
[Magoria 01]
Na een lange tijd van vergelijken van het speelschema van Magoria met mijn agenda was het eindelijk gelukt om een matchende datum, ook nog in de buurt, te vinden: 30 augustus in De Pul in Uden. In eerste instantie zou dit concert op 29 augustus ’s avonds in het openluchttheater Naat Piek in Uden plaatsvinden, maar vanwege productionele redenen werd het verplaatst naar De Pul op zondagmiddag. Dat bleek achteraf een zeer goede beslissing, want zaterdagavond kwam de regen soms met bakken uit de hemel.
Magoria is het geesteskind van Mark Bogert en deze bescheiden, maar zeer getalenteerde musicus mag wel eens in het zonnetje worden gezet. Zijn ‘rockopera’ “Hollingsworth Mansion” is op CD al een pareltje, maar wordt ook live zeer overtuigend neergezet met een sterke cast.

Nadat Bogert door het grote publiek was ontdekt als gitarist van Knight Area ging hij uiteindelijk zijn eigen weg. Tussendoor deed hij nog een invalbeurt voor John Mitchell bij Arena. Ik weet nog dat iedereen op de Loreley na het optreden van Arena sprak over die geweldige solo’s van ‘die gitarist van Arena’. Inmiddels heeft hij met Magoria twee geweldige albums gemaakt en is, volgens eigen zeggen, nummer drie in de maak. Voor de gitaarliefhebbers is hij dit jaar nog te bewonderen in de Nederlandse G3, getiteld Axe-Travaganza, tezamen met Marcel Singor (Kayak) en Menno Gootjes (Focus).
De muziek van Magoria wordt regelmatig vergeleken met Ayreon van onze Nederlandse ‘mastermind’ Arjen Lucassen. Deels is dat begrijpelijk, omdat beide projecten werken met thematische albums en een vaak uitgebreide cast van vocalisten. Waar Lucassen zich vaak bedient van sciencefiction-achtige thema’s, werkt Bogert met horror-achtige verhalen, bij voorkeur uit het Victoriaanse tijdperk. Bij Lucassen ligt de muzikale focus op de heavy metal, afgewisseld met folk met symfonische randjes. Bij Bogert lijken de roots meer in de melodieuze hardrock te liggen, eveneens met symfonische randjes. Beiden zijn niet wars van enige bombast. Van Ayreon kennen we inmiddels de gelikte shows in 013 die Tilburg om de paar jaar omtoveren in een internationale Ayreon-veste. Zo ver is Bogert nog niet, maar goed: hij heeft ‘nog maar twee’ sterke albums op zijn conto staan. Wat hij ons met zijn team in De Pul voorschotelde vraagt in elk geval om een grotere ambiance.

Met een zevenkoppige band en vier zangeressen en drie zangers die in wisselende samenstellingen opkwamen, werd het soms erg druk op het podium van De Pul. Bij de changementen tussen de nummers moesten de vocalisten soms voorzichtig manoeuvreren op het podium. Die changementen werden overigens fraai opgesierd met verbindende teksten die op het scherm achter het podium werden geprojecteerd. Tegelijkertijd hoorden we de stem van de inmiddels helaas overleden Edward Reekers deze teksten op sublieme wijze declareren. Daarentegen haalden deze intermezzo’s tussen de nummers door soms de vaart uit de show.
De band was goed op dreef waarbij de drums weer te hard waren. Het blijkt ook hier weer een probleem dat de drums vooral in de kleinere zalen van zichzelf al te veel geluid produceren, waardoor ze regelmatig andere instrumenten, en soms zelfs de zang, verdringen in de mix. Een plexiglazen ‘kooi’ zou zeker uitkomst kunnen bieden.
Grote blikvanger is natuurlijk Mark Bogert himself. Wat beschikt deze man over een vloeiende techniek en wat weet hij die in heerlijke melodieën/solo’s te vangen. Het siert de man dat hij een aantal solo’s liet aan collega-gitarist Remy Hansen, die dat voortreffelijk deed. Beiden wisselden de begeleidingsdiensten af, ook op de akoestische gitaren die uitstekend werden versterkt.
De ritmesectie stond als een huis. De bas stond gelukkig helder en niet al te dominant in de mix. De toetsenisten Koen Stam en ‘Eminence Grise’ Cleem Determeijer zorgden voor de orkestrale inkleuring. Determeijer gaf daarnaast een lesje ‘ken je klassiekers’ met het piano-intro voor What Do They Want From Me met o.a. een fragmentje Ruthless Queen en Firth of Fifth. Stam gaf af en toe een heerlijke synthesizersolo weg.

Dat brengt ons bij de vocalisten. Ik had de indruk dat ze in het begin bijna allemaal moeite hadden om vocaal en dramatisch overeind te blijven in de mix. Dat gold niet voor Cindy Oudshoorn. Zij was meteen ‘spot on’ met haar heldere stem. Ook in dramatisch opzicht voerde zij duidelijk de boventoon. Zij had ook wel een dankbare ‘spookachtige’ rol als Elizabeth Hollingsworth, waarbij de rijkelijk aangebrachte schmink voortreffelijk zijn werk deed.

Dat laatste gold ook voor Rodney Blaze, die enkele malen in duet ging met Oudshoorn. Net als de andere vocalisten groeide hij gaandeweg zichtbaar in zijn rol, waarbij zijn expressie steeds meer aan kracht won. Hij heeft zo’n heerlijke rauwe brulboei, zoals we hem kennen van het Star One-project van Lucassen. Ik weet niet of de tijd vat op hem heeft gekregen, maar hij wisselde fantastische uithalen af met passages waar zijn stem in bepaalde registers duidelijk aan kracht inboette.
Edwin Balogh had de moeilijke taak om Edward Reekers te doen vergeten, wat hij vocaal uitstekend deed. Over de vocale kwaliteiten van Jan Willem Ketelaers hoeven we ons geen zorgen te maken, al had ook hij even nodig om er in te komen. Soms sprak zijn gezichtsuitdrukking boekdelen met betrekking tot de vocale inspanningen die hij moest leveren.

Zoals gezegd staan Oudshoorn vocale kwaliteiten buiten kijf. Nadine Pruim liet ook een zeer sterke indruk achter met haar heldere stem en een paar geweldige uithalen. Wel zoekt zij in de intonatie af en toe heel erg de randjes op. Maria Catharina en Inge Rijnja beschikken beiden over een uitstekende stem, maar zouden in theatraal opzicht nog wel kunnen groeien.

Na de pauze gingen de remmen los met de highlights uit “JtR1888”. Waar het in “Hollingsworth Mansion” leek of de focus het won van de spontaniteit en het genieten, was daar na de pauze absoluut geen sprake van. Waar bij ”Hollingsworth Mansion” de nadruk ligt op het symfonische en melodische aspect, is “JtR888” heavier, pittiger en losser. Dat was ook te zien aan de beleving op het podium. Hoogtepunten waren hier het schitterende duet tussen Oudshoorn en Blaze, waarbij Oudshoorn letterlijk een kroon(tje) op dit muzikale werk zette. Daarnaast het sterke afsluitende Freedom of London met het vele koorwerk en de geweldige gitaarsolo in het midden.

Met mij hebben velen ontzettend genoten van dit muzikale en theatrale spektakel in De Pul. Er was veel aandacht besteed aan de historische kleding van de vocalisten, wat erg goed aansloot bij de tijdsgeest van beide verhalen. In een grotere zaal met een groter podium zou deze show, vooral op theatraal gebied, nóg beter tot zijn recht komen. Voor de liefhebbers is Magoria dit jaar nog één keer te bewonderen op vier December in De Lawei in Drachten. Gaat dat zien! Een mooi Sinterklaascadeautje, toch?