Met het verschijnen van het nieuwe album “Blessed” en de warme ontvangst van de voorlaatste liveplaat, was het hoog tijd om eens bij te praten met voorman, zanger en belangrijkste songwriter John Palumbo. Wat volgt is een openhartig gesprek over het ontstaan van de band, het etiket ‘progressief’, dubbele gitaarlijnen, maatschappelijke misverstanden en bovenal: het onverminderde plezier in muziek maken.
Een bliksemschicht boven Pennsylvania
Het verhaal van Crack the Sky begint begin jaren zeventig, wanneer Palumbo samen met gitarist Rick Witkowski en drummer Joey D’Amico een powerpoptrio vormt dat voornamelijk covers speelt. “We bleven een beetje hangen in de regio,” blikt Palumbo terug. Tot die ene avond in een club ergens in Pennsylvania. “Ik keek Rick aan en zei: we moeten hier weg. We gaan naar New York.”
Dat deden ze. Met gitaren onder de arm stapten Palumbo en Witkowski simpelweg platenmaatschappijen binnen – het kon toen nog – en vroegen of ze mochten spelen. Ze kregen een contract, maar met een kanttekening: de songs waren “te ingewikkeld” voor een duo. Of ze geen band wilden formeren? Onderweg naar New York, in een oude postwagen, reed het tweetal door de bergen terwijl een storm losbarstte. Een bliksemschicht sloeg vlakbij in. “We dachten dat we geraakt zouden worden. Iemand riep: ‘Crack the Sky!’ Dat bleef hangen.” Een bandnaam was geboren.
Britse invloeden en een vleugje arrogantie
Waar gitarist Witkowski zijn wortels meer in R&B had, keek Palumbo nadrukkelijk naar de overkant van de oceaan. Bands als Yes, King Crimson en Genesis vormden belangrijke inspiratiebronnen, al wilde hij dat destijds niet altijd toegeven. “Ik was behoorlijk arrogant,” bekent hij met een glimlach. “Als ze vroegen naar onze invloeden, zei ik dat we die niet hadden. Dat alles in mijn hoofd zat.” Die eigenzinnigheid hoor je terug in de muziek. Want hoe label je Crack the Sky eigenlijk? “Ik noemde ons altijd gewoon een rock-’n-rollband,” zegt Palumbo. “Maar iedereen plakt er het etiket ‘progressief’ op. Dus dan zal dat wel zo zijn.” Zelf heeft hij weinig met hokjesdenken. “Ik hou van schrijven. Dat is wat ik doe. Een label zegt me niet zoveel.”
Geen tributeband
Veel generatiegenoten zijn tegenwoordig gereduceerd tot halve tributebands, met nog één origineel lid op het podium. Bij Crack the Sky zijn nog altijd meerdere oorspronkelijke krachten betrokken, zij het niet altijd continu. Wat is het geheim? “We vinden elkaar nog steeds aardig,” zegt Palumbo nuchter. “En we houden van wat we doen.” Bovendien toert de band niet onophoudelijk. “We gaan aan en uit. Dat houdt het gezond.” Binnenkort is de band te zien op de progcruise Cruise to the Edge, ooit opgezet onder auspiciën van Yes. Ook Jon Anderson is van de partij. “Dat wordt interessant,” aldus Palumbo.
Is dit de John Palumbo Band?
Als belangrijkste songwriter lijkt Palumbo de spil van de band. Is Crack the Sky in wezen zijn band? “Nee,” reageert hij resoluut. “Dat is mijn taak: songs schrijven. Iedereen heeft zijn eigen rol. Dit is van ons allemaal.” Tegelijkertijd verkent hij ook solopaden. Recent verscheen zijn project “Are You Science?”, waarop hij met onder anderen Bobby Hird en Joe Macre een andere muzikale richting inslaat. “Heel anders,” noemt hij het zelf.

Waarom geen grote doorbraak?
Het titelloze debuut uit 1975 werd overladen met lof, maar een echte commerciële doorbraak bleef uit. Volgens Palumbo is dat deels te wijten aan het ontbreken van een duidelijk profiel. “We pasten nergens echt in. Niet knap genoeg voor een ‘hairband’ (glamrock), niet makkelijk in een hokje te stoppen.” Ook de platenmaatschappij bood weinig steun. Toch klinkt er geen spijt. “Als we megasucces hadden gehad, had ik mijn vrouw misschien nooit ontmoet en mijn kinderen niet gekregen. Ik voel me gezegend.” De titel van het nieuwe album “Blessed” krijgt zo een extra lading.
“Blessed”: agressiever en directer
Het opnameproces van “Blessed” verschilde van eerdere platen. Waar bandleden doorgaans hun partijen afzonderlijk aanleveren voor Witkowski’s studio, werd nu deels live opgenomen door de ritmesectie en gitaristen. Palumbo schreef de songs, leverde demo’s aan en liet de verdere inkleuring aan zijn bandgenoten over. Het resultaat is een energiek, soms ronduit agressief klinkend album. Opvallend zijn de harmonieuze samenzang en vooral het dubbele gitaarwerk van Witkowski en Bobby Hird. Links en rechts in de mix zoeken de gitaren elkaar op in een spel van vraag en antwoord – krachtig en melodieus tegelijk. “Met twee gitaristen krijg je simpelweg meer power,” aldus Palumbo. “Dat geluid zochten we.”
Muziek eerst, woorden later
Hoewel zijn teksten vaak humor, ironie en observaties bevatten, begint Palumbo vrijwel altijd met muziek. “Eerst moet de muziek kloppen. De teksten zijn moeilijker. Na al die jaren moet je toch steeds weer met iets nieuws komen.” Inspiratie? “Het is mijn werk. Ik sta ’s ochtends op, ga de studio in en schrijf. Dat doe ik bijna elke dag. Omdat ik het leuk vind.”
Misverstanden en beeldvorming
Het artwork van het album “Tribe” uit 2021 leidde tot controverse. Sommigen zagen er een politieke boodschap in, zeker gezien de gebeurtenissen rond de bestorming van het Capitool begin dat jaar. Volgens Palumbo was dat puur toeval. “Mensen zien wat ze willen zien.” In bredere zin merkt hij dat het beeld van Amerikanen de afgelopen jaren is vertroebeld. “We zijn niet allemaal zo. Er zijn slechte mensen, overal ter wereld. Maar er is een donkere perceptie ontstaan. Ik hoop dat die verdwijnt.”
Jeugdige energie
Wie recente liveopnames ziet en beluistert, merkt een opvallend jeugdig enthousiasme. Hoe verklaart een band met zoveel jaren op de teller die frisheid? Palumbo: “Omdat we er niet moe van zijn. We vinden het nog steeds leuk. Als je er klaar mee bent, hoor je dat meteen.” Een Europese tour zat er ooit bijna in en er waren plannen om in Engeland op te nemen. De platenmaatschappij stak daar echter een stokje voor. “Ze vertrouwden ons niet, alleen,” lacht Palumbo. “We wilden alleen maar muziek maken.”
Leven in het nu
Met inmiddels meer dan twintig albums op de teller kijkt Palumbo niet ver vooruit. “Ik probeer in het heden te leven. Misschien gaan we nog jaren door, misschien stoppen we. Op dit moment doen we gewoon wat we altijd gedaan hebben.” En dat is: schrijven, spelen, opnemen. Zonder grote gebaren, zonder opgeklopte mythologie. Gewoon vier muzikanten die elkaar mogen en die, tegen alle verwachtingen in, nog steeds samen de hemel proberen open te breken.
Of, om met Palumbo te spreken: “We houden gewoon van wat we doen.”
Voor de recensie van “Blessed” klik HIER.


