Zilver

Mijn eerste recensie voor Progwereld stamt uit februari 2002: “Infatuator” van de band Silent Force. Nee, daar heb je nog nooit van gehoord, en dat geldt voor 99% van de bands waarover ik een beschouwing mocht schrijven. Ik kreeg, en krijg, altijd de acts die er minder toe doen, die niet in de Wereldse Top 25 komen, die vaak eigenlijk niet eens “prog” zijn, maar waar de redactie een beetje mee bleef zitten. Dat komt omdat men mij niet mag.

Ik herinner me nog goed het eerste gesprek (trouwens ook het laatste gesprek) dat ik met toenmalig hoofdredacteur Maarten had. Hij zat verveeld aan zijn bureau in de kamer met uitzicht op het fust van de Jumbo die grensde aan het kraakpand in Zoetermeer waar Progwereld zijn intrek had genomen. Ik had een testrecensie geschreven, op de achterkant van mijn strippenkaart, want zelfs gratis papier was er niet bij in die tijd. Ik was met de bus gekomen uit Papendrecht en had die drie uur reistijd benut om de laatste verbeteringen aan te brengen. Ik vond het een heel mooie, gewogen bespreking van niet zo’n beste plaat, maar Maarten, voor zover hij ernaar luisterde terwijl ik voorlas, vond mijn inspanningen niks.

“’Zappa-esque’, dat is ten strengste verboden,” kraste hij. “En begint die derde alinea wel met een ‘hard return’?” Ik stamelde dat ik met mijn stompe potloodje lastig returns kon geven, laat staan ‘harde’, maar hij was al opgestaan en hield de deur van zijn kantoor open. Ik liep met gebogen hoofd naar buiten, maar vlak voor het einde van de donkere gang beet hij me toe: “Volgende week beginnen, eigen typemachine meebrengen!”

Nou ja, sindsdien is het eigenlijk vooral bergaf gegaan. Op de redactie kreeg ik het gammele tafeltje (niet eens een bureau, meer een laag bijzettafeltje) het dichtst bij de voortdurend verstopte toiletten, het verst van het koffiezetapparaat verwijderd. Dat laatste gaf niet, want ik had de eerste vijf jaar helemaal geen toestemming om daar aan te zitten.

Als ik terugkijk op de recensies die ik mocht schrijven, valt één ding nadrukkelijk op: Gratto, Proloud, Heaven’s Cry, Roberto Colombo, Dogstar Poets, EGH, Desdemona, Show-Yen, Merengue 4, Broken Arrow, Cartoon, Condition Red, The Red Masque, Darling, Morsof, Igzit-Nine, Alkemy, Razor Wire Shine, Salva, Simon Apple, Skyron Orchestra, SvartePan: de lijst bands die het niet gered hebben is eindeloos. Waar collega’s zich konden verheugen in de nieuwste van Transatlantic of Riverside, moest ik het doen met Watertouch, Lucas, White & Edsey en Sympozion, bands die vaak in hun – voor mij onverstaanbare – moerstaal zongen over thema’s waar ik geen donder van begreep. Het ergste was de band Zlimt, een Albanisch octet dat djent combineerde met polka en daarbij in het Albanisch teksten brulde waarvan ik alleen de naam Von Ribbentrop herkende.

Gelukkig is het met Progwereld zelf in de loop der jaren alleen maar beter gegaan. In 2009 verhuisde de redactie naar een oude villa, in het kader van antikraak, waarvan de toiletten het zowaar deden. Ook kregen we een nieuwe websitebouwer die ervoor zorgde dat de boel er niet meer een week uit klapte als iemand per ongeluk een accent aigu gebruikte, en die de mogelijkheid inbouwde om advertenties te plaatsen. Dat leverde uiteindelijk zoveel geld op dat die gammele poot aan mijn tafeltje gerepareerd kon worden.

De grootste verbetering was de fact-check-afdeling die in het leven werd geroepen. Drie mensen zijn nu voortdurend bezig om onze beweringen met AI te controleren op fouten of onwaarheden. Sindsdien komt het niet meer voor dat iemand de muziek van Yes ongestraft zeuhl kan noemen, dat Rush als viertal wordt omschreven, of Van Morrison als een aardige man. De andere kant van het succes is wel dat we nu om de haverklap worden aangeklaagd wegens smaad als we een plaat de grond in boren. Dat ik ooit een meesterwerk van Devin Townsend omschreef als ‘een compleet circus op een trilplaat, het zijn zes deathmetalalbums tegelijk op 78 toeren, het is een volslagen hysterische poging om het beroemde stuk “Achtentwintig knikkers in de droogtrommel” uit te voeren met zoveel mogelijk muzikanten. En het is best wel druk’. Dat zou nu niet meer kunnen. Termen als “dodelijk saai”, “volstrekte kakofonie” en “zonde van de slijtage aan mijn cd-speler” moet je als empathisch recensent voor je houden, want je hebt zo een proces aan je kont. En een aansprakelijkheidsverzekering, die hebben we natuurlijk niet.

De voortschrijdende techniek maakt ook wel dat recensies aan een steeds strikter format moeten voldoen. Ik noemde de ‘harde return’, maar er is veel meer waar je rekening mee moet houden. Per stuk mag je nog maar één keer “virtuoos” gebruiken en wie in twee achtereenvolgende recensies het woord “lukraak” schrijft, moet een week op de gang zitten. En daar is nog steeds geen licht of verwarming.

Progwereld is uitgegroeid tot een begrip, een vaste waarde in de vaderlandse progscene (het is geen grote scene, ze komen elke tweede zaterdag bij elkaar in café Dijkzicht in Loosdrecht), en zelfs in het buitenland kijken acts reikhalzend uit naar onze recensies. Die kunnen ze vervolgens niet lezen. En omdat we nog steeds geen punten of sterren geven, levert het ze niks op, maar zelfs het vermóeden van waardering is al een reden om onze site met argusogen in de gaten te houden.

Ik schrijf inmiddels 24 jaar voor Progwereld. Volgend jaar vier ik mijn 25-jarig jubileum, nét een jaar na het instituut zelf. Ik verwacht er niet veel van, ze mogen me immers nog steeds niet. Voor mij geen Big Big Train of Flower Kings, mijn volgende recensie gaat over een Duits symfo-metal-ensemble dat optreedt in pluizige kostuums en er zelf zo weinig van verwacht dat ze de plaat “Drecksau” hebben genoemd. Maar ik ga hem blijmoedig schrijven in mijn tochtige hoekje van de redactie, in de wetenschap dat ik een waardevolle bijdrage lever aan ons uitgebreide lezersbestand, aan de progressieve muziek in het algemeen, en aan de onbesproken, ongeliefde en snel vergeten kutbandjes in het bijzonder.

Ook al weet je niet meer wie ik ben: dank je wel, Maarten.

Hoe het begon

Het is eind jaren tachtig. Een groepje jongens op de middelbare school in de regio Den Haag/Zoetermeer luistert naar muziek uit die periode op hun Walkman. Grote favoriet is Tears for Fears. De bombastische muziek van het duo Curt Smith and Roland Orzabal spreekt de mannen enorm aan.

Het zijn een beetje nerds, geen grote sportmannen, wel slim en goed op school. Hun muzieksmaak wordt niet door iedereen gedeeld, maar dat brengt ze nog meer samen. Regelmatig worden er platen gedraaid op een gammele platenspeler op de zolderkamer van een van de hoofdrolspelers, al dan niet tijdens het roken van een sjekkie (of iets anders).

We spoelen (cassettedeck) snel door naar de jaren negentig. De jaren waarin de grunge en de muziek van Nirvana, Pearl Jam, Oasis en Red Hot Chili Peppers de dienst uitmaakten. De mannen ontdekken de muziek van Marillion, IQ, Pallas, Pendragon: de logische volgende stap in de ontwikkeling van de muzikale smaak van het vriendengroepje. De zogenaamde neo-prog is een openbaring voor ze. Vriendinnen en vrienden komen en gaan, maar de liefde en passie voor de muziek blijft, ook al wordt hun muziekkeuze door hun omgeving maar matig of zelfs helemaal niet begrepen.

De fenomenen computer en internet hebben inmiddels de kop opgestoken. Contact opnemen met anderen wordt makkelijker, wereldwijd zelfs. Zo ook het uitwisselen van (tips over) nieuwe muziek en bands. Dat vergemakkelijkt het ontdekken van onbekende muziek nog meer. Hele dagen (en nachten) wordt gespendeerd met het zoeken naar nieuwe ontwikkelingen, het uitwisselen van muziek, en het uitspitten van teksten en hoesontwerpen.

We zijn inmiddels aanbeland aan het einde van het millennium. Een nieuw tijdperk breekt aan. Een van de heren, inmiddels zijn het midden twintigers, heeft een voorsprong op de anderen. In technisch opzicht dan. Hij weet meer dan gemiddeld van het internet af, en oppert het idee om een website te bouwen waarmee ze hun liefde en passie voor hun muziek naar een hoger platform denken te brengen. Zo gezegd, zo gedaan. Het is monnikenwerk. De site hangt van losse onderdelen aan elkaar, maar langzaam maar zeker vorderen ze met hun ultieme droom: het verspreiden van het progrockgospel onder mindergelovigen.

Op dertien april 2001, uitgerekend op vrijdag de dertiende, was het zover: met het zojuist opgerichte Progwereld, dan nog zonder rechtsvorm, wordt een poging gedaan de rest van Nederland (en België) te verlichten en te onderwijzen in de ultieme kunstvorm die progressieve rockmuziek wordt genoemd. En vijfentwintig jaar later vieren we de verjaardag van dit fenomeen, wat inmiddels tot een roemrucht bastion is uitgegroeid. De rest is historie en redelijk goed gedocumenteerd.

Zo stel ik mij voor dat het allemaal gegaan is. Of het écht zo is gegaan, weet ik natuurlijk niet. Ik was er niet bij en doe een onderbouwde gok op basis van wat losse opmerkingen en een enkel bekend feit. Pas de laatste tien jaar heb ik deel mogen uitmaken van het collectief aan recensenten en schrijvers binnen Progwereld. Maar het zou best eens zo gegaan kunnen zijn. Ik zal het Maarten Goossensen, oprichter en de laatste nog aan Progwereld verbonden en actieve jongeman uit die beginperiode, eens vragen als ik hem spreek. Ik wil namelijk niet te veel gras voor zijn voeten wegmaaien als hij ooit nog eens mocht besluiten om het echte verhaal over het ontstaan van Progwereld te schrijven. Tot die tijd moeten u en ik het doen met mijn (gedeeltelijke) fantasieverhaal. Misschien niet (helemaal) waar, maar wel zo leuk.

NB: Dit verhaal is volledig fictie. De namen, personages en gebeurtenissen die erin worden beschreven, zijn het werk van de verbeelding van de auteur. Elke gelijkenis met echte personen, levend of dood, gebeurtenissen of locaties is puur toevallig.

Vintage gitaren: belegging?

We zien het elk jaar met lede ogen aan: ons geld wordt steeds minder waard. De inflatie doet zijn werk en de rente die wij bij banken kunnen verwachten is niet in staat om dat gat te dekken. En dan heb ik het nog niet over Box 3. Dus dan ga je uitkijken naar alternatieven om in ieder geval minstens de geldontwaarding te neutraliseren. Maar beleggen in aandelen is nooit mijn kopje thee geweest. Laat staan bitcoins of NFT’s (eigenaarschap van digitale objecten). En voor vastgoed, kunst of antieke auto’s (hoewel…) is noch mijn kennis, noch mijn vermogen toereikend. Maar een artikel over de waardeontwikkeling van vintage gitaren trok daarentegen wel mijn aandacht. Onder de kop ‘Vintage gitaren: een goed renderende belegging’ werd door een keur aan specialisten uitgelegd hoe die markt zich de afgelopen jaren heeft ontwikkeld. Waarbij aangetekend dat ‘vintage’ staat voor minimaal dertig jaar oud.

De waardestijgingen zijn vrij indrukwekkend te noemen. Een Gibson Explorer (James Hetfield, Metallica) leverde ongeveer 350.000 euro meer op dan de oorspronkelijke prijs, wat neerkomt op een jaarlijks rendement van 11,7 procent. De Flying V (Andy Powell van Wishbone Ash, Michael Schenker) blijft daar niet ver achter met 11,3 procent. De Martin D-28 (Jimmy Page, Eric Clapton) stijgt jaarlijks gemiddeld met 8,3 procent, de Fender Telecaster (Steve Howe) met 9,2 procent en de Stratocaster (Jimi Hendrix, Jeff Beck) met 9 procent. Zelfs de meer ‘bescheiden’ modellen, zoals de Gibson ES-335 en ES-345 (Larry Carlton), laten een jaarlijkse waardestijging van respectievelijk 8,3 en 7,7 procent zien. Daarmee doen deze gitaren qua rendement nauwelijks onder voor aandelen of vastgoed, maar je hebt dan wel een fysiek en cultureel waardevol object in handen. En als je muzikant bent kun je er ook nog eens op spelen, op zo’n uniek, handgemaakt instrument. Overigens ten overvloede: er zijn ook veel beter betaalbare exemplaren in omloop die ook voor mensen zoals ik met een smalle(re) beurs bereikbaar zijn.

Er zitten, zoals altijd bij beleggingen, wel een paar addertjes onder het gras: allereerst is er veel namaak, vaak moeizaam van echt te onderscheiden. Daarnaast is ouderdom maar één component: conditie en originaliteit maken 60% van de waarde uit, merk en model ongeveer 20%, leeftijd slechts 20%. Dat maakt het al een stuk lastiger.

Ik besteedde er verder geen aandacht aan, er komen wel vaker beleggingsvoorstellen mijn kant uit. Totdat recent het bericht op nieuwsfora verscheen dat een gitaar van ex-Pink Floyd-lid David Gilmour op een veiling in New York een recordbedrag heeft opgeleverd. Een onbekende koper kwam na 21 minuten bieden uit op ruim 14,6 miljoen dollar (12 miljoen euro), ruim vier keer meer dan het veilinghuis ervoor verwachtte te krijgen.

Gilmour bespeelde de Fender Stratocaster uit 1969, bekend als zijn ‘Black Strat’, op alle albums tussen 1970 en 1983. Daarmee is het instrument te horen op klassiekers als “Dark Side Of The Moon”, “Wish You Were Here” en “The Wall”. De Amerikaanse miljardair Jim Irsay had de gitaar in 2019 gekocht voor net geen 4 miljoen dollar. Een snelle rekensom levert een gemiddeld rendement van 60 % op over ca. zes jaar!! Hij heeft er zelf niets meer aan: de miljardair is vorig jaar overleden en zijn erfgenamen veilen momenteel zijn uitgebreide verzameling gitaren en andere cultuuriconen. Zou ik dan toch de gok eens moeten wagen? En mocht dat niet lukken: misschien kan iemand me helpen aan het adres van deze gefortuneerde geluksvogels: een kleine donatie aan Progwereld moet toch zeker mogelijk zijn?

De echte nummer 1

Lees ik het wel goed in dit AD artikel? ‘Maximaal 50 min mag je in uitverkocht Top 2000 Café en dan krijg je een half uur Pink Floyd: ‘Als je pech hebt’. Als je pech hebt? !&#$%#! Je hebt geen pech! Het is een voorrecht om Echoes te mogen ondergaan (want over dat nummer ging deze opmerking). En dan bij voorkeur niet met een verschraald lauw pilsje in de hand met hossende en lallende Medelanders om je heen, maar met iets geestverruimends, dat in managementkringen als Luisteren, Samenvatten en Doorvragen wordt gebezigd.

Nee, die voorspelbare Top 2000 met elk jaar dezelfde stoelendans in de top 10 en een vastgeroeste nummer 1 waarvoor je in een Engels gokkantoor geld moet toeleggen. Dát is pech hebben. Run Like Hell zou ik zeggen en See Em(m)ily Play als Another Brick in the Wall. Neem nou onze top 10 van dit jaar. Vrijwel elke recensent heeft een andere nummer 1 en is er een keur aan verschillende bands en subgenres die het leven kleur geven en die regelmatig Pink Floyd als inspiratiebron zien, in Any colour you like.

Maar er is hoop voor de progrock. Als kantoorslaaf hield ik met een jonge collega eens tussen kerst en nieuwjaar de laatste administratieve cijfers bij onder haar voorwaarde dat de radio op de Top 2000 werd afgestemd als stemmige achtergrondmuziek. Het leek op One of these Days tot die ene ochtend. De Fat Old Sun kwam in een nevel van karmijnrode kleuren op en plots hoorde ik die overbekende Cis op de piano, vervormd door een Leslie-effect dat je associeert met de sonar van een onderzeeboot. Ik veerde op en genoot 23 minuten lang van dit memorabele psychedelische nummer, waarbij je niet in een bad trip moet belanden. Want je kunt zomaar paranoïde raken en in een panische angst blijven hangen, als in het tussenstuk de kraaien krassen en David Gilmour zijn meeuwengeluid uit zijn zwarte Fender Stratocaster laat krijsen.

Mijn collega was stiller dan ooit en stamelde ‘wat is dit nu voor een muziek?’ Ik legde via de LSD-methode uit waar ze nu precies naar geluisterd had – iets van ver voor haar geboortejaar – en ze was verrukt, ze had nog nooit zoiets gehoord en was aangenaam verrast. Er is dus hoop. Ook al stond Run Like Hell laatste op plek 2000, Echoes was dit jaar al gepositioneerd op plaats 200. Dus roep alle progliefhebbers op om Echoes volgend jaar als nummer 1 te stemmen zodat we meer zieltjes kunnen winnen voor ons genre en we het jaar niet meer met ‘Oh, mamma mia, mamma mia mamma mia, let me go’ hoeven uit te luiden, maar in koor brullen: ‘And no one knows the where’s or why’s. But something stirs and something tries’.

Massa

… is kassa. Nee, vrees niet. Deze column gaat niet over een gezette bekende Nederlander. Ik wil het met je hebben over een opvallende trend in platenzaken en webshops. 
 
Ken je het gezegde ‘overdaad schaadt’? Wanneer je van iets te veel krijgt of hebt, kan dat schadelijk zijn. Tenminste, dat leerden mijn ouders mij. Het fenomeen ‘overdaad’ duikt in toenemende mate ook in de muziekindustrie op. Om het dichtbij te houden, ook in ons wereldje, het progwereldje. 
 
Diegenen die muziekbladen lezen, geabonneerd zijn op e-zines van webshops of op andere wijze geïnformeerd worden over aanbod van muziek moet het zijn opgevallen. De stroom aan uitgaven, heruitgaven, zogenaamde anniversary-edities op talloze muziekdragers, beeld en geluid, vinyl, en ook nog eens in talloze kleuren. Laat ik eens een greep doen in het aanbod wat mij afgelopen tijd passeerde. 
 
Het album “The Century Of The Self” van Airbag, te verkrijgen op cd, cd-digi-ltd, lp-zwart, lp-rood, lp-rood/zwart. “Luck And Strange” van David Gilmour. Maar liefst zes verschillende versies: 2cd-box-bluray-boek, 2lp-bluray-boek, lp-zeeblauw, lp-zwart, 2cd-digi, bluray. Onze Noorse vrienden van Leprous bieden hun album “Melodies Of Atonement” aan op cd-digi, 2lp, cd-jewel, cd-mediaboek-patch, 2cd-bluray-artboek. Vooruit, nog eentje maar. Opeth doet ook mee met het album “The Last Will And Testament”. In vijf verschillende versies: 2lp-zwart, cd, cd/bluray digi, cd/bluray/2lp donkergroen box, 2lp zilver. 
 
De uitsmijter van het jaar is de vijftigjarige editie van Pink Floyds “Wish You Were Here”. Deze kan aangeschaft worden als deluxe box met daarin 2 cd’s, 4 lp’s, een bluray, speciale single, twee boeken en een poster. Maar ook op geel vinyl, dubbel cd, bluray en op 3 lp’s. De Kerstman kan zijn borst natmaken. 
 
Een ander fenomeen is de boxset. Dat is een box waarin bijvoorbeeld volledige oeuvres worden uitgebracht, zoals laatst “Planet Ekseption” van Ekseption met daarin 13 cd’s. Maar de kroon als het gaat om boxsets is “The Prog Years Redux” van Rick Wakeman. Deze boxset telt slechts 32 cd’s. 
 
De vraag is of deze overdaad ook schadelijk is. Fijne Kerstdagen! 

Live and let live 2

Ik kan het toch niet laten.

In maart van dit jaar schreef ik een column waarin ik een lans brak voor livealbums die in mijn ogen ondergewaardeerd werden. Dat laatste zeker met betrekking tot de inmiddels beroemde/beruchte eindejaarslijstjes. Ik hield een vlammend betoog over de geneugten van live versus studio. Dat illustreerde ik nog met een aantal iconische voorbeelden én de belofte om er een aantal alsnog van een recensie te voorzien. Dat laatste is maar zeer summier gelukt, ik geef het grif toe.

Desondanks heb ik toch nog maar eens teruggekeken naar het inmiddels bijna ten einde lopende jaar 2025 en de vangst op het gebied van nieuwe livealbums. En ik kan jullie vertellen: het resultaat daarvan vervult mij met grote vreugde. Want die vangst is bepaald niet slecht: ik tel inmiddels maar liefst 20 (twintig) nieuwe livealbums en ook nog eens een paar luxe remasters die een volledig concert als bonus herbergen. Zeker geen slechte oogst voor een min of meer gemiddeld progjaar, zou ik zeggen. En gelukkig: (bijna) alle dit jaar uitgekomen albums zijn ook door een lid van ons team van een recensie voorzien; hulde aan eenieder!

Er zit weer een aantal juweeltje tussen, eigenlijk te veel om op te noemen, maar ik wil jullie toch mijn persoonlijke top 10 niet onthouden, in min of meer willekeurige volgorde:

David Gilmour – Live at Circus Maximus Rome
Jon Anderson & The Band Geeks – Live Perpetual Change
Gentle Giant –  Playing The Fool (The Complete Live Experience)
Big Big Train – Are We Nearly There Yet
Steve Hackett – The Lamb Stands Up Live At The Royal Albert Hall
Unitopia – Alive And Kicking
Barock Project – Live Voyager
Dream Theater – Quarantième: Live à Paris
Crack the Sky – Live 1st Album 50th Anniversary
Jethro Tull – Aqualung Live

En dan zijn er dit jaar ook nog liveregistraties uitgekomen van bijvoorbeeld Jadis, Kayak, Riverside, District 97, Magnum, Hawkwind, Beat, Leprous, en Jan Akkerman. Die laatste moet nog uitkomen, wat ook geldt voor Barock Project. Yes, Jethro Tull en Solution brachten oud werk opnieuw uit en voegden daar (bonus) live-cd’s aan toe. Hetzelfde geldt voor het nieuwe studio-album van John Lees’ Barclay James Harvest, waar ook een bonus live-cd bij zit. Een prima resultaat dus, de liefhebbers van livemuziek zijn ook dit jaar weer goed aan hun trekken gekomen.

Resteert alleen nog de plicht om mijn belofte na te komen en die iconische livealbums van weleer van een passend commentaar te voorzien. Als ode aan de uitvoerenden, maar ook voor mijn eigen grote plezier.

Ik kan het toch niet laten.

Eindejaarslot

Het hele jaar door mag het woord jaarlijstmateriaal niet gebezigd worden op de redactie. Er werd zelfs een agendapunt van gemaakt in de jaarvergadering, omdat de taglijst alsmaar uitgebreider werd en jaarlijstmateriaal sec genomen natuurlijk geen muziekstroming is. In een hamerstuk werd deze term vakkundig door de hoofdredacteur gekild en zat er een ban op dit woord om het vooral nooit meer in een recensie te zetten.

Echter, voordat überhaupt de paashaas zijn kostbare eieren in het vroege voorjaar kon verstoppen, werden de eerste pareltjes al door recensenten weggegeven en tast het hun geloofwaardigheid op proggebied aan als er medio zomer al twintig topalbums staan te dringen voor hun eindejaarlijst.

Progwereld deed, doet en zal nooit een cijferbeoordeling gaan geven voor albums. Wat voor de een namelijk een lust voor het oor is, kan voor de ander een martelgang zijn. En waar de een lyrisch is over de zoveelste heruitgave zal de ander de wenkbrauwen fronsen als de uitgerangeerde muzikant spreekt over zijn beste album tot nu toe. Uit de subjectieve beoordeling moet de lezer zijn eigen mening gaan vormen om zijn luisterplezier uit prog te halen.

En nu, tegen het eind van het jaar, wanneer uw recensenten dan eindelijk los mogen gaan om de lijst der proglijsten van dit jaar aan te bieden volgens hun zelfbedachte puntenjurering en waardering, slaan het noodlot en de stress toe. Want er wacht een helse taak om de eindbeoordeling te geven laat staan de uitgekozen albums ook nog eens fatsoenlijk te rangschikken. Hierbij vergeleken leeft de vetgemeste kalkoen vredig toe naar zijn laatste kerst.

Dit jaar werden we verrast met een legendarische drummer die terugkeerde op het oude nest en meteen de vellen adequaat uit de trommels sloeg. Eee progicoon die tussen het mixen van allerlei oude, grote rockalbums door weer eens een heerlijk spaceprogrockalbum uit de hoge hoed toverde; en zomaar uit het niets een vergeten gitarist die ons na 23 jaar onder zijn eigen naam eindelijk weer eens nieuwe muziek schonk.

Wat te kiezen? Waarom maar tien topalbums? Er zijn ook dit jaar weer te veel goede progalbums uitgekomen, zodat het voelt als blasfemie om kwaliteitsalbum nummer zoveel van die bekende neo-progband uit het Verenigd Koninkrijk te passeren, dan wel het tweede album van de nieuwste Noorse progmetalsensatie uit te sluiten.

Waar ik echt gelukkig van werd is dat jonge muzikanten met passie goede old school symfonische rockmuziek maken. Hoezo dinosaurusmuziek? Prog leeft! Zulke helden mogen van mij volledig subjectief de hemel in geprezen worden en met stip in de bovenste regionen van mijn jaarlijst prijken. Of toch niet? Wat een dilemma.

Neen, ik ga nog geen namen of rugnummers noemen, om elke mogelijkheid op beïnvloeding te voorkomen, maar zal wel balen als blijkt dat een collega-recensent wel een album in zijn lijst positioneert, terwijl ik dit volledig over het hoofd heb gezien. Maar het ergste van dit eindejaarslot? Als in 2026 blijkt dat we in 2025 een wereldplaat hebben gemist!

AI-angst  

Voor een recensent die al zolang met muziek bezig is, komt er een huiveringwekkende tijd aan. Een tijd waarin de komende jaren alles verandert, waar je naast de angst voor de AI-toepassingen op maatschappelijk gebied, ook angst opbouwt om een plaat niet op de juiste manier te doorgronden. Dat je per ongeluk een plaat recenseert die volledig is gegenereerd door AI. Want iedereen kan dat tegenwoordig, muziek maken. Van kleine neefjes van tien jaar, tot vijftig en zestig plussers. Of ouder. Het enige wat je nodig hebt is een goede online tool. En die zijn er al in overvloed, zelfs in gratis toepassingen.

Collega Jos Driessen schreef al eens over ChatGPT en AI, maar dan meer vanuit de invalshoek dat een recensent de tool gebruikt in een recensie, of in zijn schrijfsel. Dat beviel hem niet, en tot aan vandaag ben ik ervan overtuigd dat geen van onze recensenten op Progwereld ChatGPT gebruikt. Omdat wij natuurlijk ook stilistisch te werk willen gaan bij onze schrijfsels. En waarom zou je je hobby laten uitvoeren door software? We worden niet betaald om voor progwereld te recenseren, dus het zou toch raar zijn als we onze passie overdragen aan een emotieloos programma?

Het probleem ligt dus nu op een ander vlak. Hoe herken je AI-muziek en hoe weet je dat je niet gefopt wordt? Ik noem een voorbeeld dat gelijk al verwarring kan opleveren. De band Mayfire verspreidt met het album “Cloudscapes & Silhouettesonbedoeld een beetje verwarring. Die band heeft een geweldig debuut afgeleverd, maar de leden willen niet ontmaskerd worden als dienstdoende muzikanten. Die cd kan dus zomaar door een producer zijn gecreëerd, met bijbehorende AI gecreëerde muzikanten. Een bandfoto is immers zo gegenereerd, net als een door AI ontwikkelde perssheet met wat willekeurige uitspraken, en klaar is Kees. En luister vooral eens naar de intro van het album; het epische The Fall. Durf jij je hand ervoor in het vuur te steken als we het hebben over authenticiteit?

Die vlieger gaat dus niet op, want inmiddels heeft de band al talloze optredens in Europa gegeven waar de dynamiek vanaf spatte, dus die gedachte kunnen we parkeren. Immers, de door AI gecreëerde hologrammen gaan nog niet zover dat ze spontaan reageren op het publiek.

Voor zover we weten dan.

Nee, het gaat mij om de snelheid van de huidige ontwikkelingen. Wanneer worden we als recensenten echt getest, wanneer komt er een plaat die wel vakkundig in elkaar steekt, waardoor de charme van muziek naar de Filistijnen gaat? Wanneer is de artiest niet meer herkenbaar in de muziek? Wanneer wordt de specialist op een instrument vervangbaar?

Denk je dat het zo’n vaart niet loopt?

Ik ben eens aan de slag gegaan de laatste tijd. Er zijn genoeg gratis online tools en apps te vinden waarmee je eindeloos jouw favoriete muziek kunt componeren. Je voert een paar steekwoorden in en binnen een kort tijdsbestek heb je twee minuten van een song gecreëerd die jou helemaal op het lijf is geschreven. Zo heb ik zelf eens wat combinaties ingevoerd van persoonlijke favorieten. “Create an uptempo song with influences of Kauan, soaring guitars like Steven Rothery, hammering pianos and singing like Marc Atkinson.” Een paar seconden later heb je de eerste minuten al op je scherm. Natuurlijk moet je een abonnement nemen om het bij te schaven, af te ronden en op te slaan, maar de basis staat.

Bam. En verdorie, je hoopt eigenlijk op een mislukking, maar het klinkt nog goed ook. En als die simpele eerste opzet gelukt is, gaat er een hele wereld voor je open. Helemaal wanneer je jouw favoriete verwijswoorden toepast die je ook in een recensie gebruikt, komen er verrukkelijke creaties naar boven die binnen jouw smaakpalet vallen. Bizar. Waar al die muzikanten soms jaren over doen en waar ze jaren op een instrument gestudeerd hebben, floept hier binnen een paar minuten een prima song uit de computerluidsprekers! En het ontroert mij ook nog enigszins. En tuurlijk, je kan het (nu nog) wel waarnemen waar het minder natuurlijk klinkt, maar met de huidige ontwikkelingssnelheid duurt dat niet lang meer. Ben ik bang.

Collega Dick van der Heijde is zelfs nog verder gegaan. En daar schemert zelfs iets moois in door. Iets hoopvols. Zoals de meeste lezers van Progwereld wellicht weten, is Dick in 1991 getroffen door een hersenstaminfarct en leeft hij sindsdien in het zogenaamde locked-in syndroom. Volledig verlamd van teen tot hoofd kan hij alleen nog communiceren met zijn oogleden en het puntje van zijn lip. En toch kon hij in die hoedanigheid een nummer met AI creëren. In samenwerking met zijn verzorger Michelle de Kort, die ook grafisch vormgever is, heeft hij een video gemaakt.

En dan nog wat. Ik noemde in de eerste alinea dat neefje van tien jaar oud. Dat was dus geen metafoor. En hoewel er nog veel opmerkingen te plaatsen zijn bij zijn debuut, staat het album inmiddels wel op Spotify. Als officiële uitgave, tussen alle grootheden die wij zo koesteren vanwege hun oneindige creativiteit.  

Foutje, bedankt!

Bij Progwereld zijn we doordrongen van het feit dat wij geen fouten mogen maken. Dat komt enerzijds door het gegeven dat we zelf ‘nerds’ zijn als het gaat om de juistheid van onze schrijfsels. Alles moet goed zijn, alles moet wijken voor een compleet en vooral inhoudelijk juist beeld van ons onderwerp: een album, optreden, nieuwsitem of interview. Daarnaast realiseren wij ons maar al te goed waar ons publiek uit bestaat: net als wij zijn het vaak ook ‘nerds’, fans die alles willen weten van hun favorieten muzikanten. En daarbij niet schromen om ons te wijzen op fouten/foutjes die er desondanks nog wel eens in willen sluipen.

Dat brengt voor ons als recensent soms een behoorlijke druk met zich mee. Zo kent vrijwel elke concertrecensent wel de stress om aan een juiste setlist te komen. Vooral bij minder bekende bands is het soms een hele tour om exact te weten te komen welke nummers zijn gespeeld en dan ook nog in welke volgorde. Dus er wordt altijd jacht gemaakt op de geprinte versies van setlists die (sommige) bands met tape aan de podiumvloer hebben geplakt. Er wordt naarstig gespeurd op internetfora naar info en als laatste redmiddel worden andere concertbezoekers, management of de band zelf als bron van informatie gezocht. Alles voor de juistheid en informatiejacht van onze lezers.

Toch worden er af en toe foutjes gemaakt, wij zijn ook maar mensen. Dan krijgen we weer ongenadig onder uit de zak van een lezer die ontdekt dat wij bij dat optreden dat ene nummer vergeten zijn te melden. Of erger, de volgorde is onjuist weergegeven. Kleine omissies in de naam worden ook genadeloos afgestraft: “de zanger heet Arjen niet Arjan!!!” (let vooral op de uitroeptekens) wordt ons dan per mail toegesnauwd. Terwijl de schrijver van het artikel toch circa 34 keer de naam juist heeft vermeld in het verder zeer lezenswaardige (en uiterst arbeidsintensieve) interview. Stom natuurlijk van die collega, hij weet dat dit ons loon is en dat we niet alleen beoordeeld worden op wat we goed doen maar ook op wat we fout doen. Het zij zo. Je kunt het ook positief benaderen: blijkbaar zijn onze lezers zo betrokken/kritisch dat zij de moeite nemen om in de spreekwoordelijke pen te klimmen om ons op onze fouten te wijzen. Dank daarvoor, geachte lezers! (zonder ironie). Ondertussen blijven wij ons inzetten om jullie zo volledig mogelijk te informeren over het wel en wee van ons geliefde muziekgenre. Ook al gaat dat soms met horten, stoten en fouten gepaard. Waarvan akte.

Foto: screenshot uit reclame van Reaal Verzekeringen

Magie

In het jaar 1974 scoorde het vrijwel onbekende Schotse groepje Pilot een dikke hit met het nummer Magic. Onder productionele leiding van de vermaarde Alan Parsons (The Beatles, Pink Floyd) werd het nummer opgenomen in de Abbey Road studio’s en door zanger/bassist David Paton naar de toppen van de hitparade gezongen. “Oh, oh, oh, it’s magic” was de aanstekelijke tekst destijds, voluit mee te zingen door iedereen die in deze tijd naar de radio luisterde. Het was niet zomaar een bandje, dat Pilot. De kern ervan, gitarist Ian Bairnson, drummer Stuart Tosh en de al genoemde David Paton, zou niet veel later samen met hun producer The Alan Parsons Project gaan vormen. Verantwoordelijk voor menig dikke hit en vette albums, van “Tales of Mystery & Imagination” (1976) tot en met “Stereotomy” (1985). De leden zouden zich bovendien associëren met gevestigde namen als 10CC (Tosh), Camel, Fish (Paton) en Kate Bush (Bairnson).

We scrollen ruim vijftig jaar door. De Deense farmagigant Novo Nordisk heeft met Ozempic een vette troef in handen. Het oorspronkelijk voor diabetici bedoelde medicijn blijkt zeer goed in de markt te liggen als afslankmiddel en heeft daarmee een gouden toekomst. Een slimme marketingman binnen het bedrijf bedacht hoe hij het middel nog beter aan de man/vrouw zou kunnen brengen. Zijn oplossing: een reclamespotje op tv met een makkelijk meezingbaar refrein als trekker. Hij kwam uiteindelijk terecht bij de hit uit 1974 van Pilot. “Oh, oh, oh, it’s magic” werd “O, o, o, Ozempic” en klaar was Kees. Een grappig filmpje werd gemaakt over de totstandkoming van de commercial. Je ziet David Paton, ruim vijf decennia na dato, weer met zijn gitaarkoffer in de hand over Abbey Road lopen op weg naar de gelijknamige legendarische opnamestudio. Daar komt de gitaar uit de koffer en zingt en speelt de inmiddels 75-jarige het nummer wat hem en zijn maatjes zoveel roem (en geld) heeft opgeleverd. Weliswaar met aangepaste tekst en in een lagere toonsoort, maar een kniesoor die daarop let.

 

Dit bericht op Instagram bekijken

 

Een bericht gedeeld door Jake Fogelnest (@jakefogelnest)

Alan Parsons heeft in recente interviews geantwoord op de vraag wat hem dat nou allemaal heeft opgeleverd. Hij houdt zijn wijsvinger en duim tegen elkaar in een cirkel: nul euro/dollar/pond lijkt hij te zeggen. Nou heb ik geen medelijden met de dikke miljonair, maar het is wel ironisch. Waar een beetje magie al niet toe leidt.

Send this to a friend