Yes-legende Jon Anderson en The Band Geeks brengen nieuw album “True” uit

Na een zeer succesvolle tournee in 2023 met The Band Geeks besloot Jon Anderson de creatieve samenwerking met deze band uit te breiden om nieuw materiaal te creëren voor een mogelijk nieuw studioalbum. Het resultaat van deze inspanning is “True”, dat op 23 augustus 2024 zal worden uitgebracht door Jons nieuwe label, Frontiers Music Srl.

Het album met negen nummers moet dienen als een welkomstgeschenk voor alle fans van Jons veertig jarig lidmaatschap, als leadzanger, van de multi-platina Rock & Roll Hall of Fame-groep Yes. De verzameling nummers van het album grijpt naar verluidt terug op het klassieke jaren 70-geluid van Yes en op hun latere succes met het album “90125”. De release van het nieuwe studioalbum zal worden voorafgegaan door twee singles en video’s, waarvan de eerste medio juni verschijnt met het nummer Shine On. Het album werd gecoproduceerd, opgenomen en gemixt door The Band Geeks-bassist en muzikaal leider Richie Castellano.

Museum RockArt: 70 jaar pophistorie onder één dak

In Nederland stikt het van de musea, in totaal zijn er zo’n 500 officieel geregistreerde museale instellingen. En die hebben een veelvoud aan zaken tot onderwerp, van aardrijkskunde tot zeevisserij. Maar, heel opvallend, er is maar één museum dat de Nederlandse popmuziek tot object heeft verheven: RockArt in Hoek van Holland is hét Nationaal PopMuseum. Ik had al vaak gehoord en gelezen over die bijzondere collectie aan rock- en popmemorabilia die onder de noemer RockArt sinds 1994 bij elkaar is gebracht door oprichter Jaap Schut en een groep gepassioneerde vrijwilligers. Maar het was er nog niet van gekomen om ook daadwerkelijk een bezoek te brengen, daar zou op een zonnige zondagmiddag in april 2024 verandering in komen.

Samen met mijn zoon toog ik naar de badplaats aan de Nieuwe Waterweg, op zoek naar de locatie. Die vonden we al snel, op een steenworp afstand van de Stena Line terminal, in een ongezellig, onopvallend bedrijventerrein. De entree springt direct in het oog: planten, een reusachtige afbeelding van een single en een zitje nodigen uit om naar binnen te gaan. Dat doen we dus ook, uiteindelijk zijn we hier speciaal voor gekomen. Het is behoorlijk donker binnen, kan ook niet anders in een industriële loods, want daarin is het museum gevestigd. Je komt binnen in het zakelijke gedeelte, een platenzaak, annex memorabiliaverkoop; het museum voorziet in een deel van hun inkomsten door de verkoop, rechtstreeks of via een website, van platen, cd’s en aanverwante artikelen.

Tegen betaling van € 9,- per persoon mogen we doorlopen naar het heilig der heiligen. Niet bepaald goedkoop, maar betaalbaar en acceptabel, zeker gezien het unieke karakter. Want uniek is het, hier in dit donkere hol annex museum. Het lijkt meer op een zwaar uit de hand gelopen hobby, de overtreffende trap van een mancave. Dat blijkt al direct bij binnenkomst, je weet amper waar je moet kijken. Mijn oog valt direct op een vitrine met zilveren platen, mondharmonica’s en blokfluiten, tastbare herinneringen aan de Haagse Golden Earring(s). Daarnaast een vitrinekast met aandenkens aan het eerste popfestival in Europa, het Kralingen Popfestival, ik heb er ooit nog wel eens wat over geschreven. Ik kijk mijn ogen uit, ben mijn zoon al lang kwijt. Hoewel, in deze krap bemeten ruimte kun je niet echt iemand kwijtraken.

Er lijkt toch enige structuur in deze op het oog chaotische opstelling te zitten. Allereerst is daar het hoofdthema: de al genoemde Golden Earring(s). Met medewerking van (ex-)leden, fans en medewerkers van de band is een schat aan zaken verzameld die zijn weerga niet kent. Wat te denken van gouden, platina en zilveren platen, originele instrumenten, zelfs een meubelstuk. Te veel om op te noemen, de liefde voor de Haagse formatie is duidelijk zichtbaar in de verzameling. 

Maar ook die andere wereldberoemde Haagse groep is ruim vertegenwoordigd: Shocking Blue. In een speciale bolvormige vitrine staan een paar pronkstukken: een prachtige semi-akoestische twaalfsnarige Coral gitaar en gouden en zilveren exemplaren van hitsong Venus, wat anders. Maar ook andere (Haagse) bands als Q65, The Haigs, Sandy Coast en het Delftse Tee Set ontbreken niet. De nadruk ligt op de jaren zestig en zeventig, de bloeitijd van de Nederlandse pop en rock. De collectie is gerust eclectisch te noemen, wat te denken van een paar jurken van Songfestivalwinnares Lenny Kuhr, het masker van ZZ en een door het Amsterdamse kunstcollectief The Fool beschilderde Gibson SG naar het voorbeeld van Eric Clapton.

Er is behoorlijk wat ruimte gereserveerd voor de zeezenders, de radiopiraten uit die periode. Met onder andere een volledig nagebouwde studioruimte van het legendarische Radio Veronica, compleet met de originele apparatuur. Dat laatste geldt ook voor de oorspronkelijke opnamestudio voor het nummer Venus, pure nostalgie. Er staat een arsenaal aan muziekinstrumenten, waaronder een origineel drumstel uit 1959 van Electric Johnny and his Skyrockets, de gitaar die George Kooymans gebruikte in de videoclip voor When The Lady Smiles en een drumstel van de Earring toen de ‘s’ nog als toevoeging aan de naam zat. Maar ook een schitterende Gretsch Chet Atkins van gitarist Eddy Christiani, een Roland gitaarsynthesizer van Jan Akkerman en een Les Paul Sunburst van Andy Tielman (Tielman Brothers). 

Er loopt een aantal toegewijde vrijwilligers rond in het pand die je met veel plezier en deskundigheid wegwijs maken in de wirwar van tentoongestelde objecten. De liefde en passie voor de muziek hebben zij met elkaar gemeen, het is alsof je in een warm bad bent gestapt. De ouderwetse bar op de begane grond is een prima pleisterplaats om een boompje op te zetten.

Voor de echte progfanaat is het aanbod karig: ik detecteer een paar van Kayak afkomstige instrumenten zoals een Rickenbacker basgitaar, een akoestische gitaar en een wel heel bijzonder toetseninstrument: een originele Mellotron die nog aan Max Werner (die op 9 april 2024 overleed) heeft toebehoord. Maar weinig tot niets van Focus, een klein beetje Earth & Fire, en helemaal niets van Solution of Alquin, toch niet de minsten. OK, net als elke verzameling moeten ook hier keuzes gemaakt worden. Er is dit keer ook een kleine sectie gewijd aan de Rolling Stones met onder andere een podiumkostuum van Bill Wyman, de man moet de lengte van een volwassen tuinkabouter hebben gehad.

Het is even uitkijken op de trap naar een bovengelegen etage voor nog meer instrumenten en zelfs een volledig aan de jaren 70 gewijde ruimte. Dan blijkt ook de beperking van de huisvesting: een aantal stukken kan slechts van afstand bekeken worden of is zelfs afgesloten voor het publiek, jammer. Het heeft allemaal te maken met het feit dat de verzameling volledig uit zijn voegen is gegroeid en dat een verhuizing naar een grotere ruimte inmiddels een noodzaak is geworden. Helaas, ambtelijke/gemeentelijke molens draaien langzaam en een structurele oplossing is momenteel niet voorhanden. Als dat ooit het geval is zal het museum alleen nog maar aan aantrekkingskracht winnen. Dan kan de verzameling eindelijk zodanig tentoongesteld worden dat de individuele stukken optimaal tot hun recht komen. Met bijvoorbeeld de mogelijkheid om bepaalde instrumenten ook echt uit te proberen, zoals een van de vrijwilligers mij toevertrouwde. En kunnen de zaken die nu nog ergens in opslag liggen ook vanonder het stof gehaald worden om te schitteren zoals zij dat ooit gedaan hebben in hun glorieperiode. Ik wens het ze toe, de sympathieke mensen achter dit excentrieke, maar oh zo charmante museum(pje) op dat onpersoonlijke industrieterrein in Hoek van Holland.

Tip: combineer je bezoek aan RockArt met een visite aan het Atlantik Wall museum of Fort 1881 in datzelfde Hoek van Holland, ruimschoots de moeite waard!

Info:

https://rockart.nl/

Locatie:

Zekkenstraat 42
3151 XP Hoek van Holland

In memoriam: Max Werner (1953-2024): zanger tegen wil en dank

Drummer en zanger Max Werner, bekend van de band Kayak, is op 70-jarige leeftijd overleden. Dat heeft de band woensdag bekendgemaakt op zijn website en Facebook-account.

Kayak in 1974, v.l.n.r. Max Werner, Pim Koopman, Johan Slager, Ton Scherpenzeel en Bert Veldkamp

Max Werner (Hilversum, 29 december 1953 – 9 april 2024) was de zanger, drummer/percussionist en toetsenist van de toonaangevende Nederlandse symfonische rockband Kayak. Een groep die hij samen met toetsenist Ton Scherpenzeel, gitarist Johan Slager en drummer Pim Koopman oprichtte in 1972. Aan het Hilversums Conservatorium kreeg Werner zijn opleiding tot klassiek drummer, onder andere van Willem Koopman, de vader van zijn latere collega Pim. Ton Scherpenzeel (contrabas) en Pim Koopman zelf (drums) waren medestudenten. Het is geen wonder dat de basis voor het latere Kayak hier werd gelegd.

Het is inmiddels in brede (prog)kring bekend: Werner was tegen wil en dank zanger (en Mellotronspeler) op de eerste vijf Kayak-albums; Kayak had immers al een drummer in de persoon van Koopman. De band werd mede door zijn markante zangstem bekend, ondanks Werners groeiende weerzin tegen zijn rol als zanger. Zijn karakteristieke stem is onder andere te horen op de (hit)singles Lyrics, Mammoth, See See the Sun, Wintertime, Chance for a Lifetime en Starlight Dancer. De druk, met name uit het management, om verder te gaan als zanger had een beklemmende werking op hem. Na het album “Starlight Dancer” maakte hij zijn ongenoegen wereldkundig en stapte hij over op de drums. Door het vertrek van Pim Koopman was het stoeltje achter het drumstel vrijgekomen. Voormalig fan Edward Reekers werd de nieuwe zanger. Na het (tijdelijk) opheffen van Kayak werkte hij onder meer als gastmuzikant bij andere artiesten. Zo speelde hij mee op “Land of Tá” van Nadieh uit 1986. Daarnaast werkte hij ook als postbode.




Na de comeback van Kayak in 1999 trad hij opnieuw aan als zanger voor het album “Close To The Fire”, overigens een uitstekende plaat. Na de tournee in 2000 werd de samenwerking beëindigd, mede door aanhoudende gezondheidsproblemen van Werner. Bert Heerink (Vandenberg) nam de plek van zanger van hem over.

Werner heeft ook solo vier albums opgenomen. Hij had een hit in 1981 met het nummer Rain in May (nr. 3 in Nederland en nr. 1 in Duitsland), van zijn tweede soloalbum “Seasons”. Het succes daarvan kan niet helemaal los gezien worden van de triomf van die andere zingende drummer indertijd: Phil Collins.

Samen met zijn ex-Kayak-collega gitarist Johan Slager nam hij in 1981 deel aan de reünie van Ekseption, de groep rond Rick van der Linden. Hij speelde drums, percussie en marimba op het album “Dance Macabre”. Voor het 25-jarig jubileum in 1993 was hij wederom van de partij, zijn bijdrage is te horen op het in 1994 verschenen livealbum “The Reunion” (later “Best of Ekseption”).




Minder bekend is het feit dat Werner jarenlang als zanger jingles inzong, hij moet er naar verluidt duizenden hebben gedaan. Dat deed hij samen met mensen als Bill van Dijk, Jody Pijper, Sandra Reemer, Hans Vermeulen, Lisa Boray en Edward Reekers, zijn collega bij Kayak. Jinglecomponist Bart van Gogh zegt in het boek “Bart! De Van Gogh van de jingles” over Max Werner: “Hij drumde hard, hij zong hard, hij was in alles hard en uiterst gedisciplineerd.”

Werner werd in 2003 geraakt door een spoorboom bij station Hilversum. Hij liep hier volgens eigen zeggen blijvend rugletsel bij op, waardoor hij moest stoppen met zijn net opgestarte productiebedrijf en hij afhankelijk werd van 24-uurs hulp. Hij raakte daardoor verwikkeld in een jarenlange juridische strijd met spoorbeheerder Prorail.

Max Werner verbleef de laatste jaren van zijn leven in het Rosa Spier Huis, een tehuis voor oudere kunstenaars en wetenschappers, waar ook bijvoorbeeld Frits Bolkestein nu zijn oude dag doorbrengt. Max Werner overleed op 9 april 2024, op 70-jarige leeftijd.

Foto: AVRO, Archief Beeld en Geluid

Proke

Nee, dit artikel gaat niet over een nieuwe stonerrockband uit het zuiden van Engeland. En het is ook geen spelfout van de Engelse vertaling van het woord ‘platzak’. Het is een zelfverzonnen woord, een samentrekking van prog en woke. Want ook op de burelen van Progwereld ontkomen wij niet aan de discussie over wat wel en vooral wat niet hoort. Ik werd namelijk recent op mijn vestje gespuugd (niet letterlijk) door de eindredacteur. Het was hem opgevallen dat ik in een concertverslag de woorden ‘schone’ en ‘mooie’ had gebruikt in combinatie met een zangeres.

Ik schrok me het lazarus (niet letterlijk) en begon direct mijn stukje te herlezen. Het stond er inderdaad, maar in mijn ogen toch vol respect voor de kwaliteit van de betrokkene(n) en niet zozeer alleen met betrekking tot het fysieke aspect. En dan ga je nadenken: ik ben niet altijd even ‘schoon’ geweest als het gaat om mijn beschrijvingen in vooral concertverslagen. Ik weet zeker dat ik ooit wel eens de ex-zanger van een bandje tijdens een reünieconcert vergeleken heb met Homer Simpson (vrij accuraat, al zeg ik het zelf). Ik zou zomaar de beide Saga-broertjes wel eens uitgemaakt kunnen hebben voor ‘kobolds’ (zeg nou zelf). En ik weet ook zeker dat ik ooit eens iets geschreven heb over de buikomvang van de leden van Arena (het ging vanzelf). Ook heb ik me in een meer recente column laten verleiden (…) om een voormalig idool een ‘goed uitziende blondine’ te noemen. Mea culpa, mea maxima culpa. Excuses aan een ieder die ik ooit (onbedoeld) beledigd of beschadigd heb.

Maar ik ben dan ook slechts een simpele, oudere, witte man die vanuit dat perspectief zijn stukjes schrijft. Niet vanuit de ogen van een jonge zwarte vrouw of vanuit een genderneutrale jonge man/vrouw/het. Dat is nou eenmaal mijn achtergrond, zo ben ik ook ooit geboren (niet als oudere, hoewel…). Maar ik ben de laatste om de maatschappelijke ontwikkelingen niet te volgen en soms zelfs te omarmen. Maar af en toe wordt het te gek, dan slaan we door. Misschien dat de onderstaande greep uit de reacties die wij krijgen op de titels en soms teksten uit ons aller favoriete genre duidelijk maakt wat ik bedoel. Ik noem het de Proke top 6.

Genesis – The Return of the Giant Hogweed
Commentaar van het NHB (Nederlands Horticulturen Bureau): wij zijn tegen de stigmatisering van een buitenlandse overwoekerende plantensoort.

Genesis – I can’t dance
Reactie van de BvNDBM (Bond voor Niet Dansende Blanke Mannen): dit is zó stereotiep om steeds maar weer diezelfde witte man af te schilderen als iemand die geen soepele heupen heeft!

Yes – Don’t Kill The Whale
Onverwachte respons van de PPP (Pro Plankton Partij): weet u wel welke hoeveelheden van onze leden per hap/slok door dit monster worden verorberd?!

Pink Floyd – The Wall
Reactie in koor van Trump, Erdogan, Wilders en Orban: wat is er mis met zo’n prachtig metershoog bouwwerk?!

Emerson, Lake & Palmer – Fanfare for the Common Man
De complete LHBTIQ+ gemeenschap valt over ons heen: moet dat nu echt, zo’n ode aan de GEWONE man?!

King Crimson – Elephant Talk
Naar verluidt draaide Prins Bernhard zich om in zijn graf.

 

Idioot

Ik beschouw mezelf als een regelmatige concertbezoeker; ik kom toch wel aan minimaal vijftien bezoeken per jaar, schat ik zo in. In 2017 bereikte ik zelfs een klein persoonlijk record: ik kwam tot het in mijn ogen respectabele aantal van dertig optredens, 2,5 per maand. Niet slecht voor iemand die er ook nog een normaal (…) sociaal leven op na houdt. Daar moet ik wel bij zeggen dat ik alleen de shows tel, niet de artiesten. Dus een festival met vijf bands geldt als één concert, niet als vijf. 

Binnen het team van Progwereld mag ik dan misschien een ‘veulvraat’ zijn, ik stel niets voor in vergelijking met onze fotograaf Ron Kraaijkamp. Dat is de echte liefhebber van liveoptredens. Als fotograaf, maar vooral als fan van levende muziek. Ron telt wel het aantal bands dat hij ziet in plaats van de locaties/theaters die hij bezoekt. En dan stokt de teller toch pas bij zestig. Ofwel, Ron ziet kans om gemiddeld meer dan één artiest/band per week te zien. Petje af voor zoveel passie en drive. En dan nog vaak binnen het door hem en ons allen zo geliefde progrock genre. Daarbij ziet hij ook nog eens kans om de artiesten op het podium op professionele wijze op de gevoelige plaat vast te leggen, hulde!

Maar bij wat ik kortgeleden in de krant zag staan verbleekt zelfs de prachtige prestatie van ons aller Ron. Want onder de kop in het AD ‘Niek gaat idioot graag naar bands en zag er vorig jaar 716’, staat het verhaal van een regelrechte muziekfanaat. Met een verantwoordelijke baan, als hoofd van de afdeling Maatschappelijke Ontwikkeling bij een gemeente. En ja, zelfs met een echtgenote. Die overigens nooit met hem meegaat op zijn trektocht. Ook hij telt de bands, niet de shows, maar dat maakt het allemaal niet minder indrukwekkend. Zijn record staat zelfs op 892 optredens, in 2016. Hij geeft zichzelf twee dagen om op adem te komen, de rest van de week staat grotendeels in het teken van de popconcerten. OK, hij is een veelvreter, het genre maakt hem niet zoveel uit. Of het nou een singer/songwriter is of een meerkoppige band, Niek staat vooraan bij het podium. Dat levert hem zelfs enige populariteit op; andere bezoekers valt het op enig moment op, steeds weer diezelfde kerel in het publiek. 

Gevraagd naar zijn favoriete band komt Pink Floyd als winnaar uit de bus, maar ook Deep Purple, Led Zeppelin en Focus worden genoemd. Jullie kunnen de leeftijd van onze vriend wel een beetje raden. Maar nu komt het: als hem gevraagd wordt naar zijn eerste grote concert dan noemt hij Yes in Ahoy. “In 1978, geloof ik”. Kijk, dat vind ik nou vreemd. Dan ben je al naar duizenden bandjes en artiesten wezen kijken en dan weet je niet meer wanneer je eerste grote show plaatsvond?! Dat vind ik bijna ongelofelijk. Ik weet het nog heel goed: het was Yes in Ahoy, maar niet in 1978, Yes heeft dat jaar helemaal niet in Nederland opgetreden, maar op 25 november 1977, een jaar eerder dus. Met de oude hippie-zanger Donovan in het voorprogramma. Die overigens onder luid boegeroep het podium moest verlaten, de fans hadden geen boodschap aan zijn jaren 60-muziek. En dan denk ik dus: ben je nou een grote muziekfan of gewoon een veelvraat? Gaat het om de kwaliteit of de kwantiteit? 

Ik ga dit jaar drie keer naar mijn favoriete bandje van alle tijden, nog steeds datzelfde Yes. Ik ga er zelfs twee keer de grens voor over. Idioot dat ik ben.

Extra concert Steve Hackett in Poppodium Boerderij

Steve Hackett voegt een vierde concert toe aan zijn optredens in Poppodium Boerderij in Zoetermeer. De shows op 5, 6 en 7 juli in de progtempel van Nederland waren binnen no time uitverkocht. Daarom is er op donderdag 4 juli een nieuwe kans om deze legendarische gitarist live te zien.

Steve Hackett verwierf in de jaren 70 bekendheid als gitarist van de band Genesis. Samen met Peter Gabriel, Tony Banks, Mike Rutherford en Phil Collins was hij verantwoordelijk voor succesvolle albums, waaronder “Foxtrot”, “Selling England By The Pound” en “The Lamb Lies Down on Broadway”.  Dit concert staat in het teken van de 50ste verjaardag van laatstgenoemd album, maar Steve zal naast de Lamb Highlights ook andere Genesis Greats en solowerk spelen.

Nick D’Virgilio (Big Big Train) De VS tour: JAAA!!!!! HET WERD VERDORIE TIJD!!!

Naar aanleiding van het uitbrengen van het vijftiende studioalbum van Big Big Train (BBT), “The Likes Of Us” werd ik in de gelegenheid gesteld om een interview te hebben met een van de leden van deze van oorsprong Britse band. De keuze viel op de Amerikaanse drummer/zanger Nick D’Virgilio, ook wel bekend als NDV. Een interview via mail, over van alles en nog wat, van de band tot zijn solowerk en uiterst gevarieerde samenwerkingen door de jaren. Waaronder Genesis…


Nick, allereerst gefeliciteerd met het nieuwe album, ik heb het al een tijdje in mijn bezit en vele malen beluisterd en het groeit nog steeds. Ik ben behoorlijk onder de indruk, het klinkt steviger, compacter zonder de oude waarden van de band, de meerstemmige zang, de blazers en het akoestische gevoel schade aan te doen.

Dank je wel!

Tot nu toe verliep een groot deel van het schrijf- en opnameproces door elektronische bestanden naar elkaar door te sturen. Dat stramien hebben jullie doorbroken met een gezamenlijke opnamesessie in Italië voor “The Likes Of Us”. Hoe was het om weer op die ‘old-school’ manier op te nemen?

Het was fantastisch! Sinds ik in de band zit, hebben we nog nooit op zo’n manier opnamen gemaakt. Zelfs in mijn begindagen, toen ik opnamen maakte in de studio van onze engineer/mixer Rob Aubrey. Destijds nam ik drums op voor de demo’s van de band. De jongens zaten aan de andere kant van het glas, maar we waren niet samen aan het jammen. Ik was gaandeweg onderdelen aan het verzinnen en dat ging allemaal goed, maar er is iets speciaals aan samen spelen. Net zoals wanneer je met je band live op het podium speelt. Je voelt allemaal tegelijk de muziek en dat inspireert. Het zorgt ervoor dat je anders luistert. Het is een goede zaak en bovendien heel leuk.

Ik las dat zanger Alberto Bravin vooral het onderling uitwisselen van ideeën een absoluut voordeel vond van het samen in de studio zijn. Hoe denk jij daarover?

Ja! Ik heb hetzelfde. Het laat je nadenken, luisteren, aanpassen en manoeuvreren op manieren die net anders zijn dan wanneer je in je eentje een vooraf opgenomen nummer speelt.

Hoe werkt dat eigenlijk, zo op afstand fungeren van de rest van de band? Vertel me eens hoe een dag in het leven van een Amerikaanse muzikant in een van oorsprong Britse band eruitziet?

Het is niet ideaal. Toen ik bij BBT begon, was ik sessiemuzikant. Daarna werd ik officieel lid van de band terwijl ik iedereen maar één keer per jaar persoonlijk zag. Het is nu een stuk beter omdat we meer samen doen, maar ik zou graag bij de groep willen zijn en ze vaker willen zien. Zelfs gewoon om uit eten te gaan of koffie te drinken. Ik hou echt van iedereen in de band en in ons team. Ik zou ze graag nog vaker zien, maar (ik haat het gezegde) het is wat het is. Ik ben dankbaar dat het feit dat ik zo ver weg woon, door de jaren heen niet al te zwaar voor de band is geweest. Wij hebben er ook ons best voor gedaan.

Na de onfortuinlijke dood van David Longdon kwam de functie van zanger vacant. Ik dacht indertijd dat ze bij jou terecht zouden komen: jij kende het repertoire en had de overstap van achter het drumstel naar de voorkant van het podium al eerder succesvol gemaakt. Is dat ooit serieus overwogen?

Ik heb er wel over nagedacht en heb het aan Greg Spawton (oprichter/componist/bassist) voorgelegd als een mogelijkheid, maar het zou de basis die we in zoveel jaren hadden opgebouwd, te veel hebben verstoord. Als we het alleen over de ritmesectie van BBT hebben, vormen Greg en ik een zeer solide eenheid. De bas en drums zijn een echt kenmerk van het BBT-geluid en -gevoel. Daar wilden we niet aan morrelen wat voor mij volkomen logisch is. Ik hou van zingen en hoop dat in de loop van de tijd nog meer te doen. Maar het was de juiste keuze om iemand anders van buiten de band te vinden als de nieuwe zanger.

Na Greg ben jij nu de langstzittende muzikant binnen BBT. Hoe voelt dat, schept het ook verplichtingen?

Ik voel me sterk verbonden met BBT, en daar ben ik ook blij mee. Ik voel en zeg tegen iedereen dat BBT mijn band is. Ik ben natuurlijk niet met de band begonnen, maar ik zit al lang genoeg in de groep zodat het als familie voelt, en ik hou echt van wat we doen. Het is de meest opwindende en bevredigende muziek waar ik ooit deel van heb uitgemaakt, en ik hoop dat het zo blijft totdat ik het fysiek niet meer aan kan.

Je schrijft regelmatig nummers voor BBT, vooral de instrumentale stukken bevallen me prima, die zijn altijd net even anders dan het materiaal dat Spawton/Longdon schreven. Moet je knokken om jouw composities op de plaat te krijgen?

Een beetje. Maar zo gaat het nu eenmaal in een bandsituatie. We hebben veel geweldige liedjesschrijvers. Dat is zeker geen slechte zaak. In een band moet je bereid zijn een beetje op te offeren voor het welzijn van de hele eenheid. Mijn stijl is anders dan die van Greg en hij is vanaf het begin de belangrijkste schrijver geweest. De kern van onze fans is opgegroeid met zijn liedjes. Ik wilde specifiek voor BBT schrijven en wat naar mijn mening zo cool is, is hoe de groep iets van mij aanneemt en het in het BBT-gevoel kneedt. Ik probeer ook een aantal dingen te schrijven die de band als musici zullen uitdagen. Iedereen in deze band is een muzikant van zeer hoog niveau en het is geweldig om ze te zien en horen hoe ze zich maximaal inspannen.

Ik had het net over de van oorsprong Britse band, tegenwoordig is het meer een United Nations of Prog; met een Zweed, een Noor, een Italiaan en een Amerikaan zijn jullie als buitenlanders zelfs in de meerderheid. Is het moeilijk om met zo’n divers internationaal gezelschap te werken?

Helemaal niet. Zoals ik hierboven al zei, iedereen is zo goed in wat hij doet. Bovendien is iedereen zo cool als persoon. We gaan met elkaar om als vrienden, praten openlijk als vrienden, lachen, maken grappen en doen alle dingen die niets met muziek te maken hebben. Het is echt iets moois.

Ik lees dat je erg onder de indruk bent van de muzikaliteit en het vakmanschap van de nieuwe, jongere leden van de band. Hoe hoog moet ik die kwaliteit inschatten?

Buitenaards hoog! Oskar Holldorff is een beul! Zijn capaciteiten zijn fantastisch. Zijn gevoel is zo groovy. Moet ik nog meer zeggen? ☺

Jullie gaan binnenkort op tournee door de Verenigde Staten, een absolute première in het bestaan van de band. Wat verwacht je van deze thuiskomst? Spelen jullie ook in de buurt van je geboortegrond? Je woont tegenwoordig in Fort Wayne, Indiana, begrijp ik.

JAAA!!!!! HET WERD VERDORIE TIJD!!! Kun je zien dat ik enthousiast ben? Eindelijk gaat het gebeuren. We hadden een volledige, veel langere Amerikaanse tournee gepland vóór de pandemie en voorafgaand aan het overlijden van David. Ik heb geprobeerd de hoop niet te verliezen, maar het is krankzinnig, en ik bedoel krankzinnig duur, om de band door de Verenigde Staten op tournee te sturen. Als ik naar Groot-Brittannië/EU ga, ben ik slechts één persoon. Eén retourvlucht. De kosten rijzen de pan uit en iedereen moet naar de VS. De vluchten, de visumkosten, de hotels, het vervoer. Het is bizar. Maar het moet gebeuren als we willen groeien.

Ik las dat jullie gitarist David Foster achterlaten voor de tournee door de VS en dat de kopersectie ook thuis blijft. Jullie zoeken nog een multi-instrumentalist die ook trompet speelt. Wat betekent dat voor de arrangementen en de keuze van de setlist?

Het verandert de situatie zeker een beetje, maar opnieuw proberen we er een levensvatbare tourband van te maken. Het is gewoon financieel onhoudbaar om het volledige ensemble op dit moment overal mee naartoe te laten gaan. We kunnen nog steeds een geweldige show neerzetten met dat grote BBT-geluid, maar dan moet de samenstelling van de band wat soberder. Hopelijk, nadat we meer momentum hebben gekregen en hopelijk meer fans, kunnen we het ons veroorloven om iedereen altijd mee te nemen. Wij zouden niets liever willen.

Ik begrijp de (financiële) argumenten, ik heb er met Greg al eens eerder over gesproken. Ben je niet bang dat dit de kern van de muziek aantast?

Nee. We zullen er absoluut voor zorgen dat het werkt.

Mag ik kort met je teruggaan naar de start van je samenwerking met BBT. Je bent een soort van omgekeerde versie van een Englishman in New York: an American in Londen. Hoe was dat in het begin, als ‘yank’ tussen de ‘limeys’?

Oh, ik vond het geweldig en dat heb ik altijd gevonden. Ik raakte een beetje ondergedompeld in de Britse manier van doen, beginnend in mijn Spock’s Beard-dagen. Toen sloot ik me aan bij Tears For Fears met nog meer Britten in de buurt. Ik heb me altijd erg op mijn gemak gevoeld in Groot-Brittannië. Ik zou er gemakkelijk kunnen wonen. Mijn hele familie voelt hetzelfde nadat ze in Londen woonden tijdens mijn tijd bij Cirque Du Soleil en daar al mijn vrienden al die jaren kenden.

Je hebt al een hele carrière achter de rug, vooral als drummer/zanger bij Spock’s Beard, hoe ben je destijds eigenlijk bij BBT terechtgekomen?

Ik werd aan Greg aanbevolen door Rob Aubrey. Rob heeft door de jaren heen velen van ons bij elkaar gebracht. Hij had in het verleden met Greg en BBT samengewerkt en toen ze naar hem toe kwamen voor het album “The Difference Machine” schakelde hij mij in als sessiespeler en de rest is geschiedenis.

Je hebt al een paar soloalbums uitgebracht, en recentelijk een tweede album in samenwerking met Neal Morse en Ross Jennings. Heel andere muziek dan waar jullie bekend om staan, akoestisch, bijna CSN&Y-achtig zou ik zeggen. Hoe kwam dat tot stand?

Neal en ik zongen in de tijd van de Spock altijd CSN, de Beatles en een heleboel andere nummers als we geen SB-nummers speelden. Neal is, zoals je waarschijnlijk weet, een zeer productief schrijver en had een aantal CSN-achtige liedjes. Hij belde me op en vroeg of ik liedjes in die trend had en of ik iets in dat soort stijl zou willen samenstellen. We hebben er een tijdje over nagedacht wie de derde persoon zou moeten zijn, en Ross paste perfect bij ons. Op zichzelf een geweldige zanger en songwriter. Het is gewoon leuk om iets anders te doen en, zoals ik al eerder zei, ik hou van zingen.

Je bent een soort zzp’er binnen de muziekwereld. Je naam verschijnt regelmatig op albums van onder meer Frost*, Mystery, Neal Morse, Dave Kerzner en Steve Hackett. Is dit de enige manier om als professioneel muzikant te overleven in de hedendaagse muziekindustrie?

Er zijn veel manieren om dit te doen, maar het is een goede zaak om je carrière te diversifiëren. Ik ben zo gezegend dat ik met iedereen die je noemde en meer kon spelen. Ik heb het altijd leuk gevonden om mezelf als muzikant uit te dagen en ik heb in de loop der jaren zoveel geweldige relaties opgebouwd dat deze mensen mij gelukkig in gedachten hebben gehouden.

Je loopbaan klinkt als een trip door een wondere wereld, soort van Willie Wonka. Een van de meest bijzondere dingen die je hebt gedaan is je werk voor Cirque du Soleil. Hoe kwam dat tot stand?

Ik had werk nodig. Op dat moment (2008/2009) lagen er niet zoveel mogelijkheden voor mij. Ik was als een gek bezig om de rekeningen te kunnen betalen. Technisch gezien zat ik nog steeds in Tears For Fears, maar ze toerden nauwelijks en Spock’s deed niet genoeg om voldoende geld binnen te halen. Ik had in de loop der jaren een aantal Cirque-shows in Las Vegas gezien en besloot me online aan te melden. Ongeveer 6 maanden later werd er contact met mij opgenomen met de vraag of ik interesse had om deel te nemen aan een gloednieuwe productie genaamd TOTEM. Het was een reizend optreden, maar een van de grote onderdelen van het aanbod was dat mijn familie met mij mee kon. Ze hadden een reizende school. Mijn kinderen waren toen 10 en 12 jaar oud. We hebben er lang over nagedacht en besloten er vandoor te gaan en ons bij het circus aan te sluiten. In het begin was het eng, maar uiteindelijk werd het een geweldige reis voor zowel mij als mijn gezin. Ik heb in die Cirque-jaren ook ontzettend veel met BBT kunnen doen. We hebben in die jaren de basis gelegd, met als hoogtepunt onze shows in 2015 in Kings Place in Londen. Met die shows is het echt allemaal begonnen.

Neem me niet kwalijk, je bent hier waarschijnlijk al vaker over doorgezaagd. Maar ik kan het toch niet laten om je te vragen naar je ervaringen als studiodrummer op het laatste Genesis-album “Calling All Stations” uit 1997, na het vertrek van Phil Collins. Hoe was dat?

Bijna ongelooflijk. Ik had nooit gedacht dat ik zoiets ooit zou doen. Ik mocht spelen in de drumruimte van Phil, in hun geweldige opnamestudio, met Tony Banks en Mike Rutherford aan de andere kant van het glas. Het was surrealistisch. Genesis was mijn favoriete band toen ik opgroeide. Dat zeg ik niet zomaar. Ik was een echte superfan.

Voor jullie shows heb ik al een aantal keer de oversteek gemaakt van Nederland naar Engeland, vier keer in totaal. De laatste keer was jullie triomfantelijke slotoptreden van de tournee in de Cadogan Hall in augustus 2023. Vooral het laatste deel, waarin jij samen met Rikard en Alberto een akoestisch trio vormde, sprak mij zeer aan. Greg keek goedkeurend toe vanuit de coulissen. Neem jij uiteindelijk ooit het stokje van hem over als bandleider?

Nee. Greg is de oprichter en de leider. Als Greg ooit zou besluiten om BBT te verlaten, ben ik er vrij zeker van dat dit het einde voor BBT zou betekenen. En Greg is een geweldige leider. Iedereen mag beslissingen nemen en meningen geven, maar uiteindelijk is het laatste woord aan hem.

In september komen jullie terug naar de Boerderij in Zoetermeer voor twee shows. Als ik het goed begrijp, ga je elke avond een andere set spelen, klopt dat? Wat is er zo speciaal aan deze locatie dat jullie er altijd met zoveel plezier komen spelen?

Het is een klassieke locatie die muziek zoals de onze en progressieve muziek in het algemeen ondersteunt. Het is de perfecte plek om te spelen. Het klinkt geweldig daar, iedereen die er werkt is fantastisch, Nederland is over het algemeen een geweldige plek. Het werkt gewoon als een tierelier.

Hoe zie jij de toekomst van de band, welke plannen zijn er voor de (middellange) toekomst?

Meer platen maken en meer toeren. Ik denk dat onze muziek een veel breder publiek kan bereiken en dat we daarop in moeten gaan en dat mogelijk moeten maken. Ik ben ervan overtuigd dat we het kunnen.

Nick, enorm bedankt voor je medewerking aan dit interview, het wordt zeer op prijs gesteld. Veel succes met de band en het nieuwe album, misschien heet het volgende album wel “The Future looks bright”. Keep safe, ik hoop je snel weer te zien in een concertzaal.

Bedankt! Het was me een genoegen.

Foto’s Big Big Train: Massimo Goina | Foto NDV: Arie van Hemert

Lees ook de recensie van het nieuwe studioalbum “The Likes Of Us” van Big Big Train.

 

 

 

Dave Bandana (The Bardic Depths): “Ik heb een hekel aan die ‘prog of niet prog’-discussie”

Het derde album van The Bardic Depths, getiteld “What We Really Like In Stories”, was aanleiding om de oprichter van het kwartet, Dave Bandana, aan de tand te voelen over de oorsprong en de toekomst van de groep en haar muziek. Dave werkte graag en enthousiast mee aan mijn verzoek voor een interview.

 

Hoe komt een muzikant/eenmans(cover)band uit Lanzarote op de proppen met drie relatief succesvolle prog-gerelateerde albums?

Dat is iets wat ik mezelf de meeste dagen afvraag. Ik heb vanaf zeer jonge leeftijd altijd van muziek gehouden en ben opgegroeid met The Beatles, Yes, Genesis etc. Ik heb altijd liedjes geschreven, maar het niveau van muzikaal vakmanschap zorgde ervoor dat ik het simpel hield. Ik verhuisde in 2015 naar Lanzarote om mijn carrière volledig om te gooien en entertainer te worden. In 2012 was ik gewoon voor de lol begonnen met het schrijven van wat prog. Dat album, wat het eerste Bardic Depths-album zou worden, had een beetje inhoud en vanaf dat moment ging het allemaal van start.

Zeg eens eerlijk: Bandana is een pseudoniem neem ik aan, wat is je echte naam? ;)

Het is een artiestennaam. Ik wilde mijn echte naam niet gebruiken en mijn vrouw heeft hem bedacht. Mijn echte naam?? Ik ben zo oud dat ik het me niet meer kan herinneren.

Gefeliciteerd met de release van “What We Really Like In Stories”, bij de eerste keer luisteren kon ik niet anders dan glimlachen, ik was behoorlijk onder de indruk. Vertel ons iets over de totstandkoming van het album.

Op de vorige albums hadden we veel gastmuzikanten, maar om verschillende redenen vielen ze allemaal af voordat de opname begon. Het betekende dat we als viertal opereerden, met specifieke instrumenten. Ik nam alle bas- en keyboardtaken op me en speelde slechts op een paar nummers akoestische gitaar. Gareth (Cole) speelde alle gitaarpartijen. We hebben ook besloten om de speelduur op 45 minuten te houden, wat volgens mij de ideale duur is voor een album. Er was nogal wat bewerking nodig; we hebben aardig moeten knippen, om wat wij zagen als opvulling kwijt te raken en een compact en interessant album te creëren. Het album werd op afstand opgenomen. Met Gareth en Pete (Jones) in Groot-Brittannië, Tim (Gehrt) in Amerika en ikzelf hier, was dit de enige manier om het te doen. De nummers krijgen uiteindelijk vorm, iedereen stuurt zijn partijen naar mij en ik veeg het allemaal bij elkaar.

Kun je iets over de achtergrond van de teksten vertellen, ook al is dit eigenlijk het domein van je kompaan Brad Birzer?

We besloten dat we deze keer geen concept- of verhaallijn-album wilden maken, maar we wilden toch een thema. Brad kwam op het idee van auteurs en hun verhalen. Hij heeft een boek geschreven met de titel Mythic Realms, waarin hij vertelt over zijn favoriete auteurs en we hebben een aantal van die hoofdstukken aangepast tot songteksten.

Hoe is het contact met collega-muzikanten Gehrt, Cole en vooral Jones tot stand gekomen?

Ik maak deel uit van het Big Big Train Facebook-forum en we zijn bij elkaar gekomen vanwege onze liefde voor de band. Ik had Gareth ontmoet in een pub na een show in Londen in 2017, maar ontdekte pas later dat hij een gitarist was. Ik vroeg hem om op drie nummers op het eerste album te spelen en we raakten bevriend. Daardoor was het vanzelfsprekend dat hij op elk nummer op het volgende album zou spelen en deel zou uitmaken van de kern van de band. Tim is vriend van een vriend van Brad. Hij is een integraal onderdeel geworden van het geluid van de band. Pas later kwam ik erachter dat Tim met Steve Walsh in de band Streets had gespeeld. Ik was een grote fan van Pete en zijn Tiger Moth Tales voordat hij gehoor gaf aan een pleidooi voor een saxofonist voor een van de nummers op het eerste album. Hij is een van de beste zangers binnen het genre, maar ik kon hem niet vragen om te zingen. Maar hij stuurde me een bericht om te vragen of hij zang kon toevoegen aan het laatste nummer, Legacies. Dus toen we bij het volgende album kwamen, was het voor hem vanzelfsprekend om zang bij te dragen voor sommige nummers en te helpen bij het creëren van ons geluid. Op het nieuwe album hebben we dit nog verder doorgevoerd met een aantal fantastische harmonieën.

Hebben jullie ooit samen in de studio opgenomen, als collectief?

Nee. De reisafstand tussen ons is te groot.

Robin Armstrong mixte en masterde het nieuwe album, evenals het vorige. Hoe belangrijk was zijn inbreng voor jou?

Extreem belangrijk. Zonder Robin zouden er geen Bardic Depths zijn. Hij zag de potentie van het eerste album en maakte er het album van dat het is geworden. Hij heeft ook veel bijgedragen aan het tweede. Ik heb veel van hem geleerd, waardoor ik op dit derde album onze sound een stuk verder kon brengen en Robin deze alleen nog maar hoefde te mixen en masteren. Maar hij doet het op een manier die ons een onderscheidend geluid geeft en zijn audiopalet is fantastisch.

Je deelt de liefde voor de muziek van Big Big Train (BBT) met Pete Jones en Gareth Cole. Waar komt die voorkeur voor BBT vandaan?

BBT kwam mij ter ore met het eerste “English Electric”-album. Hun oeuvre is ongelooflijk en sindsdien ben ik gewoon fan.

Pete Jones heeft aan geen enkel nummer meegeschreven, toch is bijvoorbeeld Old Delights een typisch Jones-nummer. Waarom eigenlijk niet?

Pete schreef niet mee, simpelweg omdat hij het te druk heeft met zijn eigen projecten. Ik verzorg het grootste deel van de composities qua muziek.

Big Big Train heeft verhaal-gebaseerde muziek gepopulariseerd, jij hebt dit voorbeeld gevolgd en dat geldt ook voor I Am The Manic Whale. Zijn jij en Brad Birzer op enigerlei wijze beïnvloed door Spawton c.s.?

Nee, ik zou niet zeggen dat we door hem zijn beïnvloed. Brad is een academicus die van zijn schrijvers en van schrijven houdt. Het is dan ook logisch dat hij op basis daarvan teksten wil schrijven

In de tekst van Whispers in Space kom ik onder andere de volgende woorden tegen: Folklore, Venus in Transition, Captain of the Skies, allemaal Big Big Train-titels, toeval?

Geen toeval. In het nummer worden drie mannen genoemd. Als je naar het eerste couplet luistert, hoor je songtitels van The Doors en Talk Talk. De luisteraar kan het zelf uitzoeken.

Wie is Martin Haskell, de verteller op dat eerder genoemde Whispers in Space? Hoe kwam je bij hem terecht?

Martin is radio DJ en heeft een show genaamd Sunday Brunch op ExileFM. Hij is een goede vriend geworden en we ontmoeten elkaar bij BBT-concerten.

Ik hoor veel invloeden in je muziek: van Pink Floyd tot Steve Hillage en Barclay James Harvest (BJH). Puur toeval?

Dat is de muziek waarmee ik ben opgegroeid. BJH was de tweede band die ik ooit live zag, in 1974. “You” van Gong staat in mijn top 10 van favoriete albums aller tijden.

Op je Facebook-pagina staat het intrigerende citaat “We are part of the Prog genre but are not afraid to mix it up a touch”. Leg eens uit.

Ik heb een hekel aan die ‘prog of niet prog’-discussie. Toen ik voor het eerst met muziek begon, was het rockmuziek, zonder sub-genres. Als je naar onze muziek luistert, hoor je dat we niet bang zijn om wat jazz, elektronische pop uit de jaren 80, ambient soundscapes of wat volksmuziek toe te voegen. Wij houden ervan om het te mixen en de luisteraar scherp te houden.

Ik dacht eigenlijk dat The Bardic Depths vooral een album-producerend ensemble was, maar onlangs zag ik toch echt dat jullie live optraden, zij het zonder drummer Gehrt. Was dat eenmalig of zijn er plannen voor een tournee?

Het was eenmalig, omdat we met zijn drieën tegelijkertijd in Londen waren voor een BBT-concert. Pete speelde een lunchshow in Camden en vroeg of we een nummer met hem wilden spelen. We hebben het zonder voorafgaande repetitie gedaan.

Wat zijn je plannen voor de toekomst?

Zoveel mogelijk exemplaren van dit album te verkopen en te kijken waar dat ons heen leidt. Dat zou mogelijk een vierde album kunnen zijn, maar het zal moeilijk worden dat vol te houden in dit huidige klimaat.

Is er tot slot nog iets dat je tegen de lezers/bezoekers van de Progwereld website wilt zeggen?

Ik wil iedereen bedanken voor hun interesse en voor het steunen van ons door het kopen van cd’s en downloads. Vertel je vrienden over de muziek van ons. Het is de snelste manier om ons te helpen een fanbase te laten groeien. En als je nog geen exemplaar hebt gekocht, kun je dat hier doen: www.gravitydream.co.uk of www.thebardicdieptes.co.uk.

Dave, heel erg bedankt voor je medewerking aan dit interview, veel succes met het nieuwe album. Ik hoop je toch ooit op het podium te zien in een nabijgelegen theater.

Lees de recensie van het album “What We Really Like In Stories” hier.

Boekrecensie: Steve Hackett – A Genesis In My Bed

Prettig leesbare autobiografie van Steve Hackett, gitarist van de klassieke Genesis samenstelling en trotse eigenaar van een opmerkelijke solocarrière die tot op de dag van vandaag voortduurt.

Lees hier de recensie

Kamermuziek2

Naar aanleiding van mijn column over de muzikale voorkeur van de leden van de Tweede Kamer ontving ik een tweet (X) van Thierry Baudet: “Jullie snappen er niets van bij Progwereld, die keuze voor Free as a Bird van de Beatles had niet zo zeer met de muziek te maken, maar vooral met de titel!” Ik heb nog gereageerd dat ik dat best wel begrepen had, getuige mijn reactie en suggesties, maar de vogel was alweer gevlogen.

Die opmerking van de Forum-baas zette me aan het denken: misschien ben ik wel helemaal op het verkeerde spoor met een lobby, Kamervragen en een parlementaire enquête. Misschien moeten we onze volksvertegenwoordigers gewoon een handje helpen bij hun keuze voor muziek. En dan vooral met de opmerking van ons aller Thierry in het achterhoofd: niet de muziek, maar de titel. Nog nooit heb ik zo snel pen en papier gezocht om mijn gedachten neer te pennen. Het resultaat tref je hierbij aan, ik neem aan dat een en ander voor zich spreekt. Ik heb er ook een aantal niet-Kamerleden aan toegevoegd, politici die om welke reden dan ook recent in het nieuws zijn geweest. Ook zij kunnen in deze donkere dagen best een steuntje in de rug gebruiken. Daar zijn wij bij Progwereld beslist niet te beroerd voor. Hoewel het niet allemaal prog is wat de klok slaat….

Geert Wilders (PVV) Moroccan Roll Brand X
  Us and Them Pink Floyd
  Immigrant Song Led Zeppelin
  All Together now Beatles
Pieter Omtzigt (NSC) Keep Talking Pink Floyd
  Should I stay or should I go The Clash
Frans Timmermans (PvdA) High Hopes Pink Floyd
  It’s Too Late Carole King
Dilan Yesilgöz (VVD) I’m not a loser Judy Tzuke
  I will survive Gloria Gaynor
Caroline van de Plas (BBB) Down on the Farm Caravan
  The Tractor Song Blippi
Rob Jetten (D66) Dreamer Supertramp
  Mother Nature’s Son Beatles
Gom van Strien (PVV) One Fine Day The Chiffons
(in die volgorde) One Slip Pink Floyd
  Honesty Billy Joel
Lilian Marijnissen (SP) The Way She Said Goodbye Kayak
Henri Bontenbal (CDA) All by myself Eric Carmen
Joost Eerdmans (JA21) Owner of a lonely heart Yes
Gideon van Meijeren (FvD) Rat in the Kitchen UB40
Thierry Baudet (FvD) Fool On The Hill Beatles
  I Me Mine Beatles
  Back to the USSR Beatles
  Paperback writer Beatles
Tjebbe van Oostenbrugge (NSC) Money Pink Floyd
  Baby You’re A Rich Man Beatles
Esther Ouwehand (PvdD) Dogs, Pigs, Sheep Pink Floyd
  Alle albums Animals as Leaders
Vera Bergkamp (D66) Backstabbers O’Jays
Khadija Arib (PvdA) Who’s the Boss Diana Ross
Mark Rutte (VVD) My Way Frank Sinatra
  Long Goodbyes Camel
  Let it Be, The End Beatles

 

 

Send this to a friend