
Another Realm……, klinkt als een naam of een titel van een track van een hardrockband. En inderdaad, het is de naam van een Britse ‘symfonische’ hardrockband, zoals ze het zelf noemen. Hun eerste, titelloze, album heeft onze burelen om de een of andere duistere reden nooit bereikt. Het tweede, “Origin” getiteld, ligt hier nu voor. Eerst even over de band. Nooit van gehoord? Zou kunnen. Maar wellicht dat je wel eens van de Britse band Stuckfish hebt gehoord. Op onze site prijken twee recensies van dit hardrockgezelschap: “Calling” en “IV”. Mijn collega’s waren over beide albums niet bijster enthousiast.
De naam van de band Stuckfish is een samenvoeging van de namen van zanger Philip Stuckey en gitarist Ade Fisher. Philip Stuckey is in 2023 een project gestart met gitarist Steven Morrison van de hardrockband Tysondog. Dit project kreeg de naam Another Realm. De heren schreven samen een aantal songs. Dat wil zeggen: Stuckey schreef de teksten en de melodielijnen, en Morrison zorgde voor de instrumentale omlijsting.
Bij beluistering van de openingstrack valt meteen op dat Stuckey goed thuis is in gedragen melodielijnen die zijn ietwat theatrale, doch sterke, op Joey Tempest lijkende hardrockstrot goed verdragen. De instrumentale omlijsting klinkt oké, maar blinkt niet uit in creativiteit. We hebben hier te maken met een vrij clichématig hardrockgeluid, waarbij de drums zijn geprogrammeerd.
Daarbij zijn in mijn bescheiden gehoor niet altijd de juiste keuzes gemaakt. De drums klinken nogal hol, bombastisch, en erg rechttoe rechtaan. Sommige nummers worden ontsierd door regelrechte drumsalvo’s, en in Empire Of Darkness wordt de driekwartsmaat wel erg machinaal door de harde snare op de derde tel. If Worlds Collide heeft een bedenkelijk hoog aanstekergehalte en zou in een andere muzikale setting niet misstaan bij ‘Muziekfeest Op Het Plein’.
Ondanks deze minder positieve opmerkingen valt er ook nog wel hier en daar te genieten van een aantal goeie songs met lekkere melodielijnen, zoals Let There Be Light, New World Odyssey, Sands Of Time, Crusader en After The Fire. Gitarist Morrison beperkt zich tot het geijkte gitaarwerk met af en toe een mooie gitaarlijn en een sporadische solo. In Crusader laat hij zich van een virtuozere kant horen. Het symfonische aspect uit zich in hier en daar een tempowisseling en in de toetsen, die soms orkestraal klinken, maar soms zó jaren 80. In Whore Of Babylon tovert Morrison een echt apocalyptisch Carl Orff (Oh Fortuna) koor uit zijn keyboards.
Al met al geen al te consistent album. Wel een aantal goede songs met mooie melodielijnen die goed worden gezongen. Aan de andere kant een instrumentale invulling die op twee, of misschien wel drie gedachten hinkt, waarvan er minstens één uit vervlogen tijden stamt.