
We moesten er twintig jaar op wachten, maar dan krijg je ook wat. Een nieuw (dubbel)album van Plackband, mede ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van de band.
Voor de wat jongere lezers onder ons: Plackband is een progband uit Den Haag. De band werd halverwege de jaren zeventig opgericht toen progressieve rock nog symfonische rock werd genoemd.
“Sebilla” verhaalt over Sebilla Niemans, die in de jaren vijftig onder de naam Blonde Dolly een bekende figuur in het Haagse nachtleven was. Haar leven en de omstandigheden rond haar dood kregen na haar overlijden veel aandacht en leverden later stof voor diverse verhalen, publicaties en artistieke producties. Het album is een muzikale weergave van haar levensverhaal volgens de makers, Plackband. Genoeg geleuter, over naar de muziek.
Wat op het hele schijfje opvalt is de uitstekende en vette productie, waardoor vooral het toetsenwerk van Michel van Wassem prominent naar voren komt. Dat hoor je gelijk in Sebilla Part I, een orkestrale ouverture met de nodige bombast, zwaar aangezette toetsen en een melodieuze gitaarlijnen. Heidi-Jo Hines (een oude bekende van de bandleden) kruipt met gesproken tekst en een zwoele stem in de huid van Blonde Dolly. Een partij ‘huilend’ gitaarwerk van Ronald Brautigam en de zang van Koos Sekreve zorgen voor een mooi besluit. Who Killed Blonde Dolly kent eveneens een orkestraal intro met veel toetsen. Voor het overige is het een ‘old school’ rocker met bijpassende zang, een goed in het gehoor liggend refrein en een fraaie gitaarsolo. Het laat horen dat Plackband anno 2026 een aanmerkelijk ander geluid heeft, voller en rijper, als ware het oude en goede wijn.
Dolly’s Blue Book heeft veel tekst, maar gaat al rap over in een vol en bombastisch stuk met toetsen en een slepende gitaarsolo, waardoor het doet denken aan Pendragon. Vocaal wordt Sekreve op de achtergrond bijgestaan door Van Wassem en Brautigam. Aan het eind word je verrast met een moderne synthesizersequence en heavy gitaarwerk. Plackband gaat zowaar even progmetal.
Na de stevige Arena-achtige neo-progger Nicky Saw It All is Sebilla Part II met orkestraties en de stem van Blonde Dolly vooral mysterieus. De spanning wordt opgebouwd. Je hoort de stem van een nieuwslezer die wordt gevolgd door een lange toetsensolo. Wellicht een van de beste en mooiste uit de klavieren van Van Wassem. Blue Flashes is met ruim twaalf minuten het langste nummer van “Sebilla”. Het is een mini-verhaal binnen het album en er gebeurt van alles. Loeiende sirenes, een politieradio, en weer die vette toetsen gaan over in een meerstemmig vocaal stuk. Een instrumentale passage met toetsen, gitaar en basgitaar doen denken aan Knight Area. Halverwege zit de overgang naar een filmisch stuk met zware Moog baspedalen van Philip Platt, ondersteund door lekker gitaarspel. De meerstemmige zang wordt weer opgepakt en er is een outro met gitaar om van te smullen. Zonder in herhaling te vallen is dit een nummer met recht van epische proporties en voor mij het hoogtepunt van het album.
Dat Plackband ook minder en kleiner kan laat het musical-achtige Flowers for Blonde Dolly horen, met grootse zang van Sekreve. De mannen hebben patent op orkestrale intro’s, zo bevestigt die van Dolly’s Last Night. De sfeer is anders met vervormde zang en een funky ritme. Kortom, dit is andere kost die ook prima smaakt. In Sebilla Part III wordt het thema herhaald met een ander arrangement. Het tandem Brautigam/Van Wassem blijkt nog lang niet versleten, getuige hun samenspel in het lange instrumentale outro. Een ingekorte en licht aangepaste versie van Dolly’s Blue Book is voor de statistieken.
Absoluut niet voor de statistieken is de extra cd met als titel “We Have the Sun”. Het titelnummer We Have the Sun is een zomers uptempo en vrolijk klinkende pop-/progrocker met een aanstekelijk refrein. Het is een onvervalste oorwurm met radiopotentie.
De overige acht nummers (ik tel de Vara Jingle niet mee) dateren van de jaren 1978/1979 en zijn opgenomen in de oefenruimte, maar niet eerder uitgebracht. Merkwaardig, want ze zouden niet misstaan hebben op een album. De geluidskwaliteit is vanzelfsprekend een stuk minder, maar laat niet onverhuld dat het prima composities zijn. Uitschieter is naar mijn mening The Village and the Fat, retroprog en symfo met invloeden van (het eveneens Haagse) Finch, voorzien van breed uitgemeten Hammondorgel. Plackband goes King Crimson in Television. Een tien minuten klokkende mini-epic waarvan ik nieuwsgierig ben hoe deze anno 2026 zou klinken. Dan is daar ook nog Stranger in My Own House, met een lekkere funky groove en een jaren zestig-vibe.
Met “Sebilla” treden de (bijna allemaal) zeventigplussers van Plackband buiten zichzelf. In het interview wat ik ter gelegenheid van hun vijftigjarig bestaan met de groep had, stelde ik onder andere de vraag hoe Plackband de toekomst en hun opvolging ziet. Zowel het weifelende antwoord als dit voortreffelijke album laten er geen twijfel over bestaan dat de heren niet aan stoppen denken. Nog lang niet. De rol plakband is nog lang niet op.