Popprofessor Gerrit-Jan Vrielink is bekend om zijn gigantische verzameling platen en zijn encyclopedische kennis van muziek en met name platenhoezen. Na het vastleggen in boekvorm van een 100 tal columns die Vrielink had verzameld tijdens de coronaperiode, mondde zijn hobby uiteindelijk uit in een aantal heuse optredens.
Hij heeft de smaak inmiddels te pakken: op zondagmiddag 14 december treedt hij wederom op in het Podiumcafé van de Boerderij in Zoertermeer waar hij al jaren als vrijwillige opnameleider fungeert. En ditmaal met een bijzondere co-host: niemand minder dan Robert Jan Stips staat hem bij op een reis langs de bands uit zijn lange loopbaan als musicus.
Gerrit-Jan en Robert Jan nemen de toeschouwers mee langs ruim vijftig jaar geschiedenis van popmuziek en platenhoezen, aan de hand van de groepen waarin Stips heeft gespeeld. Van Supersister, via Golden Earring, Sweet d’Buster en Gruppo Sportivo naar The Nits. Dus gaat het over Chopin, Soft Machine, fotograaf Anton Corbijn en Nits-voorman Henk Hofstede.
Een middag vol informatie, anekdotes, muziekfragmenten, onthullingen, livemuziek en als het een beetje meezit ook nog een Grand Finale.
https://poppodiumboerderij.nl/programma/verhaalachterdeplatenhoes/
Bij Progwereld zijn we doordrongen van het feit dat wij geen fouten mogen maken. Dat komt enerzijds door het gegeven dat we zelf ‘nerds’ zijn als het gaat om de juistheid van onze schrijfsels. Alles moet goed zijn, alles moet wijken voor een compleet en vooral inhoudelijk juist beeld van ons onderwerp: een album, optreden, nieuwsitem of interview. Daarnaast realiseren wij ons maar al te goed waar ons publiek uit bestaat: net als wij zijn het vaak ook ‘nerds’, fans die alles willen weten van hun favorieten muzikanten. En daarbij niet schromen om ons te wijzen op fouten/foutjes die er desondanks nog wel eens in willen sluipen.
Dat brengt voor ons als recensent soms een behoorlijke druk met zich mee. Zo kent vrijwel elke concertrecensent wel de stress om aan een juiste setlist te komen. Vooral bij minder bekende bands is het soms een hele tour om exact te weten te komen welke nummers zijn gespeeld en dan ook nog in welke volgorde. Dus er wordt altijd jacht gemaakt op de geprinte versies van setlists die (sommige) bands met tape aan de podiumvloer hebben geplakt. Er wordt naarstig gespeurd op internetfora naar info en als laatste redmiddel worden andere concertbezoekers, management of de band zelf als bron van informatie gezocht. Alles voor de juistheid en informatiejacht van onze lezers.
Toch worden er af en toe foutjes gemaakt, wij zijn ook maar mensen. Dan krijgen we weer ongenadig onder uit de zak van een lezer die ontdekt dat wij bij dat optreden dat ene nummer vergeten zijn te melden. Of erger, de volgorde is onjuist weergegeven. Kleine omissies in de naam worden ook genadeloos afgestraft: “de zanger heet Arjen niet Arjan!!!” (let vooral op de uitroeptekens) wordt ons dan per mail toegesnauwd. Terwijl de schrijver van het artikel toch circa 34 keer de naam juist heeft vermeld in het verder zeer lezenswaardige (en uiterst arbeidsintensieve) interview. Stom natuurlijk van die collega, hij weet dat dit ons loon is en dat we niet alleen beoordeeld worden op wat we goed doen maar ook op wat we fout doen. Het zij zo. Je kunt het ook positief benaderen: blijkbaar zijn onze lezers zo betrokken/kritisch dat zij de moeite nemen om in de spreekwoordelijke pen te klimmen om ons op onze fouten te wijzen. Dank daarvoor, geachte lezers! (zonder ironie). Ondertussen blijven wij ons inzetten om jullie zo volledig mogelijk te informeren over het wel en wee van ons geliefde muziekgenre. Ook al gaat dat soms met horten, stoten en fouten gepaard. Waarvan akte.
Foto: screenshot uit reclame van Reaal Verzekeringen
Styx brengt al vanaf 1972 muziek uit en ze zijn nog niet van plan te stoppen. “Circling From Above” is hun achttiende album en dat brengen ze op 18 juli via hun Alpha Dog 2T/UMe tabel uit. Het gaat over “de complexiteit van de menselijke ervaring door de kruisende lenzen van technologie en natuur.”
Foto Jason Powell
Op het nieuwe album zetten ze de meer progressieve lijn voort, die ze met “The Mission” en “Cast Of The Crown” hebben ingezet. Ze mixen de prog-aanpak van de eerste albums van Wooden Nickel met de melodieuze hardrock waarmee ze eind jaren 70 en begin jaren 80 naam maakten.
“Als je begint met het schrijven van een album, is er meestal iets dat je verbeelding prikkelt, en ineens ben je een verhalenverteller die begint met de kiem van een verhaal,” zegt gitarist en zanger Tommy Shaw. “Een goed nummer is als een rechte weg – het brengt je naar de volgende plek.”
Bekijk hier de nieuwe single Build And Destroy en bestel hier alvast de nieuwe cd.
Nummers:
Circling From Above
Build and Destroy
Michigan
King of Love
It’s Clear
Forgive
Everyone Raise A Glass
Blue Eyed Raven
She Knows
Ease Your Mind
The Things That You Said
We Lost the Wheel Again
Only You Can Decide
De onverwachte terugkeer naar de podia van Bill Bruford (Yes, King Crimson, UK) is de trigger voor Alex Driessen om zijn befaamde autobiografie te herlezen. Het boek van en door de legendarische drummer is een verademing binnen het gigantische aanbod van (muziek)biografieën. Lees hier de recensie.
In het jaar 1974 scoorde het vrijwel onbekende Schotse groepje Pilot een dikke hit met het nummer Magic. Onder productionele leiding van de vermaarde Alan Parsons (The Beatles, Pink Floyd) werd het nummer opgenomen in de Abbey Road studio’s en door zanger/bassist David Paton naar de toppen van de hitparade gezongen. “Oh, oh, oh, it’s magic” was de aanstekelijke tekst destijds, voluit mee te zingen door iedereen die in deze tijd naar de radio luisterde. Het was niet zomaar een bandje, dat Pilot. De kern ervan, gitarist Ian Bairnson, drummer Stuart Tosh en de al genoemde David Paton, zou niet veel later samen met hun producer The Alan Parsons Project gaan vormen. Verantwoordelijk voor menig dikke hit en vette albums, van “Tales of Mystery & Imagination” (1976) tot en met “Stereotomy” (1985). De leden zouden zich bovendien associëren met gevestigde namen als 10CC (Tosh), Camel, Fish (Paton) en Kate Bush (Bairnson).
We scrollen ruim vijftig jaar door. De Deense farmagigant Novo Nordisk heeft met Ozempic een vette troef in handen. Het oorspronkelijk voor diabetici bedoelde medicijn blijkt zeer goed in de markt te liggen als afslankmiddel en heeft daarmee een gouden toekomst. Een slimme marketingman binnen het bedrijf bedacht hoe hij het middel nog beter aan de man/vrouw zou kunnen brengen. Zijn oplossing: een reclamespotje op tv met een makkelijk meezingbaar refrein als trekker. Hij kwam uiteindelijk terecht bij de hit uit 1974 van Pilot. “Oh, oh, oh, it’s magic” werd “O, o, o, Ozempic” en klaar was Kees. Een grappig filmpje werd gemaakt over de totstandkoming van de commercial. Je ziet David Paton, ruim vijf decennia na dato, weer met zijn gitaarkoffer in de hand over Abbey Road lopen op weg naar de gelijknamige legendarische opnamestudio. Daar komt de gitaar uit de koffer en zingt en speelt de inmiddels 75-jarige het nummer wat hem en zijn maatjes zoveel roem (en geld) heeft opgeleverd. Weliswaar met aangepaste tekst en in een lagere toonsoort, maar een kniesoor die daarop let.
Dit bericht op Instagram bekijken
Alan Parsons heeft in recente interviews geantwoord op de vraag wat hem dat nou allemaal heeft opgeleverd. Hij houdt zijn wijsvinger en duim tegen elkaar in een cirkel: nul euro/dollar/pond lijkt hij te zeggen. Nou heb ik geen medelijden met de dikke miljonair, maar het is wel ironisch. Waar een beetje magie al niet toe leidt.
De NVPI, de brancheorganisatie van de muziek- en filmindustrie, brengt jaarlijks een overzicht uit van de verkopen in muziekland. De trend was duidelijk merkbaar en al langere tijd gaande: de fysieke geluidsdrager was aan een comeback bezig. Maar die is in het afgelopen jaar tot stilstand gekomen.
De omzet van de Nederlandse muziekindustrie kwam in 2024 uit op € 334 miljoen, een groei van 12% ten opzichte van 2023. Het streamen van muziek blijft met een marktaandeel van 83%, € 278 miljoen, de belangrijkste bron van inkomsten voor de Nederlandse industrie. Al is de toename grotendeels het gevolg van prijsstijgingen in de abonnementen van streamingdiensten. En heel opmerkelijk: de omzet van ‘fysiek’ daalde met 6%, waarbij de omzet uit vinyl redelijk stabiel bleef met ruim € 37 miljoen (€ 38 miljoen in 2023). Maar hoe zit het dan met al die als paddenstoelen uit de grond schietende kleine platenzaken? Ik heb het nagevraagd, voor de goede orde: de omzet van de kleine winkel op de hoek, met vooral veel tweedehands en vintage, valt niet onder deze omzetgegevens. Gelukkig maar.
Je ziet ze weer verschijnen in het straatbeeld, waarin het aanbod al zo enorm verschraald is de laatste jaren: de platenwinkels. Kleine zaken, vaak gerund door enthousiastelingen, maar soms ook al wat groter en professioneler van aard. Nog niet altijd zo goed gesorteerd als ooit, maar het zit eraan te komen. Met zelfs een (summier) aantal elpees in een bak gelabeld ‘Prog’; het zal toch niet gekker worden?!
Ik stap af en toe even binnen bij mijn lokale platenboer, de eigenaar semi-hippie, kijkt nauwelijks op van zijn krantje. Ik kijk verlekkerd rond en zoek al snel naar mijn favoriete bak, waar ik mijn vingers langs de platen laat glijden, ondertussen snel de hoes scannend. Mijn gedachten gaan dan soms onwillekeurig terug naar midden/eind jaren zeventig toen het hoogtepunt van de week bestond uit het bezoek aan zaken als Boudisque, RAF Records en Plato. Heerlijk uren grasduinen door de vele bakken met vaak bijzondere uitgaves. Box-sets, gekleurd vinyl, picture discs, Amerikaanse persingen, cut-outs, bootlegs, ik kon er geen genoeg van krijgen.
En dan, na het schatzoeken, met je juist verworven onbetaalbare bezit in een katoenen elpeetasje (je ziet ze soms nog wel eens bij leeftijdgenoten om de schouder hangen bij concerten) terug naar huis. Om ze direct bij thuiskomst van een stofvrije binnenhoes en krasvrije plastic buitenhoes te voorzien. En daarna onmiddellijk de naald te plaatsen op het begerenswaardige kleinood. Koptelefoon op en genotvol luisterend, terwijl de (klap-)hoes op minutieuze wijze bestudeerd wordt. En de teksten verslindend. Ik hou nu op, het risico van nostalgie ligt te veel op de loer.
Keren die gouden tijden nu terug? Laten we eerlijk zijn: ik denk het niet. Want hoezeer mijn romantische en nostalgische inslag me tracht terug te trekken naar die tijd van Roots schoenen, Kreidlers, parka’s en pukkels (de rugzak, niet de gelaats aandoening) , die periode keert niet meer terug. Bovendien zijn we veel te veel gewend aan respectievelijk verwend met Bluetooth en mp3, zowel in kwaliteit als gemak.
En ik moet hier toegeven: dit verhaal wordt gepend door iemand die nooit afscheid heeft kunnen nemen van zijn collectie van een kleine duizend exemplaren, zeer tot verdriet van een hele stoet partners die zich ongetwijfeld hebben afgevraagd wat ze nu weer hadden binnengesleept (de platen, niet de man, hoewel…).
Mijn platenspeler, een Thorens TD166 MK II met Ortofon F15 element (herinnert u zich deze nog?), maakt bepaald geen overuren. Heel af en toe wordt de stofkap nog weleens verwijderd, en wordt een oud maar geliefd exemplaar zorgvuldig op zijn plek geplaatst, vingers in het midden ter ondersteuning en duim aan de rand, om toch vooral maar geen vette afdrukken te maken. Arm ontgrendelen, hydraulisch liftje in stelling, een licht duwtje in de richting van de aanloopgroeven en dan voorzichtig laten zakken. Ik krijg er gewoon weer zin in, goede reden om dit verhaal te beëindigen. Veel (draai-) plezier gewenst.
Zanger Hans Kuypers en Leap Day hebben in goed overleg besloten niet met elkaar verder te gaan. De ambities van Kuypers lopen niet langer gelijk aan die van de band. Inmiddels heeft Leap Day een nieuwe zanger gevonden in de persoon van Roelof Beeftink. Leap Day is samen met Beeftink momenteel druk bezig met de opnames van een nieuw studioalbum, de opvolger van het succesvolle “Treehouse” uit 2022.

Sinds 1994 heeft Roelof in verschillende bands gezongen en de laatste jaren is hij de zanger van Intentions, een studioband. Deze band is momenteel in de afrondende fase van de eerste cd van een dubbelalbum, dat binnenkort zal uitkomen. Beeftinks muzikale reis heeft hem geleid langs een breed scala aan rockgenres, variërend van gevoelige ballads, symfonische rock tot progressieve metal.
Het contact met Leap Day ontstond toen hij met zijn liveband Pandiom het voorprogramma van Flamborough Head verzorgde tijdens Prog Rock Peize in november 2024. Koen Roozen (drummer Flamborough Head én Leap Day) vroeg hem of hij interesse had om te komen zingen bij Leap Day. De eerste kennismaking voelde al erg goed en dat gold ook voor de muziek.
Beeftink is niet direct fan van een specifieke band of een bepaalde muzieksoort. Hij kan wel enorm genieten van een slepende gitaarsolo of emotionele zangpartij, ongeacht de band of het genre. Soms, terwijl hij muziek luistert, denkt hij na over hoe sommige artiesten het proces van schrijven benaderen, zoals een ghostwriter bachelorarbeit, die ook een soort creatieve samenwerking biedt. Als er dan toch namen moeten worden genoemd, dan zijn A-ha, Simple Minds, Yes en Talk Talk de bands waardoor hij is gaan zingen. Later verschoof zijn interesse naar hardere muziek zoals Metallica en Alice in Chains en tegenwoordig luistert hij veel naar neo-prog en female fronted metal.
Voor band en nieuwe vocalist liggen in ieder geval twee grote uitdagingen: het instuderen van het werk van Leap Day en het opnemen van een nieuwe cd. Roelof Beeftink: “Het is geweldig om gelijk met nieuwe nummers bezig te zijn. De nummers pakken me meteen en ik krijg de ruimte van de jongens om mijn eigen ding te doen.”
Ik moet het toch even kwijt: ik heb een verschil van mening met de hoofdredactie van Progwereld. Iets wat (bijna) nooit voorkomt, maar toch. En het gaat over livealbums. Je moet weten, bij Progwereld mogen in de beroemde/beruchte eindejaarslijstjes een paar varianten van onze geliefde muziek NIET voorkomen: verzamelalbums, re-releases en livealbums. En bij de laatste zit hem nou net de kneep: ik vind dat livealbums net zo belangrijk (kunnen) zijn als een studioalbum, voor zowel pers als publiek. Maar ook als onderdeel van het complete oeuvre van artiesten. Wie denkt nou niet meteen aan “Yessongs”, “Seconds Out”, “Live in Pompeii” of zelfs ”P.U.L.S.E.”? En wat te denken van “The Night Watch” (King Crimson), “Two For The Show” (Kansas), “All The World’s a Stage” (Rush), “Paris” (Supertramp) of “Welcome Back My Friends” (ELP). En meer recent Transatlantic, Steven Wilson, Neal Morse en Big Big Train. Dat zijn toch absolute ‘musts’ als het gaat om de ultieme progrockverzameling.
Nou ben ik een zelfverkondigde liefhebber van concerten en dus van livealbums. Als ik de keuze heb tussen de studioversie en de liveversie van een favoriet nummer heb ik geen twijfel: ik kies vrijwel blindelings voor de levende versie. Dat komt grotendeels door een aantal ingrediënten die een livevertolking als groot voordeel heeft boven het in de opnamestudio geproduceerde origineel. Zo is daar in de eerste plaats de sfeer, de feedback van het publiek, uniek voorbeeld van band tussen fan en artiest. Daarnaast het feit dat het nummer vaak nét iets rauwer, iets minder gepolijst aanvoelt dan het (over)geproduceerde origineel. Bovendien is een livealbum vaak een soort van ‘best of’, soms met een nummer dat je niet vaak live hebt gehoord, ergens verstopt halverwege, speciaal voor de echte fan.
Dus ben ik voor mezelf begonnen om een eindejaarslijstje te fabriceren met louter livealbums. Zo verheug ik me dit jaar op de op geluids- en beeldplaat vastgelegde optredens van Steve Hackett, Jon Anderson & The Band Geeks, Kayak, Unitopia en Lifesigns, om maar een paar dwarsstraten te noemen. Het moet wel heel gek lopen als ik niet een solide top 5 of zelfs top 10 kan maken van al dat moois dat levend tot ons gebracht wordt. Bovendien overweeg ik om een aantal van bovengenoemde iconische livealbums alsnog te bespreken. Tot mijn niet geringe verbazing blijkt dat het gros ervan nooit door ons is gerecenseerd, mogelijk het gevolg van die rigide houding ten opzichte van dit type plaat.
Ongetwijfeld zal ons ‘meningsverschil’ snel bijgelegd worden, niemand houdt van ruzies. Maar het is soms de moeite waard om te knokken voor je principes, met de overtuiging dat je op het juiste spoor zit. Live and let live.
Ik heb op deze pagina’s al eens eerder mijn mening ten beste gegeven over het fenomeen tributebands. Inmiddels is het een blijvertje en minder een fenomeen getuige het grote aanbod in de theaters en het feit dat zelfs een mainstream medium als de televisie er grote shows op primetime aan wijdt. En misschien moet ik zelf ook mijn mening enigszins bijstellen, want lees maar eens met mij mee hoe mijn theaterbezoek er de afgelopen maand(en) uitzag:
Allemaal om verschillende redenen, maar met als grootste gemene deler het feit dat het zo verdomd goed klinkt allemaal.
The Analogues zijn zonder twijfel het beste voorbeeld van een succesvolle tributeband. Niet door de aankleding of een linkshandige bassist maar door de minutieuze manier waarop getracht wordt het oorspronkelijke (studio)geluid van de beste rockband ooit, The Beatles, na te spelen in een live setting. Je moet het gezien en gehoord hebben om overtuigd te raken. Ze houden er na tien jaar mee op, alle doelen zijn bereikt, alle albums zijn gespeeld, alle zalen in Nederland (en soms zelfs daarbuiten) zijn plat gespeeld. Bewondering voor zoveel toewijding en kwaliteit.
The Dutch Queen heeft een link met voornoemde The Analogues: de zanger die de ‘harde’ McCartney-stem voor zijn rekening neemt is ook de man die de enorme schoenen van fenomeen Freddie Mercury tracht te vullen. Met een band bestaande uit ervaren professionele Nederlandse musici lijkt dat aardig te lukken, kijkend naar de grote schare enthousiaste en luid meezingende concertbezoekers. Het is het ultieme feest der herkenning.
Pink Floyd Project timmert al jaren aan de weg in een uiterst competitieve wereld waar maar liefst minimaal vijf (5) professionele PF-tributebands de concurrentie vormen, alleen al in Nederland. Dat doen ze onder andere door naast het muzikale vakmanschap waarover de band beschikt een vleugje theater en dans toe te voegen, waardoor het minder statisch wordt als het origineel. Verwondering over zoveel inventiviteit.
Yesshows tenslotte is de benjamin in het gezelschap, pas sinds 2016 op parttime basis actief als Yes-coverband. Met de moeilijke taak om de unieke stem van voorman Jon Anderson te benaderen en de complexe muziek van de virtuoze Britten na te spelen voor een kritisch fan-publiek. Met een vrouwelijke zanger en een paar goede muzikanten wordt een poging gedaan. Respect.
Een mengeling van bewondering, feestelijke herkenning, verwondering en respect dus. En (bijna) elke keer verliet ik het theater/poppodium/de congreszaal met een grote glimlach op mijn gezicht en een fijn gevoel. Misschien moet ik mijn mening over tributebands enigszins herzien. Als eerbetoon aan de moedige bands die het aandurven om de muziek van hun en onze helden levend te houden.
In 2025 bestaat Poppodium Boerderij 50 jaar en dat gaat groots gevierd worden. Al een halve eeuw lang is Poppodium Boerderij het kloppende hart van de livemuziek in Zoetermeer en ver daarbuiten. Van een gekraakte boerderij waar destijds op vrijdagavond een bandje speelde, ontwikkelde het theater zich tot een professioneel poppodium met een capaciteit van 750 bezoekers en zo’n 120 concerten per jaar. De Boerderij staat voor passie, muziek en onvergetelijke herinneringen.
Heel 2025 zal in het teken staan van het 50-jarig jubileum. Op het programma staat een reeks jubileumconcerten. Zo komen onder andere Adrian Vandenberg, Anneke van Giersbergen, Michael Schenker Group, Simon Phillips’ Protocol en Arena speciaal voor het jubileum naar de Boerderij. Ook zullen bekende programma’s terugkeren, zoals Meet me, Progdreams XI en een speciale Blues op Zondag XL.
Een documentaire, volledig gewijd aan de Boerderij, vormt het hoogtepunt van het jubileumjaar. Die vertelt het verhaal van een halve eeuw Boerderij. Op 23 mei gaat de documentaire in première en op 24 mei, de daadwerkelijke verjaardag, is de film toegankelijk voor publiek. De kaarten voor 50 jaar Poppodium Boerderij gaan binnenkort in de verkoop. De Boerderij nodigt iedereen uit om samen met directie en medewerkers het jubileumjaar te vieren.
Poppodium Boerderij is in het verleden vele malen hoog genoteerd geweest als het gaat om Best Prog Venue in het toonaangevende Britse muziekmagazine PROG. Ook voor Progwereld is de Boerderij een bijzonder gewaardeerd theater, dat door onze redacteuren talloze malen is bezocht om verslag te doen van optredens van artiesten en bands binnen het genre. Het programma stond en staat nog steeds bol van de (inter)nationale artiesten die graag ‘Zoetermeer’ bezoeken om zijn goede technische faciliteiten maar ook en vooral om de familiaire wijze waarop zij ontvangen worden. Zo hebben grote namen als Steven Wilson, Marillion, Steve Hackett en Asia regelmatig het podium betreden. Hulde en dank aan staf en medewerkers voor het promoten van progressieve rockmuziek in de breedste zin van het woord, zijn op zijn plaats. De redactie van Progwereld feliciteert de Boerderij voor inderdaad 50 jaar (prog)muziek, passie en vele onvergetelijke momenten!
https://poppodiumboerderij.nl/50jaar/