Myrath

Wilderness Of Mirrors

Info
Uitgekomen in: 2026
Land van herkomst: Tunesië
Label: earMUSIC
Website: Myrath
Genre: progmetal, symfonische metal
Tracklist
The Funeral (5:36)
Until the End (4:03)
Breathing Near the Roar (3:34)
Les Enfants du Soleil (6:03)
Still the Dawn Will Come (5:01)
The Clown (4:46)
Soul of My Soul (3:38)
Edge of the Night (4:21)
Echoes of the Fallen (4:02)
Through the Seasons (5:48)
Malek Ben Arbia: gitaren
Morgan Berhet: drums
Kevin Codfert: toetsen, zang
Anis Jouini: basgitaar
Zaher Zorgati: zang

Met medewerking van:
Wassin Bibi: koor (7)
Radhi Chaouali: violen en qraqeb (castagnette) (8)
Cheikh Diallo: achtergrondzang (1, 3)
Fehmi Mbarki: saz (10)
Myrath Orchestra: violen en alt-violen
Galya Nikolaeva: koor (7)
Elise Ryd: zang (2)
Charly Sahona: akoestische gitaren, elektrische gitaren
Frank Serafine: koor (7)
Studenten van Glanum Rock School (Saint remy de provence): koor (4)
Wilderness of Mirrors (2026)
Karma (2024)
Shehili (2019)
Legacy (2016)
Tales of the Sands (2011)
Desert Call (2010)
Hope (2007)

Volgens collega Roger Pruppers was op het vorige album “Karma” van deze Tunesische band de reis, weg van de progmetal, afgerond. De band heeft zich inderdaad ontwikkeld van een progmetalband met veel invloeden van Symphony X en veel aandacht voor inheemse ritmes en melodieën naar een ‘commerciëler’ geluid, waarbij de westerse invloeden steeds meer terrein winnen. Ik moet collega Pruppers echter teleurstellen, want op deze “Wilderness of Mirrors” gaan de heren nóg een stapje verder. Ik kan me voorstellen dat je als lezer nu afhaakt. Toch zou ik nog even verder lezen, want deze volgende stap heeft een, misschien wel verrassend, zeer sterk album als resultaat.

Om te beginnen zijn alle stijlkenmerken van Myrath tot en met het vorige album nog steeds aanwezig. We horen stevige progmetal met een exotisch randje uit de Tunesische muziektraditie. Het klankbeeld doet inderdaad denken aan Symphony X, maar ook Orphaned Land. De op “Karma” ingezette lijn wordt op dit nieuwe album echter vervolmaakt met westerse klassieke invloeden. Dit leidt tot een soort ‘Symphony X meets Asia under Tunesian skies’.

Veel melodieën op dit album, of ze nu uit de geweldige strot van Zaher Zorgati, de gitaar van Malek Ben Arbia of de toetsen/violen van Kevin Codfert komen, klinken zo klassiek dat wijlen John Wetton er ongetwijfeld zijn goedkeuring aan zou hebben gegeven. Ook de gebruikte akkoordenschema’s doen denken aan de klassieke, misschien wel clichématige, AOR-gerichte hardrock. Gecombineerd met Tunesische/Arabische melodiewendingen en ritmes doet dit je regelmatig in een bad van muzikale gelukzaligheid belanden.

Het moet gezegd dat leadzanger Zorgati een geweldige stem heeft. Hij heeft een uitzonderlijk groot bereik en kan een flinke brulboei opzetten, maar ook heel ‘schoon’ en kwetsbaar klinken. Luister maar eens naar het slot van Les Enfants Du Soleil. Dit nummer wordt in zowel het intro als het outro in lijn met de titel opgesierd met een kinderkoor.

De ritmesectie weet met regelmaat opzwepende ritmes te produceren, die dan vervolgens nog eens worden versterkt door het gebruik van inheemse percussie en sequencers. Deze opzwepende ritmes vinden vaak hun oorsprong in de Tunesische muziektraditie. Mooie voorbeelden hiervan zijn Breathing Near the Roar, Les Enfants Du Soleil, Through The Seasons en Until the End. In dit laatste nummer mag de Zweedse zangeres Elize Ryd (Amaranthe) opdraven, en dat doet ze met verve.

De band weet een overdaad aan clichés te omzeilen door het aantal gitaarsolo’s te beperken tot vier. Die vier solo’s van gitarist Malek Ben Arbia zijn wel om van te smullen, zoals bijvoorbeeld te horen in het slotgedeelte van Still the Dawn Will Come. De violen van het Myrath Orchestra, die live waarschijnlijk uit de toetsen van Codfert zullen komen, spelen een belangrijke melodieuze en bovendien opzwepende rol in deze muziek. Ze zijn ook vaak kenmerkend voor de Tunesische invloeden in de melodielijnen. In songs als The Funeral, Breathing Near the Roar, Soul of My Soul en Edge of the Night komt veel ‘community singing’ voor, wat zorgt voor een krachtig karakter en publieksparticipatie. Dat zal live ongetwijfeld goed aanslaan.

Het meest clichématige nummer is misschien wel The Clown. Dat hoekige ritme in het orkest en de gitaar in het refrein hebben we vaker gehoord binnen dit genre. Maar het ingetogen, puur Arabische middendeel heeft een mooie opbouw en sterke vocalen van Zorgati. Een naadloze overgang naar het refrein, omspeeld met een vette gitaarsolo, tilt deze track toch weer boven alle clichés uit.

Ongetwijfeld zullen puristen treuren om het verlies van het authentieke Tunesische karakter in de muziek van Myrath. Maar de heren hebben hun muziek inmiddels op een volwassen wijze laten samensmelten met heel veel westerse klassieke rockinvloeden. Dat resulteert in een geweldig album met tien uiterst catchy en melodieuze songs die uitstekend en met een gezonde gedrevenheid worden uitgevoerd. In elk nummer weten ze wel een authentiek Tunesisch element, ritmisch of melodisch, te verweven, waardoor ze toch iedere keer weer weten te verrassen. Een fraai staaltje culturele kruisbestuiving.

CD:

LP:

Send this to a friend