Spock’s Beard

zaterdag 7 februari 2026

Info
Foto’s: Richard Winkel (Poppodium Boerderij)
Spock's Beard | Website 
Locatie
Poppodium Boerderij, Zoetermeer 
Ted Leonard: gitaar, toetsen, zang 
Dave Meros: basgitaar, zang  
Alan Morse: gitaar, zang  
Ryo Okumoto: toetsen  
Nick Potters: drums, zang  
At the End of the Day 
Invisible 
Crack the Big Sky 
Electric Monk 
On a Perfect Day 
The Archaeoptimist 
Walking on the Wind 
Next Step 
Toegift: 
Go the Way You Go 

Het Amerikaanse progkwintet Spock’s Beard maakte weer eens zijn opwachting in de Boerderij, na een afwezigheid van acht jaar. De laatste keer betrof een duo-optreden met de Zweedse Flower Kings. Met het splinternieuwe, goed ontvangen studioalbum “The Archaeoptimist” onder hun arm/in hun bagage en met een aantal optredens in de VS zojuist afgerond, zou je toch zeggen dat de heren met een goed gevoel en volop zelfvertrouwen naar Europa waren afgereisd. De vorige avond hadden ze de Europese tour al afgetrapt in Uden, nu was het de beurt aan Zoetermeer. Ik was dan ook vol verwachting op een koude, donkere zaterdagavond van huis vertrokken richting Neerlands progtempel nummer een, in de hoop op een hernieuwde kennismaking met de groep die in 1992 door de broers Neal en Alan Morse werd opgericht. De bezetting is al sinds jaar en dag dezelfde met één uitzondering: de jonge drummer Nick Potters heeft Jimmy Keegan vervangen achter het drumstel. Hij zal bovendien de achtergrondzang verzorgen, zoals een illustere voorganger dat ook ooit deed. Het ervaren team van John Vis (MysteryKayak, Unitopia) zal deze avond opnames maken voor een later te verschijnen DVD. 
 
 
Wat een heerlijke verrassing: het epische At the End of the Day van “V” (2000) is de opener van de set van de Amerikanen. Dit is mijn favoriete nummer van de band en mijn (verlate) kennismaking met hen. Het rammelt nog wel een beetje, er worden regelmatig foutjes gemaakt, maar de energie spat ervan af. Ruim een kwartier lang prog van de bovenste plank, dat is een goed begin. Het geluid staat echter veel te hard, drums en bas zijn te prominent in de mix, en de zang van Ted Leonard is matig. 
 
The Beard zal deze avond vier nummers van het nieuwe album spelenInvisible krijgt helaas een valse start mee en moet opnieuw ingestart worden, inclusief video etc. Het gitaarduet tussen Morse en Leonard maakt veel goed. Crack the Big Sky begint met het basintro van Dave Meros, maar verandert al snel in een geluidsbrij. Ligt het nou aan mij? Weer een nieuw nummer, Electric MonkHet unisono gitaarduet is wederom een reddende engel. Ik besluit mijn plekje voor het podium, recht voor de PA op te geven en te horen of het elders in de zaal beter toeven is. 
 

De akoestische interlude van On a Perfect Day van het album “Spock’s Beard” uit 2006 kan mijn zere oortjes beter bekoren. Dan volgt het titelnummer van het nieuwe album, The Archaeoptimist. Riemen vast voor twintigplus minuten melodieuze prog in deze epic met bij vlagen iets betere zang van Leonard. Maar helaas, zelfs het jazzy middenstuk (There she goes) wordt vakkundig om zeep geholpen door de geluidstechnicus achter het mengpaneel in de zaal. Dat laat onverlet dat de band een groot applaus oogst voor dit prima nummer, ere wie ere toekomt. 
 

Walking on the Wind is een ouder nummer van “Beware of Darkness (1996). Het middeleeuws aandoende thema gevoegd bij de akoestische gitaarpartij van Morse kunnen mij wel bekoren. Ook het laatste nieuwe nummer, Next Step, moet een paar keer opnieuw gestart worden. Tot overmaat van ramp moet Ryo Okumoto net dit moment aanpakken om reclame voor de merchandise te maken, jammer. Het blijkt het laatste nummer van de reguliere set, maar Leonard geeft al bij voorbaat aan dat er nog een aardig staartje volgt. 
 
Dat staartje heet Go the Way You Go en bevat voldoende ruimte voor solospots voor zo ongeveer iedereen inclusief een drumsolo aan het einde (!) en Ryo op draagbare toetsen (keytar). Door dit nummer van debuutalbum “The Light” (1995) op te rekken tot ruim twintig minuten wordt een totale speelduur van twee uur en circa tien minuten bereikt. Dan is de koek op. 
 

Mijn hemel, wat een volume deze avond. Het was veel en veel te hard en bovendien slecht afgesteld, erg onkarakteristiek voor de Boerderij. Of de man achter de knoppen nou tot de vaste staf van de Boerderij behoorde of dat hij was meegereisd met het Amerikaanse gezelschap blijft onduidelijk. Vooral de zang leed eronder, het was af en toe niet om aan te horen. De enorme dosis galm achter Leonards stem kwam zijn vocale prestatie beslist niet ten goede. Helaas, moet ik zeggen, ik ben namelijk best een fan van de man die de Amerikaanse traditie van goede zangers met een hoog bereik (Journeys Steve Perry, Kansas’ Steve Walsh, Toto’s Bobby Kimball) voortzet. Maar deze avond was hij beduidend minder bij stem dan normaal. Geforceerd, zou ik bijna zeggen, en soms zelfs vals.  

 
Het totale geluid was, mede door het hoge volume, één grote brij. Alle subtiliteit was in een klap verdwenen. Nee, de echte sterren waren deze avond vooral op de flanken te bewonderen, de oudjes doen het nog prima. Vooral Alan Morse, in zijn glinsterende rode jasje en met zijn afgeragde Strat, stal regelmatig de show met flitsend gitaarwerk. Helaas ging dat gepaard met af en toe regelrecht clownesk gedrag, het is hem vergeven. Ryo Okumoto, gekleed in een lange jas en als altijd getooid met bandana en onafscheidelijke zonnebril, stond als een kat achter zijn twee toetsenborden gekoppeld aan een laptop, en toverde bij tijd en wijle geweldige melodieën uit zijn karige setup. 
 
Ik was tegen het einde van de avond enigszins murw gebeukt door de arenarock in clubformaat. Ruim 400 man/vrouw hebben desondanks een prima avond gehad en hun handen stuk geklapt. Ik hoop voor de band dat men de foutjes en vooral het geluid nog op orde kan krijgen. Anders wordt het nog een behoorlijke opgave om de geplande DVD in een redelijke oplage aan de man te brengen. 

Send this to a friend