Devin Townsend: “Ik heb tien jaar lang mijn keutel ingehouden!”

Devin Townsend heeft er zo’n tien jaar aan gesleuteld op meerdere plekken en in samenwerking met vele partners: het ambitieuze project “The Moth” (lees hier onze recensie). Na live-uitvoeringen in 2025 wordt nu dan ook de albumversie op de proggemeenschap losgelaten. Devin legt vanuit zijn indrukwekkende studio in Vancouver zijn ziel bloot.

Hi Devin, hoe lang ben je al promotie aan het doen voor “The Moth”? Hoe moe ben je inmiddels van steeds dezelfde vragen?

Haha, het valt nog mee. Maar na volgende week verwacht ik wel een kantelpunt, dus dan ga ik met de promotieafdeling praten over afbouwen. Het grappige is dat ik tijdens de promotie pas merk hoe intuïtief ik eigenlijk schrijf. Tijdens interviews moet ik dan ineens redenen gaan verzinnen waarom ik doe wat ik doe. “Waar komt dit vandaan? Wat betekent dit?” En dan besef ik hoeveel ik daar achteraf eigenlijk bij verzin om maar een antwoord op dat soort vragen te hebben.

Maar gezien de insteek van dit album zou je verwachten dat er vooraf ook behoorlijk veel planning en analyse heeft plaatsgevonden, toch?

Qua praktische en logistieke planning zeker: vluchten, interpersoonlijke dynamiek, problemen oplossen, dat soort dingen. Maar voor wat betreft de ideeën zelf: ik doe maar wat. Achteraf kan ik er een verhaal van maken, maar mijn creatieve kant bestaat eigenlijk vooral uit dwangmatig reageren op zaken die me raken. En vaak weet ik pas achteraf waarom ik gekozen heb om iets te zeggen of zingen. Ideeën ontstaan gewoon, door omstandigheden, trauma, voorkeuren, je situatie. Pas als het klaar is, kan ik luisteren en denken: “Oh, je was verdrietig, dat komt doordat je vriend overleden is”, of wat het dan ook is. En al die beelden zitten constant hierbinnen (Devin prikt in zijn kale schedel, RP). Soms doe ik er niks mee, en soms duurt het tien jaar voordat ik geïnspireerd genoeg ben om er een project van te maken. Dat was bij “The Moth“ het geval.

Ik las dat een van de redenen voor die lange periode was dat je moest leren om helemaal zelf te orkestreren. Waarom wilde je dat zo dicht bij je houden? Er zijn genoeg (metal)muzikanten die de orkestratie volledig uitbesteden.

Oh, ik heb zeker hulp gehad bij de orkestratie, maar ik moest wel eerst begrijpen hoe het werkte voordat ik het kon delegeren. Dat kon niet anders, omdat de muziek die ik maak niet bepaald makkelijke kost is voor de meeste muzikanten. Ik heb al eerder gewerkt met klassiek geschoolde mensen, maar ik was in al mijn arrogantie altijd een soort van ‘trots’ dat ik geen muziektheorie beheerste. Alsof het bijzonder was om onwetend te zijn. Maar toen ik begon samen te werken met mensen voor wie muziektheorie de taal is waarin zij communiceren, merkte ik dat iets wat vijf minuten had kunnen duren ineens een uur kostte. En dat kost geld. Dus mijn motivatie om muziektheorie en orkestratie te leren was uiteindelijk vooral pragmatisch.

En ik maar denken dat je terug wilde naar de essentie van de klassieke muziek en in de voetsporen van Mozart wilde treden. Blijkt het gewoon om geld te gaan!

Nou ja, niet om geld verdienen, maar wel om creatieve vrijheid te kunnen behouden. Toen ik jonger was, maakte ik rare muziek en kon ik mensen soms maandenlang niet betalen. Muzikanten vonden de muziek toen interessant genoeg om dat te accepteren, maar op een gegeven moment werkt dat niet meer. Als ik dit wil blijven doen, moet ik mensen ook netjes kunnen betalen. Dus moest ik pragmatischer worden: door de week hield ik me bezig met logistiek, delegeren en problemen oplossen. In het weekend probeerde ik dan volledig in het creatieve proces te duiken.

Heeft de productie van “The Moth” daarmee je kijk op het ‘maakproces’ veranderd?

Oh zeker, tijdens “The Moth” veranderde er veel in mijn hoofd. Ik denk dat ik in de toekomst meer ga delegeren. Niet omdat ik het niet meer wil doen, maar omdat ik geleerd heb hoe belangrijk duidelijke communicatie is. We hadden teams op meerdere plekken in de wereld. Ik kon niet overal naartoe vliegen, dus moest ik ideeën overbrengen aan teamleiders. En heel snel leerde ik hoe belangrijk het is om je ideeën vanaf het begin extreem helder te formuleren. We hadden soms maar drie uur om iets op te nemen, terwijl ik via Zoom meekeek. Dan zie of hoor je een verkeerde noot en denk je: “Oh nee…!” Dus begon ik alles woord voor woord, component voor component voor te bereiden. Daardoor leerde ik uiteindelijk beter delegeren.

Ben je de muziek anders gaan benaderen door het leren van muziektheorie?

Muziektheorie dient voor mij vooral een praktisch doel. Ik heb dingen geïnternaliseerd: toonladders, intervallen, wat werkt, en wat niet. Maar soms is theorie ook een nadeel, omdat het me aan mezelf laat twijfelen wanneer ik dingen doe die technisch niet correct zijn, maar die ik simpelweg mooi vind. Er zitten op “The Moth” allerlei passages die klinken alsof de muziek uit elkaar valt. Alsof alles een paar maten lang desintegreert. Dat was opzettelijk. En dankzij theorie kon ik tweehonderd muzikanten uitleggen hoe ze tegelijk ‘fout’ moesten spelen.

Dat lijkt me nog best moeilijk.

Dat is het ook, maar het is ook ontzettend bevredigend om dan te kunnen zeggen: “Nee nee, het hoort echt zo.” En uiteindelijk snapte de dirigent het ook. Er zit waarde in het kennen van de taal en die vervolgens bewust te negeren. Ik denk dat ik vooral geleerd heb hoeveel anders mijn brein werkt. Ik ging er altijd van uit dat iedereen ongeveer hetzelfde dacht als ik. Tot ik met mijn bandleden praatte en zij zeiden: “Nee man, wij denken totaal niet zoals jij. We dachten dat jij wist dat je anders was.” Door dat inzicht kon ik beter begrijpen hoe mijn gedrag op anderen overkomt. Ik heb geen behoefte om een dictatoriale artiest te zijn. Ik hou van mijn team. Ik hou van mijn vrienden. Dus als iets wat ik onbewust doe mensen pijn doet, wil ik dat weten. En toen ik begon te begrijpen hoe mijn denkprocessen werken, kon ik ook beter uitleggen waarom ik tot bepaalde conclusies kom. En dat alles sluit aan bij het centrale thema van “The Moth”: zelfacceptatie.

Is dat onderwerp en daarmee het project nog steeds een emotionele aangelegenheid voor je, ook nadat je er zo lang aan gewerkt hebt?

Ik luister meestal één keer naar een plaat wanneer hij af is en daarna nooit meer. Toen ik naar “The Moth“ luisterde, barstte ik in tranen uit, want ik wist hoeveel emotionele pijn erin verwerkt zat. Jarenlang had ik emoties onderdrukt. Ik probeerde sterk te zijn, maar ineens kon ik dat niet meer. Ik heb een jaar lang gehuild. Om alles: overleden familieleden, veranderingen in mijn leven, zelfs reclames met jonge katjes…alles kwam eruit. Dus tijdens het maken van “The Moth“ stelde ik de emotioneel zwaarste stukken steeds uit. Ik wist dat ik daar pas echt aan kon werken wanneer ik mezelf toestond om die emoties te voelen. Uiteindelijk heb ik al die moeilijke delen in één week opgenomen. En die week was verschrikkelijk.

Hoe werkt het idee van de mot door als beeldspraak binnen het bredere thema van het album?

Het idee van de mot was oorspronkelijk dat het een wezen is dat zo aangetrokken wordt door licht dat het zichzelf vernietigt in de zoektocht ernaartoe. Eerst stond de mot symbool voor een persoon. Maar later besefte ik dat dat arrogant was, want daarmee doe je alsof je begrijpt wat transformatie of het leven überhaupt betekenen. En dat begrijp ik helemaal niet. Wat ik tijdens het proces leerde, was dat veel dingen die ik in mezelf als ‘fout’ zag — angst, woede, pijn — eigenlijk getraumatiseerde delen van mezelf waren. En in plaats van ervoor weg te lopen, moest ik leren ermee om te gaan. Door die pijn toe te laten, begon er iets te veranderen.

De mot bleek uiteindelijk een constructie, een verzameling verhalen die ik mezelf had verteld over wie ik dacht dat ik moest zijn. En om verder te kunnen groeien moest dat construct vernietigd worden; niet één keer, maar steeds opnieuw. Dus de mot die naar het licht vliegt en verbrandt…dat werd de metafoor.

Was het uiteindelijk cathartisch?

Dat weet ik niet. Dit is nu gewoon wie ik ben. Maar of dat beter of slechter is? Geen idee. Misschien vervang je gewoon bepaalde spanningen door andere, maar uiteindelijk is kunst voor mij vooral observatie. Geen moraal. Geen les. Gewoon observeren wat het betekent om te leven. En dat is waar ik nu ben.

Ik heb kritiek gelezen dat “The Moth” een zelfingenomen en pretentieus project zou zijn. Raakt dat je?

Is dat hoe het op jou overkomt?

Nee, zeker niet. Ik vind het extreem complex en ambitieus, maar het komt op mij wel authentiek en oprecht over. Maar in alle eerlijkheid: op basis van wat ik vooraf allemaal gelezen had, zou het me niet verbaasd hebben als dat sausje van ‘kijk mij eens artistiek en diepzinnig zijn’ er wel meer overheen gelegen had.

Gast, ik doe dit al meer dan 30 jaar. De enige reden dat ik me nog druk maak om wat mensen van mijn werk vinden, is omdat ik hoop dat ik genoeg verkoop om dit te kunnen blijven doen. Maar vanuit artistiek oogpunt: als iemand de moeite neemt om dat soort kritiek te formuleren en op het internet te slingeren, dan zegt dat uiteindelijk meer over henzelf dan over mij, toch? Ik ben bang om beoordeeld te worden, maar als ik mezelf voortdurend inhoud uit angst voor die beoordeling, dan onderdruk ik uiteindelijk precies datgene wat ik wil uitdrukken. En als de prijs voor eerlijkheid is dat sommige mensen het pretentieus vinden, dan zij dat maar zo. Dat hoort misschien gewoon bij kunstenaar zijn.

Heb je in die zin tijdens het maken van “The Moth” iets opgestoken over jezelf als artiest?

Vroeger dacht ik dat kunst maken gewoon een soort mentale aandoening was. Alsof je op een dag ‘klaar’ zou zijn en niets meer hoeft te maken. Maar nu denk ik dat creëren gewoon een onderdeel van mijn natuur is, niet iets dat opgelost moet worden. Ik dacht altijd dat je ‘genoeg’ kunst maakt, en dan uiteindelijk niks meer te zeggen hebt. En zodra je stopt met artiest zijn, ben je ‘genezen’. Ik heb het altijd als een soort zelftherapie gezien. Ik sprak daar met mijn moeder over. Ik zei dat ik niet kon wachten om ooit geen artiest meer te zijn. Ze moest lachen. Ik zei zoiets als: “Mam, ik heb het gevoel dat ik na “The Moth“ misschien wel klaar ben.” En zij zei: “Och, wat schattig dat je dat denkt.”

Dus je hebt vrede gesloten met het idee dat je je hele leven artiest zult blijven?

Weet je wat het is? Voor mij voelt die drang gewoon als iets natuurlijks. Het is net als naar de wc gaan. Ik heb juist vaak geprobeerd géén kunst te maken. Maar blijkbaar bén ik gewoon een artiest. Dus dit is wat ik doe.

En je poep te lang ophouden is niet goed voor je, toch? Als het eruit moet, moet het eruit.

Tien jaar lang, broer! Ik heb het tien jaar opgehouden!

Haha, dat is een prachtige quote voor boven het interview. Hartelijk dank voor je tijd, Devin!

Graag gedaan, man, en jullie ook bedankt natuurlijk. Tot de volgende keer!

Foto’s door Tom Hawkins.

Nathan Peachey (Teramaze): “Ik daag elke progband uit om een beter popnummer te schrijven dan wij!”

Als ik in voorbereiding op het interview met Teramaze weer eens zit te klooien met de tijdsverschillen tussen Nederland en Australië (wie heeft ooit verzonnen dat zomertijd een goed plan is?), hoor ik op het laatste moment van de promotor dat niet bandleider Dean Wells aansluit, maar zanger Nathan Peachey. Dikke prima, want we hadden Wells nog vrij recent gesproken rond de release van “Eli”. Even schakelen qua onderwerpen en vragen, maar Progwereld is natuurlijk niet voor één gat te vangen. Er ontvouwt zich een geanimeerd gesprek met een enthousiaste artiest.

Hi Nathan, ik probeer even in te schatten welke van de vragen die ik had voorbereid ook door jou te beantwoorden zijn. Misschien kan je me helpen door uit te leggen hoe je binnen de band samenwerkt met Dean, los van jouw positie als zanger natuurlijk.

Nou, als het om onze muziek gaat, vormen de teksten een groot onderdeel van wat ik doe. Dean heeft de neiging om bij zijn vocale melodieën wat te mompelen, en ik ben er heel bedreven in geworden om zijn gemompel te ontcijferen, haha. Als ik zelf melodieën schrijf, moet ik ze opschrijven en er een soort verhaal van maken, zodat de melodie voor mij betekenis krijgt. Maar daar moet ik heel alert bij zijn. Dean is een erg productieve songwriter, dus als ik niet snel genoeg ben, heeft hij al een vocale melodie geschreven. Het is een beetje een wedstrijd tussen ons, wat het ook leuk houdt.

De competitie voor de zanglijnen lijk jij in elk geval gewonnen te hebben op dit album. Volgens mij neem jij op “The Silent Architect” (lees hier onze recensie) verreweg de meeste leadzang voor je rekening.

Ja, er is absoluut een groot verschil met het “The Harmony Machine” (het voorgaande Teramaze-album uit 2025, RP). Ik zing deze keer veel meer. Maar Dean zingt wel een flinke partij op slottrack Left in the Fire. Dat afsluitende refrein met de akoestische gitaar past gewoon veel beter bij zijn stem; die donkere, beetje sombere Britpop-vibe, een beetje in de stijl van Radiohead. Daarom draait het steeds bij Teramaze: wat heeft het nummer nodig? De song komt altijd op de eerste plaats.

Het blijft soms lastig te onderscheiden wie nu eigenlijk wat zingt.

Ha, we hebben inderdaad wel vergelijkbare stemmen. Eigenlijk zijn mijn moeder en vriendin de enigen die het altijd meteen horen. Mijn oma hoort het verschil soms niet eens. Ik kreeg allemaal complimenten over een stuk van Dean. Ik heb haar natuurlijk niet gecorrigeerd en alle eer opgeëist, haha.

Een beetje een standaardvraag bij een nieuw album, maar hoe verhoudt “The Silent Architect” zich tot jullie eerdere werk?

Het omvat eigenlijk alles wat we graag doen. Iemand (kennelijk onze college Metal Mike, hoofdredacteur van Aardschok, RP) noemde het een ‘best-of’-album, maar dan met volledig nieuwe nummers. Het is gewoon goed in balans. Het heeft wel degelijk prog: vrijwel de helft van het album bestaat uit mini prog-epics, waarbij Left in the Fire zelfs ruim boven de tien minuten klokt. We hebben een aantal compacte rockers. En volgens mij is het ook de eerste keer dat Teramaze drie rustigere, balladachtige tracks op een album heeft gezet. Dit album is in die zin een beetje ons CV: als iemand wil weten wie Teramaze is, dan is dit waar je moet beginnen. Het geeft perfect weer wie we op dit moment zijn.

Tweede single Mr. Crazy voelt voor mij juist als een buitenbeentje in jullie repertoire. Wat agressiever en smeriger, meer met een hardrock- dan een progvibe.

Dat is het eerste Teramaze-nummer dat ik heb gearrangeerd. Het was een riff waarvan Dean niet eens wist of hij hem wel wilde gebruiken. Hij was al bijna in de prullenbak beland, maar hij wilde toch even checken of ik er misschien iets mee kon doen. En ik vond het geweldig om mee aan de slag te gaan, stukjes verplaatsen en door elkaar husselen. En het resultaat beviel Dean zowaar. Ik was zelf helemaal enthousiast over de demo-zang. Ik heb geëxperimenteerd met allerlei gekke ideeën. De riff deed me enorm denken aan Skid Row, dus ik ging helemaal los in die jaren tachtig hardrock/glamrock-stijl. Ik moest er gewoon zoveel mogelijk Sebastian Bach in stoppen. Het is een van onze favoriete nummers om te spelen. Toen we het vorige maand voor het eerst live speelden, voelde het heel vanzelfsprekend, alsof het al jaren in onze setlist zit.

Het getuigt in elk geval van zelfvertrouwen om een nummer van bijna negen minuten als eerste single te lanceren, al voelt The Invisible Countdown veel korter.

Ja toch? Mijn favoriete Dream Theater-nummer is The Count of Tuscany. Bijna twintig minuten, maar het voelt aan als vijf minuten. Je wordt meegenomen op een reis, en je had het niet eens door. The Invisible Countdown was in eerste instantie niet onze favoriete track, maar hij bleef maar groeien. Toen we de eindproductie in gingen, waren we helemaal in de ban van het nummer. En toen we het begonnen te repeteren, voelde het eerlijk gezegd magisch. Dean en ik houden van popmelodieën. Dat hoor je terug in de epische nummers, en zeker ook in het pakkende refrein van deze track. Het is misschien wel ons favoriete nummer, dus het móést de eerste single zijn, ongeacht de lengte.

Waar komt dat gevoel voor pop vandaan?

Oh man, er stond vroeger in huis bijna altijd popmuziek op, dus daar ben ik zeker door beïnvloed. Ik haalde veel inspiratie uit artiesten als Michael Jackson en Stevie Wonder, en mijn moeder luisterde veel naar Tracy Chapman. Ik denk dat Dream Theater mijn eerste prog-invloed was, en van daaruit is het verder gegroeid. Tijdens mijn middelbare schooltijd raakte ik helemaal verslingerd aan melodieuze progmetal, bands als Symphony X, Vanden Plas en Darkwater. Pas later ben ik die oude garde van pop-songwriters weer meer gaan waarderen. Mannen als Christopher Cross, zelfs de Bee Gees. Absoluut geweldige songwriters.

Hebben jullie niet ook een Phil Collins-cover opgenomen met Teramaze?

Jazeker! Easy Lover, van Phil Collins en Philip Bailey (van Earth, Wind and Fire, RP). Ik ben dol op Phil Collins, ook weer zo’n fantastische songwriter van wie ik pas later ben gaan houden.

Wordt het componeren moeilijker als je die popinvloeden een plekje wilt geven binnen de progmetal?

Absoluut, want onze muziek moet complex én toegankelijk tegelijk zijn. We besteden ook veel meer tijd aan de popnummers dan aan de meer traditionele prognummers. Ik denk dat veel mensen ons minder serieus nemen als progmetalband, omdat we zoveel popmelodieën in onze muziek hebben. Maar dat is helemaal niet gemakkelijk. Met al die maatsoorten en akkoordwisselingen kun je vaak alleen een bepaalde melodie kwijt, dus het is veel meer puzzelen, passen en meten om het logisch te laten klinken. Ik daag elke progband uit om een beter popnummer te schrijven dan wij, want dat is niet makkelijk.

Ik denk dat je me zojuist de kop boven het interview gegeven hebt.

Haha, precies: ik wil een progband popmuziek horen maken! Schilder een meesterwerk voor me!

Ik begreep dat het album in brede zin een bijbels thema heeft, gebaseerd op het bekende verhaal van Adam en Eva.

Het is geen heel strak godsdienstig concept, meer een moreel debat over een universeel thema. Al die stappen in de menselijke geschiedenis vanaf het begin tot waar we nu zijn: door wie of wat worden we beheerst? Welke rol spelen onze gedachten en gevoelens daarin? We vonden de zondeval in de Hof van Eden een interessant uitgangspunt daarvoor. Het idee van “The Silent Architect” is al meteen onderwerp van discussie: is hij Satan of God? Wie bepaalt hoe we handelen? Maar nogmaals, we proberen geen religieuze boodschap over te brengen. We zaten allemaal in een moeilijke periode met duisternis in ons leven, en we wilden een verhaal vertellen dat ons hielp dat te begrijpen en ermee om te gaan.

Het thema leent zich in elk geval voor een theatrale aanpak met veel geluidsfragmenten en samples. Wat hoor ik nou precies aan het begin van het album?

Da’s natuurlijk de tuin, de Hof van Eden, en de slang die in je oor fluistert. En vlak voordat de riff losbarst, hoor je het geluid van de eerste hap in de appel: het proeven van de verboden vrucht.

Op basis van jullie social media heb ik het idee dat je ook los van de muziek vrij actief bent voor de band.

Zeker, we doen van alles naast de muziek en achter de schermen. Fotoshoots, video’s, merchandising, verzending, noem maar op. We doen alles zelf, dus eigenlijk zijn we naast een band vooral ook een bedrijf. We zitten momenteel tot onze knieën in de pakketten met cd’s en T-shirts.

Dat klinkt als een behoorlijk lastige combinatie.

De hele muziekindustrie is lastig! Het is moeilijk om mensen te vinden die je kunt vertrouwen, die het beste met de band voorhebben, en bij wie we ons op ons gemak voelen. Daarom zoeken we ook zo veel mogelijk rechtstreeks contact met de fans. We hebben aanbiedingen van platenlabels en touraanbiedingen van grotere bands afgeslagen, omdat ze wilden dat we ervoor betaalden. Als het om dat soort zaken gaat, zijn we heel erg ‘anti-establishment’. Wij staan pal achter onze overtuigingen. De sector heeft volgens mij hier en daar wel wat verbetering nodig.

Maakt dat het nog moeilijker voor jullie om in Europa te komen toeren?

Oh, absoluut. We zijn nu aan het kijken naar een kleine tournee als hoofdact, waarbij we zelfstandig door Europa trekken. We moeten alleen nog de details uitwerken en natuurlijk mensen erbij betrekken die we echt vertrouwen. De organisatie van de tour en het vinden van goede mensen achter de schermen is een lastige klus, maar ik heb er vertrouwen in dat het rond komt.

Nathan is een gezellige babbelaar, dus we praten nog verder over het complexe plot van bandklassiekers “Her Halo” (2015) en “Sorella Minore” (2021), en zijn favoriete Australische album aller tijden. Dat blijkt Silverchair’s “Diorama” uit 2002 te zijn. Die had ik niet aan zien komen, maar Nathan houdt vol dat dit gewoon een progalbum is. We concluderen dat dat misschien wel een leuk idee is voor een rubriek op Progwereld: platen uit andere genres die stiekem eigenlijk hartstikke prog(ressief) zijn…

Damian Wilson gaat Arena verlaten

Arena kondigt aan dat vocalist Damian Wilson heeft besloten aan het eind van 2026 de band te verlaten.

Als je hem nog een keer achter de Arena-microfoon wilt bewonderen, dan kan dat op zaterdag 28 november in Poppodium Boerderij in het kader van de minuscule “Farewell Damian Wilson Tour”, die in totaal uit maar liefst vier concerten bestaat.

De band laat verder weten bezig te zijn met de voorbereiding van nieuwe muziek en nieuwe shows. Daarbij neemt een oude bekende het vocale stokje weer over: Paul Manzi keert terug. Hij was al te horen op de studio-albums die Arena uitbracht tussen 2010 en 2020, te weten “The Seventh Degree of Separation“, “The Unquiet Sky“, en “Double Vision“.

Progwereld 2025 op Spotify

Naar aanleiding van het Wereldse Jaar 2025 hebben onze recensenten hun favoriete tracks van afgelopen jaar geselecteerd. We hebben daarvan de playlist “Het Wereldse Jaar 2025” gemaakt, nu beschikbaar op Spotify. Ruim zes uur met (volgens ons) het beste wat 2025 aan progressieve muziek te bieden had.

Mocht daarmee je proghonger nog niet gestild zijn: er is ook de uitgebreide “Progwereld Progressive Rock 2025”-playlist. Deze bevat tracks van alle albums die Progwereld afgelopen jaar gerecenseerd heeft, voor zover beschikbaar op Spotify. Een chronologische dwarsdoorsnede van het complete progjaar 2025 in zo’n 250 tracks.

Daarnaast blijft natuurlijk ook in 2026 onze doorlopende “Progwereld Recent Progrock”-playlist actief. Deze wordt elke week aangevuld wordt met tracks van albums uit de verse Progwereldupdate.

Via de knop met het plusteken voeg je de afspeellijsten toe aan je Spotifybibliotheek. Als je ons Spotifyprofiel volgt, vind je daar een overzicht van alle Progwereldplaylists. Veel luisterplezier gewenst!

Nico Elgstrand als Katatonia’s ‘new kid in town’.

Een nieuwe fase voor Katatonia. De beperkte betrokkenheid (zowel live als in de studio) van medeoprichter Anders Nyström heeft uiteindelijk geleid tot zijn vertrek bij de band. Zanger Jonas Renkse heeft besloten Katatonia voort te zetten, en dus is er met Nico Elgstrand (ex-Entombed) een nieuwe gitarist aan boord.

Nico neemt meteen een aanzienlijk deel van de promotie voor “Nightmares As Extensions Of The Waking State” (lees hier onze recensie) voor zijn rekening. En terwijl ik tijdens het interview geniet van de voorlopig laatste zonnige dag, heeft de depressie in Zweden al toegeslagen. Nico Elgstrand begroet ons via Zoom vanuit een regenachtig en benauwd Stockholm.

Man, ik krijg hier echt koppijn van. Ik dacht dat de lente er eindelijk aankwam na een lange Scandinavische winter, maar we moeten blijkbaar nog even geduld hebben.

En dan word je ook nog als ‘new kid in town’ meteen in het diepe gegooid, als ik het interviewschema bekijk. Is dat lastig?

Nee hoor, helemaal niet. Ik heb zat collega’s voor wie deze klussen voelen als ‘een moetje’, maar ik vind het alleen maar leuk om over muziek te praten. Het voelt voor mij niet als ‘werk’.

Is er een specifieke vraag die in elk interview gesteld wordt, en waar je inmiddels dus helemaal flauw van bent?

Neuh, niet direct. Ik vind het wel lastig dat veel journalisten vragen naar ‘artistieke uitleg’. “Wat betekent deze tekst precies?” “Wat is de relatie tussen dit en dat?” Ik heb er zelf natuurlijk wel bepaalde ideeën over, maar die ga ik niet vertellen. Ik snap de vragen wel, ik heb zelf ook mijn eigen ideeën over andermans kunst, maar dat vind ik ook juist belangrijk: geef er je eigen interpretatie aan. Ik bedoel: als iemand denkt dat de teksten op “Nightmares As Extensions Of The Waking State” gaan over een scheiding of een huwelijk of zo, dan ga ik dat niet verknallen door te vertellen dat ze bij wijze van spreken eigenlijk gaan over boodschappen doen, snap je?

Nou, als deze albumtitel (‘nachtmerries als verlengstuk van het wakker zijn’, RP) iemand helpt bij een scheiding of huwelijk, dan zou ik aannemen dat het huwelijk niet bepaald in de beste conditie is, toch?

Haha, dat lijkt me een veilige assumptie ja. Jonas’ teksten zijn doorgaans niet bepaald vrolijk.

Kan je wat meer vertellen over je toetreding tot de band? Je draait op het podium inmiddels al een aantal jaren mee binnen Katatonia, toch?

Ja, mijn eerste concert was in Hobart, in Australië. Dat was natuurlijk heel raar: “Hé, wil je 25 songs leren, en dan zes dagen reizen, om vervolgens een uurtje te spelen?” Maar goed, dat was na corona, dus ik wilde wel heel graag weer de hort op. En het voordeel van zoveel reizen is dat je elkaar meteen heel intensief leert kennen. We bleken het gelukkig goed met elkaar te kunnen vinden, dus toen zijn we meer met elkaar op gaan trekken. En ik ben daarna vaker mee op tour geweest als Anders (Nyström, RP) niet beschikbaar was.

Maar op dat moment was je dus nog een ‘hired gun’?

Precies, dat is pas vrij recent veranderd. Ik weet ook niet precies wat er aan de hand was tussen de bandleden. Het zijn mijn zaken ook niet, maar datgene wat uiteindelijk heeft geleid tot de scheiding met Anders speelde natuurlijk al langer. Daarna ben ik pas officieel tot de band toegetreden. Maar ik wens Anders het allerbeste, en ik hoop dat Jonas en hij op een goede manier uit elkaar kunnen gaan. Hij is ook niet meer betrokken geweest bij de opnamen van het nieuwe album. Alle gitaren zijn ingespeeld door Sebastian (Svalland, ook gitarist bij Peter Tägtgrens project Pain, RP) en mijzelf.

Hoe werkt dat in de studio als je allebei relatief nieuw bent? Hoe verdeel je de gitaarpartijen?

Oh, dat hebben we gewoon met elkaar besproken. We hebben allebei aangegeven welke stukken en tracks we graag wilden inspelen, en natuurlijk geprobeerd het een beetje gelijk te verdelen. Sebastian is een geweldige gitarist en onze stijlen vullen elkaar mooi aan, dus ik zie ons niet als concurrenten of zo. Ik ben altijd een echte ‘shredder’ geweest, met meer interesse in de solo’s ook. Het is eigenlijk heel natuurlijk verlopen. En live houden we het ook graag open. We ruilen op het podium soms gitaarstukken, zodat we allebei alert moeten blijven. Dat is echt heel cool. Als je twee ‘Yngwies’ (Malmsteen, Zweeds gitaarvirtuoos met substantieel ego, RP) hebt, wordt het een probleem.

Mwoah, zelfs één Yngwie in de band kan al problematisch zijn, toch?

Haha, misschien wel ja. Ik vind Yngwie geweldig, maar het is heel belangrijk om echt een team te zijn. En vooral Sebastian is heel erg gefocust op dat team. We zijn allemaal onderdeel van de bemanning van het voertuig, en we moeten samenwerken om dat soepel te laten rijden. Los daarvan is het minimaliseren van egootjes natuurlijk in elke context een goed idee.

Nico op de foto uiterst rechts.

In zijn reactie op het vertrek van Anders Nyström lijkt Jonas Renkse vooral blij met de grote betrokkenheid van de nieuwe bandleden. Wat betekent dat voor het proces van componeren? Is er ruimte voor input van jouw kant?

Oh absoluut! Jonas is een geweldig componist met een heel bijzondere vorm van creativiteit. Maar hij heeft de rol van solocomponist vooral op zich moeten nemen omdat anderen zich terugtrokken. Sommige mensen kunnen alleen op die manier werken, maar als je elkaar meer uitdaagt en dwingt over creatieve keuzes na te denken, wordt het resultaat daar meestal wel beter van.
Op dit album heeft Jonas de voorbereiding nog alleen gedaan, dus het meeste was klaar toen we de studio in gingen. Maar ik wil in de toekomst zeker een grotere bijdrage leveren. Ik vind het helemaal niet erg om geweldige muziek te spelen, maar ik hou nog meer van het proces om muziek te creëren. Dat is voor mij het mooiste onderdeel van deze job. Dus ik hoop dat mijn riffs goed genoeg zijn, haha.

En mogen we gezien je achtergrond bij Entombed dan vooral lekkere klassieke deathmetalriffs verwachten, of schrijf je qua genre veel breder?

Katatonia heeft inmiddels zo’n coole sound. De wortels liggen natuurlijk oorspronkelijk in de deathmetal, maar het heeft zich ontwikkeld tot iets compleet anders. En hoewel ik zelf die achtergrond in deathmetal heb en nog steeds van dat genre houd, heb ik veel meer interesse in het creëren van iets nieuws dat ook beter bij de huidige sound van Katatonia past. Die spacey elementen vind ik bijvoorbeeld geweldig. Je moet er als componist ook niet te veel bij nadenken welke richting je op wilt. De muzikale plek waar Katatonia zich inmiddels bevindt is heel cool, want we kunnen eigenlijk alles doen wat we willen.

Aangezien Jonas op de vorige albums steeds meer verantwoordelijk werd voor de composities, vroeg ik me af hoe hij componeert. Speelt hij zelf ook gitaar?

Jazeker, hij is een heel behoorlijke gitarist. Hij is zelf niet dol op zijn eigen spel, maar zijn demo’s klinken echt vrij goed. Als hij er meer aandacht aan zou besteden, zou hij een uitstekende gitarist kunnen zijn.

Beter van niet, toch? Straks ben jij nog je baan kwijt!

Ha, dat zijn jouw woorden! Maar wat mij betreft blijft hij inderdaad lekker zingen, haha.

Nico op de foto uiterst rechts.

Heb je zelf eigenlijk een favoriet album uit het rijke oeuvre van Katatonia voordat je zelf bij de band kwam?

Man, die is lastig. Ik vind “Sky Void Of Stars” (2023, RP) heel sterk. “The Great Cold Distance” (2006, RP) is ook geschift goed. Er zijn natuurlijk zo veel Katatonia-periodes met een andere muzikale stijl, dus ik heb niet echt een absolute favoriet. Maar tijdens onze laatste tour heb ik vooral veel geluisterd naar “Sky Void Of Stars”. Behalve dan de songs van dat album die we live speelden. Zodra een track in de setlist staat en je hem praktisch elke avond speelt, verliest hij een beetje zijn magie, haha.

Hoe wordt zo’n setlist eigenlijk samengesteld? Anders Nyström heeft aangegeven dat het negeren van de oudere albums tijdens concerten een van de redenen voor zijn vertrek was. Houden jullie specifiek rekening met dat soort overwegingen?

Nee, niet echt. Aangezien ik nog steeds redelijk nieuw ben, wil ik natuurlijk niet op tenen trappen, dus we opperen ‘vriendelijke suggesties’, haha. En omdat Sebastian en ik een ander en ‘frisser’ perspectief hebben dan de rest van de band, komen we vaak met ideeën waar de rest helemaal niet aan gedacht had. Maar je kunt natuurlijk niet zomaar op het laatste moment de hele setlist veranderen. De songs zijn vaak complex, dus het is best moeilijk om die goed te repeteren. We hebben de setlist veranderd omdat we op de aankomende tour natuurlijk een aantal tracks van het nieuwe album willen spelen, dus verder wil ik even geen nieuwe songs leren. Mijn hoofd zit vol, haha.

Ter afsluiting: is er nog een onderwerp waarvan je je afvraagt waarom niemand ernaar vraagt in interviews? De beste vraag die nooit gesteld wordt?

Pff, nee man. Ik zou duizenden vragen willen stellen aan andere gitaristen en componisten, maar niet aan mezelf. NOG niet tenminste, dus ik ga daarover nadenken. Bij ons volgende interview kom ik erop terug!

En dan is er natuurlijk ook een nieuw album waarvoor je minimaal de helft van de riffs geschreven hebt, toch?

Ja precies, dus genoeg reden om dan over mij te praten, haha!

En daarmee staat een afspraak voor een Progwereld-interview bij het volgende Katatonia-album, da’s maar alvast geregeld. Maar eerst zien we Nico nog in de Amsterdamse Melkweg op 14 december 2025 voor de Europese tour met Evergrey en Klogr!

Bandfoto’s door Terhi Ylimäinen, albumcover door Roberto Bordin.

Progwereld groeit op Spotify

Progwereld houdt op Spotify een playlist bij met tracks van albums die recent op onze site gerecenseerd zijn, voor zover beschikbaar op het platform. Deze lijst wordt elke week ververst naar aanleiding van de dinsdag-update op de site. Het aantal volgers van deze ‘Progwereld Recent Progrock’-playlist groeit gestaag, en sloop afgelopen week stiekem voorbij de grens van 400. Als je wekelijks wilt luisteren naar alle mooie prog die op een nietsvermoedende wereld wordt losgelaten, dan kun je de playlist aan je Spotify-bibliotheek toevoegen via deze link. En als je daarnaast bezig bent met andere taken, zoals een hausarbeit schreiben lassen, kun je perfect de tijd gebruiken om van deze nieuwe muziek te genieten.

Voor het geval je luisterhonger daarmee niet gestild is, heeft Progwereld meer te bieden op Spotify. Zo is er ‘Het Wereldse Jaar 2024’, een lijst waarin elk redactielid zijn twee favoriete progtracks van 2024 presenteert. Voor progfans met flinke audio-trek is er de ‘Progwereld Progressive Rock 2024’-lijst, die tracks bevat van 250 albums die afgelopen jaar gerecenseerd zijn op de site. En voor wie zijn prog graag wat steviger consumeert, presenteren we ‘Progwereld Progmetal Classics’, een bloemlezing uit de klassieke progmetal van de jaren negentig en het eerste decennium van deze eeuw.

We hebben plannen om in de toekomst meer playlists te publiceren, dus als je op de hoogte wilt blijven: volg het Progwereldprofiel op Spotify!

Claudio Sanchez (Coheed And Cambria) over de dunne lijn tussen het echte leven en (science) fiction.

Een lekkere binnenkomer: Claudio verschijnt op mijn beeldscherm voor een enorme muur vol covers van het tijdschrift ‘LUI’, de enigszins pretentieuze Franse tegenhanger van Playboy. Als ik hem complimenteer met zijn prikkelende Zoom-achtergrond, lacht hij ietwat ongemakkelijk. “Oh man, ik weet het ook niet. Ik zit hier in een conference room in het hotel. Mijn manager heeft me hier neergezet. Wat zijn dit, pornobladen?” Bienvenue à Paris, zullen we maar zeggen.

Het is geen toeval dat Claudio de Europese persdag voor “Vaxis – Act III: The Father Of Make Believe”  vanuit de Franse hoofdstad doet. Het was de plek waar hij in 1998 het multimediale scifi/fantasy-concept bedacht dat later Coheed And Cambria zou worden.


Eigenlijk dus terug waar alles begon, Claudio! Of is dat iets te melodramatisch?

Nee, zeker niet. Elke keer dat ik hier kom, heb ik een gevoel van nostalgie. Dan denk ik terug aan het moment dat ik uit de metro kwam en al die bijzondere architectuur zag. Het is zeker een inspiratie geweest voor de fantasie-elementen in mijn teksten. Ik kom hier vaak terug om te schrijven. Zelfs voor “Father Of Make Believe” heb ik een korte ‘schrijversretraite’ in Parijs gehad, waar een aantal songs voor het album uit voortgekomen is. Ik word elke keer herinnerd aan die jongere ik die Coheed And Cambria hier begon. Het voelt steeds weer als thuiskomen, een combinatie van vreemd en vertrouwd.

Had je die omgeving destijds nodig als inspiratiebron? Hielp het je om je verhaal te vertellen?

Absoluut. Toen ik de Amory Wars creëerde (het overkoepelende science fiction-concept dat meerdere Coheed And Cambria-albums omvat, RP), had ik het gewoon heel moeilijk als frontman. Ik was erg onzeker, en ik wist dat ik in die positie veel aandacht zou trekken. Dus creëerde ik een afleiding, een verhaal dat qua context juist heel anders was. En de omgeving van Parijs met al zijn vervreemdende elementen hielp me daarbij. Maar eigenlijk schreef ik natuurlijk over mezelf, en over mijn ouders. Alle Coheed-platen gaan uiteindelijk over familie. Maar ik was te jong om de vragen te beantwoorden die zouden komen als je als artiest compleet open en eerlijk bent. Daarom heb ik de Amory Wars verzonnen. Die naam is afgeleid van Amory Drive, de plek waar ik ben opgegroeid. Het straatbordje dat je in de video van Someone Who Can ziet, dat is het huizenblok waar ik vroeger woonde.

Heb je die scifi-sluier minder nodig nu je ouder wordt? Ben je zo zelfverzekerd dat je directer over je eigen gedachten en gevoelens kunt schrijven, zonder je te hoeven ‘verschuilen’ achter het fantasy-concept?

Ja, absoluut. Ik bedoel, mijn platen zijn altijd dagboeknotities uit mijn leven geweest, maar ik ben er inmiddels comfortabeler mee dat mijn persoonlijke waarheid naar buiten komt. Ik durf de dingen te laten zien die me gemaakt hebben tot de persoon die ik nu ben.


Hoe belangrijk is die scifi-setting op dit moment dan nog voor de band, en voor jezelf? Zou je dat instrument nog wel gebruiken als je vandaag als kunstenaar zou beginnen?

Met de moed die ik nu heb als artiest, denk ik dat ik het niet meer nodig zou hebben om dat hele concept te bouwen. We zouden waarschijnlijk niet eens Coheed And Cambria geheten hebben. Maar ik heb er zeker geen spijt van, want het heeft me de vrijheid gegeven om dingen te maken op een manier die ik nooit voor mogelijk had gehouden. En via al die verschillende media, van onze muziek en artwork, tot de stripboeken en novelles. Het scheppen van dat verhaal vind ik ook nog steeds spannend. Ik weet hoe het afloopt, maar ik weet nog niet hoe ik daar ga komen. Dat is het mooie aan het door elkaar laten lopen van mijn eigen ervaringen en dit verhaal: het leven bepaalt wat de fictie gaat worden, zoals een ghostwriter klausur die de richting van een verhaal onverwacht kan sturen.

Hoe moeten we in dat licht de titel “Father Of Make Believe” interpreteren? Het idee van iemand iets ‘doen geloven’ lijkt te verwijzen naar een illusie, misschien zelfs misleiding. Maar als jij jezelf als de “Father Of Make Believe” ziet, betwijfel ik of je die negatieve interpretatie eraan wilt koppelen.

Het is heel dubbelzinnig, dus dat KAN het betekenen: een ‘schijnvertoning’. Maar het kan ook verwijzen naar fantasie, hoop voor de toekomst, een vader die de gewenste toekomst voor zichzelf en de mensen om hem heen ontwerpt. Je kan er alle kanten mee op, en daarom is het zo’n geschikte titel voor mij, en voor de plaat die we gemaakt hebben. Het is net zo complex als ik zelf ben, haha.

Het plan is nog steeds om dat complexe Vaxis-verhaal in vijf albums te vertellen?

Absoluut! “Vaxis – Act III: The Father Of Make Believe” is het derde deel (na “The Unheavenly Creatures” uit 2018 en “A Window Of The Waking Mind” uit 2022, RP), dus ik ga het verhaal afronden met de komende twee albums. Dat getal vijf komt overal terug in deze albumcyclus. Het is het vijfde deel van het overkoepelende verhaal, en bestaat dus zelf ook weer uit vijf delen. De ‘V’ van Vaxis verwijst naar het Romeinse cijfer vijf, en ‘-axis’ (‘as’ in het Nederlands, RP) is dan weer de spindel waar de hele Amory Wars om draaien.

Haha, veel ‘nerdier’ en proggier dan dat wordt het natuurlijk niet. Zie jij Coheed And Cambria eigenlijk als een progressieve rockband, of zijn dergelijke labels irrelevant voor je?

Pff, ik vind dat altijd zo moeilijk. Ik bedoel, ik hou van de term in de zin dat we genres doorkruisen en de dingen doen waarvan we denken dat we ze moeten doen om onszelf uit te drukken, zonder ons te laten beperken door genrekaders of regels. Maar ik vind het net zo lastig als het label ‘alternative rock’, dat ook vaak op ons geplakt wordt. In de jaren negentig betekende ‘alternatief’ vooral dat je ‘iets anders’ deed, en ik denk dat dat wel bij ons past: we zijn ‘iets anders’.

Er kruipen geleidelijk ook steeds meer popinvloeden in jullie muziek. In hoeverre is dat beïnvloed door het “Claudio Covers”-album waar je een aantal pure poptracks covert?

Oh nee, die albums staan eigenlijk helemaal los van elkaar. De meeste covers heb ik vrij recent opgenomen, maar “The Father Of Make Believe” is al meer dan een jaar klaar. In 2024 zijn we vooral bezig geweest met de illustraties, het verhaal, en het ontwerp van de helm. (Jawel, de Limited Edition Deluxe Box Set bevat een levensechte helm, RP.) Maar die popinvloeden komen natuurlijk terug in beide.


Is dat iets wat je bewust opzoekt, of ontstaat zoiets meer organisch?

Dat is absoluut een organisch proces. Ik merk dat ik sneller tot de kern kom nu ik ouder word, en de kern is in mijn liedjes toch vaak het refrein, haha. Natuurlijk schrijf ik nog steeds wel songs als The Flood, die zwaarder leunen op het verhalende element en daarmee ook langer zijn. Maar het voelt voor mij steeds natuurlijker om in die puntige vorm te schrijven. Dat element heeft natuurlijk altijd wel in onze muziek gezeten. Onze oudere liedjes klinken misschien wat meer ‘punky’, maar waren in wezen ook vaak toegankelijke, melodieuze deuntjes. Dus we hebben altijd wel met één been in die wereld gestaan, en ons geluid is geleidelijk steeds meer die kant op gegaan.

De single Someone Who Can van de nieuwe plaat is daarvan wel een heel duidelijk voorbeeld.

Ik had dat nummer eigenlijk geschreven voor een mogelijk soloalbum, met compleet andere instrumentatie. Meer akoestisch, bijna in Americana-stijl. En ik had een rits ideeën naar mijn co-producer Zakk Cervini gestuurd met de vraag of hij iets kon vinden wat de nieuwe Coheed-plaat nog nodig had. Hij kwam toen op dit nummer uit, juist omdat het net weer anders is dan wat we in het verleden deden. En met een nieuw arrangement en productie zit het nog dichter tegen dat popgevoel aan.

Ook qua tekst is het waarschijnlijk de meest toegankelijke song die Coheed ooit gemaakt heeft. Op eerdere platen hadden we ook wel poppy tracks met dance-invloeden, maar dan waren de teksten toch vaak duister en cryptisch. Maar de tekst van Someone Who Can spreekt waarschijnlijk een veel breder publiek aan. Iedereen wil een beter mens zijn, de persoon die de veranderingen om ons heen begrijpt, en daar ook goed mee om kan gaan. Dus alle aspecten van dat liedje, zowel de muziek als het onderwerp, zijn universeel en makkelijk te volgen.

Ik zag dat er voor dit jaar een Amerikaanse tournee op de planning staat. Dan is de vraag natuurlijk: kunnen we Coheed And Cambria binnenkort ook weer eens hier in de buurt bewonderen?

Nou, dat is een belangrijke reden dat ik nu in Parijs ben. Het maakt het gemakkelijker om te overleggen hoe we Coheed vaker hier krijgen. Dus ik hoop dat er in de herfst van 2025 een en ander gaat gebeuren. Het is in elk geval mijn wens om vaker in deze contreien op te treden. (Inmiddels is bekend dat Coheed And Cambria in juli 2025 zal optreden tijdens Rock Werchter, RP.)

We ‘nerden’ nog even door over stripboeken en de video’s die voor het album zijn verschenen, waarin een doorlopend verhaal verteld wordt. Maar natuurlijk willen we Claudio ook de ruimte geven voor een uitvoerige Franse lunch. Wie weet welk space opera-idee voor “Vaxis – Act IV” er uit het verorberen van een klassieke ratatouille voortkomt.

Bandfoto’s door Alan Poizner

Releaseparty laatste Kayak-album

Kayak luistert de release van zijn live dubbel-cd en dvd op met een heuse releaseparty en meet & greet, waarbij de registratie zijn wereldpremière beleeft op een groot scherm. Een en ander vindt plaats op zondag 2 maart in Muziekpodium AZOTOD in De Meern (Utrecht). Info en tickets via deze link.

Zoals de albumtitel al doet vermoeden, gaat het hier om een registratie van de afscheidstour in 2022, met opnamen uit Zoetermeer en Hilversum. Ons verslag van de show in Poppodium Boerderij lees je hier. En de recensie van het album kun je hier lezen.


Pre-orders van het album worden vanaf 28 februari verstuurd.

Nieuw werk Nospün op komst

Progmetallers Nospūn werken aan de ‘echte’ opvolger van debuutalbum “Opus” uit 2023, maar brengen als zoethoudertje op 28 maart 2025 alvast de ep “Ozai” uit. Het betreft een nieuwe versie van vijf tracks die tien jaar geleden door een eerdere incarnatie van de band al opgenomen waren. De songs zijn volledig “re-recorded, remixed, and remastered,” aldus de band. Het plan was om de agressieve metalsound van destijds te combineren met een opnamekwaliteit die beter aansluit bij het huidige bandgeluid.




“Ozai” kan hier alvast besteld worden. In aanloop naar de release is de lyric video van The Effervescent Power te bekijken en beluisteren op YouTube.



“Ozai” bevat de volgende vijf nummers:

Life, The Universe, And Eve
The Effervescent Power
Out With A Band
Mecca
Jormungand

“The Human Equation” in de remix

Arjen Lucassen was bij nader inzien niet helemaal gelukkig met het geluid op het zesde Ayreon-album uit 2004. Daarom heeft hij in het kader van de ‘min of meer twintigste verjaardag’ van “The Human Equation” een remix en remaster van het album gefabriceerd. Meer informatie van Lucassen zelf is te zien in een video op de Ayreon-Facebookpagina.

Naar goede traditie verschijnt het album in een rits formaten. Naast de cd- en lp-versie en het inmiddels gebruikelijke ‘artbook’ is er zelfs een ‘limited tin box’ die ook een  live registratie van “The Theater Equation” (voor het eerst op vinyl) bevat. Deze exclusieve uitgave, tegen een al even exclusieve prijs, is gelimiteerd op duizend exemplaren.

Alle versies zijn vooruit te bestellen op de website van Mascot Label Group en vanaf 18 april 2025 beschikbaar.

Als je benieuwd bent in hoeverre de oppoetsbeurt het geluid hoorbaar heeft veranderd: de nieuwe versie van Day Two: Isolation is al te beluisteren via YouTube.

Send this to a friend