
Het nieuwe studioalbum van de legendarische, van oorsprong Britse progrock band Yes heet “Aurora”. Het is hun derde release binnen zes jaar bij InsideOut, na “The Quest” (2021) en “Mirror to the Sky” (2023), en hun vierentwintigste officiële studioalbum ooit. Het werk aan “Aurora” begon vrijwel meteen toen de ‘Classic Tales of Yes’-tour in 2024 eindigde. Het creatieve proces vond plaats in thuisstudio’s en door uitwisseling van digitale muziekbestanden. Downes en Howe vormden vaak de centrale spil met Howe in zijn rol als producer. Billy Sherwood en Jay Schellen hielden in Los Angeles jamsessies, waarbij ze grooves, motieven en ritmische ideeën genereerden die later in het album zouden worden verwerkt.
Er was in het begin geen vooropgezet concept, slechts een verzameling muzikale fragmenten die elkaar geleidelijk vonden en vorm kregen. Een van deze vroege schetsen was een stuk met de titel Aurora. Die naam staat voor poollicht of noorderlicht, waarvoor het de Latijnse en wetenschappelijke naam is, maar ook voor de Romeinse godin van de dageraad/ochtendschemering. Davison, grotendeels verantwoordelijk voor de teksten, liet zich vaak inspireren door de natuur, spiritualiteit en filosofische reflectie. Het concept van Aurora, geïnspireerd door het noorderlicht, werd een metafoor voor zowel natuurwonderen als innerlijke verlichting.
Titelnummer Aurora is de intrigerende opener van het nieuwe album. Na een start met piano en een heus orkest, het Tsjechisch Nationaal Symfonieorkest, ontwikkelt het zich tot een prima en vooral melodieus nummer. Inventieve basloopjes, herkenbare gitaarsound en harmonieuze vocalen maken dit tot een uitstekende compositie, Yes 2.0 zou ik willen zeggen. Steve Howe drukt zijn stempel met karakteristiek solowerk en ook Downes draagt zijn steentje bij. Aurora bewijst een echte ‘oorworm’ te zijn, dit smaakt naar meer. Turnaround Situation komt uit de koker van Davison, na een goed begin zakt het nummer helaas snel in en verzandt in aardig klinkende mainstream, alsof de band even de weg kwijt is. Ook Love Lies Dreaming klinkt weer heel aardig, lichtvoetig bijna. Ik mis de rock, het vuur, dit had van elke willekeurige band kunnen zijn. Het kabbelt allemaal keurig voort maar blijft nauwelijks hangen.
Countermovement moet met circa veertien minuten de epische longsong op dit album voorstellen. Het is even wennen/schrikken als na een paar minuten instrumentale muziek Steve Howe als solozanger blijkt op te treden. Nou heeft Howe veel kwaliteiten maar solozang is er daar niet een van. En dat terwijl er met Davison en Sherwood toch twee prima zangers aanwezig zijn. ‘It could be jazz or the blues’ zingen Howe en Davison, ik ben geneigd te zeggen ‘geen van beide’. Er zit halverwege nog een stukje in wat sterk lijkt op Your Move maar het vervolg lijkt in niets op All Good People. Je vraagt je af waar de band naar toe wil met de rest van het nummer. De tekst gaat over de gevolgen van AI: ‘Wasted days race by in a blink of AI’. Het is muzikaal allemaal zeer matig en onsamenhangend. Zelfs Howe’s slidegitaar kan het nummer niet redden.
Ariadne is een bijzonder nummer. Het dateerde al uit de sessies voor “The Quest” en zou uiteindelijk zijn definitieve vorm krijgen tijdens de “Aurora”-sessies. Het begint en eindigt met een aan de renaissance refererend thema en krijgt orkestrale ondersteuning van strijkers en blazers. Ik hoor de invloed (en de stem) van Sherwood, de man heeft een goed gevoel voor harmonie en melodie. Tekstueel gaat het over een koningin uit de Griekse en Romeinse mythologie. Muzikaal blijft de combi van band en orkest interessant. All Hands on Deck is nou zo’n typisch nummer wat prima op een soloalbum van Steve Howe had kunnen figureren. De componist/gitarist blijkt ook (mede) de zanger te zijn. Het is het eerste nummer met behoorlijke rockinvloeden, we zijn inmiddels halverwege het album.
‘Lalalalalalala lala’, dat zijn de belangrijkste vocalen op Outside the Box, ondersteund door Howe’s talkbox gitaar. Dit heeft meer weg van een jamsessie met flinterdunne ideeën dan een volwaardig nummer. De titel klopt wel: dit is ruimschoots buiten de gebaande paden. De heldere stem van Davison begeleid door Howe’s akoestische gitaar en Downes’ piano en orgelklanken: Emotional Intelligence is wederom een aardig klinkend nummer wat weinig om het lijf heeft. Howe’s slidegitaar is hier de redding.
Jambustin’ is misschien wel het zwakste nummer en had waarschijnlijk ook achterwege kunnen blijven in plaats van als bonusnummer te fungeren. Waarom het volgende nummer als bonus track te boek staat is mij een raadsel. Het afsluitende Watching the River Roll is namelijk een prima song en heeft de handtekening van Billy Sherwood, ook (mede) verantwoordelijk voor de zang en het grootste deel van de instrumentatie. Het is pakkend en heeft een herkenbaar, goed meezingbaar refrein. Howe en Downes zorgen voor de instrumentale omlijsting.
Tien nummers (inclusief bonus tracks) met een totale speelduur van een uur. Dat moet toch ruim voldoende zijn om een talentvolle groep musici, aangevoerd door een ‘oude rot’, tot herkenbare kwaliteitsmuziek te leiden? Het klinkt allemaal heel redelijk maar blijft nauwelijks hangen. Er staan te veel ‘vullers’ op, zeker in het tweede deel van het album. En het kabbelt te veel, is aan de lichte, zelfs softe kant. De rock, de ballen, excuses voor mijn woordkeuze, ontbreken ten ene male, helaas.
De productie is uitstekend, dat wel, Howe verstaat zijn vak. De instrumenten zijn kristalhelder in de mix, met een breed stereobeeld waarvan vooral de zang, gitaar en toetsen profiteren. De combinatie met het orkest is daarnaast best te verdedigen. In navolging van “Time and a Word”(1970), “Magnification” (2001) en meer recent “The Quest” en “Mirror to the Sky” werkt het ook hier weer goed, misschien is dat de richting die Yes meer zou moeten exploreren. De titel Aurora zorgde er wel voor dat kunstenaar Roger Dean een van zijn beste werken ooit maakte en tot hoes van het nieuwe album promoveerde.
Ik had hier veel liever een gloedvol betoog gehouden over het nieuwe album van mijn favoriete band aller tijden, geloof mij. Maar verder dan welgeteld een drietal redelijk tot goede nummers (Aurora, Ariadne, Watching the River Roll) kom ik niet. En dat heeft niets te maken met een onrealistische hang naar ‘vroeger’ maar meer met een ontembare wens om kwalitatief goede (rock)muziek te mogen verwachten. Is dat te veel gevraagd?
Er staan alleen te veel nummers op die nauwelijks blijven hangen en de lichte, softe kant van Yes benadrukken. Waar Howe als producer tekort schiet is in de selectie van de nummers. Misschien wordt hij wel te weinig uitgedaagd door zijn mede-bandleden. Maar ik blijf hopen op betere tijden. Of dat nou jazz, blues of (prog)rock is maakt dan niet zoveel uit.
CD
LP