Met het verschijnen van het nieuwe album “Blessed” en de warme ontvangst van de voorlaatste liveplaat, was het hoog tijd om eens bij te praten met voorman, zanger en belangrijkste songwriter John Palumbo. Wat volgt is een openhartig gesprek over het ontstaan van de band, het etiket ‘progressief’, dubbele gitaarlijnen, maatschappelijke misverstanden en bovenal: het onverminderde plezier in muziek maken.
Een bliksemschicht boven Pennsylvania
Het verhaal van Crack the Sky begint begin jaren zeventig, wanneer Palumbo samen met gitarist Rick Witkowski en drummer Joey D’Amico een powerpoptrio vormt dat voornamelijk covers speelt. “We bleven een beetje hangen in de regio,” blikt Palumbo terug. Tot die ene avond in een club ergens in Pennsylvania. “Ik keek Rick aan en zei: we moeten hier weg. We gaan naar New York.”
Dat deden ze. Met gitaren onder de arm stapten Palumbo en Witkowski simpelweg platenmaatschappijen binnen – het kon toen nog – en vroegen of ze mochten spelen. Ze kregen een contract, maar met een kanttekening: de songs waren “te ingewikkeld” voor een duo. Of ze geen band wilden formeren? Onderweg naar New York, in een oude postwagen, reed het tweetal door de bergen terwijl een storm losbarstte. Een bliksemschicht sloeg vlakbij in. “We dachten dat we geraakt zouden worden. Iemand riep: ‘Crack the Sky!’ Dat bleef hangen.” Een bandnaam was geboren.
Britse invloeden en een vleugje arrogantie
Waar gitarist Witkowski zijn wortels meer in R&B had, keek Palumbo nadrukkelijk naar de overkant van de oceaan. Bands als Yes, King Crimson en Genesis vormden belangrijke inspiratiebronnen, al wilde hij dat destijds niet altijd toegeven. “Ik was behoorlijk arrogant,” bekent hij met een glimlach. “Als ze vroegen naar onze invloeden, zei ik dat we die niet hadden. Dat alles in mijn hoofd zat.” Die eigenzinnigheid hoor je terug in de muziek. Want hoe label je Crack the Sky eigenlijk? “Ik noemde ons altijd gewoon een rock-’n-rollband,” zegt Palumbo. “Maar iedereen plakt er het etiket ‘progressief’ op. Dus dan zal dat wel zo zijn.” Zelf heeft hij weinig met hokjesdenken. “Ik hou van schrijven. Dat is wat ik doe. Een label zegt me niet zoveel.”
Geen tributeband
Veel generatiegenoten zijn tegenwoordig gereduceerd tot halve tributebands, met nog één origineel lid op het podium. Bij Crack the Sky zijn nog altijd meerdere oorspronkelijke krachten betrokken, zij het niet altijd continu. Wat is het geheim? “We vinden elkaar nog steeds aardig,” zegt Palumbo nuchter. “En we houden van wat we doen.” Bovendien toert de band niet onophoudelijk. “We gaan aan en uit. Dat houdt het gezond.” Binnenkort is de band te zien op de progcruise Cruise to the Edge, ooit opgezet onder auspiciën van Yes. Ook Jon Anderson is van de partij. “Dat wordt interessant,” aldus Palumbo.
Is dit de John Palumbo Band?
Als belangrijkste songwriter lijkt Palumbo de spil van de band. Is Crack the Sky in wezen zijn band? “Nee,” reageert hij resoluut. “Dat is mijn taak: songs schrijven. Iedereen heeft zijn eigen rol. Dit is van ons allemaal.” Tegelijkertijd verkent hij ook solopaden. Recent verscheen zijn project “Are You Science?”, waarop hij met onder anderen Bobby Hird en Joe Macre een andere muzikale richting inslaat. “Heel anders,” noemt hij het zelf.

Waarom geen grote doorbraak?
Het titelloze debuut uit 1975 werd overladen met lof, maar een echte commerciële doorbraak bleef uit. Volgens Palumbo is dat deels te wijten aan het ontbreken van een duidelijk profiel. “We pasten nergens echt in. Niet knap genoeg voor een ‘hairband’ (glamrock), niet makkelijk in een hokje te stoppen.” Ook de platenmaatschappij bood weinig steun. Toch klinkt er geen spijt. “Als we megasucces hadden gehad, had ik mijn vrouw misschien nooit ontmoet en mijn kinderen niet gekregen. Ik voel me gezegend.” De titel van het nieuwe album “Blessed” krijgt zo een extra lading.
“Blessed”: agressiever en directer
Het opnameproces van “Blessed” verschilde van eerdere platen. Waar bandleden doorgaans hun partijen afzonderlijk aanleveren voor Witkowski’s studio, werd nu deels live opgenomen door de ritmesectie en gitaristen. Palumbo schreef de songs, leverde demo’s aan en liet de verdere inkleuring aan zijn bandgenoten over. Het resultaat is een energiek, soms ronduit agressief klinkend album. Opvallend zijn de harmonieuze samenzang en vooral het dubbele gitaarwerk van Witkowski en Bobby Hird. Links en rechts in de mix zoeken de gitaren elkaar op in een spel van vraag en antwoord – krachtig en melodieus tegelijk. “Met twee gitaristen krijg je simpelweg meer power,” aldus Palumbo. “Dat geluid zochten we.”
Muziek eerst, woorden later
Hoewel zijn teksten vaak humor, ironie en observaties bevatten, begint Palumbo vrijwel altijd met muziek. “Eerst moet de muziek kloppen. De teksten zijn moeilijker. Na al die jaren moet je toch steeds weer met iets nieuws komen.” Inspiratie? “Het is mijn werk. Ik sta ’s ochtends op, ga de studio in en schrijf. Dat doe ik bijna elke dag. Omdat ik het leuk vind.”
Misverstanden en beeldvorming
Het artwork van het album “Tribe” uit 2021 leidde tot controverse. Sommigen zagen er een politieke boodschap in, zeker gezien de gebeurtenissen rond de bestorming van het Capitool begin dat jaar. Volgens Palumbo was dat puur toeval. “Mensen zien wat ze willen zien.” In bredere zin merkt hij dat het beeld van Amerikanen de afgelopen jaren is vertroebeld. “We zijn niet allemaal zo. Er zijn slechte mensen, overal ter wereld. Maar er is een donkere perceptie ontstaan. Ik hoop dat die verdwijnt.”
Jeugdige energie
Wie recente liveopnames ziet en beluistert, merkt een opvallend jeugdig enthousiasme. Hoe verklaart een band met zoveel jaren op de teller die frisheid? Palumbo: “Omdat we er niet moe van zijn. We vinden het nog steeds leuk. Als je er klaar mee bent, hoor je dat meteen.” Een Europese tour zat er ooit bijna in en er waren plannen om in Engeland op te nemen. De platenmaatschappij stak daar echter een stokje voor. “Ze vertrouwden ons niet, alleen,” lacht Palumbo. “We wilden alleen maar muziek maken.”
Leven in het nu
Met inmiddels meer dan twintig albums op de teller kijkt Palumbo niet ver vooruit. “Ik probeer in het heden te leven. Misschien gaan we nog jaren door, misschien stoppen we. Op dit moment doen we gewoon wat we altijd gedaan hebben.” En dat is: schrijven, spelen, opnemen. Zonder grote gebaren, zonder opgeklopte mythologie. Gewoon vier muzikanten die elkaar mogen en die, tegen alle verwachtingen in, nog steeds samen de hemel proberen open te breken.
Of, om met Palumbo te spreken: “We houden gewoon van wat we doen.”
Voor de recensie van “Blessed” klik HIER.
De band Siiilk uit Frankrijk komt voor een groot gedeelte voort uit de resten van de opgeheven band Pulsar. Die invloedrijke Franse band uit de jaren zeventig werd sterk geïnspireerd door Pink Floyd en King Crimson. Feitelijk is de band Siiilk opgericht door de Fransman Richard Pick, die de leidende kracht is binnen de groep. Aangezien de band nog steeds niet omarmd is door een groot publiek, vond Progwereld het de hoogste tijd zanger en gitarist Pick aan de tand te voelen.
Hallo Richard, we gaan even een tijdje terug in de tijd. De kern van de band maakte in de jaren zeventig furore met Pulsar. Wat inspireerde hen en jou persoonlijk om in 2010 samen te komen en een nieuwe band op te richten?
Toen ik Gilbert Gandil voor het eerst ontmoette, vroeg hij me meteen of hij mijn composities mocht horen. Ik weet nog hoe spannend dat moment voor me was. Ik speel al jaren gitaar, en had ook al wel wat albums geproduceerd, maar tot mijn verrassing was hij oprecht onder de indruk van mijn nummers. Hij stelde voor om samen te werken aan Childhood’s Memories, en dat voelde als een bevestiging dat mijn muzikale wereld ook voor anderen betekenis had. Een paar maanden later nam hij contact op met Jacques Roman, de toetsenist. Stap voor stap werkten we met zijn drieën aan Way to Lhassa. Het was een intens en inspirerend proces, waarin verschillende ideeën groeiden en vorm kregen. Uiteindelijk tekenden we een contract bij Musea Records. Toen het album in 2013 in Engeland de zeventiende plaats bereikte in de progcategorie, voelde dat als een bekroning op ons harde werk.
Dat bevestigt mijn idee over de band: jij bent dus ook echt de drijvende kracht achter de band?
Ja, in principe wel. Siiilk is in essentie ontstaan rond mijn composities en mijn muzikale universum. Ik bepaal het hoofdthema van elk album, schrijf alle teksten, en kies zorgvuldig de foto’s en illustraties die het verhaal versterken. Daarnaast neem ik ook de productie van elk album op me. Alles wat je hoort en ziet, vertrekt vanuit mijn visie. Precies dat maakt Siiilk tot wat het is. Maar ik leun natuurlijk wel op het vakmanschap van Gilbert en Roman.
Begin jaren zeventig ging ik vaak naar concerten van bands als Pulsar, Gong en Pink Floyd, enzovoort. Daar haalde ik als muzikant veel inspiratie uit. In 2010, toen ik Gilbert Gandil van Pulsar voor het eerst ontmoette, had zijn band na een carrière van veertig jaar definitief de deuren gesloten na het album “Memory Ashes”. Ik had me nooit kunnen voorstellen dat ik ooit met leden van Pulsar zou samenwerken en dat mijn toekomstige band Siiilk het voorprogramma zou verzorgen voor Gong en de band van Nick Mason.
Gilbert werkte op dat moment in de theatermuziek. Toen hij naar mijn nummers begon te luisteren, stelde hij voor het project op te starten, gebaseerd op mijn composities. Toen Roman aansloot, werd Siiilk geboren en begonnen we met de arrangementen voor die eerste twee nummers, Childhood’s Memories en Cathy’s Woods. Ze verwerkten hun eigen invloeden in de nummers die ik eerder had gecomponeerd, maar hoe dan ook zijn Pulsar en Siiilk twee verschillende bands met hun eigen geschiedenis en persoonlijkheid, wat ook te horen is in de muziek. Wat later sloten twee jonge muzikanten zich bij ons aan: Attilio Terlizzi op de drums en Guillaume Antonicelli op basgitaar. Een nieuwe band, een nieuw begin, en als je dan Pulsar als beginpunt beschouwt, was het als een wedergeboorte in een andere vorm met een andere sfeer.

Het Pulsar-album Halloween (1977) wordt nog steeds hoog gewaardeerd door liefhebbers van progressieve rock. Heeft dat album ook invloed gehad op jou en daarmee ook op de muziek van Siiilk?
Ik heb enorm veel respect voor Pulsar en hun muziek, die nu deel uitmaakt van de geschiedenis van de progrock, en het blijft een eer om met hen te spelen. Mijn muzikale universum is echter wel anders dan dat van Pulsar. De opbouw van elk stuk begint met een liedje dat ik op mijn akoestische gitaar speel, waarbij ik een thema en tekst bedenk. Die embryo wordt een bron van inspiratie voor de arrangementen van Gilbert en Jacques. Pas aan het einde van het creatieve proces komt de ritmische overdracht. Ik heb ook nooit het gevoel gehad dat ik een erfenis moest overnemen. Siiilk is in feite uit de as van Pulsar herrezen!
Waar komt de naam Siiilk vandaan?
Lyon, waar we wonen, is de stad van de zijde. De eerste formatie heette Silk, voordat ik Gilbert ontmoette. Toen we “Way to Lhassa” opnamen, begonnen we met de artiest KAVIIIK samen te werken voor de illustraties en de hoes, dus besloten we door die samenwerking twee i’s aan onze eigen naam toe te voegen, waardoor het Siiilk werd.
De naam “Siiilk” roept direct associaties op met textuur en in mijn ogen spiritualiteit.
Ik weet niet of onze muziek spiritueel is, maar de teksten zijn naast de muziek oprecht en vertellen ware verhalen. Echte gevoelens die de harten van mensen zouden moeten raken, en ja, misschien is dát wel spiritualiteit. In deze wereld waar alles steeds verder en sneller gaat, denk ik dat mensen behoefte hebben aan innerlijkheid. Wat wij als Siiilk willen overbrengen is een innerlijke rust waarin mensen zich kunnen onderdompelen. Onze muziek moet zo klinken dat je erin kan wegdromen, verzanden.
Jullie debuutalbum “Way to Lhassa” suggereert wat mij betreft wel een duidelijke spirituele en geografische verwijzing. Je bent duidelijk muzikaal, maar ook tekstueel geïnspireerd door landen in Azië?
Jazeker. Ik schrijf mijn teksten bijvoorbeeld altijd vanuit mijn eigen ervaringen. Ik heb veel verschillende landen bezocht, zoals India, Nepal, Indonesië, Cambodja en Vietnam. Ik heb nieuwe geluiden mee teruggebracht die een bron van inspiratie zijn geworden voor de muziek van Siiilk. Maar het gaat ook verder dan dat. Ik laat mij inspireren door verschillende dingen.
De titeltrack Way to Lhassa vertelt het waargebeurde verhaal van een jong Amerikaans meisje dat meer dan tien jaar geleden in Nepal verdween. Black Old Train (“Endless Mystery”) is gebaseerd op een droom die ik had over een jongen die tijdens de Tweede Wereldoorlog uit een trein ontsnapte. Signs on the Sands gaat over de drie religies in het Midden-Oosten. Het is een oproep tot vrede.
Het kunstwerk van de Franse kunstenaar Kawiiik speelt een opvallende rol in de sfeer van het album “Way To Lhassa”.
Dat klopt, het artwork ontwikkelde zich eigenlijk ten tijde van het muzikale proces rond de cd. Het visuele aspect is sowieso belangrijk voor onze muziek. Elk album en elk nummer is gekoppeld aan een schilderij, een tekening of een foto. Voor elk album vraag ik een andere kunstenaar om de illustraties te maken. Op “Eemynor” heb ik, behalve voor de hoes, veel foto’s gebruikt van mijn verschillende reizen.

Je muziek balanceert vaak tussen akoestische gitaar en meeslepende elektrische gitaarpassages. Begin je het schrijven meestal met akoestische schetsen en conceptuele ideeën?
Het compositieproces is vaak hetzelfde: een paar akkoorden op de akoestische gitaar, die de rode draad vormen van een idee, een thema waarover woorden ontstaan. Ik schrijf in het Engels en kies woorden die door rijm met elkaar resoneren, als een gedicht. Dan volgen Gilberts betoverende gitaarklanken en de toetsen van Roman, die de oorspronkelijke compositie daardoor een meer rockgeoriënteerde kleur geven.
Ik hoor vaak de invloed van Pink Floyd in jullie muziek, vooral door de gitaar van Gilbert…
Vanaf 1972 was Pink Floyd inderdaad een openbaring voor me, met de release van “Meddle” en mijn eerste concert van de band. Het was een elektrische schok. Hun muziek drong door tot elke cel in mijn lichaam. Dus ja, het heeft mij ongetwijfeld beïnvloed en het spreekt vanzelf dat het voor Gilbert geldt.
Is die invloed een bewust eerbetoon, of gewoon onderdeel van jullie muzikale DNA?
Wat Pulsar betreft zeer zeker wel. In het begin van hun carrière speelden ze alleen maar Pink Floyd-covers. En onze gitarist Gilbert werd zelfs vaak omschreven als de “Franse Gilmour”. De invloed binnen Siiilk is er natuurlijk ook, maar het is geen bewust eerbetoon. Ik heb overigens wel een eerbetoon aan Syd Barret geschreven, dat op het album “Eemynor” staat.
Siiilk integreert instrumenten die zelden in progressieve rock te horen zijn: duduk, tabla’s, harmonium en basklarinet.
Ik ben gek op die instrumenten! Die klankverrijking geeft de muziek van Siiilk een eigen, unieke identiteit wat mij betreft. De muziek van Siiilk is wat mij betreft een uitnodiging voor een heen-en-terugreis tussen de buitenwereld en je innerlijke zelf. De vele instrumenten die ik ontdekte tijdens mijn reizen door verschillende landen hebben een diepe indruk op me achtergelaten: de sitar, Indiase harmonium, tampura en nog veel andere. Het idee om ze in onze muziek te integreren werd gelijk al vanaf het debuut werkelijkheid. Maar ook wat meer gangbare instrumenten kan je bij ons vinden, hoewel ze wat minder exotisch zijn. Voor “Endless Mystery” en “Eemynor” werkte de saxofonist en fluitist van Pulsar met ons samen; hij speelde klarinet op beide nummers en gaf ze een extra gelaagdheid die perfect aansloot bij de sfeer die ik voor ogen had.
Jullie muziek is sfeervol en melodieus, maar nergens wordt het verstoord door abrupte tempowisselingen of virtuositeit. Ik noem het in mijn recensies ook wel minimalistisch. Is dat een bewuste keuze?
Veel muzikanten zijn tegenwoordig geobsedeerd door snelheid, vooral de jongere generatie. Wat mij betreft verliest het daardoor vaak een deel van de ziel van de muziek. Is ware virtuositeit niet juist het vermogen om schoonheid over te brengen, door middel van meer gevoelige bewegingen, waarbij snelheid niet altijd de prioriteit heeft en elk moment als een aanwezigheid kan worden ervaren?
Eén van de absolute pluspunten is de duozang tussen jou en Catherine. Het klankpalet krijgt daar een meerwaarde van. En hoewel ze ook al op het debuut meezingt en meespeelt, is ze een vast bandlid sinds “Endless Mystery”. Wat is eigenlijk jullie relatie?
Ik deel mijn leven al meer dan 45 jaar met Catherine. In eerste instantie verzorgde zij op “Way to Lhassa” de achtergrondzang, maar ze kreeg op ons volgende album een steviger aandeel. Op “Endless Mystery” zingt ze ook solo in een nummer dat is gecomponeerd door Gilbert, met haar zeer kenmerkende en frisse stem. Ze bespeelt er ook het Indiase harmonium, dat ze in India leerde bespelen, en componeerde mee aan twee nummers op het album. De dynamiek van de band is duidelijk geëvolueerd door haar aanwezigheid en haar kristalheldere energie.
Op ons vijfde album, dat momenteel in de maak is, zal haar rol in de zang nog belangrijker zijn. Solo of in duet met mij. Er zullen ook een paar verrassingen op deze aankomende plaat staan, waaronder de prachtige soulstem van een Singaporese zangeres die we voor één van de songs hebben gevraagd.
Als muzikant en als mens heb je heel wat tijdperken binnen de progmuziek meegemaakt. Nu hebben we ook een nieuwe revolutie met de komst van AI. Denk je dat jullie muziek meegegroeid is met de tijd?
Creativiteit kan met de leeftijd toenemen. De moeilijkheid voor ons is echter geweest om de jeugdige frisheid van ons eerste album te behouden; een album vol oprechtheid dat de harten van mensen raakte. Creativiteit moet niet worden verward met de innerlijke evolutie van onze analytische ‘innerlijke computer’, die wordt gevormd door al onze invloeden en ondersteund door de constante groei van technologische ontwikkelingen, inclusief de opkomst van tools zoals AI. Ik geloof dat er een punt komt waarop AI geen vat meer zal hebben en nooit zal kunnen wedijveren met de creativiteit van de mens, dat recht uit het hart komt.
Als ik jullie als formatie zou moeten omschrijven, zou ik jullie een verborgen parel van de progressieve rock noemen. Ik heb ook het gevoel dat er ruimte is voor meer erkenning in Europa.
De term ‘verborgen parel van de progressieve rock’ past goed bij me, in de zin dat Siiilk, met meer dan vijftien jaar bestaan en zonder agressieve promotie, op natuurlijke wijze in de loop der jaren een groeiende populariteit heeft gekend, ook over de grenzen heen. Maar het kan altijd beter inderdaad. Ik ben dan ook heel erg blij met jullie kans de band in Nederland beter te introduceren.
Wat hopen jullie uiteindelijk dat luisteraars ervaren wanneer ze zich in jullie muziek verdiepen?
Ik kan natuurlijk alleen vanuit mijn eigen perspectief spreken, maar wat ik zelf voel als ik naar mooie muziek luister, is iets heel fysieks, een soort elektrische schok, rillingen die leiden tot innerlijk welzijn en een soort openbaring.
Zonder enige pretentie gebeurt het soms dat ik dit gevoel weer ervaar als ik onze albums terugluister. En dan denk ik: hebben wij deze muziek echt zelf gecreëerd? Het is alsof er in het creatieve proces iets was dat niet helemaal van ons was; iets onbeschrijflijks. Dus het spreekt voor zich dat onze luisteraars datzelfde gevoel overkomt. Dat zou fantastisch zijn!
Werken jullie al aan een nieuw album?
Jazeker, we zitten volop in het productieproces en ik verwacht dat er ergens in 2027 een nieuw album uitgebracht wordt.
![]()
![]()

Met “The Mortal Light” is Clive Nolan terug met zijn derde ‘Alchemy’-musical. Zoals altijd brengt hij met deze musicals de luisteraar terug in de Victoriaanse tijd en volgen we Nolan in de rol van Samuel King op een belangrijke queeste. Clive Nolan over het proces van ”The Mortal Light” en zijn toekomstplannen, want die zijn er weer genoeg!
Clive, vijf jaar geleden interviewde ik je over “Song of the Wildlands”. Je sprak toen al vol trots over “The Mortal Light”. In het boekje vertel je er al iets over, maar waarom heeft het zo lang geduurd?
Ach ja, net als het album ‘Wildlands’, dat is een verhaal op zich! Ik heb het album in 2020 gemaakt, tijdens de ‘covid-lockdown’. Het duurde ongeveer vijf maanden, wat gezien de lengte van de musical van twee uur en twintig minuten best snel was… Maar ik zat natuurlijk wel die tijd opgesloten in een kamer – volledig ongestoord. Ik wil de vreselijke dingen die mensen tijdens de pandemie hebben meegemaakt niet bagatelliseren, maar voor mij was het een geweldig jaar. Ik heb in 2020 eigenlijk het equivalent van vijf albums geschreven, en we brengen nog steeds de resultaten van al dat schrijfwerk uit. Sterker nog, “The Mortal Light” zal de laatste release uit die periode zijn.
Het probleem was dat we het, nadat ik het had geschreven, moesten opnemen. Dat was iets lastiger, totdat de hele coronasituatie wat rustiger werd…maar toen verhuisde ik! Dat was een behoorlijke verstoring, en ik had ongeveer een jaar geen fatsoenlijke studio. Daardoor werd het opnameproces trager en duurde het een paar jaar. Ik had het album echter bijna precies een jaar geleden af, maar toen werden we het slachtoffer van een reeks ‘technische problemen’, waarvan de laatste problemen met het persen zelf waren. De cd’s raakten door elkaar (vraag me niet hoe!), en dat duurde nog een paar maanden. En hier zijn we dan eindelijk met de release op 15 februari 2026!
Hoe verloopt het schrijfproces voor een musical voor jou? Verschilt dat bijvoorbeeld van een Arena-album? Staat het verhaal veel meer centraal?
Ik moet muziek kunnen ‘zien’ voordat ik haar kan schrijven. Ik heb zelden een abstract muziekstuk geschreven. Voor mij zijn beelden, voorstellingen en verhalen essentieel om te begrijpen wat ik probeer te schrijven. Dus voor een musical moet het verhaal eerst komen. Ik heb ongeveer twee jaar (met tussenpozen) aan het verhaal van “The Mortal Light” gewerkt. Het probleem was dat het te ingewikkeld werd. Elke ontwikkeling leek de hoofdlijn van het verhaal te verstoren.
Uiteindelijk, na er maanden mee geworsteld te hebben, heb ik de knoop doorgehakt en het in de prullenbak gegooid. Ik moest opnieuw beginnen met een ‘blanco vel’. Binnen twee dagen had ik een nieuwe, werkende verhaallijn – veel beter! Toen het verhaal eenmaal geschreven was, heb ik het opgedeeld in ‘afleveringen’: elk daarvan vertegenwoordigde een soort lied. Toen ben ik gewoon gaan schrijven, omdat ik de muziek nu kon ‘zien’. Eerlijk gezegd is het niet anders dan schrijven voor Arena of Imaginaerium. Als ik het lied eenmaal kan ‘zien’!

Je speelt natuurlijk zelf professor Samuel King. Hoe belangrijk is dit personage voor je geworden?
King is natuurlijk de lijm die alle verhalen bij elkaar houdt (“Alchemy”, “King’s Ransom” en “The Mortal Light”). Weet je, toen ik begon met het ontwikkelen van het originele “Alchemy”-verhaal, heette hij Samuel Kane, maar ik kende de film “Solomon Kane” uit 2009 en vond dat te dicht bij mijn eigen leven liggen (vooral omdat ik ook een nummer had geschreven met de titel Solomon), dus veranderde ik zijn achternaam in King. Ik vind het altijd leuk om terug te keren in de rol van Professor King. Hij is erg grappig en zijn personage komt weg met dingen waar ik niet mee weg zou komen. Hij is veel capabeler dan ik en hij beleeft zijn wereld op een manier die ik nooit zal kunnen. Dat gezegd hebbende, zit er ook een flink deel van mezelf in de Professor. Wat het leuk maakt, is dat ik mensen niet vertel welke delen!
Wie zijn je favoriete personages uit deze musicals, afgezien van Samuel King natuurlijk?
Ik vind Tom Worthy, die voor het eerst verschijnt in “King’s Ransom”, echt geweldig. Hij werd erbij gehaald om voor wat luchtigheid te zorgen. In “The Mortal Light” geef ik hem de romantische verhaallijn met een ander personage dat ik ook erg leuk vind, Alice Hyde. Ze is een explosievenexpert, wat prima zou zijn, maar ze is ook nogal onhandig. Ik vind het personage van Eva ook erg leuk, want dan kan ik een paar fantastische sopraanaria’s schrijven! Om eerlijk te zijn: ik vind al mijn personages leuk, anders zou ik ze niet in de verhalen laten voorkomen. Zelfs de slechteriken zijn goed!
Weet je ook meteen welke zangers en zangeressen je nodig hebt voor de verschillende rollen?
Meestal wel. Als het verhaal eenmaal geschreven is, heb ik meestal al ideeën over wie ik een bepaald deel wil laten zingen. Dit is belangrijk, want ik pas de zang aan de betreffende zangers en zangeressen aan.
Ben je van plan om “The Mortal Light” live uit te voeren? Misschien ook in Nederland?
Het is tot nu toe de meest ambitieuze musical van “Alchemy”, dus het zal zeker niet zonder uitdagingen zijn! Nu ik de Viking Mead Hall heb gebouwd, waar we muzikale evenementen organiseren, vraag ik me af of het daar ook opgevoerd zou kunnen worden. Ik hoop het wel. Het zou lastig zijn om de show naar Nederland te krijgen: bureaucratie, praktische zaken en budget. Maar je weet maar nooit.
Het album eindigt met de aankondiging dat de koningin is ontvoerd. Wanneer kunnen we het vierde deel van de Victoriaanse musicals verwachten?
Nou, laten we eerst “The Mortal Light” uitbrengen, dat was een heel proces! Ik moet waarschijnlijk nog een paar albums schrijven. Ik werk op dit moment aan een nieuw ‘Viking-album’! Maar deze derde “Alchemy”-musical eindigt met de duidelijke boodschap: ‘het avontuur gaat verder!’

Nog even iets meer over Arena. Waarom vertrekt Damian Wilson? Ik denk dat veel fans dat jammer zullen vinden. Zijn zang en performance passen perfect bij Arena.
Arena is qua samenstelling altijd al in beweging geweest als het om zangers gaat. Toen Damian zich bij ons aansloot, wisten we denk ik wel dat het niet voor altijd zou zijn. Wij maakten deel uit van zijn reis, en hij van de onze. De terugkeer van Paul Manzi voelt als het juiste moment daarvoor.
Tot slot, kun je ons iets vertellen over je toekomstplannen?
Ik heb het nog nooit zo druk gehad! Er staan tournees op de planning voor zowel Arena als Pendragon, en er komen nieuwe albums aan. Ik schrijf een nieuw ‘Viking-album’ dat als aanvulling zal dienen op “Song of the Wildlands”, en beide albums zullen binnenkort live worden uitgevoerd. Imaginaerium gaat dit jaar op tournee, waar we muziek van “The Rise of Medici” en “Siege” zullen spelen. Er staan nog meer spannende evenementen gepland in de Mead Hall. In mei is er een met een ‘buitenaardse invasie’-thema, dus dat belooft leuk te worden! Dat evenement is uitverkocht, maar er komt er later dit jaar nog één.
Soms weet je al voordat het gesprek begint dat het geen standaard interview gaat worden. Clare Lindley is zo iemand. Violiste, zangeres, componiste, rotsklimmer bovendien – en sinds enkele jaren een vaste waarde binnen Big Big Train (BBT). Een band die inmiddels zó’n gelaagd en herkenbaar geluid heeft ontwikkeld, dat iedere toevoeging per definitie onder een vergrootglas ligt. Dat Lindley daarin niet alleen haar plaats heeft gevonden, maar ook hoorbaar haar stempel drukt, staat buiten kijf. Toch spreekt ze daar zelf met een mengeling van nuchterheid en lichte ironie over, alsof ze zich nog steeds een beetje verbaast over hoe alles gelopen is. Een geanimeerd gesprek over de keuze voor de viool, de donkere kant van folk, de parallel tussen prog en bergbeklimmen en nog veel meer.
Haar muzikale loopbaan begon niet met rock, laat staan met prog. Zoals dat bij veel Britse muzikanten van haar generatie het geval is, begon het met gesubsidieerd muziekonderwijs op school, ergens in Schotland. De keuze voor de altviool had weinig met artistieke visie te maken en alles met anatomie. “Ze keken naar mijn armen en mijn handen en zeiden: viola.”
De viola of altviool – groter, lager gestemd, rijker van klank – bleef jarenlang haar thuisbasis. Pas later, toen Lindley zich steeds meer ging verdiepen in Keltische folk, bleek dat instrument een handicap. Folk is geschreven voor violen, niet voor altviolen. “Op een altviool wordt dat een soort technische gymnastiek, terwijl de violisten zorgeloos onder in de hals blijven hangen.” De overstap naar de viool voelde uiteindelijk onvermijdelijk. Vandaag de dag speelt Lindley uitsluitend viool – ook binnen Big Big Train – al klinkt er in haar spel nog altijd iets door van dat donkere middenregister.
Wie Lindley in eerste instantie als ‘folky violiste in een progband’ bestempelt, doet haar tekort. Haar muzikale invloeden zijn breed, eclectisch en soms verrassend. “Ik ben opgegroeid in de jaren tachtig,” zegt ze, bijna verontschuldigend. “Maar er was ook ontzettend veel goede muziek toen.” Talking Heads, klassieke muziek, rock, pop – alles sijpelde binnen. En in haar twintiger jaren woonde ze samen met elektrische-gitaristen die zich verdiepten in prog en heavy rock. Het resultaat is een muzikant die zich moeiteloos beweegt tussen aardse folk en complexe rockstructuren. “Wat eruitziet als een heel folky persoon die ineens in een rockband staat,” zegt ze droog, “is eigenlijk iemand die daar prima mee uit de voeten kan.”
De viool blijft een zeldzaamheid binnen progrock. Natuurlijk zijn er uitzonderingen – UK, Kansas, Mahavishnu Orchestra, Solstice – maar het instrument heeft nooit de vanzelfsprekendheid gekregen van toetsen of saxofoon. Lindley heeft daar een eigen, inmiddels goed onderbouwde theorie over. Elektrische gitaren hebben, zo stelt ze, veel van hun expressieve kracht ontleend aan wat violen al eeuwenlang doen: sustain, feedback, harmonischen, snelle loopjes. “Misschien zijn gitaren wel een soort imitatie van wat een viool zonder versterking al kan.” In dat licht bezien is de viool geen vreemde eend in de bijt, maar eerder een vergeten oerbron. Het verklaart ook waarom violisten in prog vaak de lange melodische lijnen spelen, terwijl gitaristen het virtuoze vuurwerk verzorgen. “Een theorie,” zegt ze. “Maar wel eentje waar ik steeds meer bewijzen voor zie.”
Opmerkelijk is dat Lindley zowel bij Stackridge als bij Big Big Train de opvolger werd van Rachel Hall. Toeval? Niet echt. “Zo werkt de muziekwereld,” zegt ze. “Je ziet iemand spelen, je onthoudt dat, en op een dag komt er een moment.” Dat moment kwam toen BBT voorman Greg Spawton haar ooit zag optreden. Spawton staat bekend om zijn mentale notitieblok – iets wat hij eerder ook al deed bij Alberto Bravin. Wanneer Hall vertrekt, is Lindley een logische keuze. Niet als vervanger, maar als volgende schakel. “Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik er zomaar bij kwam.”
Big Big Train is een band waarin ruimte geen vanzelfsprekendheid is. Arrangementen zijn dicht, gelaagd, rijk. Toch blijkt er altijd plek voor nóg een stem, nóg een melodie. “In prog geldt niet: één melodie is genoeg,” zegt Lindley. “Het is juist: oh, daar kan nog een tegenmelodie bij.” De viool weeft zich door het geheel, soms herkenbaar, soms vervormd. Live gebruikt Lindley distortion, met als gevolg dat het publiek soms niet weet waar een solo vandaan komt. “Mensen kijken naar de gitaren. Dat vind ik prachtig.” Ze voelt zich geen decoratief element, maar een wezenlijk onderdeel van het geluid. “Anders zou het voor mij ook onbevredigend zijn.”
Met “Woodcut” zet Big Big Train een volgende stap: hun eerste volwaardige conceptalbum. Volgens Lindley was het vooral Spawton die daar jarenlang tegenaan had gehikt. “Een conceptalbum kan een band breken,” zegt ze. “Het is veel werk, en je wilt het goed doen.” De timing bleek juist. Met Bravin aan boord, en met een collectief schrijfproces via Dropbox, ontstond langzaam een coherente muzikale boog. Na intensieve studiosessies in de Sweetwater studios in de VS restte nog één enorme klus: teksten schrijven. In vijf weken tijd schreven Lindley en Spawton samen tien nummers. “Dat was intens,” zegt ze. “Maar ook geweldig.”
Lindley’s bijdrage The Sharpest Knife valt op door zijn donkere toon. Minder pastorale nostalgie, meer dreiging. Voor haar is dat geen afwijking, maar de kern van folk. “Veel folk is extreem donker,” legt ze uit. “Moord, vergif, bovennatuurlijke elementen – het zit er allemaal in.” Dat maakt het nummer volgens haar juist geschikt voor rock. “Er moet iets wringen. Een beetje onbehagen.”
De samenwerking met gitarist Nick Fletcher op zijn meest recente album, “The Mask of Sanity”, was behoorlijk verrassend en intrigerend. Fletcher nam blijkbaar gewoon contact op, als Facebookvriend, en zei: “Ik zou het heel leuk vinden als je op dit album meespeelt’. “Hij had al het materiaal geschreven of was het aan het afronden. De vioolpartijen waren dus al geschreven. Ik moest er dus een beetje mee aan de slag in mijn thuisstudio. Bijna als een sessiemuzikant.” Het was een behoorlijke uitdaging voor Lindley, anders dan anders. En zeker niet binnen het genre dat ze normaal gesproken op viool speelt. Fletcher speelt een vrij complexe vorm van jazzrock, fusion. Dat was moeilijk en heel veel werk
Buiten de muziek is Lindley een fanatiek rotsklimmer. In Zuid-Wales en Cornwall, maar ook in Noorwegen, Frankrijk en Spanje. Klimmen is voor haar meer dan fysieke inspanning; het is mentale training. “Het leert je om die stem in je hoofd het zwijgen op te leggen.” Die stem die zegt dat iets te moeilijk is. Dat je het beter niet kunt proberen. Muzikaal gezien herkent ze dat mechanisme onmiddellijk. “Je moet durven committen. Ook als je kunt falen.” Een vaardigheid, zegt ze, die haar leven heeft veranderd.
Hoe “Woodcut” live tot leven komt, blijft nog even in nevelen gehuld. De wens voor een integrale vertolking is er, de mogelijkheden ook. Wat vaststaat: Big Big Train heeft met Clare Lindley niet alleen een violiste binnengehaald, maar een muzikant die durft te snijden, te schuren en te zingen. Precies zoals prog bedoeld is.
Foto’s: Cecile Lopes en Arie van Hemert
Voor de recensie van het Big Big Train album “Woodcut” klik HIER.
De Italiaanse band Terra, ontstaan in Rome, bestaat feitelijk al bijna twintig jaar. Er is in 2018 gekozen voor de naam Terra, nadat ze jarenlang onder de naam 7 Times Suicide door het leven gingen. Er zijn twee albums geproduceerd onder de naam Terra en die zijn in een bijzondere vorm op de markt gezet. Op het gebied van naamsbekendheid is er voor de band nog wel wat werk aan de winkel, deels omdat het alles in eigen beheer houdt. We bevragen bassist Stefano Alfonsi over de bijzondere keuzes die de band maakt.
Stefano, in mijn recensie breng ik naar voren dat jullie in mijn optiek geen al te goede marketingmachine hebben. Jullie maken fantastische muziek die door een breed publiek aantrekkelijk gevonden kan worden, maar er zijn amper recensies van jullie debuut te vinden op het internet. Hoe kan dat?
Nou, dat is dus een van de uitdagingen van het volledig onafhankelijk zijn van labels of persagentschappen. Omdat we niet kunnen beschikken over een marketingbureau dat de promotie voor ons regelt, komen al onze recensies rechtstreeks voort uit onze eigen inspanningen. Via sociale media, tournees en festivals. Daardoor staan er op onze website veel meer recensies van onze liveshows dan van het album zelf. Dat gezegd hebbende, werken we actief aan het verbeteren van dat aspect van ons project.
Als vervolg op die vraag, komt het ook omdat jullie muziek net tussen prog en metal invalt? Zo zijn jullie bijvoorbeeld niet te vinden op www.progarchives, maar ook niet op www.metal-archives. In mijn optiek betekent dit dat er nog veel werk aan de winkel is qua bekendheid.
Eerlijk gezegd denken we nooit echt in genres. We zijn het TERRA-project gestart met de belofte de beste muziek te maken die we konden, zonder grenzen of beperkingen. Natuurlijk zijn we erg blij met de waardering die we krijgen van de prog- en metalcommunity, maar we proberen altijd open te staan voor nieuwe ideeën en streven ernaar om luisteraars van alle soorten te bereiken.
Kun je ons iets vertellen over de oorsprong van de band?
TERRA heeft eigenlijk een behoorlijk lange geschiedenis. We begonnen in 2006 samen te werken als een ander project, genaamd 7 Times Suicide, waardoor we de kans kregen om het podium te delen met geweldige bands zoals Funeral for a Friend, Boysetsfire en Poison the Well. Na een aantal jaren besloten we dat we iets anders wilden proberen, en zo ontstond het TERRA-project, dat officieel van start ging op 1 maart 2018. Sindsdien hebben we ons eerste album uitgebracht, hebben we getoerd met Soen en opgetreden op verschillende festivals, waaronder ProgPowerEurope, 2Days Prog en andere grote festivals.
Nu je dat toch aanhaalt: een hoogtepunt in de carrière van de band is ongetwijfeld die tournee met Soen door heel Europa? Muzikaal gezien begrijp ik de overeenkomsten met de Zweedse band, maar logistiek gezien niet helemaal. Hoe komt zo’n samenwerking tot stand?
Het begon allemaal in 2022 toen we Francesco Grieco ontmoetten, destijds de tourmanager van Soen. Hij vond onze muziek erg goed en stelde ons voor aan de band als voorprogramma. Ze stemden meteen in, en vanaf dat moment zijn we gaan samenwerken en zijn we vrienden geworden. We toerden in 2023 met ze en produceerden ook vijf videoclips voor Soen: Monarch, Violence, Memorial, Deceiver en Illusion.
Jullie cd’s worden op een unieke manier verpakt, tussen twee houten planken die magnetisch bij elkaar worden gehouden. Zoiets heb ik nog nooit gezien. Waarom deze keuze?
Onze cd’s worden, net als al het andere dat we doen, met onze eigen handen gemaakt. We hebben voor deze aanpak gekozen omdat we iets wilden dat visueel zou opvallen en de esthetiek van TERRA echt zou weerspiegelen. We vonden het ook geweldig dat elke fan een uniek exemplaar kon bezitten, iets anders dan alle andere vormen.
Maakt dat de cd-distributie gelijk niet heel complex voor jullie?
Ach, niet echt. Omdat de cd qua formaat bijna hetzelfde is als een gewone cd, hebben we geen specifieke problemen gehad.
Ik heb al eerder een grapje gemaakt over de marketingmachine, maar hoe weinig recensies er ook zijn, jullie zijn erg zichtbaar op YouTube, met veel video’s. Dat is dan weer heel bijzonder…
Ja, dat komt vooral omdat we voor ons eerste album voor bijna elk nummer een videoclip hebben uitgebracht. Natuurlijk hebben we kunnen profiteren van onze jarenlange ervaring in de filmindustrie via Videns Studio’s, waardoor we zowel de middelen als de knowhow hebben om dit soort content volledig zelf te produceren. Het is veel werk, maar het is het zeker waard.
Wat is precies jullie connectie met Videns Studio’s dan?
Een paar jaar geleden zijn Daniele, Paolo en Lorenzo een studio begonnen waar visuele artiesten bij elkaar komen en samenwerken op het gebied van film en muziek. Na een paar jaar haakte ik zelf ook aan en inmiddels zijn we gegroeid tot een organisatie van ruim twintig visuele artiesten, afkomstig uit heel Europa. Door die connectie is alles voorhanden om video’s en animaties te creëren.
Naar mijn mening is de cd een unieke reis door verschillende muziekstijlen. Zoals gezegd balanceert hij tussen prog, metal, ambient en tribal. Toch vind ik de keuze voor Mantra erg ongebruikelijk. Het duikt een beetje de filmmuziek in, hoewel de herhaling wel heel lang blijft hangen.
We zijn blij dat je dat zegt, want het samenvoegen van verschillende muziekstijlen tot iets dat we echt ons eigen kunnen noemen, is een van de belangrijkste doelen van het TERRA-project. Het idee voor Mantra ontstond aanvankelijk vanuit de behoefte om een intro te maken voor onze liveshows, maar al snel groeide het uit tot iets meer. We zijn altijd al gefascineerd geweest door de diepe, beschouwende aard van muziek uit het Midden-Oosten en andere oosterse muziek, dus besloten we iets op ons album op te nemen dat geïnspireerd was door die sound, maar dan in onze eigen taal.
Save Our Ship is ongetwijfeld metaforisch bedoeld; het symboliseert de moeilijke tijden voor de band. Kan je iets over die ‘stormen’ vertellen?
Zoals eerder gezegd, volledig onafhankelijk zijn is niet altijd makkelijk. We zullen niet ontkennen dat we, vanwege de vele uitdagingen, soms twijfelden aan de duurzaamheid van het project. Maar we hebben altijd de kracht gevonden om die moeilijkheden te overwinnen, en dat zullen we blijven doen. TERRA is sterk, dat blijkt na al die jaren ook.
Wat zijn jullie muzikale invloeden eigenlijk?
Hoe gek het ook klinkt, het antwoord is allerlei soorten muziek en bands. Natuurlijk hebben we een metal/hardcore achtergrond en worden we sterk beïnvloed door moderne metalcore en prog, evenals door muziek uit het Midden-Oosten en filmmuziek. Maar we zijn ook constant op zoek naar nieuwe elementen om ons muzikale vocabulaire uit te breiden. Daarin willen we onszelf ook niet beperken.
De liefde voor inheemse instrumenten en percussie maakt jullie muziek ook bijzonder, en in mijn ogen fantastisch. Waar komt die liefde voor uitgebreide percussie vandaan?
Het begon allemaal toen we de originele soundtrack van de film 300 hoorden. Het ongelooflijke werk dat Tyler Bates leverde door zware gitaren te combineren met etnische percussie en melodieën uit het Midden-Oosten fascineerde ons zo dat we besloten iets soortgelijks in onze eigen muziek te proberen. Natuurlijk hielp het feit dat we allemaal percussie-instrumenten bespelen, en dat Paolo ook veel etnische instrumenten bespeelt, ons enorm.
Die liefde voor die instrumenten leidde ongetwijfeld ook tot de productie van een akoestische versie van de cd “Errat”?
Ja, eigenlijk vanzelfsprekend. Het akoestische album was enerzijds een interessant artistiek experiment en anderzijds een manier om de etnische kant van het project beter te laten zien.
Ik hou van de rauwe randjes op die cd; ik heb het bijvoorbeeld over de rauwheid van Daniele’s zang. Was dat een bewuste keuze?
Ja, absoluut. We beschouwen Daniele’s stem als een van onze meest kenmerkende eigenschappen – die is diep en agressief tegelijk. Zijn gearticuleerde zangstijl is zeer herkenbaar en speelt een centrale rol in ons geluid. En voor de meer “extreme” momenten kunnen we altijd rekenen op Lorenzo’s geschreeuw.
Bespelen jullie alle instrumenten op dat album zelf, of hebben jullie gastmuzikanten voor de cd ingeschakeld?
We hebben alles zelf ingespeeld, behalve de nummers die wat inheemse instrumenten bevatten. Alle instrumenten worden door ons vieren bespeeld, met name door Paolo, die ook alle etnische strijk- en blaasinstrumenten bespeelt. Over de nummers gesproken: Simone Horus speelt de darbuka (trommel dembe-achtig instrument) en ney (soort van fluit) in Rise, Laurence Cocchiara van Bosco speelt viool in Walking on Sand en Lorenzo Nencini van Bosco speelt berimbau (soort snaarinstrument) in Save Our Ship en vibrofoon in Walking on Sand.
Als ik naar “Errat” luister, zie ik veel overeenkomsten met een band als Orphaned Land?
Eerlijk gezegd kenden we de band nog niet, maar na het lezen van de vraag werden we nieuwsgierig, gingen we op Spotify kijken en ja, we horen zeker een gelijkenis. Dank je wel voor de tip!
Werken jullie al aan een nieuwe cd?
Ja, we werken er momenteel aan. We hopen de eerste single voor de zomer van 2026 uit te brengen en het volledige album tegen het einde van datzelfde jaar.
Na het indrukwekkende “The Hungry Heart” uit 2021 keert Philipp Nespital – beter bekend als Smalltape – terug met “Tangram”, een album waarop contrast en samenhang elkaar op fascinerende wijze afwisselen. De Duitse multi-instrumentalist toont zich opnieuw een meester in het combineren van bombast en intimiteit, van elektronische gelaagdheid en organische warmte. Nespital vertelt openhartig over de creatieve uitputting na zijn vorige plaat, de zoektocht naar nieuwe inspiratie, en hoe een dagelijks muzikale uitdaging uitmondde in zijn meest veelzijdige werk tot nu toe.

Wanneer Philipp Nespital terugkijkt op de periode na “The Hungry Heart”, overheerst trots, maar ook vermoeidheid. Het album, dat hij volledig in eigen beheer uitbracht, werd enthousiast onthaald: lovende recensies en een flink aantal liveoptredens waren het gevolg. “Voor een zelf uitgebrachte plaat ging het geweldig,” blikt hij terug. “Artistiek voelde het ook heel goed. Ik ben nog altijd trots op dat album.”
Toch had die zelfstandigheid een keerzijde. Nespital deed werkelijk alles zelf: schrijven, opnemen, mixen, promoten, plannen, uitvoeren. “Dat hoort erbij,” zegt hij nuchter, “maar eerlijk gezegd liep ik op het randje van een burn-out.” Na “The Hungry Heart” voelde hij zich creatief leeg. Nieuwe ideeën bleven uit en de drang om te componeren leek even verdwenen.
Om dat gevoel te doorbreken bedacht hij een persoonlijke uitdaging: de One Day a Tune-challenge. Elke dag ging hij met een instrument zitten — gitaar, toetsen, soms alleen zijn stem — om te zien wat eruit zou komen. Zonder druk, zonder doel, puur het najagen van een ingeving. “Soms was het een melodie die ik onderweg in mijn telefoon zong, soms een akkoordenschema of een ritme,” vertelt hij. “Ik verzamelde die flarden, en uiteindelijk bleven bepaalde ideeën in mijn hoofd hangen, zelfs zonder dat ik ze terugluisterde. Dat is altijd een goed teken.”
Langzaam kwam de energie terug. Uit de losse schetsen groeiden de eerste contouren van een nieuw album. Het schrijven, arrangeren en produceren, brachten Nespital weer in zijn vertrouwde creatieve ritme. “Vanaf dat moment zat ik weer in de flow,” zegt hij. Die hernieuwde stroom aan inspiratie zou uiteindelijk leiden tot “Tangram”, een album dat hij omschrijft als evenwichtig én contrastrijk: groots, maar ook intiem; bombastisch, maar soms verrassend minimalistisch.
Het idee voor “Tangram” ontstond pas gaandeweg. Waar “The Hungry Heart” een duidelijk concept had, wilde Nespital dit keer juist zonder vastomlijnd plan beginnen. “Ik wilde songs maken, gewoon losse nummers, zonder dat ik al wist waar ze naartoe zouden gaan,” legt hij uit. “Pas later merkte ik dat er stukken waren die heel verschillend aanvoelden. Dat voelde eerst als een probleem, tot ik op het idee van “Tangram” kwam: een puzzel van uiteenlopende vormen die samen een geheel vormen.”
Die metafoor bleek perfect voor de veelzijdigheid van Smalltape. Elk nummer vertegenwoordigt een andere kant van Nespitals muzikale persoonlijkheid, maar samen vormen ze een coherent geheel. “De afzonderlijke stukken zijn verschillend, maar ze passen uiteindelijk bij elkaar. Dat idee — van losse elementen die samen een nieuw beeld vormen — voelde heel waarachtig.”
Wie “Tangram” beluistert, merkt meteen hoe breed het muzikale palet van Philipp Nespital is geworden. Zijn muziek beweegt moeiteloos tussen stijlen, zonder ooit zijn herkenbare stijl te verliezen. Elk nummer ademt avontuur, maar ook precisie — alsof elk geluid, elke laag exact op zijn plek is gezet.
Toch laat Nespital niets aan het toeval over. Hij geniet van het moment waarop een idee zich ontwikkelt tot iets onverwachts. “Elke song is eigenlijk een verrassing,” vertelt hij. “Er zijn maar weinig momenten waarop ik een nummer schrijf en precies weet waar het heen zal gaan. Dat zou me vervelen. Ik heb die spanning nodig, het gevoel dat een lied me ergens heen trekt waar ik het zelf nog niet ken.”
Een goed voorbeeld daarvan is Gold Digger, een kort maar intens nummer dat voor hem persoonlijk veel betekent. Het ontstond uit een eenvoudige beat van een goedkope drummachine, maar groeide uit tot een van de kernstukken van het album. “Het is een klein nummer, maar het heeft zoveel diepte,” zegt hij. “Het raakte precies wat ik op dat moment voelde.”
Heel anders is Goodbye, waarin Nespital een monumentale muur van geluid opbouwt. De vergelijking met de filmsoundtracks van Hans Zimmer — en dan met name “Inception” — is niet vergezocht. “Dat klopt,” zegt hij lachend. “Ik had die wall of sound letterlijk in mijn hoofd voordat ik ook maar iets had opgenomen.” Het nummer begon met een agressieve synthesizer, waaraan hij lagen van gitaren, orkestsamples en zelfs zijn eigen stem toevoegde.
Wat Goodbye bijzonder maakt, is de manier waarop Nespital de luisteraar steeds op het verkeerde been zet. Wanneer het nummer lijkt te ontsporen in pure kracht, valt plots de akoestische gitaar in en verandert de sfeer volledig. “Dat was precies de bedoeling,” zegt hij. “De song gaat over voorspelbaarheid en onvoorspelbaarheid. Iedereen weet dat iets gaat gebeuren, maar niemand zet de eerste stap. Dat spanningsveld wilde ik voelbaar maken.”
Opvallend aan “Tangram” is ook de subtiele invloed van jazz. “Ik ben de laatste jaren veel meer in jazz gedoken,” vertelt Nespital. “Vooral hedendaagse, meer experimentele vormen. Dat heeft onbewust zijn weg gevonden in mijn muziek. Ik wilde geen jazzplaat maken, maar die klankwereld fascineert me enorm.”
Het warme, organische geluid dat veel nummers kenmerkt, komt deels voort uit zijn instrumentkeuze. Hoewel er regelmatig een Fender Rhodes te horen lijkt, is dat in werkelijkheid zijn trouwe Nord Stage. “Het is niet de echte Rhodes,” zegt hij, “maar die Nord klinkt fantastisch. Het is gewoon pure fun om daarop te spelen.”
Een van de grootste verrassingen op het album is Selene, een nummer dat begint met een akoestisch patroon dat zich langzaam ontvouwt tot een meeslepende, bijna filmische compositie. “Dat was een van de nummers die ontstonden tijdens mijn One Day a Tune-periode,” vertelt Nespital. “Ik had dat gitaarpatroon en begon eroverheen te zingen. De melodie leek haast los te staan van de begeleiding — alsof ze boven elkaar zweefden.”
Die aandacht voor nuance hoor je door de hele plaat. Of het nu gaat om de agressieve kracht van Goodbye of de intieme sfeer van Selene — alles ademt ambacht en verfijning. De drumopnames zijn daar een goed voorbeeld van. Ze klinken open en direct, alsof de luisteraar midden in de ruimte staat. “Dat is precies wat ik wilde,” zegt hij trots. “Ik houd van metal, maar ik wilde geen plaat maken die tussen genres schiet: één metaltrack, één jazztrack, één folktrack. De drums moesten krachtig zijn, maar wel menselijk blijven — alsof je de drummer tegenover je ziet spelen.”
Wie goed luistert naar “Tangram”, ontdekt dat de thematiek minstens zo veelzijdig is als de muziek zelf. Waar “The Hungry Heart” nog duidelijke maatschappelijke en politieke ondertonen had, is “Tangram” persoonlijker en introspectiever. De nummers vormen samen een mozaïek van emoties: verlies, verlangen, spijt, maar ook groei en acceptatie.
Nespital vertelt dat hij tijdens het schrijven vooral werd gefascineerd door het moment waarop mensen terugkijken en beseffen wat ze hadden. “Dat moment van inzicht — dat je pas na afloop begrijpt wat iets betekende — vind ik ongelooflijk interessant,” legt hij uit. “Wat doe je met dat besef? Blijf je hangen in verdriet, of kun je er iets nieuws uit opbouwen?”

Sommige nummers verkennen dat thema op bijna filosofische wijze. Gold Digger bijvoorbeeld, gaat over iemand die onvermoeibaar naar de waarheid graaft, maar daarbij ontdekt dat elke vondst alleen maar meer vragen oproept. “Het is dat eeuwige zoeken,” zegt hij. “Je denkt dat je iets vindt, maar wat overblijft, is het besef dat je nooit helemaal zult weten.”
Andere songs zijn juist intiem en emotioneel. No Time (Part III) ademt eenzaamheid en verlangen, terwijl Tessellate — een van de kernstukken van het album — de verbindende gedachte achter “Tangram” samenvat. Het nummer draait om het idee dat het leven uit scherven bestaat: gebeurtenissen breken, veranderen van vorm en passen zich opnieuw in elkaar.
Die gedachte ligt ook aan de basis van de titel van het album. Een tangram is immers een puzzel van losse vormen die samen oneindig veel nieuwe figuren kunnen vormen. Voor Nespital is dat een symbolisch beeld van het leven zelf: breekbaar, veranderlijk, maar vol potentieel. “De schoonheid ligt in de momenten tussen die veranderingen,” zegt hij. “In de ruimte waar iets nieuws kan ontstaan.”
Ook in de manier waarop hij met andere muzikanten werkte, is die openheid voelbaar. Hoewel hij de meeste partijen zelf inspeelde, liet hij zijn gastmuzikanten bewust vrij. “Ik schreef alleen de partijen voor de orkestsecties uit — dat moest, anders wordt het chaos,” vertelt hij. “Maar verder geef ik iedereen ruimte. Die mensen brengen iets wat ik zelf nooit had kunnen bedenken.”
Na het succes van “The Hungry Heart” sprak Nespital met verschillende platenlabels in de hoop de volgende stap te zetten. “De gesprekken waren vriendelijk, maar uiteindelijk kwam het steeds op hetzelfde neer: te weinig streams, te weinig naamsbekendheid,” zegt hij. “Sommige labels zeiden letterlijk: “De muziek is fantastisch, maar we kunnen je niet vastleggen.” Tja, daar kun je weinig tegenin brengen.”
Voorlopig richt Nespital zich vooral op de release en de livepresentatie van ”Tangram”. De plaat verschijnt op 7 november 2025, en een dag later speelt hij een speciale releaseshow in Berlijn. “We hebben de nummers voor het podium helemaal uitgewerkt,” zegt hij enthousiast. “Ze werken live verrassend goed — er zit veel energie in. Na die show wil ik vooral gaan optreden, misschien wat festivals doen, en dan… eerst even ademhalen voordat ik aan een volgende plaat begin.”
Die rust heeft hij verdiend. Want “Tangram” laat horen dat Philipp Nespital, alias Smalltape, een artiest is die na uitputting en twijfel opnieuw heeft leren vertrouwen op zijn creatieve instinct. Uit de losse vormen van zijn inspiratie heeft hij een geheel weten te maken dat tegelijk breekbaar en krachtig is — precies zoals het leven zelf.
Wie is Edo Spanninga, met andere bewoording: vertel eens wat meer over jezelf.
Ik ben geboren in 1960, in Ridderkerk, maar heb mijn jeugd doorgebracht in Leeuwarden waar ik nog steeds woon in een prachtig oud huis genaamd Aurelia. Ik heb ooit geschiedenis gestudeerd en daarna een ‘loopbaan’ gehad (en nog steeds heb) in het onderwijs. Ik werk nu met studenten die door allerlei redenen moeite hebben met afstuderen en samen proberen we ze weer succesvol te laten zijn in het onderwijs. Interessant en belangrijk werk.
Je maakt deel uit van Flamborough Head en Trion. Van beide groepen hebben we een tijd niets gehoord. Hoe staat het daarmee?
Nou, op zich valt dat voor Flamborough Head wel een beetje mee. Eind 2022 hebben we “Jumping The Milestone” uitgebracht, dat positief werd ontvangen. Daarna hebben we als band de cd live mogen brengen, onder andere bij ProgFrog, het Fusion Festival in Engeland, het Art Rock Festival in Reichenbach, Duitsland en (samen met Albion) bij Serious Music Alphen. Nu zijn we weer in de oefenruimte om te werken aan nieuw materiaal.

Wat betreft Trion (studioproject samen met Eddie Mulder en Menno Boomsma) klopt het wel dat het een tijd stil is geweest. De laatste cd “FunFair Fantasy” stamt alweer uit 2013. Wel zijn we al een lange tijd bezig met een opvolger, maar Trion is alleen actief als er tijd over is en dat is helaas niet vaak. We hebben het allemaal druk, het heeft niet de hoogste prioriteit maar als het onze aandacht weer heeft is het ontzettend leuk om te doen. Hopelijk komt dit najaar onze nieuwe cd uit.
Persoonlijk was ik verrast door je soloalbum “The Past Is A Foreign Country”. Die zag ik immers niet aankomen. Hoe lang liep je al rond met het plan voor een solo-album?
Ach nee, die zag ik zelf ook niet aankomen. Opeens was ik er mee bezig en was het album af. Bij het schrijven van nummers voor Flamborough Head en Trion blijven er wel eens ongebruikte thema’s en ideetjes over. Bij dit schrijfproces voor beide bands gebruik ik allerlei VST’s (dat zijn virtuele instrumenten zoals gitaar, drums, orkest et cetera, die ik op toetsen bespeel) als demogeluiden voor de rest van de band om zich een beeld te kunnen vormen wat ongeveer de bedoeling kan zijn. Ik liep al wel een tijdje rond met het idee om met deze VST’s meer te doen, niet als demo voor anderen maar als eindresultaat voor een eigen album. Ook om te achterhalen of dit een acceptabel eindresultaat zou gaan opleveren.
Hoe kwam je terecht bij het thema van het album? Een pittig thema, maar zeer actueel.
Iedereen die tegenwoordig een beetje oplet komt uit bij dit thema. Helaas mijden tegenwoordig steeds meer mensen het nieuws; Oekraïne, Gaza, het milieu – het wordt te veel om met zoveel ellende geconfronteerd te worden. En toch geeft het geen oplossing. Hoe meer mensen slecht geïnformeerd zijn hoe meer kwaadwillenden daar voordeel uit kunnen halen. Nu lezen steeds minder mensen een (kwaliteits-)krant en worden geïnformeerd door de eigen mening versterkende algoritmes van onder andere Facebook en TikTok. Dan word je vanzelf boos en wantrouwig. Het is een spannende tijd waarin de kaarten opnieuw worden geschud en het is de vraag hoe zeker de toekomst is voor komende Europese generaties. Ik ben niet somber, maar we moeten wel opletten.
Het materiaal met Flamborough Head is volledig anders. Ooit getwijfeld om je muziek op een FH-album te zetten?
In het verleden heb ik veel voor Flamborough Head en Trion geschreven. In die zin is mijn muziek natuurlijk allang op FH-albums verschenen. Bij een band verandert je compositie door de invloed van de andere groepsleden. Dat is goed want daardoor worden je nummers beter en meer een collectieve prestatie. Wellicht zouden de tracks van mijn soloalbum op een FH-album veel meer gaan klinken als Flamborough Head.
Aan dit album hangt een studie wereldgeschiedenis, die overigens te lezen is op je website. Waarom koos je voor deze aanpak?
In mijn leven spelen progrock en geschiedenis een belangrijke rol. Het leek mij leuk om beide hobby’s te combineren in mijn eerste soloalbum. Op mijn website heb ik ervoor gekozen om aanvullende informatie te plaatsen over de titels van de nummers, voor wie echt geïnteresseerd is. Via een QR-code in het boekje kom je bij deze informatie.
Kennelijk maak je je grote zorgen over de huidige staat van de wereld en de maatschappij.
Ach, grote zorgen… Het verleden was ook niet probleemloos. Europa kent een lange geschiedenis van oorlogen, de crisis van de jaren 30, de vernietiging van de joden, de Balkanoorlog. In die zin gaat het nu best aardig. Maar er zijn wel bedreigingen. De democratie, de Trias Politica, de persvrijheid, de positie van minderheden en mensenrechten – het staat in de gehele wereld op het spel. Ik maak me hier wel zorgen over, ondanks dat ik weet dat alles tijdelijk en aan verandering onderhevig is. Na de prog kwam de punk en dat hebben we ook weer overleefd.
Wat is je favoriete nummer op het album, of mag ik niet spreken van ‘favoriet’?
Jawel, maar ik heb geen favoriet nummer.
De nummers hebben behoorlijk veel teksten en citaten. Ook maak je gebruik van originele geluidsfragmenten. Daarmee sneeuwt naar mijn mening de muziek soms onder. Ben je je daarvan bewust?
Natuurlijk begrijp ik dat voor veel mensen het aantal historische geluidsfragmenten hoog ligt. Zelf merkte ik dat het ging wennen als je er vaker naar luisterde, sommige speeches zijn ook net zang. Maar goed; ‘spoken word’ zal niet ieders liefde zijn. Tussendoor is er nog genoeg muziek om naar te luisteren. Voor mij was het belangrijk om eens iets anders te doen. Er komen al zo ongelooflijk veel prog-cd-tjes uit, – hoe kan je je binnen dat genre, waarin alles al is gezegd, nog onderscheiden?

Ik ga niet langs alle nummers, dat laat ik aan de luisteraars. Toch pik ik het nummer Mariupol eruit. Krijgt Donald Trump met zijn bijdrage hier niet te veel eer?
Nou eer zou ik het niet willen noemen. Het nummer gaat over de vernietiging van de Oekraïense stad Mariupol door de Russen. Poetin krijgt alle ruimte van Trump om zijn vernietigende oorlog te voeren terwijl Trump tijdens zijn verkiezingscampagne beloofde deze oorlog als president in 24 uur te beëindigen. Trump is in mijn ogen een tragische vergissing die als grillige maffiabaas Amerika groot denkt te maken. Het nummer gaat over deze gekte en zijn onzin; over de Golf van Amerika, de ‘drill baby drill’-plannen ten koste van het milieu, zijn genderpolitiek, zijn onnavolgbare Oekraïne-politiek en zijn narcistische zelffelicitaties. Hij staat model voor alle anti-democratische populisten (van Wilders, Orban, Nigel Farage, Poetin tot aan wie al niet), die beleid voeren ten koste van de mensen door wie ze gesteund worden. Het laatste woord in het nummer Mariupol is voor Martin Luther King over gelijkheid, een betere en beschaafdere afsluiter is er niet na al het voorgaande getoeter.
Op het album staan twee extra nummers, die buiten het thema vallen. Dat zijn Cathedral Green en På Gata (van de Zweedse groep Atlas). Vertel kort eens meer over deze nummers en waarom je deze hebt opgenomen?
Deze aanvulling was ook praktisch. Ik had beide nummers lang geleden gemaakt en het leek mij een goed idee om ze als bonustracks toe te voegen op de cd. Ze staan los van het thema van de eerste zeven nummers. Beide nummers zijn verschenen op cd’s die niet meer verkrijgbaar zijn. Cathedral Green is door mij geschreven en ingespeeld met alleen een Roland JV-880 sound module en verscheen op een Mexicaanse compilatie uit 1999 (album “e-Progeny”, HR). På Gata is een bewerking van een nummer van de Zweedse groep Atlas voor een cd-release ter ere van Zweedse prog uit 2009.
Onder onze lezers zijn veel liefhebbers van toetsinstrumenten. Welke gebruik je op dit album?
Voornamelijk Mellotron (IKM Sampletron II), Hammond (IKM B-3X), kerkorgel (Sonokinetic Toccata), synths (Retromachines MkII), elektrische piano (Scarbee Wurlitzer), gitaren (Session Guitarist & RealLPC), basgitaar (Rickenbacker Scarbee) en piano (Galaxy Vintage D). Allemaal VST’s gebaseerd op samples.
Naast toetsen hoor ik ook fluit, gitaar, drums. Die speel je allemaal zelf?
Ja, maar wel op toetsen. De drums komen van een drums bibliotheek. Het zijn door een echte drummer ingespeelde tracks die je per maat zo moet editen, programmeren en plaatsen dat het een drumpartij wordt die je wilt hebben en bij je nummer past.
Komt er nog een solo-album? Persoonlijk hoor ik dan meer nummers zoals die twee extra nummers.
Ik weet het niet, ik heb nu geen plannen. Eerst moet de Trion-cd af en daarna nieuw materiaal voor Flamborough Head. Misschien als ik over uiterlijk twee jaar met pensioen ga, dat er dan meer tijd is voor een nieuw soloalbum. En hoe die eventuele muziek gaat klinken? Misschien een cross-over tussen prog en salsa? Wie zal het zeggen?

Nu wat luchtige vragen…
Wie zijn je favoriete toetsenisten?
Twee favorieten: John Tout van Renaissance. Geweldige pianist die volledig in dienst speelde van de muziek. En natuurlijk Tony Banks die met zijn akkoordkeuze en techniek jaloersmakend arrangeerde bij Genesis.
Wat zijn je top 5 albums aller tijden?
Oei, maar vijf?
1. Genesis – Selling England by The Pound
2. Yes – Close to the Edge
3. Renaissance – Live at Carnegie Hall
4. Camel – The Snow Goose
5. Gentle Giant – Octopus
Wat doe je over tien jaar?
Ik hoop leven en dan ook nog in goede gezondheid. Hopelijk ook nog muziek maken in wat voor vorm dan ook. En lezen. Oh ja, en ook af en toe zwemmen.
Tot slot, wil je reageren op de volgende keuzes:
Flamborough Head, Trion of solo?
Flamborough Head is het belangrijkst. Bestaat het langst met een erg fijn verleden met (internationale) optredens, cd-releases en een eigen festival (ProgFarm). De band heeft vriendschappen opgeleverd (dat doen soloalbums wat lastiger) en heel veel plezier bij de repetities. Samen (live) muziek maken is het belangrijkst.
Leeuwarden of Amsterdam?
Geen voorkeur, ik kan overal wonen. Friesland is een mooie en bijzondere provincie en Leeuwarden een leuke stad. Ik geloof niet dat een leven in Amsterdam meer voordelen kent. Het grote nadeel van Leeuwarden is de afstand tot De Boerderij in Zoetermeer. Arie Verstegen heeft daar altijd prachtige dingen gedaan en ik was er vaker naar toe gegaan als ik om de hoek zou wonen.
Poetin of Trump?
Ik was eerder kritisch op Trump. Als ik tussen deze twee moet kiezen dan natuurlijk voor Trump. Hij is een democratisch gekozen leider van een bevriende natie. Poetin is een autocraat en is een ander soeverein land militair binnengevallen. Dan is de keuze weer gemakkelijk.
Heden of verleden?
Heden. Ooit studeerde ik geschiedenis en dat doe je om het heden beter te begrijpen.
Tony Banks, Rick Wakeman of Keith Emerson?
Tony Banks dus. Neemt niet weg dat de andere twee ook grootheden zijn. Keith Emerson vond ik wisselend – het balanceerde tussen magnifieke stukken op Tarkus en Brain Salad Surgery en moeizame saloon/western pianoriedels. Altijd een soort haat/liefde gehad met Keith Emerson.
Rick Wakeman vond ik geweldig bij Yes en bij zijn solowerk was ik altijd geïmponeerd door zijn kitscherige ‘Gilles de la Tourette’ speelstijl. Over de top maar hij kwam ermee weg. In mijn jeugd heb ik zijn “Six Wives” & “King Arthur” grijs gedraaid. Vandaar dat ik binnenkort op sentimental journey ga naar Eastbourne in Engeland om zijn optreden te zien waarin hij beide albums integraal speelt. Eerder dit jaar ging ik met Koen Roozen naar de Oosterpoort in Groningen waar Rick Wakeman zijn solo afscheidsconcert gaf. Kortom; ze zijn alle drie belangrijk geweest.
Niet iedereen zal jullie kennen. Kun je ons iets over de band vertellen?
Sic Mundus is een studioproject dat zijn oorsprong vond in 2021. De band werd opgericht door Andrzej Sesiuk (keyboards, muziek) en mijzelf, Artur Placzyński (basgitaar, songteksten). Het was een uiting van onze jarenlange fascinatie voor muziek uit het breed gedefinieerde gebied van progressieve rock en metal.
We ontmoetten elkaar iets eerder, tijdens de opnames van mijn soloalbum (onder de naam Slapover) – en zoals tegenwoordig wel vaker het geval is, was het aanvankelijk een online kennismaking. Al snel bleek dat we zeer vergelijkbare muzikale interesses deelden – afgezien van funk en jazz, die het Slapover-album domineerden, was het progressieve muziek waar we allebei al jaren naar luisterden. Het materiaal voor het eerste album, “Illusions“, was op dat moment al praktisch af en het album was beschikbaar op een van de streamingdiensten in een puur instrumentale vorm. Het was volledig opgenomen door Andrzej met synthesizers en virtuele instrumenten. Het leek me vanzelfsprekend dat het de juiste vorm moest krijgen door ‘live’ muzikanten uit te nodigen voor de opnames en zang toe te voegen aan ten minste een paar nummers. Het duurde lang voordat we de juiste mensen konden bereiken, maar uiteindelijk lukte het en “Illusions” werd uitgebracht in november 2023.
Jullie hebben onlangs het album “Universum” uitgebracht. Kun je ons daar meer over vertellen?
Nog voordat de productie van “Illusions” was afgerond, had Andrzej een volledige demo van het volgende album klaarliggen. Dat waren acht zeer uiteenlopende nummers, variërend van korte melodieuze nummers tot en met lange, gelaagde progressieve suites. Dit keer was het idee vanaf het begin om alle composities om te zetten in vocale tracks (aanvankelijk met uitzondering van het laatste nummer op het album, getiteld Agartha). We begonnen snel met opnemen en kozen dit keer voor een homogene bezetting, gebaseerd op de zang van Mikołaj Krzaczek, die zich al bewezen had op “Illusions” en medeverantwoordelijk is voor het karakteristieke geluid van Sic Mundus. Maar ook van gitarist Michał Kaszczyszyn en drummer Torsten Bugiel, die beiden voor het project waren aangetrokken. De opnames namen bijna twee jaar in beslag, maar nu is het er eindelijk, verkrijgbaar als dubbel-cd en dubbel vinyl.
Op de extra cd (en dubbel elpee) staat het nummer A Look Into The Inner Self. Dit is vernoemd naar het artwork van Jaroslaw Jasnikowski. Wat kun je vertellen over dit nummer en Jaroslaw?
“Universum” duurt ongeveer zestig minuten, wat te lang was voor een enkel (vinyl) album en te kort voor een dubbel(vinyl)album. Dus ik heb Andrzej kunnen overtuigen om een geheel nieuw nummer te componeren. We hebben besloten om iets compleet nieuws en anders te proberen dan onze gebruikelijke stijl, en aanvankelijk was het exclusief bedoeld voor een vinylversie. We waren echter zo onder de indruk van het eindresultaat dat we besloten om de track ook op cd uit te brengen – maar dan op de extra cd, omdat hij zo sterk afwijkt van de rest van het album. We wisten dat Jarosław Jaśnikowski een fan is van elektronische muziek, dus we gebruikten zijn illustratie ‘A Look Into The Inner Self’ als inspiratiebron. Tegelijkertijd was de track ons eerbetoon aan deze ongelooflijke kunstenaar. De prachtige schilderijen van Jarosław staan ook op ons debuutalbum en we hadden het geluk dat we zijn goedkeuring kregen om meer van zijn werk te gebruiken op “Universum”.
Waar haal je je inspiratie vandaan en waar luister je zelf naar?
We luisteren naar veel verschillende muziekgenres, van jazz, pop en funk tot rock en zelfs behoorlijk heavy metal. Ik denk dat je veel inspiratiebronnen in onze stijl hoort. Er zijn invloeden uit de jaren 80 en 90, maar ook de nieuwste trends in rockmuziek. Ons belangrijkste doel is om muziek te componeren die eclectisch en complex is, maar tegelijkertijd pakkend en memorabel.
Naar mijn mening is de grootste zonde van de hedendaagse muziek de herhaling en monotonie… Er zijn duizenden bands met ongelooflijke talenten, maar vaak hebben ze niets interessants te melden, behalve dat ze zich willen laten zien. We luisteren veel naar klassieke vertegenwoordigers van progressieve muziek, maar af en toe ontdekken we ook nieuwe vibes in de muziekwereld. Ik wil graag drie bands noemen die me de afgelopen maanden enorm hebben beïnvloed, omdat ze goed passen in mijn perceptie van goede en originele muziek: Vola uit Denemarken, Voyager uit Australië en Zeal & Ardor uit Zwitserland. Ze verschillen veel van elkaar, maar hebben allemaal dat magische ‘iets’ dat je aan hun muziek vasthoudt. Zulke groepen geven hoop dat de breed begrepen progressieve muziek vandaag de dag nog steeds veel te zeggen heeft.
Wat zijn jullie toekomstplannen?
We zijn al begonnen met werken aan ons derde album, ervan uitgaande dat het in de wereld van progressieve rock gepast zou zijn om de discografie in ieder geval als een trilogie af te sluiten. Deze keer is het werk echter niet gebaseerd op een voltooide demo van het album. De eerste versies van de nummers zijn nog in de maak en niemand weet nog hoe het derde album eruit zal zien. Het is nog niet duidelijk of er meer albums zullen komen of wat ze zullen brengen, maar voorlopig zijn er absoluut geen tekenen dat we onze activiteiten binnenkort zullen beëindigen. We hebben nog veel te vertellen!
Hebben jullie plannen om live op het podium te spelen?
Helaas is optreden op het podium vanwege persoonlijke en professionele verplichtingen, en vanwege de afstand die wij van elkaar wonen, nu geen optie. We besteden al onze vrije tijd aan het componeren en opnemen van muziek, en dit zal in de nabije toekomst onze prioriteit zijn. Maar, zoals het oude gezegde luidt: “Zeg nooit nooit” – dus doen we dat niet.
Wil je verder nog iets kwijt aan de lezers van Progwereld?
Hartelijk dank voor je interesse in onze muziek – je feedback en steun zijn enorm belangrijk voor ons!
Een nieuwe Nederlandse progressieve rock-formatie met jonge muzikanten. Daar worden wij bij Progwereld heel blij van. Revelations zit vol ambitie en wil de progressieve rock nieuw leven in blazen. Hun debuutalbum “What We Do In The Shadows” is een heerlijke groeiplaat die duidelijk maakt dat deze jongens hun mannetje staan. Tijd voor een gesprek met gitarist Sven van Otterloo en drummer Boaz Ceelen.
Jullie brachten pas jullie debuutalbum uit. Vertel er eens kort wat over. Wat is het thema, en hoe kwam de plaat tot stand?
Het album gaat erover dat geschiedenis zich blijft herhalen als we ons daar niet bewust van zijn. Dit vertalen wij in onze muziek door gebruik te maken van teksten en onderwerpen die van alle tijden zijn. De eerste vier nummers van het album draaien om soldaten die onwetend van wat hun te wachten staat de oorlog in gaan.Het vierde nummer, Jacobs Dream, gaat over de brief naar huis van een inmiddels overleden soldaat.
De laatste vier nummers geven het onderwerp weer vanuit een globaler en universeler beeld, terwijl de teksten en de muziek vertellen over de impact die iedere actie kan hebben, zowel in positieve als in negatieve zin. De eindconclusie is dat, zolang we niet bewust zijn van onze voorgaande acties, de geschiedenis zich zal blijven herhalen.
De titel “What We Do In The Shadows” refereert aan wat de impact van het niet bewust zijn van onze acties in de schaduw kan zijn.
Misschien kennen sommige lezers jullie nog niet. Vertel eens kort over het ontstaan van de band.
Onze band is ontstaan op het conservatorium in Enschede, waar de gedeelde passie voor progressieve/symfonische rock ons samen heeft gebracht. We begonnen de band met z’n drieën: Boaz Ceelen op drums, zangeres Gina Schwarz en ikzelf, Sven van Otterloo op gitaar.
Met deze bezetting hebben we het debuutalbum geschreven. Later kwamen bassist Kevin Kos en toetsenist Ezra Frankema er vast bij. Het doel van de band is om de klassieke progressieve rock nieuw leven in te blazen.
Wat zou je zeggen dat jullie invloeden zijn, of waar luisteren jullie zelf graag naar?
Onze invloeden liggen voornamelijk bij de oude progressieve, en de neo-progressieve rock. Denk dan aan Genesis, Yes, Marillion, Camel, IQ, Collage etc.
Met name albums als “The Lamb Lies Down on Broadway” van Genesis, “Ever” van IQ, en “Clutching at Straws” van Marillion zijn voor ons een grote inspiratie geweest voor dit album.
Jullie album begint met kerkorgel, één titeltrack komt letterlijk uit de Bijbel en ook Jacob’s droom komt voorbij. Hebben jullie iets met geloof of moeten we dit anders zien?
Wij zijn geen christelijke rockband. Wel staan er leden van onze band dicht bij het geloof.
De referenties naar de bijbel hebben we gebruikt omdat die de thema’s van de nummers het beste omschreven. De titel die letterlijk uit de bijbel komt refereert aan dat iedereen die lijdt om het goede te kunnen doen, gezegend zal worden. In dit geval verwijzend naar de soldaten die proberen het goede te doen, ten koste van hun eigen leven.
Daarnaast accentueren de referenties de tijdloosheid van het onderwerp, en daarmee het overkoepelende thema over geschiedenis die zich blijft herhalen als we ons er niet bewust van zijn.
Jullie zangeres Gina Schwarz maakt geen onderdeel meer uit van de band. Gaan jullie opzoek naar een andere zangeres?
Na goed overleg hebben we besloten niet op zoek te gaan naar een andere zangeres, en om verder te gaan met Kevin en mij op lead vocals. Dit voelt voor de toekomst als de juiste keuze.
In onze live video die we net hebben uitgebracht kun je horen hoe dit klinkt!
Wat zijn jullie plannen voor de komende tijd?
De komende tijd gaan we ons focussen op onze huidige release via optredens en interviews. Daarnaast zullen we ons bezig houden met het schrijven aan ons tweede album, waarbij nu ook Kevin en Ezra een rol zullen spelen in het schrijfproces!
Foto’s: Lori Linstruth
Het nieuwe soloalbum van Arjen Lucassen “Songs No One Will Hear” gaat over een asteroïde die binnen vijf maanden de wereld zal vernietigen. In de nummers verkent hij hoe mensen daarop zullen reageren. Ik was benieuwd hoe dit album was ontstaan en dus maakte ik een afspraak via Zoom.
Ik was twee minuten te laat en zag Arjen de tijd verdrijven met zijn elektrische gitaar op schoot en er helemaal in opgaan. Zodra hij mij ziet, legt hij het instrument weg. Ik ben het vijfde en laatste interview van die dag, maar hij is blij dat hij nu even Nederlands kan praten en neemt alle tijd voor mijn vragen.
Je schrijft al je muziek zelf, wat is dan het verschil tussen een Ayreon-album en een soloalbum?
Het grootste verschil is dat ik op een soloalbum alles zelf zing. Op dit soloalbum verzorg ik denk ik 80% van de vocalen. Op de laatste twee Ayreon-albums ben ik niet eens te horen. Ayreon staat erom bekend veel zangers te hebben. Op “01011001” waren dat er bijvoorbeeld zeventien. De albums van Ayreon zijn rockopera’s waarin veel karakters voorkomen. Mijn soloalbum is duidelijk geen rockopera, maar er wordt wel één verhaal in verteld.
Schrijf je dan eerst de muziek en bepaal je dan waar het als het ware bij hoort?
Meestal wel. Eigenlijk is steeds mijn insteek om een soloalbum te maken. Dat is voor mij het meest makkelijk. Ik kan dan mijn studio ingaan wanneer ik wil en hoef geen zangers te regelen. Maar ja, dan heb ik een groot bombastisch stuk geschreven en dat kan ik zelf niet zingen. Ik heb een vrij kleine stem. Dan begin ik te bedenken welke zangers ik hiervoor zou kunnen benaderen en dan voel ik wel aankomen dat het geen soloalbum gaat worden.
Maar met dit album was het echt anders. Hiervan wist ik meteen dat het een soloalbum zou worden en dat ik daarbij zou blijven. Sinds het laatste Ayreon-album “Transitus”, dat alweer vijf jaar geleden uitkwam, heb ik alleen maar side projects gedaan. En de meeste projecten waren voor anderen. Zo deed ik “Plan Nine” voor Robert Soeterboek. Dat album heb ik voor hem opgenomen en hij is er nu ook mee aan het toeren. Daarna werkte ik met Simone Simons (Epica) aan haar soloalbum “Vermillion”. Dus veel voor anderen gedaan en daarna was ik helemaal leeg. Ik wist dat de enige manier om uit die leegte te komen was om een puur egoïstisch eigen soloalbum te maken.
Tijdens het luisteren van dit album moest ik denken aan films als “Don’t Look Up”, “Melancholia”, “Armageddon” en “Deep Impact”. Wat inspireerde jou om dit thema op te pakken?
Dat was niet mijn inspiratie. Die haal ik vooral uit de muziek die ontstaat. Ik vond de muziek dit keer zo eclectisch dat ik een concept nodig had dat paste bij al die verschillende sferen. Het vroeg om een sterk emotioneel thema. En wat is nu meer emotioneel dan weten dat je over vijf maanden zal sterven? Dat zet mensen aan het denken. Iedereen zal iets anders gaan doen. En door het grote verschil in nummers kon ik daar iets mee.
Toen moest ik wel gaan nadenken hoe ik dit zou aanpakken. Hoe maak ik een einde aan de wereld? Ik wilde niet iets politieks doen. Ik heb de asteroïde al eens gebruikt bij Ayreon dus ik besloot haar weer van stal te halen. En toen ben ik wel films gaan kijken. Alle films die je noemde en meer. In totaal wel vijftien films rond dit thema. Ik haalde daar verder weinig inspiratie uit omdat het in die films niet zozeer gaat over wat mensen zoal gaan doen als ze weten dat ze gaan sterven en juist dat wilde ik verkennen. En in alle bijna films wordt de planeet uiteindelijk gered en dat wilde ik niet.
Het idee om het album op te hangen aan een radio-dj is net zo eenvoudig als briljant. Had je die aanpak meteen voor ogen?
Ik houd van vertellers. Dat begon al bij “War Of The Worlds”. Ik wil in een verhaal gezogen worden en ik wil het verhaal makkelijk kunnen volgen. Niet al mijn luisteraars verstaan goed Engels, dus het moet makkelijk te volgen zijn. Dus ik wist al snel dat ik voor dit album ook een verteller wilde. Iemand die zowel komisch als serieus kon zijn. En ja, dan kom ik meteen uit bij Mike Mills. Dit past ook zo bij zijn persoonlijkheid. Hij kan ongelofelijk grappig zijn, maar ook heel diep en serieus. Toen ik hem vroeg, gaf hij meteen aan dat hij een sterk Australisch accent had dat hij niet kon uitzetten. Maar dat maakte me alleen maar meer enthousiast! En ik moedigde hem aan het juist nog meer te versterken.
Ik heb hem de nummers gegeven, hem verteld waar ze over gingen en ook een paar zinnen die ik er echt in wilde hebben en daar is hij vervolgens mee aan de slag gegaan. Die man kan echt alles, hij is echt mijn held.
Je belicht allemaal facetten van wat verschillende mensen zouden willen en doen als ze weten dat ze nog maar kort te leven hebben. Dat is enerzijds begrijpelijk, maar ergens ook triest dat er vaak eerst iets moet gebeuren voordat mensen tot actie overgaan. Wat zijn jouw gedachten hierover?
Ja, precies dat! Dat is waar dit album over gaat. Ik wil mensen aan het denken zetten. Wat zou je doen als je wist dat je nog vijf maanden te leven hebt? Mensen die ik hierover spreek, komen dan met allemaal plannen en ik zeg dan: “Doe het dan!” We weten niet of we nog vijf maanden, vijf jaar of vijftig jaar te gaan hebben. Dus denk na over wat je wil doen en doe het ook.
De vraag is ook of mensen, als ze weten dat ze nog kort te leven hebben, ook echt dat soort dingen nog gaan doen…
Ik denk het niet. Op dat moment maakt het niet meer uit. Dan komt de struggle to survive en het recht van de sterkste. Pak wat je pakken kunt. Er is geen gezag meer, totale anarchie. Ik bedoel, welke politieagent gaat nog naar zijn werk als ie weet dat alles over vijf maanden ophoudt? Geld zegt niets meer. Het maakt niet meer uit of je Trump bent of de bakker. Ik denk dat je totaal geleefd wordt en dat het vreselijk is. In het album gaat het over Sanctuary Island. Dat is de plek waar de asteroïde zal gaan inslaan. Ik denk dat ik daar naar toe zou gaan. Ik zou die blue bus nemen waarover gezongen wordt. Die blue bus komt trouwens niet uit een film maar uit een song van The Doors. Het is het nummer The End waarin Jim Morrison zegt “The blue bus is calling us.” Niemand weet wat hij daar mee bedoeld heeft. Waarschijnlijk wist ie het zelf ook niet. Dus leek het mij wel leuk om uit te leggen wat die blue bus was.
Ik miste de reflectie op wat er na de dood zal zijn. Het lijkt wel of niemand op het album zich daar druk om maakt. Was dat een bewuste keuze?
Dan wordt het al snel religieus of politiek en dat vermijd ik altijd. Ik wil puur escapisme bieden. Ik ben een muzikant. Ik vind niet dat ik mijn mening moet opdringen aan anderen. Ik heb een mening, hoor en soms best een extreme, maar die houd ik voor mezelf. De tweede reden dat ik daar niet over schrijf, is dat ik anders de helft van mijn publiek kwijtraak. Zeker tegenwoordig. Het is allemaal zo gevoelig. Alles is zo zwart-wit. Dat is mijn mening niet, maar die wordt dan wel snel zwart-wit gemaakt. Ik hoop zelf vooral dat er hierna niets meer is. Het begrip eeuwigheid maakt me heel bang. Als je daarover gaat nadenken dan word je gek.
Hoe is het album verder ontstaan?
Ik had op een gegeven moment vijftien nummers. Ik heb een zogenaamde ‘circle of trust’ om me heen verzameld in al die jaren. Daarin zitten vrienden, bekenden, mijn broer en mijn buren. Die volgen het hele proces. Die laat ik de demo’s horen en als alles af is, vraag ik of ze de nummers een cijfer willen geven. Dat helpt mij, want ik kan dan al niet meer objectief naar die nummers luisteren. En hun mening kan ik heel goed gebruiken. Zo bepaal ik uiteindelijk de volgorde van de nummers en ook welke naar de bonusdisc gaan. Kijk, als ik het ergens echt niet mee eens ben, dan doe ik het uiteraard anders, maar hun feedback helpt wel. Zo ontdek je ook de favoriete nummers en die moet je strategisch over het geheel verdelen. Tot dat moment heb ik ook nog geen teksten. De muziek moet eerst af zijn voor ik daar aan kan beginnen.
En de keuze voor drie zangeressen?
Ik weet dat ik voor de powervolle stukken een ander soort zanger nodig heb. Mijn eigen stem is daar te klein voor. Ik wist meteen dat Irene dit moest zingen. Ik werk al zo lang met haar samen. Ze zingt super goed en haar uitspraak van het Engels is fantastisch. Dus in eerste instantie wilde ik alleen haar stem gebruiken. Maar toen ontstond het nummer We’ll Never Know. Het gaat over een stel dat in verwachting is van hun eerste kindje, maar dat zullen ze nooit geboren zien worden. Een pijnlijk en emotioneel nummer. Ze zullen nooit weten hoe het eruit zal zien en ze zullen het niet zien opgroeien. En daarin hoorde ik gewoon Floor Jansen. Ik wist dat zij dit zou moeten zingen. Dus ik stuurde het nummer naar haar toe en hoopte vurig dat ze tijd had en het haar aansprak. Ze vond het erg mooi en was echt geraakt toen ze de tekst las. En ze heeft daarna echt heel veel emotie in haar performance gestopt.
Marcela Bovio zingt op een ander nummer (Our Final Song) een paar regels. Daarin wilde ik echt een soort gevecht tussen twee stemmen hebben. Dus daarin hoor je Robert Soeterbroek en Marcela samen.
Dit had ik natuurlijk moeten opzoeken, maar wat is een Hurdy Gurdy die in Our Weary Soldier is te horen?
(Hij barst in lachen uit) Dat is een draailier. Het is puur folk (hij doet het instrument na). Het lijkt in de verte op een doedelzak. Patty Gurdy is daar echt super goed in! Ze is echt populair. Op YouTube heeft ze super veel views. Ze is een groot fan van mijn muziek, dus toen er een folky nummer ontstond heb ik haar gevraagd.
Op het einde van het album hoor ik je zingen dat je het liefst op een eiland liedjes wil schrijven die niemand zal horen. Is dat wat jij gaat doen als het einde nabij is?
Nee hoor, ik niet. Wat heeft het voor zin om liedjes te schrijven die toch niemand zal horen? Maar het levert wel een hele toffe titel op toch?