Soms weet je al voordat het gesprek begint dat het geen standaard interview gaat worden. Clare Lindley is zo iemand. Violiste, zangeres, componiste, rotsklimmer bovendien – en sinds enkele jaren een vaste waarde binnen Big Big Train (BBT). Een band die inmiddels zó’n gelaagd en herkenbaar geluid heeft ontwikkeld, dat iedere toevoeging per definitie onder een vergrootglas ligt. Dat Lindley daarin niet alleen haar plaats heeft gevonden, maar ook hoorbaar haar stempel drukt, staat buiten kijf. Toch spreekt ze daar zelf met een mengeling van nuchterheid en lichte ironie over, alsof ze zich nog steeds een beetje verbaast over hoe alles gelopen is. Een geanimeerd gesprek over de keuze voor de viool, de donkere kant van folk, de parallel tussen prog en bergbeklimmen en nog veel meer.
Lange armen, grote handen
Haar muzikale loopbaan begon niet met rock, laat staan met prog. Zoals dat bij veel Britse muzikanten van haar generatie het geval is, begon het met gesubsidieerd muziekonderwijs op school, ergens in Schotland. De keuze voor de altviool had weinig met artistieke visie te maken en alles met anatomie. “Ze keken naar mijn armen en mijn handen en zeiden: viola.”
De viola of altviool – groter, lager gestemd, rijker van klank – bleef jarenlang haar thuisbasis. Pas later, toen Lindley zich steeds meer ging verdiepen in Keltische folk, bleek dat instrument een handicap. Folk is geschreven voor violen, niet voor altviolen. “Op een altviool wordt dat een soort technische gymnastiek, terwijl de violisten zorgeloos onder in de hals blijven hangen.” De overstap naar de viool voelde uiteindelijk onvermijdelijk. Vandaag de dag speelt Lindley uitsluitend viool – ook binnen Big Big Train – al klinkt er in haar spel nog altijd iets door van dat donkere middenregister.
Folk, klassiek, Talking Heads
Wie Lindley in eerste instantie als ‘folky violiste in een progband’ bestempelt, doet haar tekort. Haar muzikale invloeden zijn breed, eclectisch en soms verrassend. “Ik ben opgegroeid in de jaren tachtig,” zegt ze, bijna verontschuldigend. “Maar er was ook ontzettend veel goede muziek toen.” Talking Heads, klassieke muziek, rock, pop – alles sijpelde binnen. En in haar twintiger jaren woonde ze samen met elektrische-gitaristen die zich verdiepten in prog en heavy rock. Het resultaat is een muzikant die zich moeiteloos beweegt tussen aardse folk en complexe rockstructuren. “Wat eruitziet als een heel folky persoon die ineens in een rockband staat,” zegt ze droog, “is eigenlijk iemand die daar prima mee uit de voeten kan.”
Waar zijn alle violen gebleven?
De viool blijft een zeldzaamheid binnen progrock. Natuurlijk zijn er uitzonderingen – UK, Kansas, Mahavishnu Orchestra, Solstice – maar het instrument heeft nooit de vanzelfsprekendheid gekregen van toetsen of saxofoon. Lindley heeft daar een eigen, inmiddels goed onderbouwde theorie over. Elektrische gitaren hebben, zo stelt ze, veel van hun expressieve kracht ontleend aan wat violen al eeuwenlang doen: sustain, feedback, harmonischen, snelle loopjes. “Misschien zijn gitaren wel een soort imitatie van wat een viool zonder versterking al kan.” In dat licht bezien is de viool geen vreemde eend in de bijt, maar eerder een vergeten oerbron. Het verklaart ook waarom violisten in prog vaak de lange melodische lijnen spelen, terwijl gitaristen het virtuoze vuurwerk verzorgen. “Een theorie,” zegt ze. “Maar wel eentje waar ik steeds meer bewijzen voor zie.”
Geen toevalstreffer
Opmerkelijk is dat Lindley zowel bij Stackridge als bij Big Big Train de opvolger werd van Rachel Hall. Toeval? Niet echt. “Zo werkt de muziekwereld,” zegt ze. “Je ziet iemand spelen, je onthoudt dat, en op een dag komt er een moment.” Dat moment kwam toen BBT voorman Greg Spawton haar ooit zag optreden. Spawton staat bekend om zijn mentale notitieblok – iets wat hij eerder ook al deed bij Alberto Bravin. Wanneer Hall vertrekt, is Lindley een logische keuze. Niet als vervanger, maar als volgende schakel. “Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik er zomaar bij kwam.”
Ruimte in overvloed
Big Big Train is een band waarin ruimte geen vanzelfsprekendheid is. Arrangementen zijn dicht, gelaagd, rijk. Toch blijkt er altijd plek voor nóg een stem, nóg een melodie. “In prog geldt niet: één melodie is genoeg,” zegt Lindley. “Het is juist: oh, daar kan nog een tegenmelodie bij.” De viool weeft zich door het geheel, soms herkenbaar, soms vervormd. Live gebruikt Lindley distortion, met als gevolg dat het publiek soms niet weet waar een solo vandaan komt. “Mensen kijken naar de gitaren. Dat vind ik prachtig.” Ze voelt zich geen decoratief element, maar een wezenlijk onderdeel van het geluid. “Anders zou het voor mij ook onbevredigend zijn.”
“Woodcut”: eindelijk
Met “Woodcut” zet Big Big Train een volgende stap: hun eerste volwaardige conceptalbum. Volgens Lindley was het vooral Spawton die daar jarenlang tegenaan had gehikt. “Een conceptalbum kan een band breken,” zegt ze. “Het is veel werk, en je wilt het goed doen.” De timing bleek juist. Met Bravin aan boord, en met een collectief schrijfproces via Dropbox, ontstond langzaam een coherente muzikale boog. Na intensieve studiosessies in de Sweetwater studios in de VS restte nog één enorme klus: teksten schrijven. In vijf weken tijd schreven Lindley en Spawton samen tien nummers. “Dat was intens,” zegt ze. “Maar ook geweldig.”
Donkere folk
Lindley’s bijdrage The Sharpest Knife valt op door zijn donkere toon. Minder pastorale nostalgie, meer dreiging. Voor haar is dat geen afwijking, maar de kern van folk. “Veel folk is extreem donker,” legt ze uit. “Moord, vergif, bovennatuurlijke elementen – het zit er allemaal in.” Dat maakt het nummer volgens haar juist geschikt voor rock. “Er moet iets wringen. Een beetje onbehagen.”
Nick Fletcher
De samenwerking met gitarist Nick Fletcher op zijn meest recente album, “The Mask of Sanity”, was behoorlijk verrassend en intrigerend. Fletcher nam blijkbaar gewoon contact op, als Facebookvriend, en zei: “Ik zou het heel leuk vinden als je op dit album meespeelt’. “Hij had al het materiaal geschreven of was het aan het afronden. De vioolpartijen waren dus al geschreven. Ik moest er dus een beetje mee aan de slag in mijn thuisstudio. Bijna als een sessiemuzikant.” Het was een behoorlijke uitdaging voor Lindley, anders dan anders. En zeker niet binnen het genre dat ze normaal gesproken op viool speelt. Fletcher speelt een vrij complexe vorm van jazzrock, fusion. Dat was moeilijk en heel veel werk
Klimmen en muziek
Buiten de muziek is Lindley een fanatiek rotsklimmer. In Zuid-Wales en Cornwall, maar ook in Noorwegen, Frankrijk en Spanje. Klimmen is voor haar meer dan fysieke inspanning; het is mentale training. “Het leert je om die stem in je hoofd het zwijgen op te leggen.” Die stem die zegt dat iets te moeilijk is. Dat je het beter niet kunt proberen. Muzikaal gezien herkent ze dat mechanisme onmiddellijk. “Je moet durven committen. Ook als je kunt falen.” Een vaardigheid, zegt ze, die haar leven heeft veranderd.
Epiloog
Hoe “Woodcut” live tot leven komt, blijft nog even in nevelen gehuld. De wens voor een integrale vertolking is er, de mogelijkheden ook. Wat vaststaat: Big Big Train heeft met Clare Lindley niet alleen een violiste binnengehaald, maar een muzikant die durft te snijden, te schuren en te zingen. Precies zoals prog bedoeld is.
Foto’s: Cecile Lopes en Arie van Hemert
Voor de recensie van het Big Big Train album “Woodcut” klik HIER.





