
Ik smaakte het genoegen de Zweedse band Agusa tijdens Progdreams op 23 augustus 2025 in Poppodium Boerderij te mogen aanschouwen. Het aanstekelijke spel sprak me aan en het vintage geluid met veel folkinvloeden voelde voor deze oudere jongere als een warm bad. Al had ik na een half uurtje alles wat de band in huis heeft wel zo’n beetje gehoord.
En dat is ook wat er op de inmiddels vierde live-uitgave van deze band gebeurt. Op “Panacea” musiceert het vijftal met verve en krijgt hiervoor terecht de handen op elkaar. De grote rol die is weggelegd voor orgel en dwarsfluit, maakt dat meer dan eens de gedachten uitgaan naar Camel en zeker ons eigen Focus. Twee nummers van “Prima Materia” uit 2023 bieden een centraal thema dat de band schier eindeloos herhaalt slash uitmelkt. Solo’s op orgel, dwarsfluit en gitaar te over, maar na een paar minuten ken je die klanken wel. En die nummers gaan over de tien minuten heen. Lust och Fägring (Sommarvisan) kent de nodige overgangen en een aardig, langzaam gespeeld bluesy stukje, naast opzwepende stukken. Bij Ur Askan veren we even op als fluitiste Jenny Puertas – heel even maar – in het Spaans zingt. Het is goed gemusiceerd, het ligt prettig in het gehoor, het is alleen veel van hetzelfde. Die thema’s gaan wel goed in je hoofd zitten, krijg die er maar weer eens uit.
Den Fortrollade Skogen (ik heb daarbij visioenen bij van een authentieke Zweedse vleesschotel) komt van het album “Agusa” uit 2017. De 8:33 minuten van de cd rekt Agusa op het podium uit tot een dikke twintig. Dat betekent improviseren dat het een lieve lust is. Lange orgelsolo’s van Roman Andrén en idem dito met een sterretje van gitarist Mikael Ödesjö volgen elkaar op. Dit wat buiten de lijntjes kleuren bevalt mij beter. We belanden soms in licht psychedelische sferen en het spel van de organist vertoont lichte trekken van dat van The Doors (een band die ik verfoei). Bij zijn soms wat oubollige ondersteunende partijen moet ik toch altijd even denken aan de voormalige huisorganist van Feyenoord, Stef Meeder. Dat was vooral in de jaren zestig, en zo oud klinkt Agusa zo nu en dan ook wel.
Je belandt in een heel prettige trip terug naar de jaren zeventig bij het luisteren naar “Panacea”. Dat is beslist geen middel tegen alle kwalen, maar het aanstekelijke enthousiasme van Agusa en de vrolijkheid die de muziek kenmerkt, helpen zeker om een brede glimlach op je gezicht te toveren. Die beklijft ook, al is het maar omdat die thema’s zo in je hoofd blijven zitten.