Coldplay

Ik heb al eens eerder mijn verwondering en milde irritatie uitgesproken over het verschil in beleving tussen ‘onze’ progwereld en de veel grotere wereld van de populaire muziek. 

En opnieuw heb ik de aandrang om uiting te geven aan die gevoelens. Die waren al een beetje aangewakkerd door de berichten over de buitengewoon succesvolle (lees: uitverkochte) optredens deze zomer van topartiesten als Ed Sheeran, Guns’n Roses en Elton John, om er maar een paar te noemen. Dan vergeet ik nog bijna de bijna hysterische berichtgeving rondom de Rolling Stones. Een greep uit de berichten: alle concerten volledig uitverkocht, websites uit de lucht omdat teveel mensen tegelijkertijd proberen toegang te krijgen. Fraude met kaarten op internet, dezelfde kaarten meerdere malen verkocht. Grote hoeveelheden valse kaarten in omloop. Mensen die bereid zijn letterlijk duizenden euro’s te betalen voor een kaartje. Huilende fans op televisie om hun verdriet te uiten over het cancelen van de shows van de Stones. Huilende fans in beeld bij het nieuws dat de heren tóch op een later moment komen optreden.

Daar komt recent het bericht bij dat Coldplay een serie concerten volgend jaar in de Amsterdamse Arena in no time uitverkocht heeft. Een ware stormloop op tickets vond plaats: binnen 24 uur hebben 220.000 mensen een kaartje gekocht voor de band die in de jaren ’90 en ’00 zijn piek bereikte. Prijzen voor de Coldplay concerten variëren van EUR 56 tot EUR 168 voor een reguliere plaats.

Hoe schril is het contrast met de optredens die wij als progfans bezoeken: je hoeft maar om je heen te kijken om te constateren dat de shows momenteel veel minder fans trekken dan vóór de pandemie het geval was. Nou heb ik het natuurlijk niet over de absolute aantallen, ook ik snap wel dat Bruce Springsteen andere aantallen aantrekt dan pakweg Lifesigns. Maar toch. Die laatste was in 2019 goed voor een groter aantal bezoekers dan een paar weken geleden, ondanks een uitstekend recent album. Het is maar één voorbeeld uit een groot aanbod van artiesten en zalen die geconfronteerd worden met afnemende bezoekersaantallen. Want voornoemd voorbeeld staat niet op zichzelf; de meeste kleine(re) zalen klagen over de gebrekkige kaartverkoop.

Waar ligt het dan aan? Een voor de hand liggende verklaring is de nasleep van de pandemie, met name de fans van progressieve muziek bevinden zich in de risicogroep. Maar diezelfde groep laat zich niet weerhouden om tussen ruim 15.000 man in de Ziggo Dome te dansen en mee te zingen op de muziek van Toto. En wat dacht je van Genesis? Om maar niet te spreken over de 65.000 die de Stones hebben bezocht. Is het dan het financiële element, te veel keuzes en maar één portemonnee? Je zou het niet zeggen als je het gemak ziet waarmee mensen een veelvoud van de entreeprijzen die in de theaterwereld gebruikelijk zijn uitgeven om de grote sterren te zien optreden. Zit het dan in het feit dat er weinig tot geen comfort is in de kleine zalen, lees zitplaatsen, voor het sterk vergrijzende publiek? Mmmm, zou kunnen. Feit blijft dat er een behoorlijk gat aan het ontstaan is tussen de theatershows en de stadionconcerten. Jammer, niet alleen voor de artiesten en de kleine poppodia maar ook voor het publiek zelf: de sfeer is altijd beter als het voller is, dat versterkt de wisselwerking met de artiest op het podium.

Ooit hebben al die artiesten zelf ook op een klein podium gestaan, aan het begin van hun carrière. Zonder die optredens hadden zij het nooit tot wereldfaam gebracht. Dat geldt ook voor Coldplay.

10.000 woorden

Ik dacht toch echt dat ik al enige tijd met (betaald) werken was gestopt; maar dat gevoel was de afgelopen week even verdwenen. Het begon al op woensdag, ik had de eervolle taak om een grote Amerikaanse artiest te interviewen via Zoom in het kader van zijn debuut soloalbum.

Tot zover alles goed, het gesprek verliep prima, ik kreeg een complimentje en startte met hernieuwde energie aan het uitwerken van het opgenomen gesprek. Dan krijg ik gelukkig via-via nog hulp om de opname te converteren naar een redelijk leesbaar Word document. Redelijk leesbaar, zo’n 80% is correct, de rest moet handmatig worden gecorrigeerd. Dat is behoorlijk wat werk kan ik je vertellen, zeker als je kiest voor een zo getrouw mogelijke weergave van het gesprek. Zoals ik dat pleeg te doen. Dat kost meerdere uren, dan moet er daarna nog vertaald worden. Ook daarbij zijn er meerdere hulpbronnen beschikbaar maar die hebben allemaal zo hun gebreken en er moet zeker achteraf handmatig ge-edit worden. Waarmee wederom vele uren gemoeid zijn. Maar het goede gevoel over dit stuk werk overheerst toch. Oh ja, ik vergeet de recensie van het album zelf, ditmaal gelukkig een fluitje van een cent.

Dan is er een concert op zaterdagavond, belangrijk genoeg om een verslag over te schrijven. Een groot deel van de zondag wordt gespendeerd aan het schrijven van de recensie, gelukkig is de fotograaf zo begripvol dat ook hij zijn aandeel op zondag al aan mij toestuurt. Binnen 24 uur na het optreden staat alles op papier, zijn de foto’s geselecteerd en op het juiste formaat gebracht, klaar voor de redactie.

En dan de kers op de taart: een last-minute interview met de nieuwe zanger van die top progband uit het Verenigd Koninkrijk; belangrijk in verband met het optreden in Nederland dat binnenkort op de rol staat. Je moet weten dat wij één keer per week onze content op de website plaatsen, het uur U ligt op dinsdag. Maandagavond is de Zoom-sessie gepland, ik heb me goed voorbereid, de vragenlijst is langer dan de mij toegestane tijd. Alles gaat goed gelukkig, maar er is weinig tijd voor fouten of oponthoud. Ik krijg weer de noodzakelijke hulp en heb in no-time een werkbaar document tot mijn beschikking. Dan begint het echte werk, ik ben tot na middernacht bezig met het corrigeren en bewerken van het Engelstalige document. De platenmaatschappij werkt gelukkig goed mee en levert prompt de gewenste promotiefoto’s aan. De volgende ochtend, dinsdagmorgen, stort ik mij op de vertaling, het gaat me inmiddels na al die jaren vrij vlot af, binnen een paar uur is alles klaar. Het werk zit erop, ik lever mijn werk in bij de redactie van Progwereld en leun tevreden achterover; we hebben het toch maar weer gefikst en ook nog ruim op tijd. Alles bij elkaar becijfer ik dat er binnen één week ongeveer 10.000 woorden aan het papier, of beter de website, zijn toevertrouwd, me dunkt een respectabel aantal.

Begrijp me goed, dit is geen klaagzang over hoe zwaar het leven van een interviewer/recensent is, integendeel. Ik wil alleen aangeven dat het vele uren voor- en na-bereiding noodzakelijk maakt om een hapklaar brokje leesvoer aan onze gewaardeerde website toe te voegen. Door mij en mijn collega’s, at your service. Zodat je de volgende keer bij een artikel van één van ons team toch een beetje van de totstandkoming meekrijgt.

Zanger Guus Willemse van Solution zong het ooit: ‘100 words a year is not enough’. Dat kan wel zo zijn maar 10.000 woorden in één week blijkt af en toe wel iets ‘too much’.

Guilty pleasures

Ik lees het af en toe nog wel eens, ook in recensies van collega’s: guilty pleasures. Het wil zoveel zeggen als ‘stiekeme geneugten’ of ‘heimelijk pleziertjes’. Nou ben ik een kind van de zestiger en vooral zeventiger Jaren. Ik ben in alle ernst en zonder zweem van arrogantie van mening dat er NOOIT meer zoveel goede muziek gemaakt is als in dit tijdperk. Punt.

Maar toch: die Jaren ’80…..

Ik moet toegeven dat ik een enorm zwak heb voor de muziek en het geluid van dit decennium. Of het nou Funk is of Techno of Pure Pop, ik vind het (bijna) allemaal even goed. Dan denk ik vrijwel meteen aan bands als Level 42, Spandau Ballet, Duran Duran, Thompson Twins, Tears For Fears en Ultravox. Of de iets meer alternatieve varianten Fischer-Z, XTC, Cure, Japan en Depeche Mode. Maar ook de kwaliteitspop/rock van beginnende superstars als Dire Straits, U2, Simple Minds en Sting.

En dan vergeet ik voor het gemak nog de Second Generation Prog bands: met Marillion als vaandeldrager, gevolgd door IQ, Pallas en Pendragon, om de meest bekende te noemen.

Het hoogtepunt van dit decennium, in muzikaal opzicht, vond plaats in Wembley Stadium, Londen. Om precies te zijn op 13 juli 1985 vond het giga-spektakel Live Aid plaats. Bedoeld als internationaal benefietconcert tegen de honger en problemen die het Afrikaanse continent en met name Ethiopië op dat moment (en nog steeds) te verduren had. Onder de bezielende leiding van ene Bob Geldof werd de ene na andere topper van het moment binnen gehengeld om een bijdrage te leveren. En ze kwamen, allemaal. Hij zou er later een ridderorde mee verdienen en als ‘Sir Bob’ door het leven gaan.

Het zou een van de meest memorabele live shows aller tijden worden. Nauwelijks geëvenaard door de opvolger, Live8, twintig jaar later. In enige staat van opwinding nam ik zo ongeveer alles op, op mijn nagelnieuwe stereo videorecorder, speciaal voor dit doel aangeschaft. Dat er later puntgave dvd’s van het complete evenement voor een habbekrats hun weg naar de consument vonden, deed me helemaal niets. Hoewel…

Maar wat was nou eigenlijk die onweerstaanbare aantrekkingskracht op mij in die periode? Was het de haardracht (big hair), de kleding (enorme schoudervullingen), het sterrendom wat werd uitgestraald? Voor mij speelde dat allemaal nauwelijks een rol. Waar ik wel warm van werd zijn de geweldige Melodieën (met hoofdletter M) en het moderne, op rock gebaseerde geluid. En het feit dat het gewoon, vrijwel zonder uitzondering, goede, capabele muzikanten waren (hoewel, Milli Vanilli…..).

Ga het volgende, zeker niet volledige, rijtje maar na: Gary Kemp, ex-Spandau Ballet gitarist, is al een tijdje onderdeel van Pink Floyd’s Nick Mason’s hobbybandje Saucerful Of Secrets. Ex-XTC gitarist Dave Gregory speelt/speelde een belangrijke rol bij het succesvolle Big Big Train. Bassist Nick Beggs, bekend van Steven Wilson, Steve Hackett en eigen bandjes Mute Gods en Trifecta, begon zijn carrière ooit met blonde dreadlocks bij Kajagoogoo. En de meesten onder ons weten inmiddels wel dat multi-instrumentalist en producent Nik Kershaw (onder andere Steve Hackett) een overtuigd prog fan is. Stranglers toetsenist Dave Greenfield was een voormalig progrocker met een voorliefde voor Rick Wakeman. Dat Howard Jones 35 jaar na dato nog steeds een geweldig artiest is hebben een groot aantal van ons kunnen zien tijdens zijn optreden in de Boerderij enkele jaren geleden. Datzelfde geldt voor een groot aantal collega’s die de tand des tijds min of meer goed hebben doorstaan. De 80er jaren zijn de nieuwe 70er jaren in veel opzichten. Ik ben blij dat ik er destijds deel van heb mogen uitmaken. Stiekem of niet.

Traditie

Volgens de letter van Wikipedia is een traditie (van het Latijnse trádere) een gebruik of gewoonte die van de ene generatie op de andere wordt doorgegeven. De functie hiervan is het in stand houden van de maatschappelijke stabiliteit.

We zijn apetrots dat Progwereld al meer dan een generatie meegaat. Ook de leeftijden van de teamleden hebben een spanwijdte van minstens drie generaties. En wat te denken van het verschijningsjaar van die duizenden albums waarvan je de recensie hier kunt lezen. Dus wij weten waar wij over spreken (en schrijven).

Over onze bijdrage aan het in stand houden van de maatschappelijke stabiliteit kan natuurlijk een boom opgezet worden. Wat wij hier trouwens niet gaan doen. Wat dan wel vraag je je in deze derde alinea vast af? Goed, voor de draad ermee.

Sinds den beginne van deze website op vrijdag 13 april 2001 zette progminnend Nederland zijn of haar klok erop gelijk: de wekelijkse update op dinsdagavond. Op die avond werd er niet gesport, niet geklaverjast en niet gedanst. Familie en vrienden waren die avond niet welkom, laat staan de buurvrouw of buurman. De stekker ging uit de telefoon, de gsm op stil en de hond ging wat later uit. Nee, dinsdagavond was gebombardeerd tot progavond. Leesvoer voor de liefhebber, de progger in hart en nieren. Want met een goedgevulde nieuwspagina, gemiddeld minimaal zes recensies, tal van interviews en concertverslagen en als kers een column was iedere dinsdagavond jouw feestavond.

Maar het proglandschap is net als de progwereld de laatste jaren veranderd. Het aantal cd’s, dvd’s en Blu-ray’s dat in onze postbus ploft is tanende. Sterker nog, er gaan dagen voorbij dat het angstvallig leeg blijft in diezelfde postbus. Tegelijkertijd loopt onze digitale brievenbus omgekeerd evenredig voller en voller met digitale promo’s. Promo’s die verscholen gaan achter een wachtwoord en voorzien zijn van een watermerk. Want ja, je weet maar nooit met die boeven van Progwereld. En dan noem ik en passant de nieuwste rage van platenlabels: de stream. Ook weer achter een wachtwoord mag je als recensent via je pc of laptop naar een plaatje luisteren. Waar je vervolgens een mening over mag schrijven. Ik kan verklappen dat de recensie van het Porcupine Tree-album “Closure/Continuation” het eerste tastbare resultaat van deze noviteit is (compliment Maarten!).

Als teamleden lopen we niet snel in polonaise voor dergelijk digitaal aanbod. Al begrijpen wij de achterliggende gedachte dan weer wel, met moeite. Nu, beste lezer, ben ik aanbeland bij de clou van deze column, het slechte nieuws. Progwereld breekt met zijn traditie. De oplettende lezer zag het al aan onze update van dinsdag 5 juli. Een update die qua kwantiteit Progwereld onwaardig was. Wij realiseerden ons dat we veel lezers die avond een ontheemde avond hebben bezorgd.

We hebben dan ook besloten in juli niet met updates te komen. Geloof me, dit besluit viel ons zwaar. Maar gaf tegelijk energie om er vanaf dinsdag 2 augustus weer tegenaan te gaan. En jij kunt de komende dinsdagavonden sporten, klaverjassen, dansen en desnoods de hele buurt uitnodigen. Maar een plaatje opzetten mag uiteraard ook.

80 seconden

80 seconden

Al een paar keer had ik het nieuwe album van Kaprekar’s Constant, “The Murder Wall” beluisterd, zo hevig aanbevolen door collega Ralph Uffing. En hij heeft gelijk, een uiterst genietbaar brok muziek. Maar wie schetst mijn verbazing als ik, separaat van dit album, een extra track lijk te ontdekken: Years To Perfect, door Kaprekar’s Constant & Judie Tzuke. Je kent dat wel: door een extra ‘tag’ wordt het nummer als het ware ‘ontkoppeld’ van de rest. Het nummer duurt maar 2 minuten en 30 seconden en de zang start pas na ca. 1 minuut en 10 seconden, dus slechts een krappe anderhalve minuut zuivere speeltijd voor de voormalige diva.

Judie Tzuke, leeft die nog?! Mijn gedachten gaan in no time terug naar eind jaren ‘70, begin ‘80. De symfo krijgt het moeilijk, mede door de punk, en ik ben op zoek naar wat anders. Ik ontdek de Amerikaanse power(prog) rock van o.a. Journey, Foreigner, Boston en aanverwanten. Maar ook de oer-Britse Judie Tzuke en haar band. Een mix van power rock en ballads van deze goed uitziende blondine met haar emotionele, wat ‘mistige’ stem. Het leek wel alsof haar vocale bijdrage op een verlaten plek in de opnameruimte werd opgenomen, ergens ver weg in mist. Er waren in die tijd wel meer krachtige vrouwen, denk aan Ann en Nancy Wilson (Heart) en Kate Bush, maar ook Annie Lennox, Chrissy Hynde, Pat Benatar en Stevie Nicks pasten in dat straatje. Maar Judie Tzuke stal toch wel mijn hart. In eerste instantie door haar muziek, maar toch ook door haar verschijning. De muziek paste prima in het tijdsbeeld, met melodieuze rock, tapijten van synthesizers, stevige drums en verrassende gitaarsoli. Met daarnaast de prachtige, bijna mystieke stem van de bandleider. Met de tophit Stay With Me Till Dawn als hoogtepunt.

Haar carrière verliep met horten en stoten, er waren meer diepte- dan hoogtepunten, zoals dat wel meer gebeurd in de rock scene. Maar ze kwam steeds weer bovendrijven. Ongeveer 25 studio albums zagen het levenslicht plus een aantal live registraties. Inmiddels is Tzuke (66) redelijk succesvol: met haar leeftijdgenoten Beverley Craven en Julia Fordham heeft ze een trio wat regelmatig optreedt en ook albums uitbrengt. Veelal in het genre gevoelige luisterliedjes, luister maar eens naar “Woman to Woman” uit 2018. Eind dit jaar staat zelfs een tournee op het programma in middelgrote zalen door het hele Verenigd Koninkrijk heen. Fijn dat ze eindelijk de waardering krijgt die ze verdient, na al die jaren in de muziek business. Ondertussen heeft ze ook nog eens kanker overwonnen.

Grappig dat een ‘los’ nummer met slechts 80 seconden zang zoveel bij mij losmaakt, een trip down memory lane. Misschien wordt het tijd om mijn ‘guilty pleasure’ eens af te stoffen…

Met dank aan Kaprekar’s Constant.

Waar het hart vol van is…

“Bandjes zoals Pink Floyd of neem bijvoorbeeld Bohemian Rhapsody van Queen, dát is progressieve rock. Allerlei verschillende invloeden, een liedje met een bijzondere vorm. Drama en virtuositeit, Alleen dan meestal wat minder glamoureus. Oké, Ik zal er niet te lang over doorgaan.”

Vanavond ga ik weer eens op date. Momenteel gebruik ik een app waarbij je net als bij Tinder profielen kan ‘liken’, alleen kan je hier niet eerst appen. Je krijgt bij wederzijdse waardering van elkaars digitale persoon meteen een datumplanner. En dan ga je dus op date. Zo ook vanavond. Twee keer afzeggen zonder goede reden en ze gooien je van de app af. Prima systeem, met name dat je niet eerst twee weken aan het appen bent en elkaar daarna nooit meer spreekt bij een tegenvallende date.

Vanavond gaat ze, deze tot dusver in mysterie verhulde dame, dan vertellen wie ze is en wat ze allemaal met haar leven doet. Vrouwen van mijn leeftijd, zo rond begin-dertig, hebben zichzelf wel gevonden. Ze hebben een carrière, ze verdienen en wonen niet zelden beter dan ikzelf. Dat maakt me niet zo veel uit, wat ik graag wil weten is of ze een échte passie heeft. Of ze iets najaagt wat haar verder weinig oplevert op de maatschappelijke ladder of respect afdwingt bij haar vriendengroep. Gewoon iets wat haar fascineert. Misschien iets met geschiedenis of filosofie. Of nog beter; iets cultureels. Of ze zich nog kan voelen als een kind dat later astronaut wilt worden.

Dat zou fijn zijn, want ik mag daarna gaan uitleggen dat ik recensent ben bij een website van een muziekgenre waar ze überhaupt nog nooit van gehoord heeft. Dat ik een bloedfanatieke verzamelaar ben van veelal vergeten muziek. Dat ik concerten bezoek waar ik de enige ben die zijn jonge blonde haar nog heeft (op wat kleine inhammen na). Als zij zélf ook zo’n hobby heeft die niet zo veel mensen begrijpen, dan begrijpen wij in elk geval elkaar.

Wie weet zit ze dan op een dag bij mij op de bank en zegt ze, “nou zet dan eens wat op van die muziek”. Ik heb op zo’n moment wel eens het nummer The Seventh House van IQ opgezet. Kant twee van het vinyl. Om het inzichtelijk te maken duid ik dan welke verschillende mindstates de muziek oproept; hier is het abstract, hier is het persoonlijk. Hier is het bezinnend, hier is het dreigend. Hier is het angstig, hier is het avontuurlijk. Hier komt alles samen in een concluderende sfeer. Samen vormen al deze passages een muzikaal verhaal dat op geen andere manier te vertellen is. Een reis die je met ogen dicht kunt maken.

Dat is toekomstmuziek. Vanavond eerst maar eens uitleggen dat het gaat om ‘bandjes zoals Pink Floyd’. Al is dat eigenlijk onzin. Goed opletten dat ik er niet te veel over door ga ratelen. Voordat ik op date ga bezoek eerst nog even mijn grootvader. Hem hoorde ik ooit een oud spreekwoord zeggen “waar het hart vol van is stroomt de mond van over”. En of dat waar is.

Zwart Goud

Het is pas woensdag en je begint hem al te voelen; de motor begint te pruttelen, je dreigt al voordat je naar huis mag tot stilstand te komen. Je moet even bijtanken. Even jezelf herinneren aan waarvoor je dit toch allemaal doet. Tijd voor zo’n nieuwe glanzende zwarte schijf. Tijd voor een teken van loyaliteit aan waar je eigenlijk wilt toebehoren; de wereld van de progressieve muziek. Daar waar jeugd en volwassenheid mooi samenkomen.

Je neemt een kijkje bij je digitale pompstation, maar tot je schrik zijn ook daar de prijzen behoorlijk gestegen. Geen twee euro twintig voor een liter benzine, maar wel zo’n 75 cent voor een minuut muziek. Of zeg maar; 30 euro voor een enkelaar. Met een beetje pech krijg je er geeneens een klaphoes of tekstvel erbij. Voor een dubbelaar kom je al gauw op 40 euro uit. Besluit je niet bij Amazon te bestellen vanwege je ferme houding tegenover de grootkapitalisten, kan je ook nog eens een paar weken wachten voordat je nieuwe luisterplezier zijn weg naar de naald heeft gevonden. “We leven in 2022, welverdraaid”,  hoor je jezelf denken.

Het zou dan liggen aan de stijgende prijzen van karton, dat natuurlijk van hout wordt gemaakt. En daarom schaars is. Vinyl zelf wordt, net als benzine, gemaakt van olie. De schaarste daarvan is u welbekend. Wat ook meespeelt is dat vinyl vloeren ook flink aan populariteit hebben gewonnen. Ten slotte is er een beperkte capaciteit voor het persen van vinyl en is de markt ervoor nogal gegroeid de afgelopen tien jaar. Naar verluid kunnen zelfs grote artiesten en platenmaatschappijen maar nauwelijks hun platen op tijd geperst krijgen. Ten slotte is er nog de verarmde artiest die door de digitalisering van de muziek berooid is achtergebleven. De échte fans kunnen de elpees simpelweg niet laten staan en daarom is de vraagprijs zelden niet erg laag. Het schijnt dat overigens maar 40% van de gedrukte muziek vaker dan één keer wordt gedraaid. Voor een grote groep is de schaars geworden elpee toch bovenal gewoon een hebbedingetje.

Ondertussen gaat voor ons het leven door. Hoe hoog de prijs van de benzine ook oploopt; je moet toch van (kant) A naar B en blijft dus gewoon wekelijks bijtanken. Ik las ooit een onderzoek waaruit bleek dat als je meer hebt betaald voor een ijsje, het ook lekkerder smaakt. Nu is het zo dat ik niet per se lekkerder rijdt over de snelweg sinds het debacle in Oekraine; maar wie weet.. wie weet klinkt mijn volgende aankoop wel éxtra goed. Dan komt daar vast ook een erg enthousiaste recensie uit voort. Wie weet trek ik u dan alsnog over de streep en houden we uw (pick-up) motor ook deze woensdag weer draaiende. Eigenlijk niet eens zo gek dat de wekelijkse Progwereld-update op dinsdagavond komt!

Land of Confusion

Genesis was in Nederland. En nee, ik was er niet bij. Bewust niet. In 2007 was ik nog wel van de partij geweest, samen met een tweetal vrienden, ook grote fans van de Britse prog legendes. Ik trof er nog voormalige buren aan, die had ik nooit verwacht bij deze show. Maar ja, zoals de buurvrouw zei, “hier moet je toch bij zijn geweest”. Follow You, Follow Me, zoiets. Ik kreeg een vreemd gevoel over me. Dat werd nog slechter toen ik mijn plaats betrok, hoog boven in de betonnen kolos, vlak onder het dak. Het geluid was matig tot slecht, de videowall was de enige manier om iets te zien van de muzikanten op het podium, The Cinema Show. De setlist was gericht op de grote massa, het onbestemde gevoel werd sterker. Halverwege keek ik opzij naar mijn maat, hij keek terug, ik wist genoeg. Zonder iets te zeggen wisten we van elkaar: hier gaan we nooit meer naar toe.

Toch ging het een beetje kriebelen toen in het begin van 2020 de aankondiging kwam van een laatste (?) concert serie. Een goede vriend uit Engeland maakte het helemaal moeilijk door alvast kaarten te bestellen voor het optreden in de Londense O2, ook voor mij. Vooruit dan maar, dacht ik. Misschien een goede manier om afscheid te nemen van mijn oude idolen, Driving The Last Spike. Maar Covid-19 gooide roet in het eten, concerten werden tot twee keer toe verplaatst en strenge maatregelen van de Britse regering maakten het vrijwel onmogelijk het land überhaupt te bezoeken. Ik besloot uiteindelijk niet te gaan, mijn Engelse vriend reageerde opgelucht; ook hij zag het niet zitten, zo midden in de pandemie. Het waren verwarrende tijden, Land of Confusion.

Ik twijfelde dus ook niet toen de tournee werd uitgebreid naar continentaal Europa en ook Amsterdam zou worden aangedaan; ik bleef bij mijn standpunt. Snel doorspoelen naar maart 2022, het is zover, Tonight, tonight, tonight. De eerste reacties en ooggetuigenverslagen sijpelen inmiddels door. Tot mijn verbazing is vrijwel iedereen lovend. Turn It On Again. Over de kwaliteit van de muzikanten, het oogverblindende visuele spektakel (denk aan de vari-lights en de bewegende spiegels boven het podium eind jaren ‘70) en de krachtige muziek. En dat allemaal uit onverwachte hoek.

Bijna 1.500 woorden had de recensent van OOR eraan gewijd, dat moet toch wel een record zijn voor (ooit) Nederlands meest toonaangevende muziekblad. Er waren tijden dat elk nieuw album en aansluitende concertreeks door de redactie stelselmatig de grond werd in geschreven. Ook Lust for Life schreef een lovend artikel over het optreden in de Ziggo Dome de afgelopen week. Hoewel hier de kritische noot niet ontbrak; de valse noten werden niet ontweken. Beide recensenten zijn lovend over de actualiteit van nummers als Land of Confusion en The Last Domino. Ook mijn collega’s van Progwereld waren behoorlijk enthousiast. Heb ik het dan toch verkeerd gezien? Is mijn weigering een hang naar het verleden of arrogantie gebleken? Ik denk het niet, dit is toch bij lange na niet het Genesis waar ik zo lang van genoten heb. Met het uitbrengen van een dubbele verzamel cd met belegen nummers die allemaal al tientallen malen op andere albums zijn verschenen, probeert men ons nog wat geld uit de zak te kloppen. Het zal allemaal wel. Misschien ben ik een oude cynische man geworden die vindt dat vroeger alles beter was, I know what I like. Heel goed mogelijk. Voor alle duidelijkheid: dit heeft niets te maken met de discussie Gabriel versus Collins; mijn favoriete Genesis album is “A Trick Of The Tail” en ik heb sinds 1977 geen optreden van de heren in Nederland meer gemist.

Maar het verval van zo dichtbij meemaken, dat wilde ik toch liever niet. Fading Lights blijkt bij nader inzien een zeer geschikte metafoor te zijn, de lichten doven langzaam maar zeker. That’s All.

De terugkeer van de toetsentovenaar

De laatste tijd valt het me in toenemende mate op: de rol van de toetsen in het muzikale spectrum van de progressieve rockmuziek lijkt tanende. Steeds vaker beluister ik albums waar de toetsenist nauwelijks aanwezig lijkt te zijn geweest bij de opnames. Of op zijn best een prettig in het gehoor liggende achtergrond aan de rest van de band verschaft.

Toegegeven, ik ben opgegroeid met legendes als Keith Emerson, Tony Banks en Rick Wakeman. Echte goden van het toetsenbord, in niets onderdoend voor hun illustere snaren-beroerende collega’s en in de meeste gevallen ook nog flamboyante en dominante persoonlijkheden die hun stempel vet op de muziek van hun bands drukten. Dat kwam niet alleen tot uiting in de composities van de (vaak) heren, maar vooral in de solo’s die de muziek zo herkenbaar maakten. Echte solo’s, met kop en staart, integraal onderdeel uitmakend van de sound en kenmerkend voor individuele nummers. Wie kan niet de iconische solo’s uit Lucky Man, Firth Of Fifth of Awaken mee-neuriën?

Tegenwoordig lijkt het een uitstervend ras. Op een enkeling na is de toetsenist gedoemd tot een nietig bestaan in de schaduw en/of coulissen of is helemaal niet meer aanwezig zelfs. En als ze er dan nog zijn is hun rol beperkt tot het produceren van geluidsgordijnen waarop de rest van de band zo lekker kan soleren.

Natuurlijk ze zijn er nog de Riu Okumoto’s (Spock’s Beard), Jordan Rudess’ (Dream Theater), Manfred Mann’s  en Eddie Jobson’s van deze wereld, maar ze zijn al van een oudere generatie, steeds moeilijker te vinden en worden als eerste afgedankt als de laatste cd niet het gewenste succes heeft. Next.

Dat maakt het rijke palet aan tonen en klankschakeringen binnen ons geliefde genre er niet beter op. Een goede toetsenist hoort erbij, al is het maar als tegenwicht voor het enorme ego waar de gemiddelde gitarist mee is behept. En als ze dan beiden kans zien om een goed evenwicht te produceren is het ook direct genieten geblazen en versterkt het de aantrekkingskracht en de melodische zeggingskracht die progressieve rockmuziek nu eenmaal kenmerkt.

Er gloort weliswaar enige hoop: de laatste Transatlantic en vooral Lifesigns laten een prachtig ouderwets toetsengeluid horen, waarbij de balans tussen snaren en ivoor goed in evenwicht is. Daarnaast brengt Rob Reed een ode aan dat typische jaren tachtig geluid op een van zijn laatste albums en heeft zelfs de legendarische JM Jarre recent een nieuw live-album uitgebracht. Multi-instrumentalist Pete Jones (Tiger Moth Tales) begeleidt zichzelf op de vleugel op zijn meest recente album. Ik vergeet voor het gemak Antony Kalugin (Karfagen) en Luca Zabbini (Barock Project), maar het is te weinig, te laat ook. Het is vijf voor twaalf voor deze met uitsterven bedreigde muzikanten soort.

Dus (wederom) een oproep aan alle pianisten, klavierbespelers, kortom toetsenisten, onder ons: verlaat dat conservatorium, die tochtige zolderkamer en die vochtige kelderruimte. Laat die handige buurman een rek in elkaar zetten om 43 al dan niet werkende klavieren in te monteren, als je er niet bij kunt, neem dan een keukentrapje. Vraag je tante of ze die goudlamé carnaval cape van haar wil aanpassen aan jouw maat. Of draag voor mijn part een roze tutu met een leren jack, kan niet schelen. Leen het messenblok van je moeder en oefen net zo lang liggende op de grond met dat oude RiHa orgeltje van je vader op je buik tot je blindelings in spiegelbeeld kan spelen. Zorg wel voor een veiligheidsbril. En tenslotte: roep je ouders, je broers en zussen, je vrienden en vriendinnen bij elkaar, kom eindelijk uit de (Leslie) kast en zeg tegen ze: ik moet jullie iets bekennen: IK BEN EEN TOETSENTOVENAAR!!

Nieuwe Golf

Nieuwe golf

Zitten we corona-technisch gezien eind 2021 nu in de vierde, vijfde of inmiddels zesde golf? Hoe dan ook, een nieuwe golf is een feit. Evenals een andere nieuwe golf, de tweede muzikale golf.

Voor de eerste golf moeten we terug naar 1977. Er diende zich een nieuwe muzikale stijl aan, genaamd New Wave. Wat eigenlijk een synoniem is voor punk, een stroming die midden jaren zeventig overwaaide vanuit de Verenigde Staten naar Groot Brittannië en vervolgens wortel schoot in de Londense wijk Chelsea. New Wave vormde een nieuwe golf in de geschiedenis van de rock-‘n-roll, gecreëerd door een nieuwe generatie jonge muzikanten, enerzijds als reactie op de toenmalige popmuziek, waarvan men vond dat deze volledig uitgekauwd en uit-ontwikkeld was. Anderzijds gekoppeld aan sociale onvrede onder een nieuwe generatie jongeren in het door economische teruggang geteisterde Engeland. Met een hoge werkloosheid als gevolg.

In korte tijd schoten tal van Punk en New Wave bandjes als paddenstoelen uit de grond. Groepen waarvan de meesten net zo snel weer verdwenen. Maar ook bands die overleefden, professioneel werden en die vandaag de dag nog bestaan. Geloof het of niet, maar op deze website staan recensies van een aantal van deze groepen. Nee, daar maken wij geen quiz van. New Wave heeft dus meer verbinding met Progressieve Rock dan menigeen denkt en ooit kon vermoeden. Waarmee we de brug slaan naar de tweede muzikale golf, die alles te maken heeft met de recente corona golven. Golven die muzikanten en groepen veroordeelden tot een langdurig verblijf in studio, garagebox of zolderkamer, en ook nog eens op anderhalve meter afstand. Vroeg in 2021, van de eerste klap bekomen, verschenen de eerste cd’s die opgenomen waren in een geïsoleerde omgeving of omgevingen op afstand. Cd’s met een coronahandtekening zo viel in de liner notes te lezen. Kort daarop volgden live-registraties zonder publiek en afhankelijk van het beschikbare budget zelfs opnames met beeld. Ook het fenomeen unplugged werd weer gesignaleerd. We houden geen statistieken bij en publiceren ook geen wekelijkse cijfers, maar we vermoeden dat meer dan de helft van het aanbod dat ons bureel in 2021 bereikte muziek uit de tweede muzikale golf is.

De tweede muzikale golf valt niet te vergelijken met de economische context van toen, maar zal wel een markering blijven in de hedendaagse moderne rockmuziek.

Send this to a friend