
Einar Solberg heeft grote ambities. Hij wil zich vestigen als een van de meest epische componisten in de experimentele muziek. Daarnaast wil hij graag worden gezien als de filmische persoon binnen de progressieve rock. Dit nieuwe soloalbum is dan ook een heel filmisch album: alles wordt grootser gemaakt, maar op andere momenten ook fragieler. De emotie spat ervan af in al zijn schakeringen. Bij sommige nummers hoor je aan de muziek waarover het gaat. Daar hoef je de teksten niet voor te lezen.
“Met “16” had ik geen muzikale ambities,” geeft Solberg toe. “Ik was aan het experimenteren. Toen ik aan dit album begon, realiseerde ik me dat ik mijn doel moest aanscherpen. Wie ben ik en hoe kan ik dat uitvergroten?” Daarbij neemt hij nadrukkelijk zijn grote liefde voor klassieke muziek en filmsoundtracks mee.
Waar Solberg op zijn solodebuut het overlijden van zijn vader en zijn vroegere angsten verwerkte, is dit album een onverbloemd portret van de componist zelf en hoe hij de wereld in 2026 ziet. Een perfect voorbeeld hiervan is het titelnummer, dat Latijn is voor ‘verborgen stem’, en gaat over zijn slechtste impulsen en gevoelens. Het intro begint, bijna als filmmuziek, met onrustige strijkers en onheilspellende lage klanken van het orkest en percussie. Daaroverheen spelen de violen een melodie die met vlagen aan componisten als Moussorgsky doet denken. De zang van Solberg begint krachtig en wordt steeds hoger en intensiever. Het orkest gaat hierin mee, wat uitmondt in een furieuze climax. En zo heeft hij zijn luisteraar meteen bij de les.
Daarna wordt het stil en klinkt er iets van berusting door. Dat is echter van korte duur. In de lage regionen van het orkest blijft het onrustig, waaruit een uiterst dramatische melodie ontspruit. Na opnieuw een moment van berusting breekt de muzikale hel los met grunts, een schreeuwende gitaar met dezelfde melodie als in het begin, ondersteund door het orkest. In het rustigere slot horen we de beginmelodie weer terug, met een vleugje dramatiek.
Ook in tracks als Stella Mortua (over de jaloezie in de muziekindustrie), Vita Fragilis (over berusting in het feit dat iedereen ooit moet sterven) en Grex (een twaalf minuten lange zoektocht naar zichzelf) weet Solberg ons intens te boeien met zijn emotionele zang, perfect ondersteund door de uiterst dynamische orkestraties die Solberg zelf schreef met behulp van Espen Ramsli Fredriksen, uitgevoerd door het Noors Radio Orkest. Uniek daarbij is dat hij het orkest soms moeiteloos laat samensmelten met zware gitaren, vette toetsen en drums. De bandbijdragen doen af en toe aan Leprous denken. Zo zitten er in Grex zelfs twee schitterende gitaarsolo’s.
Tracks als Medulla (merg) en Liberatio (bevrijding) kenmerken zich door een sterkere groove, meer bas, drums, zware gitaarriffs en elektronica, en een minder rijke instrumentatie. Ook hier weer veel dynamische opbouw en verschillen, en een aantal zeer krachtige, catchy refreinen.
In Serenitas (het vinden van vrede na moeilijkheden) en Anima Lucis (ziel van het licht) weet Solberg de gevoelige snaar te raken. In eerstgenoemde track zingt hij heel ingetogen een eenvoudig motiefje dat steeds een trapje hoger en intenser wordt gezongen. De opbouw hiervan is zo mooi en emotioneel, om nog maar te zwijgen over de gezamenlijk gezongen chant die na de climax volgt en eigenlijk alle spanning weer loslaat. Midden in dit gevoelige lied zit een nóg mooiere gitaarsolo. In de slottrack lijkt hij thuis te komen in zijn eigen ziel met een prachtige emotionele melodie. Naar het slot toe bezegelt hij dit met gepaste vocale kracht, effectief aangevuld door het orkest.
Ik heb diverse keren met open mond geluisterd naar de emotionele uitbarstingen in de muziek. Naast het instrumentale geweld is het fenomenaal wat Einar Solberg allemaal uit zijn stem haalt, zonder zich in te houden. Pure emotie! En het klinkt overal natuurlijk, nergens overtrokken. Je voelt de pijn, de worsteling en de woede die de kiem hebben gevormd voor deze klanken. Daarnaast heb ik ook soms met tranen in mijn ogen geluisterd naar de momenten van berusting, mededogen, warmte en liefde die uit zijn stem, de schitterende melodieën en subtiele instrumentatie klinken. Dit is kunst met een grote K en emotie met een grote E. En dan ben je een heel grote, Einar. Chapeau!
Oh, en met die ambities van deze sympathieke Noor komt het wel goed…