
Nadat het vorige album van The Flower Kings de titel “Love” meekreeg, heet het nieuwe album “Hope”. Beide kernwoorden hebben wel raakvlakken als tegenwicht voor de huidige onrustige en gepolariseerde wereld. Op “Hope” bezingen Stolt en Fröberg enerzijds groei en de worstelingen van het ouder worden (World Spinning – The Final Curtain) en anderzijds de zucht naar macht en rijkdom, sociale verdeeldheid en afnemende empathie (The Gods of Rome). Dit laatste geïnspireerd op het reilen en zeilen van het Romeinse Rijk.
Muzikaal tappen de Bloemenkoningen op “Hope” echter uit een volstrekt ander vaatje. Ik heb de muziek op “Love” wel eens omschreven als een soort symfonische kamermuziek. Geen symfonische rock in al zijn glorie, maar enigszins ingetogen. Daar is op dit nieuwe album absoluut geen sprake van. Het staat vol met sterke melodieën, muzikale creativiteit en grootse instrumentaties. In dat laatste aspect speelt Lalle Larsson met zijn geweldig gevarieerd toetsenspel een hele grote rol.
De creativiteit in de muziek dwingt drummer Mirko DeMaio met regelmaat om buiten zijn comfortzone te spelen. Dat gaat hem uitstekend af. Daarnaast laat hij, samen met bassist Michael Stolt, een aantal van die heerlijke onvolprezen Flower Kings grooves horen.
De rijkdom aan prachtige melodieën is ongeëvenaard. En of ze nu uit de kelen van Fröberg en Stolt, of uit de gitaar of toetsen komen, ze worden regelmatig door een doolhof van verschillende toonsoorten geleid. Vaak worden de vocale en instrumentale melodieën afgewisseld waarbij ze naadloos in elkaar overlopen. Het vergt wel weer enige luisterbeurten voordat alles op zijn plaats valt.
De hierboven genoemde World Spinning – The Final Curtain en The Gods of Rome zijn allebei epics, bestaande uit meerdere delen. De eerste duurt ruim 18 minuten, de tweede klokt zelfs 28 minuten. De eerste epic opent meteen groot symfonisch met daarna sterke zang van Fröberg over zo’n ouderwetse groove. In het tweede deel horen we een krachtige Hammond-riedel die rechtstreeks uit ‘the lost tapes from Tarkus’ lijkt te komen. Even later een Zappaesk ritme met een geweldige jazzy solo van Lalle Larsson. In het laatste deel zingt Fröberg, afgewisseld met gitaar en toetsen naar een groots slot, waarna de ontspanning volgt.
De eerste single, In a World of Fools, is in de basis een heel eenvoudig liedje. Maar het arrangement voegt zoveel muzikale details toe: een gitaarlickje hier, een toetsenriedeltje daar, een mooie fretloze bas, fraaie toetsensounds, prachtige samenzang die soms als een volledig koor klinkt. Bij elkaar opgeteld geeft dit nummer je soms het gevoel in een weldadig bad van muzikale schoonheid te worden ondergedompeld.
Mars & Minerva lijkt, tekstmatig, een prelude op The Gods of Rome te zijn. Instrumentaal past het uitstekend in de groots geïnstrumenteerde muziek op dit album. De muzikale ideeën voor The Gods of Rome had Stolt al zo’n tien jaar op de schap liggen. Het vormde in eerste instantie de basis voor wat een groot orkestraal muziekwerk had moeten worden. Het is in de handen van The Flower Kings uitgegroeid tot een epic van wereldklasse.
De gitaarmelodie in het eerste deel is meteen raak. Het is zo’n melodie waar je kippenvel van krijgt en waar Stolt patent op lijkt te hebben. In deel twee horen we een heerlijke zangmelodie van Stolt, mooi ingevuld met de toetsen en gevolgd door een fantastische gitaarsolo. Apart is het oosters sfeertje in deel vijf en zes met verfijnd accordeonspel en viool. Het slotdeel is een opeenstapeling van muzikale schoonheden: de sfeervolle opening op toetsen door Larsson, de wondermooie zang van Stolt daarna en de overname door de gitaar. Daar zit zoveel zachtheid en empathie in. We vervolgen met een heerlijke groove en krachtige jubelende zang van Fröberg en een uitgebreid instrumentaal slot van hoog symfonisch gehalte.
Na dertig jaar hebben The Flower Kings één van hun beste albums gemaakt. Je hoort er flarden van oudere albums op terug, maar met een symfonische grootsheid die ongekend is.
CD
CD
LP