
In 2024 kondigt de Schotse band Pallas aan dat er nog één allerlaatste studioalbum zal verschijnen en dat live-optredens om logistieke redenen niet meer zullen plaatsvinden. Het was op dat moment precies een jaar na de release van het album “The Messenger” en hoewel dat nieuws gitzwart was, kwam enkele maanden later nog veel zwarter nieuws: zanger Alan Reed werd gediagnosticeerd met de ziekte van Parkinson. Tja, het leed giert me door het lichaam.
Gezien bovenstaande lijkt het me wel op zijn plaats om in vogelvlucht de bandgeschiedenis te doorlopen. Pallas wordt in 1974 door o.a. bassist Graeme Murray en toetsenist Mike Stobbie opgericht, toen nog onder de naam Rainbow. Het gezelschap uit Aberdeen leeft zich vooral uit in heavy prog en later, als Ronnie Brown de plaats achter de klavieren van Stobbie over heeft genomen, probeert men angstvallig mee te liften op de punkrage van dat moment met een soort progressieve punk.
Het slaat gelukkig niet aan en omdat de band in de jaren daarna behoorlijk succesvol is, verschijnt in 1984 bij EMI het debuutalbum “The Sentinel”. De bombastische neo-prog van de band komt goed over bij de liefhebbers van het genre en zodoende worden ze vaak samen genoemd met bands als Marillion, IQ, Pendragon en Twelfth Night. Een jaar later is Alan Reed de nieuwe leadzanger. Hij zingt magistraal op de EP “The Knightmoves”, hetgeen hem eeuwige roem oplevert. De band brengt in 1986 “The Wedge” uit en daarna wordt het lange tijd stil.
Dertien jaar later brengt Pallas het album “Beat the Drum” uit, een comeback. Er volgen diverse albums en uiteraard optredens. Dit mondt uit in een slechte verhouding tussen Reed en de band, met als gevolg dat er een andere zanger wordt aangetrokken, Paul Mackie. Er volgt weer een aantal albums, waaronder enkele met filmische retrospectieve bewerkingen. Als dan in 2023 Alan Reed zich weer bij Pallas voegt, verschijnt “The Messenger” en als sluitstuk van de hele reis in 2026 het hier besproken “A Song for Tomorrow”.
Dit laatste album klinkt absoluut niet als een afscheid; het is een mooi thematisch werkstuk in de beste Pallas-traditie. Sommige nummers richten hun kritiek nadrukkelijk op politiek, technologie en maatschappelijke ontwikkelingen, terwijl andere juist heel persoonlijk zijn. Als je het artwork alleen maar bekijkt, hoor je als het ware de bombastische en filmische muziek al tegen je trommelvliezen komen.
Het album gaat op een typische Pallas-manier van start. De eerste maten van Reset zijn op zijn minst orkestraal bombastisch. Dit stuk gaat over in een zalig slepend aantal minuten met aangrijpende leadzang, fraaie breedvoerige backing vocals en sterke gitaartonen. Het is een maatschappijkritisch nummer. Ook het daaropvolgende Rage mag je daartoe rekenen, ondanks dat de track grotendeels instrumentaal is. Opvallend hier is het prominente basspel. Het nummer heeft een pittige uitstraling die gelukkig nergens uitmondt in hectische razernij. Het siert Pallas dan ook dat ze in al die jaren met zoveel beheersing uit hun dak zijn gegaan.
Met het titelnummer A Song for Tomorrow brengt men rust in de tent. De leadzang is hier van gastzangeres Natasha O’Neil en dat doet ze fraai. Na korte tijd komt er achtergrondzang bij en uiteindelijk neemt het nummer in dynamiek toe. Tekstueel legt het de vraag neer hoeveel toekomstperspectief je nog kan hebben in een flink verziekte wereld.
Pallas verdeelt op dit album onderling de lead- en achtergrondzang. Zo doet in The Private Collector Ronnie Brown de leadzang, terwijl we in Dirt Alan Reed horen schitteren. Wat mij betreft is dit volle nummer het hoogtepunt van het album, temeer omdat het dicht bij het oude materiaal ligt.
Ook nummers als Aspirations en Mother mag je beschouwen als hoogtepunten, juist omdat ze de ingetogen filmische kant van het album zo fraai belichten. Asperations gaat over het contrast tussen wat je aan de buitenkant laat zien en wat je van binnen voelt. Het wordt gezongen door Graeme Murray en kent sprankelende akoestische gitaar en een zweverige toetsenlijn in een loom tempo. Mother daarentegen is dreigend van toon. Op emotionele wijze zingt Alan Reed hier over zijn moeder die hem als kind in de steek heeft gelaten en over zijn vader die hem niet de liefde gaf die hij nodig had. Het is huiveringwekkend en intens.
De tussenliggende nummers Rushing Headlong en The Avenue of Broken Dreams hebben Niall Mathewson als zanger. Ik eet mijn bef op als hij compositorisch niet ontzettend betrokken was bij het door stevige gitaarriffs gedomineerde Rushing Headlong. Het album sluit af met het prachtige Inside Outside. Het wordt gezongen door Ronnie Brown en ik vind het weergaloos mooi. Het merendeel van het nummer draait om een slepende gitaarlijn die enorm veel pracht per kubieke kilobyte bezit.
Dit is een album voor de eeuwigheid.