Progwereld Special: Classic Live Albums, Part 2!

In de update van deze week het tweede deel van onze Classic Live Albums Special. Als begeleidend schrijven hierbij nogmaals het bericht dat we bij deel 1 plaatsten op 14 juli:

Ik kan/kon het toch niet laten.

In maart en december vorig jaar schreef ik een tweetal columns waarin ik een lans brak voor livealbums die in mijn ogen binnen Progwereld ondergewaardeerd werden. Mijn betoog illustreerde ik nog met een aantal iconische voorbeelden én de belofte om er een aantal alsnog van een recensie te voorzien. Wel, het is tijd om die belofte waar te maken: hier is-ie dan, de Progwereld Special Classic Live Albums.

Het was niet zo moeilijk om een lijstje te maken met de albums die zonder al te veel discussie in zo’n special thuis horen: elk zichzelf respecterend medium op proggebied zal “Yessongs”, “Seconds Out” en “All the World’s a Stage” in zijn annalen hebben opgenomen. Progwereld kan en mag niet achterblijven. Het inschrijven op de recensies door mijn collega’s leverde zelfs vermakelijke beelden op: er werd letterlijk (nou ja…) gevochten om een aantal hooggewaardeerde albums (elpees) te mogen recenseren. Kijk, zo zien we dat graag bij Progwereld, een beetje passie kan geen kwaad. Toen we het Salomonsoordeel uiteindelijk konden vellen, de rook was opgetrokken en de vechtenden uit elkaar waren gehaald, konden we eindelijk de definitieve lijst vaststellen. Voor mij persoonlijk een heerlijk gevoel. Niet alleen dat we erin geslaagd waren om het spreekwoordelijke gat te dichten, maar ook om het genotvolle gevoel die oude platen weer eens af te stoffen en te beluisteren.

Dan keer ik weer helemaal terug naar de jaren zeventig en tachtig en bevind me weer in de theaters waar mijn favorieten van weleer optraden. En ik, zwaar onder de indruk, niets ander kon doen dan het over me heen laten komen en genieten. Zoals bij shows van UK, Sky en Mike Oldfield, om maar eens een willekeurig rijtje te noemen. Allemaal op het toppunt van hun kunnen; ik prijs mezelf nog steeds gelukkig dat ik dat destijds allemaal live heb mogen meemaken. En nu weer kan herbeleven door het beluisteren van hun iconische live (dubbel)elpees.

Oké, we kunnen er nu het zwijgen toe doen, ik ben mijn belofte nagekomen om die legendarische livealbums van weleer van een passend commentaar te voorzien. Op naar de volgende uitdaging, Progwereld blijft altijd in beweging als het om ons favoriete genre gaat. Hou deze pagina’s in de gaten!

https://www.progwereld.org/column/live-and-let-live-2/

https://www.progwereld.org/column/live-and-let-live/

Fotoboek “A New Day: The Sia Trilogy in Photographs”

Een recensie van het fotoboek “A New Day: The Sia Trilogy in Photographs” van fotograaf Howard Rankin, met en over de Britse progrockband Solstice.

Voor de boekrecensie van Alex Driessen, klik HIER.

Interview Andy Glass (Solstice) en Howard Rankin: “We hebben simpelweg plezier”

Soms lijkt het alsof sommige bands het lot tarten. Alsof ze jarenlang geduldig wachten tot alle puzzelstukjes eindelijk vanzelf op hun plek vallen. Voor Solstice gebeurde dat verrassend laat – en des te overtuigender. Sinds 2020 beleeft de Britse band een creatieve en artistieke renaissance, vastgelegd in drie albums, talloze concerten en nu ook in een indrukwekkend fotoboek van Howard Rankin. Progwereld sprak uitgebreid met bandleider/gitarist Andy Glass en de man achter de lens over muziek zonder vangnet, lachen om oude littekens, en waarom het soms juist de ruimte tussen de noten is die alles zegt.

Vijf jaar magie, gitaren zonder vangnet en een fotoboek dat je hoort

Ik heb het eerlijk toegegeven tegenover Andy Glass: ik heb nog nooit eerder een fotoboek besproken. Albums en concerten, ja. Boeken, (auto)biografieën, zeker. Maar een boek vol beelden dat ademt, lacht en soms zelfs lichtjes naar zweet ruikt – nee, dat was nieuw. En toch bleek het een perfecte ingang om te praten over Solstice, over vijf onverwacht glorieuze jaren, en over het wonderlijke feit dat sommige bands simpelweg weigeren netjes oud te worden.

Het begon, heel onschuldig, met het idee voor een boek vol foto’s. Gewoon foto’s. Geen concept, geen groot narratief. Maar zoals dat vaker gaat bij Solstice, bleef het niet bij “gewoon”. Toen fotograaf Howard Rankin en de band dieper doken in het materiaal, diende zich haast vanzelf een rode draad aan: de zogeheten Sia-trilogie. Drie albums, vijf jaar, één creatieve explosie. “Een boek met alleen foto’s is mooi,” zegt Rankin, “maar met tekst en context wordt het een verhaal.” En laat dát nu precies zijn wat dit boek is: een verhaal in beeld én klank. Een interview met als ingang een aantal speciale, karakteristieke foto’s uit het boek.

Twintigduizend mensen en één brede glimlach

Een van de eerste foto’s die eruit springt, toont Andy Glass op het podium van Cropredy Festival. Twintigduizend man, een zee van mensen. En een glimlach die je bijna hoort. “Die lach is honderd procent echt,” vertelt Andy. “Het was zo’n optreden dat ook volledig had kunnen ontsporen. Maar de band was in topvorm. Alles klopte.” Howard vult aan dat het opvallende juist was hoe ontspannen de band bleef. “Het grote podium werkte niet intimiderend. Het gaf energie. De lol was groter dan ooit.” Het typeert Solstice. Geen borstklopperij, geen ‘kijk-ons-eens’-momenten. Gewoon spelen. En zichtbaar genieten.

Never trust a hippie

Onder diezelfde foto staat een intrigerend bijschrift: ‘Never trust a hippie’. Het blijkt geen vage levenswijsheid, maar een jarenlange running gag met een licht pijnlijk randje. De oorsprong? Een geleende gitaar van Steve Rothery (Marillion), gestolen tijdens een festival in de jaren tachtig. “Ik heb hem daar zo mee teleurgesteld,” zegt Andy. “En nu staat het voor eeuwig in druk. Dat blijft je achtervolgen.” Zelfs Steven Wilson hielp de gitarist daaraan herinneren tijdens een bezoek aan een show van Solstice. Progrock mag dan groots en meeslepend zijn, uiteindelijk draait het vaak om dit soort menselijke details: schuldgevoel, humor, vriendschap, en ja – gitaren die maar beter niet (uit)geleend kunnen worden.

Van niemandsland naar lotsbestemming

Wie het traject van Solstice volgt, weet dat de band na de jaren tachtig lange tijd verkeerde in wat Andy zelf “de wildernis” noemt. Af en toe een album, sporadisch een optreden, maar zonder echte vaart. Tot 2020. COVID-lockdown, tijd om te schrijven, een hernieuwde focus – en misschien wel het belangrijkste: Jess Holland. “Ik had het gevoel dat het drie albums zou duren voordat we echt ons volle potentieel zouden bereiken,” zegt Andy. “En zo ging het ook.” Die drie albums vormen nu de Sia-trilogie: geen vooraf bedacht marketingconcept, maar een organisch gegroeide cyclus. Het soort muzikale lotgevallen waar progfans een zwak voor hebben.

Jess Holland: geen progverleden, wél proggevoel

Zangeres Jess Holland is op veel foto’s bijna tastbaar aanwezig: geconcentreerd, intens, volledig in het moment. Glass zal haar omschrijven als “een natuurkracht”. Wat het extra bijzonder maakt: ze had aanvankelijk weinig met progrock. Of met Solstice. “Ze had de band nog nooit ontmoet toen het album al af was,” zegt Andy. “Pas later stond ze ineens voor de rest van de groep.” Live bleek zij niet alleen vocaal een schot in de roos, maar ook het emotionele anker. Haar groei – van ‘nieuw’ naar volkomen vanzelfsprekend – is misschien wel het mooiste onzichtbare verhaal dat Rankin met zijn camera heeft vastgelegd.

De ruimte tussen de noten

De bewerkte foto van Glass heeft een bijna psychedelisch tintje. Ik zie er een gelijkenis in met de hoes van Jeff Beck’s “Wired”. De heren zijn verrast door mijn opmerking. Als het gesprek op gitaristen komt, dwarrelen de grote namen al snel door de kamer: Jeff Beck, B.B. King, David Gilmour, Santana. Andy spreekt over hen met bewondering, maar zonder fetisjisme. “Het gaat me nooit om techniek,” zegt hij. “Het gaat om emotie. Om de ruimte tussen de noten.” Tot geruststelling van de lezende gitaristen: Andy geeft zonder schaamte toe dat hij nauwelijks oefent. Solo’s op albums zijn vaak eerste takes. Intuïtief. Gevaarlijk misschien. Maar eerlijk. “Liever een fout met gevoel dan perfect zonder ziel.” Dat is zo’n uitspraak die je óf verschrikkelijk vindt, óf volmondig omarmt. Ik neig naar het laatste.

Howard Rankin: kijken zonder opsmuk

Howard Rankin jaagt niet op spektakel. Zijn foto’s zijn geen explosies, maar ademhalingen. Tijdens een concert schiet hij duizenden beelden, om er uiteindelijk maar een handvol over te houden. “Alles wat technisch faalt, valt meteen af,” zegt hij. “Dan alles wat onflatteus is. Wat overblijft, moet me meteen raken.” Dat verklaart waarom dit boek geen ‘best of’-showcase is, maar een intiem document. Je ziet zweet, concentratie, plezier – maar nooit effectbejag.

Jenny Newman: het stille stuurwiel

Violist Jenny Newman, echtgenote van Andy Glass, duikt op in meerdere sleutelfoto’s. Soms lachend, soms diep geconcentreerd. Haar spel verbindt folk, prog en melodie moeiteloos. “Soms leidt zij de band,” merkt Howard op. Andy lacht: “Jenny is absoluut ‘in charge’.” Newman was het ook die Glass attent maakte op Holland. Wie goed kijkt, ziet haar vaak het muzikale verkeer regelen. Zonder fluitsignaal. Zonder haast. Maar altijd precies op tijd.

Leonie Jane Kennedy en het onverwachte duel

Met Leonie Jane Kennedy verscheen voor het eerst een tweede elektrische gitaar in Solstice. Niet bedacht, niet gepland – gewoon gebeurd. “Ze liep de repetitie binnen en kende twee uur Solstice-muziek,” zegt Andy. “Gitaar, baspedalen, zang – alles.” Wat begon als een experiment, groeide live uit tot een speels duel vol humor. Geen machogedrag, geen ego’s. Wel plezier. En ja, af en toe een gitaar die net iets harder praat dan de ander. “Het is gedaan met Iron Maiden en Wishbone Ash”, schatert Glass. Hij ziet Solstice bovendien graag als een springplank voor jonge muzikanten met eigen projecten. Eerder gebeurde hetzelfde al met Ebony Buckle, die inmiddels succesvol soloartiest geworden is binnen de Britse progscene.

Prijzen, ouder worden en dankbaarheid

Dat Solstice de laatste jaren prijzen won – Best Band, Best Guitarist, Best Vocalist – raakt Andy meer dan hij had verwacht. “Juist omdat ik ouder ben,” zegt hij. “Na zoveel jaren stilte voelt dit als een geschenk.” Het is geen triomf, maar dankbaarheid die je hoort. En misschien ook opluchting: het heeft zin gehad.

De Clann en het overleven van een band

Solstice draait niet op grote labels, maar op mensen. The Clann en de Guardians vormen het fundament. “Zonder hen was dit onmogelijk,” zegt Andy nuchter. “Tien man op pad, fatsoenlijke omstandigheden – dat kost nou eenmaal geld.” Boeken, downloads, merchandise: niet als doel, maar als middel. Om door te kunnen.

Kameraadschap, enthousiasme en plezier

Misschien schuilt precies daarin de aantrekkingskracht van zowel het boek als de huidige incarnatie van Solstice. Nergens ontstaat de indruk dat hier berekende carrièreplanning achter zit. Alles draait om kameraadschap, enthousiasme en een bijna ouderwets geloof in muziek als verbindende kracht. Rankin vangt dat gevoel overtuigend met zijn camera, terwijl Glass er openhartig over vertelt zonder zichzelf groter te maken dan nodig. Het resultaat is een bijzonder document over een band die na tientallen jaren onverwacht opnieuw relevant werd. Of, zoals Glass samenvat: “We hebben simpelweg plezier, en blijkbaar voelen mensen dat” Daarmee zegt hij eigenlijk alles over het huidige Solstice.

Tekst: Alex Driessen
Foto’s: Howard Rankin

Voor de recensie van het boekwerk “The Sia Trilogy: Solstice in Photographs”, klik HIER.

Klik HIER voor de link naar het YouTube kanaal van Solstice waar het interview inmiddels is geplaatst.

Northern Prog Festival 2026

Op 31 oktober 2026 vindt het Northern Prog Festival plaats in Leeuwarden. Tijdens deze 13e editie van het festival zullen twee internationale en twee Nederlandse bands optreden, waaronder de hoofdact.

Als openingsact zal het Nederlandse progressieve rockproject The Ceres Phenomenon fungeren. De Oekraïense progrockformatie Karfagen onder leiding van multi-instrumentalist Antony Kalugin staat eveneens op het programma. Het uit Chili afkomstige Aisles is de eerste band uit Zuid-Amerika die tijdens de editie van dit jaar te zien zal zijn. Tenslotte zal Leap Day, de zeskoppige formatie uit het noorden van Nederland, het festival afsluiten als hoofdact.

Het festival vindt plaats in WestCord Leeuwarden. Tickets zijn verkrijgbaar via onderstaande link.

https://northernprog.nl/index.php

 

Progwereld Zilver: 25-jarig jubileum gevierd in Poppodium Boerderij Zoetermeer

Dat 2026 een belangrijk jaar is voor Progwereld is inmiddels genoegzaam bekend: we hebben het op deze pagina’s al regelmatig aangekondigd. Dat er dus ook een feestje zou moeten komen leek ook een zekerheidje: een gelegenheid om elkaar weer eens in de ogen te kijken, te toasten en te feliciteren met de bereikte mijlpaal. Dat (besloten) feestje voor huidige en voormalige medewerkers van onze fameuze website vond plaats op zondagmiddag negentien april 2026 in het Podiumcafé van Poppodium Boerderij in Zoetermeer. Vijfentwintig personen hadden zich ingeschreven voor de samenkomst, het zouden er uiteindelijk door diverse omstandigheden twintig zijn. Het verkeer zat ook niet mee: de afsluiting van een deel van de A12 was niet bij iedereen bekend, dus een deel van de festiviteiten moest tot een later tijdstip worden uitgesteld. Het organisatiecomité had namelijk voor een tweetal activiteiten gezorgd: allereerst zou er een primeur volgen: de eerste officiële Progwereld Pubquiz. Daarnaast zou ‘pop-professor’ Gerrit Jan Vrielink ons een uurtje meenemen in de wereld van de platenhoezen. Helaas kon dit laatste door persoonlijke omstandigheden geen doorgang vinden. Sterkte en beterschap GJ.

Toen de laatste filerijders dan eindelijk de Zoetermeerse poptempel hadden bereikt, kon begonnen worden met de eerste activiteit. Maar niet eerder dan nadat hoofdredacteur Hans Ravensbergen het gezelschap een hartelijk welkom had geheten en nog even kort de ontstaansgeschiedenis de revue liet passeren. Onder het genot van een drankje en klein hapje kon dan toch eindelijk met de pubquiz worden begonnen. Zes teams streden om de spreekwoordelijk eeuwige roem, en ze hadden het bepaald niet makkelijk. Bedenkers en presentatoren Alex en Ralph hadden een behoorlijke uitdaging bedacht voor de (ex-)collega’s, waarbij de moeilijkheidsgraad varieerde van ‘lastig’ tot ‘uiterst moeilijk’. In een achttal rondes werden de heren progkenners getest op hun kennis op het gebied van teksten, nationale en internationale trivia (heel moeilijk), chronologische volgorde van albums, overlijdensdata en singlereleases. Daarnaast moesten er intro’s en clips geraden worden, en kregen de mannen (helaas geen dames aanwezig) een aantal hoezen en foto’s van artiesten voorgeschoteld.

Dat bleek toch allemaal veel lastiger dan gedacht. De bedenkers moeten toegeven dat ze de lat onbedoeld misschien toch iets te hoog hadden gelegd. Ook het feit dat het grootste deel van de vragen betrekking had op de jaren zeventig (schuldig) werkte een goede score niet in de hand. Toch kon er een winnaar worden bekendgemaakt, maar het verschil met de runner-up was niet groot. Stichtingsvoorzitter Lambert Pomp had tijdens de pauze van de quiz nog een mooi dankwoord in petto voor Maarten Goossensen, oprichter en tot de dag van vandaag als recensent betrokken bij de website, plus een aandenken aan zijn aandeel in 25 jaar Progwereld. Maarten bedankte vervolgens zonder spiekbriefje de aanwezigen en oogstte een behoorlijk en volkomen terecht applaus.

Drankjes en hapjes zorgden voor een geanimeerde sfeer, maar aan alle plezier komt ook een einde; tegen vijf uur was het podiumcafé weer leeg. Er vond die avond nog een concert plaats in de grote zaal. Dank aan bestuur en organisatiecomité voor de gezellige middag, die voor sommigen ook het karakter van een reünie had. Maar vooral dank aan jullie, onze lezers en bezoekers van de website, die ons de afgelopen kwarteeuw door dik en dun gesteund hebben en dat nog steeds doen. Mede door jullie donaties en enthousiaste reacties op onze schrijfsels blijven wij doorgaan met wat wij het beste kunnen: schrijven over dat geweldige muziekgenre waar wij met zijn allen ons hart aan verpand hebben. Op naar de volgende 25 jaar!

Foto’s: Ron Kraaijkamp

Yes kondigt 24e studioalbum ‘Aurora’ aan en Fragile Tour 2026 uitgesteld

Yes, bestaande uit Steve Howe, Geoff Downes, Jon Davison, Billy Sherwood en Jay Schellen, kondigt hun 24e studioalbum “Aurora” aan dat op 12 juni 2026 zal verschijnen via InsideOutMusic/Sony Music. Steve Howe fungeert wederom als producer. De band brengt ook de eerste single van het album uit in de vorm van een animatievideo voor het titelnummer. “Aurora” is verkrijgbaar in diverse uitvoeringen, van een gelimiteerde lichtgroene dubbelelpee tot een gelimiteerde 2CD+Blu-ray en alles er tussen in, allemaal met hoesontwerp van Roger Dean en Freya Dean.

De tracklist is als volgt:

  1. Aurora (7:27)
  2. Turnaround Situation (5:50)
  3. Love Lies Dreaming (6:24)
  4. Countermovement (13:48)
  5. Ariadne (6:18)
  6. All Hands on Deck (3:04)
  7. Outside the Box (4:20)
  8. Emotional Intelligence (3:30)
  9. Jambustin’ (Bonus Track) (4:24)
  10. Watching the River Roll (Bonus Track) (4:42)

Maar er is ook minder goed nieuws:

De aankomende Fragile Tour door het Verenigd Koninkrijk en Europa, die op 22 april zou beginnen, is uitgesteld omdat gitarist Steve Howe een noodzakelijke operatie moet ondergaan waarvoor hersteltijd nodig is. Tickets blijven geldig, nieuwe data vooralsnog onbekend.

 

Hoe het begon

Het is eind jaren tachtig. Een groepje jongens op de middelbare school in de regio Den Haag/Zoetermeer luistert naar muziek uit die periode op hun Walkman. Grote favoriet is Tears for Fears. De bombastische muziek van het duo Curt Smith and Roland Orzabal spreekt de mannen enorm aan.

Het zijn een beetje nerds, geen grote sportmannen, wel slim en goed op school. Hun muzieksmaak wordt niet door iedereen gedeeld, maar dat brengt ze nog meer samen. Regelmatig worden er platen gedraaid op een gammele platenspeler op de zolderkamer van een van de hoofdrolspelers, al dan niet tijdens het roken van een sjekkie (of iets anders).

We spoelen (cassettedeck) snel door naar de jaren negentig. De jaren waarin de grunge en de muziek van Nirvana, Pearl Jam, Oasis en Red Hot Chili Peppers de dienst uitmaakten. De mannen ontdekken de muziek van Marillion, IQ, Pallas, Pendragon: de logische volgende stap in de ontwikkeling van de muzikale smaak van het vriendengroepje. De zogenaamde neo-prog is een openbaring voor ze. Vriendinnen en vrienden komen en gaan, maar de liefde en passie voor de muziek blijft, ook al wordt hun muziekkeuze door hun omgeving maar matig of zelfs helemaal niet begrepen.

De fenomenen computer en internet hebben inmiddels de kop opgestoken. Contact opnemen met anderen wordt makkelijker, wereldwijd zelfs. Zo ook het uitwisselen van (tips over) nieuwe muziek en bands. Dat vergemakkelijkt het ontdekken van onbekende muziek nog meer. Hele dagen (en nachten) wordt gespendeerd met het zoeken naar nieuwe ontwikkelingen, het uitwisselen van muziek, en het uitspitten van teksten en hoesontwerpen.

We zijn inmiddels aanbeland aan het einde van het millennium. Een nieuw tijdperk breekt aan. Een van de heren, inmiddels zijn het midden twintigers, heeft een voorsprong op de anderen. In technisch opzicht dan. Hij weet meer dan gemiddeld van het internet af, en oppert het idee om een website te bouwen waarmee ze hun liefde en passie voor hun muziek naar een hoger platform denken te brengen. Zo gezegd, zo gedaan. Het is monnikenwerk. De site hangt van losse onderdelen aan elkaar, maar langzaam maar zeker vorderen ze met hun ultieme droom: het verspreiden van het progrockgospel onder mindergelovigen.

Op dertien april 2001, uitgerekend op vrijdag de dertiende, was het zover: met het zojuist opgerichte Progwereld, dan nog zonder rechtsvorm, wordt een poging gedaan de rest van Nederland (en België) te verlichten en te onderwijzen in de ultieme kunstvorm die progressieve rockmuziek wordt genoemd. En vijfentwintig jaar later vieren we de verjaardag van dit fenomeen, wat inmiddels tot een roemrucht bastion is uitgegroeid. De rest is historie en redelijk goed gedocumenteerd.

Zo stel ik mij voor dat het allemaal gegaan is. Of het écht zo is gegaan, weet ik natuurlijk niet. Ik was er niet bij en doe een onderbouwde gok op basis van wat losse opmerkingen en een enkel bekend feit. Pas de laatste tien jaar heb ik deel mogen uitmaken van het collectief aan recensenten en schrijvers binnen Progwereld. Maar het zou best eens zo gegaan kunnen zijn. Ik zal het Maarten Goossensen, oprichter en de laatste nog aan Progwereld verbonden en actieve jongeman uit die beginperiode, eens vragen als ik hem spreek. Ik wil namelijk niet te veel gras voor zijn voeten wegmaaien als hij ooit nog eens mocht besluiten om het echte verhaal over het ontstaan van Progwereld te schrijven. Tot die tijd moeten u en ik het doen met mijn (gedeeltelijke) fantasieverhaal. Misschien niet (helemaal) waar, maar wel zo leuk.

NB: Dit verhaal is volledig fictie. De namen, personages en gebeurtenissen die erin worden beschreven, zijn het werk van de verbeelding van de auteur. Elke gelijkenis met echte personen, levend of dood, gebeurtenissen of locaties is puur toevallig.

Interview: Robert Reed (Magenta) – “Het gaat om melodieën die je hart breken”

Sommige carrières verlopen volgens een strak uitgestippeld plan. Andere zijn het gevolg van koppigheid, liefde voor muziek en een bijna obsessieve drang om het perfecte arrangement te vinden. Dat laatste lijkt zeker van toepassing op Robert Reed, het brein achter Magenta, maar ook bekend van projecten als Cyan, Kompendium en zijn eerbetoon aan Mike Oldfield met Sanctuary. Aanleiding voor ons gesprek is het nieuwe Magenta-album “Tarot”. Een conceptalbum – uiteraard – maar wel één dat volgens Reed zelf “eerlijker” en meer coherent klinkt dan ooit.

Van Bowie naar Tubular Bells
“Er is absoluut een prog-verbinding,” lacht Reed wanneer ik hem vraag hoe het allemaal begon. “Ik was een jaar of zes, begin jaren zeventig. Op de radio hoorde ik Life on Mars? van David Bowie. Die pianopartij raakte me meteen.” Wat hij toen nog niet wist: achter die piano zat niemand minder dan Rick Wakeman. “Ik wist niets van prog. Maar dat geluid… ik wilde piano spelen.” Kort daarna bracht zijn broer een goedkope verzamelplaat met horrorfilmmuziek mee naar huis. Daarop stond een funky versie van “Tubular Bells”. “Ik smeekte mijn ouders om het echte album voor kerst. Ik was negen. En toen zette ik het op… geen drums, geen funky groove. Alleen dat vreemde, bijna oermensachtige gemompel op kant twee. Maar ik raakte geobsedeerd.” Die obsessie werd een levenslange liefde voor het complexe, het gelaagde – voor muziek waarin je alles zelf kunt spelen en opnemen. “Ik wilde Mike Oldfield zijn. Alles zelf spelen. Alles zelf opnemen.”

Piano, gitaar, en die bas…
Reed staat bekend als multi-instrumentalist: toetsen, gitaar, bas – het lijkt hem moeiteloos af te gaan. Zelf relativeert hij dat. “Piano is mijn echte instrument. Dat kan ik spelen zonder na te denken. Gitaar heb ik geleerd uit noodzaak – omdat ik zo’n enorme Oldfield-fan was. Ik speel in een vergelijkbare stijl. Maar ik ben geen gitaarvirtuoos. Toetsen? Daar voel ik me thuis.” Op “Tarot” speelt hij bovendien een prominente baspartij. En dat hoor je. “Ik ben een enorme fan van Chris Squire (Yes). Voor mij moet bas voorin in de mix staan. Dragend, melodisch, aanwezig.” Live zal dat nog een uitdaging worden. “Die baspartijen zijn echt ‘bonkers’, compleet geschift. Ik wens onze live-bassist alvast succes,” lacht hij.

Tarot: zes personages en een stapel kaarten
Wie Magenta zegt, zegt conceptalbums. “Tarot” vormt daarop geen uitzondering. Opvallend is dat het concept pas laat ontstond. “Ik had zes pianostukken geschreven, met ruwe zang. In de auto luisterde ik ze terug en vroeg me af: welke beelden zie ik hierbij? Zo kwam ik op zes historische figuren: Wolfgang Amadeus Mozart, Harry Houdini, Guinevere en Jeanne d’Arc onder anderen.” Zijn broer – vaste tekstschrijver – dook in hun levens en schreef de teksten. Maar hoe verbind je zulke uiteenlopende figuren? De oplossing kwam uit onverwachte hoek: een oude horrorfilm, Dr. Terror’s House of Horrors, waarin treinreizigers via tarotkaarten hun noodlot krijgen voorgeschoteld. “We zijn enorme Hammer Horror-fans. Het idee van tarotkaarten als verbindend element was perfect. En ik houd van korte titels. Dus: Tarot.”

Terug naar de kern
Waar eerdere Magenta-albums soms expliciet knipoogden naar Yes of Genesis, klinkt “Tarot” volgens Reed als de meest ‘eigen’ plaat tot nu toe. “Ik heb deze keer geschreven met Tina (Christina Booth) in gedachten. Normaal hoor je tijdens het schrijven allerlei stemmen in je hoofd: Peter Gabriel, Jon Anderson… Maar nu hoorde ik háár stem. Daardoor past alles.” De productie is organischer. Veel gitaarsolo’s zijn first takes. De zang kreeg ruimte. “Het voelt eerlijk. Alsof dit écht Magenta is.” Invloeden? Jazeker. Renaissance vormde ooit al een blauwdruk: vrouwelijke zang, melodie, klassiek randje. Daarnaast duiken echo’s op van Electric Light Orchestra en zelfs vroege The Moody Blues. “Het orkest is geen versiering, het is geïntegreerd. Strijkers die zanglijnen dubbelen, koper dat accenten versterkt. Dat geeft kracht.” Toch kon hij het niet laten: af en toe sluipt de Minimoog binnen. “Met mate. Zodat je hem echt vóelt wanneer hij komt.”

Melodie boven techniek
Op de vraag wat ‘prog’ voor hem betekent, reageert Reed uitgesproken. “Ik kan geen technische prog maken zoals Emerson, Lake & Palmer of Dream Theater. Dat is niet mijn wereld. Ik schrijf melodieën.” Hij verwijst naar Ripples van Genesis. “Dat is emotie. Dat raakt je. Dat is belangrijker dan technische bravoure.” Meer Tony Banks dan Keith Emerson dus. “Absoluut.”

Werken met helden
Reed werkte in de loop der jaren met een indrukwekkende lijst namen, onder wie Simon Phillips, Nick D’Virgilio en Steve Hackett. Over de liefdadigheidsversie van Spectral Mornings – met onder anderen de inmiddels overleden David Longdon (Big Big Train) – spreekt hij met zichtbaar respect. “We waren nerveus om het naar Steve te sturen. Je wilt zijn goedkeuring. Uiteindelijk was hij enthousiast. Dat was magisch.”

Live met orkest?
De ambitie is duidelijk: “Tarot” integraal uitvoeren met klein orkest, mogelijk ook in Nederland. “Het kan gespeeld worden. Het wordt hard werken – vooral voor de bassist,” grijnst Reed. “Maar het lijkt me prachtig.”

Buiten de studio
Wie denkt dat Reed alleen maar in zijn studio zit, heeft het mis – al geeft hij toe dat dit een lange tijd wel het geval was. “Ik heb de wereld een beetje gemist. De laatste jaren ben ik meer gaan reizen. IJsland, Zwitserland, Monaco, samen met mijn zoon. Ik dacht: er is dus écht een wereld buiten deze kamer.” En dan is er nog een andere passie: auto’s. Een Porsche Boxster uit 2006, dak open, door de Brecon Beacons, een bergketen in Wales. “Dat is vrijheid.”

Wat komt er nog?
Alsof “Tarot” niet genoeg is, werkt Reed aan een uitgebreide ‘director’s cut’ van Kompendium, een heruitgave van “Revolutions” ter gelegenheid van 25 jaar Magenta, een nieuw Ringmaster-album, en een heropname van het derde Cyan-album. Rust? Die lijkt nog niet in zicht. Maar als één ding duidelijk wordt uit ons gesprek, dan is het dit: voor Robert Reed draait het uiteindelijk niet om stijletiketten, niet om technische spierballen, maar om melodieën die blijven hangen. Melodieën die je, net als dat pianostuk van Bowie ooit deed, voorgoed bij de lurven grijpen.

Lees hier de recensie van “Tarot”.

Vintage gitaren: belegging?

We zien het elk jaar met lede ogen aan: ons geld wordt steeds minder waard. De inflatie doet zijn werk en de rente die wij bij banken kunnen verwachten is niet in staat om dat gat te dekken. En dan heb ik het nog niet over Box 3. Dus dan ga je uitkijken naar alternatieven om in ieder geval minstens de geldontwaarding te neutraliseren. Maar beleggen in aandelen is nooit mijn kopje thee geweest. Laat staan bitcoins of NFT’s (eigenaarschap van digitale objecten). En voor vastgoed, kunst of antieke auto’s (hoewel…) is noch mijn kennis, noch mijn vermogen toereikend. Maar een artikel over de waardeontwikkeling van vintage gitaren trok daarentegen wel mijn aandacht. Onder de kop ‘Vintage gitaren: een goed renderende belegging’ werd door een keur aan specialisten uitgelegd hoe die markt zich de afgelopen jaren heeft ontwikkeld. Waarbij aangetekend dat ‘vintage’ staat voor minimaal dertig jaar oud.

De waardestijgingen zijn vrij indrukwekkend te noemen. Een Gibson Explorer (James Hetfield, Metallica) leverde ongeveer 350.000 euro meer op dan de oorspronkelijke prijs, wat neerkomt op een jaarlijks rendement van 11,7 procent. De Flying V (Andy Powell van Wishbone Ash, Michael Schenker) blijft daar niet ver achter met 11,3 procent. De Martin D-28 (Jimmy Page, Eric Clapton) stijgt jaarlijks gemiddeld met 8,3 procent, de Fender Telecaster (Steve Howe) met 9,2 procent en de Stratocaster (Jimi Hendrix, Jeff Beck) met 9 procent. Zelfs de meer ‘bescheiden’ modellen, zoals de Gibson ES-335 en ES-345 (Larry Carlton), laten een jaarlijkse waardestijging van respectievelijk 8,3 en 7,7 procent zien. Daarmee doen deze gitaren qua rendement nauwelijks onder voor aandelen of vastgoed, maar je hebt dan wel een fysiek en cultureel waardevol object in handen. En als je muzikant bent kun je er ook nog eens op spelen, op zo’n uniek, handgemaakt instrument. Overigens ten overvloede: er zijn ook veel beter betaalbare exemplaren in omloop die ook voor mensen zoals ik met een smalle(re) beurs bereikbaar zijn.

Er zitten, zoals altijd bij beleggingen, wel een paar addertjes onder het gras: allereerst is er veel namaak, vaak moeizaam van echt te onderscheiden. Daarnaast is ouderdom maar één component: conditie en originaliteit maken 60% van de waarde uit, merk en model ongeveer 20%, leeftijd slechts 20%. Dat maakt het al een stuk lastiger.

Ik besteedde er verder geen aandacht aan, er komen wel vaker beleggingsvoorstellen mijn kant uit. Totdat recent het bericht op nieuwsfora verscheen dat een gitaar van ex-Pink Floyd-lid David Gilmour op een veiling in New York een recordbedrag heeft opgeleverd. Een onbekende koper kwam na 21 minuten bieden uit op ruim 14,6 miljoen dollar (12 miljoen euro), ruim vier keer meer dan het veilinghuis ervoor verwachtte te krijgen.

Gilmour bespeelde de Fender Stratocaster uit 1969, bekend als zijn ‘Black Strat’, op alle albums tussen 1970 en 1983. Daarmee is het instrument te horen op klassiekers als “Dark Side Of The Moon”, “Wish You Were Here” en “The Wall”. De Amerikaanse miljardair Jim Irsay had de gitaar in 2019 gekocht voor net geen 4 miljoen dollar. Een snelle rekensom levert een gemiddeld rendement van 60 % op over ca. zes jaar!! Hij heeft er zelf niets meer aan: de miljardair is vorig jaar overleden en zijn erfgenamen veilen momenteel zijn uitgebreide verzameling gitaren en andere cultuuriconen. Zou ik dan toch de gok eens moeten wagen? En mocht dat niet lukken: misschien kan iemand me helpen aan het adres van deze gefortuneerde geluksvogels: een kleine donatie aan Progwereld moet toch zeker mogelijk zijn?

A Playground of Broken Hearts: The Progressive Rock Revival 1984 to 1989

Het nieuwe boek over neo-prog van Andrew Wild is een welkome aanvulling op de kennis van recensent Alex Driessen. Zijn recensie van “A Playground of Broken Hearts: The Progressive Rock Revival 1984 to 1989” is hier te lezen.

 

Send this to a friend