Danny Pomo (RanestRane): cineconcerten met de wortels in de jaren 70

De Italiaanse band RanestRane is met zijn Cinematic Tour 2024 bezig. Ze spelen nummers van al hun eerdere cd’s, met een bekende film als uitgangspunt. Vooruitlopend op hun optreden in de Boerderij in Zoetermeer op 25 mei en tussen verschillende optredens door bel ik Daniele (Danny) Pomo. De drummer en zanger van de band is thuis in Rome, als ik hem spreek.

Ik zie jullie reisschema: Rome, Quebec, Zoetermeer, Lugagnano. Dat ziet er pittig uit en het is ook geen uitgebreide tour.
We zingen in het Italiaans, dat maakt het niet eenvoudiger. Italië heeft een grote proggeschiedenis, maar het is vandaag de dag niet eenvoudig plekken te vinden om op te treden. Er zijn ook weinig grote promotors. We zijn geen kleine band meer, maar ook niet een heel grote. We zijn overigens de eerste in het Italiaans zingende band in Canada! Onze productiekosten en de kosten van optredens zijn gestegen. Als we een tour met zo’n vijftien optreden kunnen doen, dan mogen we hier blij mee zijn. We spelen in deze ‘the best of RanestRane-tour’ nummers van al onze cd’s, tot en met “Apocalypse Now”, maar ook van ons nieuwe project, waarover later meer.

Foto: Marcel Boshuizen

Kun je iets vertellen over het ontstaan van de band, jullie begonnen in 1998?
We waren al een paar jaar eerder begonnen. We moesten eerst de stijl van de groep ontdekken. We zijn alle professionele muzikanten en zijn ook met andere dingen bezig. Ik geef bijvoorbeeld zelf sinds 1990 les (drums) op een muziekschool in Rome, de grootste in Europa. Voor ons alle vier is RanestRane wel het belangrijkste project. Voor “Nosferatu Il Vampiro” zijn we geïnspireerd door “The Wall”, de  film van Alan Parker. Muziek maken was voor ons niet genoeg, we wilden iets unieks creëren, zo zijn we op de combinatie met film uitgekomen. Een grote film en muziek zijn hele verschillende dingen. Met ons CineConcerts bieden we de mogelijkheid om met een nieuw perspectief naar een film te kijken.

Ik ben benieuwd naar het maakproces van zo’n filmconcert
Eerst zoeken we een geschikte film, die moet bekend zijn bij het publiek en gemaakt zijn door een bekende regisseur. We willen de mensen nieuwsgierig maken om een concert met filmbeelden te bezoeken. We beginnen te praten over een lijst van films, die we alle in onze studio gaan bekijken, we zijn ook allemaal grote filmfans. Daarna maken we een keuze. In jamsessies maken we de muziek hierbij, die we opnemen. Als dat proces is afgerond brengen we alles samen, schrijf ik de teksten en zorgen we dat de muziek perfect bij de beelden past.  Die processen lopen een beetje gelijk op.
De zaal in Parkvilla, Alphen aan den Rijn, waar we in 2023 optraden, is heel geschikt voor ons, omdat het een cinema is. Dat zijn voor ons ideale omstandigheden om onze filmconcerten te spelen.

Is de band al vanaf het begin bij elkaar en hoe is het om met je broer samen te spelen?
Dat klopt ja, de eerste twee albums deden Ricardo (Romano, toetsenist. FN) en ik het schrijfwerk, vanaf “A Space Odyssey” schrijven we alles amen. Het is prima om met mijn broer Massimo (gitarist. FN) te spelen, maar ook heel normaal. We zijn twee hele verschillende karakters, wat ook goed is voor het schrijven. We hebben als band in dertig jaar samen zoveel meegemaakt, ook op persoonlijk vlak, dat we vrienden, ja zelfs min of meer broers, van elkaar zijn.

Foto: Richard Winkel

Hoe is de samenwerking met Marillion, die belangrijk is voor jullie, begonnen?
Die samenwerking heeft ons veel gebracht. Vanaf onze tweede cd kreeg we hulp van de band, van Steve Rothery en Steve Hogarth. Dat deed onze fanbase enorm groeien. Die hebben we nu in Zuid-Amerika, Mexico en door heel Europa. Bands als Marillion werken niet met iedereen, dus is  het een grote eer voor ons, zeker omdat wij niet in het Engels zingen. Een lovend interview van Hogarth in de Italiaanse media heeft ons ook enorm geholpen. Zonder hun hulp was veel minder mogelijk geweest.

Werken jullie ook nog met anderen samen?
Op het moment niet. Wij hebben allen het nodige sessiewerk gedaan, ik werkte onder andere samen met Tony Levin, David Cross en  David Jackson. Romano speelt in de Steve Rothery Band. Nu we wat bekender zijn hebben we meer autonomie en zoeken geen nieuwe samenwerking. We willen wel graag doorgaan met onze samenwerking met Marillion.

Jullie maken cinematische rockopera’s, hoe zou je zelf de stijl van jullie muziek omschrijven?
We grijpen terug naar de Rock Progressivo Italiano (RPI)uit de jaren 70, met bands als PFM en Banco en natuurlijk de Britse prog uit die tijd. In de RPI zit iets mediterraans, dat heeft vooral met de melodie en de zanglijnen te maken. Genesis is onze favoriet, door dat melodieuze en die geweldige zangpartijen. Bij Marillion hoor je dit ook wel terug. We zijn dus niet zo van de metal of de artrock. Wel zoeken we naar nieuwe invloeden die we kunnen gebruiken, zoals Radiohead en Hans Zimmer, maar ook moderne jazz. We willen hiervan een mix maken voor een bijzonder geluid.

Kun je de niet alledaagse bandnaam verklaren?
De naam RanestRane (vertaald als gekke kikkers) is gebaseerd op het verhaal “Hop-Frog” van Edgar Allan Poe. De gelijknamige dwerg neemt wraak op de koning en zijn entourage, die hem als hofnar slecht behandelen. We voelen dat we als band ook een beetje tegen de stroom in gaan. We wilden ‘frog’ graag in onze naam (‘Rane’ = kikkers). ‘Strane’ betekent ‘vreemd’, dat zijn wij ook een beetje, en ‘st’ kun je zien als een afkorting van ‘strumenti’ (instrumenten). Best wel ingewikkeld, dus.

Ik schreef in mijn recensie van “Apocalypse Now” dat ik die cd heel indrukwekkend vind. Wat vind jij ervan?
We houden van al onze cd’s. De laatste is altijd de mooiste, want wat je nu maakt staat het dichtst bij hoe je nu bent. Na corona en net voor de oorlog in Oekraïne kwam deze cd uit en daardoor past hij heel erg in de tijdgeest en maakt het extra bijzonder. We doen alles zelf, met Ricardo als technicus, en daar zijn we best trots op, ook op de moderne sound die we hebben weten te creëren. Positieve recensies als die van jou zijn ook heel belangrijk voor ons.

Jij bent drummer én zanger, maar een man kan toch maar één ding tegelijk?!
Ik weet ook niet hoe dan kan…Bij het maken van onze eerste cd had ik nooit gedacht dat het zou lukken. Veel mensen kennen ons nu, onze sound en mijn manier van zingen. Ik ben geen klassieke frontman, maar toch vooral drummer. Wel zong ik ook als kind al. Gelukkig houden de mensen ook van mijn stem. De combinatie is lastig en vermoeiend. De microfoon is altijd dicht bij mijn gezicht en je kunt mijn adem horen. Ik kan zeker niet hoesten, want je hoort alles.

Het is vast niet makkelijk in deze tijd als band te overleven
Het is zeker lastig vandaag de dag , een goede pr helpt ook niet om geld te verdienen. En onze kosten zijn hoog. We doen er allemaal veel aan om RanestRane voort te laten bestaan. In de jaren 70 en 80, nog zonder internet, was het wellicht nog lastiger geweest en zouden we Italië misschien niet eens uit zijn gekomen. Mensen zijn nu meer gepassioneerd. Niet in winkels, maar bij concerten kopen mensen cd’s en andere merchandise. Concerten zijn nodig om bekend te worden, een hechte band met het publiek op te bouwen en geld te verdienen. Het zit ook in mijn karakter om positief naar de dingen te kijken. De jaren 90 waren een moeilijke periode, we zijn problemen dus gewend, we hebben geen angst.

Hoe zien jullie toekomstplannen eruit?
Het schrijfproces voor onze nieuwe cd is bijna af. Centraal staat een film van David Lynch (ik verklap de titel nog niet), die over een outsider gaat. In het perfecte plaatje dat in de sociale media geschetst wordt, is iedereen gelijk. Iemand die anders is ondervind daardoor problemen. Wij kunnen ons hiermee identificeren.
We nemen de tijd die nodig is om te zorgen dat alles perfect is. Bij het uitbrengen kijken we ook wanneer grote bands iets nieuws lanceren, dan doen wij dat dus niet. Volgend jaar voorjaar zou het wel eens kunnen gebeuren. Dan willen we ook weer een tour doen, te beginnen in Rome, door heel Europa, maar ook naar Canada en Japan.

Foto: Marcel Boshuizen

Wil je tenslotte nog iets kwijt?
Nederland is heel belangrijk voor ons. Ik vind het een grote eer dat mensen, die geen Italiaans spreken, naar onze muziek luisteren, naar concerten komen en onze cd’s kopen. De Boerderij is ook een geweldig podium voor ons. Ik wil alle fans, en zeker ook Progwereld, namens de hele band, bedanken voor de interesse en aandacht voor onze muziek.

Danny nodigt me uit om een keer in Rome, samen met de band, te komen eten, espresso te drinken en muziek te luisteren in hun studio. Ik heb hier net zoveel zin in, als in het concert van RanestRane in de Boerderij op 25 mei.

 

 

Even voorstellen: Moray Macdonald en Cephid

Niet iedereen zal je kennen. Kun je ons iets over jezelf en Cephid vertellen?

De meeste mensen kennen mij als sessiemuzikant die keyboards speelt voor progartiesten als That Joe Payne, Kim Seviour en Godsticks. Ik heb altijd mijn eigen muziek gemaakt, maar omdat “Sparks In The Darkness” zo anders is dan al het andere dat ik heb gedaan, wilde ik dat het volledig gescheiden zou zijn van mijn sessiewerk en van de muziek die ik maak als Moray Macdonald. Dus bedacht ik Cephid.

Je hebt onlangs het Cephid-album “Sparks In The Darkness” uitgebracht. Kun je ons er meer over vertellen?

Natuurlijk! Ik heb altijd evenveel van elektronische muziek gehouden als van progrock, maar er zijn zo weinig artiesten die de kloof tussen deze twee werelden kunnen overbruggen. Ik wilde luisteren naar muziek die alle grote melodieën en complexe structuren van progrock bevat, met het klankpalet en de texturen van moderne elektronische muziek en filmmuziek. Ik heb deze muziek nergens kunnen vinden, dus heb ik het zelf gemaakt.

Het maken van dit album heeft een aantal jaren geduurd. Een deel daarvan is ouder werk. Ik heb veel tijd besteed aan het geluid en de stijl van de muziek, zodat je van alle nummers het gevoel hebt dat ze bij elkaar horen. Ik ben erg trots op de manier waarop het nu in elkaar past als één compleet werk, maar elk nummer kan ook op zichzelf staan.

Oorspronkelijk zou het album een puur soloalbum worden waarop ik alles deed, maar toen ik begon te experimenteren met drums, besefte ik dat ik een echte drummer moest vinden. Uiteindelijk heb ik er twee op het album laten spelen, allebei geweldige drummers met verschillende stijlen. Emily Dolan Davies, die onder andere met Bryan Ferry, Kim Wilde en The Darkness heeft gespeeld, speelde op de donkere, meer stemmige nummers. Graham Brown, waarvan ik zeker weet dat veel Progwereld-lezers hem kennen van The Paradox Twin en Grace and Fire, drumt op de proggier tracks. Ik had het geluk om Angel Wolf – Black ook op één nummer te kunnen laten zingen. Ze is vooral bekend als metalzangeres, dus ik was blij dat ze zin had om iets anders te doen.

Ik besefte ook dat ik nooit alles alleen zou kunnen mixen, dus nadat ik geobsedeerd was geraakt door het Kyros-album “Celexa Dreams”, slaagde ik erin Shelby Logan Warne zover te krijgen om te mixen. Ze is ongelooflijk getalenteerd en het album zou zonder haar lang niet zo goed klinken.

Voor de fans van synthesizers: welke synthesizers speel je op “Sparks In The Darkness” en wat is je favoriete synthesizer?

Er staat een enorme mix van verschillende synthesizers op het album. Ik denk dat ik de zachte synthesizers van Arturia Pigments het meest heb gebruikt, omdat deze zo veelzijdig zijn en ik er heel creatief mee kan zijn. Mijn Moog Sub 37 is ook erg prominent aanwezig, ik heb er veel lead- en basgitaarpartijen op gespeeld en het is waarschijnlijk mijn favoriet omdat hij zo praktisch is. Mijn held is de Roland XV-5080. Deze was erg populair in de jaren 90, maar is nog steeds geweldig. Ik gebruikte ook enkele samples van strijkinstrumenten, geïnspireerd door Jean Michel Jarre en Tangerine Dream.


Waar haal jij je inspiratie vandaan en waar luister jij zelf naar?

De wereld is momenteel echt een enge plek. Tussen alle verdeeldheid zaaiende oorlogen en de klimaatcatastrofe voelt het als een gevaarlijke tijd voor de mensheid. Toch geloof ik dat we nog steeds onze problemen kunnen oplossen en een betere wereld kunnen opbouwen. Dat is mijn belangrijkste inspiratiebron voor het album: sprankjes hoop in een donkere wereld.
Wat muziek betreft: ik hou van alles dat grenzen doorbreekt en genres op nieuwe manieren combineert. Frost* en Hybrid zijn altijd favoriet, net als Public Service Broadcasting, maar Kyros is mijn huidige obsessie. Hun album “Mannequin” is ronduit spectaculair.

In de elektronische wereld heeft Jean Michel Jarre een enorme invloed op mij, net als Vangelis. Perturbator’s duistere benadering van synthesizers is zo krachtig, en Hannah Peel en Anna Meredith doen geweldige dingen met synthesizers in de klassieke muziekwereld.

Wat zijn je toekomstplannen?

Ik heb net een remix klaar van de nieuwe single Kleptocracy van Orchestral Manoeuvres in the Dark, deze zou uit moeten zijn tegen de tijd dat je dit leest.

Ik zou “Sparks In The Darkness” ook graag live willen uitvoeren, maar omdat er zoveel elektronische elementen zijn, is dat lastig. Ik ben ervan overtuigd dat het mogelijk is, inclusief een passende licht- en lasershow. De reacties op het album waren zo goed dat ik al een tweede Cephid-album aan het plannen ben.

Wil je iets zeggen tegen de lezers van Progwereld?

Heel erg bedankt voor het ondersteunen van baanbrekende nieuwe muziek! Ik hoop dat je “Sparks In The Darkness” leuk vindt.

Ruud Jolie (For All We Know) over de reis door het leven


De release van het derde For All We Know-album “By Design Or By Disaster” was aanleiding voor een gesprek met Ruud Jolie, componist, gitarist en drijvende kracht achter het muzikale project. We stuurden elkaar in 2024-stijl mediabestandjes met ingesproken vragen en antwoorden. Het bleek een interviewvorm die uitnodigde tot diepgang. Een verslag van een indrukwekkend digitaal gesprek met een aardig en nuchter artiest.

De muziek

Ruud, allereerst complimenten voor een bijzonder gevarieerd album. Het persbericht verwijst zelfs naar “extreme uithoeken” van het muzikale spectrum. De contrasten tussen (en soms zelfs binnen) nummers zijn groot. Is dat een bewuste keuze of ontstaat zoiets organisch tijdens het schrijfproces?

Het is niet iets wat ik bewust doe. De labels ‘prog’ en ‘progressief’ gaan van oorsprong over buiten de hokjes denken, terwijl progmuziek tegenwoordig juist heel ingekaderd lijkt te zijn. Zo denken mensen, ze willen duidelijke kaders zien. Dat is helemaal niet verkeerd, maar als je jezelf progmuzikant of -band noemt, dan heb je de vrijheid om te kunnen doen wat je wilt. Anders slaat dat label ‘prog’ nergens op, vind ik. En omdat ik niet per se hoef te verdienen aan For All We Know, heb ik de vrijheid om te kunnen doen wat ik wil. Construction Records brengt het album uit, maar ik heb dezelfde vrijheid gehad als bij de eerste twee albums, die ik zelf uitbracht.
Daarom denk ik dat de muziek ook in sommige gevallen wat extremer is geworden. Als ik in een Sigur Rós-vibe zit, komen er meer van dat soort zalvende dingetjes uit. Een ander moment zit ik in een Pantera- of Lamb of God-periode, dan komt zo’n metalachtig middenstuk uit This Hell We Know om de hoek kijken. Dus het wordt nooit bewust gedaan.

Werkt dat hetzelfde voor de contrasten tussen teksten en muziek? Je haalt zelf al This Hell We Know aan, waarbij een refrein met een behoorlijk zware tekst wordt vergezeld door een bijna poppy melodie.

Ja, dat gaat een beetje hetzelfde. Natuurlijk vind ik het belangrijk dat de tekst ook wel een beetje in connectie staat met wat de muziek uitdraagt. En ja, zo’n poppy refrein… Ik probeer altijd te zoeken naar melodieën. Ik houd van pakkende melodieën, ik houd ook echt van popmuziek, dus ik denk dat dat op die manier tot uiting komt.

Bij de eerste twee albums kon ik de muzikale connecties tussen de platen vrij makkelijk identificeren, waarschijnlijk omdat ze nogal prominent in de vocale melodieën zaten. Ik heb begrepen dat er ook nu weer van dat soort ‘Easter eggs’ zijn die terugverwijzen naar eerdere albums, maar ik heb ze nog niet kunnen vinden.

Ze zitten er nog wel in, maar ik ben het met je eens: ze zijn een stukje subtieler. En ik moet bekennen dat er twee zijn die in de mix een beetje zijn verdwenen. Dus daar is het misschien meer een kwestie van: als je weet dat ze er zitten, dan hoor je ze. Maar ik kan me voorstellen dat ze nu een beetje moeilijk te achterhalen zijn.

Het is natuurlijk ook wel een ‘progdingetje’ om muzikale thema’s te laten terugkomen in meerdere nummers of zelfs op meerdere albums. Hoe ontstaan die muzikale connecties bij jou?

Dit is waarom ik filmmuziek ook zo tof vind. Ik ben een groot Star Wars-fan en elk personage in Star Wars heeft zijn eigen thema. Maar elke keer als het thema voorbij komt, wordt het op een iets andere manier gearrangeerd. Je kunt een melodie op heel veel verschillende manieren interpreteren.
En dus vind ik zelf een melodie soms gewoon te mooi om maar één keer te gebruiken. Daar ga ik dan ook echt voor zitten: “Hé, hier komt een instrumentaal ding. Laten we eens even kijken of ik terug kan grijpen op een melodie die we eerder hebben gebruikt.” Want ja, waarom zou ik dat niet mogen? Is dat dan gebrek aan inspiratie? Nee, ik denk juist het tegenovergestelde. Ik voel me dan juist supergeïnspireerd om op die manier de puzzelstukjes anders te leggen.

Het concept

Kan je iets meer vertellen over de teksten op “By Design Or By Disaster”? Zou je het zelf omschrijven als een conceptalbum?

Nee, dat zou voor mij iets te pretentieus zijn. Maar gaandeweg het schrijfproces kwam ik er achter dat er wel iets als een rode lijn in de teksten zat. En toen ik dat herkende, had ik een overkoepelend thema: de reis van een persoon door alle levensfasen, en met name ook de relaties die die persoon opbouwt en verliest. Denk aan de relatie met je ouders, met geliefden, met je kinderen.
Dat zie je ook terug in het artwork. Je ziet drie karakters: een baby, een jongvolwassene, en een bejaarde. Dat is in wezen dezelfde persoon. Een vriendin van mij had overigens een andere interpretatie. Die zei: “Wat leuk dat je ook dat woke-aspect omarmt! Ik zie twee mannen die een baby opvoeden.” Nou ja, dat zou je er ook in kunnen zien, haha. Zo zie je maar dat zowel teksten als artwork multi-interpretabel zijn.

Wat betekent de titel van de plaat voor jou? Ik interpreteer hem als de vraag in hoeverre het leven ‘maakbaar’ is (‘by design’) of juist helemaal niet. En als dat niet zo is, word je dan met name gevormd door de dingen die fout gaan in het leven (de ‘disasters’)?

Ha, ik kan me er nu heel makkelijk vanaf maken door te zeggen dat alles klopt wat je zegt, want zo zie ik het zelf ook. De plaat gaat over opgroeien, levensfasen doorlopen, en wat daar allemaal in gebeurt. In hoeverre heb je daar invloed op, en in hoeverre gebeuren dingen bij toeval? En dan kun je je ook nog afvragen of toeval bestaat, maar dan wordt het een heel ander gesprek, haha.
Ik ben bijna 48 nu. Is mijn leven perfect verlopen? Nee, maar bij wie wel op deze leeftijd? Ik ben waar ik nu ben door keuzes van mezelf, absoluut. Maar ook door een samenloop van omstandigheden. In zekere zin kun je heel veel invloed uitoefenen op je eigen leven, maar het is een illusie dat je alles onder controle hebt. En moet je dat ook willen? Ik vond “By Design Or By Disaster” daarom een heel mooie overkoepelende titel.

Je teksten zijn stevig, soms zwaar. Dan dringt de vraag zich natuurlijk op of ze autobiografisch zijn.

Ik denk dat er bij iedereen die schrijft allerlei autobiografische elementen in zitten. Maar om het liedje Lifeline aan te halen: dat gaat over een kind of een puber die hoort dat zijn vader thuis komt. Eigenlijk wil hij verdwijnen, onder het bed kruipen. En vervolgens zit zijn vader met een lege blik alleen maar sigaretten te roken en naar de TV te staren, zonder hem een blik waardig te gunnen. Tot het punt dat het kind in opstand komt en dingen zegt als: “Don’t point the finger, point the way”, oftewel: “Je kunt me nou wel van alles verwijten, maar je hebt ook nooit verteld hoe dingen dan wel moeten.”
Nou, zo zwaar was het bij ons thuis echt niet hoor. Ik heb een heel goede band met mijn ouders en een heel fijne jeugd gehad. Maar natuurlijk zijn er altijd momenten, zeker in je puberteit, dat je denkt: “Ja, fuck man!” Botsingen met ouders komen altijd voor, zeker tussen vader en zoon en moeder en dochter. En ik heb dat gewoon veel groter gemaakt dan het in werkelijkheid was. Maar ik vind het vergroten van dingen in teksten altijd tof. Dat gebeurt in films ook vaak. En daar speel ik dan mee.




Het schrijfproces

For All We Know is natuurlijk geen band in traditionele zin. Kan je wat meer vertellen over hoe je muziek schrijft en hoe de nummers tot stand komen?

Nou, ik begin meestal gewoon lekker te fröbelen in mijn studiootje, dan maak ik een demo. En bij alles wat ik verzin, heb ik zanglijnen in mijn hoofd, omdat ik vind dat een couplet of een refrein bestaat bij de gratie van een goede zanglijn. Maar deze laat ik Wudstik (zanger bij For All We Know, RP) nooit horen. Omdat ik wil dat hij zijn eigen ei kwijt kan, en omdat door de vorige albums gebleken is dat als hij zelf met een zanglijn komt, het gewoon vaak beter is.
Dat zal er ook mee te maken hebben dat hij automatisch zijn stem op een heel natuurlijke wijze gebruikt. Als ik een zanglijn in mijn hoofd heb die Wudstik niet ligt, dan klinkt het toch altijd meer gekunsteld dan wanneer hij zelf vanuit zijn eigen bereik en stemkleur een zanglijn kan maken. En als ik een zanglijn hoor die ik zelf nooit had bedacht, klinkt het ook nieuw en fris voor mij. Maar het komt ook wel voor dat ik vasthoud aan een zanglijn, omdat ik een sterke melodie heel belangrijk vind.
Vervolgens krijg ik dan een demo terug van hem met ‘ghost lyrics’ of gewoon fonetisch gebrabbel. Daar hoor ik dan al bepaalde rijmwoorden en de flow van een zanglijn in. Vervolgens ga ik daar een tekst op schrijven. Daardoor komt eigenlijk zo’n negentig procent van de tekst van mij en tien procent van hem. Het is niet dat we samen aan de keukentafel teksten zitten te schrijven, maar mijn teksten zijn wel zodanig geïnspireerd op het gebrabbel of de ghost lyrics van Wudstik dat het een bepaalde sfeer krijgt. Ik vind het leuk om op die manier de samenwerking aan te gaan.

Is die samenwerking ook de reden dat Wudstik en jij op de promofoto’s staan?

Dat is eigenlijk vooral ook een logistiek ding. Léo (Margarit, drums, RP) zit gewoon in Zweden en ik was van mening: OF allemaal op de foto, OF alleen ik, OF alleen Jermain (van der Bogt/Wudstik, RP) en ik. Ik werk toch het meest met hem, dus Wudstik heeft echt een heel belangrijke rol. Dat neemt niks weg van de rest, maar dit is wel zo’n beetje de verhouding zoals die nu is.

Wat is in die zin de rol en de bijdrage van de andere artiesten? Is For All We Know honderd procent jouw kindje of stimuleer je de anderen om ook hun eigen interpretatie aan de muziek te geven?

Muzikanten krijgen bij mij alle vrijheid. Ik kan wel baspartijen verzinnen en ik programmeer heel veel drums. Ik heb van een aantal drummers gehoord dat ik dat goed kan, dat ik echt als drummer denk. Dus een hoop drumfills en drumpartijen die op de plaat staan heb ik ook zo bedoeld. Maar ik vind het altijd verfrissend als mensen met hun eigen ideeën komen. Voor mezelf, maar ook voor hen. Het is natuurlijk altijd leuk om zelf een beetje je stempel op de muziek te kunnen drukken. Daarom doen we het tenslotte.
Dat geldt ook voor de pianostukken. Het laatste liedje, Goodbye, is het enige liedje dat pianist Marco (Kuypers, RP) heeft gespeeld. De rest heb ik allemaal zelf gedaan, maar dit was meer een ‘pianistisch’ liedje. Ik zou er wel mee weg zijn gekomen hoor. Niemand zou hebben gedacht: “Nou, wat een suffe pianopartij.” Alleen: Marco is ook echt pianist, en ik vind het dan heel tof om zijn spel erin te horen.

Er zit tot nu toe steeds een fors aantal jaren tussen de albums van For All We Know. Komt dat vooral door drukte met andere projecten, of is dit gewoon ‘de manier waarop je werkt’, waarbij nummers lang moeten rijpen en bezinken? Zou je sneller albums kunnen schrijven als je meer tijd had?

Misschien wel, maar For All We Know is voor mij echt een hobbyproject. Dat klinkt misschien een beetje denigrerend, maar ik bedoel daarmee te zeggen dat ik er niet van hoef te leven, waardoor de urgentie iets minder groot is. Ik kan mezelf dus ook alle vrijheid permitteren om er gewoon lekker lang over te doen en om heel kritisch te zijn. “Schrijven is schrappen”, zeggen ze weleens. Nou, bij mij is dat ook echt het geval. Van elke twintig dingen die ik verzin, blijft er misschien maar één over. Maar dat is helemaal niet erg.
Volgens mij hebben we voor deze plaat in mei 2023 de laatste opnames gehad, en de songs waren alweer een half jaar ervoor geschreven. Dus het is anderhalf jaar geleden dat ik een liedje heb gemaakt, en ik merk dat ik nog steeds vol zit van deze plaat. Dus als er ooit nog een vierde plaat komt, denk ik dat het nog even zal duren voor ik daar mijn tanden in ga zetten. Vandaar dat er steeds zo’n zes jaar tussen mijn albums zit.

De toekomst

Welke doelen heb je nog met For All We Know, en hoe balanceer je die met je andere activiteiten, zoals Within Temptation? Geven die je de (financiële) vrijheid om For All We Know puur als creatieve uitlaatklep te gebruiken?

Ik ben gezegend met het feit dat ik op dit moment van Within Temptation kan leven en er ook niks anders naast hoef te doen. Het geeft me ook vrijheid, want zo druk is Within Temptation helemaal niet. Dat denkt iedereen altijd, maar ik heb zeeën van tijd momenteel, wat mij dus de ruimte biedt om een project als For All We Know te kunnen doen.
Ik heb gek genoeg weinig andere doelen hiermee. Rond de tijd van de eerste plaat uit 2011 had ik natuurlijk al een aantal platen opgenomen, waarvan sommige erg succesvol. Ik heb een paar gouden en platina platen thuis hangen, waar ik supertrots op ben. Maar mijn doel was dat ik op mijn sterfbed (en hopelijk duurt dat nog even) in ieder geval één album in mijn handen zou hebben dat ik zelf had gemaakt.
Within Temptation is natuurlijk ook een groepsding, waarbinnen ik doe wat iedereen denkt dat het beste is. Ik heb daar geen 100% vrijheid, wat helemaal niet erg is. Maar de muziek die ik met For All We Know wilde maken, kon ik gewoon niet kwijt bij Within Temptation. Dat was destijds mijn primaire doel en dat is gelukt. Mijn secundaire doel was dat ik uit de kosten zou komen, want ik heb al die platen zelf gefinancierd. Dat gaat om echt veel geld. Dat is niet erg, maar het is wel fijn als het er op een gegeven moment weer uit komt. En dat is ook gelukt tot nu toe.

Wat betekent dat voor de mogelijkheden om met For All We Know live te spelen of zelfs een tour te organiseren?

Het is zo moeilijk om de agenda’s naast elkaar te leggen. Shows moeten al ruim van tevoren in de verkoop en ik weet bijvoorbeeld nu nog niet wat 2025 gaat brengen met Within Temptation. Dus ik kan nu nog heel moeilijk dingen inplannen.
En als ik heel eerlijk ben: zes jaar geleden heb ik drie shows gedaan met For All We Know en de kaartverkoop vond ik toen enigszins teleurstellend. Het waren heel fijne shows en ik heb er geen spijt van, maar ik had eigenlijk gehoopt dat er net iets meer volk op af zou komen. Ik heb altijd gezegd: ik hoef hier niet aan te verdienen. Het is oké als het me tijd en calorieën kost, maar het moet geen geld gaan kosten.
Dus in die zin heb ik niet echt doelen met For All We Know, behalve om de zes jaar een nieuwe plaat uitbrengen. Als ik dan positieve reacties ontvang, dan doet me dat deugd. En ik hoop dat ik dan uiteindelijk iets langer op dat sterfbed lig, zodat ik nog de tijd heb om drie platen te luisteren. En daar trots op mag zijn.

Foto’s door Slashley Photography.

Nick D’Virgilio (Big Big Train) De VS tour: JAAA!!!!! HET WERD VERDORIE TIJD!!!

Naar aanleiding van het uitbrengen van het vijftiende studioalbum van Big Big Train (BBT), “The Likes Of Us” werd ik in de gelegenheid gesteld om een interview te hebben met een van de leden van deze van oorsprong Britse band. De keuze viel op de Amerikaanse drummer/zanger Nick D’Virgilio, ook wel bekend als NDV. Een interview via mail, over van alles en nog wat, van de band tot zijn solowerk en uiterst gevarieerde samenwerkingen door de jaren. Waaronder Genesis…


Nick, allereerst gefeliciteerd met het nieuwe album, ik heb het al een tijdje in mijn bezit en vele malen beluisterd en het groeit nog steeds. Ik ben behoorlijk onder de indruk, het klinkt steviger, compacter zonder de oude waarden van de band, de meerstemmige zang, de blazers en het akoestische gevoel schade aan te doen.

Dank je wel!

Tot nu toe verliep een groot deel van het schrijf- en opnameproces door elektronische bestanden naar elkaar door te sturen. Dat stramien hebben jullie doorbroken met een gezamenlijke opnamesessie in Italië voor “The Likes Of Us”. Hoe was het om weer op die ‘old-school’ manier op te nemen?

Het was fantastisch! Sinds ik in de band zit, hebben we nog nooit op zo’n manier opnamen gemaakt. Zelfs in mijn begindagen, toen ik opnamen maakte in de studio van onze engineer/mixer Rob Aubrey. Destijds nam ik drums op voor de demo’s van de band. De jongens zaten aan de andere kant van het glas, maar we waren niet samen aan het jammen. Ik was gaandeweg onderdelen aan het verzinnen en dat ging allemaal goed, maar er is iets speciaals aan samen spelen. Net zoals wanneer je met je band live op het podium speelt. Je voelt allemaal tegelijk de muziek en dat inspireert. Het zorgt ervoor dat je anders luistert. Het is een goede zaak en bovendien heel leuk.

Ik las dat zanger Alberto Bravin vooral het onderling uitwisselen van ideeën een absoluut voordeel vond van het samen in de studio zijn. Hoe denk jij daarover?

Ja! Ik heb hetzelfde. Het laat je nadenken, luisteren, aanpassen en manoeuvreren op manieren die net anders zijn dan wanneer je in je eentje een vooraf opgenomen nummer speelt.

Hoe werkt dat eigenlijk, zo op afstand fungeren van de rest van de band? Vertel me eens hoe een dag in het leven van een Amerikaanse muzikant in een van oorsprong Britse band eruitziet?

Het is niet ideaal. Toen ik bij BBT begon, was ik sessiemuzikant. Daarna werd ik officieel lid van de band terwijl ik iedereen maar één keer per jaar persoonlijk zag. Het is nu een stuk beter omdat we meer samen doen, maar ik zou graag bij de groep willen zijn en ze vaker willen zien. Zelfs gewoon om uit eten te gaan of koffie te drinken. Ik hou echt van iedereen in de band en in ons team. Ik zou ze graag nog vaker zien, maar (ik haat het gezegde) het is wat het is. Ik ben dankbaar dat het feit dat ik zo ver weg woon, door de jaren heen niet al te zwaar voor de band is geweest. Wij hebben er ook ons best voor gedaan.

Na de onfortuinlijke dood van David Longdon kwam de functie van zanger vacant. Ik dacht indertijd dat ze bij jou terecht zouden komen: jij kende het repertoire en had de overstap van achter het drumstel naar de voorkant van het podium al eerder succesvol gemaakt. Is dat ooit serieus overwogen?

Ik heb er wel over nagedacht en heb het aan Greg Spawton (oprichter/componist/bassist) voorgelegd als een mogelijkheid, maar het zou de basis die we in zoveel jaren hadden opgebouwd, te veel hebben verstoord. Als we het alleen over de ritmesectie van BBT hebben, vormen Greg en ik een zeer solide eenheid. De bas en drums zijn een echt kenmerk van het BBT-geluid en -gevoel. Daar wilden we niet aan morrelen wat voor mij volkomen logisch is. Ik hou van zingen en hoop dat in de loop van de tijd nog meer te doen. Maar het was de juiste keuze om iemand anders van buiten de band te vinden als de nieuwe zanger.

Na Greg ben jij nu de langstzittende muzikant binnen BBT. Hoe voelt dat, schept het ook verplichtingen?

Ik voel me sterk verbonden met BBT, en daar ben ik ook blij mee. Ik voel en zeg tegen iedereen dat BBT mijn band is. Ik ben natuurlijk niet met de band begonnen, maar ik zit al lang genoeg in de groep zodat het als familie voelt, en ik hou echt van wat we doen. Het is de meest opwindende en bevredigende muziek waar ik ooit deel van heb uitgemaakt, en ik hoop dat het zo blijft totdat ik het fysiek niet meer aan kan.

Je schrijft regelmatig nummers voor BBT, vooral de instrumentale stukken bevallen me prima, die zijn altijd net even anders dan het materiaal dat Spawton/Longdon schreven. Moet je knokken om jouw composities op de plaat te krijgen?

Een beetje. Maar zo gaat het nu eenmaal in een bandsituatie. We hebben veel geweldige liedjesschrijvers. Dat is zeker geen slechte zaak. In een band moet je bereid zijn een beetje op te offeren voor het welzijn van de hele eenheid. Mijn stijl is anders dan die van Greg en hij is vanaf het begin de belangrijkste schrijver geweest. De kern van onze fans is opgegroeid met zijn liedjes. Ik wilde specifiek voor BBT schrijven en wat naar mijn mening zo cool is, is hoe de groep iets van mij aanneemt en het in het BBT-gevoel kneedt. Ik probeer ook een aantal dingen te schrijven die de band als musici zullen uitdagen. Iedereen in deze band is een muzikant van zeer hoog niveau en het is geweldig om ze te zien en horen hoe ze zich maximaal inspannen.

Ik had het net over de van oorsprong Britse band, tegenwoordig is het meer een United Nations of Prog; met een Zweed, een Noor, een Italiaan en een Amerikaan zijn jullie als buitenlanders zelfs in de meerderheid. Is het moeilijk om met zo’n divers internationaal gezelschap te werken?

Helemaal niet. Zoals ik hierboven al zei, iedereen is zo goed in wat hij doet. Bovendien is iedereen zo cool als persoon. We gaan met elkaar om als vrienden, praten openlijk als vrienden, lachen, maken grappen en doen alle dingen die niets met muziek te maken hebben. Het is echt iets moois.

Ik lees dat je erg onder de indruk bent van de muzikaliteit en het vakmanschap van de nieuwe, jongere leden van de band. Hoe hoog moet ik die kwaliteit inschatten?

Buitenaards hoog! Oskar Holldorff is een beul! Zijn capaciteiten zijn fantastisch. Zijn gevoel is zo groovy. Moet ik nog meer zeggen? ☺

Jullie gaan binnenkort op tournee door de Verenigde Staten, een absolute première in het bestaan van de band. Wat verwacht je van deze thuiskomst? Spelen jullie ook in de buurt van je geboortegrond? Je woont tegenwoordig in Fort Wayne, Indiana, begrijp ik.

JAAA!!!!! HET WERD VERDORIE TIJD!!! Kun je zien dat ik enthousiast ben? Eindelijk gaat het gebeuren. We hadden een volledige, veel langere Amerikaanse tournee gepland vóór de pandemie en voorafgaand aan het overlijden van David. Ik heb geprobeerd de hoop niet te verliezen, maar het is krankzinnig, en ik bedoel krankzinnig duur, om de band door de Verenigde Staten op tournee te sturen. Als ik naar Groot-Brittannië/EU ga, ben ik slechts één persoon. Eén retourvlucht. De kosten rijzen de pan uit en iedereen moet naar de VS. De vluchten, de visumkosten, de hotels, het vervoer. Het is bizar. Maar het moet gebeuren als we willen groeien.

Ik las dat jullie gitarist David Foster achterlaten voor de tournee door de VS en dat de kopersectie ook thuis blijft. Jullie zoeken nog een multi-instrumentalist die ook trompet speelt. Wat betekent dat voor de arrangementen en de keuze van de setlist?

Het verandert de situatie zeker een beetje, maar opnieuw proberen we er een levensvatbare tourband van te maken. Het is gewoon financieel onhoudbaar om het volledige ensemble op dit moment overal mee naartoe te laten gaan. We kunnen nog steeds een geweldige show neerzetten met dat grote BBT-geluid, maar dan moet de samenstelling van de band wat soberder. Hopelijk, nadat we meer momentum hebben gekregen en hopelijk meer fans, kunnen we het ons veroorloven om iedereen altijd mee te nemen. Wij zouden niets liever willen.

Ik begrijp de (financiële) argumenten, ik heb er met Greg al eens eerder over gesproken. Ben je niet bang dat dit de kern van de muziek aantast?

Nee. We zullen er absoluut voor zorgen dat het werkt.

Mag ik kort met je teruggaan naar de start van je samenwerking met BBT. Je bent een soort van omgekeerde versie van een Englishman in New York: an American in Londen. Hoe was dat in het begin, als ‘yank’ tussen de ‘limeys’?

Oh, ik vond het geweldig en dat heb ik altijd gevonden. Ik raakte een beetje ondergedompeld in de Britse manier van doen, beginnend in mijn Spock’s Beard-dagen. Toen sloot ik me aan bij Tears For Fears met nog meer Britten in de buurt. Ik heb me altijd erg op mijn gemak gevoeld in Groot-Brittannië. Ik zou er gemakkelijk kunnen wonen. Mijn hele familie voelt hetzelfde nadat ze in Londen woonden tijdens mijn tijd bij Cirque Du Soleil en daar al mijn vrienden al die jaren kenden.

Je hebt al een hele carrière achter de rug, vooral als drummer/zanger bij Spock’s Beard, hoe ben je destijds eigenlijk bij BBT terechtgekomen?

Ik werd aan Greg aanbevolen door Rob Aubrey. Rob heeft door de jaren heen velen van ons bij elkaar gebracht. Hij had in het verleden met Greg en BBT samengewerkt en toen ze naar hem toe kwamen voor het album “The Difference Machine” schakelde hij mij in als sessiespeler en de rest is geschiedenis.

Je hebt al een paar soloalbums uitgebracht, en recentelijk een tweede album in samenwerking met Neal Morse en Ross Jennings. Heel andere muziek dan waar jullie bekend om staan, akoestisch, bijna CSN&Y-achtig zou ik zeggen. Hoe kwam dat tot stand?

Neal en ik zongen in de tijd van de Spock altijd CSN, de Beatles en een heleboel andere nummers als we geen SB-nummers speelden. Neal is, zoals je waarschijnlijk weet, een zeer productief schrijver en had een aantal CSN-achtige liedjes. Hij belde me op en vroeg of ik liedjes in die trend had en of ik iets in dat soort stijl zou willen samenstellen. We hebben er een tijdje over nagedacht wie de derde persoon zou moeten zijn, en Ross paste perfect bij ons. Op zichzelf een geweldige zanger en songwriter. Het is gewoon leuk om iets anders te doen en, zoals ik al eerder zei, ik hou van zingen.

Je bent een soort zzp’er binnen de muziekwereld. Je naam verschijnt regelmatig op albums van onder meer Frost*, Mystery, Neal Morse, Dave Kerzner en Steve Hackett. Is dit de enige manier om als professioneel muzikant te overleven in de hedendaagse muziekindustrie?

Er zijn veel manieren om dit te doen, maar het is een goede zaak om je carrière te diversifiëren. Ik ben zo gezegend dat ik met iedereen die je noemde en meer kon spelen. Ik heb het altijd leuk gevonden om mezelf als muzikant uit te dagen en ik heb in de loop der jaren zoveel geweldige relaties opgebouwd dat deze mensen mij gelukkig in gedachten hebben gehouden.

Je loopbaan klinkt als een trip door een wondere wereld, soort van Willie Wonka. Een van de meest bijzondere dingen die je hebt gedaan is je werk voor Cirque du Soleil. Hoe kwam dat tot stand?

Ik had werk nodig. Op dat moment (2008/2009) lagen er niet zoveel mogelijkheden voor mij. Ik was als een gek bezig om de rekeningen te kunnen betalen. Technisch gezien zat ik nog steeds in Tears For Fears, maar ze toerden nauwelijks en Spock’s deed niet genoeg om voldoende geld binnen te halen. Ik had in de loop der jaren een aantal Cirque-shows in Las Vegas gezien en besloot me online aan te melden. Ongeveer 6 maanden later werd er contact met mij opgenomen met de vraag of ik interesse had om deel te nemen aan een gloednieuwe productie genaamd TOTEM. Het was een reizend optreden, maar een van de grote onderdelen van het aanbod was dat mijn familie met mij mee kon. Ze hadden een reizende school. Mijn kinderen waren toen 10 en 12 jaar oud. We hebben er lang over nagedacht en besloten er vandoor te gaan en ons bij het circus aan te sluiten. In het begin was het eng, maar uiteindelijk werd het een geweldige reis voor zowel mij als mijn gezin. Ik heb in die Cirque-jaren ook ontzettend veel met BBT kunnen doen. We hebben in die jaren de basis gelegd, met als hoogtepunt onze shows in 2015 in Kings Place in Londen. Met die shows is het echt allemaal begonnen.

Neem me niet kwalijk, je bent hier waarschijnlijk al vaker over doorgezaagd. Maar ik kan het toch niet laten om je te vragen naar je ervaringen als studiodrummer op het laatste Genesis-album “Calling All Stations” uit 1997, na het vertrek van Phil Collins. Hoe was dat?

Bijna ongelooflijk. Ik had nooit gedacht dat ik zoiets ooit zou doen. Ik mocht spelen in de drumruimte van Phil, in hun geweldige opnamestudio, met Tony Banks en Mike Rutherford aan de andere kant van het glas. Het was surrealistisch. Genesis was mijn favoriete band toen ik opgroeide. Dat zeg ik niet zomaar. Ik was een echte superfan.

Voor jullie shows heb ik al een aantal keer de oversteek gemaakt van Nederland naar Engeland, vier keer in totaal. De laatste keer was jullie triomfantelijke slotoptreden van de tournee in de Cadogan Hall in augustus 2023. Vooral het laatste deel, waarin jij samen met Rikard en Alberto een akoestisch trio vormde, sprak mij zeer aan. Greg keek goedkeurend toe vanuit de coulissen. Neem jij uiteindelijk ooit het stokje van hem over als bandleider?

Nee. Greg is de oprichter en de leider. Als Greg ooit zou besluiten om BBT te verlaten, ben ik er vrij zeker van dat dit het einde voor BBT zou betekenen. En Greg is een geweldige leider. Iedereen mag beslissingen nemen en meningen geven, maar uiteindelijk is het laatste woord aan hem.

In september komen jullie terug naar de Boerderij in Zoetermeer voor twee shows. Als ik het goed begrijp, ga je elke avond een andere set spelen, klopt dat? Wat is er zo speciaal aan deze locatie dat jullie er altijd met zoveel plezier komen spelen?

Het is een klassieke locatie die muziek zoals de onze en progressieve muziek in het algemeen ondersteunt. Het is de perfecte plek om te spelen. Het klinkt geweldig daar, iedereen die er werkt is fantastisch, Nederland is over het algemeen een geweldige plek. Het werkt gewoon als een tierelier.

Hoe zie jij de toekomst van de band, welke plannen zijn er voor de (middellange) toekomst?

Meer platen maken en meer toeren. Ik denk dat onze muziek een veel breder publiek kan bereiken en dat we daarop in moeten gaan en dat mogelijk moeten maken. Ik ben ervan overtuigd dat we het kunnen.

Nick, enorm bedankt voor je medewerking aan dit interview, het wordt zeer op prijs gesteld. Veel succes met de band en het nieuwe album, misschien heet het volgende album wel “The Future looks bright”. Keep safe, ik hoop je snel weer te zien in een concertzaal.

Bedankt! Het was me een genoegen.

Foto’s Big Big Train: Massimo Goina | Foto NDV: Arie van Hemert

Lees ook de recensie van het nieuwe studioalbum “The Likes Of Us” van Big Big Train.

 

 

 

Dave Bandana (The Bardic Depths): “Ik heb een hekel aan die ‘prog of niet prog’-discussie”

Het derde album van The Bardic Depths, getiteld “What We Really Like In Stories”, was aanleiding om de oprichter van het kwartet, Dave Bandana, aan de tand te voelen over de oorsprong en de toekomst van de groep en haar muziek. Dave werkte graag en enthousiast mee aan mijn verzoek voor een interview.

 

Hoe komt een muzikant/eenmans(cover)band uit Lanzarote op de proppen met drie relatief succesvolle prog-gerelateerde albums?

Dat is iets wat ik mezelf de meeste dagen afvraag. Ik heb vanaf zeer jonge leeftijd altijd van muziek gehouden en ben opgegroeid met The Beatles, Yes, Genesis etc. Ik heb altijd liedjes geschreven, maar het niveau van muzikaal vakmanschap zorgde ervoor dat ik het simpel hield. Ik verhuisde in 2015 naar Lanzarote om mijn carrière volledig om te gooien en entertainer te worden. In 2012 was ik gewoon voor de lol begonnen met het schrijven van wat prog. Dat album, wat het eerste Bardic Depths-album zou worden, had een beetje inhoud en vanaf dat moment ging het allemaal van start.

Zeg eens eerlijk: Bandana is een pseudoniem neem ik aan, wat is je echte naam? ;)

Het is een artiestennaam. Ik wilde mijn echte naam niet gebruiken en mijn vrouw heeft hem bedacht. Mijn echte naam?? Ik ben zo oud dat ik het me niet meer kan herinneren.

Gefeliciteerd met de release van “What We Really Like In Stories”, bij de eerste keer luisteren kon ik niet anders dan glimlachen, ik was behoorlijk onder de indruk. Vertel ons iets over de totstandkoming van het album.

Op de vorige albums hadden we veel gastmuzikanten, maar om verschillende redenen vielen ze allemaal af voordat de opname begon. Het betekende dat we als viertal opereerden, met specifieke instrumenten. Ik nam alle bas- en keyboardtaken op me en speelde slechts op een paar nummers akoestische gitaar. Gareth (Cole) speelde alle gitaarpartijen. We hebben ook besloten om de speelduur op 45 minuten te houden, wat volgens mij de ideale duur is voor een album. Er was nogal wat bewerking nodig; we hebben aardig moeten knippen, om wat wij zagen als opvulling kwijt te raken en een compact en interessant album te creëren. Het album werd op afstand opgenomen. Met Gareth en Pete (Jones) in Groot-Brittannië, Tim (Gehrt) in Amerika en ikzelf hier, was dit de enige manier om het te doen. De nummers krijgen uiteindelijk vorm, iedereen stuurt zijn partijen naar mij en ik veeg het allemaal bij elkaar.

Kun je iets over de achtergrond van de teksten vertellen, ook al is dit eigenlijk het domein van je kompaan Brad Birzer?

We besloten dat we deze keer geen concept- of verhaallijn-album wilden maken, maar we wilden toch een thema. Brad kwam op het idee van auteurs en hun verhalen. Hij heeft een boek geschreven met de titel Mythic Realms, waarin hij vertelt over zijn favoriete auteurs en we hebben een aantal van die hoofdstukken aangepast tot songteksten.

Hoe is het contact met collega-muzikanten Gehrt, Cole en vooral Jones tot stand gekomen?

Ik maak deel uit van het Big Big Train Facebook-forum en we zijn bij elkaar gekomen vanwege onze liefde voor de band. Ik had Gareth ontmoet in een pub na een show in Londen in 2017, maar ontdekte pas later dat hij een gitarist was. Ik vroeg hem om op drie nummers op het eerste album te spelen en we raakten bevriend. Daardoor was het vanzelfsprekend dat hij op elk nummer op het volgende album zou spelen en deel zou uitmaken van de kern van de band. Tim is vriend van een vriend van Brad. Hij is een integraal onderdeel geworden van het geluid van de band. Pas later kwam ik erachter dat Tim met Steve Walsh in de band Streets had gespeeld. Ik was een grote fan van Pete en zijn Tiger Moth Tales voordat hij gehoor gaf aan een pleidooi voor een saxofonist voor een van de nummers op het eerste album. Hij is een van de beste zangers binnen het genre, maar ik kon hem niet vragen om te zingen. Maar hij stuurde me een bericht om te vragen of hij zang kon toevoegen aan het laatste nummer, Legacies. Dus toen we bij het volgende album kwamen, was het voor hem vanzelfsprekend om zang bij te dragen voor sommige nummers en te helpen bij het creëren van ons geluid. Op het nieuwe album hebben we dit nog verder doorgevoerd met een aantal fantastische harmonieën.

Hebben jullie ooit samen in de studio opgenomen, als collectief?

Nee. De reisafstand tussen ons is te groot.

Robin Armstrong mixte en masterde het nieuwe album, evenals het vorige. Hoe belangrijk was zijn inbreng voor jou?

Extreem belangrijk. Zonder Robin zouden er geen Bardic Depths zijn. Hij zag de potentie van het eerste album en maakte er het album van dat het is geworden. Hij heeft ook veel bijgedragen aan het tweede. Ik heb veel van hem geleerd, waardoor ik op dit derde album onze sound een stuk verder kon brengen en Robin deze alleen nog maar hoefde te mixen en masteren. Maar hij doet het op een manier die ons een onderscheidend geluid geeft en zijn audiopalet is fantastisch.

Je deelt de liefde voor de muziek van Big Big Train (BBT) met Pete Jones en Gareth Cole. Waar komt die voorkeur voor BBT vandaan?

BBT kwam mij ter ore met het eerste “English Electric”-album. Hun oeuvre is ongelooflijk en sindsdien ben ik gewoon fan.

Pete Jones heeft aan geen enkel nummer meegeschreven, toch is bijvoorbeeld Old Delights een typisch Jones-nummer. Waarom eigenlijk niet?

Pete schreef niet mee, simpelweg omdat hij het te druk heeft met zijn eigen projecten. Ik verzorg het grootste deel van de composities qua muziek.

Big Big Train heeft verhaal-gebaseerde muziek gepopulariseerd, jij hebt dit voorbeeld gevolgd en dat geldt ook voor I Am The Manic Whale. Zijn jij en Brad Birzer op enigerlei wijze beïnvloed door Spawton c.s.?

Nee, ik zou niet zeggen dat we door hem zijn beïnvloed. Brad is een academicus die van zijn schrijvers en van schrijven houdt. Het is dan ook logisch dat hij op basis daarvan teksten wil schrijven

In de tekst van Whispers in Space kom ik onder andere de volgende woorden tegen: Folklore, Venus in Transition, Captain of the Skies, allemaal Big Big Train-titels, toeval?

Geen toeval. In het nummer worden drie mannen genoemd. Als je naar het eerste couplet luistert, hoor je songtitels van The Doors en Talk Talk. De luisteraar kan het zelf uitzoeken.

Wie is Martin Haskell, de verteller op dat eerder genoemde Whispers in Space? Hoe kwam je bij hem terecht?

Martin is radio DJ en heeft een show genaamd Sunday Brunch op ExileFM. Hij is een goede vriend geworden en we ontmoeten elkaar bij BBT-concerten.

Ik hoor veel invloeden in je muziek: van Pink Floyd tot Steve Hillage en Barclay James Harvest (BJH). Puur toeval?

Dat is de muziek waarmee ik ben opgegroeid. BJH was de tweede band die ik ooit live zag, in 1974. “You” van Gong staat in mijn top 10 van favoriete albums aller tijden.

Op je Facebook-pagina staat het intrigerende citaat “We are part of the Prog genre but are not afraid to mix it up a touch”. Leg eens uit.

Ik heb een hekel aan die ‘prog of niet prog’-discussie. Toen ik voor het eerst met muziek begon, was het rockmuziek, zonder sub-genres. Als je naar onze muziek luistert, hoor je dat we niet bang zijn om wat jazz, elektronische pop uit de jaren 80, ambient soundscapes of wat volksmuziek toe te voegen. Wij houden ervan om het te mixen en de luisteraar scherp te houden.

Ik dacht eigenlijk dat The Bardic Depths vooral een album-producerend ensemble was, maar onlangs zag ik toch echt dat jullie live optraden, zij het zonder drummer Gehrt. Was dat eenmalig of zijn er plannen voor een tournee?

Het was eenmalig, omdat we met zijn drieën tegelijkertijd in Londen waren voor een BBT-concert. Pete speelde een lunchshow in Camden en vroeg of we een nummer met hem wilden spelen. We hebben het zonder voorafgaande repetitie gedaan.

Wat zijn je plannen voor de toekomst?

Zoveel mogelijk exemplaren van dit album te verkopen en te kijken waar dat ons heen leidt. Dat zou mogelijk een vierde album kunnen zijn, maar het zal moeilijk worden dat vol te houden in dit huidige klimaat.

Is er tot slot nog iets dat je tegen de lezers/bezoekers van de Progwereld website wilt zeggen?

Ik wil iedereen bedanken voor hun interesse en voor het steunen van ons door het kopen van cd’s en downloads. Vertel je vrienden over de muziek van ons. Het is de snelste manier om ons te helpen een fanbase te laten groeien. En als je nog geen exemplaar hebt gekocht, kun je dat hier doen: www.gravitydream.co.uk of www.thebardicdieptes.co.uk.

Dave, heel erg bedankt voor je medewerking aan dit interview, veel succes met het nieuwe album. Ik hoop je toch ooit op het podium te zien in een nabijgelegen theater.

Lees de recensie van het album “What We Really Like In Stories” hier.

‘Magoria is mijn alles’

“Eigenlijk is “JTR1888” door een samenloop van omstandigheden ontstaan. Ik had een nummer geschreven over deze seriemoordenaar voor Knight Area. Maar zoals het gaat in een band moest het liedje worden vertaald naar het Knight Area-geluid en dat is logisch ook. Toen ik naar huis reed dacht ik wel: ik wil dit nummer liever voor mijzelf houden en kijken of ik er meer mee kan. Bovendien was er zoveel muzikaal talent in Nederland waarmee ik nog graag wilde samenwerken. Jack the Ripper fascineerde mij. Natuurlijk had ik van hem gehoord, maar nu verdiepte ik mij echt in zijn verhaal. We kozen de meest onwaarschijnlijke en tevens meest commerciële samenzweringstheorie. En als het verhaal mij fascineert en inspireert, komt de muziek eigenlijk heel snel. Het was dus niet zozeer mijn droom om een rockopera te maken. Maar je kunt het zo zien: wat ooit begon als een liedje voor Knight Area is doorontwikkeld naar een rockopera.”

Foto: Arjen Hoftijzer


Respons
Bogert vertelt dat hij direct na “JTR1888” van plan was om een nieuwe rockopera te schrijven. De liveshows, de respons van het publiek en het commitment van de cast en de muzikanten stimuleerden hem daarin. “Wij hadden wel het geluk dat onze shows net voor de coronapandemie waren. Hadden we de shows moeten afgelasten, had ik het nog moeten zien of een nieuwe plaat wel mogelijk zou zijn geweest.”

Vakantiehuisje
Het idee voor “Hollingsworth Mansion” ontstond in een vakantiehuisje waar Bogaert verbleef met drummer Harmen Kieboom. “Ik had in eerste instantie het idee om wederom een seriemoordenaar als onderwerp te nemen. Harmen vond dat we dan bijna verplicht waren om deel 3 weer aan een seriemoordenaar op te hangen en zo te veel aan één onderwerp bleven vasthouden. Dat zette mij op het spoor om voor een ander thema te kiezen. Jack the Ripper is een bestaand verhaal. “Hollingsworth Mansion” hebben wij bedacht. Ik houd wel van het mysterieuze en horroraspect. Het gaat over een familie die gaat wonen in een huis waarin ruim een eeuw geleden een brand heeft gewoed en waarbij de bewoners zijn omgekomen. De man en vrouw hadden een onvervulde kinderwens. De nieuwe bewoners hebben wel een kind, en die ziet dan de geest van de vrouw. Deze vrouw ziet nu de kans om haar lang gekoesterde wens in vervulling te zien gaan.”

TempusFugit Pictures

Dankbaar
Bij het schrijven van het verhaal begint bij Bogert ook al het muzikale gedeelte zich te ontvouwen. “Het belangrijkste is dat er een rode draad is. Als het verhaal mij vervolgens pakt en ik er helemaal in kan duiken, komt de muziek snel. Weet je, door de ervaring met “JTR1888” heb ik veel geleerd. De nieuwe plaat klinkt symfonischer, vind je? Dat vind ik goed om te horen. Dat is niet eens bewust, maar een doorontwikkeling van wat we al hebben ingezet. Ik weet bovendien beter hoe je de muziek toeschrijft naar de cast. Natuurlijk is Magoria mijn ding, maar ik kan niet genoeg benadrukken hoe dankbaar ik ben voor alle muzikanten, zangers en zangeressen voor hun bijdrage. Zonder hen geen Magoria.”

Foto: Eddy JolenLive
Magoria brengt “Hollingsworth House” op 30 maart 2024 live in Bibelot in Dordrecht. Er volgen dan sowieso nog shows op 15 juni in P3 in Purmerend en op 9 november in de Boerderij te Zoetermeer. “Het publiek kan een integrale versie van “Hollingsworth House” verwachten. Het wordt een hele toffe show met volledig nieuwe kleding. De bezoekers zullen ook door filmpjes het verhaal goed kunnen volgen. Naast de nieuwe muziek zullen we songs van Jack The Ripper spelen. Zo vaak hebben we die ook nog niet laten horen. We hebben nu drie shows staan en hopen dat er nog twee of drie bij komen.”

Toekomst
Bogert vertelt dat hij zich voornamelijk wil richten op Magoria. “Magoria is mijn alles. Eerlijk gezegd ben ik al bezig met deel drie”, lacht hij. “Verder ben ik bezig met een nieuwe solo-cd waarop de gitaar centraal staat. Ook speel ik met Edward Reekers live met zijn Liberty Project. Erg leuk om te doen. Of ik het spelen in Knight Area mis? Ja, eigenlijk wel. En ik sluit niet uit dat ik weer van een band deel uit ga maken. Maar op dit moment is dat niet aan de orde. Daarvoor ben ik veel te druk met Magoria.”

 

Interview met de Nederlandse band Gula

De Nederlandse band Gula is ontstaan in 2015 en bestaat uit Pieter Dirksen, Aad Oliehoek, Ilja Fase en Jan Bleijenberg. Hoewel het niet direct progrock is wat de band maakt, is de formatie interessant voor liefhebbers van psychedelica, stoner, postrock en doom metal. Althans, als je de muziek van deze band in een bepaald genre wilt stoppen, want het is niet makkelijk deze band te duiden. Opvallend is dat er over de band nog maar weinig te vinden is in de nationale en internationale muziekpers. Ruard Veltmaat verdiepte zich in deze Nederlandse band en stelde hen een paar vragen.

Vertel eens wat meer over jullie band, hoe is die ontstaan en stel ons de bandleden eens voor?

Jan: Ilja en ik kennen elkaar nu al meer dan twintig jaar en we hebben samengespeeld in een Afrikaanse percussiegroep. De eerste band HeadSmoke, waar zij de basgitaar en ik elektrische gitaar speelde, is geformeerd in 2011. In 2013 verving Aad de toenmalige drummer. In maart 2015 hield HeadSmoke op te bestaan.

Vanaf dat moment kwamen Ilja en ik regelmatig samen om te jammen. Een aantal nummers, zoals Symbiosis, Laughing Song en een deel van Blind Spot, is in die periode ontstaan. Nadat Aad eind 2015 ook al een enkele keer meespeelde, kwam hij aan het eind van de zomer van 2016 er als vast bandlid bij. In die periode is de bandnaam ontstaan en in 2017 deden we het eerste optreden. In 2018 werd het debuutalbum “Gula” opgenomen. Op dit album hebben wij Pieter, die Ilja het jaar daarvoor had leren kennen bij een concert in Worm (Rotterdam), gevraagd om bij een aantal nummers een synthesizerpartij in te spelen. Na de opnamen is Pieter een vast lid van Gula geworden.

Pieter: In het dagelijks leven ben ik software-engineer bij een bedrijf dat klimaat- en milieu-invloed van voedselproducten berekent en daar beleef ik veel plezier aan. Stiekem lijkt het bouwen van een patch in een modulaire synthesizer ook veel op software bouwen, haha.

Aad: ik werk bij de KB (Koninklijke Bibliotheek), de nationale bibliotheek van Nederland, en ik hou me daar voornamelijk bezig met het testen van verwerking van publicaties (datamigratie, metadata, software). Naast Gula speel ik in verschillende projecten waaronder The Bicycle Repair Band, waarin mijn oudste zoon het meeste van de muziek schrijft en speelt. In die formatie speel ik vooral gitaar.

Jan: Ik ben procesoperator in ruste en heb veertig jaar in de Botlek gewerkt. Muziek maken en spelen doe ik in meer of mindere mate, sinds mijn middelbare schooltijd. Ik heb ook een periode weinig met muziek gedaan. Mijn oude VOX AC30 die in een hoek stof stond te vangen, heb ik toen verkocht. Helaas heb ik daar nog steeds een beetje spijt van. Een andere interesse is geschiedenis en ik heb vele jaren motor gereden.

Ilja: Voor mijn werk begeleid ik studenten in hun opleiding aan de Erasmus Universiteit en dan vooral als ze vastlopen door persoonlijke omstandigheden of als ze een ondersteuningsbehoefte hebben vanwege bijvoorbeeld autisme of dyslexie. Naast het spelen van de basgitaar in Gula speel ik heel graag West-Afrikaanse percussie bij Kawienbi. Dat ligt helaas sinds corona stil. Verder maak ik graag video’s waar ik zelf muziek/samples bij maak. Jan en ik werken hierin soms samen onder de naam Suspension of Aagtje Productions. Ik hou verder van eten en het verzamelen van deze producten. Vooral zeewier en ook schelpdieren. Ik woon in een dorp aan de Oosterschelde dus een paradijs wat dat betreft.

De naam Gula is in mijn optiek perfect gekozen voor het type muziek dat jullie produceren. De naam straalt gelijk een psychedelische vibe uit; van een andere wereld, hypnose. Hoe komen jullie tot deze naam en vertel er eens wat meer over?

Ilja: Dankjewel! De naam Gula kwam ik ooit tijdens het schrijven van m’n scriptie tegen, die ging over de relatie tussen eten en identiteit door de tijd heen. Gula betekent onder andere keel of strot, maar is ook Latijn voor gulzigheid. Ik kwam op Gula, omdat ik keek naar de zeven hoofdzonden, waaronder vraatzucht. Gula is dus een hoofdzonde. Ook leerde ik dat Gula een Mesopotamische godin was van de geneeskunde. Later werden vrouwen met geneeskracht als heksen bestempeld. Het fascineerde me dat er ooit een tijd was dat dat niet zo was, dat spreekt voor mij enorm tot de verbeelding. Muziek werkt wat mij betreft helend en daarom vond ik het ook een heel mooie naam. Ik vond het een naam met allerlei associaties en met een heel gave klank. De G van Gula komt ook echt vanuit de keel. Gula roept voor mij een sfeer op van machtig, groots en vrouwelijk. Ook het beeld van Gula is prachtig met in de ene hand een scalpel, in de andere hand een stuk doek en naast haar een hond die de wonden kan likken.


Er hangt een opvallend verhaal aan jullie nieuwe album “Birds Of The Apocalypse”. Het lag eigenlijk al ruim drie jaar op de plank voordat jullie het gereleased hebben. Hoe komt dat zo?

Aad: Corona gooide voor ons roet in het eten. De helft van de nummers lag drie jaar op de plank (al opgenomen vlak voor de lockdown), maar de rest is een paar jaar later opgenomen. Alhoewel alle opnames een poos voor het uitbrengen afgerond waren, hadden we wat moeite om weer op gang te komen en naar deze release toe te werken.
Jan: Sommige nummers lagen qua schrijven ook al een lange tijd op de plank. Bijvoorbeeld het titelnummer Birds Of The Apocalypse, of eigenlijk een deel daarvan, is in 2017 ontstaan. Mede ook door de opnames van het eerste album “Gula” in maart 2018, is dit nummer op de plank blijven liggen. In het najaar van 2018 heeft het uiteindelijk de vorm gekregen die het nu heeft.

Jullie zijn nog niet rijkelijk te vinden op het internet, zowel qua interviews, als qua recensies. Dat komt natuurlijk een beetje door het type muziek, hoe denken jullie daar zelf over?

Aad: We hebben wel diverse media benaderd, maar een aantal vindt ons misschien wat lastig te plaatsen. We zijn niet volop metal en ook niet heel duidelijk progrock of een andere stijl. We hebben nu vooral aandacht genoten van webzines die een bepaalde scene reviewen vanuit de underground en in eigen beheer uitgebrachte muziek. Het gegeven dat we niet bij een label ondergebracht zijn werkt wellicht ook niet mee voor de reguliere kanalen. Toch is ons debuutalbum wel gerecenseerd op bijvoorbeeld Doom-metal.com, DPRP.net, Rock Tribune en Lust for Life, dus we mogen niet klagen. Uiteraard hopen we dat ons nieuwe album minstens evenveel aandacht mag verdienen. Inmiddels stromen er al wat meer reviews binnen.

Daarover gesproken; de muziek balanceert tussen psychedelica en doom metal. Maar hoe dan ook is er geen goede schifting te maken in mijn optiek als recensent. Wat vinden jullie zelf?

Pieter: Voor mij is de stijl niet echt een bewuste keuze, het is meer wat er ontstaat tijdens het musiceren en goed voelt als je met een groep mensen samen gaat spelen. Psychedelische muziek en doom is voor ons allemaal een inspiratie, dus daar is wel een duidelijk raakvlak. Jan: Als mensen mij vragen wat voor muziek we spelen, is het antwoord, Rock/heavy music, afgewisseld met sferische stukken. Verder ben ik er eigenlijk niet zo mee bezig. Het is wat Pieter zegt, de muziek “ontstaat” en ontwikkelt zich dan weer meer richting het psychedelische en dan weer meer richting doom. Ilja: door onze verschillende en gedeeltelijk overlappende muzieksmaken ontstaat die typische mix en weten we elkaar tegelijkertijd ook te vinden.


Wat zijn dan jullie inspiratiebronnen?

Jan: Voor mij zijn dat de jaren 60, en 70 rock, progrock en psychedelische muziek. Ook de jaren 90 en latere rock/grunge/alternatieve/stoner metalrock en doom. Bijvoorbeeld de oude Pink Floyd (Ummagumma), Zappa, Camel, Lou Reed, Deep Purple, Kyuss, Motorpsycho, Colour Haze, Dark Buddha Rising, the Heads en nog vele andere. Pieter: voor dit album vooral psychedelische rock, doom, stoner, drone, noise, dub en krautrock. Kortom, experimenteel, repetitief en meestal vrij heftig, haha. Wat specifieker: Dark Buddha Rising, Gnod, Bong, Zion Train, Jah Shaka, Cough, Hills, The Angelic Process, Quicksilver Messenger Service, Orphax en NEU! Wat recenter ben ik ook de donkere/psychedelische kant van de elektronische muziek ingedoken. Denk aan dark psy, psycore, hi-tech en slambient muziek, daar zal in de toekomst ook wel wat van terug te horen zijn, vermoed ik.

Aad: Mijn favoriete bands zijn Iron Maiden, Bruce Dickinson, Judas Priest, Bad Religion, Midnight Oil en Rush. Black Sabbath en Helloween zijn andere favorieten. Qua extremere metal ben ik nogal van de jaren negentig. Ik hou ook van allerlei oude prog zoals Jethro Tull, Pink Floyd, Van der Graaf Generator, Camel en Steve Hillage, maar ook veel van jazz, zoals John Coltrane en McCoy Tyner. Dit gezegd hebbende, ik denk niet dat je dit allemaal duidelijk terug kan vinden in Gula, haha! Alhoewel, wat we denk ik wel met bijvoorbeeld Iron Maiden en Jethro Tull en andere progrockmuziek gemeen hebben is dat we graag veranderingen aanbrengen binnen nummers. Het nummer Merge van ons debuut laat mooi in een notendop zien dat we zowel trage als snelle muziek combineren. En ikzelf drum meestal ook niet lang op eenzelfde manier.

Ilja: Alle mooie dingen des levens denk ik. Voorbeelden op basgitaar zijn voor mij onder andere Al Cisneros van Sleep en Om, Geezer Butler van Black Sabbath, Ego Sensation van White Hills en Komet Lulu van Electric Moon. Qua zang bijvoorbeeld weer Lori S. van Acid King en Kim Gordon van Sonic Youth, Marissa Nadler, Anna von Hausswolf. Andere inspiratiebronnen zijn William Blake (dichter en kunstenaar uit de 18e-19e eeuw) en spirituele teksten zoals stukken uit de Upanishads (hindoeïsme). Qua muziek vind ik eerder genoemde bands fantastisch en hierbij nog wat voorbeelden: The Heads, Demented Are Go, Sleep, Moor Mother en Plague Organ, Arvo Pärt, Alice Coltrane, Goat, Atomikylä, Creedence Clearwater Revival, Augustus Pablo, Yabby U, Ty Segall, Gnod, Terminal Cheesecake en onder andere Motörhead.

Hoe komen jullie nummers tot stand?

Jan: Veelal uit individuele ideeën waar op wordt gejamd. En dan vooral het uitproberen van combinaties van twee losstaande ideeën. Zo is bijvoorbeeld Blind Spot ontstaan. Ilja: wat Jan aangeeft. En voor mezelf ontstaat een stuk vaak uit een bepaalde associatie of andersom. Bijvoorbeeld bij het nummer Pigs In Space. Dat begon met een opzwepend drumritme van Aad. En de tekst is ontstaan uit de drive van de drums en riff van Jan. Deze hadden een enorme festival vibe. Het gevoel van lekker uit je plaat gaan en op die manier ontstaat er een bijpassende tekst. Bij No Harmony zit een intro dat ik al heel lang had liggen. Dat gaat over de beklemmende sfeer die de zomer kan hebben. Al dat leven! Uiteindelijk heb ik het nummer aangevuld met een tekst gebaseerd op een interview met Werner Herzog over de jungle. Dat paste voor mij heel goed bij de sfeer van het intro. En soms begint het met een jam vanuit een riff van iemand. Bijvoorbeeld Bhoga. Daarvan is de zware riff van Pieter en de up-tempo bas kwam ineens tijdens het spelen van de riff als overgang. Zo jammen we vaak op stukken en kijken we wat er gebeurt.


Jullie muziek is een apart genre, een aparte stroming in de rockwereld. Het ademt een specifieke sfeer uit. Als jullie die sfeer zelf onder woorden moeten brengen, hoe zou je dat dan verwoorden?

Ilja: Voor mij ademt het de sfeer van de zwarte romantiek. Een sfeer die je bijvoorbeeld ook terugvindt bij William Blake. Het lichte in het donkere zien/zoeken, zoiets. Dat maakt het voor mij onderdeel van de zwarte romantiek. Bij ons is het ook het contrast binnen nummers wat onze muziek een typische sfeer geeft. Het lijkt vaak te gaan over chaos of wanhoop die nodig zijn om iets te laten ontstaan. Veel nummers hebben een contrast tussen licht en donker.

Jullie nemen jullie albums volledig analoog en veelal in één take op. Vanwaar deze werkwijze?

Jan: Het eerste album is analoog (tape) opgenomen, het album “Birds Of The Apocalypse” is met een modern gestuurd programma opgenomen.
Beide zijn wel in één take opgenomen. Dat wil zeggen, we spelen het nummer live samen, in één ruimte in. De zang en kalimba zijn later wel apart opgenomen in verband met de enorme hoeveelheid overspraak die zou ontstaan. Overigens zijn er later nog wel twee extra gitaarpartijen ingespeeld, dat staat ook vermeld op de hoes. Ilja: het niet in één take opnemen voelt onnatuurlijk voor mij. Zo speel je in de realiteit nooit, dus waarom zou je het op een andere manier opnemen?

Een van de meest fascinerende tracks op het album is Ana is Anna. Vertel eens wat meer over dat nummer?

Jan: Wat betreft de muziek is het ontstaan uit een jam van Aad en mij. Later hebben we het intro en de break eraan toegevoegd en uitgewerkt. Het eerste idee was om in de break een soort van gitaarmelodie/solo te spelen. Uiteindelijk kwamen we uit op een soort gitaartokkel. Het mooie daarvan is dat er daardoor ruimte vrij kwam voor de toetsen en de bas om te variëren. Ilja: de sfeer die het nummer kreeg paste voor mij bij een stukje uit de Upanishads over de adem als basis van leven. Ana is Anna betekent “adem is voedsel”. Zonder adem is er niets. En als adem niet de ruimte krijgt, dan krijgen smaken, geuren, geluiden en beelden dat ook niet. Het eerste deel is heel ruimtelijk en licht, waarna in het eindstuk een soort wanhoop losbreekt. Dan is de adem weg.

Een kritisch punt vanuit het oogpunt van een progrocker met liefde voor melodie; Laughing Song is een stonertrack bij uitstek; repeterend, loodzwaar en de lach op je gezicht is ver te zoeken als je dit luistert. Kun je wat meer over dat nummer vertellen? 

Ilja: Haha ;) Laughing Song is al heel oud en lag voor Jan en mij al lang op de plank. Ik hou enorm van de kunst en poëzie van William Blake en vooral het gedicht Laughing Song. Het gaat over samen in de natuur zijn en plezier hebben. De zware riff eronder geeft voor mij een sfeer van de teloorgang. Alsof onze zintuigen en het sociale het steeds meer moeten ontgelden en we als we lachen dit alleen nog hysterisch doen of verwrongen. Tegelijkertijd is voor mij zware langzame muziek juist muziek waar ik enorm blij van word. Het appelleert aan iets wat in me zit en wat er daardoor ook mag zijn en dat maakt me blij.

Bijzonder fraai is ook de titeltrack. De tekst klinkt sterk filosofisch en cryptisch. Als de teloorgang van de wereld, kun je daar wat meer over vertellen?

Ilja: De titel is een combinatie van het citaat dat ik gebruik in de teksten van het nummer uit Heart of Darkness van Joseph Conrad en de daaruit voortgekomen film “Apocalypse Now”. Het nummer heeft meerdere werktitels gekend. Apocalyptic Fuzz Jettle bijvoorbeeld. Het intro is ooit in een andere vorm ontstaan toen Jan, Pieter en ik op het Fuzz Club festival in Eindhoven waren. Ik had toen m’n kalimba bij me en Jan zette samen met Pieter op gitaar in. Ik vind het heerlijk om samen te jammen. In die tijd keek ik veel oorlogsfilms en las ik het boek “Heart of Darkness” waarop de film “Apocalypse Now” gebaseerd is. Van het een komt het ander. Het gaat voor mij over het naïeve idee dat vechten in een oorlog een avontuur is, terwijl het pure ellende is.

In de recensie zal je een vergelijk vinden met Monkey3 en E-L-R en een vleugje My Dying Bride, kennen jullie die bands en luisteren jullie daar zelf ook naar?

Jan: Ik ken de bands en luisterde in het verleden veel naar Monkey 3. Pieter: Ik ken de bands inderdaad en heb zelf vroeger veel naar My Dying Bride geluisterd. Aad: Ik ken daar alleen My Dying Bride van. Ik heb daar veel naar geluisterd en dan vooral het jaren negentig werk. Ik heb ze ook een paar keer live gezien. Favoriete platen zijn voor mij hun eerste twee albums, plus “Symphonaire Infernus Et Spera Empyrium”.
Ilja: Van de bands die je noemt ken ik vooral Monkey3. My Dying Bride heb ik een keer live gezien. E-L-R ken ik niet, maar die ga ik nu wel luisteren natuurlijk.

In mijn recensie kun je de volgende zin lezen: “De zang van Ilja Fase zorgt nog steeds voor een extra unheimisch gevoel en lijkt soms op een bezwerende Indiaanse genezeres die vol passie haar goden aanbidt, op andere momenten denk je dat ze in een psychose is geraakt”.  Vind je dat een compliment of een belediging?

Ilja: Haha, dank voor het compliment! Dat is ook de sfeer die ik voel. Aan het aanbidden van goden had ik nog niet gedacht, maar ik snap de associatie. In een psychose ben ik gelukkig nog nooit beland, maar dat de zang soms overkomt als een andere werkelijkheid, ja, dat voel ik zelf ook. De gekte of afwijking komt eruit in m’n zang. De zang is voor mij een plek waar ruimte is voor iets waar dat elders niet het geval is.

Hoe staat het met optredens? Zijn er op regelmatige basis optredens voor de band?

Sinds corona zijn we bezig met het hervinden van een speelritme. Dit is bemoeilijkt door diverse blessures en omstandigheden bij verschillende bandleden.

Eind 2023 is jullie eigen album uitgekomen, wat vonden jullie (per bandlid) zelf het beste album van 2023?

Pieter: The Hanged Man – Tear It All
Jan: Lankum – False Lankum. Dit sferische en donkere folkalbum spreekt mij heel erg aan. Ik kijk uit naar hun optreden dit jaar op het Roadburn festival.
Aad: Ik moet bekennen dat ik er geen een heb…ik luister eigenlijk vooral naar oudere bands en de meeste brachten geen album uit in 2023. Ik zal de nieuwe Tull eens proberen binnenkort.
Ilja: Acid King – Beyond Vision.

 

 

Even voorstellen: Jef Bek

Niet iedereen zal je kennen. Kun je iets over jezelf vertellen?
Ik leerde mezelf drummen toen ik 11 jaar oud was. Ik groeide op halverwege de jaren 70 en hield van het drumwerk van Bill Bruford (van Yes/King Crimson) en vele anderen. Toen ik 13 jaar was, leerde ik mezelf piano spelen en vormde een band die progressieve rock speelde, dus ik heb altijd van deze muziekstijl gehouden. Op mijn twintigste begon ik met het schrijven van originele livemuziek voor theaterproducties, waar ik zeventien prijzen mee heb gewonnen. Deze ervaringen hebben mijn bereik als componist vergroot. Ik schreef de muziek, de teksten en het boek voor ‘Evel Knievel The Rock Opera’ in Los Angeles. Ik besloot dat ik terug wilde naar mijn eerste liefde, namelijk het schrijven en spelen van progressieve rockmuziek, met als gevolg mijn nieuwe album “Distant Starlight”.


De vraag die al duizend keer is gesteld: is Jef Bek je echte naam?
Het is een triest maar waargebeurd verhaal over een jongen die werd geboren met de naam Jeff Beck. Mijn ouders scheidden toen ik zeven jaar oud was. Als enig kind, altijd in beweging, kon ik geen langdurige vriendschappen opbouwen. Plotseling zat ik in een populaire band op de middelbare school en iedereen kende mij. Ik had ook net vernomen dat er een gitarist was die Jeff Beck heette. Ik overwoog om mijn naam te veranderen (een grote beslissing voor een kind) maar al mijn vrienden zeiden: “Verander je naam niet! Jij bent Jeff Beck!”

Ik ging met een paar vrienden naar een liveoptreden van Jeff Beck. Ik zag de naam “Jeff Beck” op de feesttent en ik dacht: “Nou, ik hoop op een dag dat speciale gevoel te kennen als ik mijn naam in licht of op albumhoezen zie, maar als ik ook Jeff Beck ben, zal ik dat speciale gevoel niet kennen.” Toen had ik het plan om mijn naam te veranderen in Jef Bek! Op die manier kunnen mijn vrienden mij nog steeds met dezelfde naam noemen en als ik mijn naam op een feesttent of op een albumhoes zie, weet ik dat ik het ben. Bovendien zijn er talloze voorbeelden van mensen met dezelfde naam. Er is een Roger Taylor, er is een Mick Jones, een Dave Stewart en ga zo maar door. Wat dacht je van Jon Anderson, zanger van Yes, maar ook John Anderson, de country &western zanger en John Anderson, onafhankelijke kandidaat voor het presidentschap van de Verenigde Staten in 1980. Ik zou je er nog tientallen kunnen geven. De Brit Jeff Beck werd eigenlijk geboren met de spelling Geoffrey, dus hij veranderde ook zijn naam.

Je hebt onlangs het album “Distant Starlight” uitgebracht. Kun je ons er meer over vertellen?
Tijdens de lockdown van 2020 besloot ik mijn dagen te besteden aan het ontwikkelen van ideeën met de bedoeling een origineel progressief rockalbum op te nemen. Sommige thema’s van het album, over het hiernamaals en energieën die transformeren en naar intergalactische dimensies reizen, ontstonden toen ik in sensorische deprivatie-tanks (zoutwaterbad, HR) zweefde.

Voor drie nummers heb ik gedichten uit het boek ‘Knot’ van Ronald Laing omgezet in teksten. Niet nadat ik toestemming ontving van Laing uiteraard. Nadat ik 33 jaar van mijn leven in Chicago doorbracht (momenteel woon ik in Los Angeles), dacht ik dat dit een geweldige kans zou zijn om enkele van mijn muziekvrienden uit Chicago uit te nodigen om op mijn album te spelen. Met de meesten daarvan werk ik al ruim veertig jaar samen. Ik nam de basis van een deuntje op, stuurde het naar bevriende muzikanten en zij namen hun partijen op. Zo stuurden wij het heen en weer totdat het nummer klaar was.

Er werken vijftien muzikanten aan het album mee. Eén nummer is opgenomen door een vriend die destijds in Moskou woonde. Het album werd gemixt en gemasterd door Eric Snodgrass, die een indrukwekkend cv heeft op het gebied van geluidsontwerp in Los Angeles, denk aan The Hollywood Bowl en The Academy Awards.


Waar haal jij je inspiratie vandaan en waar luister jij zelf naar?
Het begon in de jaren waarin ik voor het eerst verliefd werd op muziek. Het eerste concert waar ik ooit naar toe ging was dat van Yes in 1977 tijdens de ‘Going For The One Tour’. Ze hebben altijd een grote invloed op mij gehad, evenals op de grote progmeesters van die tijd (King Crimson, Genesis uit het Peter Gabriel-tijdperk, Gentle Giant en vele anderen). Ik denk dat het creëren van originele muziek voor theaterproducties mijn blik als componist heeft vergroot. Ik heb wekelijks een nieuwe progressieve rock radioshow, dus ik luister ook graag naar enkele van de geweldige nieuwe progressieve rockbands en deel een mix van klassieke prog en nieuwe prog met mijn luisteraars.

Wat zijn jouw toekomstplannen?
Ik ben momenteel bezig met het schrijven van het volgende album en ben in gesprek met het landgoed Knievel om ‘Evel Knievel The Rock Opera’ in Las Vegas opnieuw op te nemen. Er zijn plannen om het Evel Knievel-museum van Topeka, Kansas naar Las Vegas te verhuizen en een gelijktijdige productie van ‘Evel Knievel The Rock Opera’ met het museum zou een opwindende combinatie zijn.

Wat wil je nog kwijt aan de lezers van Progwereld?
Dank aan Hans voor de uitnodiging voor dit interview en aan alle progrockliefhebbers voor hun steun aan Progwereld! Progressieve rock is springlevend! Als je mijn website wilt bezoeken, dan is dat www.jefbek.com  (ik heb ook muziekvideo’s gemaakt voor elk van de nieuwe nummers op mijn album, die je op mijn website kunt vinden). En als je naar mijn wekelijkse radioshow wilt luisteren, The Proper Proggy Prog Show met Jef Bek, ben je ook welkom. De afleveringen worden gearchiveerd op www.themorningbreeze.org.  Bedankt en PROG ON!!!

Caligula’s Horse en de coronadip

Voorafgaand aan het interview vroeg ik me af hoeveel boeiends een drummer zou kunnen vertellen over de achtergrond en inhoud van een album waarvan hij niet de primaire componist is. Van dat onnozele vooroordeel ben ik grondig genezen na mijn gesprek met Josh Griffin, de drummer van Caligula’s Horse. Hij blijkt een enthousiaste spraakwaterval met mooie verhalen. Naar aanleiding van de release van “Charcoal Grace” (lees hier onze recensie) spreken we Josh op een sneeuwachtige ochtend in Nederland/zomeravond in Australië.


Hi Josh, heb je er nog een beetje puf voor of ben je inmiddels wel flauw van alle promotie rond het album?
Nee hoor, ik houd er wel van. Ik ben de laatste jaren steeds meer promotie gaan doen voor de band en ik heb daardoor nu veel meer zelfvertrouwen voor dit soort klussen. Ik weet inmiddels ook wel waar ik het over heb, in plaats van een beetje te improviseren en te hopen dat dat niet opvalt. En het is natuurlijk nog leuker nu we weten dat we “Charcoal Grace” ook live kunnen gaan promoten.

Ik kan me voorstellen dat het vermoeiend is om over de impact van de coronapandemie op het nieuwe album te praten, maar jullie persbericht verwijst er zo uitvoerig naar dat het onderwerp moeilijk te vermijden valt.
Het heeft ook gewoon een enorme invloed gehad. Op de hele muziekindustrie, en daardoor ook op onze microkosmos als leden van Caligula’s Horse. Elk album dat is uitgebracht tijdens of na de pandemie wordt natuurlijk omschreven als “het corona-album” van die band. We hebben besloten daar ook geen doekjes om te winden: absoluut, dit album is onze reactie op corona en wat het allemaal met ons gedaan heeft.

Was dat gevoelsmatig voor jullie anders dan bij collega-bands?
Er waren tijdens die periode nog steeds wel mogelijkheden om je muziek te promoten via social media, of juist nieuwe muziek te gaan schrijven. Maar wij konden dat gewoon niet opbrengen, we verloren compleet het momentum. De hype en de spanning die opgebouwd waren rond de release van “Rise Radiant” implodeerden volledig. Het nam ons niet alleen de wind uit de zeilen, maar sloeg ons in figuurlijke zin finaal tegen de grond. We werden zo apathisch. Daar gaat slottrack Mute ook over. Jim (Grey, zanger en tekstschrijver, RP) voelde niks, hij had letterlijk geen woorden meer. Er was geen enkele inspiratie, hij voelde zich verstikt. En pas toen hij daar doorheen kwam, kon hij Mute schrijven.
We hebben ons echt afgevraagd hoe we als band die situatie moesten verwerken. Dit album is daar een gevolg van en een antwoord op. Dit zijn onze collectieve gedachten en gevoelens: de negativiteit, maar ook het proces waarbij we de verbinding met elkaar weer zochten en de motivatie terugvonden. We zijn inmiddels bijna vier jaar verder en het lukt ons eindelijk om te reflecteren op die ervaring. Op die manier is het album heel louterend geweest voor ons als individuen, maar ook als band.


Zijn “Charcoal Grace” en voorganger “Rise Radiant” in die zin twee kanten van dezelfde medaille, waarbij “Rise Radiant” het licht weerspiegelt en “Charcoal Grace” de duisternis?
Ik vind dit album als keerzijde van “Rise Radiant” een mooie gedachte. Het klopt qua algehele sfeer ook absoluut, maar “Charcoal Grace” is zeker niet zonder hoop. Het is niet alleen maar somberheid. Ik denk dat Caligula’s Horse ook helemaal geen volledig somber album kan maken. Er moet altijd iets van kleur en licht zijn, anders worden we een doommetalband en ik geloof niet dat we daar veel lol aan zouden beleven.

Hoe ligt die balans op “Charcoal Grace” dan volgens jou? Hoeveel van dit album gaat over de frustratie en de apathie, en hoeveel over het herstel daarna? Of zijn die dingen niet van elkaar te scheiden?
Dat is een goede vraag. Ik denk dat er een vrij gelijke verdeling is. Ze horen bij elkaar, en daarom is geen van beide dominant. Ik denk dat elk liedje wel een randje hoop heeft. In The World Breathes With Me bestaan de apathie en de hoop naast elkaar. Die openingstrack en afsluiter Mute delen als boekensteunen van het album muzikale motieven, maar ook tekstuele thema’s. Ze zijn onheilspellend, apathisch en bijna hopeloos, maar er is ook licht aan het einde van de tunnel.

Hoewel Jim Grey en gitarist Sam Vallen de basis voor een album aanleveren, gaf je in een eerder interview aan dat de ritmesectie op “Rise Radiant” sterker betrokken was bij de ontwikkeling van de nummers dan op eerdere albums. Was dat bij “Charcoal Grace” ook het geval? 
Zeker, nog wel meer dan eerder zelfs. Sam stelt mijn inbreng bij de drums enorm op prijs. Hij schrijft en programmeert geweldige drumpartijen, maar hij wil wel weten wat mijn “smaak”, mijn “stem” voor die partijen is. Hij wilde dat iedereen deze keer deel uitmaakte van het proces en zo veel mogelijk input leverde. Soms zat ik naast Sam in de studio en stuurde ik wat zaken bij, maar we hebben ook ideeën samen ontwikkeld vanuit een heel basaal idee. Daarom voel ik me ook meer emotioneel betrokken bij dit album. Het is leuk om naar een liedje te luisteren en te kunnen zeggen: “da’s mijn stukje!” Voordat ik bij Caligula’s Horse kwam, was ik vooral een sessiedrummer en schreef ik niet echt muziek. Maar het is inspirerend om te zien hoe Jim en Sam samenwerken, en gaaf om te merken hoe Dale (Prinsse, bassist, RP) en ik bij dat proces betrokken worden.

Hoe heeft een donkere stemming op een album invloed op je aanpak als drummer? Hoe vang of creëer je de sfeer van een nummer?
Oh, ik denk zeker dat je emotie kunt overbrengen via de drums. Het belangrijkste voor mij is dat mijn drumpartijen altijd in dienst van het nummer staan. Ze moeten aansluiten bij de rest van de muziek, en dan kan ik bijvoorbeeld drumfills en bekkens gebruiken om de “kleur” te creëren die een specifieke emotie overbrengt. Deel vier van de Charcoal Grace-suite (Give Me Hell, RP) is een goed voorbeeld. Dat stuk is zo sfeervol en emotioneel. Het is dreigend en het bubbelt en het ettert, tot het eindelijk ontploft richting die enorme kakofonie aan het eind. Ik voelde een connectie met de thema’s en het verhaal van die track. Dus toen het tijd was om dat stuk op te nemen, voelde ik de woede, de razernij. Ik voelde alles wat het personage ook doormaakt. En het zorgde voor een heel intense en gepassioneerde opnamesessie, waarbij ik enorm heb zitten rammen op mijn drums.


Jullie kunnen in 2024 eindelijk gaan toeren. Vergt dat voor jou als drummer een specifieke fysieke voorbereiding? Moet je “trainen” voor een tour?
Ja, absoluut! We zijn afgelopen maand bij elkaar gekomen om het materiaal dat we bij de aankomende tour willen spelen samen onder de knie te krijgen voor een live-setting. Dat zijn echt volle dagen met bandrepetitie, dus ik denk dat we er helemaal klaar voor zijn.
Maar ik oefen hoe dan ook behoorlijk veel hoor. Ik ben een “hard hitter” en het heeft een aantal jaren geduurd om er achter te komen wanneer ik me moet inhouden, en wanneer ik er vol voor kan gaan. Zeker bij een lang nummer als Graves (van “In Contact”, RP) heb ik drie of vier momenten waar ik even mijn rust kan pakken. Als het laatste stuk van dat nummer aanbreekt, ben ik dan klaar om alles eruit te gooien. Dus het gaat steeds om de balans tussen de grens opzoeken om de emotie van het nummer over te brengen, maar ook terugvallen op mijn techniek en de muziek netjes vertalen om mijn lichaam een beetje te sparen. Dat wil zeggen: ik neem me altijd voor shows op die gebalanceerde manier te benaderen, maar als het publiek je dan die energie geeft, laat je je toch weer meeslepen. Dan denk je: “oké jongens, hier kom ik!”

Zijn er concrete plannen om richting Europa te komen?
Absoluut! Dit wordt een belangrijk jaar voor Caligula’s Horse. We hebben zeker plannen voor de rest van het jaar, maar ik weet niet precies wanneer dat allemaal op zijn plek valt en iedereen geïnformeerd wordt. Dat gaat vast niet lang meer duren. We hebben in elk geval enorm veel zin om met deze plaat op pad te gaan, ook richting Europa!

Het is duidelijk dat Josh niet het achterste van zijn tong kan laten zien. En jawel, een paar dagen na het interview wordt het Europese tourschema bekend gemaakt, met daarin maar liefst drie Nederlandse concerten in juni 2024 (in Zoetermeer, Maastricht en Amsterdam).

Het is ondoenlijk om het complete interview hier integraal weer te geven. Laten we het erop houden dat Josh ook nog interessante zaken te melden had over de terugkeer van Mike Portnoy bij Dream Theater (blijkbaar de meest gestelde vraag tijdens interviews), zijn favoriete album van 2023 (“Fauna” van Haken), de muziek van Toto (zwaar onderschat), en de Purdie Shuffle (Googelen maar). Had ik al gezegd dat drummers leuke gesprekspartners zijn?

Fotocredits: Jack Venabes (eerste bandfoto) en Andrew Basso/Electrum Photography (tweede bandfoto).

DGM en de zin van het leven

Simone Mularoni is een drukke baas binnen het  progmetalwereldje. Hij is een veelgevraagd producer en mixer (Michael Romeo, Ray Alder, Labyrinth) en speelt hier en daar een moppie gitaar mee bij andere artiesten (Redemption, Lalu). De prioriteit ligt in deze periode echter bij progressieve powermetalband DGM, waar hij als gitarist, componist, tekstschrijver en producer een centrale rol vervult. De release van “Life” (zie recensie) is een mooie aanleiding voor een nadere kennismaking met multitalent Mularoni aan de hand van een aantal thema’s.

De muziek

Gefeliciteerd met weer een sterk album, Simone! Hoe zou je de sound van DGM omschrijven aan lezers die de band nog niet kennen? Wat maakt jullie uniek? De vergelijking met Symphony X ligt voor de hand; hoe vind je dat jullie geluid en aanpak afwijkt van die band?

Bedankt voor de vriendelijke woorden! Nou ja, de invloed van Symphony X op onze muziek was en is natuurlijk prominent, maar in de loop der jaren hebben we geprobeerd onze eigen identiteit te ontwikkelen en alle stijlen die we leuk vinden te combineren. Dus het varieert van het zware en progressieve van Symphony X tot de meer klassieke AOR van Journey of Toto. Maar we zijn fan van zoveel bands dat het moeilijk is om ze allemaal te noemen. Laten we zeggen dat we een smeltkroes zijn van progressieve rock, progmetal en meer melodieuze metal, met een sterke nadruk op pakkende melodieën.

Het instrumentale Eve op het nieuwe album is een vreemde eend in de bijt, op een positieve manier wat mij betreft. Was je specifiek van plan om een instrumentaal nummer te schrijven?

Het nummer is per ongeluk ontstaan. Ik had net een nieuwe versterker gekocht voor mijn studio en terwijl ik hem aan het testen was, improviseerde ik de hoofdriff van het nummer. Die stond al een tijdje op mijn harde schijf voor ik hem aan mijn toetsenist Emanuele (Casali, toetsenist van DGM, RP) liet horen. Toen hebben we samen de rest van het nummer ontwikkeld. Het instrumentale karakter ontstond automatisch, omdat de track vooral beïnvloed is door oude Steve Vai-platen. Daarom hebben we het bewust zo gelaten.

Als je één nummer van “Life” zou moeten kiezen om een lezer kennis te laten maken met DGM, welk zou dat dan zijn? Een track die de band en alle verschillende elementen van zijn geluid het best vertegenwoordigt?

Zeker openingstrack Unravel The Sorrow. Dat heeft alle elementen die het geluid van DGM definiëren: zware riffs, pakkende melodieën en grote harmonieën.


Het concept

De albumtitel “Life” geeft veel ruimte aan de songteksten, in de zin dat die kunnen gaan over alles wat je overkomt in het leven, qua ervaringen en emoties. Was je benadering van de teksten inderdaad zo breed, of is er een specifieker concept of thema?

Bijna alle songteksten gaan over momenten en stemmingen die mijn leven de afgelopen drie jaar hebben gevormd. Dat wisselt dus af tussen wat donkere en meer serene of vreugdevolle momenten. De titel geeft gewoon een samenvatting van alle gemoedstoestanden die het “leven” van ieder van ons kenmerken.

Ook gefeliciteerd met het “binnenhalen” van Travis Smith (onder andere Opeth, Anathema, Riverside, Devin Townsend, RP) als grafisch artiest. Zijn benadering van jullie cover is erg bijzonder. De rustige, ruimtelijke aanpak lijkt een beetje “atypisch”, voor zijn eigen stijl op andere albums, maar ook in vergelijking met jullie muziek. Was dat contrast opzettelijk?

Absoluut! we vroegen Travis specifiek om iets “minimaals” te maken dat zou contrasteren met de notenwaterval in de nummers, vooral ook om de clichés van typische metalhoezen een beetje te doorbreken.

Hoe verhoudt het grafische concept zich tot het idee van “Life“? Zien we hier de “sleutel van het leven”? 

De bloem die uit het roestige hangslot groeit, is een symbool van de hoop om uit een donkere periode te komen. Travis is duidelijk de beste ter wereld, en hij heeft een fantastische cover voor ons gemaakt.


De artiest

Van alle verschillende “taken” die je hebt, wat geeft je de meeste voldoening op persoonlijk vlak? Een strakke riff componeren, de perfecte solo inspelen, een mooie tekst schrijven, het perfecte geluid produceren in de studio? Allemaal tegelijk?

Dat is een mooie vraag! Ik kan je zeggen dat er geen definitief antwoord bestaat. Laten we zeggen dat elk van die dingen me enorm trots maakt als ik ze zo goed mogelijk voor elkaar krijg! Als ik bijvoorbeeld bezig ben met een productie (voor mijn eigen of andere bands) ben ik 100% gefocust op dat werk en is het voor mij van vitaal belang dat het zo goed mogelijk slaagt. En als dat lukt, geeft het de grootste voldoening. Maar hetzelfde geldt voor het inspelen van een gitaarsolo of het schrijven van het “perfecte” refrein!

Wat is je eigen muzikale achtergrond? Ik kan me voorstellen dat je oorspronkelijk uit de metalhoek komt. Welke andere bands hebben je beïnvloed en geïnspireerd? Zijn er plannen om op enig moment een meer rechttoe-rechtaan metalalbum te maken?

Ik ben eigenlijk vooral opgegroeid met de klassieke hardrock uit de jaren 70, vooral Deep Purple en Rainbow. Pas later ben ik zwaardere muziek gaan waarderen. Maar er zijn niet zoveel heavy bands die ik volg(de). Mijn favorieten onder het zwaardere werk zijn zonder twijfel Meshuggah, Fear Factory en Nevermore.
Voor de rest ben ik altijd al een liefhebber geweest van melodieuze muziek. In plaats van een “klassieke” metalplaat ga ik dan eerder in de richting van ouderwetse prog of modernere progressieve rock, zoals Porcupine Tree. Dat zijn de bands die me op dit moment het meest aanspreken. In de loop der jaren ben ik vooral verfijnde en bijzondere geluiden gaan waarderen, in plaats van “zware”. Maar dat betekent natuurlijk niet dat ik niet meer van metalbands houd!

Een snelvuur om onze lezers kennis te laten maken met je persoonlijke muzikale voorkeuren:

Naar welk minder bekend progrock- of progmetalalbum moeten we luisteren?
Absoluut het eerste Frost*-album (“Milliontown” uit 2006, RP). Een ongelooflijke en onderschatte progrockband!

Zou je een album kunnen noemen waar je van houdt, maar dat onze lezers niet van je zouden verwachten (bijvoorbeeld uit een compleet ander genre)?
Absoluut “Bad” van Michael Jackson. Ik ben de grootste MJ-fan.

Welk nummer bevat de meest geweldige riff ooit gecomponeerd?
Ah! Onmogelijk, maar ik zal het proberen. Waarschijnlijk Burn van Deep Purple!

Wat is de beste gitaarsolo ooit?
Nogmaals, zo moeilijk om te kiezen! Misschien Rosanna van Toto? Perfecte solo!

Welk album heeft volgens jou de beste productie/mix/mastering, met andere woorden het beste algehele geluid?
Wauw, moeilijk weer… Ik denk dat Machine Head’s “Bloodstone & Diamonds” waarschijnlijk de beste metalproductie heeft die ik ooit heb gehoord, door Colin Richardson. Niet mijn favoriete band, maar dat album klinkt ongelooflijk!


De toekomst

Ik las dat jullie ook simultaan bezig zijn geweest met een tweede album naast “Life”, met een ander geluid en een andere aanpak. Wat kun je ons daarover vertellen?

Dat klopt! Tijdens het schrijven van “Life” hebben we ook nog een album gecomponeerd in een meer progrockstijl, laten we zeggen een mix tussen Neal Morse/Spock’s Beard en een meer hardrock/DGM-versie, met veel akoestische gitaar en meer old school-instrumenten zoals Mellotron en Hammond.

Waarom hebben jullie ervoor gekozen om die albums los te koppelen, in de lijn van Opeth’s “Deliverance”/“Damnation”, of Ayreon’s “Universal Migrator”-albums?

Eerst dachten we dat het gewoon een experiment was, maar ik denk dat het weleens de nieuwe stijl van de band zou kunnen worden. Dus besloten we het uit te brengen als een apart album, en de nummers van de twee verschillende stijlen niet te mengen. Hopelijk komt dat album relatief vroeg in 2024 uit.

Wat is de volgende stap voor DGM? Zijn er concrete tourplannen? Uiteraard ontvangen we jullie met open armen in een van de Nederlandse zalen!

We hebben een aantal shows gepland voor 2024, terwijl we ondertussen de productie van de opvolger van “Life” afronden. En natuurlijk komen we graag weer naar jullie land!

Nogmaals bedankt voor je tijd. We gaan ons best doen om het Nederlandse publiek verder kennis te laten maken met DGM en het nieuwe album, en hopelijk tot ziens in 2024!

Send this to a friend