night had niet misstaan op de klassieke soundtrack van een Hollywoodkraker. Die track laat ook horen hoe veelzijdig Townsend is als zanger. Hij buldert en schreeuwt er op “The Moth” nog geregeld lekker op los, maar hier komt hij verrassend gevoelig en warm uit de hoek.
De vocalen spelen hoe dan ook een belangrijke rol binnen het bredere concept. Ik ben geen enorme fan van de hoge stem van Lynn Wu van het Chinese OU, aan wiens album “Frailty” Townsend in 2024 een vocale bijdrage leverde (het blijft toch een klein wereldje). Maar haar geluid past uitstekend bij de donkere, elektronische klanken op tracks als Lexin en Lexin Returns. En natuurlijk is ook ons aller Anneke van Giersbergen weer van de partij. Townsend heeft de gave om zwierige melodielijnen te schrijven die perfect passen bij haar krachtige stem.
Het komt allemaal prachtig bij elkaar op prijsnummer Covered by Causes, met ruim acht minuten verreweg de langste track op het album. Het nummer bouwt steeds verder op met subtiele zang door iedereen (deels in het Chinees!), explodeert in een heavy gitaarriff en rollende drums, om uiteindelijk weer klein en klassiek te eindigen: een perfecte dwarsdoorsnede van wat dit album allemaal te bieden heeft.
Devin Townsend maakt het ons op “The Moth” niet makkelijk. Alles is ‘over the top’, en een complete doorgang vergt heel wat van de luisteraar. Wellicht past niet elk steentje even naadloos in het complexe bouwwerk, maar in muzikale tijden waar echte prog(ressie) vaak ver te zoeken is, kunnen we alleen maar toejuichen dat een artiest zo ambitieus te werk gaat. Waar Townsend op recente albums hier en daar ietwat in herhaling viel, doet hij op “The Moth” volop nieuwe dingen, op zijn minst voor zichzelf. Gaat dat luisteren, en neem de tijd die het album nodig heeft. Dat heeft vriend Devin na meer dan tien jaar noeste arbeid wel verdiend.