De Nederlandse neo-progband Knight Area bracht onlangs zijn zevende studioalbum uit, dat de titel “D-Day” meekreeg. De titel doet sterk vermoeden dat het een concept-cd is. 

De sound van de band blijkt ook nog eens behoorlijk te zijn veranderd. Reden genoeg om oprichter Gerben Klazinga op te zoeken om zijn verhaal op te tekenen. Op zondag 29 september 2019 ontvangt hij mij in zijn huis aan de Ridderbuurt (…) in Boskoop, toevallig ook mijn geboorteplaats, waarin ook zijn opnamestudio en de oefenruimte van  de band zijn ondergebracht.

Jammer dat de anderen er niet bij zijn. Vonden zij dit interview niet belangrijk  genoeg?

Nou, dat ligt toch iets anders. We geven juist graag interviews. Alle andere leden zijn heel druk met andere projecten en hebben vaak ook nog een drukke baan en/of een gezin. En dan wonen ze ook nog eens een behoorlijk eind hier vandaan. Daarom hebben we afgesproken dat de interviews bijna altijd door één bandlid worden gedaan die het dichtste bij de interviewer woont.

Kreeg je het makkelijk voor elkaar om deze cd uit te laten brengen?

Financieel is het uiteindelijk best makkelijk gegaan. We hebben een crowdfundingactie uitgezet.  De mastering en het mixen laten we al een aantal jaren professioneel uitvoeren, dus dat kost een paar centen, maar het is allemaal weer goed gelukt. Het helpt dat we altijd behoorlijk wat cd’s verkopen en behoorlijk wat optredens hebben. Voor bands die iets minder populair zijn is dit meteen al een heel stuk moeilijker, die komen vaak niet eens aan de bak. Klazinga verzucht dat het beslist geen vetpot in de prog is. Leden van IQ, toch zeker niet de minste band, hebben er ook gewoon een baan bij. Verder zijn we erg tevreden over de samenwerking met uitgever Butler Records, ook een hele professionele club.

Het thema van de cd  – D-Day – is zonneklaar. Jullie hebben het grondig aangepakt. Vertel!

Drummer Pieter van de Hoorn is Dutchbatter geweest en hij heeft bassist Peter Vink voor zijn 69e verjaardag een ‘weekendje Normandië’ aangeboden, zij en Mark Bogert waren erg onder de indruk van wat ze daar zagen. We waren eerder al van plan om als thema voor onze nieuwe cd de watersnoodramp te nemen, maar dat vonden we bij nader inzien toch niet internationaal genoeg, dat zegt niemand in de Verenigde Staten iets, en onze cd’s komen toch in zo’n 90 landen uit. Daarom is het thema, geïnspireerd door dat weekendje, D-Day geworden.

Vier al geschreven nummers, waarvan twee van mij,  konden de prullenbak in, en dat is best pittig. Ik schrijf namelijk gemiddeld zo’n 5-6 nummers per jaar. Ik ben intensief naar oorlogsmuziek gaan luisteren om de juiste sfeer te pakken te krijgen: dreigend, opzwepend, zwaar, emotioneel.

Er is veel research gedaan en we hebben ter plekke een videoclip opgenomen, geregisseerd door Will Wissink, bekend van 12 steden 13 ongelukken. Verder is er een koor te horen op de cd. Het artwork is ook weer erg mooi geworden, in stemmig zwart-wit.

Willen jullie er ook nog een boodschap mee uitdragen?

De timing van het uitbrengen van “D-Day”, rond de herdenking van de invasie, 75 jaar geleden, is natuurlijk erg goed.  Het slotnummer Freedom For Everyone is een oproep om nu eens met al die oorlogen te kappen en om aan te geven dat vrede ook in deze tijd dus niet vanzelfsprekend is. Het is een verhaal met een kop en een staart. Het begint met de beroemde speech van Eisenhower en eindigt dus met die roep om vrijheid en vrede voor iedereen. Het klopt dat het een beetje cliché en over de top is, maar daarom heeft het juist ook wel weer iets en misschien dat het toch iets bij de mensen losmaakt.

Toen we in ’t Blok in Nieuwerkerk de cd voor het eerst helemaal speelden leek het alsof het publiek de muziek al jaren kende. De handen gingen massaal de lucht in bij dat nummer. Dat kan dus ook, bij prog! En dat vind ik gaaf om te zien.

Kun je iets vertellen over de muziek op jullie nieuwste cd  “D-Day”? Op “Hyperdrive” ging het er al wat steviger aan toe, in “Heaven And Beyond” kwamen de symfonische elementen wat meer terug. Maar nu is het echt van dik hout zaagt men planken.

We moesten voor deze cd met het thema mee en dat is natuurlijk heel zwaar. Uiteindelijk zijn we op melodieuze metal uitgekomen. Stevige muziek vind ik overigens niet erg, ik ben met  Deep Purple opgegroeid. Ik kan me er goed in vinden dat we naar een veel steviger en meer toegankelijk geluid gaan. Verder kan Mark Bogert ook behoorlijk stevig tekeer gaan op zijn gitaar en luistert Peter Vink bijvoorbeeld ook naar Rammstein, dus heel vreemd is deze koerswijziging ook weer niet.

Een vraag over het schrijfproces. Gitarist Mark Bogert schreef 6 nummers jij 4. Er was een tijd dat jij alles schreef toch!? Wordt jouw invloed minder? Jij was toch de bandleider?

Op de eerste vier cd’s was alle muziek van mij, er zat één nummer van Mark Smit tussen. Ik heb vier nummers voor “D-Day” geschreven, dat is minder dan ooit, en Mark de andere, maar ik vind het eigenlijk wel best zo, op ons 7e studioalbum. Ik krijg ook wel een beetje last van een writer’s block.

De pianosolo op de ballad When I’ll Be With You zou ik eerst doen, maar in de tijd dat deze opgenomen moest worden trok ik het door migraineaanvallen niet, een gevolg van het stoppen met roken. Toen is Robby Valentine in beeld gekomen, die Jan Willem kende en die echt een virtuoos is op piano. Zeker als ik mezelf met hem vergelijk ben ik eigenlijk maar een gemiddelde toetsenist. Hetzelfde geldt een beetje voor de orkestraties. Die kan ik ook doen, maar ze zijn van de hand van Mark, die dat met zijn conservatoriumachtergrond geweldig goed kan.

De teksten zijn geschreven door zanger Jan Willem Ketelaers, die dit zelf spontaan oppakte. Hij maakte eerst de zanglijnen en schreef hier later de teksten bij. Hij heeft hier echt talent voor.

Als Mark of ik een demo voor een nummer hebben geschreven sturen we het rond en beoordeelt de hele groep het in de repetitieruimte. Als het een ‘ja’ is, maken we er een compleet nummer van.  Voordat een nummer af is heb ik het wel zo’n 120 keer gehoord. Als een nieuwe cd uitkomt kan ik er daarom ook niet naar luisteren! Bij elkaar kunnen we nu echt spreken van een product van de hele band en daar ben ik blij mee.

Het is heel lang wachten op de eerste toetsensolo

De eerste solo van mijn hand staat op Wings Of Time, dat is het meest progressieve nummer, van mijn hand ook, maar ook wel stevig. Ik heb hiervoor naar een speciaal keel-ijzerachtig (sinc) geluid gezocht, dat weer goed bij het thema van de cd en het zware gitaargeluid van Bogert past. Zijn solo’s hebben ook zo’n sinc geluid. Fans vinden dit het mooiste nummer van de cd. De tweede (en laatste!) toetsensolo is te horen op March For Freedom, met ook fraai akoestisch gitaarwerk. Er zit wel veel Mellotron in hoor, maar dat is nogal achteraan gekomen in de mix…

Zijn naam is al gevallen: Jan-Willem Ketelaers, de nieuwe zanger. Dat betekent dat jullie afscheid hebben genomen van zanger van het eerst uur Mark Smit.

Over het afscheid van Mark wil ik niet zoveel kwijt. Laten we het erop houden dat we allemaal toe waren aan een nieuwe uitdaging. Bogert kent Jan Willem van zijn nieuwe project de rockmusical “Jack The Ripper” (JtR 1888) en het is bekend dat hij in cover-bands van onder ander Gary Moore en bij Ayreon zingt. Hij is bij een project ook de stand-in geweest van James Labrie. Dan moet je wel iets in huis hebben. Hoewel hij het erg druk heeft vond hij het een geweldige uitdaging om nu eens in een band te zingen die eigen werk speelt. Hij is heel aardig en heeft een goede stem, die vooral bij het stevige werk goed past. Ketelaers heeft een soort natuurlijke uitstraling op het podium en voegt nadrukkelijk kracht toe aan ons geluid. Daarom was ik aangenaam verrast toen ik de video van het nummer Heaven And Beyond van een hartstochtelijke fan  te zien kreeg, waarop Jan-Willem voor het eerst zong. Ik kreeg er echt kippenvel van toen ik hoorde hoe mooi hij de  subtiele en lage zang in dit nummer vertolkte. Op The Landing en Omaha Beach is dit trouwens ook goed te horen. Dat heeft iets van de zang op Silent Lucidity van Queensryche.  Heaven And Beyond, waarvoor ik de inspiratie haalde bij “The Script..” van Marillion heeft overigens Mortal Brow verdrongen als  laatste toegift bij concerten. Het publiek vindt dit een geweldige afsluiter!

Wat zijn jouw inspiratiebronnen? Luister je nog wel naar prog van deze tijd?

Ik ben zeven dagen per week met muziek bezig. Naast Knight Area neem ik cd’s op voor andere bands, begeleid ik 18 leerlingen en ben ik bezig met een project. Ik kan het niet opbrengen om daarnaast ook nog de prog te volgen en te beluisteren. Wel luister ik nog vrij vaak naar (het oude) Genesis, Steve Hackett, Camel en Saga, bijvoorbeeld tijdens een nachtelijke wandeling. Sinds “Meet The Flower Kings” uit 2003 volg ik die band nog wel een beetje en ik heb een tijdje naar Europe geluisterd, toen ze veel betere muziek maakten dan in de tijd van de glamourrockhit The Final Countdown. De eerste van Transatlantic (“SMPT:e”) vind ik ook erg mooi.

Jullie gaan natuurlijk uitgebreid toeren en… ligt er alweer nieuw materiaal op de plank?

De komende twee jaar willen we uitgebreid gaan toeren met “D-Day”, als het aan ons ligt geen 10 maar 20 shows per jaar. We hebben het dan over Nederland, België, Duitsland en mogelijk Engeland. Optreden vind ik heerlijk, het is een geweldig gevoel als er mensen speciaal naar jouw band komen om daar van te genieten. We deden een paar jaar geleden een toer door de States. In een theater stonden we voor ongeveer 50 man,  waar ik vreselijk van baalde: steken we daar de oceaan voor over? Maar toen na afloop bleek dat 20 van die 50 met het vliegtuig waren gekomen, dat sloeg mijn stemming pardoes om. Dit zijn dus échte fans, die er alles voor over hebben om ons te kunnen zien spelen! Publiek dat echt gek van je is geeft mij heel veel energie, daar kan ik dagen op teren.

We gaan na afloop van een concert altijd de zaal in om met de bezoekers te praten. Wij vinden het normaal en ook belangrijk om dit te doen en onze dankbaarheid te tonen. De fans hebben hier gewoon recht op en we vinden het zelf ook erg leuk.

We zijn echt nog met niets anders bezig. De afgelopen tijd was ik erg druk om de show voor de albumrelease op 6 oktober 2019, met videoprojecties aan weerszijden van het podium, er perfect uit te laten zien. Ook de speeches die op de cd te horen zijn, moeten perfect synchroon lopen met de muziek.

En hoe ziet de toekomst van Knight Area eruit?

Hoe het er met Knight Area over een paar jaar uit zal zien, daar kan ik echt nog niets over zeggen. En welke muziek we verder gaan maken is ook nog onbekend. Het is nergens contractueel vastgelegd of zo dat Knight Area altijd neo-prog zou maken. Peter Vink is de jongste niet meer en er kunnen leden uit de band stappen. De tijd zal het leren. Wat ik wel hoop is dat we met “D-Day” nog wat meer kunnen doorbreken en een breder publiek kunnen bereiken. Dat fans van bijvoorbeeld Radiohead, Muze, Tool en misschien zelfs Coldplay onze muziek ook kunnen waarderen.

Heb je zelf ook nog plannen?

Over mezelf kan ik wel degelijk een nieuwtje vertellen! Ik ben al vier jaar bezig om een symfonische rock cd te maken, die waarschijnlijk begin volgend jaar uit zal komen. Zie het als een mix van Bach, Emerson Lake and Palmer en het oude Genesis en het heeft ook iets van Finch (oude band van Peter Vink red.) Fans van het eerste uur van Knight Area zullen dit “The Sun Also Rises deel II” absoluut omarmen. Bogert speelt mee en Mark Smit verzorgt de zang. Er staat ook een epic op. Het is een project dat ik samen doe met Jaap Broers en we noemen onszelf Broers en Klazinga.

Muziek van de eerder genoemde klassieke  topbands, maar ook van Alquin, IQ en Taurus zijn me met de paplepel ingegoten en maakt deel uit van mijn harde schijf, dat laat je nooit meer los. In dat nieuwe project kan ik in elk geval mijn veilige symfonische haven vinden.

We halen ook de nodige ouwe koeien uit de Boskoopse sloot, zoals over die keer dat ik bij Gerben en zijn broer Joop op bezoek kwam om een stukje mee te zingen

We speelden toen wat nummers van Genesis in de kleine geluidsstudio die we in ons ouderlijk huis gemaakt hadden en jij deed dan ‘even’ de zang.  Zonder songbook viel dat helemaal nog niet mee (we schateren het allebei uit). Het was in die tijd dat ik in de gaten kreeg wat ik wilde met muziek. Jarenlang had ik pianoles gehad waar ik nooit veel werk van maakte.  Op mijn 13e ging ik er graag af. Ik kreeg op enig moment het notenboek van “Seconds Out” van Genesis in handen en toen dacht ik: dat wil ik ook (kunnen)! En zo is het gekomen.

In de opnamestudio laat Klazinga vol trots zijn vintage Hammond orgel zien en hij speelt enkele klassieke melodieën

Dit is zo’n orgel waar Tony Banks ook op speelde. Ik ben blij dat ik dit exemplaar op de kop heb weten te tikken. Het heeft zo’n heerlijk, ouderwets,  ronkend geluid, dat je toch alleen uit een Hammond haalt. Met speels gemakt laat hij Supper’s Ready en A Whider Shade Of Pale galmend tot leven komen. Klazinga laat ook een klein kastje zien, waarmee je op het podium je eigen mix van alle instrumenten kunt maken. Alle bandleden hebben er een, en het werkt erg prettig om het geluidsniveau van de anderen harder en zachter te kunnen zetten, zodat je je beter op je eigen partij kunt concentreren.

Gerben Klazinga

Meestal is een interview met een muzikant na een half uur tot drie kwartier wel afgelopen. Het gesprek met de openhartige Gerben Klazinga  duurde de hele avond. Er is dus veel meer besproken dan ik in dit verslag heb kunnen verwerken. Op de terugweg laat ik me nog maar eens  onderdompelen in de stevige klanken van “D-Day”, de volumeknop op standje max en het nummer Wings Of Time vaak op de herhaalstand…