
Jethro Tull is weer eens in het land. Als onderdeel van een tournee die de naam ‘The Curiousity Tour 1968 – 2026’ meekrijgt, speelt de legendarische Britse band een viertal optredens in Nederland: in Groningen, Nijmegen, Hoorn en als afsluiting in mijn woonplaats Rotterdam. De grote zaal van De Doelen is weer eens de locatie waar het vijftal zijn kunsten zal vertonen. De shows hebben een retrospectief karakter: er wordt ruimschoots teruggekeken op de bijna zestig jaar historie van de band. Ik heb ze in het verleden al meerdere keren zien spelen. Optredens in het Haagse Congresgebouw tijdens de Stormwatch Tour in 1980 en de 25th Anniversary Tour in het Utrechtse Vredenburg in 1993, met een geïmproviseerde woonkamer en publiek op het podium, staan me nog redelijk scherp voor de geest.

Nadat de stem van Ian Anderson op tape ons verzoekt om geen foto- of filmopnamen te maken tijdens de show, met uitzondering van de toegift, klinkt The Secret Language of Birds. De openingsmuziek is afkomstig van Andersons gelijknamige soloalbum uit 2000. De echte show start met Some Day the Sun Won’t Shine for You, met aanvankelijk alleen Anderson en gitarist Clark op het podium. Dit bluesy nummer uit 1968 biedt een duet van gitaar en mondharmonica. De zang is op zijn minst twijfelachtig te noemen. Die zangstem blijft problematisch in Beggar’s Farm band, melodieus van aard, met gitaar, Hammond-orgel en fluit.
Grappig detail: het introducerende filmpje voor A Song for Jeffrey komt van de man zelf, Jeffrey Hammond, begin jaren zeventig lid van Tull. Thick as a Brick wordt door Anderson geïntroduceerd als een ‘slimmed down version’ van het origineel. De band is instrumentaal ijzersterk in deze mini-medley. Het folky Mother Goose, compleet met blokfluit, is afkomstig van het “Aqualung”-album uit 1971. Een vocaal duet met bassist Goodier in het klassieke Songs From the Wood; de video van een jonge Anderson doet naar betere, vervlogen tijden terugverlangen.

Een schitterende video, met het Rokflote-scheepje in een storm op zee, begeleidt het rockende The Navigators uit 2023. Curious Ruminant, de titelsong van het meest recente album uit 2025, wordt door Anderson beschreven als ‘perfecte weergave van mijn geestestoestand’. Zijn stem klinkt minder zwak in de lagere regionen, de animatie is top, en er is een hoofdrol weggelegd voor de gitaar van Clark. Living in the Past krijgt flitsen mee uit een oude concertfilm, terwijl het 300 jaar oude, door Bach gecomponeerde, Bourrée in E minor vergezeld wordt door een bassolo en jazzy fluit. Het nummer klinkt ouderwets goed en zorgt voor het eerste echt stevige applaus uit de zaal.
De aangekondigde pauze van een kwartier loopt uit tot 25 minuten na ongeveer een uur spelen. De pauzemuziek met volop jaren zestig-muziek met o.a. The Kinks, Pink Floyd, Animals, The Beatles en Jimi Hendrikx is lekker herkenbaar voor het grotendeels oudere publiek. Het tweede deel van de set begint met My God, met akoestisch intro van gitaar en piano, terwijl een film over de kathedraal van Canterbury voor het passende visuele effect zorgt. Trump flitst nog even voorbij op het scherm in de video voor The Zealot Gene, een aanklacht tegen social media met bijtende tekst. Daarna is het tijd voor de introductie van de band. Blijkbaar komt iedereen uit Bristol behalve Jack Clark (Manchester). ‘Middeleeuwse progrock’ geschreven door ‘bad boy’ King Henry VIII: zo introduceert Anderson Pastime with Good Company, een grotendeels instrumentaal stuk, een van de beteren van de avond.

Over Jerusalem krijgt wederom een sterke animatie mee. De zang lijkt iets te verbeteren. Dat laatste geldt eveneens voor mijn persoonlijke favoriet Budapest, een uitstekend nummer met lyrische gitaarpartij, over een amoureuze ontmoeting. De stemvervormer tijdens Aqualung helpt niet echt. De dreigende rocksong met wellicht de beste gitaarsolo van de avond wordt met spontaan applaus door het publiek beloond. Eerlijk is eerlijk: de fluitsolo verdient hetzelfde loon. Het publiek laat (eindelijk) van zich horen met een ovationeel applaus. Het is geen verrassing dat het aloude Locomotive Breath de toegift vormt, met een razende uitvoering met veel ruimte voor improvisatie en solo’s van vrijwel alle musici. In combinatie met de video met de stoomtrein op de achtergrond is het nummer een passende afsluiting van een kleine twee uur Jethro Tull.

Ian Anderson is inmiddels een oude man wiens stem afschuwelijk klinkt, vooral in de hogere regionen. Het is triest om aan te horen. Hij staat af en toe nog op één been, knie omhoog, en werkt de totale breedte van het podium af. Tegenover zijn vocale prestatie staan zijn nog steeds sterke fluit-, gitaar-, en mondharmonicaspel; instrumentaal is het top. Dat komt ook door de solide begeleidingsband. Ik ben vooral onder de indruk van de voor mij onbekende gitarist Jack Clark, sinds 2022 van de partij. Dat laatste geldt ook voor de verder onopvallende drummer Scott Hammond. Bassist David Goodier en toetsenist John O’Hara zijn beiden sinds 2011 onderdeel van Ian Andersons entourage. De videoprojecties op het grote scherm zijn geweldig, het geluid is prima en de akoestiek is top in de excellente concertzaal. Het doet het verlangen toenemen naar meer rockconcerten, denkend aan een verleden met o.a. Camel, Sky en Barclay James Harvest, maar ook Dire Straits eind jaren zeventig, begin tachtig.

Fijn ze weer te zien met een overzicht van hun carrière, misschien wel voor de laatste keer. Anderson is inmiddels 79 jaar, zijn stem is hoorbaar achteruitgegaan de afgelopen periode. Naamgenoot Jon (82) laat dagelijks horen dat het mogelijk is om op die leeftijd nog prima bij stem te zijn. Maar misschien is dat geen eerlijke vergelijking.