
Daar gaan we: redenen waarom “Drift” van Subspectral uit 2025 alsnog een ‘recensie met vertraging’ moest krijgen:
1. Er komt wekelijks zoveel fraais uit dat mijn jaarafsluiting doorgaans samenvalt met het opkomen van de eerste krokussen in de daaropvolgende lente. Deze ep is uitgekomen in het najaar van 2025, maar verdient zeker ruimte op de Progwereldserver.
2. De recente release van Textures’ “Genotype” is een uitgelezen mogelijkheid om ook aandacht aan Subspectral te schenken, want beide acts hebben duidelijke muzikale raakvlakken.
3. Maar vooral: er gebeuren in Nederland stiekem allerlei leuke dingen op het gebied van stevige en uitdagende muziek, vaak door acts die progressieve elementen combineren met andere rock- en metalstijlen. Subspectral is daarvan een mooi voorbeeld (maar ga ook zeker even luisteren naar Proxima Flare!) Progwereld zwaait de Hollandsche progvlag met trots, dus we laten geen kans onbenut om een vaderlandse act in de schijnwerpers te zetten. Bij deze:
De naam Subspectral verwijst naar een gedetailleerder deelspectrum dat dan weer onder een breder overkoepelend continuüm valt. Klinkt ingewikkeld, en die complexiteit is ook kenmerkend voor een bandgeluid dat zich niet eenvoudig laat vangen. Subspectrals oorsprong in de metalcore is in de hakkende riffs en (een deel van) de vocalen nog wel te horen, maar de muzikale stijl is na de toetreding van gitarist Ronald Versluis veel breder geworden. Loodzware riffs worden gecombineerd met complexe ritmes, atmosferische toetspartijen en dikke grooves. Zoals eerder aangegeven: de link naar Textures is moeilijk te negeren, wat niet impliceert dat Subspectral een carbonkopie van de (vooralsnog) grotere broer serveert.
De veelzijdige zang van Joël Oorebeek draagt bij aan de muzikale eigenheid. Zijn staccato blaf doet in combinatie met de hakriffs gek genoeg denken aan het geluid dat George Oosthoek bij Orphanage produceerde op laatste album “Driven”. Daarnaast komen er black metal-achtige screams voorbij, die in de praktijk beter werken dan je op papier zou verwachten. Al dat brute geweld wordt vooral in de refreinen afgewisseld met verdienstelijke melodieuze zang. Waar menige band twee of zelfs drie vocalisten inzet om het een beetje spannend te houden, weet Oorebeek schijnbaar moeiteloos te schakelen tussen de verschillende zangstijlen.
“Drift” is met ruim twintig minuten een compacte zit. Dat komt natuurlijk door het beperkt aantal tracks op deze ep (ik tel er vier), maar ook door de bondige benadering. De proggy intro’s die meerdere tracks van voorganger “I” (Was dat een ep? Was het een album? Maakt het uit?) aftrapten, zijn op “Drift” geëlimineerd. “Kein geloel, Fussball spielen” zei Feyenoordtrainer Ernst Happel ooit, en dat heeft deze club muzikanten uit omgeving Rotterdam in zijn oren geknoopt. Eerlijk gezegd mis ik die freaky aanloopjes wel, maar het is begrijpelijk waarom Subspectral kiest voor deze aanpak. “Drift” is direct, compromisloos en ‘in your face’. De beperkte speelduur is in die zin eerder een troef dan een tekortkoming, want Subspectral vraagt nogal wat van de luisteraar.
Het blijft daarbij soms nog een beetje zoeken naar de balans tussen inventiviteit en toegankelijkheid. Openingstrack Hubris werkt op dat vlak het best, ook door de prominente toetsen die het beukwerk aanvullen. De ambitie op “Drift” maakt nieuwsgierig naar een eerste echte langspeler, ook om te ervaren hoe de intensiteit van Subspectral werkt over een volledig album. En voor de kortere termijn gun je deze Rijnmondrockers een tour met Textures om de wereldwijde hordes te laten horen hoe uitdagend en complex er in de lage landen gemetald wordt. Ja toch, niettan?