De echte nummer 1

Lees ik het wel goed in dit AD artikel? ‘Maximaal 50 min mag je in uitverkocht Top 2000 Café en dan krijg je een half uur Pink Floyd: ‘Als je pech hebt’. Als je pech hebt? !&#$%#! Je hebt geen pech! Het is een voorrecht om Echoes te mogen ondergaan (want over dat nummer ging deze opmerking). En dan bij voorkeur niet met een verschraald lauw pilsje in de hand met hossende en lallende Medelanders om je heen, maar met iets geestverruimends, dat in managementkringen als Luisteren, Samenvatten en Doorvragen wordt gebezigd.

Nee, die voorspelbare Top 2000 met elk jaar dezelfde stoelendans in de top 10 en een vastgeroeste nummer 1 waarvoor je in een Engels gokkantoor geld moet toeleggen. Dát is pech hebben. Run Like Hell zou ik zeggen en See Em(m)ily Play als Another Brick in the Wall. Neem nou onze top 10 van dit jaar. Vrijwel elke recensent heeft een andere nummer 1 en is er een keur aan verschillende bands en subgenres die het leven kleur geven en die regelmatig Pink Floyd als inspiratiebron zien, in Any colour you like.

Maar er is hoop voor de progrock. Als kantoorslaaf hield ik met een jonge collega eens tussen kerst en nieuwjaar de laatste administratieve cijfers bij onder haar voorwaarde dat de radio op de Top 2000 werd afgestemd als stemmige achtergrondmuziek. Het leek op One of these Days tot die ene ochtend. De Fat Old Sun kwam in een nevel van karmijnrode kleuren op en plots hoorde ik die overbekende Cis op de piano, vervormd door een Leslie-effect dat je associeert met de sonar van een onderzeeboot. Ik veerde op en genoot 23 minuten lang van dit memorabele psychedelische nummer, waarbij je niet in een bad trip moet belanden. Want je kunt zomaar paranoïde raken en in een panische angst blijven hangen, als in het tussenstuk de kraaien krassen en David Gilmour zijn meeuwengeluid uit zijn zwarte Fender Stratocaster laat krijsen.

Mijn collega was stiller dan ooit en stamelde ‘wat is dit nu voor een muziek?’ Ik legde via de LSD-methode uit waar ze nu precies naar geluisterd had – iets van ver voor haar geboortejaar – en ze was verrukt, ze had nog nooit zoiets gehoord en was aangenaam verrast. Er is dus hoop. Ook al stond Run Like Hell laatste op plek 2000, Echoes was dit jaar al gepositioneerd op plaats 200. Dus roep alle progliefhebbers op om Echoes volgend jaar als nummer 1 te stemmen zodat we meer zieltjes kunnen winnen voor ons genre en we het jaar niet meer met ‘Oh, mamma mia, mamma mia mamma mia, let me go’ hoeven uit te luiden, maar in koor brullen: ‘And no one knows the where’s or why’s. But something stirs and something tries’.

Eindejaarslot

Het hele jaar door mag het woord jaarlijstmateriaal niet gebezigd worden op de redactie. Er werd zelfs een agendapunt van gemaakt in de jaarvergadering, omdat de taglijst alsmaar uitgebreider werd en jaarlijstmateriaal sec genomen natuurlijk geen muziekstroming is. In een hamerstuk werd deze term vakkundig door de hoofdredacteur gekild en zat er een ban op dit woord om het vooral nooit meer in een recensie te zetten.

Echter, voordat überhaupt de paashaas zijn kostbare eieren in het vroege voorjaar kon verstoppen, werden de eerste pareltjes al door recensenten weggegeven en tast het hun geloofwaardigheid op proggebied aan als er medio zomer al twintig topalbums staan te dringen voor hun eindejaarlijst.

Progwereld deed, doet en zal nooit een cijferbeoordeling gaan geven voor albums. Wat voor de een namelijk een lust voor het oor is, kan voor de ander een martelgang zijn. En waar de een lyrisch is over de zoveelste heruitgave zal de ander de wenkbrauwen fronsen als de uitgerangeerde muzikant spreekt over zijn beste album tot nu toe. Uit de subjectieve beoordeling moet de lezer zijn eigen mening gaan vormen om zijn luisterplezier uit prog te halen.

En nu, tegen het eind van het jaar, wanneer uw recensenten dan eindelijk los mogen gaan om de lijst der proglijsten van dit jaar aan te bieden volgens hun zelfbedachte puntenjurering en waardering, slaan het noodlot en de stress toe. Want er wacht een helse taak om de eindbeoordeling te geven laat staan de uitgekozen albums ook nog eens fatsoenlijk te rangschikken. Hierbij vergeleken leeft de vetgemeste kalkoen vredig toe naar zijn laatste kerst.

Dit jaar werden we verrast met een legendarische drummer die terugkeerde op het oude nest en meteen de vellen adequaat uit de trommels sloeg. Eee progicoon die tussen het mixen van allerlei oude, grote rockalbums door weer eens een heerlijk spaceprogrockalbum uit de hoge hoed toverde; en zomaar uit het niets een vergeten gitarist die ons na 23 jaar onder zijn eigen naam eindelijk weer eens nieuwe muziek schonk.

Wat te kiezen? Waarom maar tien topalbums? Er zijn ook dit jaar weer te veel goede progalbums uitgekomen, zodat het voelt als blasfemie om kwaliteitsalbum nummer zoveel van die bekende neo-progband uit het Verenigd Koninkrijk te passeren, dan wel het tweede album van de nieuwste Noorse progmetalsensatie uit te sluiten.

Waar ik echt gelukkig van werd is dat jonge muzikanten met passie goede old school symfonische rockmuziek maken. Hoezo dinosaurusmuziek? Prog leeft! Zulke helden mogen van mij volledig subjectief de hemel in geprezen worden en met stip in de bovenste regionen van mijn jaarlijst prijken. Of toch niet? Wat een dilemma.

Neen, ik ga nog geen namen of rugnummers noemen, om elke mogelijkheid op beïnvloeding te voorkomen, maar zal wel balen als blijkt dat een collega-recensent wel een album in zijn lijst positioneert, terwijl ik dit volledig over het hoofd heb gezien. Maar het ergste van dit eindejaarslot? Als in 2026 blijkt dat we in 2025 een wereldplaat hebben gemist!

Focus op Focus – deel 2

Deel 2 van de special Focus op Focus start vanaf de kortstondige reünie in 1983, toen Jan Akkerman en Thijs van Leer probeerden de chemie te hervinden. Uiteindelijk leidde het  toch weer tot een relatie die explosief ontbrandde. Nadien was het alleen nog Van Leer zelf die onder de naam Focus nieuwe muziek opnam, met Nederlandse topmuzikanten. De beperking tot het simpelweg nummeren van de albumtitels laat de refocus echter al wel zien. De aandacht voor Focus wereldwijd is evenwel nooit verloren gegaan, mede met dank aan het nodige ‘Hocus Pocus’ in een voetbalspotje.
Met deze special  complementeert Progwereld alle recensies van de studioalbums van Focus tot aan de recente uitgave van “Focus 12”. Al die albums, de muziek waarmee deze bijzondere Nederlandse band de wereld versteld liet staan met zijn eigenzinnige prog achter de dijken.

Het eerste deel van de special vind je hier.


Deel 2                                           

  • De Reünie (1983 -1999)
  • De reformatie (2001-2009)
  • Focus op het hier en nu

 

Deel 2

De Reünie – 1983 -1999 – Return to focus

Zeven jaar na hun gebrouilleerde relatie werd er vanuit het management voorzichtig contact gezocht om Jan Akkerman en Thijs van Leer weer samen te laten werken. In 1983 stemde Akkerman in met het idee en Van Leer accepteerde de uitnodiging. Na over en weer wat mee te spelen, tekenden ze een platencontract om als duo een album onder de naam “Focus” op te nemen. Na vele maanden van opnamen in de studio werd onder druk van de platenmaatschappij producer Ruud Jacobs ingeschakeld om de plaat tijdig af te ronden om zo verdere productiekosten te besparen. Uiteindelijk werden met een aantal extra muzikanten in 1984 ongeveer dertig nummers voltooid.

Of de producer hieruit daadwerkelijk de sterkste nummers heeft gekozen voor een snellere voltooiing, weten we (nog) niet. Er ligt nog zeker twee uur aan onuitgebracht materiaal op de plank. Wat we wel weten is dat keuzestress en beslissingen over de geselecteerde nummers over en weer tot spanningen leidden.

Het album “Focus” werd uiteindelijk uitgebracht in maart 1985 en bereikte nummer 33 in Nederland. Het werd een nieuwerwets Focus-album met smooth jazz. Na enkele promotievideo’s en een lokale tour van vier concerten was de samenwerking weer voorbij. Deze bracht niet het succes waar men op hoopte. Geen hitsingle, geen extra geld voor promotie vanuit de platenmaatschappij, dus: project ter ziele en de kloof tussen Akkerman en Van Leer was groter dan ooit.

Na de reünie van Focus op 20 april 1990 voor Veronica Goud van Oud stonden Akkerman en Van Leer op 10 juli 1993 voor het laatst samen op het podium. Dat was tijdens het North Sea Jazz Festival in Den Haag, als eerbetoon aan de overleden concertpromotor Paul Acket. Hij had met name in de begindagen van Focus veel voor de groep betekend. Van Leer speelde mee als ‘special guest’ tijdens een optreden van de Jan Akkerman Band. Het zou acht jaar duren voordat Van Leer Focus, onder zijn leiding, met nieuwe muziek en nieuwe bandleden, een nieuw leven inblies.

De reformatie – 2001-2009Re-Focus

Muzieksessies in 2001 met zijn stiefzoon leidden tot het besluit van Van Leer om, gewoon voor de lol en vooral niet te serieus, weer live te gaan optreden met een Focus-tributeband, genaamd Hocus Pocus. Na enkele goed ontvangen optredens in het land ging deze groep opnieuw de naam Focus gebruiken. Met een nieuwe manager en boekingsagent kwamen er verschillende aanbiedingen om wereldwijd op te treden en een nieuw album op te nemen. “Focus 8” werd opgenomen tussen februari en juli 2002, eind 2002 uitgebracht en ondersteund met een wereldtournee.

“Focus 8” bleek een herhaling van zetten te zijn. Het nummer Rock & Rio had net zo goed Hocus Pocus 2 kunnen heten en het duo-nummer Brother en Blizu Tebe had ook Tommy 2 en 3 genoemd kunnen worden, maar het klinkt wel heerlijk. De focus ligt meer op de melodieuze muziekstijl van de jaren 70, maar dan met een modern geluid. Van Leer kon het niet laten om met het bonusnummer Flower Shower weer alle absurdistische remmen los te gooien om er een hotsknotsbegonia-stuk van te maken met als slotregel: “Lang zal tie leven!” Ja, er zat weer leven in Focus, zodat in september 2006 “Focus 9/New Skin” werd uitgebracht; opnieuw muziek van de oude Focus, in een nieuw jasje. En de humor zit niet alleen verstopt in grappig bedoelde titelnummers zoals, Hurkey Turky, Aya-Yuppie-Hippie-Yee, European Rap(sody). Verwijzingen naar oude successen zoals in Sylvia’s Stepson – Ubutuba ontbreken evenmin.

Focus op het hier en nu jaartallenFocus Now

In mei 2010 nam Nike Hocus Pocus op als het muzikaal hoofdthema in haar FIFA Wereldbeker-commercial van dat jaar. De advertentie werd wereldwijd op televisie uitgezonden, wat hernieuwde belangstelling voor de band wekte en ertoe leidde dat Hocus Pocus op nummer 57 in de UK Singles Chart terechtkwam. In 2011 samplede de Amerikaanse rapper J. Cole Hocus Pocus voor de game MLB 11: The Show. Zelfs een super progband als Transatlantic nam zowel Hocus Pocus als Sylvia op als bonustracks op hun albums of speelde het live. De muziek van Focus leeft voort in vele vormen.

Met albumhoezen aan de hand van Roger ‘Ýes’ Dean bracht de band in november 2012 zijn elfde studioalbum, “Focus X”, uit, dat muzikaal leunde op de oude Focus en wat jazz. Dat sloeg in 2016 compleet door in het volgende album, “Focus 8.5/Beyond the Horizon”. Dat leek onlogisch genummerd, maar toch klopt het. Tijdens pauzes in hun Zuid-Amerikaanse tournee in 2005 werd met Braziliaanse muzikanten het nodige gejamd. Deze opnames met free latin jazzmuziek zagen pas jaren later, onder de naam Focus, het licht. Dit had beter ergens in een donker obscuur Zuid Amerikaans café kunnen blijven liggen, want hoe goed ook gemusiceerd, het heeft weinig in zich waar Focus om bekend is en voor staat.

Optredens liepen door, gitaristen en bassisten kwamen en vertrokken, waarna in 2018 het studioalbum “Focus 11” uitkwam. Het was er opnieuw eentje uit de categorie oude wijn in nieuwe zakken. Het smaakt herkenbaar maar laat geen indruk achter om het opnieuw te nuttigen. Oude etiketten blijken toch nostalgisch te zijn zodat Focus ons in 2024 verraste met een nieuw album “Focus 12” en opnieuw weer een wereldtournee

Terugkijkend naar de beginjaren, gebruikten Jan Akkerman en Thijs van Leer in Focus klassieke thema’s als bron in hun muziek die bestond uit rock, blues, jazz en een vleugje folk. Wat zij maakten was niet alleen de meest creatief hoogstaande en baanbrekende progressieve rock vanuit Nederland in de hele proggeschiedenis. Commercieel gezien was Focus ook een van de succesvolste bands uit de lage landen. Wat dat aangaat was de naam Focus door Jan Akkerman goed gekozen. Overal ter wereld kent en weet men wat Focus betekent en de (h)erkening is overal hetzelfde. Serieuze muziek waar ook met een glimlach naar geluisterd kan worden. Wie doet hen dit na?

Focus op Focus

Dit zagen we bij Progwereld even niet aankomen. Thijs van Leer en oud-compaan Pierre van der Linden, 75 en 78 jaar jong, gaan met Focus op wereldtournee en brengen en passant ook nog een nieuw album uit: “Focus 12”. Wat we ook niet in de gaten hadden, was dat er een flinke hiaat zit in het vastleggen van de legacy van Focus op onze website Progwereld.org. Tot onze verbijstering en schaamte bleek dat van de meest progressieve van alle Nederproggroepen, met ongekend wereldwijd succes, baanbrekend instrumentaal werk en (ooit) ‘s wereld beste gitarist in haar gelederen, nog niet alle albums gerecenseerd zijn.

Daar gaan we wat aan veranderen, door alle ontbrekende studioalbums te recenseren en dit eerherstel te beginnen met de Focus-special Focus op Focus. Deze is geschreven door Jos Driessen, met inhoudelijke bijdragen van Jan Akkerman/Focus-biograaf Wouter Bessels.



Focus op Focus

Deel 1 

  • De formatiejaren (1969 tot 1972)
  • De doorbraak (tot 1978)                                            
  • De ontbinding (1978)

 De formatiejaren (1969 tot 1972)In focus

Het was Jan Akkerman die tijdens een urenlange jam-try-outsessie in november 1969, niet alleen de eerder opgerichte groep van zanger en fluitist Thijs van Leer zijn definitieve naam meegaf, maar ook de ontbrekende gitarist was die nodig was voor wereldwijde faam. In hun eerste zoektocht naar meer werk en een vast inkomen speelde Focus mee met de Nederlandse productie van de rockmusical Hair. Naast de zes nachtelijke optredens per week gaf het hen de ruimte om een half jaar lang ’s middags gratis te repeteren en hun apparatuur op te slaan. Dit vormde een goede basis, waarna ze steeds meer eigen lokale en enkele (eerste) internationale optredens konden verzorgen.

Tijdens hun vrije tijd werd er studiotijd geboekt in Londen om hun eerste album “Focus Plays Focus” op te nemen, in januari 1970. Van Leer voelde dat het zingen van Engelse teksten met een buitenlands accent niet hun sterkste kant was, wat de groep inspireerde om juist instrumentaal sterker te worden.

Na het opnemen van “Focus Plays Focus” had de band moeite om een label te vinden dat bereid was het uit te brengen. Acht maanden later veranderde hun geluk en meteen ook voor altijd, nadat Akkermans House of the King werd toegevoegd aan de tracklist. Hoewel het album, ook bekend onder de internationale releasetitel “In and Out of Focus”, weinig aandacht kreeg, leverde het Focus zijn eerste Edison Award als waardering op. Het in januari 1971 als single uitgebrachte House of the King ging naar nummer 10 op de Nederlandse hitlijst en leverde de band zijn eerste commerciële succes op.

Eind 1970 ontstonden de eerste spanningen tussen de Jan Akkerman en Thijs van Leer, omdat ze met elkaar in conflict waren over de voortzetting of vervanging van de ritmesectie dan wel het ontslag van de gitarist zelf. Uiteindelijk kwam er een nieuwe bassist en een drummer in de persoon van Pierre van der Linden, die vanaf die tijd min of meer de personificatie was van het opendeurenbeleid.


De doorbraak (tot 1978)Focus wijd open

Na repetities in Kasteel Groeneveld in Baarn nam de band in april en mei 1971 “Focus II” op in Londen, waar de progressieve rock verkend werd met jazzfusion en klassieke muziekstukken. Akkerman veranderde zijn geluid en ging van een Gretsch White Falcon gitaar naar een agressiever klinkende Gibson Les Paul Custom uit 1957.

“Focus II”, later bekend onder de internationale titel “Moving Waves”, kreeg louter positieve reacties, werd de internationale doorbraak van de band en bereikte nummer 2 in het Verenigd Koninkrijk, nummer 4 in Nederland en nummer 8 in de Verenigde Staten. Het album leverde Focus een Conamus Export Award op, hun tweede Edison Award en gouden certificeringen in de drie bovengenoemde landen. De Amerikaanse onderscheiding werd in 1973 uitgereikt voor de verkoop van 500.000 exemplaren.

De release van Hocus Pocus als single droeg bij aan het succes. Dit nummer piekte op nummer 20 in het Verenigd Koninkrijk, op nummer 12 in Nederland en bereikte vooral een nieuw publiek. Tussen de opnamen en de release van “Moving Waves” onderging Focus verdere wijzigingen in de line-up.

De eerste Britse tournee van de band, in 1972, leverde radio-uitzendingen op BBC Radio 1 en hun Britse televisiedebuut in de BBC-muziekshow The Old Grey Whistle Test op. In de daaropvolgende maand werden ze verkozen tot Brightest Hope door lezers van Melody Maker en Best New Talent door lezers van New Musical Express.

In de tussentijd hadden ze een aanzienlijke hoeveelheid materiaal geschreven, wat leidde tot het dubbelalbum “Focus 3”, dat in juli 1972 in Londen werd opgenomen. Bij de release in november 1972 stond het album een week lang op nummer 1 in Nederland, nummer 6 in het Verenigd Koninkrijk en nummer 35 in de Verenigde Staten. Sylvia bereikte als single nummer 4 in het Verenigd Koninkrijk in januari 1973, de week nadat Hocus Pocus zijn hoogtepunt bereikte op dezelfde hitlijst. Dit was de eerste keer in tien jaar dat een band gelijktijdig twee instrumentale nummers in de Britse Top 40 had staan.

Ter ondersteuning van dit album begon Focus aan de grootste tour sinds zijn oprichting, waaronder een eerste Noord-Amerikaanse tournee in 1973. Hierbij ondersteunde de band verschillende acts, waaronder Gentle Giant, Frank Zappa en Yes en drukte platenfabriek Polydor tien dagen lang alleen maar Focus op vinyl om aan de vraag te voldoen.

 



Door het uitgebreide toeren was de band begin mei 1973 fysiek en mentaal uitgeput, waardoor hun enthousiasme om in Londen nieuw groepsmateriaal voor hun vierde studioalbum te schrijven en op te nemen, afnam. Of het de onwil was van Akkerman om deel te nemen aan de sessies, of om zijn ‘geweldige ideeën’ die hij het afgelopen jaar had geschreven, opzij te zetten; of dat het de gevolgen van een jaar eerder waren waarin de broer en vader van Akkerman werden ontslagen omdat Van Leer en manager De Jong vonden dat Focus professioneler moest gaan opereren. Het leidde hoe dan ook de ontbinding van het partnerschap Akkerman/Van Leer in.

Er werd ongeveer veertig minuten aan nummers opgenomen zonder dat partijen gezamenlijk aanwezig waren. De sessie-opnamen werden niet uitgebracht en belandden pas jaren later, in 1976, na herschikking, op “Ship of Memories”.

Uiteindelijk werd het livealbum “At the Rainbow” uitgebracht, dat nummer 23 in het Verenigd Koninkrijk bereikte. De band ontving vervolgens een Billboard Trendsetter Award voor hun succes nadat ze twee gouden albums hadden behaald, een combinatie van de verkoop van een miljoen exemplaren in de Verenigde Staten, en één gouden single. En passant werd Jan Akkerman in oktober 1973 in de Melody Maker Poll (terecht) uitgeroepen tot de beste gitarist van de wereld. In een tijdperk waarin vele gitaargoden de spotlights opeisten was hij het juist die baanbrekende technieken op de zes snaren toepaste.

Van januari tot maart 1974 nam Focus met toenemende spanning “Hamburger Concerto” op in Londen. Waar Van Leer en consorten overdag samenwerkten, speelde Akkerman ’s avonds zijn partijen in. Het album kent vele klassieke muziekinvloeden, waaronder de aangepaste Delitæ Musicæ Cantiones van de Nederlandse componist Joachim van den Hove, met Akkerman op luit. De humor zit alleen nog in de albumtitel, waarvoor Akkerman geïnspireerd raakte door een hamburger in zijn hotelkamer in New York City te eten, terwijl hij tekenfilms keek, en in het nummer Harem Scarem. Dat was een poging van Van Leer om een Hocus Pocus-achtig stuk te schrijven, maar dit slaagde niet als hitsingle.
Uitgebracht in mei 1974, bereikte het nummer 5 in Nederland en nummer 20 in het Verenigd Koninkrijk, hierna volgde een wereldtournee.


De ontbinding – 1978 –  Out of Focus

In 1975 kwam de band in België bij elkaar om “Mother Focus” te repeteren en op te nemen. Het ontbreken van collectieve leiding, de verplichting van het platencontract om elk jaar één studioalbum te produceren en de druk van het toeren, in combinatie met een algehele desinteresse van de band, had invloed op de nummers. Bovendien bleef Akkerman delen afzonderlijk opnemen, wat zijn relatie met Van Leer niet ten goede kwam. Experimenten met een drummachine leverden over en weer op ook nog eens het nodige gooi-en-smijtwerk met alle gevolgen van dien.

Uitgebracht in oktober 1975, bleek “Mother Focus” volledig af te wijken van hun oude klassieke en door jazz beïnvloede geluid. Het album bevatte kortere, commercieel toegankelijke nummers met weinig ruimte voor improvisatie en jammen. Het album bereikte nog wel nummer 23 in het Verenigd Koninkrijk,  maar werd niet positief ontvangen. Akkerman weigerde het materiaal live uit te voeren. Daarnaast waren de meningsverschillen over de te volgen muzikale koers zo groot geworden, dat hij, op verzoek van Van Leer, in februari 1976 Focus verliet dan wel ontslagen werd. 

De druk werd nog groter omdat Van Leer een deal had getekend met EMI om een nieuw album op te nemen. Om mogelijke juridische stappen te voorkomen vonden de opnamen in december 1977 in Nederland plaats. Met het oog op het scoren van hits werd een zoektocht gestart naar een geschikte zanger. In de Amerikaan PJ Proby dacht men deze te hebben gevonden. De sceptici kregen gelijk, want de zanger maakte toen net een periode van zwaar alcoholmisbruik door. De release van het teleurstellende “Focus con Proby” in februari 1978 werd door de Britse markt al genegeerd, en na een handvol optredens in Nederland trok Van Leer in augustus 1978 de stekker uit Focus.

Een tijdperk werd afgesloten waarin de klasse van Focus zat in de verbinding tussen flegmatiek spel en gevoelige emotie, zonder de parodie als humoristisch element te schuwen om aan te geven dat niet alles serieus genomen moet worden. En dat allemaal instrumentaal. Focus speelt in de basis serieuze muziek waarin klassieke muziek vermengd wordt met jazzinvloeden, met jolijt als noodzakelijke ontspanning en een ontsnappingsroute om het luchtig te houden met introspectieve dwarsfluit, driftig gebruik van de Hammond en waanzinnige gitaarsolo’s van Jan Akkerman. Als gitarist behoorde hij op een gegeven moment tot de beste van de wereld, met een gedetailleerde oog hand coördinatie waarin hij laat zien en natuurlijk vooral horen dat zijn gitaarstijl voornamelijk in de details zit, terwijl het grote geheel vooral robuust en rauw klinkt.

Focus, met Thijs van Leer en Jan Akkerman, mag trots zijn op hun muzikale nalatenschap uit de roemruchte (prog)jaren 70. Maar, het hele verhaal van Focus is hiermee nog niet verteld. Zij gingen zich nog een keer herfocussen.

 

Column: Roep om meer vrouwen

Stoten wij mannen in de progwereld vrouwen af of sluiten we ze uit? Worden we wanhopig of luisteren we niet goed? Of lijkt Progwereld een te exclusieve oude witte mannenclub te zijn voor de buitenwereld?

De oproep voor nieuwe recensenten en de opmerking dat juist vrouwen zich konden melden leverde niet het gewenste resultaat op. En dan bedoel ik niet de fijne terugkeer van Ralph Uffing en het verse bloed van Roger Pruppers, maar vrouwelijke evenknieën hebben zich niet gemeld bij onze aimabele hoofdredacteur. Hij had volledig genderneutraal de schrijfsels willen beoordelen om ook vrouwen een kans te bieden in de wereld van prog. En ja, wij recensenten waren razend benieuwd hoe vrouwen prog beleven en beoordelen, zonder de druk te willen opvoeren.

Heeft prog dan een imagoprobleem? Dacht het niet, tijdens de liveshows is het merendeel weliswaar man maar er lopen zeker vrouwen rond die al headbangend hun bossen haar geweldig laten wapperen. En ja, dan zijn wij mannen jaloers, want met de alsmaar uitdunnende haargrens gaat dat het niet meer worden.

Als ik bijvoorbeeld nu de albumhoezen van Galahad waar vrouwen op geportretteerd worden ontleed, zie ik dat deze  al jaren zowel controversieel, confronterend als sprekend zijn. De blitse “Beyond The Realm Of Euphoria”, wat de technoprog extra etaleert, springt eruit qua schoonheid, maar zien vrouwen dat ook zo?  Geen idee! De striemen op de vrouwenrug op “Battle Scars” kan al pijnlijk confronterend genoeg zijn. En wat te denken van de controversiële postmortale foto van de vrouw op “Sleepers”?  En de nieuwe “The Long Goodbye” dan? Een doorgroefd gezicht van een oude vrouw die op het punt staat vaarwel te willen zeggen. Niet direct een unique selling point van Galahad, al waren die altijd al wars van dit soort verkoopplaatjes. Maar ja, ik zie dat dus als man, hoe zien vrouwen deze prog uitbeelding, laat staan de muziek? Wij weten het niet.

Naast prog heb ik een andere passie: golf! Ik las recent een item op golf.nl met als titel (On)zeker op de tee. Gerard Louter schreef:

“De aanleiding voor de column was een onderzoek waaruit bleek dat het aantal vrouwen dat golft wereldwijd nog altijd flink achterblijft bij de mannen. Een belangrijke reden is dat veel vrouwen zich onzeker en niet vrij voelen op de golfbaan, vooral als ze (nog) niet zo goed golfen. Daardoor spelen ze minder vaak dan ze eigenlijk zouden willen en in veel gevallen haken ze zelfs weer af. Dat is doodzonde en iets waar de golfwereld serieus mee aan de slag moet.”

Eigenlijk kan het woord Golf in dit stuk vervangen worden door Prog en blijft de probleemstelling hetzelfde en dat zou voor vrouwen niet mogen!

Wij kunnen vrouwen wel groots uitdagen met: ‘meer vrouwen in prog!’ Achter de drums, op de basgitaar of andere instrumenten en ook als componist. Maar laten we klein beginnen als muziek maken het niet is, dan toch zeker muziek beleven en daar je ervaringen over schrijven. Als columnist stel ik me daarom nederig op en vraag alleen van je of je die eerste stap wilt maken. En wees niet overweldigd, je krijgt niet het verzoek om meteen een volwaardige proefrecensie te schrijven maar mail naar ons en vraag wat je nodig hebt. Neem net zoals Galahad plaats aan de ronde tafel en laat je horen wat jou drijft. Kijken of ik of andere Progwereld-leden wat voor je kunnen betekenen zodat meer vrouwen in de progscene hun zegje kunnen doen.

Progwereld zal je dankbaar zijn en ik weet wel zeker dat dit ook voor onze lezers geldt.

ProgGPT

Nee, ProgGPT is niet een nieuwe supergroep maar de chatrobot die recensenten wellicht overbodig maakt en componisten tot toehoorders. Of loopt het wel los?

Ik kan me nog een interview herinneren met Todd Rundgren uit begin jaren 80, waarin hij de ontwikkeling van de goedkope Casio- en Roland-toetsenborden verafschuwde. Het zou talentloze muzikanten een podium bieden en genieën zoals hij in de weg staan. Van Todd hebben we daarna weinig sprankelends meer vernomen en de neo-prog overleefde de punk en werd een geliefd genre met dank aan de betaalbare keyboards.

In datzelfde decennium was de jeugdwerkloosheid hoog en werd de komst van de pc door de oudere generatie als een grote bedreiging voor toekomstige werkgelegenheid gezien. Dat kun je je in deze tijd niet meer voorstellen. Zelf ging ik toen aan de slag met de basic MS-DOS-taal met alle bijbehorende F-sneltoetsen, want de muis was er nog niet, en – oh wat een vooruitgang – een beeldscherm met zestien (16!) kleuren. Dankzij WordPerfect kon ik teksten opslaan, achteraf bewerken en euh… printen, meer dan dat was het niet. Al met al was het een grote vooruitgang ten opzichte van de typemachine. De administrateurs en secretaressen uit die tijd kregen daarna een veelzijdige functie met veel meer inhoud en verantwoordelijkheid. En in de IT schreeuwen ze nu nog altijd om nieuwe werknemers voor allerlei functies met de meest vreemde abacadabra-titels.

In de jaren 90 biechtte Mike Oldfield op dat hij de computer voor enkele van zijn latere Tubular Bells-composities verschillende variaties op thema’s had laten berekenen. Datgene wat hem het meest aansprak, nam hij op als nieuwe muziek. Zijn thematische aanpak leent zich hiervoor prima en ach, zijn Bach-etudes ook niet te herleiden tot mathematische berekeningen?

Welnu, in dat kader vraag ik me af wat de gevolgen zijn van de nieuwste AI revolutie: ChatGPT; de digitale robot die de mens gaat vervangen. Hoe zie ik dat, als een kans of een bedreiging voor de componist en tekstschrijver?

Welnu, collega-recensenten bespeuren een progdip. Heeft dat te maken met Todd’s visie dat je tegenwoordig zonder muzikaal talent je valse zang kun autotunen of op je iPad een heel symfonieorkest in elkaar kunt zetten?  Laat staan dat je voor een fatsoenlijke epic nog wel even een ander kunstje moet kunnen uitvoeren. Of zijn het de Oldfields van deze tijd die GPT inzetten om nieuw materiaal uit te brengen met als doel hun banksaldo aan te vullen?

Als recensent heb ik GPT een keer ingezet om snel een structuur of een eerste opbouw op te zetten toen ik een keer vastzat in een recensie. Snel kwam ik er echter achter dat de jus, de kers op de taart, de woordspeling, de spitsvondige zinsnede of de eigengereidheid van het zelf schrijven toch een interessanter artikel opleveren. Al zijn de vele moeilijk leesbare volzinnen van mij nog wel een dingetje waar onze eigen topredigeerder (petje af voor onze Fred) nog weleens badend in het zweet van wakker wordt. Uiteindelijk leverde de GPT-recensie mij droge meuk op. Een vergelijking tussen de knapperigheid van een fabriekscrackertje en de ambachtskunsten van de plaatselijke bakker drong zich op. Het eindigde met een vreemd mondgevoel dat bleef hangen.

Ik denk dat zolang er met liefde prog gemaakt en beluisterd wordt, er nog recensenten zijn die er met respect en bewondering hun verhaal en visie over pennen. Dan is GPT een hulpmiddel maar geen vervanging, net zoals je op een Casio of Roland toch op een gegeven moment toetsen of knoppen moet indrukken en combineren. Waar het om draait is dat niet alles serieus genomen moet worden en de humor nooit mag ontbreken. Je spreekt uiteindelijk pas echt een vreemde taal als je de humor begrijpt en zelf een grap in die taal kunt maken. Tot die tijd gebruik ik dat abstracte GPT als ware het MS-DOS uit de beginjaren. Geen spannend betoog dat uitnodigt om naar progmuziek te gaan luisteren? CTRL+ALT+DEL dus.

Nieuw album The Flower Kings in september

Liveoptreden 13 mei
Van 10 tot en met 14 mei staat de Brainportregio in het teken van ’s werelds meest bespeelde instrument: de gitaar. Het exclusieve concert van The Flower Kings op zaterdag 13 mei maakt daarmee onderdeel uit van het Bridge Festival. We mogen dus fraaie gitaarsolo’s verwachten van meestergitarist Roine Stolt.

Daarnaast heeft het de bloemenkoningen behaagt de fans van de band op audiëntie te ontvangen. Die middag is er namelijk gelegenheid om de hoogheden persoonlijk te spreken en te fotograferen voor een fraai staatsieportret met jezelf. Ook kun je materiaal dat op de plaatselijke platenbeurs ook nog eens te koop is laten signeren. En is er nog een speciaal akoestisch optreden dat de band als matineevoorstelling gaat uitvoeren in een van de filmzalen.

Wil je een VIP-ticket voor deze dag kopen? Dat kan via het management van de band. Je bestelt ze hier voor circa € 90. De kaarten voor het avondconcert in de Cacaofabriek kosten € 35 in de voorverkoop.
De zaal is open vanaf 19.00 uur en de show start om 20.00 uur. 

Nieuw album in september
Op de website van opperkoning Stolt zelf wordt ook het heugelijke nieuws gedeeld dat er op dit moment gewerkt wordt aan een nieuw album dat in september van dit jaar via InsideOut wereldwijd wordt uitgebracht. Kernwoorden zijn: groot stuk muziek; terug naar hun wortels; vertrouwde stukken. Hiermee moeten we het voor nu doen.

Reden te meer om op 13 mei de Zweden het bloemenhemd van het lijf te vragen.

 

Pendragon komt met mini-album

Het mini-album (of ep zo je wilt) heeft als titel “North Star” en bevat 25 minuten aan geheel nieuwe muziek. Johanna Stroud is te horen op viool en als achtergrondzangeres. “North Star” zal in eerste instantie verkrijgbaar zijn op cd tijdens de VIP-weekenden en daarna via de gebruikelijke verkooppunten en aanbieders al dan niet op internet.

Commentaar van Pendragon-baas Nick Barrett: “De Noordster (of Poolster) heeft de mensheid duizenden jaren uit de problemen geleid en dit is een positieve boodschap die dit gebruikt als een weg vooruit voor iedereen na de afgelopen drie jaar, zonder het ellendige C-woord te noemen”.

Het artwork is van Liz Saddington die dit ook voor “Love Over Fear” verzorgde.

Tracklist:
North Star:

Part 1. A Boy And His Dog
Part 2. As Dead As A Dodo
Part 3. Phoenician Skies
Fall Away

 

The Art Of Hipgnosis

Voor progliefhebbers gaat van de naam Hipgnosis het hart sneller kloppen. Niet alleen Pink Floyd, Genesis en Peter Gabriel werden door oprichters Aubrey Powell en Storm Thorgerson vereeuwigd. Dit geldt ook Nederlandse bands als Focus en Solution.  Dit zijn voorbeelden van de honderden albumhoezen voor bands waarmee Hipgnosis en soms ook de bands wereldberoemd zijn geworden.

De 320 pagina’s tellende memoires “Through the Prism Untold Rock Stories from the Hipgnosis Archive” van Aubrey Powell zijn net gepubliceerd en er waren ook geregeld exposities. Zo’n imposant retrospectief over de complete glorieperiode van Hipgnosis (1968-1982) was er echter nog nooit.

Het was met name in de beginjaren van de pop- en rockmuziek dat de verkoop van lp’s de pan uit rees. Hipgnosis profiteerde hiervan optimaal met de gatefold sleeve (klaphoes) als hun artistieke uithangbord. Het was een periode waarin de muziekindustrie bulkte van het geld; het kon niet op. Zo werden er bijvoorbeeld in die tijd zonder blikken of blozen tienduizenden dollars uitgegeven om met een team naar de Sahara af te reizen om voor het album “Elegy” van The Nice uit 1971 plaatjes voor de hoes op de gevoelige plaat vast te leggen. Het resultaat? Een paar rode ballen in de woestijn… 

Zo makkelijk was het niet altijd, want het zonder groepsnaam of albumtitel “Lulubelle III” prominent op de voorkant van de hoes zetten dreef de platenmaatschappij tot waanzin. Nu weet iedereen dat het om het album “Atom Heart Mother” gaat.

Na de succesvolle David Bowie-tentoonstelling laat het Groninger Museum zien dat ook progrockliefhebbers gehoord én gezien mogen worden.

https://www.groningermuseum.nl/en/art/exhibitions/hipgnosis

bron: Volkskrant

 

Verslaafd aan dat delicate geluid…

Na het beluisteren van laatste album van Bjørn Riis en de kritische noot in de laatste recensie stel ik voor dat er dringend waarschuwingsstickers komen. Handig voor al die mensen die allergisch reageren op de zoveelste Bjorn Riis met zijn herhaling van zetten op de Fender Stratocaster. Deze sticker zou in de vorm van een enorme alarmbel die alle divisies overstijgen verplicht op de albumhoes geplakt moeten worden zodra er ook maar één open akkoord of lyrisch gejank in de kenmerkende Gilmour stijl erop staat. Hiermee weet de onwetende luisteraar dat hij te maken krijgt met de volgende Pink Floyd kloon en de keus kan maken om deze aan zich voorbij te laten gaan of om zijn verslaving tot zich te kunnen nemen zodat we geen geheimen meer voorgeschoteld krijgen.

Ik moet namelijk een bekentenis afleggen, ik ben verslaafd!

Verslaafd aan…. “The Delicate Sound of Pink Floyd”.

Want wat gebeurt er bij mij allemaal als zo’n kenmerkende gitaaruithaal uit mijn speakers knalt? Er komt dan een muur op me af met allemaal beesten. Ik zie de donkere kant van de maan, al kan het ook zijn dat de wolken mijn beeld verduisteren. Bij elke bemoeienis brabbel ik alleen maar een onverstaanbaar ummagumma terwijl ik staar naar een eindeloze rivier en wenste dat je hier was.

Eigenlijk wil ik alleen maar meer, tot de laatste snede in mijn lijf. Het is de fluitist aan de poorten van de dageraad die mijn kortstondig verval van de rede weer helder krijgt zodat ik nu kan uitspreken: ik ben verslaafd.

Omdat we van Pink Floyd niets meer hoeven te verwachten injecteer ik mij al jarenlang wezenloos met surrogaatgroepen en pseudo-gitaristen die de effectenbak op standje David Gilmour kunnen instellen ook al is dat niet zo moeilijk. Helaas ontberen de meeste de noodzakelijke X-factor om er een zalige gitaarsolo eruit te persen, dus is het een martelgang om de juiste dosis te verkrijgen.

‘The Sky Move Sideways’ en de aansluitende EP ‘Moonloop’ van Porcupine Tree houden mij nog geregeld op de been. Graai graag een willekeurig Mostly Autumn of RPWL uit het rek. En als mij niets meer raakt, dan zoek ik in de donkere krochten van mijn cd kelder ‘Layers Of Stratosphere’ van Raven Sad op of accepteer “The Man Left in Space” van Cosmograf als laatste redmiddel.

Als junkie krijg ik dus geen genoeg van Bjørn Riis. Mij maakt het niet uit of deze Gilmour incarnatie in een jaar tijd twee albums als solist of onder de groepsnaam Airbag uitbrengt. Ook de korte trip op zijn nieuwste EP “A Fleeting Glimpse” neem ik kritiekloos tot me en laaf me aan het gebodene. Het stoort me zelf niet eens dat het nummer Courage to the Sun qua titel als ook muzikaal wel heel erg veel geïnspireerd is op Set The Controls for The heart of The Sun. Hierna trek ik het wel weer eventjes.

Zelf ga ik zo’n waarschuwingssticker er dus afrukken. Ben namelijk nog niet toe aan de afkickkliniek en zit nog vol in de ontkenningsfase om die verslaving aan het heerlijke delicate geluid van Pink Floyd in het algemeen en van David Gilmour in het bijzonder te weerleggen. Kan dus niet wachten op de nieuwste Riis in welke vorm dan ook.

 

Send this to a friend