Toen “Fremmede Toner” uitkwam, hadden jullie al zestien jaar geen plaat meer uitgebracht. Begon je meteen weer met het schrijven van een nieuw album?
We begonnen direct na de release van “Fremmede Toner” met het schrijven van nieuw materiaal. Het materiaal voor “Fremmede Toner” was eigenlijk al jaren voor de release klaar. Maar om uiteenlopende redenen liep het proces vertraging op. Pas toen zangeres Mari Klingen bij de band kwam en violiste Siv Lena Laugtug terugkeerde, kwam er echt schot in de zaak. Het gaf iedereen een enorme boost toen het begon te klinken zoals het klonk en de energie, sfeer en toewijding terugkeerden. Ik denk dat iedereen er enorm veel zin in had om aan een nieuw album te gaan werken. Voor “Fremmede Toner” was alles al geschreven voordat gitarist Roar Grindheim en Mari bij de band kwamen. Dus helemaal opnieuw beginnen aan een nieuw album nu iedereen erbij was, dat was iets waar we allemaal naar uitkeken. Het was een enorme opluchting en een groot plezier om ons eindelijk weer een toegewijde en enthousiaste band te voelen.

Foto: Sven Erik Knoff
Hoe bepalen jullie het thema van een album?
Tja, het is eigenlijk net zo goed toeval als alles wat we doen. Elk idee is welkom, maar ik denk dat we vaak voor het eerste idee kiezen. We zijn uiteindelijk altijd wel bij bepaalde concepten uitgekomen en denken altijd vanuit het album als geheel. Voor onze eerste plaat, “Åsmund Frægdegjevar”, kozen we een heel oud volksverhaal en vertelden we het hele verhaal van begin tot eind. Voor “Troll” vroegen we een lokale auteur, Birger Sivertsen, om de teksten te schrijven. Hij schreef boeken over Noorse mythen en legenden. Dat paste destijds heel goed bij Lumsk. Toen we besloten om “Det Vilde Kor” van Knut Hamsun te doen, weken we behoorlijk af van wat we tot dan toe hadden gedaan. Dat album was zowel tekstueel als muzikaal een experiment waarmee we nieuwe muzikale landschappen konden verkennen.
Voor “Fremmede Toner” gebruikten we opnieuw gedichten, maar dit keer was het weer een heel ander concept. We wilden de poëtische bewerkingen van Engelse en Duitse gedichten door André Bjerke gebruiken en de Noorse versies spiegelen aan de originelen, wat resulteerde in teksten in het Noors, Engels en Duits. Het was niet meteen duidelijk wat de volgende stap moest zijn, maar uiteindelijk kwamen we uit bij Tor Jonsson en enkele gedichten uit zijn bundel “Nærast er du når du er borte”. Die gedichten zijn erg duister en verkennen existentiële menselijke thema’s zoals eenzaamheid, schaamte, liefde, de dood en hopeloosheid. Dit keer begeven we ons dus op het terrein van het menselijk bestaan. De albumtitel “Einsemda” (lees hier onze recensie) betekent ‘eenzaamheid’. Het is de titel van een van de gedichten uit de bundel, en tevens het nummer waarmee het album afsluit.
Kun je ons iets meer over Tor Jonsson vertellen? Waarom past zijn werk zo goed bij de muziek van Lumsk?
Tor Jonsson werd in 1916 in Lom geboren. Zijn vader overleed toen hij nog jong was. Hij woonde samen met zijn zus en zijn moeder, die aan kanker leed. Het gezin werd bovendien gedwongen te verhuizen vanuit hun oorspronkelijke woonplaats en kwam in een klein huisje terecht. Die gebeurtenissen hebben hun sporen nagelaten. Voor zover ik weet, was de ziekte van zijn moeder de belangrijkste reden dat hij het dorp niet eerder verliet. Hij stond bekend als een nogal eigenaardige man die vaak op zichzelf was en lange wandelingen in de bergen maakte. Hij werkte enige tijd als tuinman en boer, maar gaf dat al snel op om zich te concentreren op zijn werk als journalist, auteur en dichter.
Zijn gedichten zitten vol contrasten, net als zijn leven. Hij schrijft over leven en dood, liefde en haat, ergens bij horen en eenzaamheid. Persoonlijk spreekt zijn schrijfstijl mij enorm aan. Het taalgebruik, het ritme, de sfeer, de emotionele diepgang… Muziek schrijven in dialoog met zijn gedichten was dan ook een bijzonder dankbare taak. Ik denk dat die poëtische contrasten de muziek uitnodigen om ze ook te verkennen. De muziek kan donker en toch hoopvol zijn, hard en pijnlijk – alles binnen hetzelfde nummer, dezelfde context.
De nummers zijn uiteindelijk vrij lang geworden, waardoor er ruimte is voor zowel de muziek als de gedichten. Ik denk dat de luisterervaring totaal anders zou zijn geweest als we de nummers hadden ingekort. Door voor lange nummers te kiezen, creëert de muziek naar mijn idee ruimte om adem te halen, na te denken of gewoon te luisteren. Het is in de eerste plaats een Lumsk-album. We proberen simpelweg de best mogelijke muziek te maken, geïnspireerd door en in dialoog met de gedichten die we gebruiken.

Foto: Birgit Fostervold
Kun je vertellen hoe het schrijfproces bij Lumsk verloopt?
Ik heb vijf nummers voor “Einsemda” geschreven en Roar componeerde Å Dikte. Het uitgangspunt van een nummer kan heel verschillend zijn. Ik kan gewoon achter de piano zitten spelen en wachten op een soort reactie. Soms is dat een hele uitdaging die discipline en geduld vereist. Soms gebeurt er niets – en heel vaak gebeurt er ook echt niets. Dat kan frustrerend zijn. Ik heb momenten waarop ik alle hoop verlies dat ik ooit nog iets zinnigs zal kunnen schrijven. Maar plotseling is het er dan toch. Ik voel een bepaalde betrokkenheid, misschien wel vitaliteit. Ik voel wat ik doe terwijl ik bezig ben, en dat is vaak het startpunt. Vanaf dat moment voelt het als een tocht op een snelle rivier. Ik word helemaal meegezogen in het geheel, en alles wordt in de muziek getrokken. Ik verlies elk besef van tijd en rationaliteit en concentreer me volledig op die ‘bubbel’ van inspiratie.
Zoals gezegd kan het beginnen bij de piano, maar net zo goed bij een bepaald geluid. Misschien gewoon een mooie analoge synth-klank, een arpeggio-akkoord, een reeks noten of een donkere ‘pad’-klank. Er komt een piano bij, ik bedenk gitaarlijnen en een baspartij, en ik programmeer de drums. Daaruit ontstaan vrij gedetailleerde schetsen van nummers, die we vervolgens samen verder uitwerken en arrangeren. Als ik aan een album werk, heb ik altijd een gedicht voor me liggen. Ik zing of speel de woorden, pas de muziek aan en stem melodieën, akkoorden en maatsoorten op elkaar af. Soms komt de muziek eerst, soms begin ik met een gedicht, en vaak is het een combinatie van beide.
Na uren in die uiterst geconcentreerde, creatieve staat leun ik achterover – soms tevreden, soms ontevreden over wat ik heb gedaan. Als ik tevreden genoeg ben, stuur ik het naar de rest van de band voor feedback. Vervolgens werken we er zelfstandig aan verder op basis van die schetsen, of we komen samen om ze uit te proberen. We brengen wijzigingen aan, iedereen voegt toe wat hij wil, we maken keuzes tussen ideeën en proberen verschillende arrangementen uit. En dan nemen we alles op. De laatste puntjes op de i worden tijdens het opnameproces gezet: er worden dingen toegevoegd of juist weggelaten, en er worden soms moeilijke knopen doorgehakt.
Wie zijn je belangrijkste muzikale inspiratiebronnen?
Dat is een enorme vraag om te beantwoorden. Mijn moeder heeft een bandopname waarop ik zing. Ik was toen pas een jaar of drie. Muziek maakte dus vanaf het begin deel uit van mijn leven. Bij ons thuis luisterden we veel naar muziek, en ik herinner me dat ik erop school ook van genoot. Ik denk dat dat mijn muzikale taal op heel jonge leeftijd heeft gevormd. Het zingen van kinderliedjes in de stijl van Scandinavische folkmuziek is misschien wel de basis geweest van mijn muzikale opvoeding, en dat hoor je natuurlijk ook duidelijk terug in de muziek van Lumsk. Later in mijn jeugd begon ik met keyboard en piano spelen. Ik vond het vooral leuk om in mijn eentje te proberen verschillende nummers te spelen, maar ik zat ook op de muziekschool. Ik denk dat dat belangrijk was, omdat het mijn muzikale mogelijkheden verbreedde.
Toch verveelde ik me in die omgeving altijd. Toen ik een jaar of veertien, vijftien was, begonnen Ketil – die ook een tijdje in Lumsk heeft gespeeld – en ik een band. We schreven en namen onze eigen muziek op en stortten ons destijds volledig op de metal. Ik was ongeveer twintig toen ik bij Lumsk kwam. In die tijd speelde ik in twee bands: Lumsk en een progressieve-rockband genaamd Timber Falls. Ik componeerde alles voor Timber Falls, wat erg belangrijk was voor mijn muzikale ontwikkeling. We lieten ons inspireren door bands als Genesis en Gentle Giant en speelden ook covers.
Wat we toen deden – de eindeloze uren in de oefenruimte, de hele dag door muziek spelen en luisteren, elke dag van de week – was een enorm inspirerende periode die mijn blik verruimde. Inspiratie is dus een optelsom van dat alles. Het is alles wat ik heb gespeeld en waarnaar ik heb geluisterd. Het zijn de mensen met wie ik heb samengespeeld en de reis die we samen en individueel hebben afgelegd. Ik kan wel een paar heel directe inspiratiebronnen in onze muziek aanwijzen, variërend van vroege heavy rock en metal, progressieve rock, klassieke muziek, Scandinavische folk en Noorse metal tot filmmuziek (vooral muziek uit horrorfilms uit de jaren zeventig), enzovoort. Misschien schrijf ik er ooit nog wel eens een artikel over op Patreon om een aantal van die inspiratiebronnen te onthullen, haha.

Foto: Sven Erik Knoff
Als ik me niet vergis, treden jullie voornamelijk op in Scandinavië. Hebben jullie plannen om de rest van Europa te veroveren?
We zouden heel graag buiten Scandinavië willen optreden! Op dit moment staat ons releaseconcert hier in Trondheim gepland voor 7 november, en we zijn bezig met de planning van een concert in Oslo begin 2027. Daarna zien we wel verder. Maar we staan te popelen om meer live te spelen, en niet alleen in Scandinavië.
