Als ik in voorbereiding op het interview met Teramaze weer eens zit te klooien met de tijdsverschillen tussen Nederland en Australië (wie heeft ooit verzonnen dat zomertijd een goed plan is?), hoor ik op het laatste moment van de promotor dat niet bandleider Dean Wells aansluit, maar zanger Nathan Peachey. Dikke prima, want we hadden Wells nog vrij recent gesproken rond de release van “Eli”. Even schakelen qua onderwerpen en vragen, maar Progwereld is natuurlijk niet voor één gat te vangen. Er ontvouwt zich een geanimeerd gesprek met een enthousiaste artiest.

Hi Nathan, ik probeer even in te schatten welke van de vragen die ik had voorbereid ook door jou te beantwoorden zijn. Misschien kan je me helpen door uit te leggen hoe je binnen de band samenwerkt met Dean, los van jouw positie als zanger natuurlijk.

Nou, als het om onze muziek gaat, vormen de teksten een groot onderdeel van wat ik doe. Dean heeft de neiging om bij zijn vocale melodieën wat te mompelen, en ik ben er heel bedreven in geworden om zijn gemompel te ontcijferen, haha. Als ik zelf melodieën schrijf, moet ik ze opschrijven en er een soort verhaal van maken, zodat de melodie voor mij betekenis krijgt. Maar daar moet ik heel alert bij zijn. Dean is een erg productieve songwriter, dus als ik niet snel genoeg ben, heeft hij al een vocale melodie geschreven. Het is een beetje een wedstrijd tussen ons, wat het ook leuk houdt.

De competitie voor de zanglijnen lijk jij in elk geval gewonnen te hebben op dit album. Volgens mij neem jij op “The Silent Architect” (lees hier onze recensie) verreweg de meeste leadzang voor je rekening.

Ja, er is absoluut een groot verschil met het “The Harmony Machine” (het voorgaande Teramaze-album uit 2025, RP). Ik zing deze keer veel meer. Maar Dean zingt wel een flinke partij op slottrack Left in the Fire. Dat afsluitende refrein met de akoestische gitaar past gewoon veel beter bij zijn stem; die donkere, beetje sombere Britpop-vibe, een beetje in de stijl van Radiohead. Daarom draait het steeds bij Teramaze: wat heeft het nummer nodig? De song komt altijd op de eerste plaats.

Het blijft soms lastig te onderscheiden wie nu eigenlijk wat zingt.

Ha, we hebben inderdaad wel vergelijkbare stemmen. Eigenlijk zijn mijn moeder en vriendin de enigen die het altijd meteen horen. Mijn oma hoort het verschil soms niet eens. Ik kreeg allemaal complimenten over een stuk van Dean. Ik heb haar natuurlijk niet gecorrigeerd en alle eer opgeëist, haha.

Een beetje een standaardvraag bij een nieuw album, maar hoe verhoudt “The Silent Architect” zich tot jullie eerdere werk?

Het omvat eigenlijk alles wat we graag doen. Iemand (kennelijk onze college Metal Mike, hoofdredacteur van Aardschok, RP) noemde het een ‘best-of’-album, maar dan met volledig nieuwe nummers. Het is gewoon goed in balans. Het heeft wel degelijk prog: vrijwel de helft van het album bestaat uit mini prog-epics, waarbij Left in the Fire zelfs ruim boven de tien minuten klokt. We hebben een aantal compacte rockers. En volgens mij is het ook de eerste keer dat Teramaze drie rustigere, balladachtige tracks op een album heeft gezet. Dit album is in die zin een beetje ons CV: als iemand wil weten wie Teramaze is, dan is dit waar je moet beginnen. Het geeft perfect weer wie we op dit moment zijn.

Tweede single Mr. Crazy voelt voor mij juist als een buitenbeentje in jullie repertoire. Wat agressiever en smeriger, meer met een hardrock- dan een progvibe.

Dat is het eerste Teramaze-nummer dat ik heb gearrangeerd. Het was een riff waarvan Dean niet eens wist of hij hem wel wilde gebruiken. Hij was al bijna in de prullenbak beland, maar hij wilde toch even checken of ik er misschien iets mee kon doen. En ik vond het geweldig om mee aan de slag te gaan, stukjes verplaatsen en door elkaar husselen. En het resultaat beviel Dean zowaar. Ik was zelf helemaal enthousiast over de demo-zang. Ik heb geëxperimenteerd met allerlei gekke ideeën. De riff deed me enorm denken aan Skid Row, dus ik ging helemaal los in die jaren tachtig hardrock/glamrock-stijl. Ik moest er gewoon zoveel mogelijk Sebastian Bach in stoppen. Het is een van onze favoriete nummers om te spelen. Toen we het vorige maand voor het eerst live speelden, voelde het heel vanzelfsprekend, alsof het al jaren in onze setlist zit.

Het getuigt in elk geval van zelfvertrouwen om een nummer van bijna negen minuten als eerste single te lanceren, al voelt The Invisible Countdown veel korter.

Ja toch? Mijn favoriete Dream Theater-nummer is The Count of Tuscany. Bijna twintig minuten, maar het voelt aan als vijf minuten. Je wordt meegenomen op een reis, en je had het niet eens door. The Invisible Countdown was in eerste instantie niet onze favoriete track, maar hij bleef maar groeien. Toen we de eindproductie in gingen, waren we helemaal in de ban van het nummer. En toen we het begonnen te repeteren, voelde het eerlijk gezegd magisch. Dean en ik houden van popmelodieën. Dat hoor je terug in de epische nummers, en zeker ook in het pakkende refrein van deze track. Het is misschien wel ons favoriete nummer, dus het móést de eerste single zijn, ongeacht de lengte.

Waar komt dat gevoel voor pop vandaan?

Oh man, er stond vroeger in huis bijna altijd popmuziek op, dus daar ben ik zeker door beïnvloed. Ik haalde veel inspiratie uit artiesten als Michael Jackson en Stevie Wonder, en mijn moeder luisterde veel naar Tracy Chapman. Ik denk dat Dream Theater mijn eerste prog-invloed was, en van daaruit is het verder gegroeid. Tijdens mijn middelbare schooltijd raakte ik helemaal verslingerd aan melodieuze progmetal, bands als Symphony X, Vanden Plas en Darkwater. Pas later ben ik die oude garde van pop-songwriters weer meer gaan waarderen. Mannen als Christopher Cross, zelfs de Bee Gees. Absoluut geweldige songwriters.

Hebben jullie niet ook een Phil Collins-cover opgenomen met Teramaze?

Jazeker! Easy Lover, van Phil Collins en Philip Bailey (van Earth, Wind and Fire, RP). Ik ben dol op Phil Collins, ook weer zo’n fantastische songwriter van wie ik pas later ben gaan houden.

Wordt het componeren moeilijker als je die popinvloeden een plekje wilt geven binnen de progmetal?

Absoluut, want onze muziek moet complex én toegankelijk tegelijk zijn. We besteden ook veel meer tijd aan de popnummers dan aan de meer traditionele prognummers. Ik denk dat veel mensen ons minder serieus nemen als progmetalband, omdat we zoveel popmelodieën in onze muziek hebben. Maar dat is helemaal niet gemakkelijk. Met al die maatsoorten en akkoordwisselingen kun je vaak alleen een bepaalde melodie kwijt, dus het is veel meer puzzelen, passen en meten om het logisch te laten klinken. Ik daag elke progband uit om een beter popnummer te schrijven dan wij, want dat is niet makkelijk.

Ik denk dat je me zojuist de kop boven het interview gegeven hebt.

Haha, precies: ik wil een progband popmuziek horen maken! Schilder een meesterwerk voor me!

Ik begreep dat het album in brede zin een bijbels thema heeft, gebaseerd op het bekende verhaal van Adam en Eva.

Het is geen heel strak godsdienstig concept, meer een moreel debat over een universeel thema. Al die stappen in de menselijke geschiedenis vanaf het begin tot waar we nu zijn: door wie of wat worden we beheerst? Welke rol spelen onze gedachten en gevoelens daarin? We vonden de zondeval in de Hof van Eden een interessant uitgangspunt daarvoor. Het idee van “The Silent Architect” is al meteen onderwerp van discussie: is hij Satan of God? Wie bepaalt hoe we handelen? Maar nogmaals, we proberen geen religieuze boodschap over te brengen. We zaten allemaal in een moeilijke periode met duisternis in ons leven, en we wilden een verhaal vertellen dat ons hielp dat te begrijpen en ermee om te gaan.

Het thema leent zich in elk geval voor een theatrale aanpak met veel geluidsfragmenten en samples. Wat hoor ik nou precies aan het begin van het album?

Da’s natuurlijk de tuin, de Hof van Eden, en de slang die in je oor fluistert. En vlak voordat de riff losbarst, hoor je het geluid van de eerste hap in de appel: het proeven van de verboden vrucht.

Op basis van jullie social media heb ik het idee dat je ook los van de muziek vrij actief bent voor de band.

Zeker, we doen van alles naast de muziek en achter de schermen. Fotoshoots, video’s, merchandising, verzending, noem maar op. We doen alles zelf, dus eigenlijk zijn we naast een band vooral ook een bedrijf. We zitten momenteel tot onze knieën in de pakketten met cd’s en T-shirts.

Dat klinkt als een behoorlijk lastige combinatie.

De hele muziekindustrie is lastig! Het is moeilijk om mensen te vinden die je kunt vertrouwen, die het beste met de band voorhebben, en bij wie we ons op ons gemak voelen. Daarom zoeken we ook zo veel mogelijk rechtstreeks contact met de fans. We hebben aanbiedingen van platenlabels en touraanbiedingen van grotere bands afgeslagen, omdat ze wilden dat we ervoor betaalden. Als het om dat soort zaken gaat, zijn we heel erg ‘anti-establishment’. Wij staan pal achter onze overtuigingen. De sector heeft volgens mij hier en daar wel wat verbetering nodig.

Maakt dat het nog moeilijker voor jullie om in Europa te komen toeren?

Oh, absoluut. We zijn nu aan het kijken naar een kleine tournee als hoofdact, waarbij we zelfstandig door Europa trekken. We moeten alleen nog de details uitwerken en natuurlijk mensen erbij betrekken die we echt vertrouwen. De organisatie van de tour en het vinden van goede mensen achter de schermen is een lastige klus, maar ik heb er vertrouwen in dat het rond komt.

Nathan is een gezellige babbelaar, dus we praten nog verder over het complexe plot van bandklassiekers “Her Halo” (2015) en “Sorella Minore” (2021), en zijn favoriete Australische album aller tijden. Dat blijkt Silverchair’s “Diorama” uit 2002 te zijn. Die had ik niet aan zien komen, maar Nathan houdt vol dat dit gewoon een progalbum is. We concluderen dat dat misschien wel een leuk idee is voor een rubriek op Progwereld: platen uit andere genres die stiekem eigenlijk hartstikke prog(ressief) zijn…