
Ze kunnen er wat van, die Polen, en dan heb ik het niet direct over democratie. Nee, over het maken van prog natuurlijk! Er komen heel wat behoorlijke tot goede bands uit het land van Chopin en ProAge is hier weer zo’n typisch voorbeeld van.
Op hun derde schijf “4. Wymiar” kleunen ze er direct in met die kenmerkende Poolse stevigheid. Maar meteen ook drukt toetsenman Krysztof Walczyk zijn neus tegen de beslagen ruit om aan te geven dat hij nadrukkelijk de eerste viool wil spelen. De eerste synth-solo laat niet lang op zich wachten. Zoals collega Dick van der Heijde in zijn recensie van “MPD” liet weten is ProAge ontstaan uit de brokstukken van de band 4th Dimension en laat 4. Wymiar nu in het Engels 4th Dimension betekenen! Verder laat mijn Pools nogal te wensen over, dus geloof ik graag dat het thema van de cd ’tijd’ in die vreemde taal op een interessante manier is uitgewerkt.
De muziek is een gezamenlijk bandproduct, de teksten zijn van de hand van zanger Mariusz Filosek, waarmee we direct de achilleshiel van de band te pakken hebben. Zijn stem spreekt niet tot de verbeelding en zijn zangpartijen voert hij uit met een bijna repeterende vlakheid en saaiheid. Al vrij snel gaat dit tegenstaan. De inbreng van de saxofoon in een nummer met psychedelische trekjes en een ballade met rustig gitaarspel en een dwarsfluit maken, naast de pittige ritmes en het heerlijke toetsenspel, nog wel wat goed. Toch dreigt binnen een half uur een aftocht door de zijdeur richting vergetelheid.
Maar dan breekt de hemel open, klaroengeschal vult het firmament. Met het titelnummer komt ProAge met een geweldig stuk van in alle opzichten epische proporties.
De gitarist Slawomir Jelonek blijkt ook (mooie) solo’s te kunnen spelen. Hij tokkelt er akoestisch lustig op los, gaat frivool het duel aan met Walcyk en komt zo helemaal los. Laatstgenoemde laat zijn Hammond vervaarlijk ronken en kan ook op de piano behoorlijk uit de voeten. Bijna een half uur haalt het gezelschap het beste uit zichzelf naar boven. Het is afwisseling troef, de tempo- en sfeerwisselingen rijgen zich aaneen, zoals het een heuse epic betaamt. Een lange instrumentale passage lijkt bijna geïmproviseerd te zijn als ongeveer alle instrumenten zich solerend in een boeiende battle mengen, inclusief de drummer, wat is dan weer net niet nodig vind.
Als tegenhanger fungeert een sfeervol ingetogen gezongen stuk met een dun laagje toetsen, een duidelijke referentie naar Riverside, waar deze band natuurlijk ook goed naar heeft geluisterd. Dit vormt de opmaat voor een aarzelend ingezette, maar ijle en fraaie gitaarsolo, die voor enige mate van kippenvel zorgt. Een ontspannen pianostukje gaat aan nog zo’n gitaarsolo vooraf.
Pas als het nummer al een heel eind op streek is hoor ik dat onze Mariusz dit nummer in het Engels zingt. Dat zegt genoeg over het accent wat hij aan deze escapade meegeeft. Tip: blijf bij je moerstaal.
De kniesoor kan mekkeren dat de zangstukken ook hier lastig zijn te knagen, dat de toetsenman wel steeds precies dezelfde geluiden uit zijn synthesizer haalt en dik 28 minuten wel errug lang is, maar de band laat hier toch een prachtig stuk neo-prog van een van de hogere planken horen.
Ze kunnen er wat van deze Polen, redelijke tot hele beste neo-prog maken, met de nodige stevige elementen, volop melodie, vooral van de hand van de toetsenist en een vleugje psychedelica. Ik zou bijna suggereren om het titelnummer op repeat te zetten en rest te laten zitten, maar zoiets zeg je niet…