De begindagen en de Haagse scene

Jullie begonnen vijftig jaar geleden in Den Haag. Hoe kwamen jullie bij elkaar? Herinneren jullie je de Haagse muziekscene uit die tijd? Progressieve/symfonische rock in een stad die toen vooral bekendstond om de beat- en hardrock.

Ja, dat was eigenlijk een omslag, want je had voornamelijk rock-‘n-roll natuurlijk. Daarna kwam de periode met bands die popmuziek en beatmuziek speelden. Toen kwamen er ineens groepen als Yes en Genesis. Ik was net gestopt met de band Rockin Martin (Tom van der Meulen, HR) toen ik door Kees Bik gevraagd werd om in zijn band Hemorrhoid te komen drummen. Dat was een punkgroep. De bandnaam betekent trouwens aambei…

Een paar maanden later kwam gitarist Ronald Brautigam. Die bracht zijn invloeden mee, zoals Genesis. Ronald kwam toen met zijn schoolkameraad Albert de Keijzer. Die speelde basgitaar, een Rickenbacker. Hij zat samen met Ronald in een bandje dat covers speelde, maar ook neigde naar Yes en Pink Floyd. Klonk best wel symfonisch. Als zanger hadden we Kees Bik. Toen Maarten Mens, toetsenist van het eerste uur, wegging zochten we een nieuwe toetsenist. Albert werkte in die tijd bij de bekende muziekhandel Servaes in Den Haag en wist toen iemand die iedere zaterdag in de winkel stukken zat te spelen van Rick Wakeman en Focus. Dat was dus Michel van Wassem.

Welke leeftijd we hadden? Ik denk zo tegen de twintig jaar. Tom was met 28 jaar de oudste. In die tijd, eind jaren zeventig, was er dus al symfonische rock, en dat paste prima naast die andere groepen. We zijn ergens in 1975 bij elkaar gekomen, maar zijn in 1976 voor het eerst echt aan repertoire gaan werken. Met de opkomst van de punk werd symfonische rock minder populair, dus werd het lastig. Een hit componeren was al helemaal moeilijk. Toch waren we behoorlijk onderscheidend, wat bleek uit een groot krantenartikel waarin stond: “Plackband zet zich af tegen de eenheidsworst”.

In die tijd deden we ongeveer veertig optredens in een jaar, en daar kwam best veel publiek op af. Dat was het clubcircuit, en het zat soms echt vol. Uiteindelijk hebben we ons toch wel staande gehouden.

Voor diegenen die het niet weten: hoe ontstond de bandnaam Plackband?

We kwamen op deze bandnaam omdat we heel vaak ducttape gebruikten om kabels weg te werken en apparatuur vast te zetten, met plakband dus. We plakten er een C tussen, dat vond iedereen gewoon grappig. Nog grappiger was dat er een band was die Plakband heette. Omdat wij al wat langer bestonden, hebben wij onze naam gehouden.

Het is al vaak gezegd en geschreven: de geuzennaam “Haagse Genesis”. Was die vergelijking destijds een zegen die deuren opende, of legde het juist een enorme druk op jullie om aan dat niveau te voldoen?

We vonden het aan de ene kant niet leuk, want we maakten eigen nummers. Aan de andere kant waren we apetrots, want het is een eer wanneer je met Genesis vergeleken wordt. We vonden het leuk en gebruikten het zelf ook, al kunnen mensen het arrogant vinden. Voor de duidelijkheid; wij hebben het niet bedacht. Dat was een van onze belangrijkste fans Erik Neuteboom.

Waren we uit het buitenland gekomen, dan waren we veel bekender geweest. Maar goed, we hebben het niet slecht gedaan. We hadden een complete lichtshow en uit Engeland hadden we de nodige apparatuur gehaald. We vonden ons best wel professioneel. In de krant stond nog eens een artikel dat we een lichtinstallatie hadden zoals Led Zeppelin. Allemaal verhalen.

Het mysterie van het album en de reünies

Ondanks jullie livereputatie duurde het tot 2002 voordat jullie met “After the Battle” het eerste echte studioalbum uitbrachten. Waarom is dat in de hoogtijdagen van de jaren zeventig/tachtig nooit gelukt?

Wanneer je in die tijd een album wilde uitbrengen, moest je een platencontract hebben. Daar zijn we best mee bezig geweest en we waren overtuigd dat dit zou lukken. We hadden toen een manager die wat invloed had in Den Haag en Hilversum. Die had contact met Ruud van Dulkenraad en die kende weer Freddy Haayen in Hilversum. Wij met z’n allen naar Hilversum in een dure auto en een tape die we van tevoren hadden opgenomen. Voordat we naar binnen liepen, wilden we het bandje nog even in de auto afspelen. Bleek dat er niets op stond. Helemaal niks. Komen we bij die platenmaatschappij met niks. Waren we nachten bezig geweest.

Nadat we als groep gestopt waren, zijn we vanaf 1981 bezig geweest met wat andere zangers, waaronder Martin Scheffer van Taurus. We hadden ook een cover van het Beatles-nummer Strawberry Fields Forever. Het was een symfonische versie waarmee we hoopten een platencontract te krijgen. Toen zei die platenmaatschappij: “we willen jullie een platencontract geven, maar dan onder de naam van Martin Scheffer”. En dan mag Plackband op de achterkant, want zo ging dat in die tijd. Dat hebben we dus niet gedaan.

We hebben een paar keer de kans gehad, maar het is niet gelukt. Nadat we ergens in 1999 weer actief werden, hadden we een in 2000 een reünie in de Boerderij in Zoetermeer. Toen hebben we besloten om het in eigen beheer te doen, want dat kon natuurlijk in die tijd. We hebben toen alle oude en nieuwe nummers opgenomen in de Holland Spoor Studio. Toen is dus het album “After the Battle” uitgekomen.

Daarna kwam het album “The Lost Tapes”.

Na “After the Battle” wilden we wat meer uitbrengen, maar we hadden op dat moment geen nieuwe nummers. We vroegen ons af wat we konden doen. Toen vonden we op zolder een oude Revox-tape met opnames uit De Paap uit het jaar 1981. Een volledig optreden, wat goed opgenomen was en waar we weinig aan hoefden te verbeteren. We hebben het ruw op cd gezet en zijn daar nog steeds heel erg trots op. De titel spreekt voor zichzelf: de zoekgeraakte opnames.

Rond 2008 ging een aantal leden verder onder de naam PBII. Wat was de belangrijkste muzikale of conceptuele reden om destijds die nieuwe weg in te slaan in plaats van door te gaan als Plackband?

Na een tijdje vroegen veel mensen zich af wanneer we nieuwe nummers gingen maken. Daarna is Plackband eigenlijk PBII geworden. We wilden nieuwe nummers maken, maar niet met de zang van Kees Bik. Hij was in de jaren zeventig en tachtig uniek, maar hij is daarna iets minder gaan zingen. We zeiden toen dat wanneer we nieuwe nummers zouden uitbrengen, we voor het beste wilden gaan. Toen zijn we op zoek gegaan naar een andere zanger en dat werd in eerste instantie Karel Messemaker.

Helaas werd Karel ziek en toen heeft Koos (Sekreve. HR) hem in 2005 voor één jaar vervangen. Toen Karel terugkwam, was hij niet goed meer bij stem. In een recensie stond toen dat Plackband wel heel stoffig is geworden. Dat begrepen we, want het waren altijd alleen maar die oude nummers.

We speelden in Engeland bij de Classic Rock Society in het voorprogramma van de nieuwe band Frost*. Die stijl inspireerde ons direct: fris, met toetsenpartijen zoals Tony Banks. Echt symfonisch met vroege Genesis-invloeden. Toen Karel stopte, zeiden we dat we voornamelijk instrumentale muziek gingen maken. Die paar vocale nummers kunnen gedaan worden door Michel. Het resultaat was zo anders, met ook een andere basgitarist (Harry den Hartog, HR), dat we besloten verder te gaan als PBII, dat staat voor Plackband 2.

Over PBII gesproken, bestaat die band nog?

Je kunt zeggen dat PBII in de koelkast staat. Want wat is bestaan en wat is niet bestaan? Plackband bestond ook niet meer toen we PBII gingen heten. Maar uiteindelijk is Plackband teruggekomen en dat was toch de basis. Daar kan je ook Rebels of 69 bij zetten. Weet je, het maakt eigenlijk niet uit. We gaan gewoon muziek maken en dat doen we gewoon nu onder de naam Plackband. Het zou zomaar kunnen zijn dat we in de toekomst wel nummers van PBII gaan spelen, maar dan als Plackband.

Het geluid en het muzikantschap

Hoe is de wisselwerking tussen de gitaarpartijen van Ronald Brautigam en de toetsen van Michel van Wassem na al die jaren van samenspelen? Is deze veranderd of juist hetzelfde gebleven?

We voelen elkaar wel goed aan. En in het schrijven van nummers hebben we natuurlijk ook een hele ontwikkeling doorgemaakt, zoals met “Plastic Soup” en “1000 Wishes”. Met name door “1000 Wishes” is het gegroeid. We hebben allebei een studio thuis, dus we wisselen ook bestanden uit. We sturen elkaar over en weer stukken en vullen aan waar dat nodig is. Vroeger was het wel dat we vaker bij elkaar in de studio zaten. Dat was gewoon door het enthousiasme. Dan ging je gewoon zitten pielen en klooien en dan kwam er een nummer uit.

Je vraag is wel intrigerend. Hoe componeer je nu nummers? Hoe ontstaan nummers? Als je dan teruggaat naar de jaren zeventig: toen waren er geen home studios. Toen zaten we in de oefenruimte en zei iemand: ik heb een idee.

Met “1000 Wishes” zijn we gaan samenwerken met een jeugdorkest. Dat was het Hofstad Jeugdorkest. En we zijn het theater ingegaan. We hadden toen ook de technische mogelijkheden om een compleet orkest uit je synthesizer te krijgen. Dat inspireerde gigantisch met het schrijven van de nummers toen. Toen rolde het er gewoon uit. Het was trouwens de wens om ooit eens een keer met een orkest te spelen.

Koos Sekrève heeft sinds 2024 de microfoon overgenomen. Hoe groot was deze uitdaging en is/was dit van invloed op de oude nummers, zeg maar de klassiekers?

Ik was er al een korte periode bij, als vervanger van Kees Bik. Omdat het na de op handen zijnde reünie niet lukte, kwamen ze bij mij terecht. Het ging eigenlijk een beetje vanzelf. Het bleek gewoon te kloppen en het klikte tussen ons. Het was best wel spannend toen we nieuwe nummers gingen schrijven. Dat hadden we nog niet eerder gedaan met zangers, maar het ging eigenlijk heel erg goed.

De oudere nummers kende ik natuurlijk al, al was ik ze behoorlijk kwijtgeraakt. Je weet hoe die andere jongens werken, dat scheelt dus.

Over naar Philip Platt: wanneer ben jij erbij gevraagd, of gekomen? Hoe is dat eigenlijk gegaan?

Dat was ten tijde van PBII tijdens de coronapandemie, of eigenlijk net daarvoor. Ze wilden “1000 Wishes” in zijn totaliteit nog een keer spelen met een andere acteur, die hadden ze al benaderd. Dat was Ernst Daniël Smid. Met een kleiner podium met minder strijkers. Toen gooide corona roet in het eten en zaten we allemaal thuis en konden niet optreden. We mochten ook niet meer oefenen.

(Ronald interrumpeert, HR:) In die periode waren we een beetje klaar met dat hele symfonische gebeuren: ik ga lekker een rock-‘n-roll- en popnummers schrijven. Ook Ruud Slakhorst (toenmalige zanger PBII, HR) vond het hartstikke leuk. De anderen vonden het ook leuk, behalve Alex van Elswijk, onze bassist. Die ging er toen uit.

Toen zei Ruud dat hij een bassist kende waar hij vroeger mee speelde. Dat was ik. Dat was ergens in 2020. Hij stuurde wat demo’s op waar ik mee aan de slag ging. Vanaf dat moment speelde ik dus in deze band, al was dat dus Rebels of 69. En nu dus Plackband.

Recent werk en de toekomst

Jullie hebben gewerkt aan nieuw materiaal, waaronder het concept rondom het mysterieuze Haagse verhaal van Blonde Dolly. Wat trok jullie aan in dit specifieke stukje Haagse geschiedenis?

We gingen nadenken over het schrijven van nieuwe nummers. We hadden best wel wat ideeën en één nummer dat nog nooit op een album was gekomen. Dat is Blue Flashes in the Red Light District. Een lang nummer, episch. We zeiden: “Als we dat nummer nu eens als basis voor het nieuwe album nemen?” Het gaat over de rosse buurt in Den Haag en over een prostituee die vermoord wordt. Wanneer je gaat zoeken, kom je terecht bij Blonde Dolly.

We moesten er wel even over nadenken of dit een goed thema was. Hoe meer we erover nadachten, hoe gaver we het vonden. Als Haagse band met zo’n Haags verhaal… Ik (Ronald, HR) ben er verder ingedoken, boeken gaan lezen en wat onderzoek gedaan. Toen bleek dat het nooit opgelost is. Een moord die in de doofpot terechtkwam, zeg maar. Het verhaal ging de rondte dat er zelfs politici bij betrokken waren, en de KGB. Wie heeft haar vermoord? Iedereen kan het gedaan hebben. Een geweldig verhaal. We weten nog steeds niet wie het gedaan heeft. Daar komt nog bij dat elk jaar een bloemetje op haar graf wordt gelegd. Heel mysterieus. Hagenees Sjaak Bral heeft een theatervoorstelling gemaakt over haar. Hij heeft ons enorm geholpen met het verzamelen van informatie, artikelen en foto’s.

Met de release van jullie nieuwe album vieren jullie het vijftigjarig jubileum van de band. Licht eens wat tipjes van de sluier op over dit album.

Het album heet “Sebilla”, dat is de werkelijke naam van Blonde Dolly. Het album wordt op 15 november 2026 officieel gepresenteerd in Poppodium Boerderij in Zoetermeer. Een tipje van de sluier? Het is een dubbelalbum. Er zit een bonus-cd bij met werk opgenomen in de oefenruimte in de periode 1978-1979. We Have the Sun, of eigenlijk We Have the Fun is in 2026 opgenomen. Dat is overkoepelend voor al die oude nummers die erop staan. Op de andere cd staan de nieuwe nummers, met als concept het verhaal over Sebilla Niemans, alias Blonde Dolly. Zo is het een dubbele boodschap. Van dat album hebben we het nummer We Have the Sun als single uitgebracht, het symboliseert die 50 vijftig jaar.

Wat nog leuk is om te noemen is dat we Heidi-Jo Hines hebben gevraagd om mee te werken. Zij heeft een rol op “Sebilla” en doet de ‘voice-over’ op het openingsnummer.

Als jullie “Sebilla” vergelijken met het vroege materiaal uit de jaren zeventig, waarin horen we dan de grootste verandering van Plackband?

Muzikaal is het deels wat we vroeger maakten en speelden. Deels is het ook weer nieuw, zeg maar een evolutie van ons geluid. Voor ons is het lastig om te beoordelen; dat moeten de luisteraars zelf maar doen. Het is wel Plackband 2026.

Vertel eens wat meer over de video bij single We Have the Sun, en het opnemen daarvan.

De vrolijkheid spat ervan af. Het was eigenlijk toeval en heeft ook te maken met de LED-wall die we met behulp van crowdfunding konden financieren. Daarmee hadden we het benodigde bedrag binnen vier dagen bij elkaar. Dat was echt bizar. Het grootste gedeelte komt van onze achterban en laat zien dat we nog steeds een grote fanbase hebben.

We wilden als basis onze geschiedenis op die LED-wall tonen. Toen ontstond ook het idee om een videoclip van dat nummer te maken. Met behulp van AI laten we daarin oude foto’s opnieuw tot leven komen. Je kunt het op 15 november allemaal zien.

Ooit stoppen jullie. Wat laten jullie dan na, en hoe zien jullie je opvolging?

(Er valt een korte stilte, HR.) Dat is een goede vraag… Grappig dat je dit vraagt, de legacy. Ja, ik (Ronald, HR) vind dat moeilijk te beantwoorden, eigenlijk omdat we er ook helemaal niet bij stilstaan om te stoppen. Maar je hebt gelijk: het leven is niet oneindig, dus er komt zeker een moment dat we stoppen.

We laten niet heel veel na, omdat we niet zoveel uitgebracht hebben qua muziek. Dat had in die vijftig jaar natuurlijk veel meer moeten zijn. Aan de andere kant maakt dat het misschien ook alweer bijzonder. Maar vergis je niet: van over de hele wereld hebben mensen onze muziek gedownload en beluisterd. We ontvingen zelfs reacties uit Zuid-Amerika en uit China. Misschien is er over vijftien jaar wel een Plackband-tributeband. We waren op een moment zelfs een beetje een cultband.

Foto: Bert Treep

Wat kunnen we verwachten op jullie feestje op 15 november 2026 in Poppodium Boerderij?

Het wordt een feestje met tal van gasten, die al dan niet live aanwezig zijn. Arie Verstegen doet de opening. Verder zijn er felicitatieboodschappen van Heidi-Jo Hines en Steve Hackett. Ook zijn er veel oude beelden met oude en nieuwe muziek en een aantal gastmuzikanten, zoals de voormalige bandleden van PBII. Het wordt een mix van oud en nieuw. We hebben het flink opgetuigd, laten we hopen dat het druk wordt.