ChatGPT

Mijn stukje over het OOR-artikel heeft nogal wat stof doen opwaaien binnen de Progwereld gelederen. In dit geval gaat het niet zozeer over de inhoud, de parallel tussen ons beide, maar het feit dat ik het gebruik van ChatGPT veroordeelde. Een collega sprak juist zijn steun uit voor het programma dat ons in zijn ogen in de toekomst zeker gaat helpen. Hij vervolgde zijn betoog door te stellen dat men rekenmachines vroeger ook niet accepteerde omdat we dan niet meer zouden kunnen rekenen. Hij zette zijn stelling kracht bij door ons kennis te laten maken met een recensie die door middel van het vermaledijde programma was gegenereerd. Ik ga u hier niet vertellen wat ik van die recensie vond. Wel wil ik kort reageren op het standpunt dat rekenmachines en software ons helpen om beter te rekenen en te schrijven. U zult ongetwijfeld de krantenkoppen gelezen hebben, enige tijd geleden, waarbij leraren en andere onderwijsdeskundigen zich ernstig zorgen maken over het feit dat Nederlanders niet meer kunnen rekenen en lezen. Het is niet zo’n gekke gedachtesprong om te bedenken dat iets dergelijks zich ook kan voordoen op het gebied van schrijven.

Maar even terug naar ons eigen medium, Progwereld. Zou het echt zo zijn dat wij als schrijvers van recensies, concertverslagen, interviews, overlijdens-  en nieuwsberichten, ja zelfs columns, geen toegevoegde waarde meer hebben? Dat we dat met een paar trefwoorden kunnen overlaten aan een computer? Dat is toch wel erg kras. Ik geloof het ook niet. Het zou goed van pas komen als we bijvoorbeeld die enorme tsunami aan Dream Theater bootlegs die momenteel op ons afkomt, door het programma laten recenseren. Ik gok erop dat de software er al gauw de brui aan geeft en tot een herhaling van zetten komt, daarbij zichzelf plagiërend. Ook kan ik me voorstellen dat mijn collega zich tijdens redactievergaderingen laat vertegenwoordigen door een ChatBot. Vragen? Geen vragen! Zou die ChatBot ook een gezicht als een OORwurm kunnen trekken? Belangrijke vragen allemaal. Maar, geachte lezer, maak u vooral geen zorgen, er zijn nog voldoende capabele scribenten in huis die de Nederlandse taal ruimschoots machtig zijn om u, soms zelfs in bloemrijke taal, kond te doen van nieuw verschenen materiaal op het gebied van ons geliefde muziekgenre.

Waar een luisterend OOR al niet goed voor is.

Het ene OOR in

Een opvallend artikel in de zojuist verschenen editie van het invloedrijke muziektijdschrift OOR: een soort van excuusbrief voor alles wat het blad aan onrecht heeft aangedaan.

Men biedt, op een ironische wijze, excuses aan voor alles wat er verkeerd gegaan is. Of wat men veronderstelt dat de lezer denkt dat er verkeerd gegaan is. En dat is nogal een lijstje geworden. Althans volgens de schrijver van het artikel, hoofdredacteur Erik van den Berg. Zo verontschuldigt hij zich voor het feit dat er een behoorlijk aantal albums en concerten niet voor een recensie in aanmerking kwam. Of het feit dat mensen meenden dat de recensent van dienst ‘zeker bij een ander concert was’. Het woord ‘afzeikrecensie’ komt zelfs voorbij. Misschien een nieuw woord voor de Van Daele in 2023?

Ook blijken lezers het niet eens te zijn met, daar komt ‘ie weer, de eindejaarslijst, met name het ontbreken van de nieuwe Marillion wordt blijkbaar als een doodzonde gezien door bepaalde briefschrijvers. Niets nieuws onder de zon.

Diezelfde eindlijst blijft een bron van ergernis, in dit geval ook het moment van verschijnen, ergens halverwege de maand december. Want dan mis je de meesterwerken die nog verschijnen in de resterende weken. Tja…. Men besluit op humoristische wijze door zelfs excuses aan te bieden voor het hele stuk, wat volgens de schrijver met behulp van ChatGPT is geschreven op basis van de trefwoorden ‘recensies’, ‘zuur’ en ‘sorry’. Grappig maar tegelijkertijd ernstig. En bovenal herkenbaar. Want hier blijkt maar weer dat wij als kleine Progwereld (hoewel..) in vergelijking met het grote betaalde medium OOR niet zoveel afwijken.

Ook wij worden regelmatig geconfronteerd met ontevreden lezers/bezoekers van onze site die zich afvragen hoe wij in hemelsnaam het laatste album van band X vergeten zijn te recenseren. Of waar wij waren toen band Y eindelijk weer eens optrad in Nederland. En waarom we toch die ene zanger met een gillend speenvarken vergelijken. Hoe komen we erbij om de nieuwe van band Z op de hoogste trede van ons eindejaarslijstje te zetten. Of juist helemaal niet op te nemen.

Tot zover de parallellen tussen het grootste en oudste muziekmagazine van Nederland en een kleine maar gerespecteerde website op het gebied van progressieve rock. Want er zijn wel degelijk verschillen. Zo zullen wij nooit, maar dan ook nooit ChatGPT te hulp roepen. Ook niet voor de grap. Bij ons neemt Marillion wel degelijk een belangrijke plek in op de jaarlijstjes. En wij gaan al helemaal geen excuses aanbieden voor alles wat we wel of niet schrijven. Zo, al weer een column op een OOR na gevild.

‘De recensent was inderdaad bij een ander concert’

 

Jethro Tull kondigt 23e studioalbum “RökFlöte” aan

Jethro Tull kondigt hun 23e studioalbum “RökFlöte” aan, dat op 21 april 2023 via InsideOutMusic zal verschijnen. Na “The Zealot Gene” uit 2022, het eerste album van de band in twee decennia, keren Ian Anderson en de band terug met een album met 12 nummers, gebaseerd op de karakters en rollen van enkele van de belangrijkste goden van het oude Noorse heidendom. Tegelijkertijd verdiept de band zich in de ‘RökFlöte’, de rockdwarsfluit, die Jethro Tull tot een icoon heeft gemaakt.

De eerste single van het album, Ginnungagap, wordt vergezeld van een verbluffende animatievideo.





1.    Voluspo
2.    Ginnungagap
3.    Allfather
4.    The Feathered Consort
5.    Hammer On Hammer
6.    Wolf Unchained
7.    The Perfect One
8.    Trickster (And The Mistletoe)
9.    Cornucopia
10.    The Navigators
11.    Guardian’s Watch
12.    Ithavoll

Gouden stekker

We worden overstroomd door heruitgaven van albums, al jaren. Nou wil ik het hier niet hebben over de (commerciële) achtergronden van dit fenomeen of de relevantie ervan in het licht van de geschiedenis. Nee, ik wil graag mijn gedachten delen over de geluidstechnische aspecten ervan, de remix, de high-resolution, remaster, super audio etc.

Ik heb nooit de onstuitbare drang gehad om mijn platencollectie te converteren naar Amerikaanse – of nog beter – Japanse persingen. Of alles om te zetten naar digitaal, mijn platencollectie is nog steeds intact. Dat wil niet zeggen dat ik blind (of doof) ben voor nieuwe technologische ontwikkelingen, de bluetooth draait regelmatig overuren.

Ik ben nooit iemand geweest die het beste van het beste wilde hebben op het gebied van audio. Ik vind een paar peperdure boxen veel te veel van het goede. Hetzelfde geldt voor een voor- en na-versterker, vergulde stekkers en professionele kabelkwaliteit. Ik geef de voorkeur aan een redelijke kwaliteit bootleg boven een super audio high-res … Afijn, u snapt mij wel. Ben eerder een ‘musicofiel’ dan een audiofiel.

Want laten we wel wezen: er zijn maar weinig mensen die het verschil écht kunnen horen. Oke, ik heb een collega binnen het team van Progwereld die van beroep musicus is. Hij heeft voldoende geoefende oren om een afgewogen oordeel te hebben over de kwaliteit van het geluid. Een goede vriend heeft na afloop van zijn betaalde carrière bij een bank een cursus gevolgd tot opnametechnicus. De cursusleider, een professioneel techneut met eigen studio, heeft schoorvoetend moeten toegeven dat mijn vriend betere oortjes heeft dan hijzelf. In dat soort gevallen snap ik de wens om de best mogelijke apparatuur in huis te halen, compleet met alle toeters en bellen.

Een andere collega liet ons recent nog weten hoe verguld hij is met de stortvloed aan remixen die ons de laatste jaren teisteren. In een gloedvol betoog meldt hij, als overtuigd audiofiel en muzikant, dat hij nu pas de werkelijke waarde van de muziek van Genesis, Yes en Marillion heeft ontdekt. Fijn voor hem, maar ik was hem toch net even voor; in de jaren ’70/’80 wel te verstaan, met mogelijk gebrekkige apparatuur, slechte persingen en matige opnametechnieken.

Maar in alle andere gevallen ben ik toch geneigd te zeggen dat het lood om oud ijzer is. Enige jaren geleden kwam ik voor de keuze op welke manier ik mijn collectie muziek voortaan vorm zou geven: lp’s, cd’s, of digitaal. En wat het laatste betreft heb je dan nog de keuze tussen de diverse formats: wav, flac, mp3, en dan vergeet ik er ongetwijfeld nog een paar. Uiteindelijk is de keuze gevallen op de beste kwaliteit mp3. Die keuze was mede ingegeven door beperkte opslagcapaciteit. Soms heb ik wel eens spijt dat ik niet voor een betere kwaliteit heb gekozen, maar gedane zaken nemen geen keer.

Uiteindelijk gaat het toch om de muziek, de emotie die het oproept en de mate van plezier die je eraan hebt. Ik neem het voor lief dat ik niet (altijd) de fijne nuances kan waarnemen of dat al dan niet storende foutje moet accepteren. Het zij zo. Het is niet al goud wat er blinkt.

Shine On

Ik had hem al een aantal keren eerder zien optreden, hoewel de allereerste keer geen doorgang kon vinden: vlak voor het optreden kwam het bericht dat zijn vaste toetsenist vlak daarvoor was overleden. Vanzelfsprekend ging de show niet door. Daarna ben ik speciaal voor hem ergens midden 2000 naar Bospop gegaan waar hij vroeg in het programma stond geprogrammeerd. Maar niet zo vroeg dat gerenommeerde gitaristen die later (als hoofdact) zouden optreden als Steve Lukather (Toto) en Steve Rothery (Marillion) in de coulissen van het openlucht podium ademloos stonden te kijken naar de show van de legendarische veteraan; een echte ‘musician’s musician’. Later zag ik hem tot mijn onuitsprekelijke plezier nog optreden in de Boerderij in Zoetermeer waar hij een integrale versie van zijn iconische live-album uit midden jaren zeventig ten gehore bracht, samen met zijn zoon.

Hij zag er inmiddels al wel behoorlijk anders uit, hoe kan het ook anders, we zijn bijna vijftig jaar verder: de lange krullende haren waren verdwenen en een kalende schedel was goed zichtbaar. Ook de flashy podiumkleding was ingewisseld voor een simpel shirt en jeans, veel meer op zijn plaats in de theaters waar hij nu speelde. De tijd van de volle voetbalstadions en de adoratie van een grotendeels jong publiek lag ver achter hem. Maar wat gebleven was, die jongensachtige, sympathieke uitstraling en niet in de laatste plaats, dat geweldige, uiterst herkenbare gitaarspel. En zijn stem natuurlijk, beiden hadden nog niets aan kracht ingeboet. Het scheen hem niet te deren, die veranderde omstandigheden, de kleinere zalen en dito publieke belangstelling. Hij ging er nog steeds voor, elke keer, met hart en ziel. Dat maakte hem ook zo plezierig, zo aanraakbaar, aaibaar zelfs, in niets meer de Hall of Fame ster uit het verleden. Hij kon er zelfs nog grapjes over maken, zoals ook blijkt uit zijn humoristische autobiografie, Do You Feel Like I Do?, een aanrader overigens.

Ik was emotioneel getroffen toen het nieuws over zijn ziekte naar buiten kwam: hij lijdt aan de ongeneeslijke spierziekte inclusion body-myositis (IBM), in een steeds verder gevorderd stadium. Hij zou op niet al te lange termijn niet meer kunnen optreden, zijn spieren en fijne motoriek, van levensbelang voor een musicus, begeven het langzaam maar zeker. Toen de afscheidstournee werd aangekondigd probeerde ik meteen kaartjes te reserveren; ik was helaas te laat voor het enige Nederlandse optreden, in Haarlem nota bene. Dus gezocht naar het dichtstbijzijnde alternatief, dat bleek de Brusselse schouwburg Cirque Royal te zijn, in het centrum van de Belgische hoofdstad. Een oud theater uit 1878, een beetje als Carré maar dan minder goed onderhouden. Een passende omgeving voor de oude strijder.

Waarom nou wel naar zijn afscheid en (bewust) niet naar Genesis/Collins, toch veel meer in mijn (prog)straatje? Een goede vraag waar ik niet direct het antwoord op heb. De situatie is ongeveer gelijk, beiden zijn fysiek gehandicapt en aan het eind van hun carrière en de kans dat er nog ooit live opgetreden wordt is klein, zeg maar gerust nihil. Gooi het maar op de gun-factor, de sympathie voor de echte rocker die in het harnas wil sterven.

Over het optreden zelf kan ik kort zijn: precies wat ik van hem gewend ben. Uitstekende pakkende songs met een hook, gedreven zang en hemels gitaarspel op die karakteristieke zwarte ‘54 Gibson Les Paul Custom genaamd ‘Phenix’. Het hele optreden gezeten op een stoel/kruk, evenals zijn band, maar met nog steeds dezelfde energieke instelling: om de best mogelijke show te produceren, handicap of niet. Het afscheid was emotioneel, zijn ‘no goodbye, so long’ klonk optimistisch, tegen beter weten in. De titel van de tournee luidde immers: Finale: The Farewell Tour.

Thanks Peter, for showing me the way, I truly feel like you do. Shine on!

Boekrecensie: Will Romano – Mountains Come Out of the Sky: The Illustrated History of Prog Rock (2010)

Een titel met een strofe uit Roundabout van Yes, een omslagfoto van langharige Yes-toetsenist Rick Wakeman en de titel van het boek in Roger Dean letters: dat moet haast wel een goed boek zijn. Lees hier de recensie door Alex Driessen

Transatlantic kondigt nieuw live album aan: “The Final Flight: Live at L’Olympia”.

Transatlantic, de prog supergroep van Neal Morse, Mike Portnoy, Roine Stolt en Pete Trewavas,  presenteert met trots een nieuwe concertset getiteld “The Final Flight: Live At L’Olympia”. Het album werd opgenomen en gefilmd in Frankrijk tijdens de laatste optreden van een korte tour om het vijfde en meest gedurfde album van de band tot nu toe, “The Absolute Universe”, te promoten. Het betrof hier de eerste serie optredens van de band in acht jaar. Van de eerste noot van Overture (“The Absolute Universe”) tot en met de medley rond de eerste twee Transatlantic albums waarmee de avond wordt afgesloten, omvatte het optreden in totaal 3 uur muziek.

Hoewel drummer Mike Portnoy opmerkt dat de band het gedurende drie uur spelen wel gewend is, is gitarist Roine Stolt een iets andere mening toegedaan: met het klimmen der jaren is wordt het hem allemaal een beetje teveel, ondanks het feit dat ook hij over ‘een geweldige tour’ spreekt. Neal Morse voegt nog toe dat dit eigenlijk ‘versie vier’ van het album betreft, door enerzijds improvisaties maar ook kleine maar belangrijke veranderingen aan de songstructuur zoals in Belong. Bassist Pete Trewavas tenslotte, typeert Transatlantic als een soort showband ‘waarin we af en toe pronken wat we allemaal kunnen’.

De show is opgenomen onder leiding van Paul Green (ook verantwoordelijk voor “Whirld Tour 2010: Live in London” opnam), en gemixt door ouwe getrouwe Rich Mouse. De set zal verkrijgbaar zijn als Special Edition 3CD+Blu-ray Digipak (incl. 5.1 surround sound) en in luxe klaphoes 180g 4LP versie. Beiden zijn voorzien van kunstwerken van Thomas Ewerhard en foto’s van Nidhal Marzouk.




1. The Absolute Universe Intro
2. Overture
3. Reaching For The Sky
4. Higher Than The Morning
5. The Darkness In The Light
6. Take Now My Soul
7. Bully
8. Rainbow Sky
9. Looking For The Light
10. The World We Used To Know
11. MP Intro
12. The Sun Comes Up Today
13. Love Made A Way (Prelude)
14. Owl Howl
15. Solitude
16. Belong
17. Lonesome Rebel18. Can You Feel It
19. Looking For The Light (Reprise)
20. The Greatest Story Never Ends
21. Love Made A Way
22. The Whirlwind Suite
23. NM & RS Intro
24. We All Need Some Light
25. The Final Medley

 

Strenge regels om gehoorschade aan te pakken

Een opvallend bericht op de voorpagina van de landelijke kranten enige tijd geleden:

Staatssecretaris Maarten van Ooijen (Volksgezondheid) wil strengere regels invoeren om gehoorschade bij vooral jongeren te voorkomen. Van Ooijen denkt aan het verlagen van het maximum toegestane geluidsniveau op festivals. Hij overweegt ook de gehoorscreening op basisscholen uit te breiden. Voordat hij besluiten neemt, wacht de staatssecretaris eerst het advies van de Gezondheidsraad af. Gehoorschade is een fors probleem, zo werd al vaker geconstateerd, maar is een ondergeschoven kindje.

De discussie al decennia aan de gang, vaak zonder resultaat. Oordopjes worden lang niet altijd gebruikt terwijl ze toch al geruime tijd voorradig zijn. Poppodium de Boerderij maakte jarenlang gebruik van een decibelmeter boven het podium, goed leesbaar voor het publiek. Boven 103 db gaf de meter het aantal decibels in rood aan. Sinds lange tijd is dat niet meer het geval, waarom dat het geval is, ik weet het echt niet.

De meningen van zaaleigenaren zijn divers, blijkt uit een artikel van Live XS, het communicatie-platform van de poppodia en festivals in Nederland en België. Een greep uit de reacties:

  • Onze installatie is van zeer goede kwaliteit, dus die 103 dB is genoeg
  • We houden ons aan die regel. Klachten krijgen we nooit.
  • Ik heb soms zelf wel iets van: het zou wel wat harder mogen b.v. bij zware metalshows en bluesconcerten
  • Er is ook zoiets als gehoorbescherming
  • Ik vind 103 dB nog steeds erg hard
  • Zelfs 90 dB is al schadelijk als je er lang in staat
  • Onze zaal ligt in een woonwijk en daarom ligt het maximum geluidsniveau hier na elf uur s- avonds al lager, op 98 dB
  • Het is als sector goed om onze verantwoordelijkheid niet uit de weg te gaan
  • Wij hanteren bij concerten al een maximaal geluidsniveau van 103 dB
  • Gehoorbescherming staat bij ons altijd al hoog in het vaandel

Iedereen heeft het voor zichzelf dus al goed geregeld, geen reden tot zorg voor de overheid dus. Of toch wel?

Al sinds het midden van de jaren ‘70 ga ik al naar concerten, maar nog nooit met oordopjes, dat zeg ik zonder trots, het is zuiver een constatering. Vooral in de beginperiode, met name in het Rotterdamse Ahoy met zijn slechte akoestiek, kon dat nog wel eens tot problemen leiden. Nog ruim na de show was het zoemende geluid in de oren nog aanwezig, een zoem die soms nog dagen aanhield.

Ik moest er kortgeleden nog aan denken: recent spotte ik nog een plekje vooraan het podium bij een drukbezocht optreden. ‘Wat een mazzel’ was de eerste reactie. Maar in tweede instantie was het toch: ‘oh ja, de PA….’ Ik herinner me dat ik nog net op tijd hersteld was voor het belangrijke slotoptreden van diezelfde band aan de overzijde van het kanaal. Tja….

Voor medewerkers/vrijwilligers van de al eerder genoemde Boerderij geldt al geruime tijd het aanbod om voor maatwerk oordopjes in aanmerking te komen, tegen geringe bijbetaling. Andere zalen kennen een soortgelijke regeling. Ik weet eerlijk gezegd niet hoeveel medewerkers er gebruik van maken, maar er is zeker geen sprake van een 100% score.

Waar komt dat door, wordt het gezien als bemoeizucht? Ontbreekt de noodzaak? Of is het gewoon desinteresse? Ik weet het niet. Oorverdovende pauzemuziek bij sport evenementen is tegenwoordig ook vaker regel dan uitzondering. Het woord ‘beleving’ speelt daarbij een belangrijke rol. Of het nou een voetbal- of volleybalwedstrijd betreft, de DJ is niet meer weg te denken. Eerlijk gezegd mag het best wel een beetje zachter, het zal ook wel iets met leeftijd te maken hebben.

Hoewel: nog maar een paar dagen geleden regende het klachten naar aanleiding van een concert van de Britse rockband Placebo. Er was sprake van ongeloof bij de bezoekers van Ziggo Dome na een snoeihard concert: ‘zelfs met oordoppen was het een marteling’. De Ziggo Dome betreurt in een reactie op Twitter de grote hoeveelheid klachten, maar benadrukt dat het concert onder de gestelde geluidsnorm is gebleven.

Er is een hele reeks bekende artiesten met gehoorproblemen/tinnitus zoals o.a. Eric Clapton, Phil Collins, Ozzy Osbourne, Anthony Kiedis (Red Hot Chili Peppers), Chris Martin (Coldplay) en Brian Johnson (AC/DC). Maar ook dichter bij huis, dan denk ik aan Jan van der Meij (Analogues) en Jett Rebel. Het slechtste voorbeeld is natuurlijk de aan één oor bijna volledig dove hardrock gitarist Ted Nugent. En oh ja, ene Ludwig von Beethoven. Die laatste was natuurlijk niet het slachtoffer van harde omgevingsgeluiden.

Ook ik moet er toch zo langzamerhand aan geloven, mijn collega hielp me er onbewust aan herinneren toen wij beiden een optreden van een favoriete band bezochten. Hij had ze wel in, wat best wel lastig is in een conversatie. Maar oh zo praktisch als het geluidsvolume weer eens de grenzen overschrijdt. Dat zette me toch aan het denken, waarvoor dank. Misschien wordt het daardoor lastiger om te converseren tijdens een concert, maar mijn gehoor is me wel zo dierbaar. Zonder muziek geen leven.

Nieuw werk van Unitopia: Seven Chambers

Unitopia, de progressieve rockband uit Australië, opgericht in 1996 door zanger Mark Trueack en toetsenist Sean Timms, komt in 2023 met hun vierde studioalbum. Het nieuwe werk gaat “Seven Chambers” heten. Op dit album zal de band in de nieuwe samenstelling spelen d.w.z. naast beide oprichters zullen John Greenwood (gitaar), Steve Unruh (o.a. viool, fluit), Alphonso Johnson (bas) en Chester Thompson (drums) acte de présence geven. Unruh is bekend van zijn activiteiten voor The Samurai of Prog terwijl de fameuze Amerikaanse ritmetandem een gezamenlijk verleden heeft bij o.a. Weather Report. Drummer Chester Thompson heeft met name door zijn werk voor Genesis en Phil Collins bekendheid onder progfans gekregen. In deze all-star samenstelling zal de band ook op tournee gaan, voor de eerste keer in twaalf jaar. Eén van deze shows is inmiddels bekend: de heren gaan wederom Poppodium De Boerderij in Zoetermeer aandoen, op  donderdag 14 september 2023. In deze zaal namen ze in 2010 de live DVD “One Night in Europe” op.




 

 

Booming business

Recent kwam het nieuws tot ons dat Genesis i.c. Collins, Banks en Rutherford, hun muziekrechten hebben verkocht. Muzieklabel Concord Music betaalde er volgens The Wall Street Journal 300 miljoen dollar voor. Een aardig zakcentje voor zanger/drummer Phil Collins en zijn mede-bandleden. Overigens maakt de muziek die samen met Peter Gabriel en Steve Hackett is gemaakt geen onderdeel uit van de deal. Hiermee komt Genesis in het rijtje van muzikale grootheden als Bob Dylan en Bruce Springsteen, die de afgelopen jaren hun muziekrechten al verkochten. De catalogus van Dylan werd voor 400 miljoen dollar verkocht, de liedjes van Springsteen leverden hem zo’n 500 miljoen dollar op. Ook Neil Young en Paul Simon verkochten hun muziekrechten al en zij zijn niet de enigen.

Money
It’s a gas
Grab that cash with both hands and make a stash

Het voorbije jaar hebben investeerders wereldwijd minstens 5 miljard dollar betaald voor de overname van de catalogussen van muzikanten. In totaal werden daarbij meer dan zestig grote transacties gemeld. Dat blijkt uit een rapport van de gespecialiseerde nieuwssite Music Business Worldwide. Het is niet het laatste maar zeker niet het eerste bericht in een stroom aan deals die al decennia plaats vindt.

Iedereen kent het verhaal van Michael Jackson, de man die de meeste muziekalbums aller tijden verkocht. Hij kocht in de jaren ’80 de rechten van The Beatles op. Voor minder dan 50 miljoen dollar kreeg hij ze in handen. De vriendschap met voormalig Beatle Paul McCartney (die ze ook wilde bemachtigen) was daardoor wel voorbij. Genoemde portfolio, later aangevuld met de hits van Marvin Gaye, The Rolling Stones en Bob Dylan, bleek een meesteraankoop te zijn, met de verkoop aan Sony als klapper voor de erfgenamen van Jackson: de deal leverde een slordige 750 miljoen dollar op. Geen wonder dat Paul geen vriendjes meer wilde zijn.

Money
Get back
I’m alright, Jack(o), keep your hands off of my stack

Waarom de artiesten de rechten op hun (toekomstige) muziek verkopen lijkt duidelijk: ze halen de (toekomstige) waarde van hun rechten naar voren, naar een moment waarop ze er zelf  nog van kunnen genieten. In de meeste gevallen (maar zeker niet allemaal) gaat het om al wat oudere artiesten die op deze manier zichzelf van een mooie oudedagsreserve voorzien. Of daarmee nieuwe projecten financieren die anders nooit het levenslicht zouden zien (Bowie).

Wie zijn dan de kopers en waarom is het zoveel geld waard? Dan moet je denken aan investeringsfondsen als Vine Alternative Investments en het Britse beursgenoteerde Hipgnosis. Vooral dat laatste fonds, met die in platenhoezen-kringen bekende naam (voor zover bekend geen link), timmert hard aan de weg met diverse spraakmakende aankopen. Naar verluidt zou het fonds nu al 2,2 miljard dollar waard zijn. De markt voor muziekrechten wekt ook de interesse van private equity-partijen, rijke investeerders die buiten de aandelenbeurs om bedrijven financieren. Zo kondigde eerder dit jaar één van de grootste private equity-investeerders ter wereld, KKR, een samenwerking aan met platenlabel/muziekuitgeverij BMG om haar debuut te maken in de wereld van het investeren in muziekrechtencatalogi. KKR en BMG zetten bij oprichting al direct minstens 1 miljard dollar opzij om te investeren. De trend van muziekinvesteringsfondsen is ook overgewaaid naar Nederland, waar sinds begin dit jaar het Pythagoras Music Fund actief is (opgericht door onder andere John Ewbank).

Money
So they say
Is the root of all evil today

Het is duidelijk: beide partijen zien wel been in een rechtenverkoop, de (beleggings)markt zoekt juist naar dit soort kansen, het geld is goed. Investeerders zien muziekrechten als relatief veilige beleggingen voor de lange termijn. En de positieve kant ervan is dat onze geliefde muziek blijkbaar ook in de toekomst nog zoveel waarde heeft dat het dergelijke investeringen rechtvaardigt. De muziek zal dus nog meerdere generaties gespeeld worden, op streamingsdiensten of via andere kanalen, geen slechte ontwikkeling. Maar natuurlijk wel gedreven door grote sommen geld.

Pink Floyd, ook al een band die de verkoop van rechten overweegt, zei het al in 1973:

Money
It’s a crime
Share it fairly, but don’t take a slice of my pie

De ironie van het lot wil nu dat de recente politiek-getinte uitspraken van Roger Waters naar verluidt de mogelijke verkoop van de rechten van de band in gevaar hebben gebracht. Is er dan toch gerechtigheid?

Send this to a friend