Jan Willem Ketelaers 25th Anniversary Show

De muzikale carrière van Jan Willem Ketelaers start in 1999, wanneer hij bij zijn eerste coverband Basta begint. Na wat plankenkoorts overwonnen te hebben, zingt hij in verschillende muziekgenres, totdat het vanaf 2010 wat serieuzere vormen aanneemt met Totolicious en de Classic Rock Show. Met deze laatste band staat hij tot en met 2017 in theaters en feesttenten in Nederland, België en Duitsland.

De jaren daarna speelt Jan Willem in diverse bands en projecten zoals Ayreon, Robby Valentine, Gary Moore Band, Redstacks en Knight Area. In 2019 brengt hij in samenwerking met Sander Heerings onder de naam Into The Open een eigen album uit, “Destination Eternity”, dat ook live gespeeld werd.

Het jaar 2024 staat grotendeels in het teken van de release van de nieuwe rockopera van Mark Bogert’s Magoria, de band waarbij Jan Willem al vanaf het eerste uur betrokken is. Verder is hij betrokken bij The Liberty Tour van Edward Reekers en andere mooie nieuwe avonturen.

Zondagmiddag 22 september 2024 kijkt Jan Willem in Bibelot te Dordrecht samen met een speciaal geformeerde band en een aantal bijzondere gasten terug op de afgelopen 25 jaar. Naast een aantal lekkere rockcovers, die belangrijk zijn geweest in zijn muzikale opvoeding, zal ook een groot gedeelte van het album “Destination Eternity” voor de tweede keer live gespeeld worden. Ook staat hij stil bij diverse mijlpalen, met muziek van onder andere Ayreon, Magoria, Knight Area en nog veel meer.

De foto’s bij dit bericht zijn van Lori Linstruth.


De onzichtbare band



Muzikanten kunnen een belangrijke rol vervullen in je leven. Ook al ken je ze niet altijd persoonlijk en fysiek, er ontstaat vaak een onzichtbare band met een artiest, zonder dat je je ervan bewust bent. Soms zelfs een “band” voor het leven.

Een goed voorbeeld van een band met artiesten deed zich afgelopen week voor. Op de Facebook-pagina van Mariusz Duda werd ik deze week opnieuw geconfronteerd met het verlies van een van de beste gitaristen van de eerste vijftien jaar van deze eeuw. Piotr Grudziński was de gitarist van Riverside die mij vanaf de beginperiode ontroerde en fascineerde. Met zijn fantastische solo’s en riffs zorgde hij voor een groot deel voor het succes van deze formatie. Natuurlijk via de cd’s, maar ook tijdens concerten. Tot aan 2010-2012 was ik een trouwe fan en verslond alles wat met de band te maken had. Ik bezocht meerdere concerten in Zwolle, Hellendoorn en Tilburg en het eerste concert dat ik mij herinner was in Hardenberg in 2006. Na een van die concerten raakte ik aan de praat met Grudziński, beiden met een biertje in de hand. En hoewel hij op het podium een man van weinig woorden was, praatte hij graag over muziek maar was hij ook geïnteresseerd in mij als persoon. In mijn beroepsleven, in wat mij bewoog en welke artiesten ik goed vond. Niet volledig zijn schuld, maar de liefde voor de muziek van Riverside werd minder na de release van het album “Shrine of New Generation Slaves”. De band verloor interesse. Tot aan 21 februari 2016. De hele progwereld, althans een groot gedeelte, raakte in shock na de plotselinge dood van Grudziński. Op de leeftijd van slechts 40 jaar, na een hartstilstand! Ik voelde me die avond ellendig. Gek genoeg stopte mijn hart op dat moment blijkbaar ook voor Riverside. Nooit werd de muziek zo magisch als het daarvoor klonk, toen de gitarist nog leefde. Verleden week overviel mij opnieuw dat droevige gevoel toen Duda zijn kameraad en collega memoreerde in een Facebookpost.

Als je als fan vaak naar muziek luistert, video’s kijkt en je verdiept in een band, ontstaat er iets vertrouwds. Ik heb dat ook met de muziek en de muzikanten van Marillion. Eigenlijk gaat er geen dag voorbij zonder dat Marillion, in welke vorm dan ook, mijn leven voorbij gaat. Dat is al in de jaren negentig ontstaan, toen ik nog een tiener was. Ik probeerde mijn toenmalige vriendin ermee te indoctrineren, met als resultaat dat de muziek jaren later werd afgespeeld tijdens mijn huwelijk. De muziekinstallatie van het gemeentehuis speelde bijna clichématig No One Can (take you away from me now) tijdens het ondertekenen van de huwelijksakte. “Marbles” werd grijs gedraaid met mijn pasgeboren zoon op schoot, ’s avonds op de bank als hij weer eens niet kon slapen. Ik word ook elke dag met Marillion geconfronteerd door middel van mijn persoonlijke Spotify-lijsten, het passeren van de kast waarin die enorme cd-collectie staat, door het scrollen van mijn Facebook- of X-tijdlijn. Of via YouTube, waarvan het algoritme zo verziekt is dat het alles voorstelt wat met Marillion te maken heeft. Of wanneer ik mijn vrienden, collega’s of bekenden vertel dat de beroemde crowdfundingacties ooit zijn ontstaan bij of door Marillion. De keren dat ik een concert van Marillion heb bezocht is ook niet meer op de vingers van vier of vijf handen te tellen, hoewel ik een weekend in Port Zélande nog nooit heb meegemaakt. Mijn werk is altijd de spelbreker maar ach, er moet altijd wat op een bucketlist blijven staan. Al met al zorgt die dagelijkse confrontatie ervoor dat muzikanten tot je inner circle gaan horen.

Het is niet zo dat ik Steve Hogarth zie als een god. Nee, die man heeft genoeg excentrieke trekjes waar een eventuele god ver verwijderd van mag blijven, mocht ik überhaupt ooit in een god gaan geloven. Maar ik word altijd blij als ik hem hoor zingen of wanneer hij weer in een preek belandt tijdens een concert. Pete Trewavas is voor mij ook een held, maar lijkt ook heel gewoon als je zijn Facebook-tijdlijn leest. Als een vriend die je elke dag groet op straat. Dat je ongerust én geïnteresseerd raakt als je leest dat hij als bassist vervangen moet worden omdat hij onder het mes moet. Of dat je een goed gesprek wil voeren met Steve Rothery, omdat je vindt dat hij wat aan zijn lijn moet doen, want het is aftellen tot aan gezondheidsproblemen. Maar als je hem volgt (en kent) weet je wel dat hij het zelf ook verschrikkelijk vindt.

Nog zoiets, als kok is het mijn ultieme droom ooit eens voor de band te koken. Pisnijdig werd ik dan ook toen ik vernam dat notabene (demo)slager en ultieme diehard fan Gertjan Kiers ooit eens voor hen gekookt heeft. Een slager!

De dag dat Steve Hogarth of een van zijn vier kameraden iets overkomt, of erger, komt te overlijden, wordt onherroepelijk een van de ergste dagen in mijn leven. Hoe ver weg ze fysiek ook staan, ze blijven waarschijnlijk altijd denkbeeldige vrienden. Een onzichtbare band.

Al ruil ik ze voor geen geld voor mijn vrouw, kinderen of vrienden.
Je kan ook overdrijven. 

Interview met de Nederlandse band Gula

De Nederlandse band Gula is ontstaan in 2015 en bestaat uit Pieter Dirksen, Aad Oliehoek, Ilja Fase en Jan Bleijenberg. Hoewel het niet direct progrock is wat de band maakt, is de formatie interessant voor liefhebbers van psychedelica, stoner, postrock en doom metal. Althans, als je de muziek van deze band in een bepaald genre wilt stoppen, want het is niet makkelijk deze band te duiden. Opvallend is dat er over de band nog maar weinig te vinden is in de nationale en internationale muziekpers. Ruard Veltmaat verdiepte zich in deze Nederlandse band en stelde hen een paar vragen.

Vertel eens wat meer over jullie band, hoe is die ontstaan en stel ons de bandleden eens voor?

Jan: Ilja en ik kennen elkaar nu al meer dan twintig jaar en we hebben samengespeeld in een Afrikaanse percussiegroep. De eerste band HeadSmoke, waar zij de basgitaar en ik elektrische gitaar speelde, is geformeerd in 2011. In 2013 verving Aad de toenmalige drummer. In maart 2015 hield HeadSmoke op te bestaan.

Vanaf dat moment kwamen Ilja en ik regelmatig samen om te jammen. Een aantal nummers, zoals Symbiosis, Laughing Song en een deel van Blind Spot, is in die periode ontstaan. Nadat Aad eind 2015 ook al een enkele keer meespeelde, kwam hij aan het eind van de zomer van 2016 er als vast bandlid bij. In die periode is de bandnaam ontstaan en in 2017 deden we het eerste optreden. In 2018 werd het debuutalbum “Gula” opgenomen. Op dit album hebben wij Pieter, die Ilja het jaar daarvoor had leren kennen bij een concert in Worm (Rotterdam), gevraagd om bij een aantal nummers een synthesizerpartij in te spelen. Na de opnamen is Pieter een vast lid van Gula geworden.

Pieter: In het dagelijks leven ben ik software-engineer bij een bedrijf dat klimaat- en milieu-invloed van voedselproducten berekent en daar beleef ik veel plezier aan. Stiekem lijkt het bouwen van een patch in een modulaire synthesizer ook veel op software bouwen, haha.

Aad: ik werk bij de KB (Koninklijke Bibliotheek), de nationale bibliotheek van Nederland, en ik hou me daar voornamelijk bezig met het testen van verwerking van publicaties (datamigratie, metadata, software). Naast Gula speel ik in verschillende projecten waaronder The Bicycle Repair Band, waarin mijn oudste zoon het meeste van de muziek schrijft en speelt. In die formatie speel ik vooral gitaar.

Jan: Ik ben procesoperator in ruste en heb veertig jaar in de Botlek gewerkt. Muziek maken en spelen doe ik in meer of mindere mate, sinds mijn middelbare schooltijd. Ik heb ook een periode weinig met muziek gedaan. Mijn oude VOX AC30 die in een hoek stof stond te vangen, heb ik toen verkocht. Helaas heb ik daar nog steeds een beetje spijt van. Een andere interesse is geschiedenis en ik heb vele jaren motor gereden.

Ilja: Voor mijn werk begeleid ik studenten in hun opleiding aan de Erasmus Universiteit en dan vooral als ze vastlopen door persoonlijke omstandigheden of als ze een ondersteuningsbehoefte hebben vanwege bijvoorbeeld autisme of dyslexie. Naast het spelen van de basgitaar in Gula speel ik heel graag West-Afrikaanse percussie bij Kawienbi. Dat ligt helaas sinds corona stil. Verder maak ik graag video’s waar ik zelf muziek/samples bij maak. Jan en ik werken hierin soms samen onder de naam Suspension of Aagtje Productions. Ik hou verder van eten en het verzamelen van deze producten. Vooral zeewier en ook schelpdieren. Ik woon in een dorp aan de Oosterschelde dus een paradijs wat dat betreft.

De naam Gula is in mijn optiek perfect gekozen voor het type muziek dat jullie produceren. De naam straalt gelijk een psychedelische vibe uit; van een andere wereld, hypnose. Hoe komen jullie tot deze naam en vertel er eens wat meer over?

Ilja: Dankjewel! De naam Gula kwam ik ooit tijdens het schrijven van m’n scriptie tegen, die ging over de relatie tussen eten en identiteit door de tijd heen. Gula betekent onder andere keel of strot, maar is ook Latijn voor gulzigheid. Ik kwam op Gula, omdat ik keek naar de zeven hoofdzonden, waaronder vraatzucht. Gula is dus een hoofdzonde. Ook leerde ik dat Gula een Mesopotamische godin was van de geneeskunde. Later werden vrouwen met geneeskracht als heksen bestempeld. Het fascineerde me dat er ooit een tijd was dat dat niet zo was, dat spreekt voor mij enorm tot de verbeelding. Muziek werkt wat mij betreft helend en daarom vond ik het ook een heel mooie naam. Ik vond het een naam met allerlei associaties en met een heel gave klank. De G van Gula komt ook echt vanuit de keel. Gula roept voor mij een sfeer op van machtig, groots en vrouwelijk. Ook het beeld van Gula is prachtig met in de ene hand een scalpel, in de andere hand een stuk doek en naast haar een hond die de wonden kan likken.


Er hangt een opvallend verhaal aan jullie nieuwe album “Birds Of The Apocalypse”. Het lag eigenlijk al ruim drie jaar op de plank voordat jullie het gereleased hebben. Hoe komt dat zo?

Aad: Corona gooide voor ons roet in het eten. De helft van de nummers lag drie jaar op de plank (al opgenomen vlak voor de lockdown), maar de rest is een paar jaar later opgenomen. Alhoewel alle opnames een poos voor het uitbrengen afgerond waren, hadden we wat moeite om weer op gang te komen en naar deze release toe te werken.
Jan: Sommige nummers lagen qua schrijven ook al een lange tijd op de plank. Bijvoorbeeld het titelnummer Birds Of The Apocalypse, of eigenlijk een deel daarvan, is in 2017 ontstaan. Mede ook door de opnames van het eerste album “Gula” in maart 2018, is dit nummer op de plank blijven liggen. In het najaar van 2018 heeft het uiteindelijk de vorm gekregen die het nu heeft.

Jullie zijn nog niet rijkelijk te vinden op het internet, zowel qua interviews, als qua recensies. Dat komt natuurlijk een beetje door het type muziek, hoe denken jullie daar zelf over?

Aad: We hebben wel diverse media benaderd, maar een aantal vindt ons misschien wat lastig te plaatsen. We zijn niet volop metal en ook niet heel duidelijk progrock of een andere stijl. We hebben nu vooral aandacht genoten van webzines die een bepaalde scene reviewen vanuit de underground en in eigen beheer uitgebrachte muziek. Het gegeven dat we niet bij een label ondergebracht zijn werkt wellicht ook niet mee voor de reguliere kanalen. Toch is ons debuutalbum wel gerecenseerd op bijvoorbeeld Doom-metal.com, DPRP.net, Rock Tribune en Lust for Life, dus we mogen niet klagen. Uiteraard hopen we dat ons nieuwe album minstens evenveel aandacht mag verdienen. Inmiddels stromen er al wat meer reviews binnen.

Daarover gesproken; de muziek balanceert tussen psychedelica en doom metal. Maar hoe dan ook is er geen goede schifting te maken in mijn optiek als recensent. Wat vinden jullie zelf?

Pieter: Voor mij is de stijl niet echt een bewuste keuze, het is meer wat er ontstaat tijdens het musiceren en goed voelt als je met een groep mensen samen gaat spelen. Psychedelische muziek en doom is voor ons allemaal een inspiratie, dus daar is wel een duidelijk raakvlak. Jan: Als mensen mij vragen wat voor muziek we spelen, is het antwoord, Rock/heavy music, afgewisseld met sferische stukken. Verder ben ik er eigenlijk niet zo mee bezig. Het is wat Pieter zegt, de muziek “ontstaat” en ontwikkelt zich dan weer meer richting het psychedelische en dan weer meer richting doom. Ilja: door onze verschillende en gedeeltelijk overlappende muzieksmaken ontstaat die typische mix en weten we elkaar tegelijkertijd ook te vinden.


Wat zijn dan jullie inspiratiebronnen?

Jan: Voor mij zijn dat de jaren 60, en 70 rock, progrock en psychedelische muziek. Ook de jaren 90 en latere rock/grunge/alternatieve/stoner metalrock en doom. Bijvoorbeeld de oude Pink Floyd (Ummagumma), Zappa, Camel, Lou Reed, Deep Purple, Kyuss, Motorpsycho, Colour Haze, Dark Buddha Rising, the Heads en nog vele andere. Pieter: voor dit album vooral psychedelische rock, doom, stoner, drone, noise, dub en krautrock. Kortom, experimenteel, repetitief en meestal vrij heftig, haha. Wat specifieker: Dark Buddha Rising, Gnod, Bong, Zion Train, Jah Shaka, Cough, Hills, The Angelic Process, Quicksilver Messenger Service, Orphax en NEU! Wat recenter ben ik ook de donkere/psychedelische kant van de elektronische muziek ingedoken. Denk aan dark psy, psycore, hi-tech en slambient muziek, daar zal in de toekomst ook wel wat van terug te horen zijn, vermoed ik.

Aad: Mijn favoriete bands zijn Iron Maiden, Bruce Dickinson, Judas Priest, Bad Religion, Midnight Oil en Rush. Black Sabbath en Helloween zijn andere favorieten. Qua extremere metal ben ik nogal van de jaren negentig. Ik hou ook van allerlei oude prog zoals Jethro Tull, Pink Floyd, Van der Graaf Generator, Camel en Steve Hillage, maar ook veel van jazz, zoals John Coltrane en McCoy Tyner. Dit gezegd hebbende, ik denk niet dat je dit allemaal duidelijk terug kan vinden in Gula, haha! Alhoewel, wat we denk ik wel met bijvoorbeeld Iron Maiden en Jethro Tull en andere progrockmuziek gemeen hebben is dat we graag veranderingen aanbrengen binnen nummers. Het nummer Merge van ons debuut laat mooi in een notendop zien dat we zowel trage als snelle muziek combineren. En ikzelf drum meestal ook niet lang op eenzelfde manier.

Ilja: Alle mooie dingen des levens denk ik. Voorbeelden op basgitaar zijn voor mij onder andere Al Cisneros van Sleep en Om, Geezer Butler van Black Sabbath, Ego Sensation van White Hills en Komet Lulu van Electric Moon. Qua zang bijvoorbeeld weer Lori S. van Acid King en Kim Gordon van Sonic Youth, Marissa Nadler, Anna von Hausswolf. Andere inspiratiebronnen zijn William Blake (dichter en kunstenaar uit de 18e-19e eeuw) en spirituele teksten zoals stukken uit de Upanishads (hindoeïsme). Qua muziek vind ik eerder genoemde bands fantastisch en hierbij nog wat voorbeelden: The Heads, Demented Are Go, Sleep, Moor Mother en Plague Organ, Arvo Pärt, Alice Coltrane, Goat, Atomikylä, Creedence Clearwater Revival, Augustus Pablo, Yabby U, Ty Segall, Gnod, Terminal Cheesecake en onder andere Motörhead.

Hoe komen jullie nummers tot stand?

Jan: Veelal uit individuele ideeën waar op wordt gejamd. En dan vooral het uitproberen van combinaties van twee losstaande ideeën. Zo is bijvoorbeeld Blind Spot ontstaan. Ilja: wat Jan aangeeft. En voor mezelf ontstaat een stuk vaak uit een bepaalde associatie of andersom. Bijvoorbeeld bij het nummer Pigs In Space. Dat begon met een opzwepend drumritme van Aad. En de tekst is ontstaan uit de drive van de drums en riff van Jan. Deze hadden een enorme festival vibe. Het gevoel van lekker uit je plaat gaan en op die manier ontstaat er een bijpassende tekst. Bij No Harmony zit een intro dat ik al heel lang had liggen. Dat gaat over de beklemmende sfeer die de zomer kan hebben. Al dat leven! Uiteindelijk heb ik het nummer aangevuld met een tekst gebaseerd op een interview met Werner Herzog over de jungle. Dat paste voor mij heel goed bij de sfeer van het intro. En soms begint het met een jam vanuit een riff van iemand. Bijvoorbeeld Bhoga. Daarvan is de zware riff van Pieter en de up-tempo bas kwam ineens tijdens het spelen van de riff als overgang. Zo jammen we vaak op stukken en kijken we wat er gebeurt.


Jullie muziek is een apart genre, een aparte stroming in de rockwereld. Het ademt een specifieke sfeer uit. Als jullie die sfeer zelf onder woorden moeten brengen, hoe zou je dat dan verwoorden?

Ilja: Voor mij ademt het de sfeer van de zwarte romantiek. Een sfeer die je bijvoorbeeld ook terugvindt bij William Blake. Het lichte in het donkere zien/zoeken, zoiets. Dat maakt het voor mij onderdeel van de zwarte romantiek. Bij ons is het ook het contrast binnen nummers wat onze muziek een typische sfeer geeft. Het lijkt vaak te gaan over chaos of wanhoop die nodig zijn om iets te laten ontstaan. Veel nummers hebben een contrast tussen licht en donker.

Jullie nemen jullie albums volledig analoog en veelal in één take op. Vanwaar deze werkwijze?

Jan: Het eerste album is analoog (tape) opgenomen, het album “Birds Of The Apocalypse” is met een modern gestuurd programma opgenomen.
Beide zijn wel in één take opgenomen. Dat wil zeggen, we spelen het nummer live samen, in één ruimte in. De zang en kalimba zijn later wel apart opgenomen in verband met de enorme hoeveelheid overspraak die zou ontstaan. Overigens zijn er later nog wel twee extra gitaarpartijen ingespeeld, dat staat ook vermeld op de hoes. Ilja: het niet in één take opnemen voelt onnatuurlijk voor mij. Zo speel je in de realiteit nooit, dus waarom zou je het op een andere manier opnemen?

Een van de meest fascinerende tracks op het album is Ana is Anna. Vertel eens wat meer over dat nummer?

Jan: Wat betreft de muziek is het ontstaan uit een jam van Aad en mij. Later hebben we het intro en de break eraan toegevoegd en uitgewerkt. Het eerste idee was om in de break een soort van gitaarmelodie/solo te spelen. Uiteindelijk kwamen we uit op een soort gitaartokkel. Het mooie daarvan is dat er daardoor ruimte vrij kwam voor de toetsen en de bas om te variëren. Ilja: de sfeer die het nummer kreeg paste voor mij bij een stukje uit de Upanishads over de adem als basis van leven. Ana is Anna betekent “adem is voedsel”. Zonder adem is er niets. En als adem niet de ruimte krijgt, dan krijgen smaken, geuren, geluiden en beelden dat ook niet. Het eerste deel is heel ruimtelijk en licht, waarna in het eindstuk een soort wanhoop losbreekt. Dan is de adem weg.

Een kritisch punt vanuit het oogpunt van een progrocker met liefde voor melodie; Laughing Song is een stonertrack bij uitstek; repeterend, loodzwaar en de lach op je gezicht is ver te zoeken als je dit luistert. Kun je wat meer over dat nummer vertellen? 

Ilja: Haha ;) Laughing Song is al heel oud en lag voor Jan en mij al lang op de plank. Ik hou enorm van de kunst en poëzie van William Blake en vooral het gedicht Laughing Song. Het gaat over samen in de natuur zijn en plezier hebben. De zware riff eronder geeft voor mij een sfeer van de teloorgang. Alsof onze zintuigen en het sociale het steeds meer moeten ontgelden en we als we lachen dit alleen nog hysterisch doen of verwrongen. Tegelijkertijd is voor mij zware langzame muziek juist muziek waar ik enorm blij van word. Het appelleert aan iets wat in me zit en wat er daardoor ook mag zijn en dat maakt me blij.

Bijzonder fraai is ook de titeltrack. De tekst klinkt sterk filosofisch en cryptisch. Als de teloorgang van de wereld, kun je daar wat meer over vertellen?

Ilja: De titel is een combinatie van het citaat dat ik gebruik in de teksten van het nummer uit Heart of Darkness van Joseph Conrad en de daaruit voortgekomen film “Apocalypse Now”. Het nummer heeft meerdere werktitels gekend. Apocalyptic Fuzz Jettle bijvoorbeeld. Het intro is ooit in een andere vorm ontstaan toen Jan, Pieter en ik op het Fuzz Club festival in Eindhoven waren. Ik had toen m’n kalimba bij me en Jan zette samen met Pieter op gitaar in. Ik vind het heerlijk om samen te jammen. In die tijd keek ik veel oorlogsfilms en las ik het boek “Heart of Darkness” waarop de film “Apocalypse Now” gebaseerd is. Van het een komt het ander. Het gaat voor mij over het naïeve idee dat vechten in een oorlog een avontuur is, terwijl het pure ellende is.

In de recensie zal je een vergelijk vinden met Monkey3 en E-L-R en een vleugje My Dying Bride, kennen jullie die bands en luisteren jullie daar zelf ook naar?

Jan: Ik ken de bands en luisterde in het verleden veel naar Monkey 3. Pieter: Ik ken de bands inderdaad en heb zelf vroeger veel naar My Dying Bride geluisterd. Aad: Ik ken daar alleen My Dying Bride van. Ik heb daar veel naar geluisterd en dan vooral het jaren negentig werk. Ik heb ze ook een paar keer live gezien. Favoriete platen zijn voor mij hun eerste twee albums, plus “Symphonaire Infernus Et Spera Empyrium”.
Ilja: Van de bands die je noemt ken ik vooral Monkey3. My Dying Bride heb ik een keer live gezien. E-L-R ken ik niet, maar die ga ik nu wel luisteren natuurlijk.

In mijn recensie kun je de volgende zin lezen: “De zang van Ilja Fase zorgt nog steeds voor een extra unheimisch gevoel en lijkt soms op een bezwerende Indiaanse genezeres die vol passie haar goden aanbidt, op andere momenten denk je dat ze in een psychose is geraakt”.  Vind je dat een compliment of een belediging?

Ilja: Haha, dank voor het compliment! Dat is ook de sfeer die ik voel. Aan het aanbidden van goden had ik nog niet gedacht, maar ik snap de associatie. In een psychose ben ik gelukkig nog nooit beland, maar dat de zang soms overkomt als een andere werkelijkheid, ja, dat voel ik zelf ook. De gekte of afwijking komt eruit in m’n zang. De zang is voor mij een plek waar ruimte is voor iets waar dat elders niet het geval is.

Hoe staat het met optredens? Zijn er op regelmatige basis optredens voor de band?

Sinds corona zijn we bezig met het hervinden van een speelritme. Dit is bemoeilijkt door diverse blessures en omstandigheden bij verschillende bandleden.

Eind 2023 is jullie eigen album uitgekomen, wat vonden jullie (per bandlid) zelf het beste album van 2023?

Pieter: The Hanged Man – Tear It All
Jan: Lankum – False Lankum. Dit sferische en donkere folkalbum spreekt mij heel erg aan. Ik kijk uit naar hun optreden dit jaar op het Roadburn festival.
Aad: Ik moet bekennen dat ik er geen een heb…ik luister eigenlijk vooral naar oudere bands en de meeste brachten geen album uit in 2023. Ik zal de nieuwe Tull eens proberen binnenkort.
Ilja: Acid King – Beyond Vision.

 

 

Monkey3 komt met nieuw album

Op 23 februari 2024 brengen de instrumentale psychrock-meesters Monkey3 hun langverwachte nieuwe album uit onder de naam “Welcome To The Machine”. Zoals we van de band gewend zijn zal Napalm Records het album uitbrengen.

De muzikale thema’s van “Welcome To The Machine” zijn geïnspireerd op films als “2001: A Space Odyssey”, “The Matrix”, “Sunshine, Solaris en 1984”, waarin specifiek de relatie tussen mens en machine uitgelicht wordt. Het album zal volgens de band als een soundtrack voor een soortgelijke film klinken. Een nummer zoals de eerder uitgebrachte  single Rackman laat perfect horen hoe Monkey3 een van de weinige instrumentale bands is die op boeiende wijze een verhaal kan vertellen zonder de invulling van vocalen.

Monkey3 beweegt zich perfect tussen beklijvende passages en progressieve breaks, maar ook tussen betoverende grooves en kolossale riffs. Dat hoor je bijvoorbeeld ook in het onlangs in première uitgebrachte Collision. Terwijl het nummer het bewustzijn van de realiteit en de vernietiging van een kunstmatig machinesysteem onderzoekt, brengt de muziek een fascinerende en beklijvende sound zoals we dat van de band gewend zijn.

Gitarist Boris de Piante zegt over het nummer: “Het samenkomen van twee elementen zorgt voor chaos, maar ook voor rust en harmonie. Hierdoor ontstaat iets compleet nieuws. Waar zijn we naar op zoek? Wat willen we bereiken?”

Het album werd geproduceerd en gemixt door Raphaël Bovey en gemasterd door Lad Agabekov. Het typerende Monkey3 artwork is gemaakt door Sebastian Jerke.

Progwereld heeft alle albums van deze band gerecenseerd, wanneer je onder aan dit bericht de albumtitel aanklinkt surf je rechtstreeks naar de recensie. Ook vind je een interview van recensent Ruard Veltmaat met de band op de site.

Bezetting:
Boris: gitaar
dB: toetsen en programmering
Jalil: basgitaar
Walter: drums

Nummers:
Ignition
Collision
Kali Yuga
Rackman
Collapse

Albums:
Sphere (2019)
Astra Symmetry (2016)
The 5th Sun (2013)
Beyond The Black Sky (2011)
Undercover (2009)
39 Laps (2006)
Monkey3 (2003)

www.monkey3official.com

 

Interview Solarcycles

Sommige bands vallen gelijk op in positieve zin, op muzikaal gebied maar ook qua aankleding, styling en presentatie. Het uit Hoofddorp afkomstige Solarcycles is zo’n band. De muziek is zeer aangenaam en ook de presentatie is uniek en aansprekend. Misschien muzikaal niet per definitie vernieuwend, maar toch bevat de muziek interessante facetten die de interesse wekken. Er zijn genoeg redenen te vinden deze band eens in de schijnwerpers te zetten, die grijpt Progwereld dan ook graag aan.


De openingsvraag van dit interview prangt al heel lang in mijn systeem; de naam Solarcycles, waar komt die vandaan?

De naam is bedacht door onze zangeres, Sascha. Er zijn meerdere redenen waarom ze voor deze naam heeft gekozen. Allereerst passen de zoncyclussen goed bij onze band, gezien onze liefde voor de natuur een belangrijke rol speelt in onze muziek. De ongeëvenaarde schoonheid en kracht van de natuur dienen als een eindeloze bron van inspiratie voor ons. Daarnaast is het extra mooi en relevant voor ons om het woord “cyclussen” in de bandnaam te hebben, vanwege de inspiratie die we halen uit culturen en stromingen die het leven en de natuur beschouwen als een voortdurende cyclus.

Dat gaat diep….

Ja, misschien wel, maar de zon is cultureel en historisch gezien betekenisvol en relevant voor onze muziek. Veel van onze muziek is geïnspireerd door onverklaarbare fenomenen, mysterieuze krachten in ons universum, historische, esoterische kennis en paganistische denkbeelden. Het verwijzen naar de zon in onze bandnaam is wellicht de krachtigste mogelijkheid daarvoor. De zon heeft door de geschiedenis heen enorme betekenis gehad in diverse denkbeelden, religies en culturen, en is daarom een machtig en verbindend symbool. Daarnaast is de zon natuurlijk de drijvende kracht achter alles wat op deze wereld bestaat, groeit en bloeit.

Sascha koos voor één woord als bandnaam om de “eenheid” met de natuur te benadrukken, op cultureel, fysiek, spiritueel en metafysisch vlak. Dit sluit aan bij het Nederlandse gebruik van het schrijven van dergelijke woorden als één geheel en geeft een mooie knipoog naar onze Nederlandse afkomst. Het ziet er simpelweg ook mooier uit, vinden we zelf.

Laten we eens beginnen met jullie voor te stellen aan het Nederlandse publiek. Wat kunnen jullie vertellen over Solarcycles?

In de zomer van 2014 zijn Sascha en Iwan begonnen met het schrijven van de eerste nummers. Zij hadden elkaar ontmoet in een andere symfonische metalband die een paar maanden daarvoor uit elkaar was gegaan. Het was het perfecte moment voor een eigen project, waarin al hun creatieve ideeën tot uiting konden komen zonder tegenstand van bandleden met uiteenlopende muzikale voorkeuren. Iwans jongere broertje Ralf voegde zich snel bij de band als drummer. Via een advertentie op een muzikantenplatform was begin 2015 het team compleet met de toevoeging van violiste Silvana en toetsenist Frank.

Hoewel alle bandleden eigenlijk een andere muzikale achtergrond hebben, komt alles samen in de muziekstijl die wij maken, waarin we ruimte vrijmaken voor verschillende muzikale invalshoeken. We vinden het leuk als iedereen zijn stempel op de muziek kan drukken.

Voor Solarcycles heeft elk van ons ervaring opgedaan in andere bands. Iwan en Ralf zaten in hun eigen melodieuze deathmetalband Deamension; Iwan was betrokken bij een thrashmetalband genaamd Raiser en zat samen met Sascha in een symfonische metalband genaamd Cold Embrace. Frank speelde jarenlang in de band Beyond Existence, terwijl Silvana haar bijdrage leverde aan de gothic/doommetalband Endymaeria.

En de gezamenlijke interesse voor de natuur dus?

Jazeker. In onze muziek bekritiseren we expliciet de vernietiging van de natuur en streven we naar een nieuwe eenheid/verbinding tussen mens en natuur. We geloven erin dat dit ontzettend belangrijk is voor een mooiere en betere wereld waarin alles weer in balans is.

Wat kunnen jullie vertellen over jullie debuutalbum?

Ons debuutalbum “Lunar” is een samenstelling van nummers die we gedurende de afgelopen jaren hebben geschreven. Na onze ep in 2017 volledig zelfstandig te hebben opgenomen, gemixt en gemasterd vanwege ons studentenbudget, hadden we deze keer gelukkig meer budget beschikbaar en een enorme motivatie om de hoogst mogelijke kwaliteit te bereiken. We hebben professionals ingehuurd voor het mixen en masteren, en de drums en viool zijn opgenomen in studio’s die hiervoor bijzonder geschikt zijn. Zelf speelden we ook nog steeds een grote rol bij het opnemen van alle andere instrumenten, maar met gebruik van professionelere apparatuur dan bij de ep. Hoewel het opnemen van muziek veel geld kost, hebben we door zelf veel te doen en slim gebruik te maken van ingehuurde professionals het maximale eruit gehaald.

“Lunar” is een melancholisch en hoopvol album waarin emoties, mysterieuze krachten en de verbinding met de natuur centraal staan. We denken dat de sfeer van het album magisch, open en krachtig is. We hopen dat luisteraars er zelf betekenis in kunnen vinden en tijdens het luisteren kunnen wegdromen en “reizen” naar een prachtig en betekenisvol landschap waarin tijd en ruimte vervagen.

Elk nummer op het album heeft een unieke betekenis. Terwijl het ene nummer gaat over het accepteren van pijn, behandelt het andere nummer de nutteloosheid van geweld en haat, terwijl de natuur ons allemaal accepteert en omarmt. Het album bevat het maatschappijkritische nummer Moonblind, waarin de destructieve invloed van de kapitalistische maatschappij wordt belicht. Andere nummers reiken naar mysterieuze en ontastbare krachten, waarvan we de aanwezigheid voelen maar niet kunnen bewijzen. In Ode to the Forest komt onze krachtige band met het bos aan bod, en in Moonlit Fields stellen we dat er geen bezit in de natuur bestaat en dat iedereen in feite vrij is in het leven. Het slotnummer Grows Then Dies verwijst naar de cycli van de natuur en het lijden dat het verstrijken van de tijd en het verval met zich meebrengt. Een terugkerend thema in alle nummers is onze band met de natuur en de acceptatie van de moeilijke momenten in het leven. Elk nummer biedt ook een sprankje hoop en vertrouwen in het feit dat de natuur het beste met ons voor heeft en dat dingen met een reden gebeuren.

Jullie muziek kun je breed beoordelen. Ik zou het vanuit mijn oogpunt als progrockrecensent kunnen benoemen als folkloristische progmetal, maar er zijn ook overlappingen met pagan of viking metal. Wat is in essentie de beste betiteling of benadering volgens jullie zelf?

Het is voor ons lastig om onze eigen muziek te categoriseren, dus luisteren we vooral naar wat anderen zeggen. De kern van onze muziek is een mix van harde, melodieuze metalstijlen, folk (zowel Keltisch als Scandinavisch) en vocalen met een indierockachtig karakter. In het kort beschrijven we het meestal als symfonische folkmetal, maar er zijn zeker ook progressieve en gothicelementen aanwezig. Wat we vaak horen of lezen is dat ons geluid uniek is, en daar zijn we trots op. Voor ons maakt het eigenlijk niet zoveel uit in welk genre we worden geplaatst.

Ik beschouw de productie van de cd als “warm”, een beetje wollig. Daar kan je natuurlijk over discussiëren, maar uiteindelijk vind ik het prettig om er naar te luisteren. Wie is  verantwoordelijk voor het hele pakket?

Zoals eerder uitgelegd, hebben we een uitgebreid productieproces gehad, deels in onze eigen studio en deels met professionele hulp. De algehele productie resulteert inderdaad in een warm geluid, waarschijnlijk door de grote hoeveelheid “low-end” in onze muziek, waar we zelf van houden. Dit voegt naar onze mening een diepere en mysterieuzere dimensie toe aan de nummers. De warme klank is ook deels bepaald door de professionals die we hebben ingeschakeld voor het mixen en masteren. We denken dat zij goed hebben aangevoeld welke sfeer we met onze muziek willen overbrengen.

Jullie hebben al een flink aantal semi professionele video’s geproduceerd. Die spelen zich altijd af in een bos en de natuur is duidelijk dus een grote inspiratiebron voor jullie. Kunnen jullie daar wat meer over vertellen?

Absoluut, dat klopt. Wij hechten veel waarde aan het produceren van muziekvideo’s, omdat deze een integraal onderdeel zijn van de totale muzikale ervaring die we onze luisteraars willen bieden. Video’s stellen ons in staat om de diepgaande betekenis en emoties achter onze nummers over te brengen, zelfs voor degenen die niet fysiek aanwezig kunnen zijn bij een liveoptreden, dankzij de mogelijkheden van deze moderne tijd. Met onze muziek streven we naar een ervaring die losstaat van ruimte en tijd, en wat is er tijdlozer dan de prachtige natuur?

Dus het filmen in de natuur is niet alleen een uitdrukking van onze liefde voor en verbondenheid met de natuur waar veel van onze teksten over gaan, maar ook een weloverwogen keuze om een tijdloze muziekervaring te creëren.




Het maken van zulke video’s is vaak een flinke kostenpost, hoe financieren jullie dat?

Wij financieren alles zelf en maken gebruik van onze eigen vaardigheden om de kosten te drukken. Sascha, onze zangeres, heeft een studie afgerond aan de UvA op het gebied van filmproductie, wat de basis heeft gelegd voor het zelf maken van video’s. Natuurlijk brengt het zelf produceren van clips ook investeringen met zich mee, zoals in apparatuur, outfits en decors, maar de grootste investering is tijd. Het is eerlijk gezegd nogal onhandig en uitdagend om zelf in de video’s te “spelen” die je maakt. Soms vereist dit ook wat onorthodoxe oplossingen, zoals het inschakelen van onze ouders en het geven van een spoedcursus camerabediening.

Gelukkig hebben we het voordeel dat we Sandra (van runes.of.ravens) hebben ontmoet, die zeer bedreven is in het maken van clips. Ze heeft al twee prachtige video’s voor ons geproduceerd (Ode to the Forest en Raven’s Call), waardoor wij ons kunnen richten op andere aspecten van de creatieve processen. Het blijft echter in ons DNA zitten om zelf betrokken te blijven bij het maken van clips. Gedurende het hele jaar zijn we bezig met het bedenken van nieuwe ideeën en het scouten van locaties. Het is voor ons niet alleen een leuke activiteit, maar ook een onlosmakelijk onderdeel geworden van wie we zijn als band.

Het logo van de bandnaam suggereert samen met de hoes dat het een black- of deathmetal-cd is. Waarom hebben jullie specifiek voor zo’n stijl gekozen?

De keuze voor het logo en de stijl van het album staat voor ons los van een specifiek genre, en er is geen bewuste intentie om naar een bepaald genre te verwijzen. Het album zelf representeert voor ons een magische plek in de natuur, en een visuele weergave van de natuur is voor ons niet gebonden aan een specifiek muziekgenre. Het vormt eigenlijk precies wat wij zien als een visuele samenvatting van alle nummers op het album.

Wat betreft het logo hebben we gekozen voor een ontwerp dat duidelijk de connectie met zowel metal als natuur laat zien, zonder specifiek te verwijzen naar black- of deathmetal. Het is een symmetrische compositie van symbolen en elementen die refereren aan belangrijke thema’s in onze muziek, zoals de maan, cyclus, pentagram en takvormige letters.

Ik ervaar een verschil tussen jullie ep “Ethereal Storms” en het debuutalbum “Lunar”. De ep hebben wij niet besproken, maar als ik nu een analyse moet maken  denk ik dat het debuutalbum vooral volwassener en puntiger is geworden. Ook de presentatie van Sacha’s stem is significant anders. Hoe ervaren jullie dat zelf?

Wij ervaren zelf inderdaad ook een duidelijk verschil tussen onze ep “Ethereal Storms” en het debuutalbum “Lunar”, en een deel van dat verschil kan worden toegeschreven aan het aanzienlijk andere budget zoals we eerder al meldden. Tijdens onze studententijd hebben we “Ethereal Storms” opgenomen en deden we alles zelf op het gebied van productie. Voor “Lunar” hadden we echter de mogelijkheid om te investeren in betere apparatuur en professionals in te schakelen voor het mixen, masteren, en de opnames van viool en drums. Vooral op het gebied van de vocalen hebben we aanzienlijke vooruitgang geboekt, mede dankzij de expertise van professionele geluidstechnici.

Hopelijk speelt ons voortdurende streven naar verbetering ook een rol. Met elke nieuwe productie willen we niet alleen artistiek groeien, maar ook technisch vooruitgaan. Het is een proces waarin onze muzikale visie steeds duidelijker wordt, en we hopen dat deze voortdurende inspanningen een rol spelen in het volwassener worden van ons werk.

Wat zijn jullie invloeden of waar luisteren jullie zelf veel naar?

Onze invloeden variëren sterk per bandlid en omvatten een breed scala aan genres. Binnen het metalgenre putten we vooral inspiratie uit bands als Children of Bodom, Insomnium, Within Temptation, Epica, Sonata Arctica, Dio en Ozzy Osbourne. In het folkgenre laten we ons beïnvloeden door bands als Faun, Wardruna, Irfan en Skáld. Maar we halen ook inspiratie uit misschien wat onverwachte bronnen, zoals Florence and the Machine, het vroegere werk van Paramore, Aurora, Sinéad O’Connor, Kate Bush en Lindsey Stirling.


Het artwork, produceren jullie zelf?

Ja, meestal wordt het artwork gemaakt door onze zangeres Sascha. Onze gitarist Iwan heeft het artwork voor de single “Grows Then Dies” gemaakt en zal dit waarschijnlijk ook iets vaker gaan doen in de toekomst.

Ik ervaar wat invloeden van een andere Nederlandse band, namelijk The Dreamside. Kennen jullie die band en zijn jullie daar wellicht door beïnvloed?

Nee, we zijn niet bekend met die band, maar we zullen zeker eens de tijd nemen om ernaar te luisteren en meer over hen te ontdekken. Bedankt voor de aanbeveling!

Wat doen jullie in het dagelijks leven?

Ondanks dat we steeds meer tijd investeren in de band, waarbij we ons bezighouden met diverse taken zoals social media, het schrijven van nieuwe muziek, repeteren, optredens, bestellingen, boekingen en het onderhouden van contacten met fans, hebben we ook nog allemaal een baan. Onze werkzaamheden variëren van logistiek en IT tot de biomedische sector, grafische vormgeving en kwaliteitsmanagement. Het is een uitdagende balans tussen onze passie voor muziek en ons dagelijks werk.

Jullie hebben onlangs opgetreden met Vanaheim, een band die qua stijl dicht bij jullie in de buurt komt. Hoe is het contact ontstaan?

Onze recente optredens met Vanaheim op 13 en 14 oktober 2023 waren een ongelooflijk leuke ervaring. Vanaheim brengt echt een feestelijke sfeer naar hun shows, wat perfect aansluit bij onze stijl. Het contact met Vanaheim is tot stand gekomen via social media; zij namen contact met ons op voor deze “Heidennachten” shows. Het was een geweldige kans en we zijn blij dat we deze samenwerking hebben kunnen realiseren.

Treden jullie op regelmatige basis op, hebben jullie daar behoefte aan of zijn jullie meer een studioband?

Op dit moment hebben we enkele shows op de planning staan en streven we ernaar om regelmatig op te treden, zowel nationaal als internationaal. Ons doel is om te groeien en uiteindelijk de festivalpodia te betreden. Tegelijkertijd koesteren we de mogelijkheid om intieme en sfeervolle shows te blijven spelen in de prachtige zalen die Nederland te bieden heeft. Hoewel we onszelf niet puur als een studioband beschouwen en optreden ons altijd enorm motiveert, hechten we ook grote waarde aan het schrijven en produceren van nieuwe muziek. Het moet een beetje in evenwicht blijven, voor onszelf maar natuurlijk ook voor de luisteraars die op een gegeven moment ook weer wat nieuws willen horen en zien.

Het debuutalbum ligt er, wat zijn de toekomstplannen?

Met het debuutalbum achter ons, streven we ernaar om vooral meer van alles te doen: meer albums uitbrengen, meer optredens verzorgen en meer muziekvideo’s produceren. We zijn al druk bezig met het realiseren van deze plannen. Voor ons is muziek maken niet slechts een hobby, het is eigenlijk onze levensstijl, en we doen niets liever. We kijken uit naar alles wat de toekomst ons brengt en blijven gedreven om onze passie te delen met ons publiek.

Interview Thijs Mulders van Welmoed

Bij de naam Welmoed denk je niet gelijk aan een muzikale formatie die black metal produceert. Dan denk je eerder aan een reusachtige Germaanse vrouw met… sproeten? Achter deze Nederlandse band schuilt Thijs Mulders die actief is binnen veel black metal bands. Mulders is ook geïnteresseerd in andere stijlen van muziek die hij wil combineren binnen zijn eigen project. Hoog tijd dus om wat meer te weten te komen over dit project en de man er achter!

Thijs, voor we echt met het interview beginnen wil ik eerst graag weten waar de inspiratie voor de naam van jouw project vandaan komt..
Ik zocht een korte naam die wilskracht uitstraalt maar ook iets moedigs heeft. Er was niet echt een inspiratie, ik hoorde de naam ooit eens en het klonk gewoon goed. Doorgaans heb je best moeilijk uitspreekbare bandnamen, zeker binnen het metal genre en dat is iets wat ik absoluut niet wilde.

Kun je wat vertellen over het ontstaan van Welmoed?
Welmoed is ontstaan in 2018 en het idee was om een aantal nummers te schrijven, niet gelimiteerd door grenzen of genres, maar vooral door gewoon riffs en melodieuze stukken te schrijven. Ik werd geïnspireerd door de muziek die ik destijds veel luisterde en in me opkwam. Niet heel bijzonder, maar de gedachte was om te kunnen schrijven zonder mezelf beperkingen op te leggen.

Een tijd later begon Misanthropia – een black metal band uit Nijmegen waar ik studiowerk voor doe op toetsen – de drums op te nemen voor hun vierde plaat “Convoy of Sickness”. De drummer Hugo had nog geen klap uitgedeeld en ik had hem al gevraagd. Later dat jaar speelde hij de drums voor mijn cd in. Daarna heb ik de gitaren in dezelfde studio opgenomen en de basgitaar en toetsen thuis.  De drums had ik tijdens het schrijfproces geprogrammeerd, maar Hugo zijn drumwerk geeft het geheel veel levendigheid. Het raamwerk was klaar en de teksten waren toen ook al ver gevorderd.

Veerle Kiliaan ken ik nog van vroeger. Zij speelde destijds in haar eigen band Indigo Mind als bassiste en zangeres en ik heb hun gitarist eens vervangen die verhinderd was voor een show. Haar stemgeluid is bepalend voor de sfeer die ik zocht voor ‘“Ask & Embla”, zeker omdat haar capaciteiten en kwaliteiten liggen bij genres als pop, soul, funk, en Indie-gerelateerde genres. Iets wat natuurlijk mijlenver ligt van de muzikale stijl van Welmoed, maar voor mij maakte dat juist zo boeiend om met haar te werken. We werkten nauw samen, met het indelen van de zanglijnen maar ook tekstueel heeft ze een bijdrage geleverd.

Als laatste heb ik Bram Koller, zanger en gitarist van Misanthropia, benaderd voor de ‘harsh vocals’. Ik ken zijn stem als geen ander, daar ik jarenlang met hem samen gespeeld heb. Ik heb gevraagd of hij voor deze plaat iets meer in de lagere regionen wilde zingen, zodat het wat minder ‘screaming’ als voor Misanthropia zou worden. Dat heeft in mijn optiek goed uitgepakt en geeft het geheel wat meer diepgang in combinatie met de agressie en melancholie die je op “Ask & Embla” hoort.

Ik ben zelf rond mijn negende begonnen met keyboard- en pianolessen. Rond mijn twaalfde hield dat op, door andere interesses die op je pad komen, maar rond mijn vijftiende ging ik toch weer in bandjes spelen. Ik speelde inmiddels ook al gitaar en basgitaar, maar toetsen bleven toch mijn ding. Later ben ik me toch meer gaan oriënteren op gitaar, bas en opnametechnieken zodat ik sneller nummers kon schrijven in mijn eentje.

Welmoed is niet het enige project waarin je participeert, je bent actief in een aantal andere bands?
Dat klopt, ik doe nog studiowerk voor Misanthropia en speel gitaar en toetsen in Asklepeion, een project uit Tilburg met leden en ex-leden van FAAL, Spina Bifida, Foretold en Southern Werewolf Farm. Ik noem mezelf niet echt sessiemuzikant, maar ik ben wel beschikbaar om dingen in te spelen als bands of artiesten er om vragen en het mij ligt natuurlijk.

Als recensent vind ik “Ask & Embla” uitdagend. Het gaat van black metal naar sferisch, van Sigur Ros naar Alcest naar postrock en gitaarsolo’s die regelrecht van een progrockalbum af kunnen komen. Het geeft aan dat jij zelf waarschijnlijk heel breed georiënteerd bent op het gebied van muziek?
Grappig dat je dat zegt, de bands die je noemt daar luister ik ook naar, en ik zal zeker beïnvloed zijn, bewust en onbewust. Ik luister naar veel soorten muziek, en probeer me zo breed mogelijk te oriënteren. Ik ontdek heel graag nieuwe bands en artiesten en ga zo mogelijk gelijk van alles over ze zoeken. Vaak ontdek ik nieuwe muziek via films, series en de hedendaagse techniek maakt het mogelijk snel op te zoeken wie de artiesten zijn. Vroeger ontdekte ik bands vooral via internetfora en de rock- en metalgerelateerde tijdschriften, maar ook via mensen om me heen.

De bands en artiesten die mij vooral hebben gevormd zijn nogal uiteenlopend: ik luister graag naar wat je net noemde: Sigur Ros en Alcest, maar als kind luisterde ik veel naar Golden Earring, en van die synthesizerartiesten zoals Vangelis en Jean Michel Jarre, die op van die compilatie-albums stonden die je in de bibliotheek vond. Rond m’n dertiende ging het gelijk met het gestrekte been erin: ik ontdekte de band Morbid Angel. En dan de plaat “Domination” (1995). Ik moest een aantal keer luisteren om te bevatten wat er gebeurde. Vanaf toen ging het alleen maar verder, maar de death metal sloeg ik eigenlijk een beetje over. Het ging meer richting de doom metal met bands als Paradise Lost en Type O Negative, en vanaf daar is de overstap naar black metal gemaakt. Ook het sferische aspect binnen die muziek trok mij  aan.

Ik denk dat bands als Lantlôs, Germ, Alcest, Amesoeurs en talloze anderen in dat genre mij uiteindelijk hebben gevormd tot de muzikant die je hoort op “Ask & Embla”. Het is moeilijk te zeggen welke bands mij als muzikant hebben gevormd, want bij Asklepeion en Misanthropia zijn dat vast weer totaal andere artiesten.

Je hebt de meeste instrumenten zelf bespeeld, maar voor drums en grunts gekozen voor anderen. Speel je die instrumenten zelf niet?
Nee, ik ken de basis van de drums, maar heb zelf niet de capaciteit om te drummen zoals ik dat heb voorzien op de plaat. Ik weet hoe een drummer denkt, dus dat maakt het programmeren voor mij ook gemakkelijker.  Ook zang is niet aan mij besteed, het lijkt mij beter dat mensen dat doen die dat ook echt kunnen!

Waarom heb je specifiek gekozen voor de keuze voor Nederlandstalige teksten?
Om twee redenen: tijdens het schrijven kwam dat voor de klank gewoon beter uit en omdat ik Nederlands gewoon een prachtige taal vind. Niets meer, niets minder.

Legioen doet mij sterk denken aan een compositie van Anton Belov van Kauan. Ken je de muziek van Kauan of Belov?
Ik heb het opgezocht en naar wat nummers geluisterd en ik snap denk ik wel wat je bedoelt, als ik naar de melodielijnen en sfeer van Belov’s solowerk luister. Ik moet eerlijk zeggen dat ik de artiest niet ken, maar het smaakte zeker naar meer.

Hoe zijn de contacten met Via Nocturna ontstaan? Ik kan mij voorstellen dat een beginnend project als Welmoed niet heel makkelijk onder te brengen is bij een label? Misschien ook omdat de teksten ook nog eens in het Nederlands zijn?
Eigenlijk op aanraden van Dennis, gitarist van Misanthropia. We hebben er eerder bij gezeten en waren erg tevreden over de pr die ze destijds deden voor ons. Ik weet niet of we moeilijk onder te brengen zijn. Tegenwoordig is het zingen in je eigen taal geen issue meer, althans dat idee heb ik omdat veel artiesten in aanverwante genres het ook doen. Verder heb ik eigenlijk geen andere labels aangeschreven dan Via Nocturna, ze waren meteen geïnteresseerd dus dat was goed nieuws voor ons.

Heb je al live opgetreden met je band?
Nee eigenlijk niet, voornamelijk om tijd- en logistiekgerelateerde redenen: Bram en Hugo zijn veel bezig met Misanthropia, die regelmatig live spelen in binnen- en buitenland, en dat geldt ook voor Veerle, die met haar band SHE! veel speelt. Ik heb zelf ook wat minder de ambitie om live te spelen daar ik mij thuis het best op m’n gemak voel, of in de studio, waar ik aan muziek werk.

Ask & Embla staan bekend in de Noorse Mythologie als de kinderen van Odin, Vili en Vé. Kan je wat vertellen waarom je gekozen hebt voor de titelnaam?
Het titelnummer is het tweede nummer dat ik schreef en ik vond het eerste stuk gelijk al een beetje een ‘pagan’-sfeertje hebben, door de dwingende riff. Mijn interesse in zowel Europese als Aziatische mythologie is altijd groot geweest, maar dit nummer moest toch wel over Europese mythologie gaan, door de sfeer in het nummer. Het thema paste goed bij dit nummer en zoiets alomvattends was een goede naam voor het album.

Hoe komt het toch dat veel acts binnen de black metal zich aangetrokken voelen door Scandinavische mythologie? Je ziet het vaker bij bands, niet eens altijd afkomstig uit Scandinavië?
Ik denk gewoon omdat het past bij het genre, ongeacht waar je vandaan komt. Mythologie uit elk werelddeel in het algemeen past naar mijn mening wel bij hardere en misschien wel extremere genres omdat het niet zo alledaags is.

Wat zijn je plannen op korte en lange termijn? Komt er een nieuw album?
De tijd zal het leren! Ik zal altijd blijven schrijven op deze manier, en ik sluit niks uit. Ik ben momenteel bezig met een band die meer ligt in de death-/doomsferen en daar gaat alle aandacht voorlopig naar uit. Hierin zitten leden en ex-leden uit bands als FAAL, Gigatron 2000, Misanthropia, One Inch Men, en Southern Werewolf Farm.

Je weet misschien dat Progwereld een site is waar we over progressieve rock schrijven. De laatste jaren zoeken wij de grenzen van prog en progmetal breed op en recenseren we ook veel stevige soorten metal. Als jij met jouw cd in gedachten een paar verrassende adviezen moet geven, welke cd’s van de laatste twee jaar zou je dan noemen?

Blut Aus Nord – Disharmonium Undreamable Abysses (2022)
Lantlôs – Wildhund (2021)

LONE komt met een nieuw album genaamd Isolated Heroes

Op 23 juni verschijnt “Isolated Heroes”, het nieuwe album van LONE. Creatieve partners Ferdinand Bakker en Michel van Dijk werkten de afgelopen jaren met succes aan een eigen spannende soundmix van blues, soul en rock, met een proggy inslag. Op “Isolated Heroes” resulteert deze zoektocht in een verzameling sfeervolle nieuwe composities waarin verschillende muzikale stijlen en invloeden worden verkend en waarbij de lat onverminderd hoog ligt. Het album is vanaf 23 juni digitaal en op cd beschikbaar en komt later dit jaar op vinyl uit (Walk in the Park Records/Concerto).

Zanger Michel van Dijk en gitarist/producer Ferdinand Bakker kennen elkaar uit de begindagen van de succesvolle rockband Alquin en maken sinds 2011 samen muziek onder de naam LONE. Beiden zijn ondertussen de 70 gepasseerd maar de inspiratie en daarmee de productiviteit lijken alleen maar toe te nemen. Daarbij staan autonomie en kwaliteitsbewaking vanaf dag 1 hoog in het vaandel. “Door volledig op eigen kompas te sturen komen er steeds weer nieuwe ideeën bovendrijven”, zegt Bakker. “Voor ons is het altijd heel belangrijk geweest een volstrekt autonome positie te behouden en te beschermen. Alleen dan kun je kritisch blijven en je eigen normen waarborgen”.

“Isolated Heroes” is het zesde LONE album. Wat opvalt is dat de arrangementen, meer nog dan op vorige albums, op de inhoud zijn toegespitst. “De teksten gaan over voortschrijdend inzicht, over acceptatie. Observaties, met humor maar ook compassie die, vertaald naar een song hun meerwaarde krijgen als de muziekstijl de emotie weerspiegelt” licht Bakker toe, “maar dan wel zonder hoogdravend te worden, het blijft wel rock ‘n’ roll”. Bakker en Van Dijk verpakken hun overpeinzingen in elf originele composities waarin hun beider indrukwekkende muziekverleden doorklinkt.

De albumtitel verwijst naar de wilskracht, de autonomie maar soms ook de eenzaamheid van een kunstenaar bij het ontstaan van zijn of haar creatie. Het album is hiermee een eerbetoon aan alle kunstenaars, of het nu dichters, beeldhouwers, schrijvers of filmers zijn; stuk voor stuk zijn het ‘isolated heroes’. In dit licht zette Ferdinand Bakker zijn favoriete tekst Stop All the Clocks (Funeral Blues), van W.H. Auden op muziek. Luister hier naar Stop all the clocks (Youtube)

Op maandag 26 juni viert LONE de release van hun nieuwe album “Isolated Heroes” met een akoestisch optreden in de bovenzaal van Poppodium Boerderij in Zoetermeer.

Michel van Dijk en Ferdinand Bakker zullen, bijgestaan door hun vaste bassist Mischa Kool, een aantal nummers van het nieuwe album live spelen. Schrijver/popjournalist Constant Meijers is gevraagd de totstandkoming van “Isolated Heroes” kort toe te lichten.

Momentum brengt een nieuwe single uit: Luister Naar Je Lach

Het Noord-Hollandse Momentum timmerde in 2021 flink aan de weg met hun debuutalbum “Uit Het Leven Gegrepen“. De groep was toen nog een trio met Marc Schouten (zang, gitaar, basgitaar, drums), Fons Flotman (toetsen) en Raimon Schaap (leadgitaar) . Na twee jaar is de band uitgebreid tot een quintet, met een vaste drummer in de persoon van Kris Schouten en een tweede gitarist, Daan van Zelm, vooral met het doel om live te kunnen optreden.

Inmiddels werkt de Nederlandse band voorspoedig aan een nieuw album dat medio 2024 zal verschijnen. Bij het uitbrengen van het debuut was er echter materiaal overgebleven dat daar niet op paste en ook niet geschikt is voor het aankomende album. Desondanks vond de formatie het de moeite waard om dit materiaal verder uit te werken en dit als aparte single uit te brengen. Luister Naar Je Lach zal de komende week verschijnen op alle streamingplatforms.

Eind september zal er ook een EP uitkomen met een mini-rockopera ter gelegenheid van het feit dat 450 jaar geleden de Slag op de Zuiderzee plaatsvond. Hierbij brachten de watergeuzen de Spaanse bezetter een gevoelige nederlaag toe, en dit wordt gezien als een keerpunt  in de Tachtigjarige Oorlog.

Sigur Rós komt na een stilte van tien jaar met nieuw album, getiteld “ATTA”

Het IJslandse trio Sigur Rós is na tien jaar weer herenigd en presenteert op 16 juni een nieuwe plaat,  “ATTA”.  Dit nieuws is pas kort voor de release bekendgemaakt.
Echter, het schrijven en opnemen voor de 10-trackplaat begon al in 2019, toen zanger en gitarist Jónsi en bassist Georg Hólm herenigd werden met toetsenist Kjartan Sveinsson, die de band in 2012 had verlaten.  De band laat weten: “Toen we begonnen met het schrijven van het album vroegen wij ons af of het niet gewoon leuk zou zijn iets moois te creëren”. Ze wilden dit combineren met het agressieve karakter van hun laatste studioalbum, “Kveikur” uit 2013.

De cd is opgenomen in meerdere continenten en studio’s, waaronder de legendarische Abbey Road Studios in Londen. Op “ATTA” kun je het London Contemporary Orchestra onder leiding van Robert Ames horen. Ook verleent het blazersensemble Brassgat í Bala zijn medewerking aan het album. Het is gemixt en gecoproduceerd door Paul Corley, die bijvoorbeeld ook de cd’s van Jónsi heeft geproduceerd. 

De cd zal worden uitgebracht door het label BMG en de hoes is een foto van een tafereel in IJsland in 1983. Kunstenaar Rúrí zette toen een zeventien meter hoge regenboogvlag in brand. Met die regenboogvlag wil de band zich ook stevig mengen in de LHBTIQ+-discussie. 

Sigur Rós zal de release van het album ondersteunen met een kleine tour door Europa en Noord-Amerika, met een 41-koppig orkest. Zaterdag 17 Juni staat de band in het Concertgebouw in Amsterdam.


Nummers op “ATTA”:

Glód
Blóðberg
Skel
Klettur
Mór
Andrá
Gold
Ylur
Fall
8

Official Website

Schotse bassist John Giblin op 71-jarige leeftijd overleden

John Giblin kwam op 26 Februari 1952 ter wereld en groeide op in een muzikale familie in Bellshill, Schotland. Al op jonge leeftijd kwam John in aanraking met de basgitaar en speelde hij in veel lokale bands. In 1970 verhuisde hij naar Manchester en vervolgens naar Londen om daar sessiewerk te verrichten en de bassist te worden van de Latijns-Amerikaanse band Gonzalez. Zijn eerste wapenfeit op een album is “By Request” van Lian MacKintosh, een folkplaat.

Al snel werd John ook opgemerkt door progrockartiesten en toerde hij met Peter Gabriel, Kate Bush en Phil Collins, maar ook met Eric Clapton en Annie Lennox. In 1985 verving hij Derek Forbes als bassist van de Simple Minds en speelde mee op “Once Upon A Time”, de absolute doorbraak voor deze Schotse band. Met die band toert hij daarna uitgebreid over de hele wereld en is hij ook nog verantwoordelijk voor het baswerk op het album “Street Fighting Years’.

Tijdens zijn carrière werkte hij met talloze artiesten en groepen, die in een breed scala aan muzikale genres actief waren, met opvallend veel progrockartiesten. Om een paar wereldberoemde artiesten en bands te noemen: Peter Gabriel, Phil Collins, Asia, Fish, Billy Sherwood, David Sylvian, Manfred Mann’s Earthband, Jon Anderson, Kate Bush, Brand X en Brian Eno. Maar Giblin speelde ook samen met grote namen als Elton John, Eric Clapton, Eros Ramazzotti, Paul McCartney, Donovan, Mark Knopfler, George Martin, Sting, Wendell Richardson, Joan Armatrading, David Arnold, Richard Ashcroft, Big Dish, Colin Blunstone, Elkie Brooks, Duncan Browne, Sarah Brightman, Chris De Burgh, Exile, Roberta Flack, Al Green, Steve Harley en Natalie Imbruglia. En dan zijn we nog verre van compleet.

Zijn oeuvre als sessiemuzikant was dan ook enorm. Een korte blik op Discogs leverde een resultaat op van 255 bijdragen aan studioalbums, ep’s, compilaties en officiële opnames.  Een hele kleine selectie van albums waar hij zijn medewerking aan verleende: “Song of Seven” van Jon Anderson, “Never For Ever” van Kate Bush, “Face Value” van Phil Collins, “Vigil In a Wilderness of Mirrors” van Fish, “Peter Gabriel (3)” van Peter Gabriel, “Criminal Tango” van Manfred Mann’s Earth Band, “On Air” van The Alan Parsons Project en “Back Against the Wall” van Pink Floyd. Maar hij speelde ook mee op de soundtrack van de James Bond-film “Tomorrow Never Dies”.

Zijn laatste sessiewerken omvatten opnames voor een project van twee albums met Osibisa-gitarist Wendell Richardson en een eerbetoon aan John Martyn.

Twee heel bekende songs waarin Giblin verantwoordelijk is voor het baswerk zijn In The Air Tonight van Phil Collins en Belfast Child van de Simple Minds. In beide video’s figureert hij overigens niet.

Zondag 14 mei 2023 is John Giblin na een kort ziekbied in Cheltenham overleden.

 

Send this to a friend