Sommige carrières verlopen volgens een strak uitgestippeld plan. Andere zijn het gevolg van koppigheid, liefde voor muziek en een bijna obsessieve drang om het perfecte arrangement te vinden. Dat laatste lijkt zeker van toepassing op Robert Reed, het brein achter Magenta, maar ook bekend van projecten als Cyan, Kompendium en zijn eerbetoon aan Mike Oldfield met Sanctuary. Aanleiding voor ons gesprek is het nieuwe Magenta-album “Tarot”. Een conceptalbum – uiteraard – maar wel één dat volgens Reed zelf “eerlijker” en meer coherent klinkt dan ooit.
Van Bowie naar Tubular Bells
“Er is absoluut een prog-verbinding,” lacht Reed wanneer ik hem vraag hoe het allemaal begon. “Ik was een jaar of zes, begin jaren zeventig. Op de radio hoorde ik Life on Mars? van David Bowie. Die pianopartij raakte me meteen.” Wat hij toen nog niet wist: achter die piano zat niemand minder dan Rick Wakeman. “Ik wist niets van prog. Maar dat geluid… ik wilde piano spelen.” Kort daarna bracht zijn broer een goedkope verzamelplaat met horrorfilmmuziek mee naar huis. Daarop stond een funky versie van “Tubular Bells”. “Ik smeekte mijn ouders om het echte album voor kerst. Ik was negen. En toen zette ik het op… geen drums, geen funky groove. Alleen dat vreemde, bijna oermensachtige gemompel op kant twee. Maar ik raakte geobsedeerd.” Die obsessie werd een levenslange liefde voor het complexe, het gelaagde – voor muziek waarin je alles zelf kunt spelen en opnemen. “Ik wilde Mike Oldfield zijn. Alles zelf spelen. Alles zelf opnemen.”
Piano, gitaar, en die bas…
Reed staat bekend als multi-instrumentalist: toetsen, gitaar, bas – het lijkt hem moeiteloos af te gaan. Zelf relativeert hij dat. “Piano is mijn echte instrument. Dat kan ik spelen zonder na te denken. Gitaar heb ik geleerd uit noodzaak – omdat ik zo’n enorme Oldfield-fan was. Ik speel in een vergelijkbare stijl. Maar ik ben geen gitaarvirtuoos. Toetsen? Daar voel ik me thuis.” Op “Tarot” speelt hij bovendien een prominente baspartij. En dat hoor je. “Ik ben een enorme fan van Chris Squire (Yes). Voor mij moet bas voorin in de mix staan. Dragend, melodisch, aanwezig.” Live zal dat nog een uitdaging worden. “Die baspartijen zijn echt ‘bonkers’, compleet geschift. Ik wens onze live-bassist alvast succes,” lacht hij.
Tarot: zes personages en een stapel kaarten
Wie Magenta zegt, zegt conceptalbums. “Tarot” vormt daarop geen uitzondering. Opvallend is dat het concept pas laat ontstond. “Ik had zes pianostukken geschreven, met ruwe zang. In de auto luisterde ik ze terug en vroeg me af: welke beelden zie ik hierbij? Zo kwam ik op zes historische figuren: Wolfgang Amadeus Mozart, Harry Houdini, Guinevere en Jeanne d’Arc onder anderen.” Zijn broer – vaste tekstschrijver – dook in hun levens en schreef de teksten. Maar hoe verbind je zulke uiteenlopende figuren? De oplossing kwam uit onverwachte hoek: een oude horrorfilm, Dr. Terror’s House of Horrors, waarin treinreizigers via tarotkaarten hun noodlot krijgen voorgeschoteld. “We zijn enorme Hammer Horror-fans. Het idee van tarotkaarten als verbindend element was perfect. En ik houd van korte titels. Dus: Tarot.”
Terug naar de kern
Waar eerdere Magenta-albums soms expliciet knipoogden naar Yes of Genesis, klinkt “Tarot” volgens Reed als de meest ‘eigen’ plaat tot nu toe. “Ik heb deze keer geschreven met Tina (Christina Booth) in gedachten. Normaal hoor je tijdens het schrijven allerlei stemmen in je hoofd: Peter Gabriel, Jon Anderson… Maar nu hoorde ik háár stem. Daardoor past alles.” De productie is organischer. Veel gitaarsolo’s zijn first takes. De zang kreeg ruimte. “Het voelt eerlijk. Alsof dit écht Magenta is.” Invloeden? Jazeker. Renaissance vormde ooit al een blauwdruk: vrouwelijke zang, melodie, klassiek randje. Daarnaast duiken echo’s op van Electric Light Orchestra en zelfs vroege The Moody Blues. “Het orkest is geen versiering, het is geïntegreerd. Strijkers die zanglijnen dubbelen, koper dat accenten versterkt. Dat geeft kracht.” Toch kon hij het niet laten: af en toe sluipt de Minimoog binnen. “Met mate. Zodat je hem echt vóelt wanneer hij komt.”
Melodie boven techniek
Op de vraag wat ‘prog’ voor hem betekent, reageert Reed uitgesproken. “Ik kan geen technische prog maken zoals Emerson, Lake & Palmer of Dream Theater. Dat is niet mijn wereld. Ik schrijf melodieën.” Hij verwijst naar Ripples van Genesis. “Dat is emotie. Dat raakt je. Dat is belangrijker dan technische bravoure.” Meer Tony Banks dan Keith Emerson dus. “Absoluut.”
Werken met helden
Reed werkte in de loop der jaren met een indrukwekkende lijst namen, onder wie Simon Phillips, Nick D’Virgilio en Steve Hackett. Over de liefdadigheidsversie van Spectral Mornings – met onder anderen de inmiddels overleden David Longdon (Big Big Train) – spreekt hij met zichtbaar respect. “We waren nerveus om het naar Steve te sturen. Je wilt zijn goedkeuring. Uiteindelijk was hij enthousiast. Dat was magisch.”
Live met orkest?
De ambitie is duidelijk: “Tarot” integraal uitvoeren met klein orkest, mogelijk ook in Nederland. “Het kan gespeeld worden. Het wordt hard werken – vooral voor de bassist,” grijnst Reed. “Maar het lijkt me prachtig.”
Buiten de studio
Wie denkt dat Reed alleen maar in zijn studio zit, heeft het mis – al geeft hij toe dat dit een lange tijd wel het geval was. “Ik heb de wereld een beetje gemist. De laatste jaren ben ik meer gaan reizen. IJsland, Zwitserland, Monaco, samen met mijn zoon. Ik dacht: er is dus écht een wereld buiten deze kamer.” En dan is er nog een andere passie: auto’s. Een Porsche Boxster uit 2006, dak open, door de Brecon Beacons, een bergketen in Wales. “Dat is vrijheid.”
Wat komt er nog?
Alsof “Tarot” niet genoeg is, werkt Reed aan een uitgebreide ‘director’s cut’ van Kompendium, een heruitgave van “Revolutions” ter gelegenheid van 25 jaar Magenta, een nieuw Ringmaster-album, en een heropname van het derde Cyan-album. Rust? Die lijkt nog niet in zicht. Maar als één ding duidelijk wordt uit ons gesprek, dan is het dit: voor Robert Reed draait het uiteindelijk niet om stijletiketten, niet om technische spierballen, maar om melodieën die blijven hangen. Melodieën die je, net als dat pianostuk van Bowie ooit deed, voorgoed bij de lurven grijpen.




