
U.K. (let op de puntjes) is een van die superbands die in de jaren ’70 ontstonden. De oorspronkelijke bezetting in 1977 bestond uit Bill Bruford (Yes, King Crimson) op drums, Allan Holdsworth (Soft Machine) op gitaar, John Wetton (King Crimson, Roxy Music) op bas en zang en Eddie Jobson (Curved Air, Roxy Music, Frank Zappa) op toetsen en (elektrische) viool. In deze samenstelling bracht de band hun onvolprezen gelijknamige debuut album uit in april 1978. Maar de band bleef niet lang bij elkaar: Bruford en Holdsworth vertrokken al snel richting de uitgang, ze richten samen de band Bruford op en zouden het nog enkele jaren gezamenlijk uithouden. Wetton en Jobson bleven over, trokken een nieuwe drummer aan in de vorm van Terry Bozzio (Frank Zappa) en besloten daarna als trio verder te gaan. Een nieuw studio album volgde, “Danger Money” kwam in maart 1979 uit. Het album bevatte meer toegankelijke muziek die we nu als progpop zouden omschrijven, een behoorlijke verandering ten opzichte van de meer experimentele prog/jazzrock van het debuut. Na een uitgebreide tournee langs de VS, Europa en Japan, waar ook het live album “Night After Night” werd opgenomen, zou de band begin 1980 ophouden te bestaan.
Het album werd eind mei en begin juni 1979 opgenomen in de Nakano Sun Plaza Hall en de Nippon Seinenkan in Tokio, Japan. Het is het derde album van U.K. en hun eerste en enige officiële live-opname. Het werd uitgebracht in september 1979 ter ondersteuning van de Amerikaanse tournee van de band als support act van Jethro Tull (waar Eddie Jobson zich bij aansloot na de splitsing van U.K.) en later als headliner van een Europese tournee.
Met maar twee albums in je ransel is het natuurlijk niet zo makkelijke om een avondvullende show te presenteren. Daarom wordt afgetrapt met een nieuw nummer, het titelnummer Night After Night, een min of meer recht toe recht aan rocksong, met Wetton’s krachtige vocalen en Jobson’s Hammond orgel. Rendez-Vous 6:02 betekent zelfs een klein hitje voor U.K., een mooie melodieuze ballade met een mysterieus tintje qua tekst. De kenmerkende elektronische piano solo van Jobson wordt doorsneden door een synthesizer geluid waar je kippenvel van krijgt. Wetton’s sonore bariton en inventieve basloopjes zijn een perfect tegenwicht voor zoveel muzikaal geweld.
Nothing to Lose is een heerlijke meezinger met halverwege een iconische vioolsolo van Jobson. Als hij zijn batterij toetsen verlaat en na zijn solo weer terugkeert moeten Wetton en Bozzio even een paar maten extra toevoegen om de violist de kans te geven om zijn toetsenpartij te hervatten, goed hoorbaar op het album, grappig detail. Nog een nieuw nummer, As Long as You Want Me Here, wat dus nooit op een studioalbum terecht zou komen. Harmoniezang van Jobson/Bozzio en de ultieme rockstem van Wetton zijn de typerende items in dit niet heel bijzondere nummer.
Een viertal nummers van het debuutalbum volgt. De kou komt je tegemoet in het instrumentale Alaska van de hand van Jobson. Spookachtige synthesizerklanken (Yamaha CS-80) verbeelden de bittere ijskoude in het meest noordelijk gelegen deel van het Amerikaanse continent. Het nummer loopt over in het uptempo Time to Kill, gedomineerd door Hammond en Moog, met krachtige drums en stuwende bas. Tegen het einde laat Jobson zijn viool zingen en krijsen tegelijkertijd.
Jobson’s ultrakorte instrumentale Presto Vivace loopt naadloos over in het complexe In the Dead of Night, een van de beste nummers van het eerste album, zeker hier in de live uitvoering door het drietal. Met hoofdrollen voor de zang van Wetton, de donderende drums van Bozzio en met name de synthesizersolo van Jobson. Het album sluit af met een supersnelle uitvoering van Caesar’s Palace Blues, het rockende nummer krijgt een razende vioolsolo mee. En een heel abrupt einde, vreemd genoeg. Opvallend is de super enthousiaste reactie van het Japanse publiek dat op luidruchtige wijze de bandnaam scandeert, stil is tijdens de muziek maar zijn handen stuk klapt tussen de nummers door. De gitaar van Allan Holdsworth wordt nauwelijks gemist wat ook komt door de keuze van het repertoire.
Wat het voor mij persoonlijk tot een bijzonder album maakt is het feit dat ik aanwezig was bij een van de twee Nederlandse optredens op 16 december 1979, in mijn achtertuin in het Haagse Congresgebouw. Het andere vond plaats de avond erna in de Vereeniging in Nijmegen, dat was het laatste concert van de band, en is integraal te horen in de boxset “Ultimate Collector’s Edition”. Ik was getuige van een indrukwekkende show met de plexiglas viool van een arrogante en ietwat afstandelijk ogende Jobson in een hoofdrol, de stuwende bas en karakteristieke vocalen van Wetton en het super uitgebreide drumstel van Bozzio en diens razende en zelfs woeste manier van spelen.
Later kwamen er nog diverse heruitgaven van “Night after Night” uit, waarbij de versie uit 2019, waarin het volledige optreden in zijn geheel en in de juiste volgorde gespeeld, er het meest uitspringt. Maar die kunnen toch geen van allen op tegen het oorspronkelijke live album wat ik nacht na nacht grijs heb gedraaid.