
Soms krijg je van de redactie promo’s toegestuurd en vraag je je af waarom die juist bij jou zijn beland.
Het is geen verbloemd pestgedrag hoor, maar wat onze redacteur heeft bezield mij deze promo op te sturen, is mij een compleet raadsel. Want alles wat maar enigszins naar jazz neigt, is over het algemeen niet geschikt voor mijn zintuigen. Het resulteert vaak in een cliché: te ver gezocht of technisch geneuzel. Hoezo vooringenomen?
Quadvium is namelijk een instrumentale metalfusionband, opgericht in 2019 door de Nederlandse fretloze bassist Jeroen Paul Thesseling en de Amerikaan (en tevens bassist) Steve Di Giorgio. Samen met drummer Yuma van Eekelen en gitarist Eve Smith creëren zij technische en progressieve metalcomposities waarin de basgitaar een centrale rol speelt. En daar zit dan waarschijnlijk de verklaring voor deze recensent: metal is meestal zijn werkgebied.
Die crux is mede veroorzaakt door de bijsluiter; de term metal komt nogal eens ter sprake. Thesseling is namelijk bassist geweest van deathmetalbands als Obscura en Pestilence. En dan hebben we het indrukwekkende cv van Di Giorgio nog niet eens genoemd. Hij is namelijk bassist van Testament, en heeft gefungeerd als sessie- of tourbassist van bands als Death, Megadeth en Iced Earth. Belangrijk voor ons proggers is dan te noemen dat hij ook in de band Soen heeft gespeeld. Hoe dan ook, de discografie van Thesseling is indrukwekkend, die van Di Giorgio is bijkans nog langer.
De muziek van Quadvium is een mix van progressieve metal, jazzfusion en technische metal. Hun composities kenmerken zich door complexe ritmes, virtuoos samenspel, melodische baslijnen en dynamische arrangementen. Er zijn geen vocalen of geluidsfragmenten te horen op de cd. Dat resulteert in technisch indrukwekkende, maar soms ook zeer ambitieuze composities die voor deze recensent net iets te ver doorschieten om echt genietbaar te blijven. In zekere zin vertoont de band overeenkomsten met Exivious, al ligt daar de nadruk meer op de elektrische gitaar, terwijl bij Quadvium – zoals je mag verwachten – de fretloze basgitaar een veel prominentere rol speelt. En daar ligt ook de link tussen de twee bands: Van Eekelen was namelijk ook de drummer binnen Exivious.
Het zijn niet alleen de bassisten die dit werkje vorm hebben gegeven. Zo levert Smith een mooi staaltje virtuoos gitaargeluid op meerdere tracks. Smith is eveneens verantwoordelijk voor de pianoberoeringen binnen de verschillende nummers, en geeft door middel van de toetsen ook extra sfeer mee. Drummer Van Eekelen levert een solide drumbasis zonder ergens echt de hoofdrol op te eisen. Zijn spel varieert veel en vaak, past zich aan de hoofdrol van de basgitaren aan, maar blijft tegelijkertijd ook lekker swingend. Een feit dat we niet achterwege kunnen laten is dat het duo Van Eekelen en Smith ook verantwoordelijk zijn voor de opname en productie van de cd.
Een klein puntje van kritiek is dan ook de filmische benadering van de video’s die ter promotie zijn gemaakt. In de twee meest recente clips, Náströnd en Apophis, zijn namelijk alleen de beide heren (de bassisten) te zien. Behalve twee gedreven muzikanten gebeurt er visueel niet heel veel spannends, terwijl andere instrumenten juist een mooi aandeel in de muziek hebben. Dit geldt zeker voor Apophis, waarin gitariste Smith en drummer Van Eekelen alle ruimte krijgen te excelleren. Het fijne pianowerk en de geweldige gitaarsolo van Smith hadden het beeldmateriaal een stuk spannender kunnen maken.
Hoewel deze recensent de plaat waarschijnlijk nog zelden zal luisteren, is de kwaliteit onherroepelijk merkbaar. Di Giorgio en Thesseling zijn gewaagd aan elkaar, geven elkaar de ruimte, en zijn vaak een mooie aanvulling op elkaar. Mooi is dat de gitaar, toetsen en drums ook genoeg aandacht krijgen, zodat het nergens eentonig of vervelend wordt. Ondanks de Jazz. En het geneuzel.