
Psst, niet doorvertellen…ik ga even vloeken in de progkerk: ik vind “All the World’s a Stage” (1976) stiekem een fijnere liveplaat dan “Exit…Stage Left” (1981). Ja, ik weet ook wel dat “Exit…” progtechnisch indrukwekkender is. Gebaseerd op de ‘golden album run’ van “A Farewell to Kings” tot en met “Moving Pictures”, misschien beter qua geluidskwaliteit, met een band op de top van zijn kunnen en een vocalist die zijn stem beter onder controle heeft. Dus ik wil best toegeven dat “Exit…” het beste is wat live-Rush aan progliefhebbers in de jaren zeventig (met een staartje eighties) te bieden heeft. Maar weet u: ik was al heel lang een metalhead voor ik ook een prognerd werd. En dus heb ik altijd een zwak gehad voor het rauwe Rush uit de beginjaren, dat zeker op de eerste drie albums meer een hardrockband dan een progtrio was.
De transitie werd stevig ingezet met “2112”, het vierde en laatste album dat nog vertegenwoordigd is op deze eerste liveregistratie. Dat is meteen de tweede reden dat ik “All the World’s a Stage” zo’n warm hart toedraag: “2112” is altijd mijn favoriete Rush-album geweest. Natuurlijk vanwege de klassieke titeltrack (die hier live helaas zonder delen Discovery en Oracle gepresenteerd wordt), maar ook omdat het harde randje op die plaat zo fijn aangevuld wordt met rigoureuze stappen op het progpad. Daar is op de andere “2112”-track op dit livealbum overigens nog niet zo veel van te merken. Something for Nothing is toch vooral een heerlijke hardrocker met een krachtige gitaarriff en een sterke vocale melodie.
De rocknummers van eerdere albums doen daar niet zo gek veel voor onder. Bastille Day en Anthem zijn de openingstracks van respectievelijk “Caress of Steel” en “Fly by Night”, dus het is geen verrassing dat ze een krachtige ‘one-two punch’ vormen aan het begin van de setlist. De combinatie van Working Man en Finding My Way van het debuutalbum werkt goed als Led Zeppelinnige medley, met een Neil Peart die in de laatste paar minuten laat horen waartoe hij allemaal in staat is op de drumkit. Dat had eigenlijk wel een onsje minder gemogen. Maar vanuit progperspectief is vooral de lange versie van By-Tor and the Snow-Dog van het schromelijk ondergewaardeerde “Fly by Night”-album een hoogtepunt naast 2112.
Dit allereerste livealbum van de drie Canadezen klinkt dus overall zeker rauwer en minder gepolijst dan het geluid dat we associëren met het latere Rush. Geddy Lee vliegt vocaal geregeld nog lekker uit de bocht. Er zit een ruwe, soms wat ongecontroleerde rand aan zijn stem, als bij een jonge hond die over het algemeen goed gemutst is, maar ook flink kan blaffen, en heel misschien zelfs nog af en toe bijt. Ik houd er wel van.
“All the World’s a Stage” bevat al de potentie en ambitie richting het progmoois dat ons op de volgende vier studio-albums te wachten stond, maar met een extra dosis (milde) agressie. Daarmee is het voor mij een van de essentiële hardrock-livedocumenten uit de jaren zeventig, in staat om te wedijveren met “The Song Remains the Same” (Led Zeppelin), “Made in Japan” (Deep Purple), en “On Stage” (Rainbow). Maar het album verdient óók een plek in onze lijst van essentiële prog-livealbums uit dat decennium. Vanwege de progressieve elementen die al overduidelijk aanwezig zijn, maar zeker ook als onmiskenbare aanloop richting de echte progklassiekers die in de jaren hierna zouden volgen.