
“Woodcut” is het eerste officiële conceptalbum en zestiende studio album van het van oorsprong Britse Big Big Train (BBT). De band heeft al eerder complete albums rond een bepaald thema opgenomen (“Grand Tour”, “Common Ground”) maar dit is het eerst album met een verhaal dat door het volledige werk heen loopt. Het idee leefde al langer binnen de band om een volledig geïntegreerd conceptalbum op te nemen. De inspiratie daarvoor kwam van een bezoek aan het Edvard Munch museum in Oslo, Noorwegen tijdens een tournee van de band. Munch is wereldwijd bekend door zijn schilderij De Schreeuw, maar was ook een volleerd houtbewerker. De hoofdpersoon in het verhaal is een gedesillusioneerde en getormenteerde houtsnijkunstenaar die een laatste poging doet om dat ultieme, ongrijpbare meesterwerk te snijden uit een stuk hout. Hij slaagt en wordt als het ware opgezogen in een illusionaire wereld waaruit het moeilijk ontsnappen is.
Over die reis en terug gaat “Woodcut”. Het idee van de houtsnede, zwart/wit, negatief/positief en het zich niet kunnen veroorloven van een fout, was de trigger, naast de sterke titel. Oprichter Gregorgy Spawton en zanger Alberto Bravin pitchten het idee en de rest van de band was vrij snel om. Alle bandleden hadden een aandeel in het componeren van de stukken muziek die uiteindelijk op het album verschenen. Alberto Bravin had de eervolle maar moeilijke taak om van al die individuele, losse stukken muziek één geheel te maken van circa een uur. Die eerste ruwe schets werd daarna door diverse bewerkingen gevolgd, een min of meer natuurlijke evolutie volgens Bravin en Spawton. Het zware werk leverde Bravin de officiële titel van producer op, ere wie ere toekomt. De teksten komen voor een groot deel van het duo Clare Lindley en Greg Spawton maar ook Nick d’Virgilio heeft bijdragen geleverd, net als Bravin zelf.
Het hoesontwerp is ook veranderd, niet meer de typische Sarah Ewing afbeelding, maar een zwart–witte afdruk van een houtsnede. Speciaal vervaardigd door een lokale kunstenaar uit Dorset, Robin Mackenzie, een uniek kunstobject van een echte houtsnede. Ook de video’s dragen bij aan het totale concept, evenals de speciale website met een digitale houtbewerkingshop. De donker/licht tegenstelling komt steeds terug: in de muziek, de teksten, het hoesontwerp. De opnames tijdens de tour in de VS bleken een moeizaam proces, maar de gezamenlijke inspanning trok de band er doorheen. Uiteindelijk uitmondend in zestien nummers en 66 minuten gepassioneerde progrock van hoge kwaliteit.
“Woodcut” start met Inkwell Black, een kort klassiek aandoend instrumentaal intro met klarinet en cello. The Artist is het eerste echte openingsnummer en direct ook het langste met ruim zeven minuten, BBT drukt direct zijn stempel. Het nummer loopt naadloos over in The Lie of the Land waarin thema’s van The Artist terugkeren. The Sharpest Blade is een donker progfolknummer van de hand van Clare Lindley die ook de solozang voor haar rekening neemt. Albion Press is daarentegen een meer traditioneel BBT nummer met trompet, viool en vocale harmonieën en loopt over in Arcadia, een fragiele schoonheid in de trend van Curator of Butterflies. In Second Press wordt het thema uit The Sharpest Knife herhaalt. Dan volgt een enigszins atypisch nummer, Warp and Weft, met kenmerkende canon zang en mooie soli van zowel Holldorff als Sjöblom.
Even ademhalen met Chimaera en zijn akoestische intro met meerstemmige vocalen en Mellotronbegeleiding. Dat laatste instrument bepaalt ook de sfeer in het melancholieke Dead Point. Van dit donkere nummer naar het licht van Light Without Heat, het daaropvolgende Dreams in Black and White bevat een van Rikard Sjöblom’s mooiste gitaarsolo’s. Het eerste van twee opeenvolgende instrumentale nummers is het snelle Cut and Run met een hoofdrol voor Nick d’Virgilio’s drums en Oskar Holldorffs toetsen, gevolgd door Hawthorn White met breekbare pianoklanken en viool. Een van mijn persoonlijke favorieten is zonder meer Counting Stars, een hoopvol nummer met euforische ondertonen. De houtbewerker is terug in zijn eigen felgekleurde wereld en heeft vrede gevonden. Waarna slotnummer Last Stand het nog eens dunnetjes overdoet: de reis is ten einde.
Het is uiteindelijk een donker, intens en intrigerend album geworden, waar ook hoop, emotie en liefde belangrijke elementen zijn. Zelfs een enkele metalachtige invloed wordt niet geschuwd. Er zijn diverse sterke riffs en meeslepende thema’s, de muziek is soms zwaarmoedig en dreigend van aard. Dit album is niet direct wat ik had verwacht, de luisteraar wordt met enige regelmaat op het verkeerde been gezet, hoewel de kenmerkende BBT songstructuur duidelijk aanwezig is. Het kostte me uiteindelijk ruim een dozijn aan beluisteringen maar gaandeweg groeide het album en dat proces is nog steeds gaande.
De afwezigheid van het BBT blazersensemble, nu gereduceerd tot de trompet van Paul Mitchell, geassisteerd door toetsen, doet zich voelen. Het klinkt wat dunnetjes, minder warm vooral. Maar er valt ook weer veel te genieten: zo is daar een sterke en soms zelfs leidende rol voor toetsenist Oskar Holldorff, uitstekend sologitaarwerk van Rikard Sjöblom en een vocale solospot voor iedereen. Dit is absoluut een groepsinspanning, er zijn prachtige melodieën en harmonieën te beluisteren. Het ‘donker versus licht’ uit zich ook in diverse sterke nummers waarbij The Artist, The Sharpest Knife en Cut and Run de eerste categorie vertegenwoordigen en Chimaera, Light Without Heat, Counting Stars en The Last Stand de laatste. In overeenstemming met de traditie van een conceptalbum hoor je ook de thema’s meerdere keren terug, soms in een andere toonsoort of tempo. Ook zijn er verwijzingen naar eerdere song- en albumtitels (“Flare on the Lens”, Beneath the Masts) te beluisteren. De vergelijking met bijvoorbeeld Neal Morse/Transatlantic (“The Whirlwind”) komt af en toe om de hoek kijken. Het laatste deel van het album vormt als het ware een suite die zelfs aan The Gates of Delirium (“Relayer”,Yes) herinnert. Dat zijn nogal gedurfde vergelijkingen, ik realiseer me dat terdege. Maar ik durf het wel aan. Het kostte zoals gezegd enige moeite om tot die conclusie te komen, maar de muziek blijft maar groeien.
‘This could be a masterpiece’ zegt de hoofdpersoon in het nummer Albion Press, dat zou zomaar eens van toepassing kunnen zijn op “Woodcut”.
Voor het interview met violiste/zangeres Clare Lindley klik HIER.
Cd:
Lp: