
In 2000 verraste Kansas vriend en vijand met een nieuw album. De band had bijna twintig roerige en rommelige jaren achter de rug. Een periode die bol stond van bezettingswisselingen en matige albums. Eerst verliet Steve Walsh de band vanwege de steeds actievere religieuze houding van Kerry Livgren, die meer en meer zijn weerslag kreeg op de songteksten. Na Walsh’ vertrek bloedde de band langzaam dood waarna ook Livgren het zinkende schip verliet.
In 1986 keerde Walsh terug op het ‘oude’ nest maar de band kon zonder de muzikale inbreng van Livgren onvoldoende overtuigen. Daarom stond de progressieve rock community bol van hoge verwachtingen bij het nieuws dat de twee hoekstenen van Kansas weer waren herenigd. Pas bij het verschijnen van het album werd duidelijk dat beide heren elkaar tijdens de opnames voor dit album helemaal niet hadden ontmoet.
Livgren had een aantal composities liggen die volgens hem zeer geschikt waren voor Kansas. De overige bandleden stemden ermee in om deze nummers als Kansas op te nemen. Walsh was echter druk bezig met de opnames voor zijn tweede solo-album “Glossolalia” en had geen zin in een langdurig opnameproces met Kansas. Als compromis werd overeengekomen dat Walsh de zangpartijen in zijn eigen studio zou inzingen en de band het instrumentale deel in de GrandyZine Recording CO studio in Berryton (Kansas) zou opnemen. Zelfs bassist van het eerste uur, Dave Hope, sloot aan voor twee nummers.
Al snel bleek dat er nooit sprake is geweest van een gezamenlijk optreden van deze bezetting. Met name Livgren zag het leven ‘on the road’ tijdens de langgerekte tournees van de band niet meer zitten. Dat de goede man zijn eigen songs wel degelijk goed had ingeschat blijkt wel bij de beluistering van “Somewhere To Elsewhere”. Het gouden geluid van Kansas uit de jaren zeventig herleeft in al zijn glorie. Daarbij moet gezegd dat de kort daarvoor teruggekeerde Robbie Steinhardt ook een flinke bijdrage levert aan dat geluid.
De band valt meteen met de spreekwoordelijke symfonische deur in huis met het glorieuze Icarus II. Gebruikte Livgren het schitterende Icarus op “Masque” nog als metafoor voor de menselijke ambitie, de spirituele zoektocht en de risico’s van hoogmoed, Icarus II blijkt een luchtgevecht en wordt als zodanig opgevoerd als een eerbetoon aan alle Amerikaanse militairen die hebben gediend tijdens de Tweede Wereldoorlog. In dit schitterende muziekstuk hoor je alle ingrediënten die Kansas muziek zo mooi maken: speelse ritmes, rauw gitaarwerk, progressieve arrangementen, prachtige melodieën, …en die stem van Steve Walsh natuurlijk. Inmiddels draagt die wel de sporen van bijna dertig jaar intensief toeren en een ruig leven, waardoor hij wat donkerder klinkt en die hele hoge noten er niet meer op zitten. Maar juist dat donkere, doorleefde geluid past perfect bij de dramatiek en heroïek van dit nummer.
Ook Myriad, met zijn vele tempowisselingen, Distant Vision en in mindere mate de ballad The Coming Dawn dragen deze symfonische ingrediënten. Vooral tracks als Distant Vision en Icarus II benadrukken dat Livgren prachtige melodieën, ondersteund door heerlijke akkoordsequenties kan schrijven. Hij verkeert daarbij in het illustere gezelschap van mensen als Keith Emerson, Jon Anderson, John Wetton, Thijs van Leer en Roine Stolt.
Een Kansas-album is geen Kansas-album als er niet een paar ruige rockers op staan, zoals in dit geval Grand Fun Alley (met funk invloeden), Disappearing Skin Tight Blues en Not Man Big. De eerste twee sterk gezongen door Steinhardt en de laatste door Walsh. Verder zingt Walsh nog het poppy When The World Was Young en Billy Greer het eveneens poppy Look At The Time. Beide nummers dragen de nodige Beatles sporen. In When The World Was Young vliegt Walsh een paar keer vocaal uit de bocht. De geforceerde, schreeuwerige vocalen die hij ons hier voorschotelt klinken niet fijn. In zijn jongere jaren had hij die moeiteloos gezongen.
Buitenbeentje op dit album vormt Byzantium, een historische reflectie op het oude Byzantijnse rijk door Livgren, gezongen door Walsh in een Oosters jasje. Het tweede buitenbeentje is het, als een demo klinkende, bluesy Mystery Track, Geodesic Dome, gezongen door Livgren zelf. De koortjes in de diverse nummers zijn, zoals altijd bij Kansas, om door een ringetje te halen. Naast Steinhardt wordt hierin een fraaie bijdrage geleverd door Jake en Jessica Livgren, een neef en nicht van Kerry Livgren.
“Somewhere To Elsewhere” is geen “Leftoverture” of “Point of Know Return”, maar komt wel dicht in de buurt, vooral de symfonische nummers zijn geweldig. Het blijft jammer dat deze bezetting op dit album slechts eenmalig was.
CD
LP
LP