
De wereld heeft vijf jaar moeten wachten op nieuw werk van Sonus Umbra. Het was te doen. De vorige twee schijven kwamen er, getuige de recensies, niet zo heel goed af op Progwereld. “Winter Soulstice” en “Beyond The Panopticon” scoorden geen voldoende. Hopelijk smaakt nummer zes van dit gezelschap uit Chicago, “A Skyfull Of Ghosts” een stukje beter.
Roey Ben-Yoseph en zijn kornuiten willen ons in elk geval een verhaal vertellen. De verteller is met een ruimteschip op weg naar een exo-planeet waarop leven mogelijk is. Hij moet de leider AI ondersteunen, maar ziet in hem een bovennatuurlijke vijand – de Lorelei – die hem met een betoverend liedje naar zijn einde zal brengen. Uiteindelijk realiseert hij zich dat Lorelei altijd een bondgenoot was, om mogelijk de aarde te kunnen behoeden voor vernietiging. Als ontkenning kan leiden tot acceptatie, wil dit album een pleidooi zijn om het verstand te laten zegevieren en dat het onzinnig is je te wapenen tegen je schip dat voor jou de enige redding in de ruimte kan zijn. Anders gezegd, we moeten de aarde zien te redden omdat dit het enige is dat we hebben. We moeten het samen doen en we zijn in het donker allemaal gelijk. Zijn jullie daar nog?
Veel van het oude is behouden. We horen straffe riffs die richting hardrock gaan, ritmes die losjes en kabbelend zijn, maar plotsklaps kunnen omslaan in een niet te missen tegendraadsheid. Jazz-elementen liggen in de bosjes op de loer. En het lijkt dan soms of het septet zelf de weg ook een beetje kwijt raakt in de ruimte, zeker als er ook nog wat verschillende zangpartijen worden toegevoegd. Ben-Yoseph neemt deze zang nu in zijn eentje voor zijn rekening. Dat is iets beter te hebben dan op de voorgaande cd’s, maar ik zie hem toch geen zangwedstrijd winnen. Als hij maar laag blijft gaat het redelijk, in sommige hoge passages vliegt hij toch weer opzichtig uit de bocht.
Maar er gloort hoop aan de muzikale horizon. Aangenaam is het tokkelende gitaarspel dat veelvuldig opduikt. De Umbra’s kunnen zo meedoen met Wie van de Drie, want met drie gitaarjongens in de gelederen is het niet duidelijk wie wat en wanneer speelt. Geen misverstand over Steve Royce, zijn dwarsfluitspel is onmiskenbaar en voegt een prettige luchtigheid toe aan de klanken. Dat geldt zeker ook voor de inbreng van David Keller die met het beroeren van zijn cello het geestenspel iets orkestraals meegeeft. Heb ik het al over Luis Nasser gehad? Hij is ook een van de oprichters en hij laat zijn basgitaar weer duidelijk spreken.
Een korte vlucht langs de nummers levert de volgende bloemlezing op. Het voorafje Antidentity hangt nog het meeste aan het voorgaande werk. Prominent basspel, snelle ritmes, een gierende dwarsfluit, snoeiharde riffs, tegendraadse ritmes, maar ook met een aangenaam akoestisch rustpuntje.
Een heerlijke combinatie van een tokkelende akoestische gitaar, een dit keer rustgevende dwarsfluit en de cello maken het korte Desolation Dreams tot een van de uitschieters.
Met Hidden In The Night schieten de Amerikanen uit hun slof. Een epic van dik twintig minuten is niet mals en een mooie gelegenheid om te laten horen wat je in huis hebt. We krijgen veel zang, het bekende ontspannen getokkel, de melancholische cello, de tegendraadsheid, maar ook opvallend juist weer erg rustig pianospel waarvoor gastmuzikant Seve Katsikas tekent. We gaan echt minutenlang outerspace met rare geluiden en zo te horen is het daar niet pluis. Helaas gaat het nummer als een nachtkaars uit in plaats van naar een hoogtepunt toe te werken en bij elkaar genomen gebeurt er gewoon net te weinig en valt een gaap moeilijk te onderdrukken.
Losing My Insanity is een potpourri van wisselingen in sfeer, tempo, geluiden en instrumenten. Zeker niet onaantrekkelijk, al is de zang hier tenenkrommend.
Een vergelijking met The Beatles verwacht je niet direct bij Sonus Umbra, maar toch denk ik hieraan bij het akoestische en heel toegankelijke Time Is Running Out. Het valt daardoor bijna uit de toon. Dit vraagt om compensatie, The Waves Will Devour The Sea staat daarom weer behoorlijk bol van de tegendraadse uitspattingen, met naast furieus spel ook ingetogen momenten.
De apotheose Apogee laat lekker akoestisch gitaarspel horen met mooi ondersteunend toetsenspel en warempel dringt ook nog de stem van de Lorelei zelf onze oorschelpen binnen. Ik ben direct betoverd.
Sonus Umbra is er in geslaagd (hoera!) zich te ontwikkelen. De muziek is speelser geworden, er zit meer afwisseling in en de deken van zwaarmoedigheid en naargeestigheid is wat van het bed getrokken. “A Sky Full Of Ghosts” is ook duidelijk melodieuzer dan de rest van het oeuvre en de heren putten zich minder uit in het opzoeken van ‘moeilijke’ ritmes en structuren. Het blijft muziek voor liefhebbers, maar dit werkje zal vast meer mensen bekoren.
Ga zo door, doe toch echt iets aan die zang en gij zult (vast) meer waardering oogsten!