Met het verschijnen van het nieuwe album “Blessed” en de warme ontvangst van de voorlaatste liveplaat, was het hoog tijd om eens bij te praten met voorman, zanger en belangrijkste songwriter John Palumbo. Wat volgt is een openhartig gesprek over het ontstaan van de band, het etiket ‘progressief’, dubbele gitaarlijnen, maatschappelijke misverstanden en bovenal: het onverminderde plezier in muziek maken.
Een bliksemschicht boven Pennsylvania
Het verhaal van Crack the Sky begint begin jaren zeventig, wanneer Palumbo samen met gitarist Rick Witkowski en drummer Joey D’Amico een powerpoptrio vormt dat voornamelijk covers speelt. “We bleven een beetje hangen in de regio,” blikt Palumbo terug. Tot die ene avond in een club ergens in Pennsylvania. “Ik keek Rick aan en zei: we moeten hier weg. We gaan naar New York.”
Dat deden ze. Met gitaren onder de arm stapten Palumbo en Witkowski simpelweg platenmaatschappijen binnen – het kon toen nog – en vroegen of ze mochten spelen. Ze kregen een contract, maar met een kanttekening: de songs waren “te ingewikkeld” voor een duo. Of ze geen band wilden formeren? Onderweg naar New York, in een oude postwagen, reed het tweetal door de bergen terwijl een storm losbarstte. Een bliksemschicht sloeg vlakbij in. “We dachten dat we geraakt zouden worden. Iemand riep: ‘Crack the Sky!’ Dat bleef hangen.” Een bandnaam was geboren.
Britse invloeden en een vleugje arrogantie
Waar gitarist Witkowski zijn wortels meer in R&B had, keek Palumbo nadrukkelijk naar de overkant van de oceaan. Bands als Yes, King Crimson en Genesis vormden belangrijke inspiratiebronnen, al wilde hij dat destijds niet altijd toegeven. “Ik was behoorlijk arrogant,” bekent hij met een glimlach. “Als ze vroegen naar onze invloeden, zei ik dat we die niet hadden. Dat alles in mijn hoofd zat.” Die eigenzinnigheid hoor je terug in de muziek. Want hoe label je Crack the Sky eigenlijk? “Ik noemde ons altijd gewoon een rock-’n-rollband,” zegt Palumbo. “Maar iedereen plakt er het etiket ‘progressief’ op. Dus dan zal dat wel zo zijn.” Zelf heeft hij weinig met hokjesdenken. “Ik hou van schrijven. Dat is wat ik doe. Een label zegt me niet zoveel.”
Geen tributeband
Veel generatiegenoten zijn tegenwoordig gereduceerd tot halve tributebands, met nog één origineel lid op het podium. Bij Crack the Sky zijn nog altijd meerdere oorspronkelijke krachten betrokken, zij het niet altijd continu. Wat is het geheim? “We vinden elkaar nog steeds aardig,” zegt Palumbo nuchter. “En we houden van wat we doen.” Bovendien toert de band niet onophoudelijk. “We gaan aan en uit. Dat houdt het gezond.” Binnenkort is de band te zien op de progcruise Cruise to the Edge, ooit opgezet onder auspiciën van Yes. Ook Jon Anderson is van de partij. “Dat wordt interessant,” aldus Palumbo.
Is dit de John Palumbo Band?
Als belangrijkste songwriter lijkt Palumbo de spil van de band. Is Crack the Sky in wezen zijn band? “Nee,” reageert hij resoluut. “Dat is mijn taak: songs schrijven. Iedereen heeft zijn eigen rol. Dit is van ons allemaal.” Tegelijkertijd verkent hij ook solopaden. Recent verscheen zijn project “Are You Science?”, waarop hij met onder anderen Bobby Hird en Joe Macre een andere muzikale richting inslaat. “Heel anders,” noemt hij het zelf.

Waarom geen grote doorbraak?
Het titelloze debuut uit 1975 werd overladen met lof, maar een echte commerciële doorbraak bleef uit. Volgens Palumbo is dat deels te wijten aan het ontbreken van een duidelijk profiel. “We pasten nergens echt in. Niet knap genoeg voor een ‘hairband’ (glamrock), niet makkelijk in een hokje te stoppen.” Ook de platenmaatschappij bood weinig steun. Toch klinkt er geen spijt. “Als we megasucces hadden gehad, had ik mijn vrouw misschien nooit ontmoet en mijn kinderen niet gekregen. Ik voel me gezegend.” De titel van het nieuwe album “Blessed” krijgt zo een extra lading.
“Blessed”: agressiever en directer
Het opnameproces van “Blessed” verschilde van eerdere platen. Waar bandleden doorgaans hun partijen afzonderlijk aanleveren voor Witkowski’s studio, werd nu deels live opgenomen door de ritmesectie en gitaristen. Palumbo schreef de songs, leverde demo’s aan en liet de verdere inkleuring aan zijn bandgenoten over. Het resultaat is een energiek, soms ronduit agressief klinkend album. Opvallend zijn de harmonieuze samenzang en vooral het dubbele gitaarwerk van Witkowski en Bobby Hird. Links en rechts in de mix zoeken de gitaren elkaar op in een spel van vraag en antwoord – krachtig en melodieus tegelijk. “Met twee gitaristen krijg je simpelweg meer power,” aldus Palumbo. “Dat geluid zochten we.”
Muziek eerst, woorden later
Hoewel zijn teksten vaak humor, ironie en observaties bevatten, begint Palumbo vrijwel altijd met muziek. “Eerst moet de muziek kloppen. De teksten zijn moeilijker. Na al die jaren moet je toch steeds weer met iets nieuws komen.” Inspiratie? “Het is mijn werk. Ik sta ’s ochtends op, ga de studio in en schrijf. Dat doe ik bijna elke dag. Omdat ik het leuk vind.”
Misverstanden en beeldvorming
Het artwork van het album “Tribe” uit 2021 leidde tot controverse. Sommigen zagen er een politieke boodschap in, zeker gezien de gebeurtenissen rond de bestorming van het Capitool begin dat jaar. Volgens Palumbo was dat puur toeval. “Mensen zien wat ze willen zien.” In bredere zin merkt hij dat het beeld van Amerikanen de afgelopen jaren is vertroebeld. “We zijn niet allemaal zo. Er zijn slechte mensen, overal ter wereld. Maar er is een donkere perceptie ontstaan. Ik hoop dat die verdwijnt.”
Jeugdige energie
Wie recente liveopnames ziet en beluistert, merkt een opvallend jeugdig enthousiasme. Hoe verklaart een band met zoveel jaren op de teller die frisheid? Palumbo: “Omdat we er niet moe van zijn. We vinden het nog steeds leuk. Als je er klaar mee bent, hoor je dat meteen.” Een Europese tour zat er ooit bijna in en er waren plannen om in Engeland op te nemen. De platenmaatschappij stak daar echter een stokje voor. “Ze vertrouwden ons niet, alleen,” lacht Palumbo. “We wilden alleen maar muziek maken.”
Leven in het nu
Met inmiddels meer dan twintig albums op de teller kijkt Palumbo niet ver vooruit. “Ik probeer in het heden te leven. Misschien gaan we nog jaren door, misschien stoppen we. Op dit moment doen we gewoon wat we altijd gedaan hebben.” En dat is: schrijven, spelen, opnemen. Zonder grote gebaren, zonder opgeklopte mythologie. Gewoon vier muzikanten die elkaar mogen en die, tegen alle verwachtingen in, nog steeds samen de hemel proberen open te breken.
Of, om met Palumbo te spreken: “We houden gewoon van wat we doen.”
Voor de recensie van “Blessed” klik HIER.
Na enkele jaren afwezigheid keert de legendarische progrockband Jethro Tull dit najaar terug naar Nederland met ‘The Curiosity Tour’. Eind oktober speelt de band vier concerten in Groningen, Nijmegen, Hoorn en Rotterdam. Tijdens deze tour brengt de groep een selectie uit het omvangrijke repertoire, met zowel bekende klassiekers als nieuw werk.

Sinds het debuutalbum “This Was” uit heeft de band een onmiskenbare stempel gedrukt op de progressieve rock. Met de komst van gitarist Martin Barre ontwikkelde zich een karakteristieke sound waarin rock, folk en klassieke invloeden naadloos samensmelten.
Met meer dan dertig studio- en livealbums en ruim 60 miljoen verkochte exemplaren heeft Jethro Tull wereldwijd een indrukwekkende reputatie opgebouwd. De band speelde meer dan 3500 concerten in ruim veertig landen en blijft generaties muziekliefhebbers inspireren. Vandaag de dag staat de band nog altijd onder leiding van frontman Ian Anderson – songwriter, producer, fluitist en zanger – die bekendstaat om zijn theatrale podiumpresentatie en virtuoze fluitspel.
Tijdens ‘The Curiosity Tour’ neemt Anderson het publiek mee door het rijke repertoire van de band, met tijdloze klassieke nummers zoals Locomotive Breath, Aqualung en Thick as a Brick, aangevuld met nieuw muziek van het recente album “Curious Ruminant” (2025). Samen met zijn vaste bandleden – David Goodier (bas), John O’Hara (keyboards), Scott Hammond (drums) en Jack Clark (gitaar) staat Anderson garant voor een avond vol muzikaliteit en live-energie.
Speeldata Nederland 2026:
27 oktober – MartiniPlaza, Groningen (www.martiniplaza.nl)
28 oktober – De Vereeniging, Nijmegen (www.sedv.nl en www.wigt.nl)
30 oktober – Schouwburg Het Park, Hoorn (www.hetpark.nl)
31 oktober – De Doelen, Rotterdam (www.dedoelen.nl)
Kaarten zijn verkrijgbaar vanaf woensdag 11 maart om 12.00 uur via de desbetreffende theaters of via de website van de band: www.jethrotull.com
Jon Anderson & The Band Geeks kondigen recent hun eerste tournee buiten de VS aan, bestaande uit 7 shows in het VK en 2 shows in Zweden. De shows in het VK zijn de eerste optredens in zijn thuisland van de legendarische zanger sinds een eenmalig optreden met de Rock Academy in 2023. De tournee heet “YES Epics, Classics, and More” en bevat nummers die zijn opgenomen tijdens Anderson’s 40 jaar als leadzanger van Yes, een band die is opgenomen in de Rock and Roll Hall of Fame. Tijdens de show zullen ook nummers van zijn album met The Band Geeks, getiteld “True”, te horen zijn. Voorlopig is er nog niets bekend over andere Europese data, helaas.

De in New York gevestigde Band Geeks trokken in 2023 de aandacht van Anderson en dat heeft geleid tot een samenwerking die al drie zeer succesvolle tournees door de VS heeft opgeleverd, met een vierde die in april van start gaat. Jon Anderson & The Band Geeks werken momenteel aan hun tweede album, dat zal worden uitgebracht door Frontiers Music Srl.
Dit zijn de data voor de tournee door het Verenigd Koninkrijk en Zweden:
15 september – Birmingham – Symphony Hall
17 september – Bath – Forum
20 september – Londen – Palladium
22 september – Liverpool – Philharmonic
26 september – Manchester – Opera House
28 september – Glasgow – Royal Concert Hall
1 oktober – Gateshead – Glasshouse
3 oktober – Stockholm – Cirkus
5 oktober – Malmö – Slagthuset
Soms weet je al voordat het gesprek begint dat het geen standaard interview gaat worden. Clare Lindley is zo iemand. Violiste, zangeres, componiste, rotsklimmer bovendien – en sinds enkele jaren een vaste waarde binnen Big Big Train (BBT). Een band die inmiddels zó’n gelaagd en herkenbaar geluid heeft ontwikkeld, dat iedere toevoeging per definitie onder een vergrootglas ligt. Dat Lindley daarin niet alleen haar plaats heeft gevonden, maar ook hoorbaar haar stempel drukt, staat buiten kijf. Toch spreekt ze daar zelf met een mengeling van nuchterheid en lichte ironie over, alsof ze zich nog steeds een beetje verbaast over hoe alles gelopen is. Een geanimeerd gesprek over de keuze voor de viool, de donkere kant van folk, de parallel tussen prog en bergbeklimmen en nog veel meer.
Haar muzikale loopbaan begon niet met rock, laat staan met prog. Zoals dat bij veel Britse muzikanten van haar generatie het geval is, begon het met gesubsidieerd muziekonderwijs op school, ergens in Schotland. De keuze voor de altviool had weinig met artistieke visie te maken en alles met anatomie. “Ze keken naar mijn armen en mijn handen en zeiden: viola.”
De viola of altviool – groter, lager gestemd, rijker van klank – bleef jarenlang haar thuisbasis. Pas later, toen Lindley zich steeds meer ging verdiepen in Keltische folk, bleek dat instrument een handicap. Folk is geschreven voor violen, niet voor altviolen. “Op een altviool wordt dat een soort technische gymnastiek, terwijl de violisten zorgeloos onder in de hals blijven hangen.” De overstap naar de viool voelde uiteindelijk onvermijdelijk. Vandaag de dag speelt Lindley uitsluitend viool – ook binnen Big Big Train – al klinkt er in haar spel nog altijd iets door van dat donkere middenregister.
Wie Lindley in eerste instantie als ‘folky violiste in een progband’ bestempelt, doet haar tekort. Haar muzikale invloeden zijn breed, eclectisch en soms verrassend. “Ik ben opgegroeid in de jaren tachtig,” zegt ze, bijna verontschuldigend. “Maar er was ook ontzettend veel goede muziek toen.” Talking Heads, klassieke muziek, rock, pop – alles sijpelde binnen. En in haar twintiger jaren woonde ze samen met elektrische-gitaristen die zich verdiepten in prog en heavy rock. Het resultaat is een muzikant die zich moeiteloos beweegt tussen aardse folk en complexe rockstructuren. “Wat eruitziet als een heel folky persoon die ineens in een rockband staat,” zegt ze droog, “is eigenlijk iemand die daar prima mee uit de voeten kan.”
De viool blijft een zeldzaamheid binnen progrock. Natuurlijk zijn er uitzonderingen – UK, Kansas, Mahavishnu Orchestra, Solstice – maar het instrument heeft nooit de vanzelfsprekendheid gekregen van toetsen of saxofoon. Lindley heeft daar een eigen, inmiddels goed onderbouwde theorie over. Elektrische gitaren hebben, zo stelt ze, veel van hun expressieve kracht ontleend aan wat violen al eeuwenlang doen: sustain, feedback, harmonischen, snelle loopjes. “Misschien zijn gitaren wel een soort imitatie van wat een viool zonder versterking al kan.” In dat licht bezien is de viool geen vreemde eend in de bijt, maar eerder een vergeten oerbron. Het verklaart ook waarom violisten in prog vaak de lange melodische lijnen spelen, terwijl gitaristen het virtuoze vuurwerk verzorgen. “Een theorie,” zegt ze. “Maar wel eentje waar ik steeds meer bewijzen voor zie.”
Opmerkelijk is dat Lindley zowel bij Stackridge als bij Big Big Train de opvolger werd van Rachel Hall. Toeval? Niet echt. “Zo werkt de muziekwereld,” zegt ze. “Je ziet iemand spelen, je onthoudt dat, en op een dag komt er een moment.” Dat moment kwam toen BBT voorman Greg Spawton haar ooit zag optreden. Spawton staat bekend om zijn mentale notitieblok – iets wat hij eerder ook al deed bij Alberto Bravin. Wanneer Hall vertrekt, is Lindley een logische keuze. Niet als vervanger, maar als volgende schakel. “Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik er zomaar bij kwam.”
Big Big Train is een band waarin ruimte geen vanzelfsprekendheid is. Arrangementen zijn dicht, gelaagd, rijk. Toch blijkt er altijd plek voor nóg een stem, nóg een melodie. “In prog geldt niet: één melodie is genoeg,” zegt Lindley. “Het is juist: oh, daar kan nog een tegenmelodie bij.” De viool weeft zich door het geheel, soms herkenbaar, soms vervormd. Live gebruikt Lindley distortion, met als gevolg dat het publiek soms niet weet waar een solo vandaan komt. “Mensen kijken naar de gitaren. Dat vind ik prachtig.” Ze voelt zich geen decoratief element, maar een wezenlijk onderdeel van het geluid. “Anders zou het voor mij ook onbevredigend zijn.”
Met “Woodcut” zet Big Big Train een volgende stap: hun eerste volwaardige conceptalbum. Volgens Lindley was het vooral Spawton die daar jarenlang tegenaan had gehikt. “Een conceptalbum kan een band breken,” zegt ze. “Het is veel werk, en je wilt het goed doen.” De timing bleek juist. Met Bravin aan boord, en met een collectief schrijfproces via Dropbox, ontstond langzaam een coherente muzikale boog. Na intensieve studiosessies in de Sweetwater studios in de VS restte nog één enorme klus: teksten schrijven. In vijf weken tijd schreven Lindley en Spawton samen tien nummers. “Dat was intens,” zegt ze. “Maar ook geweldig.”
Lindley’s bijdrage The Sharpest Knife valt op door zijn donkere toon. Minder pastorale nostalgie, meer dreiging. Voor haar is dat geen afwijking, maar de kern van folk. “Veel folk is extreem donker,” legt ze uit. “Moord, vergif, bovennatuurlijke elementen – het zit er allemaal in.” Dat maakt het nummer volgens haar juist geschikt voor rock. “Er moet iets wringen. Een beetje onbehagen.”
De samenwerking met gitarist Nick Fletcher op zijn meest recente album, “The Mask of Sanity”, was behoorlijk verrassend en intrigerend. Fletcher nam blijkbaar gewoon contact op, als Facebookvriend, en zei: “Ik zou het heel leuk vinden als je op dit album meespeelt’. “Hij had al het materiaal geschreven of was het aan het afronden. De vioolpartijen waren dus al geschreven. Ik moest er dus een beetje mee aan de slag in mijn thuisstudio. Bijna als een sessiemuzikant.” Het was een behoorlijke uitdaging voor Lindley, anders dan anders. En zeker niet binnen het genre dat ze normaal gesproken op viool speelt. Fletcher speelt een vrij complexe vorm van jazzrock, fusion. Dat was moeilijk en heel veel werk
Buiten de muziek is Lindley een fanatiek rotsklimmer. In Zuid-Wales en Cornwall, maar ook in Noorwegen, Frankrijk en Spanje. Klimmen is voor haar meer dan fysieke inspanning; het is mentale training. “Het leert je om die stem in je hoofd het zwijgen op te leggen.” Die stem die zegt dat iets te moeilijk is. Dat je het beter niet kunt proberen. Muzikaal gezien herkent ze dat mechanisme onmiddellijk. “Je moet durven committen. Ook als je kunt falen.” Een vaardigheid, zegt ze, die haar leven heeft veranderd.
Hoe “Woodcut” live tot leven komt, blijft nog even in nevelen gehuld. De wens voor een integrale vertolking is er, de mogelijkheden ook. Wat vaststaat: Big Big Train heeft met Clare Lindley niet alleen een violiste binnengehaald, maar een muzikant die durft te snijden, te schuren en te zingen. Precies zoals prog bedoeld is.
Foto’s: Cecile Lopes en Arie van Hemert
Voor de recensie van het Big Big Train album “Woodcut” klik HIER.
Na het prima ontvangen debuutalbum “The Journey” in 2023, keert de inmiddels 29-jarige meestergitarist uit Palermo in 2026 terug met zijn tweede soloalbum getiteld “Route 96”. Waar zijn debuutalbum drie jaar in beslag nam, werd deze nieuwste release in een veel korter tijdsbestek geschreven en opgenomen, zoals vaak het geval is bij een tweede album.
“Ik moest alles in 2025 proppen”, legt hij uit. “Alles wat je op het album hoort, is vorig jaar opgenomen. Het ging veel sneller en ik denk dat dat het beste was, want het album klinkt daardoor homogener en uniformer. Elk nummer is natuurlijk anders, maar er zijn ook een aantal overeenkomsten in de klank.”
“Dit album komt precies op het juiste moment. 2026 wordt een druk tourjaar, maar ik wil niet alleen de nummers van mijn debuutalbum spelen. Ik wilde iets nieuws en frisser. Deze ideeën zijn origineler en melodisch sterker. Er wordt meer geëxperimenteerd, harmonisch gezien. Ik denk dat het veel beter laat zien wie ik muzikaal ben.”
Het nieuwe album, met onder andere een gastoptreden van Steve Vai, verschijnt op 24 april bij Mascot Label Group.
1. Solar Wind (met Steve Vai)
2. Fire And Harmony
3. Isla Feliz (met Antoine Boyer)
4. L.A. Blues One
5. The Great Wall
6. Warm Sunset
7. Black Centurion
8. In The Morning Light
9. The Chicken (feat. Valeriy Stepanov) (Bonusnummer)
Zondag 14 december 2025, Podiumcafé, Poppodium Boerderij, Zoetermeer
Popprofessor Gerrit-Jan Vrielink is bekend om zijn gigantische verzameling platen en zijn encyclopedische kennis van muziek en met name platenhoezen. In de coronaperiode mondde zijn hobby uit in ruim 100 columns en uiteindelijk in een aantal heuse optredens. Hij heeft de smaak inmiddels te pakken: op zondagmiddag 14 december trad hij wederom op in het Podiumcafé van de Boerderij in Zoertermeer waar hij al jaren als vrijwillige stagemanager fungeert. En ditmaal met een bijzondere co-host: niemand minder dan Robert Jan Stips staat hem bij op een reis langs de bands uit zijn lange loopbaan als musicus. Een bomvol Podiumcafé in Poppodium Boerderij in Zoetermeer is getuige van een tweegesprek tussen GJ en RJ, ondersteund door audio en visuele ondersteuning op het kleine podium in de bar. Er hangt een goede, enigszins uitgelaten sfeer, het publiek is gemengd maar de eerlijkheid gebiedt dat de gemiddelde leeftijd toch wel boven de zestig ligt.
In hoog tempo worden onder meer de samenwerkingen met een nog jonge en onbekende Anton Corbijn, de Engelse saxofoonlegende Elton Dean en diens Amerikaanse tegenvoeter Charlie Mariano onder de loep genomen. Maar ook plaatopnames in de beroemde Manor studio in Engeland (Mike Oldfield) en referenties aan Camel, Soft Machine en de Canterbury scene komen voorbij. Evenals de kreet ‘Mondriaan pop’ (Nits), de Haagse connectie, de eerste ervaring met een Mini Moog bij de Earring, hoezen bestellen bij Hipgnosis en Radar Love van een ‘voller’ geluid voorzien. Als muzikale omlijsting gelden de Beethoven versie van Nescio en de ‘Chopin meets Blues’ vingeroefening door Stips.
De muzikale intermezzi vormen naar mijn mening sowieso het hoogtepunt van de middag, door Stips uiterst smaakvol uitgevoerd. Dat begint al bij aanvang als hij een potpourri van de keuze voor zijn eerste elpee in 1966 met zijn pianospel omlijst. Voor de geïnteresseerde: de keuze tussen Beach Boys, George Gershwin en Lovin’ Spoonful viel in het voordeel van die laatste uit. Maar ook de geheel op piano gespeelde versie van She Was Naked en het duet samen met zangeres Jane Goulding in een Sweet d’Buster nummer mochten er zeker zijn.


Na de pauze komt Stips’ lidmaatschap bij het eveneens Haagse Golden Earring ruimschoots aan bod. Maar ook zijn solowerk, de samenwerking met The Nits, zijn productiewerk voor onder andere Gruppo Sportivo en de wedergeboorte van Supersister komen ter sprake. Stips verhaalt honderduit en met veel humor en kwinkslagen over zijn inmiddels zes decennia omvattende muzikale loopbaan. Vrielink probeert nog wat orde te scheppen door regelmatig terug te grijpen op het belang van de hoesontwerpen, Stips lijkt maar nauwelijks geïnteresseerd. Beide heren zijn aan elkaar gewaagd, er is zeker geen sprake van de fan en zijn idool.
Al met al een geslaagde combi van interview, informatie, anekdotes, muziekfragmenten, onthullingen en vooral livemuziek. Het ligt een beetje in het verlengde van de tegenwoordig zo populaire podcast maar dan in een theaterversie en smaakt naar meer. Wordt ongetwijfeld vervolgd.
Ik kan het toch niet laten.
In maart van dit jaar schreef ik een column waarin ik een lans brak voor livealbums die in mijn ogen ondergewaardeerd werden. Dat laatste zeker met betrekking tot de inmiddels beroemde/beruchte eindejaarslijstjes. Ik hield een vlammend betoog over de geneugten van live versus studio. Dat illustreerde ik nog met een aantal iconische voorbeelden én de belofte om er een aantal alsnog van een recensie te voorzien. Dat laatste is maar zeer summier gelukt, ik geef het grif toe.
Desondanks heb ik toch nog maar eens teruggekeken naar het inmiddels bijna ten einde lopende jaar 2025 en de vangst op het gebied van nieuwe livealbums. En ik kan jullie vertellen: het resultaat daarvan vervult mij met grote vreugde. Want die vangst is bepaald niet slecht: ik tel inmiddels maar liefst 20 (twintig) nieuwe livealbums en ook nog eens een paar luxe remasters die een volledig concert als bonus herbergen. Zeker geen slechte oogst voor een min of meer gemiddeld progjaar, zou ik zeggen. En gelukkig: (bijna) alle dit jaar uitgekomen albums zijn ook door een lid van ons team van een recensie voorzien; hulde aan eenieder!
Er zit weer een aantal juweeltje tussen, eigenlijk te veel om op te noemen, maar ik wil jullie toch mijn persoonlijke top 10 niet onthouden, in min of meer willekeurige volgorde:
David Gilmour – Live at Circus Maximus Rome
Jon Anderson & The Band Geeks – Live Perpetual Change
Gentle Giant – Playing The Fool (The Complete Live Experience)
Big Big Train – Are We Nearly There Yet
Steve Hackett – The Lamb Stands Up Live At The Royal Albert Hall
Unitopia – Alive And Kicking
Barock Project – Live Voyager
Dream Theater – Quarantième: Live à Paris
Crack the Sky – Live 1st Album 50th Anniversary
Jethro Tull – Aqualung Live
En dan zijn er dit jaar ook nog liveregistraties uitgekomen van bijvoorbeeld Jadis, Kayak, Riverside, District 97, Magnum, Hawkwind, Beat, Leprous, en Jan Akkerman. Die laatste moet nog uitkomen, wat ook geldt voor Barock Project. Yes, Jethro Tull en Solution brachten oud werk opnieuw uit en voegden daar (bonus) live-cd’s aan toe. Hetzelfde geldt voor het nieuwe studio-album van John Lees’ Barclay James Harvest, waar ook een bonus live-cd bij zit. Een prima resultaat dus, de liefhebbers van livemuziek zijn ook dit jaar weer goed aan hun trekken gekomen.
Resteert alleen nog de plicht om mijn belofte na te komen en die iconische livealbums van weleer van een passend commentaar te voorzien. Als ode aan de uitvoerenden, maar ook voor mijn eigen grote plezier.
Ik kan het toch niet laten.
Popprofessor Gerrit-Jan Vrielink is bekend om zijn gigantische verzameling platen en zijn encyclopedische kennis van muziek en met name platenhoezen. Na het vastleggen in boekvorm van een 100 tal columns die Vrielink had verzameld tijdens de coronaperiode, mondde zijn hobby uiteindelijk uit in een aantal heuse optredens.
Hij heeft de smaak inmiddels te pakken: op zondagmiddag 14 december treedt hij wederom op in het Podiumcafé van de Boerderij in Zoertermeer waar hij al jaren als vrijwillige opnameleider fungeert. En ditmaal met een bijzondere co-host: niemand minder dan Robert Jan Stips staat hem bij op een reis langs de bands uit zijn lange loopbaan als musicus.
Gerrit-Jan en Robert Jan nemen de toeschouwers mee langs ruim vijftig jaar geschiedenis van popmuziek en platenhoezen, aan de hand van de groepen waarin Stips heeft gespeeld. Van Supersister, via Golden Earring, Sweet d’Buster en Gruppo Sportivo naar The Nits. Dus gaat het over Chopin, Soft Machine, fotograaf Anton Corbijn en Nits-voorman Henk Hofstede.
Een middag vol informatie, anekdotes, muziekfragmenten, onthullingen, livemuziek en als het een beetje meezit ook nog een Grand Finale.
https://poppodiumboerderij.nl/programma/verhaalachterdeplatenhoes/
Bij Progwereld zijn we doordrongen van het feit dat wij geen fouten mogen maken. Dat komt enerzijds door het gegeven dat we zelf ‘nerds’ zijn als het gaat om de juistheid van onze schrijfsels. Alles moet goed zijn, alles moet wijken voor een compleet en vooral inhoudelijk juist beeld van ons onderwerp: een album, optreden, nieuwsitem of interview. Daarnaast realiseren wij ons maar al te goed waar ons publiek uit bestaat: net als wij zijn het vaak ook ‘nerds’, fans die alles willen weten van hun favorieten muzikanten. En daarbij niet schromen om ons te wijzen op fouten/foutjes die er desondanks nog wel eens in willen sluipen.
Dat brengt voor ons als recensent soms een behoorlijke druk met zich mee. Zo kent vrijwel elke concertrecensent wel de stress om aan een juiste setlist te komen. Vooral bij minder bekende bands is het soms een hele tour om exact te weten te komen welke nummers zijn gespeeld en dan ook nog in welke volgorde. Dus er wordt altijd jacht gemaakt op de geprinte versies van setlists die (sommige) bands met tape aan de podiumvloer hebben geplakt. Er wordt naarstig gespeurd op internetfora naar info en als laatste redmiddel worden andere concertbezoekers, management of de band zelf als bron van informatie gezocht. Alles voor de juistheid en informatiejacht van onze lezers.
Toch worden er af en toe foutjes gemaakt, wij zijn ook maar mensen. Dan krijgen we weer ongenadig onder uit de zak van een lezer die ontdekt dat wij bij dat optreden dat ene nummer vergeten zijn te melden. Of erger, de volgorde is onjuist weergegeven. Kleine omissies in de naam worden ook genadeloos afgestraft: “de zanger heet Arjen niet Arjan!!!” (let vooral op de uitroeptekens) wordt ons dan per mail toegesnauwd. Terwijl de schrijver van het artikel toch circa 34 keer de naam juist heeft vermeld in het verder zeer lezenswaardige (en uiterst arbeidsintensieve) interview. Stom natuurlijk van die collega, hij weet dat dit ons loon is en dat we niet alleen beoordeeld worden op wat we goed doen maar ook op wat we fout doen. Het zij zo. Je kunt het ook positief benaderen: blijkbaar zijn onze lezers zo betrokken/kritisch dat zij de moeite nemen om in de spreekwoordelijke pen te klimmen om ons op onze fouten te wijzen. Dank daarvoor, geachte lezers! (zonder ironie). Ondertussen blijven wij ons inzetten om jullie zo volledig mogelijk te informeren over het wel en wee van ons geliefde muziekgenre. Ook al gaat dat soms met horten, stoten en fouten gepaard. Waarvan akte.
Foto: screenshot uit reclame van Reaal Verzekeringen
Styx brengt al vanaf 1972 muziek uit en ze zijn nog niet van plan te stoppen. “Circling From Above” is hun achttiende album en dat brengen ze op 18 juli via hun Alpha Dog 2T/UMe tabel uit. Het gaat over “de complexiteit van de menselijke ervaring door de kruisende lenzen van technologie en natuur.”
Foto Jason Powell
Op het nieuwe album zetten ze de meer progressieve lijn voort, die ze met “The Mission” en “Cast Of The Crown” hebben ingezet. Ze mixen de prog-aanpak van de eerste albums van Wooden Nickel met de melodieuze hardrock waarmee ze eind jaren 70 en begin jaren 80 naam maakten.
“Als je begint met het schrijven van een album, is er meestal iets dat je verbeelding prikkelt, en ineens ben je een verhalenverteller die begint met de kiem van een verhaal,” zegt gitarist en zanger Tommy Shaw. “Een goed nummer is als een rechte weg – het brengt je naar de volgende plek.”
Bekijk hier de nieuwe single Build And Destroy en bestel hier alvast de nieuwe cd.
Nummers:
Circling From Above
Build and Destroy
Michigan
King of Love
It’s Clear
Forgive
Everyone Raise A Glass
Blue Eyed Raven
She Knows
Ease Your Mind
The Things That You Said
We Lost the Wheel Again
Only You Can Decide