Beat

Beat, woensdag 24 juni 2026, 013 Poppodium, Tilburg

Info
Foto’s: Bert Treep
Locatie
013 Poppodium, Tilburg
Adrian Belew: zang, gitaar
Danny Carey: drums, percussie
Tony Levin: basgitaar, Stick, toetsen, achtergrondzang
Steve Vai: gitaar
Set 1:
Neurotica
Neal and Jack and Me
Heartbeat
Sartori in Tangier
Model Man
Dig Me
Man With an Open Heart
Industry
Larks’ Tongues in Aspic (Part III)
Set 2:
Waiting Man
The Sheltering Sky
Sleepless
Fram by Frame
Matte Kudasai
Elephant Talk
Three of a Perfect Pair
Indiscipline
Toegift:
Red
Thela Hun Ginjeet

Ik weet het nog als de dag van gisteren: maandag 6 september 1982 in De Vereeniging in Nijmegen, King Crimson. Fripp en de zijnen hadden een jaar eerder de wereld verbaasd met hun klinische, mathematische, psychedelische, chaotische, maar ook catchy en swingende reïncarnatie van King Crimson met het album “Discipline”. Wij mochten die mix van prog, new wave, Afrikaanse invloeden en virtuositeit aanschouwen in die prachtige zaal in Nijmegen. Het werd een onvergetelijke avond.

45 jaar later staat in een volgepakt en warm 013 in Tilburg een reïncarnatie van deze reïncarnatie, Beat. Over het ontstaan van deze supergroep, coverband, reïncarnatie en waarom misschien wel alle drie de kwalificaties van toepassing zijn op dit kwartet verwijs ik je naar de recensie van collega Marcel Debets van Beat Live van vorig jaar. Voor wie die liveregistratie kent was dit concert in Tilburg geen verrassing. De setlist is exact hetzelfde, wat niet verwonderlijk is. De heren hadden voor die Amerikaanse tour al een afgewogen selectie gemaakt uit het repertoire van die drie iconische albums “Discipline”, “Beat” en “Three of a Perfect Pair”.

Achter op het podium een groot scherm met de afbeelding van ‘The Elephant’. Tijdens het concert werd er slechts gevarieerd met de kleuren van die afbeelding. Het visuele spektakel kwam dan ook van de vier musici op het podium. Je kon je voortdurend vergapen aan het spelplezier, het muzikale vakmanschap en de trukendoos die de heren met regelmaat opentrokken. Levin liet met zijn basgitaren, al dan niet met extended funky fingers, Stick en toetsen alleen al een half orkest horen. Vooral zijn spel op de Stick was fenomenaal. Daarnaast zong hij nog een voortreffelijke tweede stem en lukte het hem om tussendoor nog wat foto’s te maken. Zijn focus tijdens het spelen is ongeëvenaard en met zijn 80 jaar is hij de nestor van dit gezelschap. Belew, 76 inmiddels, oogt nog immer relatief jong en energiek. Het is een genot om te zien hoeveel spelplezier deze man ten toon spreidt. Zijn stem is nog altijd even helder en krachtig, al zit er een beetje sleet op de hoge noten. Zijn gitaarspel is zeer energiek, maar ook uniek met zijn hoge schreeuwende erupties, en altijd een beetje rauwer dan Vai.

Vai (66) en Carey (65) zijn de ‘benjamins’ van dit bandje. Vai behoeft eigenlijk geen introductie. Hij was eigenlijk de enige geschikte gitarist die Fripp kon vervangen. Extreem virtuoos, maar ook een zeer sierlijk en verfijnd gitarist die zijn lange lijnen prachtig kan laten zingen en daar met zijn bewegende armen en mimiek, als een soort slangenmens, een fysieke dimensie aan toevoegt. Het mooiste voorbeeld daarvan was The Sheltering Sky waarin hij de ijle hoge tonen van Fripp onnavolgbaar reproduceerde, en daarnaast met zwevende gitaar in zijn armen het toonhoogteverloop suggereerde. Rest de vraag hoe Vai de beruchte ‘frippertronics’ zou benaderen. Dat deed hij uiterst nauwgezet, maar wel met zijn eigen smeuïge sausje er overheen, waardoor het geluid minder droog en klinisch was in vergelijking met het originele King Crimson. Zijn outfit was van alle vier het meest jaren tachtig: een stijlvolle hoed, een flitsende stropdas en een sjiek, iets te wijd pak, compleet met schoudervulling.

Danny Carey kennen de meesten als de man van het hardere werk bij Tool. Niets daarvan tijdens dit concert. Zijn spel was eigenlijk één grote ode aan het soepele spel van Bill Bruford. Hij gebruikte ook veel rototoms in zijn drumset. En natuurlijk moest de tweede set net als in 1982 beginnen met Carey achter een setje rototoms, later aangevuld met een enthousiaste Belew aan de andere kant van het setje.

Het concert opende zeer toepasselijk met vier tracks van het album “Beat”. Aan het eind van Sartori in Tangier merkte Belew droogjes op: “we dachten: laten we eerst de makkelijke songs doen”, met uitbundig gelach uit de zaal als resultaat. Daarna was het tijd voor een flink blok “Three of a Perfect Pair”. Mooi baswerk en gitaarspel in Model Man en een heerlijke gitaarchaos van Belew, in samenwerking met de drums van Carey in Dig Me. De chaos in dit nummer werd opgevolgd door een prachtig refrein met een mooie tweede stem van Levin. Industry werd gevuld met soundscapes op de gitaren van Vai en Belew, die tevens een soort sound modulator gebruikte. Mooi hoe de heren uiteindelijk allemaal op dezelfde toon uitkwamen die Levin al gedurende het hele nummer als een ostinaat speelde op de toetsen.

Larks’ Tongues in Aspic (Part III) bestond veelal uit een onnavolgbare, bijna vocale solo van Vai, waar Belew op zijn eigen manier nog een fraaie gitaarsolo aan toevoegde. Na zo veel muzikale energie en extremiteiten, ook wat betreft temperatuur, was het tijd voor een (drink)pauze.

Na ongeveer twintig minuten kwam de band terug met het drumduet van Carey en Belew, uitmondend in Waiting Man. Het gitaarspel van Vai gaf dit nummer een Afrikaanse vibe, mede door het veelvuldig gebruik van de rototoms door Carey, terwijl Belew er een geweldige gitaarsolo uitperste. Het ingetogen en lang uitgesponnen Sheltering Sky werd door Carey voorzien van subtiel drumwerk. Sleepless daarentegen werd gekenmerkt door het furieuze basspel van Levin met zijn extended fingers die daarmee zijn collega’s en het publiek op sleeptouw nam.

Daarna werd er gas teruggenomen met Frame by Frame. De nerveuze ‘frippertronics’ werden door Vai fenomenaal gespeeld met zijn ‘finger tapping’-techniek. Bij dit nummer had Belew hoorbaar moeite met de hogere tonen, terwijl Levin een fraai staaltje melodieus Stick playing ten beste gaf. In het eveneens rustige, relaxed dobberende Matte Kudasai liet Belew schitterende ijle gitaartonen horen, alsof er meeuwen door 013 vlogen.

Het bevlogen Elephant Talk blijft een heerlijk curieus nummer met die olifantgeluiden uit Belews gitaar en zijn bezeten zang. Three of a Perfect Pair kreeg in alle opzichten een schitterende uitvoering. Hetzelfde gold voor Indiscipline waarin Carey een knappe drumsolo speelde over de onverstoorbare bas van Levin. Over de georganiseerde muzikale chaos, met een ontketende Vai, strooide Belew een soort domineepreek uit, waarna het nummer én het concert plots werden afgesloten met de iconische uitroep: “I like it”. En dat deden we!

Het publiek nam daar echter geen genoegen mee en de heren kwamen na een luid en lang applaus en gefluit terug voor Red. Nadat Belew zijn respect voor Robert Fripp en Bill Bruford had betuigd via een bedankje, kondigde hij dit nummer aan als “a song from their other band”, een nummer dat King Crimson destijds in 1982 ook al tijdens het concert speelde en dat deze bezetting op het lijf geschreven lijkt. Uiteindelijk perste de band het laatste restje zweet uit de toehoorders met het opzwepende Thela Hun Ginjeet. Dit nummer was in zijn originele titel (Heat in the Jungle) wel heel erg van toepassing op deze tropische avond in Tilburg.

De band nam zichtbaar tevreden afscheid van het publiek dat in opperste verbijstering over zoveel muzikaal spelplezier en vakmanschap huiswaarts keerde. Wie had ooit verwacht deze muziek nog eens, in welke bezetting dan ook, met zoveel respect voor het origineel live te mogen aanschouwen?

Send this to a friend