Hoi Andy, misschien herinner je het je niet meer, maar ik heb je in 2011 al eens geïnterviewd voor Progwereld. Leuk om je opnieuw te spreken, dit keer over je nieuwe album “WAS” (lees hier de recensie). Eerst maar eens: hoe gaat het met je?

Hoi Fred, bedankt dat je ernaar vraagt. Het gaat goed, al was ik 51 toen we elkaar voor het laatst spraken. Dat ben ik inmiddels niet meer. Er is in de tussentijd natuurlijk het nodige veranderd, zoals je zelf ook wel zult weten. Ik hoop dat het met jou ook goed gaat en dat je gelukkig bent. Fijn dat je nog steeds over muziek schrijft, dat vind ik een goed teken! Ik waardeer het dat je in sommige vragen onze beweegredenen kritisch onder de loep neemt. Ik hoop dan ook dat je mijn openhartige antwoorden niet verkeerd opvat!

Je nieuwe album “WAS” verschijnt in oktober. Hoe is het tot stand gekomen?

Het was een ingewikkeld proces, vooral doordat de bezetting halverwege de opnames veranderde. We zijn zo’n drie jaar geleden aan dit album begonnen. Het is ons meest ambitieuze werk tot nu toe en geen enkele plaat heeft ooit zoveel van me gevergd. Met alle problemen die we tijdens het maken tegenkwamen, had het eigenlijk op een ramp moeten uitlopen. Toch ben ik uiteindelijk tevredener over dit album dan over enige andere plaat waaraan ik heb meegewerkt.

De samenwerking met de andere muzikanten was fantastisch en meestal bijzonder creatief. Maar we hebben ook een moeilijke periode gehad. Jonas Reingold en ik beseften dat we heel verschillende dingen voor ogen hadden en niet meer op één lijn zaten. We besloten dat dit niet zijn laatste album met de band zou worden, maar het eerste met John Jowitt.

Dat betekende veel extra werk. John bracht een andere aanpak mee en we hebben de tijd genomen om de overige partijen daarop af te stemmen. Dat bleek een heel creatief en verrijkend proces. Ik ben erg blij met het resultaat.

Zoals vaker maak je het de luisteraar niet gemakkelijk. Je muziek laat zich niet zomaar doorgronden. Ook na een paar luisterbeurten heb ik er nog niet helemaal vat op. Zoek je die complexiteit bewust op of ontstaat die vanzelf?

Eerlijk gezegd zie ik het niet als de taak van The Tangent om toegankelijke muziek te maken. Mijn liefde voor progressieve rock komt vooral voort uit de muziek van Henry Cow, Van der Graaf Generator, Zappa, National Health en de echt complexe stukken van Yes. Daar haal ik nog altijd het liefst mijn inspiratie vandaan.

Daarnaast wil ik de vrijheid hebben om uit allerlei andere bronnen te putten, ook uit de muziek die is ontstaan in de vijftig à zestig jaar sinds de opkomst van de progrock. We zijn geen museum. Yes maakte het de luisteraar met The Ancient ook niet gemakkelijk, en evenmin met Sound Chaser of The Gates of Delirium. Toch zijn dat juist de stukken die me aanspreken.

Als je vraagt waarom ik het mezelf zo moeilijk maak, klinkt dat bijna als de vraag of het zakelijk wel verstandig is. Daarop kan ik alleen maar zeggen: dit is geen zakelijke beslissing. Zulke beslissingen neem ik niet. Ik maak muziek. Daarin wil ik gelaagdheid en contrast aanbrengen, verrassen, verwarren, de luisteraar op het verkeerde been zetten en uitdagen. Dat werkt alleen als je er echt de tijd voor neemt. Dit is geen muziek voor een afspeellijst. Het zijn lange stukken die aandacht vragen, en dat wordt tegenwoordig steeds zeldzamer.

Je hebt opnieuw twee lange, epische stukken geschreven. Heb je die lengte nodig om je muzikale ideeën uit te werken, of houd je gewoon van nummers waar bijna geen einde aan komt?

Mijn muzikale leven begon bij de klassieke muziek. Daar werd de lengte niet bepaald door voorgeschreven speelduur of radioprogrammering. Daarna ontdekte ik stukken als Heart of the Sunrise, A Plague of Lighthouse Keepers, Echoes, Supper’s Ready, Living in the Heart of the Beast en Karn Evil 9. Die muziek heeft me geïnspireerd, daar houd ik nog steeds van en op die weg wil ik verder.

Eerlijk gezegd begrijp ik niet waarom iedereen het zo belangrijk vindt dat er elke drie tot vijf minuten drie seconden stilte volgen en een nummer met een nieuwe titel begint. In één van onze stukken zitten meer stemmingswisselingen en meer variatie dan sommige bands in hun hele carrière laten horen. Onze nummers vertellen een verhaal, en daar is tijd voor nodig. Wie de tijd neemt om te luisteren, kan bij ons terecht. Sorry als ik sarcastisch klink, maar zo’n nummer waar volgens jou bijna geen einde aan komt, duurt ongeveer even lang als één aflevering van The Flintstones.

Ik hoor prachtige stukken, maar ook passages waaraan ik echt moet wennen. Het herkenbare geluid van The Tangent is er, naast klassieke invloeden, heel ingetogen en kwetsbare momenten, rock-’n-roll en disco. Wat wil je met die combinatie van stijlen uitdrukken?

Daarin wil ik 67 jaar aan luisteren, liefde voor muziek en inspiratie laten doorklinken. Muziek is een taal. De genres die je leert kennen, vormen de woordenschat.

Je zou zestig jaar terug kunnen gaan en King Crimson kunnen vragen waarom ze hectische jazz met fuzzgitaren en elektronische orkestratie combineerden. Waarom zetten ze rauwe klanken naast rust en breekbare melodieën, om in Moonchild bij avant-gardistische experimenten uit te komen? Die band verkende in 1968 de klanken van de wereld om zich heen. Dat doen wij nu ook. We brengen dingen samen die niet vanzelfsprekend bij elkaar passen en proberen er een geheel van te maken. Dat is wat progressieve muziek doet.

Je hebt altijd veel te vertellen, en dat is op dit album niet anders. Welke thema’s komen aan bod?

O, ik houd nooit mijn mond. Sorry! Het is een nostalgisch album, een terugblik op de wereld waarin ik sinds eind jaren vijftig heb geleefd. Soms is die nostalgie warm en roze gekleurd, soms koud en staalblauw. Het gaat over een leven met muziek: hoe ik die ontdekte en wat die voor me betekende. Maar ook over wat er in diezelfde tijd in de wereld gebeurde. Oorlogen, hongersnoden, politieke omwentelingen, racisme, seksisme. Dat hoorde er ook bij.

Het belangrijkste is dat dit album niet zozeer over mij gaat, maar over een hele generatie. Mensen zoals ik, geboren aan het einde van het stoomtijdperk. De eerste generatie progrockfans, die uiteindelijk in een wereld van kunstmatige intelligentie en nanotechnologie belandde. We belden vroeger vanuit een telefooncel naar huis; nu is via satellieten voortdurend te bepalen waar we zijn. En de komst van de eerste satellieten hebben we óók meegemaakt. We hadden zelf al kinderen voordat het woord ‘internet’ bij ons opkwam. Van Gagarin tot Artemis: de hele geschiedenis van de bemande ruimtevaart valt binnen mijn leven.

Naast alles wat we zelf hebben meegemaakt, dragen we ook de herinneringen van anderen aan de Tweede Wereldoorlog met ons mee. Die krijgen we aangereikt via nostalgie in films, televisieprogramma’s, stripboeken en computerspellen. We hebben bovendien de toekomstbeelden van anderen leren kennen. Daardoor kunnen we zelfs nostalgisch worden van een ruimteschip dat nooit is gebouwd.

In je teksten lijkt altijd een verborgen boodschap te zitten. Is dat nu ook zo?

Ja, natuurlijk. Maar als ik die verklap, is het geen geheim meer!

Er zijn dus veel teksten, maar in Not Was zit opeens een minutenlang instrumentaal gedeelte. Had je daar gewoon zin in?

Ja. Voor andere voorbeelden verwijs ik je naar Yes, Genesis, ELP, King Crimson, Spock’s Beard, Pink Floyd, Henry Cow, Caravan, Hatfield and the North, Gong, Van der Graaf Generator, Gentle Giant, The Flower Kings, Big Big Train, Porcupine Tree, The Damned en Mountain.

De rivier uit Follow the River heeft een bijzondere betekenis voor je, toch?

Absoluut. Ik heb een groot deel van mijn leven bij de Wharfe gewoond, een van de mooiste plekken hier in Yorkshire. Het is een lange rivier die door een adembenemend landschap stroomt dat hij zelf mede heeft gevormd. Ik voel me er enorm mee verbonden. Toen ik er niet meer woonde, dacht ik er elke dag aan. Uiteindelijk móést ik wel terug.

Rivieren zijn de levensaders van de aarde, en de Wharfe heeft precies mijn bloedgroep. Een rivierdal vertelt zijn eigen verhaal. Daarom schrijf ik mijn verhalen graag in het dal van de Wharfe: daar zit ik er al middenin.

Je brengt de muziek uit als dubbelalbum. Veel luisteraars vinden dat al snel te veel van het goede. Waarom heb je daar toch voor gekozen?

Hmm, daar zijn die lange nummers weer! En opnieuw het idee dat we ons zorgen zouden moeten maken omdat ‘veel mensen het niet leuk zullen vinden’. Ik wil niet onbeleefd zijn, maar misschien, heel misschien, kan het me gewoon niet schelen wat ‘veel mensen’ ervan vinden.

Wat we wél belangrijk vonden, was muziek maken voor mensen die nog steeds naar lange stukken willen luisteren. Zonder commerciële druk en zonder de angst dat je niet op de radio wordt gedraaid. Dat biedt The Tangent. Je mag gerust ‘nee, dank je’ zeggen. Dat is helemaal prima!

De tweede cd is instrumentaal. Ik hoor veel piano, blaasinstrumenten, fusion en jazz, met invloeden uit de Canterbury-scene. De sfeer is heel anders dan op de eerste cd. Het klinkt alsof je gewoon zin had om zulke muziek te maken. Hoe zijn die opnames ontstaan?

Volgens mij is ‘zin hebben om zulke muziek te maken’ een uitstekende reden om zulke muziek te maken. En ik wil nog iets toevoegen aan mijn antwoord op je vorige vraag. Eigenlijk is dit geen dubbelalbum, maar zijn het twee afzonderlijke albums in één verpakking. Ze horen bij elkaar omdat ze hetzelfde uitgangspunt hebben, al verschillen ze sterk van stijl.

Zoals ik al zei, blikken de stukken op de eerste cd terug op mijn 67 jaar op aarde en op de muziek die me in die tijd heeft geïnspireerd. Op die cd vertellen we die verhalen in de muzikale vorm die je van The Tangent kent. Op de tweede cd laten we alleen de muziek spreken. Die muziek kan, en moet, ook gevarieerder zijn, omdat we het verhaal daar zonder woorden vertellen.

Ook op “WAS” vaar je niet op de automatische piloot. Welke plaats neemt dit album in binnen je oeuvre?

Eerlijk gezegd ben ik nooit echt een liefhebber van mijn eigen muziek geweest. Het ene album vind ik beter dan het andere, en sommige wil ik nooit meer horen. Dat is geen probleem, want ik draai mijn eigen platen toch niet, ook niet als ik er tevreden over ben.

Met dit album ligt dat anders. Het maken ervan was een droom die uitkwam, maar ook een enorme persoonlijke worsteling. Ondanks alle problemen is het echt goed geworden. Het is een volbloed progressieve rockplaat: bombastisch, pretentieus, langdradig en belachelijk complex. Met de productie heb ik al mijn ambities kunnen waarmaken.

Ik verwacht niet dat mensen het een gemakkelijk album zullen vinden. Wel hoop ik dat wie nog de tijd neemt om een plaat te leren kennen, hier iets ontdekt waarvan hij misschien dacht dat hij het nooit meer zou horen. Je beeld van die automatische piloot bevalt me trouwens. Fijn dat je hoort dat we die niet hebben ingeschakeld. The Tangent heeft inmiddels heel wat albums gemaakt. De helft van het plezier zit in iets nieuws proberen en ontdekken hoe we dat in onze eigen stijl kunnen inpassen.

Je hebt weer een fantastische band om je heen, met een aantal vertrouwde gezichten. Hoe werken jullie samen? Hoeveel invloed hadden de andere bandleden op het eindresultaat?

De band is geweldig. Steve Roberts en Theo Travis nemen hun partijen hier bij mij in de studio op. Luke Machin werkt in zijn eigen studio, waar hij alle versterkers en apparatuur heeft die hij nodig heeft. Daarbij werken we vaak via internet samen. Hij heeft ook de hele eerste cd geproduceerd. John Jowitt kwam er halverwege bij en heeft zijn partijen thuis opgenomen. Ik hoop dat we bij het volgende album wat meer samen kunnen werken.

We zien elkaar misschien niet vaak, maar iedereen schrijft zijn eigen partijen. Er wordt maar heel weinig afgewezen. Gebeurt dat wel, dan is het in negen van de tien gevallen omdat een partij niet past bij wat iemand anders heeft gedaan. Meestal stond die andere bijdrage nog niet op de opname toen de betreffende partij werd ingespeeld.

Dit album klinkt totaal anders dan de oorspronkelijke versie die ik schreef. De bandleden drukken dus echt hun stempel op de muziek. Ik behandel ze niet als sessiemuzikanten; hun bijdrage is onmisbaar.

In het cd-boekje snijd je allerlei onderwerpen aan. Je schrijft over opgroeien in een generatie die zelf geen oorlog had meegemaakt, maar er alles van wist, en over het fascisme dat nu overal weer de kop opsteekt. Ook gaat het over de korte bloeiperiode van de progressieve rock, voordat de punk die verdrong, en over de grote rol die muziek, en rock-’n-roll in het bijzonder, altijd in je leven heeft gespeeld. Daarnaast stel je dat hoe iets was, of juist niet was, grotendeels afhangt van wie ernaar kijkt. Wil je daar als toegift nog wat verder op ingaan?

Ik verafschuw fascisme, uiteraard. Ik geloofde echt in de vrede, het respect en de liefde die de rock-’n-roll altijd zo nadrukkelijk uitdroeg. Ik werd verliefd op zoveel muziek uit die tijd. Ongeveer de helft daarvan was gemaakt door mensen met een andere huidskleur dan ik.

Earth, Wind & Fire, Stevie Wonder, Funkadelic, The Temptations, The Supremes en Chic vormen voor mij dan ook geen voetnoot in mijn muzikale leven. Ze liggen aan de basis van mijn liefde voor de muziek waarmee ik me omringde. Dat begint al bij Oscar Peterson en Jimmy Smith en loopt door tot Anderson Paak. Dankzij de punk leerde ik in een band spelen. Klassieke muziek was iets waarnaar ik enorm opkeek. De manier waarop Emerson en Lord die in hun muziek verwerkten, gaf me de inspiratie om de suite op “WAS” daadwerkelijk te maken.

Niets van de cultuur waarmee ik ben opgegroeid en die ik in me heb opgenomen, heeft me ooit voorgehouden dat we ‘van alle immigranten af moeten’ of dat ‘homoseksualiteit een ziekte is die genezen moet worden’. Wie van rock-’n-roll heeft genoten en vervolgens zulke ultraconservatieve ideeën is gaan aanhangen, heeft volgens mij niets begrepen van de muziek waarmee hij is opgegroeid. Misschien ligt het aan al die oorlogsfilms en televisieprogramma’s uit onze jeugd.

Ook jullie land, met zijn democratisch gekozen regering, heeft een extreemrechtse leider gehad. Er is een reële kans dat wij er in mijn land ook een krijgen. Daarom heb ik teruggekeken op mijn 67 levensjaren en een album gemaakt over hoe die tijd was, voor mij en voor mijn generatiegenoten. Ik vraag me af waarom zoveel mensen zo conservatief zijn geworden, terwijl dat conservatisme hun al zoveel heeft afgenomen.

Deze keer wilde ik zingen over de wereld zoals die WAS. Niet omdat die beter was. Maar omdat die WAS.

Dank je wel, Andy, voor je openhartige en uitgebreide antwoorden.

Jij bedankt voor je interessante en diepgaande vragen. Ik heb ze met veel plezier beantwoord en hoop dat ik niet te veel heb geschreven.

Hartelijke groeten, en laten we de volgende keer iets minder dan vijftien jaar wachten. Anders ben ik 83.