Bjørn Riis over “The Century of the Self” en Airbag

Enkele weken geleden verscheen het zesde album van Airbag, getiteld “The Century of the Self”. Reden genoeg om eens met mastermind Bjørn Riis van gedachten te wisselen over het ontstaan van dit album en zijn band Airbag.

Hoi Bjørn, gefeliciteerd met het nieuwe album. Kun je de titel toelichten?
Dankjewel. De titel komt uit een documentaire die we een aantal jaren geleden zagen over hoe moderne psychoanalyse kan helpen bij marketing en het creëren van nieuwe merken. Op een gegeven moment stond eigenlijk vast dat het album “Erase” zou gaan heten, naar een van de songs. Uiteindelijk hebben we toch besloten om de titel te veranderen omdat “The Century of the Self” perfect aansluit bij het thema dat we steeds meer gefocust raken op onze individuele behoeften en meningen in plaats van investeren in het goede en wat duurzamer voor ons als samenleving is.


Wanneer ik naar je teksten luister krijg ik het gevoel dat je meer dan alleen “het Ik” op je lever hebt. Is dat gevoel juist?
Ik denk het wel. We maken ons allemaal zorgen over het hele wokisme en de cancelcultuur en hoe deze destructieve krachten alle waarden, waar we zo lang en hard voor hebben gevochten, met de grond gelijk maken. Het is een beangstigende gedachte dat onze kinderen misschien wel opgroeien in een wereld waar vrijheid van meningsuiting, het recht om er een eigen mening op na te houden, wederzijds respect en communicatie niet langer worden gezien als fundamentele rechten en waarden.

Ik denk dat dit alles is begonnen op de sociale media, maar we zien het nu ook op universiteiten, scholen, media, kunsten, politiek en eigenlijk in alle aspecten van de samenleving. We zijn als Airbag altijd al erg sociaal georiënteerd geweest in onze teksten en dit is iets waarover we eindeloos hebben gediscussieerd en waarover we iets te melden hadden.

In welk opzicht wijkt dit album af van zijn voorgangers?
Het is waarschijnlijk het meest heavy album dat we hebben opgenomen. Het bevat veel heavy gitaren en stemmingen, maar ook veel referenties naar de beginjaren van Airbag. Een aantal songs is geschreven als een band, gebaseerd op ideeën die boven kwamen drijven tijdens onze gezamenlijke jams.

Kun je ons vertellen hoe het album is ontstaan en hoe het creatieve proces zich verder heeft ontwikkeld?
Ik ben, zoals meestal, begonnen met het schrijven van een aantal demo’s. Die heb ik aan Asle en Henrik laten horen en we hebben de demo’s die volgens ons het beste zouden passen op een nieuw Airbag-album uitgekozen. Een aantal andere songs stammen uit de jamsessies die we in een vroeg stadium samen met Kristian Hultgren van Wobbler hebben gedaan.

Toen we de basisstructuur hadden opgenomen kwam Asle erbij om veel sounds en zijn zang toe te voegen. Het mix-proces is een gezamenlijke aangelegenheid van de band en Veigard Sleipnes, die al heel lang met ons samenwerkt.


Wat is de huidige status van Kristian Hultgren, Ole Michael Bjørndal en Simen Valldal Johannessen in de band?
Zij maken al een hele tijd deel uit van onze liveband en daarnaast hebben ze heel wat bijgedragen aan dit album. Kristian speelt bas op twee nummers, waaraan hij tevens heeft meegeschreven. Ole speelt gitaar en Simen toetsen in een aantal nummers. Ze hebben veel bijgedragen aan de Airbag-sound door de jaren heen.

In welk opzicht wijken de Airbag-albums af van je soloalbums en heb je een speciale reden om soloalbums op te nemen?
Het is meer een gevoelskwestie bij mij. Ik schrijf altijd heel veel nummers wanneer ik begin. De ene song voelt dan meer als een Airbag-nummer terwijl een andere song meer als mij aanvoelt, misschien persoonlijker. Ik put ontzettend veel voldoening uit het maken van een soloalbum. Ik heb er heel veel van geleerd en ik denk dat ik als songwriter meer zelfvertrouwen heb opgebouwd. Dat breng ik ook weer mee in de band.

Uit welke onderwerpen of omstandigheden put je inspiratie voor je muziek en teksten?
Dat kan echt van alles zijn. Meestal schrijf ik één of twee songs die meteen de toon voor de rest van het album zetten. Teksten schrijf ik meestal in de metro als ik onderweg ben naar mijn werk. De inspiratie kan eigenlijk van alles zijn, iets dat ik heb gelezen, een onderwerp dat we hebben besproken enzovoorts. Het is belangrijk voor mij dat het thema of onderwerp ons allemaal bezighoudt en dat vooral Asle zich comfortabel voelt bij het zingen van de teksten.


Zijn er plannen voor concerten of misschien een tour en wat zal dan de line-up zijn?
We zijn nog bezig met de planning maar we hebben al een paar optredens geboekt voor de herfst, waaronder een concert in de Boerderij in Zoetermeer op 2 november 2024. De samenstelling van de band hebben we nog niet helemaal rond.

Heb je last van de voortdurende vergelijking van je gitaarspel met dat van David Gilmour?
Of ik last heb van het feit dat ik wordt vergeleken met een van de grootste gitaristen uit de rockhistorie? Helemaal niet!

Zijn er andere gitaristen, naast Gilmour, die je hebben beïnvloed?
Ik ben opgegroeid in de jaren 80. Toen luisterde ik naar bands als Black Sabbath, Kiss, Led Zeppelin en nog een aantal andere. Ace Frehley en Toni Iommi waren mijn eerste gitaarhelden en zij zijn nog altijd mijn favorieten. Daarna ontdekte ik Pink Floyd en Gilmour, Marillion met Rothery,  Porcupine met Wilson… de lijst is lang.

Welke soort muziek, artiesten of bands spreken je het meeste aan en waarom?
Ik luister naar een breed scala aan stijlen waaruit van alles in mijn muziek doorsijpelt. De meeste inspiratie haal ik echter uit rock-, prog- en filmmuziek.

Artiesten met passie inspireren me het meest. Het maakt dan ook niet uit welke soort muziek ze maken, als er maar een duidelijk idee van wat ze willen bereiken in hun muziek doorklinkt. Prince was een van die zeldzame artiesten die elk compromis uit de weg ging en een sterk geloof had dat muziek vanuit het diepste innerlijke moet komen.

Wat zijn de muzikale invloeden van je bandleden?
Het unieke van Airbag is dat we allemaal ontzettend veel verschillende invloeden hebben. We zijn allemaal opgegroeid met andere bands en daarom brengt een ieder van ons andere invloeden mee naar Airbag. Dat zorgt voor veel opwinding en inspiratie in de band.

Kunnen jullie rond komen van de band Airbag of verdienen jullie nog op andere manieren geld?
We hebben nooit geprobeerd om van muziek ons beroep te maken. Ik ben blij dat ik een vast inkomen heb, maar tegelijkertijd in de gelegenheid ben om onze muziek met de wereld te delen en daarnaast nog een aantal optredens te doen.
Er zijn er maar weinigen die in het weekend een rockstar kunnen zijn en op maandag terugkeren naar het normale leven.

In welke landen heeft Airbag de grootste fanschare?
Nederland was waarschijnlijk het eerste land dat onze muziek omarmde en het is altijd bijzonder om daar weer terug te keren en onze vrienden en fans te ontmoeten.
Noord-Europa, Frankrijk, Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Polen zijn ook belangrijk voor ons, maar we hebben eigenlijk fans over de hele wereld. We hebben zelfs veel fans in het Midden-Oosten, wat vrij opmerkelijk is.

Sinds het einde van de vorige eeuw hebben we een toenemend aantal Scandinavische bands gezien (vooral uit Noorwegen en Zweden) in de popmuziek, maar vooral in het progrockgenre, die flink aan de weg timmeren. Wat is volgens jou de oorzaak van deze ontwikkeling?
Ik weet het niet precies, maar er zijn momenteel inderdaad veel, echt getalenteerde, bands en artiesten. Bij ons label, Karisma Records, zijn veel bands aangesloten die veel albums verkopen en het fantastisch doen buiten Noorwegen. Het is een kleine community maar we steunen elkaar, we spelen op elkaars albums en ons publiek is erg loyaal.

Wil je nog iets speciaals zeggen tegen de lezers van progwereld?
We willen jullie ontzettend bedanken voor de aanhoudende support en we hopen jullie in de herfst te zien.

Bedankt, Bjørn!

Dean Wells (Teramaze) : “Wil iemand in Nederland me adopteren?”

Teramaze heeft zich de afgelopen jaren ontpopt tot een van de meest productieve bands in het genre. “Eli: A Wonderful Fall From Grace” is alweer de zesde plaat sinds 2020, inclusief ep’s en een live-album. “Eli…” vormt na “Her Halo” (2015) en “Sorella Minore” (2021) het sluitstuk van een conceptuele trilogie die zich afspeelt binnen de ouderwetse circuswereld. Voldoende aanleiding voor een Zoom-gesprek met bandleider Dean Wells vanuit Melbourne. Hij blijkt een ontspannen en humoristische gesprekspartner, die uitgebreid de tijd neemt om Progwereld te woord te staan.

Nog één keer over corona dan…

Hi Dean, gefeliciteerd met alweer een nieuwe plaat. Jullie output is sinds de pandemie compleet geëxplodeerd. Is dat toeval, of zit daar een causaal verband tussen?

Dat laatste, absoluut. Ik heb altijd al heel veel muziek geschreven, dus dat was niet zo uitzonderlijk. Wat het anders maakte, is dat we het in die periode ook allemaal zijn gaan uitbrengen. We brachten “I Wonder” uit in 2020. Dat album deed het heel goed, en dat opende onze ogen. Het was heel cool dat fans rechtstreeks naar ons toekwamen voor muziek. We bleken een connectie met onze fans te hebben waar we ons helemaal niet zo bewust van waren. We merkten dat we alles zelf konden doen: album schrijven, opnemen, uitbrengen, en weer schrijven. Zo werden we als band een soort van productiemachine. En niemand anders bracht muziek uit in die tijd. Het was niet makkelijk, alleen al verzendkosten werden drie keer zo hoog, maar het werkte wel voor ons. En nog steeds.

Wat deed die periode met je als artiest en componist? Josh Griffin (Caligula’s Horse) vertelde ons dat de strenge corona-maatregelen in Australië verlammend werkten op de band. Bij jullie gebeurde juist het tegenovergestelde. Is dat dan uit frustratie, inspiratie, of had je simpelweg niets anders te doen?

Dat allemaal eigenlijk. De spanning hier in Melbourne was waanzinnig, de agressie van de politie ook. En ik word daar opstandig van. Ik houd er niet van als iemand me probeert te controleren, daarom ben ik ook een muzikant, haha. Dus het bracht bij mij iets boven van: “Ik ga me er niet onder laten krijgen, ik ga me niet laten weerhouden van de dingen die ik gepland had.” En het enige wat ik kon doen, was muziek maken. Het was in die zin juist een motivatie om extra productief te zijn, EN ervoor te zorgen dat die muziek ook uitgebracht kon worden.

De muziek op “Eli…”

Als je zoveel muziek schrijft, lijkt het me lastig om te bepalen wat je gebruikt voor de ambitieuze conceptalbums, en wat voor de tussenliggende “gestroomlijnde” platen. Wordt die selectie gedreven door de muziek, in de zin van: “als het groots en episch klinkt, gaat het op een conceptalbum”? Hoe beslis je dat?

Ha, dat doe ik helemaal niet. Het is geen bewuste beslissing, het gaat compleet op basis van gevoel. Dus als we een goed gevoel hebben bij een stuk muziek, dan is DAT waar we op dat moment aan werken. Ik kom nu nog soms oudere songs tegen die ik zelf sterk vind, maar die hebben we dan niet verder uitgewerkt omdat het op dat moment niet goed voelde voor het album waar we mee bezig waren.

Was er dan wel een specifiek moment dat jullie begonnen met het componeren van “Eli: A Wonderful Fall From Grace” als opvolger van “Her Halo” en “Sorella Minore”?

“Eli…” begon met één song die klonk als “Her Halo”. En op basis van dat ene pianostuk van een minuutje dacht ik ineens: “Oké, we gaan een derde deel doen!” En dat was het, vanaf dat moment schreven we specifiek voor dit album. Op de andere albums was de aanpak veel chaotischer, waarbij ik steeds probeerde uit te zoeken welke stukjes op welke plek hoorden, dus deze gestructureerde aanpak was vrij ongewoon voor ons. Die ene melodie is uiteindelijk terechtgekomen aan het begin van Hands Are Tied, de ballad op het album.

Het nieuwe album lijkt nog theatraler dan de twee conceptuele voorgangers. Er zijn meer gesproken passages en geluidseffecten, waardoor het op bepaalde momenten zelfs bijna als een muzikaal toneelstuk overkomt.

Ja, dat is natuurlijk het voordeel als je “progressieve muziek” maakt, dan kan je precies doen wat je zelf wilt, haha. Maar bij “Eli…” was het wel meer een bewuste keuze, waar Nathan (Peachey, zanger, RP) en ik eerst het concept uitgewerkt hebben. Nathan heeft er zelfs een verhaal van een pagina of twintig van gemaakt uiteindelijk. En toen zijn we specifiek de muziek gaan schrijven bij de individuele stukjes van het verhaal. Dat deden we bij de eerdere conceptalbums ook wel een beetje, maar destijds was die aanpak nog heel nieuw voor me. Ik schreef eerder gewoon liedjes, punt. Maar we hebben de ervaring van “Her Halo” en “Sorella Minore” kunnen gebruiken om de flow en de logica binnen het album te versterken, waardoor de teksten en de muziek hopelijk nog beter aansluiten. Het was allemaal net wat meer doordacht.

Maakt dat het componeren lastiger, of geeft het juist meer structuur en richting?

Nou, de laatste track op het album (titeltrack A Wonderful Fall From Grace, RP) was echt het moeilijkste nummer. Ik had een enorm stuk muziek, allemaal losse componenten. En ik had geen idee hoe ik er een coherente song van moest maken. Veel van wat we maken is waarschijnlijk wat meer poppy, ook qua structuur. Maar dit nummer heeft niet eens echt een hoofdrefrein. Dus ik heb geprobeerd ernaar te kijken alsof het een mini-film op zichzelf is. Uiteindelijk vormt het een soort van brug tussen “Her Halo”, “Sorella Minore” en “Eli…”. Maar ik weet vaak zelf ook niet precies wat ik doe, hoor. Ik gooi gewoon verf tegen een muur en kijk wat er blijft plakken, haha.



De conceptalbums

Het verhaal over de albums heen is concreet genoeg om het in grote lijnen te kunnen volgen, maar ook weer zo complex en abstract dat het vragen oproept. De vocale rollen die Nathan en jij op je nemen als personages binnen het circusverhaal lijken sterk met elkaar verweven te zijn.

Sterker nog, het zijn eigenlijk twee aspecten van dezelfde persoon: de tirannieke circusdirecteur (the ringmaster, RP) en de meer zachtaardige kant van het karakter (the clown, RP). Maar er is dus eigenlijk sprake van een gespleten persoonlijkheid, waardoor er een soort driehoeksverhouding ontstaat tussen hen en de acrobate die de tragische hoofdrol vervult in “Her Halo”, en later haar zusje op “Sorella Minore”.
“Eli…” vertelt het achtergrondverhaal over de jonge jaren van die circusdirecteur/clown. Hoe hij bij het circus komt, als illusionist de ster van de show wordt, en een enorm ego ontwikkelt. Er zitten natuurlijk nog veel meer elementen in. Het heeft een magische component, waarbij Eli bijzondere krachten krijgt van een waarzegster (Madam Roma, RP). Uiteindelijk is het hele verhaal zelfs een droomscenario, waarin Eli af en toe ontwaakt in onze “normale tijd”.

Welke rol speelden Nathan en jij bij de ontwikkeling van het concept?

Ik denk dat Nathan nog wel meer grip op het verhaal heeft dan ik. Toen we de basis uitgewerkt hadden, is hij aan de slag gegaan met het uitschrijven van de details, terwijl ik de muziek en de riffs schreef die daarbij hoorden. In die zin bevatten de songs ook twee verschillende persoonlijkheden, omdat Nathan en ik er beiden vanuit ons eigen perspectief aan gewerkt hebben. De liedjes vertegenwoordigen in die zin dezelfde dualiteit die in de persoonlijkheid van Eli opgesloten zit. Dat vind ik wel een mooi idee.

Verwijst het masker op de albumcover ook daarnaar?

Het masker is Eli’s alter ego. Het is een manier voor hem om de grote ster op het podium te worden, terwijl hij eigenlijk heel verlegen is. Het helpt hem dat andere deel van zijn persoonlijkheid naar boven te brengen. Toen we de foto van dat masker vonden, wist ik meteen: “Dat is hem, dat is Eli.” En die visuele leidraad hielp ons om het juiste gevoel bij de muziek te creëren. Het is ook niet helemaal duidelijk uit welke periode het masker komt. Het ziet er een beetje Egyptisch uit, maar toch ook weer niet. Ook het verhaal van Eli speelt zich af in een tijd die niet exact gedefinieerd is. Het is ergens in het verleden, de tijd van de enorme rondtrekkende circussen die bijna een stad op zichzelf waren, maar verder houden we het bewust een beetje vaag.



Plannen met de band

Wat is de status van jullie internationale distributie nu jullie niet meer bij een label zitten? Rechtstreeks bestellen via jullie bandcampsite is voor Europeanen bijna niet te doen vanwege de verzendkosten.

Het is oprecht belachelijk, de postbedrijven zijn bij ons echt de weg kwijt. En er is helemaal niks wat we eraan kunnen doen. We moeten het hebben van de fysieke verkoop van albums en merchandise, streams en digitaal leveren ons heel weinig op. We hebben een paar lokale distributiepunten op verschillende plekken in de wereld (zoals justforkicks.de voor de Europese markt, RP). We hebben ook wel gekeken naar distributiedeals met grotere labels, maar goed: het is zakelijk allemaal heel complex en ik ben ook maar een muzikant, hè. We willen de controle over onze muziek niet opgeven en veel maatschappijen vragen zo’n groot deel van de omzet, dat het gewoon niet de moeite waard is. Natuurlijk zitten er goede bedrijven tussen, maar wij zijn heel beschermend over wat we doen. We hebben de juiste deal gewoon nog niet gevonden.

Zijn er plannen om te gaan optreden? We zijn natuurlijk vooral benieuwd naar de mogelijkheden voor een Europese tour.

We hebben geprobeerd een korte tour in Europa te plannen, maar het zou ons een fortuin kosten. We hebben ons er echt in verdiept, gekeken naar vluchten, vervoer tussen locaties via trein of een tourbus. Maar het is zo moeilijk om in te schatten hoeveel mensen er naar onze shows zouden komen. We zouden het helemaal prima vinden als we quitte spelen, maar het risico dat we er fors bij inschieten is simpelweg te groot. Het is zo jammer, want ik hou echt van Europa. Ik ben pas nog met mijn vrouw in Nederland en België geweest. Iets aan die omgeving raakt de juiste snaar bij mij. Ik zou er komen wonen als het zou kunnen, dus als je iemand in Nederland kent die me wil adopteren: heel graag, haha.

Wat is het dat je zo aanspreekt aan dit deel van de wereld?

De mensen. Ze zijn niet zo gestrest. Iedereen in Australië wil met je vechten, haha. En natuurlijk zou ik ook veel meer kunnen toeren, want er is bij jullie meer waardering voor wat wij doen. Ik kan het niet echt uitleggen, maar ik heb het idee dat mijn persoonlijkheid gewoon goed past bij Europa. Als de kans zich ooit voordoet, zou ik serieus overwegen om te verhuizen.

Dus mocht een lezer nog een tuinhuis of zolderkamer ter beschikking hebben, neem gerust contact op met Dean. Tot die tijd kunnen we in elk geval op plaat genieten van de snel uitdijende Teramaze-discografie. Welkom in het circus!

Even voorstellen: Parallels (uit Stockholm, Zweden)

Niet iedereen zal jullie kennen. Kun je iets over de band vertellen?

We vormden de band in 2023 terwijl we in de laatste opnamefase van “Exodus” zaten, tot dan toe was het meer een losse samenwerking. Ik (Torbjörn Carlsson, HR) schreef de nummers en daarna legden Anders Börjesson en Ulrik Arfuren hun benadering van de gitaar- en zangpartijen vast. Anders en ik hebben door de jaren heen in veel verschillende situaties samengewerkt, dus hij was een logische keuze. Ulrik was iemand die ik kende; we hadden nog nooit samen iets muzikaals gedaan, maar ik wilde echt zijn kenmerkende stem voor deze muziek.

Jullie hebben onlangs het album “Exodus” uitgebracht. Kunnen jullie er meer over vertellen?

Het begon allemaal in 2018, toen ik een aantal nummers had en ze in een bepaalde context wilde plaatsen. Het idee ontstond om een verhaal te schrijven over een jong stel dat plotseling verwikkeld raakte in de verschrikkingen van de oorlog. Destijds hadden we Syrië, toen kwam Oekraïne, en meest recentelijk Gaza. Het is veel gemakkelijker om liedjes te schrijven en sfeer te creëren als je een specifieke locatie en situatie in gedachten hebt.

Waar halen jullie de inspiratie vandaan en waar luisteren jullie zelf naar?

Uiteraard kan ik hier alleen voor mezelf spreken, Anders en Ulrik hebben hun eigen, enigszins verschillende smaak, maar we delen dezelfde grote helden in de progwereld. Persoonlijk vind ik het inspirerend om over andere muzikanten te lezen of naar muziek te luisteren die ik leuk vind in allerlei genres. Ik ben opgegroeid met het luisteren naar Elvis in de jaren zeventig, daarna bracht mijn grote broer platen mee naar huis van Slade, Nazareth, Thin Lizzy, Kiss enzovoort. Daarna kwamen Zappa, Sparks, Genesis, Marillion, Saga en Yes, waarna ik een grote fan werd van Rick Wakeman. Er was ook een periode waarin ik mij verdiepte in Dylan, Simon & Garfunkel en andere singer-songwriters. The Beatles zijn er altijd geweest en het is songwriting in welk genre dan ook dat mij inspireert. Een van de Americana-artiesten waar ik echt van geniet is Blitzen Trapper, en in het progrock genre zijn er Barock Project, Steven Wilson, Haken en natuurlijk de verschillende projecten van Neal Morse, en laten we onze Zweedse held Roine Stolt niet vergeten!

Wat zijn jullie toekomstplannen?

We moeten een goede band bij elkaar krijgen! We hebben nog geen vaste drummer en bassist. Ulrik speelt bas op een aantal nummers op het album, maar hij wil zich vooral concentreren op de zang. We hebben enkele verzoeken om live te spelen en misschien kunnen we na de zomer wat shows doen. We zijn ook van plan om in april een single uit te brengen. Dit nummer zal een beetje verschillen van wat we kennen van “Exodus”, we wilden een meer directe rockbenadering van ons repertoire uitbrengen, maar het is nog steeds prog. Wij hopen dat je het leuk vindt!

Wil je nog iets zeggen tegen de lezers van Progwereld?

Progmuziek is de beste mix van alle genres, je kunt alles mixen, van klassieke stukken via jazz/fusion tot meer metalgeoriënteerde dingen. Het is de vrijheid om de muziek te creëren, schrijven en spelen die deze inspirerend maakt. Maar zonder jullie luisteraars en fans zouden we niet bestaan. We hopen dat je met veel plezier naar Parallels luistert en een dikke pluim voor Progwereld voor het brandend houden van de fakkel.


Danny Pomo (RanestRane): cineconcerten met de wortels in de jaren 70

De Italiaanse band RanestRane is met zijn Cinematic Tour 2024 bezig. Ze spelen nummers van al hun eerdere cd’s, met een bekende film als uitgangspunt. Vooruitlopend op hun optreden in de Boerderij in Zoetermeer op 25 mei en tussen verschillende optredens door bel ik Daniele (Danny) Pomo. De drummer en zanger van de band is thuis in Rome, als ik hem spreek.

Ik zie jullie reisschema: Rome, Quebec, Zoetermeer, Lugagnano. Dat ziet er pittig uit en het is ook geen uitgebreide tour.
We zingen in het Italiaans, dat maakt het niet eenvoudiger. Italië heeft een grote proggeschiedenis, maar het is vandaag de dag niet eenvoudig plekken te vinden om op te treden. Er zijn ook weinig grote promotors. We zijn geen kleine band meer, maar ook niet een heel grote. We zijn overigens de eerste in het Italiaans zingende band in Canada! Onze productiekosten en de kosten van optredens zijn gestegen. Als we een tour met zo’n vijftien optreden kunnen doen, dan mogen we hier blij mee zijn. We spelen in deze ‘the best of RanestRane-tour’ nummers van al onze cd’s, tot en met “Apocalypse Now”, maar ook van ons nieuwe project, waarover later meer.

Foto: Marcel Boshuizen

Kun je iets vertellen over het ontstaan van de band, jullie begonnen in 1998?
We waren al een paar jaar eerder begonnen. We moesten eerst de stijl van de groep ontdekken. We zijn alle professionele muzikanten en zijn ook met andere dingen bezig. Ik geef bijvoorbeeld zelf sinds 1990 les (drums) op een muziekschool in Rome, de grootste in Europa. Voor ons alle vier is RanestRane wel het belangrijkste project. Voor “Nosferatu Il Vampiro” zijn we geïnspireerd door “The Wall”, de  film van Alan Parker. Muziek maken was voor ons niet genoeg, we wilden iets unieks creëren, zo zijn we op de combinatie met film uitgekomen. Een grote film en muziek zijn hele verschillende dingen. Met ons CineConcerts bieden we de mogelijkheid om met een nieuw perspectief naar een film te kijken.

Ik ben benieuwd naar het maakproces van zo’n filmconcert
Eerst zoeken we een geschikte film, die moet bekend zijn bij het publiek en gemaakt zijn door een bekende regisseur. We willen de mensen nieuwsgierig maken om een concert met filmbeelden te bezoeken. We beginnen te praten over een lijst van films, die we alle in onze studio gaan bekijken, we zijn ook allemaal grote filmfans. Daarna maken we een keuze. In jamsessies maken we de muziek hierbij, die we opnemen. Als dat proces is afgerond brengen we alles samen, schrijf ik de teksten en zorgen we dat de muziek perfect bij de beelden past.  Die processen lopen een beetje gelijk op.
De zaal in Parkvilla, Alphen aan den Rijn, waar we in 2023 optraden, is heel geschikt voor ons, omdat het een cinema is. Dat zijn voor ons ideale omstandigheden om onze filmconcerten te spelen.

Is de band al vanaf het begin bij elkaar en hoe is het om met je broer samen te spelen?
Dat klopt ja, de eerste twee albums deden Ricardo (Romano, toetsenist. FN) en ik het schrijfwerk, vanaf “A Space Odyssey” schrijven we alles amen. Het is prima om met mijn broer Massimo (gitarist. FN) te spelen, maar ook heel normaal. We zijn twee hele verschillende karakters, wat ook goed is voor het schrijven. We hebben als band in dertig jaar samen zoveel meegemaakt, ook op persoonlijk vlak, dat we vrienden, ja zelfs min of meer broers, van elkaar zijn.

Foto: Richard Winkel

Hoe is de samenwerking met Marillion, die belangrijk is voor jullie, begonnen?
Die samenwerking heeft ons veel gebracht. Vanaf onze tweede cd kreeg we hulp van de band, van Steve Rothery en Steve Hogarth. Dat deed onze fanbase enorm groeien. Die hebben we nu in Zuid-Amerika, Mexico en door heel Europa. Bands als Marillion werken niet met iedereen, dus is  het een grote eer voor ons, zeker omdat wij niet in het Engels zingen. Een lovend interview van Hogarth in de Italiaanse media heeft ons ook enorm geholpen. Zonder hun hulp was veel minder mogelijk geweest.

Werken jullie ook nog met anderen samen?
Op het moment niet. Wij hebben allen het nodige sessiewerk gedaan, ik werkte onder andere samen met Tony Levin, David Cross en  David Jackson. Romano speelt in de Steve Rothery Band. Nu we wat bekender zijn hebben we meer autonomie en zoeken geen nieuwe samenwerking. We willen wel graag doorgaan met onze samenwerking met Marillion.

Jullie maken cinematische rockopera’s, hoe zou je zelf de stijl van jullie muziek omschrijven?
We grijpen terug naar de Rock Progressivo Italiano (RPI)uit de jaren 70, met bands als PFM en Banco en natuurlijk de Britse prog uit die tijd. In de RPI zit iets mediterraans, dat heeft vooral met de melodie en de zanglijnen te maken. Genesis is onze favoriet, door dat melodieuze en die geweldige zangpartijen. Bij Marillion hoor je dit ook wel terug. We zijn dus niet zo van de metal of de artrock. Wel zoeken we naar nieuwe invloeden die we kunnen gebruiken, zoals Radiohead en Hans Zimmer, maar ook moderne jazz. We willen hiervan een mix maken voor een bijzonder geluid.

Kun je de niet alledaagse bandnaam verklaren?
De naam RanestRane (vertaald als gekke kikkers) is gebaseerd op het verhaal “Hop-Frog” van Edgar Allan Poe. De gelijknamige dwerg neemt wraak op de koning en zijn entourage, die hem als hofnar slecht behandelen. We voelen dat we als band ook een beetje tegen de stroom in gaan. We wilden ‘frog’ graag in onze naam (‘Rane’ = kikkers). ‘Strane’ betekent ‘vreemd’, dat zijn wij ook een beetje, en ‘st’ kun je zien als een afkorting van ‘strumenti’ (instrumenten). Best wel ingewikkeld, dus.

Ik schreef in mijn recensie van “Apocalypse Now” dat ik die cd heel indrukwekkend vind. Wat vind jij ervan?
We houden van al onze cd’s. De laatste is altijd de mooiste, want wat je nu maakt staat het dichtst bij hoe je nu bent. Na corona en net voor de oorlog in Oekraïne kwam deze cd uit en daardoor past hij heel erg in de tijdgeest en maakt het extra bijzonder. We doen alles zelf, met Ricardo als technicus, en daar zijn we best trots op, ook op de moderne sound die we hebben weten te creëren. Positieve recensies als die van jou zijn ook heel belangrijk voor ons.

Jij bent drummer én zanger, maar een man kan toch maar één ding tegelijk?!
Ik weet ook niet hoe dan kan…Bij het maken van onze eerste cd had ik nooit gedacht dat het zou lukken. Veel mensen kennen ons nu, onze sound en mijn manier van zingen. Ik ben geen klassieke frontman, maar toch vooral drummer. Wel zong ik ook als kind al. Gelukkig houden de mensen ook van mijn stem. De combinatie is lastig en vermoeiend. De microfoon is altijd dicht bij mijn gezicht en je kunt mijn adem horen. Ik kan zeker niet hoesten, want je hoort alles.

Het is vast niet makkelijk in deze tijd als band te overleven
Het is zeker lastig vandaag de dag , een goede pr helpt ook niet om geld te verdienen. En onze kosten zijn hoog. We doen er allemaal veel aan om RanestRane voort te laten bestaan. In de jaren 70 en 80, nog zonder internet, was het wellicht nog lastiger geweest en zouden we Italië misschien niet eens uit zijn gekomen. Mensen zijn nu meer gepassioneerd. Niet in winkels, maar bij concerten kopen mensen cd’s en andere merchandise. Concerten zijn nodig om bekend te worden, een hechte band met het publiek op te bouwen en geld te verdienen. Het zit ook in mijn karakter om positief naar de dingen te kijken. De jaren 90 waren een moeilijke periode, we zijn problemen dus gewend, we hebben geen angst.

Hoe zien jullie toekomstplannen eruit?
Het schrijfproces voor onze nieuwe cd is bijna af. Centraal staat een film van David Lynch (ik verklap de titel nog niet), die over een outsider gaat. In het perfecte plaatje dat in de sociale media geschetst wordt, is iedereen gelijk. Iemand die anders is ondervind daardoor problemen. Wij kunnen ons hiermee identificeren.
We nemen de tijd die nodig is om te zorgen dat alles perfect is. Bij het uitbrengen kijken we ook wanneer grote bands iets nieuws lanceren, dan doen wij dat dus niet. Volgend jaar voorjaar zou het wel eens kunnen gebeuren. Dan willen we ook weer een tour doen, te beginnen in Rome, door heel Europa, maar ook naar Canada en Japan.

Foto: Marcel Boshuizen

Wil je tenslotte nog iets kwijt?
Nederland is heel belangrijk voor ons. Ik vind het een grote eer dat mensen, die geen Italiaans spreken, naar onze muziek luisteren, naar concerten komen en onze cd’s kopen. De Boerderij is ook een geweldig podium voor ons. Ik wil alle fans, en zeker ook Progwereld, namens de hele band, bedanken voor de interesse en aandacht voor onze muziek.

Danny nodigt me uit om een keer in Rome, samen met de band, te komen eten, espresso te drinken en muziek te luisteren in hun studio. Ik heb hier net zoveel zin in, als in het concert van RanestRane in de Boerderij op 25 mei.

 

 

Even voorstellen: Moray Macdonald en Cephid

Niet iedereen zal je kennen. Kun je ons iets over jezelf en Cephid vertellen?

De meeste mensen kennen mij als sessiemuzikant die keyboards speelt voor progartiesten als That Joe Payne, Kim Seviour en Godsticks. Ik heb altijd mijn eigen muziek gemaakt, maar omdat “Sparks In The Darkness” zo anders is dan al het andere dat ik heb gedaan, wilde ik dat het volledig gescheiden zou zijn van mijn sessiewerk en van de muziek die ik maak als Moray Macdonald. Dus bedacht ik Cephid.

Je hebt onlangs het Cephid-album “Sparks In The Darkness” uitgebracht. Kun je ons er meer over vertellen?

Natuurlijk! Ik heb altijd evenveel van elektronische muziek gehouden als van progrock, maar er zijn zo weinig artiesten die de kloof tussen deze twee werelden kunnen overbruggen. Ik wilde luisteren naar muziek die alle grote melodieën en complexe structuren van progrock bevat, met het klankpalet en de texturen van moderne elektronische muziek en filmmuziek. Ik heb deze muziek nergens kunnen vinden, dus heb ik het zelf gemaakt.

Het maken van dit album heeft een aantal jaren geduurd. Een deel daarvan is ouder werk. Ik heb veel tijd besteed aan het geluid en de stijl van de muziek, zodat je van alle nummers het gevoel hebt dat ze bij elkaar horen. Ik ben erg trots op de manier waarop het nu in elkaar past als één compleet werk, maar elk nummer kan ook op zichzelf staan.

Oorspronkelijk zou het album een puur soloalbum worden waarop ik alles deed, maar toen ik begon te experimenteren met drums, besefte ik dat ik een echte drummer moest vinden. Uiteindelijk heb ik er twee op het album laten spelen, allebei geweldige drummers met verschillende stijlen. Emily Dolan Davies, die onder andere met Bryan Ferry, Kim Wilde en The Darkness heeft gespeeld, speelde op de donkere, meer stemmige nummers. Graham Brown, waarvan ik zeker weet dat veel Progwereld-lezers hem kennen van The Paradox Twin en Grace and Fire, drumt op de proggier tracks. Ik had het geluk om Angel Wolf – Black ook op één nummer te kunnen laten zingen. Ze is vooral bekend als metalzangeres, dus ik was blij dat ze zin had om iets anders te doen.

Ik besefte ook dat ik nooit alles alleen zou kunnen mixen, dus nadat ik geobsedeerd was geraakt door het Kyros-album “Celexa Dreams”, slaagde ik erin Shelby Logan Warne zover te krijgen om te mixen. Ze is ongelooflijk getalenteerd en het album zou zonder haar lang niet zo goed klinken.

Voor de fans van synthesizers: welke synthesizers speel je op “Sparks In The Darkness” en wat is je favoriete synthesizer?

Er staat een enorme mix van verschillende synthesizers op het album. Ik denk dat ik de zachte synthesizers van Arturia Pigments het meest heb gebruikt, omdat deze zo veelzijdig zijn en ik er heel creatief mee kan zijn. Mijn Moog Sub 37 is ook erg prominent aanwezig, ik heb er veel lead- en basgitaarpartijen op gespeeld en het is waarschijnlijk mijn favoriet omdat hij zo praktisch is. Mijn held is de Roland XV-5080. Deze was erg populair in de jaren 90, maar is nog steeds geweldig. Ik gebruikte ook enkele samples van strijkinstrumenten, geïnspireerd door Jean Michel Jarre en Tangerine Dream.


Waar haal jij je inspiratie vandaan en waar luister jij zelf naar?

De wereld is momenteel echt een enge plek. Tussen alle verdeeldheid zaaiende oorlogen en de klimaatcatastrofe voelt het als een gevaarlijke tijd voor de mensheid. Toch geloof ik dat we nog steeds onze problemen kunnen oplossen en een betere wereld kunnen opbouwen. Dat is mijn belangrijkste inspiratiebron voor het album: sprankjes hoop in een donkere wereld.
Wat muziek betreft: ik hou van alles dat grenzen doorbreekt en genres op nieuwe manieren combineert. Frost* en Hybrid zijn altijd favoriet, net als Public Service Broadcasting, maar Kyros is mijn huidige obsessie. Hun album “Mannequin” is ronduit spectaculair.

In de elektronische wereld heeft Jean Michel Jarre een enorme invloed op mij, net als Vangelis. Perturbator’s duistere benadering van synthesizers is zo krachtig, en Hannah Peel en Anna Meredith doen geweldige dingen met synthesizers in de klassieke muziekwereld.

Wat zijn je toekomstplannen?

Ik heb net een remix klaar van de nieuwe single Kleptocracy van Orchestral Manoeuvres in the Dark, deze zou uit moeten zijn tegen de tijd dat je dit leest.

Ik zou “Sparks In The Darkness” ook graag live willen uitvoeren, maar omdat er zoveel elektronische elementen zijn, is dat lastig. Ik ben ervan overtuigd dat het mogelijk is, inclusief een passende licht- en lasershow. De reacties op het album waren zo goed dat ik al een tweede Cephid-album aan het plannen ben.

Wil je iets zeggen tegen de lezers van Progwereld?

Heel erg bedankt voor het ondersteunen van baanbrekende nieuwe muziek! Ik hoop dat je “Sparks In The Darkness” leuk vindt.

Ruud Jolie (For All We Know) over de reis door het leven


De release van het derde For All We Know-album “By Design Or By Disaster” was aanleiding voor een gesprek met Ruud Jolie, componist, gitarist en drijvende kracht achter het muzikale project. We stuurden elkaar in 2024-stijl mediabestandjes met ingesproken vragen en antwoorden. Het bleek een interviewvorm die uitnodigde tot diepgang. Een verslag van een indrukwekkend digitaal gesprek met een aardig en nuchter artiest.

De muziek

Ruud, allereerst complimenten voor een bijzonder gevarieerd album. Het persbericht verwijst zelfs naar “extreme uithoeken” van het muzikale spectrum. De contrasten tussen (en soms zelfs binnen) nummers zijn groot. Is dat een bewuste keuze of ontstaat zoiets organisch tijdens het schrijfproces?

Het is niet iets wat ik bewust doe. De labels ‘prog’ en ‘progressief’ gaan van oorsprong over buiten de hokjes denken, terwijl progmuziek tegenwoordig juist heel ingekaderd lijkt te zijn. Zo denken mensen, ze willen duidelijke kaders zien. Dat is helemaal niet verkeerd, maar als je jezelf progmuzikant of -band noemt, dan heb je de vrijheid om te kunnen doen wat je wilt. Anders slaat dat label ‘prog’ nergens op, vind ik. En omdat ik niet per se hoef te verdienen aan For All We Know, heb ik de vrijheid om te kunnen doen wat ik wil. Construction Records brengt het album uit, maar ik heb dezelfde vrijheid gehad als bij de eerste twee albums, die ik zelf uitbracht.
Daarom denk ik dat de muziek ook in sommige gevallen wat extremer is geworden. Als ik in een Sigur Rós-vibe zit, komen er meer van dat soort zalvende dingetjes uit. Een ander moment zit ik in een Pantera- of Lamb of God-periode, dan komt zo’n metalachtig middenstuk uit This Hell We Know om de hoek kijken. Dus het wordt nooit bewust gedaan.

Werkt dat hetzelfde voor de contrasten tussen teksten en muziek? Je haalt zelf al This Hell We Know aan, waarbij een refrein met een behoorlijk zware tekst wordt vergezeld door een bijna poppy melodie.

Ja, dat gaat een beetje hetzelfde. Natuurlijk vind ik het belangrijk dat de tekst ook wel een beetje in connectie staat met wat de muziek uitdraagt. En ja, zo’n poppy refrein… Ik probeer altijd te zoeken naar melodieën. Ik houd van pakkende melodieën, ik houd ook echt van popmuziek, dus ik denk dat dat op die manier tot uiting komt.

Bij de eerste twee albums kon ik de muzikale connecties tussen de platen vrij makkelijk identificeren, waarschijnlijk omdat ze nogal prominent in de vocale melodieën zaten. Ik heb begrepen dat er ook nu weer van dat soort ‘Easter eggs’ zijn die terugverwijzen naar eerdere albums, maar ik heb ze nog niet kunnen vinden.

Ze zitten er nog wel in, maar ik ben het met je eens: ze zijn een stukje subtieler. En ik moet bekennen dat er twee zijn die in de mix een beetje zijn verdwenen. Dus daar is het misschien meer een kwestie van: als je weet dat ze er zitten, dan hoor je ze. Maar ik kan me voorstellen dat ze nu een beetje moeilijk te achterhalen zijn.

Het is natuurlijk ook wel een ‘progdingetje’ om muzikale thema’s te laten terugkomen in meerdere nummers of zelfs op meerdere albums. Hoe ontstaan die muzikale connecties bij jou?

Dit is waarom ik filmmuziek ook zo tof vind. Ik ben een groot Star Wars-fan en elk personage in Star Wars heeft zijn eigen thema. Maar elke keer als het thema voorbij komt, wordt het op een iets andere manier gearrangeerd. Je kunt een melodie op heel veel verschillende manieren interpreteren.
En dus vind ik zelf een melodie soms gewoon te mooi om maar één keer te gebruiken. Daar ga ik dan ook echt voor zitten: “Hé, hier komt een instrumentaal ding. Laten we eens even kijken of ik terug kan grijpen op een melodie die we eerder hebben gebruikt.” Want ja, waarom zou ik dat niet mogen? Is dat dan gebrek aan inspiratie? Nee, ik denk juist het tegenovergestelde. Ik voel me dan juist supergeïnspireerd om op die manier de puzzelstukjes anders te leggen.

Het concept

Kan je iets meer vertellen over de teksten op “By Design Or By Disaster”? Zou je het zelf omschrijven als een conceptalbum?

Nee, dat zou voor mij iets te pretentieus zijn. Maar gaandeweg het schrijfproces kwam ik er achter dat er wel iets als een rode lijn in de teksten zat. En toen ik dat herkende, had ik een overkoepelend thema: de reis van een persoon door alle levensfasen, en met name ook de relaties die die persoon opbouwt en verliest. Denk aan de relatie met je ouders, met geliefden, met je kinderen.
Dat zie je ook terug in het artwork. Je ziet drie karakters: een baby, een jongvolwassene, en een bejaarde. Dat is in wezen dezelfde persoon. Een vriendin van mij had overigens een andere interpretatie. Die zei: “Wat leuk dat je ook dat woke-aspect omarmt! Ik zie twee mannen die een baby opvoeden.” Nou ja, dat zou je er ook in kunnen zien, haha. Zo zie je maar dat zowel teksten als artwork multi-interpretabel zijn.

Wat betekent de titel van de plaat voor jou? Ik interpreteer hem als de vraag in hoeverre het leven ‘maakbaar’ is (‘by design’) of juist helemaal niet. En als dat niet zo is, word je dan met name gevormd door de dingen die fout gaan in het leven (de ‘disasters’)?

Ha, ik kan me er nu heel makkelijk vanaf maken door te zeggen dat alles klopt wat je zegt, want zo zie ik het zelf ook. De plaat gaat over opgroeien, levensfasen doorlopen, en wat daar allemaal in gebeurt. In hoeverre heb je daar invloed op, en in hoeverre gebeuren dingen bij toeval? En dan kun je je ook nog afvragen of toeval bestaat, maar dan wordt het een heel ander gesprek, haha.
Ik ben bijna 48 nu. Is mijn leven perfect verlopen? Nee, maar bij wie wel op deze leeftijd? Ik ben waar ik nu ben door keuzes van mezelf, absoluut. Maar ook door een samenloop van omstandigheden. In zekere zin kun je heel veel invloed uitoefenen op je eigen leven, maar het is een illusie dat je alles onder controle hebt. En moet je dat ook willen? Ik vond “By Design Or By Disaster” daarom een heel mooie overkoepelende titel.

Je teksten zijn stevig, soms zwaar. Dan dringt de vraag zich natuurlijk op of ze autobiografisch zijn.

Ik denk dat er bij iedereen die schrijft allerlei autobiografische elementen in zitten. Maar om het liedje Lifeline aan te halen: dat gaat over een kind of een puber die hoort dat zijn vader thuis komt. Eigenlijk wil hij verdwijnen, onder het bed kruipen. En vervolgens zit zijn vader met een lege blik alleen maar sigaretten te roken en naar de TV te staren, zonder hem een blik waardig te gunnen. Tot het punt dat het kind in opstand komt en dingen zegt als: “Don’t point the finger, point the way”, oftewel: “Je kunt me nou wel van alles verwijten, maar je hebt ook nooit verteld hoe dingen dan wel moeten.”
Nou, zo zwaar was het bij ons thuis echt niet hoor. Ik heb een heel goede band met mijn ouders en een heel fijne jeugd gehad. Maar natuurlijk zijn er altijd momenten, zeker in je puberteit, dat je denkt: “Ja, fuck man!” Botsingen met ouders komen altijd voor, zeker tussen vader en zoon en moeder en dochter. En ik heb dat gewoon veel groter gemaakt dan het in werkelijkheid was. Maar ik vind het vergroten van dingen in teksten altijd tof. Dat gebeurt in films ook vaak. En daar speel ik dan mee.




Het schrijfproces

For All We Know is natuurlijk geen band in traditionele zin. Kan je wat meer vertellen over hoe je muziek schrijft en hoe de nummers tot stand komen?

Nou, ik begin meestal gewoon lekker te fröbelen in mijn studiootje, dan maak ik een demo. En bij alles wat ik verzin, heb ik zanglijnen in mijn hoofd, omdat ik vind dat een couplet of een refrein bestaat bij de gratie van een goede zanglijn. Maar deze laat ik Wudstik (zanger bij For All We Know, RP) nooit horen. Omdat ik wil dat hij zijn eigen ei kwijt kan, en omdat door de vorige albums gebleken is dat als hij zelf met een zanglijn komt, het gewoon vaak beter is.
Dat zal er ook mee te maken hebben dat hij automatisch zijn stem op een heel natuurlijke wijze gebruikt. Als ik een zanglijn in mijn hoofd heb die Wudstik niet ligt, dan klinkt het toch altijd meer gekunsteld dan wanneer hij zelf vanuit zijn eigen bereik en stemkleur een zanglijn kan maken. En als ik een zanglijn hoor die ik zelf nooit had bedacht, klinkt het ook nieuw en fris voor mij. Maar het komt ook wel voor dat ik vasthoud aan een zanglijn, omdat ik een sterke melodie heel belangrijk vind.
Vervolgens krijg ik dan een demo terug van hem met ‘ghost lyrics’ of gewoon fonetisch gebrabbel. Daar hoor ik dan al bepaalde rijmwoorden en de flow van een zanglijn in. Vervolgens ga ik daar een tekst op schrijven. Daardoor komt eigenlijk zo’n negentig procent van de tekst van mij en tien procent van hem. Het is niet dat we samen aan de keukentafel teksten zitten te schrijven, maar mijn teksten zijn wel zodanig geïnspireerd op het gebrabbel of de ghost lyrics van Wudstik dat het een bepaalde sfeer krijgt. Ik vind het leuk om op die manier de samenwerking aan te gaan.

Is die samenwerking ook de reden dat Wudstik en jij op de promofoto’s staan?

Dat is eigenlijk vooral ook een logistiek ding. Léo (Margarit, drums, RP) zit gewoon in Zweden en ik was van mening: OF allemaal op de foto, OF alleen ik, OF alleen Jermain (van der Bogt/Wudstik, RP) en ik. Ik werk toch het meest met hem, dus Wudstik heeft echt een heel belangrijke rol. Dat neemt niks weg van de rest, maar dit is wel zo’n beetje de verhouding zoals die nu is.

Wat is in die zin de rol en de bijdrage van de andere artiesten? Is For All We Know honderd procent jouw kindje of stimuleer je de anderen om ook hun eigen interpretatie aan de muziek te geven?

Muzikanten krijgen bij mij alle vrijheid. Ik kan wel baspartijen verzinnen en ik programmeer heel veel drums. Ik heb van een aantal drummers gehoord dat ik dat goed kan, dat ik echt als drummer denk. Dus een hoop drumfills en drumpartijen die op de plaat staan heb ik ook zo bedoeld. Maar ik vind het altijd verfrissend als mensen met hun eigen ideeën komen. Voor mezelf, maar ook voor hen. Het is natuurlijk altijd leuk om zelf een beetje je stempel op de muziek te kunnen drukken. Daarom doen we het tenslotte.
Dat geldt ook voor de pianostukken. Het laatste liedje, Goodbye, is het enige liedje dat pianist Marco (Kuypers, RP) heeft gespeeld. De rest heb ik allemaal zelf gedaan, maar dit was meer een ‘pianistisch’ liedje. Ik zou er wel mee weg zijn gekomen hoor. Niemand zou hebben gedacht: “Nou, wat een suffe pianopartij.” Alleen: Marco is ook echt pianist, en ik vind het dan heel tof om zijn spel erin te horen.

Er zit tot nu toe steeds een fors aantal jaren tussen de albums van For All We Know. Komt dat vooral door drukte met andere projecten, of is dit gewoon ‘de manier waarop je werkt’, waarbij nummers lang moeten rijpen en bezinken? Zou je sneller albums kunnen schrijven als je meer tijd had?

Misschien wel, maar For All We Know is voor mij echt een hobbyproject. Dat klinkt misschien een beetje denigrerend, maar ik bedoel daarmee te zeggen dat ik er niet van hoef te leven, waardoor de urgentie iets minder groot is. Ik kan mezelf dus ook alle vrijheid permitteren om er gewoon lekker lang over te doen en om heel kritisch te zijn. “Schrijven is schrappen”, zeggen ze weleens. Nou, bij mij is dat ook echt het geval. Van elke twintig dingen die ik verzin, blijft er misschien maar één over. Maar dat is helemaal niet erg.
Volgens mij hebben we voor deze plaat in mei 2023 de laatste opnames gehad, en de songs waren alweer een half jaar ervoor geschreven. Dus het is anderhalf jaar geleden dat ik een liedje heb gemaakt, en ik merk dat ik nog steeds vol zit van deze plaat. Dus als er ooit nog een vierde plaat komt, denk ik dat het nog even zal duren voor ik daar mijn tanden in ga zetten. Vandaar dat er steeds zo’n zes jaar tussen mijn albums zit.

De toekomst

Welke doelen heb je nog met For All We Know, en hoe balanceer je die met je andere activiteiten, zoals Within Temptation? Geven die je de (financiële) vrijheid om For All We Know puur als creatieve uitlaatklep te gebruiken?

Ik ben gezegend met het feit dat ik op dit moment van Within Temptation kan leven en er ook niks anders naast hoef te doen. Het geeft me ook vrijheid, want zo druk is Within Temptation helemaal niet. Dat denkt iedereen altijd, maar ik heb zeeën van tijd momenteel, wat mij dus de ruimte biedt om een project als For All We Know te kunnen doen.
Ik heb gek genoeg weinig andere doelen hiermee. Rond de tijd van de eerste plaat uit 2011 had ik natuurlijk al een aantal platen opgenomen, waarvan sommige erg succesvol. Ik heb een paar gouden en platina platen thuis hangen, waar ik supertrots op ben. Maar mijn doel was dat ik op mijn sterfbed (en hopelijk duurt dat nog even) in ieder geval één album in mijn handen zou hebben dat ik zelf had gemaakt.
Within Temptation is natuurlijk ook een groepsding, waarbinnen ik doe wat iedereen denkt dat het beste is. Ik heb daar geen 100% vrijheid, wat helemaal niet erg is. Maar de muziek die ik met For All We Know wilde maken, kon ik gewoon niet kwijt bij Within Temptation. Dat was destijds mijn primaire doel en dat is gelukt. Mijn secundaire doel was dat ik uit de kosten zou komen, want ik heb al die platen zelf gefinancierd. Dat gaat om echt veel geld. Dat is niet erg, maar het is wel fijn als het er op een gegeven moment weer uit komt. En dat is ook gelukt tot nu toe.

Wat betekent dat voor de mogelijkheden om met For All We Know live te spelen of zelfs een tour te organiseren?

Het is zo moeilijk om de agenda’s naast elkaar te leggen. Shows moeten al ruim van tevoren in de verkoop en ik weet bijvoorbeeld nu nog niet wat 2025 gaat brengen met Within Temptation. Dus ik kan nu nog heel moeilijk dingen inplannen.
En als ik heel eerlijk ben: zes jaar geleden heb ik drie shows gedaan met For All We Know en de kaartverkoop vond ik toen enigszins teleurstellend. Het waren heel fijne shows en ik heb er geen spijt van, maar ik had eigenlijk gehoopt dat er net iets meer volk op af zou komen. Ik heb altijd gezegd: ik hoef hier niet aan te verdienen. Het is oké als het me tijd en calorieën kost, maar het moet geen geld gaan kosten.
Dus in die zin heb ik niet echt doelen met For All We Know, behalve om de zes jaar een nieuwe plaat uitbrengen. Als ik dan positieve reacties ontvang, dan doet me dat deugd. En ik hoop dat ik dan uiteindelijk iets langer op dat sterfbed lig, zodat ik nog de tijd heb om drie platen te luisteren. En daar trots op mag zijn.

Foto’s door Slashley Photography.

Nick D’Virgilio (Big Big Train) De VS tour: JAAA!!!!! HET WERD VERDORIE TIJD!!!

Naar aanleiding van het uitbrengen van het vijftiende studioalbum van Big Big Train (BBT), “The Likes Of Us” werd ik in de gelegenheid gesteld om een interview te hebben met een van de leden van deze van oorsprong Britse band. De keuze viel op de Amerikaanse drummer/zanger Nick D’Virgilio, ook wel bekend als NDV. Een interview via mail, over van alles en nog wat, van de band tot zijn solowerk en uiterst gevarieerde samenwerkingen door de jaren. Waaronder Genesis…


Nick, allereerst gefeliciteerd met het nieuwe album, ik heb het al een tijdje in mijn bezit en vele malen beluisterd en het groeit nog steeds. Ik ben behoorlijk onder de indruk, het klinkt steviger, compacter zonder de oude waarden van de band, de meerstemmige zang, de blazers en het akoestische gevoel schade aan te doen.

Dank je wel!

Tot nu toe verliep een groot deel van het schrijf- en opnameproces door elektronische bestanden naar elkaar door te sturen. Dat stramien hebben jullie doorbroken met een gezamenlijke opnamesessie in Italië voor “The Likes Of Us”. Hoe was het om weer op die ‘old-school’ manier op te nemen?

Het was fantastisch! Sinds ik in de band zit, hebben we nog nooit op zo’n manier opnamen gemaakt. Zelfs in mijn begindagen, toen ik opnamen maakte in de studio van onze engineer/mixer Rob Aubrey. Destijds nam ik drums op voor de demo’s van de band. De jongens zaten aan de andere kant van het glas, maar we waren niet samen aan het jammen. Ik was gaandeweg onderdelen aan het verzinnen en dat ging allemaal goed, maar er is iets speciaals aan samen spelen. Net zoals wanneer je met je band live op het podium speelt. Je voelt allemaal tegelijk de muziek en dat inspireert. Het zorgt ervoor dat je anders luistert. Het is een goede zaak en bovendien heel leuk.

Ik las dat zanger Alberto Bravin vooral het onderling uitwisselen van ideeën een absoluut voordeel vond van het samen in de studio zijn. Hoe denk jij daarover?

Ja! Ik heb hetzelfde. Het laat je nadenken, luisteren, aanpassen en manoeuvreren op manieren die net anders zijn dan wanneer je in je eentje een vooraf opgenomen nummer speelt.

Hoe werkt dat eigenlijk, zo op afstand fungeren van de rest van de band? Vertel me eens hoe een dag in het leven van een Amerikaanse muzikant in een van oorsprong Britse band eruitziet?

Het is niet ideaal. Toen ik bij BBT begon, was ik sessiemuzikant. Daarna werd ik officieel lid van de band terwijl ik iedereen maar één keer per jaar persoonlijk zag. Het is nu een stuk beter omdat we meer samen doen, maar ik zou graag bij de groep willen zijn en ze vaker willen zien. Zelfs gewoon om uit eten te gaan of koffie te drinken. Ik hou echt van iedereen in de band en in ons team. Ik zou ze graag nog vaker zien, maar (ik haat het gezegde) het is wat het is. Ik ben dankbaar dat het feit dat ik zo ver weg woon, door de jaren heen niet al te zwaar voor de band is geweest. Wij hebben er ook ons best voor gedaan.

Na de onfortuinlijke dood van David Longdon kwam de functie van zanger vacant. Ik dacht indertijd dat ze bij jou terecht zouden komen: jij kende het repertoire en had de overstap van achter het drumstel naar de voorkant van het podium al eerder succesvol gemaakt. Is dat ooit serieus overwogen?

Ik heb er wel over nagedacht en heb het aan Greg Spawton (oprichter/componist/bassist) voorgelegd als een mogelijkheid, maar het zou de basis die we in zoveel jaren hadden opgebouwd, te veel hebben verstoord. Als we het alleen over de ritmesectie van BBT hebben, vormen Greg en ik een zeer solide eenheid. De bas en drums zijn een echt kenmerk van het BBT-geluid en -gevoel. Daar wilden we niet aan morrelen wat voor mij volkomen logisch is. Ik hou van zingen en hoop dat in de loop van de tijd nog meer te doen. Maar het was de juiste keuze om iemand anders van buiten de band te vinden als de nieuwe zanger.

Na Greg ben jij nu de langstzittende muzikant binnen BBT. Hoe voelt dat, schept het ook verplichtingen?

Ik voel me sterk verbonden met BBT, en daar ben ik ook blij mee. Ik voel en zeg tegen iedereen dat BBT mijn band is. Ik ben natuurlijk niet met de band begonnen, maar ik zit al lang genoeg in de groep zodat het als familie voelt, en ik hou echt van wat we doen. Het is de meest opwindende en bevredigende muziek waar ik ooit deel van heb uitgemaakt, en ik hoop dat het zo blijft totdat ik het fysiek niet meer aan kan.

Je schrijft regelmatig nummers voor BBT, vooral de instrumentale stukken bevallen me prima, die zijn altijd net even anders dan het materiaal dat Spawton/Longdon schreven. Moet je knokken om jouw composities op de plaat te krijgen?

Een beetje. Maar zo gaat het nu eenmaal in een bandsituatie. We hebben veel geweldige liedjesschrijvers. Dat is zeker geen slechte zaak. In een band moet je bereid zijn een beetje op te offeren voor het welzijn van de hele eenheid. Mijn stijl is anders dan die van Greg en hij is vanaf het begin de belangrijkste schrijver geweest. De kern van onze fans is opgegroeid met zijn liedjes. Ik wilde specifiek voor BBT schrijven en wat naar mijn mening zo cool is, is hoe de groep iets van mij aanneemt en het in het BBT-gevoel kneedt. Ik probeer ook een aantal dingen te schrijven die de band als musici zullen uitdagen. Iedereen in deze band is een muzikant van zeer hoog niveau en het is geweldig om ze te zien en horen hoe ze zich maximaal inspannen.

Ik had het net over de van oorsprong Britse band, tegenwoordig is het meer een United Nations of Prog; met een Zweed, een Noor, een Italiaan en een Amerikaan zijn jullie als buitenlanders zelfs in de meerderheid. Is het moeilijk om met zo’n divers internationaal gezelschap te werken?

Helemaal niet. Zoals ik hierboven al zei, iedereen is zo goed in wat hij doet. Bovendien is iedereen zo cool als persoon. We gaan met elkaar om als vrienden, praten openlijk als vrienden, lachen, maken grappen en doen alle dingen die niets met muziek te maken hebben. Het is echt iets moois.

Ik lees dat je erg onder de indruk bent van de muzikaliteit en het vakmanschap van de nieuwe, jongere leden van de band. Hoe hoog moet ik die kwaliteit inschatten?

Buitenaards hoog! Oskar Holldorff is een beul! Zijn capaciteiten zijn fantastisch. Zijn gevoel is zo groovy. Moet ik nog meer zeggen? ☺

Jullie gaan binnenkort op tournee door de Verenigde Staten, een absolute première in het bestaan van de band. Wat verwacht je van deze thuiskomst? Spelen jullie ook in de buurt van je geboortegrond? Je woont tegenwoordig in Fort Wayne, Indiana, begrijp ik.

JAAA!!!!! HET WERD VERDORIE TIJD!!! Kun je zien dat ik enthousiast ben? Eindelijk gaat het gebeuren. We hadden een volledige, veel langere Amerikaanse tournee gepland vóór de pandemie en voorafgaand aan het overlijden van David. Ik heb geprobeerd de hoop niet te verliezen, maar het is krankzinnig, en ik bedoel krankzinnig duur, om de band door de Verenigde Staten op tournee te sturen. Als ik naar Groot-Brittannië/EU ga, ben ik slechts één persoon. Eén retourvlucht. De kosten rijzen de pan uit en iedereen moet naar de VS. De vluchten, de visumkosten, de hotels, het vervoer. Het is bizar. Maar het moet gebeuren als we willen groeien.

Ik las dat jullie gitarist David Foster achterlaten voor de tournee door de VS en dat de kopersectie ook thuis blijft. Jullie zoeken nog een multi-instrumentalist die ook trompet speelt. Wat betekent dat voor de arrangementen en de keuze van de setlist?

Het verandert de situatie zeker een beetje, maar opnieuw proberen we er een levensvatbare tourband van te maken. Het is gewoon financieel onhoudbaar om het volledige ensemble op dit moment overal mee naartoe te laten gaan. We kunnen nog steeds een geweldige show neerzetten met dat grote BBT-geluid, maar dan moet de samenstelling van de band wat soberder. Hopelijk, nadat we meer momentum hebben gekregen en hopelijk meer fans, kunnen we het ons veroorloven om iedereen altijd mee te nemen. Wij zouden niets liever willen.

Ik begrijp de (financiële) argumenten, ik heb er met Greg al eens eerder over gesproken. Ben je niet bang dat dit de kern van de muziek aantast?

Nee. We zullen er absoluut voor zorgen dat het werkt.

Mag ik kort met je teruggaan naar de start van je samenwerking met BBT. Je bent een soort van omgekeerde versie van een Englishman in New York: an American in Londen. Hoe was dat in het begin, als ‘yank’ tussen de ‘limeys’?

Oh, ik vond het geweldig en dat heb ik altijd gevonden. Ik raakte een beetje ondergedompeld in de Britse manier van doen, beginnend in mijn Spock’s Beard-dagen. Toen sloot ik me aan bij Tears For Fears met nog meer Britten in de buurt. Ik heb me altijd erg op mijn gemak gevoeld in Groot-Brittannië. Ik zou er gemakkelijk kunnen wonen. Mijn hele familie voelt hetzelfde nadat ze in Londen woonden tijdens mijn tijd bij Cirque Du Soleil en daar al mijn vrienden al die jaren kenden.

Je hebt al een hele carrière achter de rug, vooral als drummer/zanger bij Spock’s Beard, hoe ben je destijds eigenlijk bij BBT terechtgekomen?

Ik werd aan Greg aanbevolen door Rob Aubrey. Rob heeft door de jaren heen velen van ons bij elkaar gebracht. Hij had in het verleden met Greg en BBT samengewerkt en toen ze naar hem toe kwamen voor het album “The Difference Machine” schakelde hij mij in als sessiespeler en de rest is geschiedenis.

Je hebt al een paar soloalbums uitgebracht, en recentelijk een tweede album in samenwerking met Neal Morse en Ross Jennings. Heel andere muziek dan waar jullie bekend om staan, akoestisch, bijna CSN&Y-achtig zou ik zeggen. Hoe kwam dat tot stand?

Neal en ik zongen in de tijd van de Spock altijd CSN, de Beatles en een heleboel andere nummers als we geen SB-nummers speelden. Neal is, zoals je waarschijnlijk weet, een zeer productief schrijver en had een aantal CSN-achtige liedjes. Hij belde me op en vroeg of ik liedjes in die trend had en of ik iets in dat soort stijl zou willen samenstellen. We hebben er een tijdje over nagedacht wie de derde persoon zou moeten zijn, en Ross paste perfect bij ons. Op zichzelf een geweldige zanger en songwriter. Het is gewoon leuk om iets anders te doen en, zoals ik al eerder zei, ik hou van zingen.

Je bent een soort zzp’er binnen de muziekwereld. Je naam verschijnt regelmatig op albums van onder meer Frost*, Mystery, Neal Morse, Dave Kerzner en Steve Hackett. Is dit de enige manier om als professioneel muzikant te overleven in de hedendaagse muziekindustrie?

Er zijn veel manieren om dit te doen, maar het is een goede zaak om je carrière te diversifiëren. Ik ben zo gezegend dat ik met iedereen die je noemde en meer kon spelen. Ik heb het altijd leuk gevonden om mezelf als muzikant uit te dagen en ik heb in de loop der jaren zoveel geweldige relaties opgebouwd dat deze mensen mij gelukkig in gedachten hebben gehouden.

Je loopbaan klinkt als een trip door een wondere wereld, soort van Willie Wonka. Een van de meest bijzondere dingen die je hebt gedaan is je werk voor Cirque du Soleil. Hoe kwam dat tot stand?

Ik had werk nodig. Op dat moment (2008/2009) lagen er niet zoveel mogelijkheden voor mij. Ik was als een gek bezig om de rekeningen te kunnen betalen. Technisch gezien zat ik nog steeds in Tears For Fears, maar ze toerden nauwelijks en Spock’s deed niet genoeg om voldoende geld binnen te halen. Ik had in de loop der jaren een aantal Cirque-shows in Las Vegas gezien en besloot me online aan te melden. Ongeveer 6 maanden later werd er contact met mij opgenomen met de vraag of ik interesse had om deel te nemen aan een gloednieuwe productie genaamd TOTEM. Het was een reizend optreden, maar een van de grote onderdelen van het aanbod was dat mijn familie met mij mee kon. Ze hadden een reizende school. Mijn kinderen waren toen 10 en 12 jaar oud. We hebben er lang over nagedacht en besloten er vandoor te gaan en ons bij het circus aan te sluiten. In het begin was het eng, maar uiteindelijk werd het een geweldige reis voor zowel mij als mijn gezin. Ik heb in die Cirque-jaren ook ontzettend veel met BBT kunnen doen. We hebben in die jaren de basis gelegd, met als hoogtepunt onze shows in 2015 in Kings Place in Londen. Met die shows is het echt allemaal begonnen.

Neem me niet kwalijk, je bent hier waarschijnlijk al vaker over doorgezaagd. Maar ik kan het toch niet laten om je te vragen naar je ervaringen als studiodrummer op het laatste Genesis-album “Calling All Stations” uit 1997, na het vertrek van Phil Collins. Hoe was dat?

Bijna ongelooflijk. Ik had nooit gedacht dat ik zoiets ooit zou doen. Ik mocht spelen in de drumruimte van Phil, in hun geweldige opnamestudio, met Tony Banks en Mike Rutherford aan de andere kant van het glas. Het was surrealistisch. Genesis was mijn favoriete band toen ik opgroeide. Dat zeg ik niet zomaar. Ik was een echte superfan.

Voor jullie shows heb ik al een aantal keer de oversteek gemaakt van Nederland naar Engeland, vier keer in totaal. De laatste keer was jullie triomfantelijke slotoptreden van de tournee in de Cadogan Hall in augustus 2023. Vooral het laatste deel, waarin jij samen met Rikard en Alberto een akoestisch trio vormde, sprak mij zeer aan. Greg keek goedkeurend toe vanuit de coulissen. Neem jij uiteindelijk ooit het stokje van hem over als bandleider?

Nee. Greg is de oprichter en de leider. Als Greg ooit zou besluiten om BBT te verlaten, ben ik er vrij zeker van dat dit het einde voor BBT zou betekenen. En Greg is een geweldige leider. Iedereen mag beslissingen nemen en meningen geven, maar uiteindelijk is het laatste woord aan hem.

In september komen jullie terug naar de Boerderij in Zoetermeer voor twee shows. Als ik het goed begrijp, ga je elke avond een andere set spelen, klopt dat? Wat is er zo speciaal aan deze locatie dat jullie er altijd met zoveel plezier komen spelen?

Het is een klassieke locatie die muziek zoals de onze en progressieve muziek in het algemeen ondersteunt. Het is de perfecte plek om te spelen. Het klinkt geweldig daar, iedereen die er werkt is fantastisch, Nederland is over het algemeen een geweldige plek. Het werkt gewoon als een tierelier.

Hoe zie jij de toekomst van de band, welke plannen zijn er voor de (middellange) toekomst?

Meer platen maken en meer toeren. Ik denk dat onze muziek een veel breder publiek kan bereiken en dat we daarop in moeten gaan en dat mogelijk moeten maken. Ik ben ervan overtuigd dat we het kunnen.

Nick, enorm bedankt voor je medewerking aan dit interview, het wordt zeer op prijs gesteld. Veel succes met de band en het nieuwe album, misschien heet het volgende album wel “The Future looks bright”. Keep safe, ik hoop je snel weer te zien in een concertzaal.

Bedankt! Het was me een genoegen.

Foto’s Big Big Train: Massimo Goina | Foto NDV: Arie van Hemert

Lees ook de recensie van het nieuwe studioalbum “The Likes Of Us” van Big Big Train.

 

 

 

Dave Bandana (The Bardic Depths): “Ik heb een hekel aan die ‘prog of niet prog’-discussie”

Het derde album van The Bardic Depths, getiteld “What We Really Like In Stories”, was aanleiding om de oprichter van het kwartet, Dave Bandana, aan de tand te voelen over de oorsprong en de toekomst van de groep en haar muziek. Dave werkte graag en enthousiast mee aan mijn verzoek voor een interview.

 

Hoe komt een muzikant/eenmans(cover)band uit Lanzarote op de proppen met drie relatief succesvolle prog-gerelateerde albums?

Dat is iets wat ik mezelf de meeste dagen afvraag. Ik heb vanaf zeer jonge leeftijd altijd van muziek gehouden en ben opgegroeid met The Beatles, Yes, Genesis etc. Ik heb altijd liedjes geschreven, maar het niveau van muzikaal vakmanschap zorgde ervoor dat ik het simpel hield. Ik verhuisde in 2015 naar Lanzarote om mijn carrière volledig om te gooien en entertainer te worden. In 2012 was ik gewoon voor de lol begonnen met het schrijven van wat prog. Dat album, wat het eerste Bardic Depths-album zou worden, had een beetje inhoud en vanaf dat moment ging het allemaal van start.

Zeg eens eerlijk: Bandana is een pseudoniem neem ik aan, wat is je echte naam? ;)

Het is een artiestennaam. Ik wilde mijn echte naam niet gebruiken en mijn vrouw heeft hem bedacht. Mijn echte naam?? Ik ben zo oud dat ik het me niet meer kan herinneren.

Gefeliciteerd met de release van “What We Really Like In Stories”, bij de eerste keer luisteren kon ik niet anders dan glimlachen, ik was behoorlijk onder de indruk. Vertel ons iets over de totstandkoming van het album.

Op de vorige albums hadden we veel gastmuzikanten, maar om verschillende redenen vielen ze allemaal af voordat de opname begon. Het betekende dat we als viertal opereerden, met specifieke instrumenten. Ik nam alle bas- en keyboardtaken op me en speelde slechts op een paar nummers akoestische gitaar. Gareth (Cole) speelde alle gitaarpartijen. We hebben ook besloten om de speelduur op 45 minuten te houden, wat volgens mij de ideale duur is voor een album. Er was nogal wat bewerking nodig; we hebben aardig moeten knippen, om wat wij zagen als opvulling kwijt te raken en een compact en interessant album te creëren. Het album werd op afstand opgenomen. Met Gareth en Pete (Jones) in Groot-Brittannië, Tim (Gehrt) in Amerika en ikzelf hier, was dit de enige manier om het te doen. De nummers krijgen uiteindelijk vorm, iedereen stuurt zijn partijen naar mij en ik veeg het allemaal bij elkaar.

Kun je iets over de achtergrond van de teksten vertellen, ook al is dit eigenlijk het domein van je kompaan Brad Birzer?

We besloten dat we deze keer geen concept- of verhaallijn-album wilden maken, maar we wilden toch een thema. Brad kwam op het idee van auteurs en hun verhalen. Hij heeft een boek geschreven met de titel Mythic Realms, waarin hij vertelt over zijn favoriete auteurs en we hebben een aantal van die hoofdstukken aangepast tot songteksten.

Hoe is het contact met collega-muzikanten Gehrt, Cole en vooral Jones tot stand gekomen?

Ik maak deel uit van het Big Big Train Facebook-forum en we zijn bij elkaar gekomen vanwege onze liefde voor de band. Ik had Gareth ontmoet in een pub na een show in Londen in 2017, maar ontdekte pas later dat hij een gitarist was. Ik vroeg hem om op drie nummers op het eerste album te spelen en we raakten bevriend. Daardoor was het vanzelfsprekend dat hij op elk nummer op het volgende album zou spelen en deel zou uitmaken van de kern van de band. Tim is vriend van een vriend van Brad. Hij is een integraal onderdeel geworden van het geluid van de band. Pas later kwam ik erachter dat Tim met Steve Walsh in de band Streets had gespeeld. Ik was een grote fan van Pete en zijn Tiger Moth Tales voordat hij gehoor gaf aan een pleidooi voor een saxofonist voor een van de nummers op het eerste album. Hij is een van de beste zangers binnen het genre, maar ik kon hem niet vragen om te zingen. Maar hij stuurde me een bericht om te vragen of hij zang kon toevoegen aan het laatste nummer, Legacies. Dus toen we bij het volgende album kwamen, was het voor hem vanzelfsprekend om zang bij te dragen voor sommige nummers en te helpen bij het creëren van ons geluid. Op het nieuwe album hebben we dit nog verder doorgevoerd met een aantal fantastische harmonieën.

Hebben jullie ooit samen in de studio opgenomen, als collectief?

Nee. De reisafstand tussen ons is te groot.

Robin Armstrong mixte en masterde het nieuwe album, evenals het vorige. Hoe belangrijk was zijn inbreng voor jou?

Extreem belangrijk. Zonder Robin zouden er geen Bardic Depths zijn. Hij zag de potentie van het eerste album en maakte er het album van dat het is geworden. Hij heeft ook veel bijgedragen aan het tweede. Ik heb veel van hem geleerd, waardoor ik op dit derde album onze sound een stuk verder kon brengen en Robin deze alleen nog maar hoefde te mixen en masteren. Maar hij doet het op een manier die ons een onderscheidend geluid geeft en zijn audiopalet is fantastisch.

Je deelt de liefde voor de muziek van Big Big Train (BBT) met Pete Jones en Gareth Cole. Waar komt die voorkeur voor BBT vandaan?

BBT kwam mij ter ore met het eerste “English Electric”-album. Hun oeuvre is ongelooflijk en sindsdien ben ik gewoon fan.

Pete Jones heeft aan geen enkel nummer meegeschreven, toch is bijvoorbeeld Old Delights een typisch Jones-nummer. Waarom eigenlijk niet?

Pete schreef niet mee, simpelweg omdat hij het te druk heeft met zijn eigen projecten. Ik verzorg het grootste deel van de composities qua muziek.

Big Big Train heeft verhaal-gebaseerde muziek gepopulariseerd, jij hebt dit voorbeeld gevolgd en dat geldt ook voor I Am The Manic Whale. Zijn jij en Brad Birzer op enigerlei wijze beïnvloed door Spawton c.s.?

Nee, ik zou niet zeggen dat we door hem zijn beïnvloed. Brad is een academicus die van zijn schrijvers en van schrijven houdt. Het is dan ook logisch dat hij op basis daarvan teksten wil schrijven

In de tekst van Whispers in Space kom ik onder andere de volgende woorden tegen: Folklore, Venus in Transition, Captain of the Skies, allemaal Big Big Train-titels, toeval?

Geen toeval. In het nummer worden drie mannen genoemd. Als je naar het eerste couplet luistert, hoor je songtitels van The Doors en Talk Talk. De luisteraar kan het zelf uitzoeken.

Wie is Martin Haskell, de verteller op dat eerder genoemde Whispers in Space? Hoe kwam je bij hem terecht?

Martin is radio DJ en heeft een show genaamd Sunday Brunch op ExileFM. Hij is een goede vriend geworden en we ontmoeten elkaar bij BBT-concerten.

Ik hoor veel invloeden in je muziek: van Pink Floyd tot Steve Hillage en Barclay James Harvest (BJH). Puur toeval?

Dat is de muziek waarmee ik ben opgegroeid. BJH was de tweede band die ik ooit live zag, in 1974. “You” van Gong staat in mijn top 10 van favoriete albums aller tijden.

Op je Facebook-pagina staat het intrigerende citaat “We are part of the Prog genre but are not afraid to mix it up a touch”. Leg eens uit.

Ik heb een hekel aan die ‘prog of niet prog’-discussie. Toen ik voor het eerst met muziek begon, was het rockmuziek, zonder sub-genres. Als je naar onze muziek luistert, hoor je dat we niet bang zijn om wat jazz, elektronische pop uit de jaren 80, ambient soundscapes of wat volksmuziek toe te voegen. Wij houden ervan om het te mixen en de luisteraar scherp te houden.

Ik dacht eigenlijk dat The Bardic Depths vooral een album-producerend ensemble was, maar onlangs zag ik toch echt dat jullie live optraden, zij het zonder drummer Gehrt. Was dat eenmalig of zijn er plannen voor een tournee?

Het was eenmalig, omdat we met zijn drieën tegelijkertijd in Londen waren voor een BBT-concert. Pete speelde een lunchshow in Camden en vroeg of we een nummer met hem wilden spelen. We hebben het zonder voorafgaande repetitie gedaan.

Wat zijn je plannen voor de toekomst?

Zoveel mogelijk exemplaren van dit album te verkopen en te kijken waar dat ons heen leidt. Dat zou mogelijk een vierde album kunnen zijn, maar het zal moeilijk worden dat vol te houden in dit huidige klimaat.

Is er tot slot nog iets dat je tegen de lezers/bezoekers van de Progwereld website wilt zeggen?

Ik wil iedereen bedanken voor hun interesse en voor het steunen van ons door het kopen van cd’s en downloads. Vertel je vrienden over de muziek van ons. Het is de snelste manier om ons te helpen een fanbase te laten groeien. En als je nog geen exemplaar hebt gekocht, kun je dat hier doen: www.gravitydream.co.uk of www.thebardicdieptes.co.uk.

Dave, heel erg bedankt voor je medewerking aan dit interview, veel succes met het nieuwe album. Ik hoop je toch ooit op het podium te zien in een nabijgelegen theater.

Lees de recensie van het album “What We Really Like In Stories” hier.

‘Magoria is mijn alles’

“Eigenlijk is “JTR1888” door een samenloop van omstandigheden ontstaan. Ik had een nummer geschreven over deze seriemoordenaar voor Knight Area. Maar zoals het gaat in een band moest het liedje worden vertaald naar het Knight Area-geluid en dat is logisch ook. Toen ik naar huis reed dacht ik wel: ik wil dit nummer liever voor mijzelf houden en kijken of ik er meer mee kan. Bovendien was er zoveel muzikaal talent in Nederland waarmee ik nog graag wilde samenwerken. Jack the Ripper fascineerde mij. Natuurlijk had ik van hem gehoord, maar nu verdiepte ik mij echt in zijn verhaal. We kozen de meest onwaarschijnlijke en tevens meest commerciële samenzweringstheorie. En als het verhaal mij fascineert en inspireert, komt de muziek eigenlijk heel snel. Het was dus niet zozeer mijn droom om een rockopera te maken. Maar je kunt het zo zien: wat ooit begon als een liedje voor Knight Area is doorontwikkeld naar een rockopera.”

Foto: Arjen Hoftijzer


Respons
Bogert vertelt dat hij direct na “JTR1888” van plan was om een nieuwe rockopera te schrijven. De liveshows, de respons van het publiek en het commitment van de cast en de muzikanten stimuleerden hem daarin. “Wij hadden wel het geluk dat onze shows net voor de coronapandemie waren. Hadden we de shows moeten afgelasten, had ik het nog moeten zien of een nieuwe plaat wel mogelijk zou zijn geweest.”

Vakantiehuisje
Het idee voor “Hollingsworth Mansion” ontstond in een vakantiehuisje waar Bogaert verbleef met drummer Harmen Kieboom. “Ik had in eerste instantie het idee om wederom een seriemoordenaar als onderwerp te nemen. Harmen vond dat we dan bijna verplicht waren om deel 3 weer aan een seriemoordenaar op te hangen en zo te veel aan één onderwerp bleven vasthouden. Dat zette mij op het spoor om voor een ander thema te kiezen. Jack the Ripper is een bestaand verhaal. “Hollingsworth Mansion” hebben wij bedacht. Ik houd wel van het mysterieuze en horroraspect. Het gaat over een familie die gaat wonen in een huis waarin ruim een eeuw geleden een brand heeft gewoed en waarbij de bewoners zijn omgekomen. De man en vrouw hadden een onvervulde kinderwens. De nieuwe bewoners hebben wel een kind, en die ziet dan de geest van de vrouw. Deze vrouw ziet nu de kans om haar lang gekoesterde wens in vervulling te zien gaan.”

TempusFugit Pictures

Dankbaar
Bij het schrijven van het verhaal begint bij Bogert ook al het muzikale gedeelte zich te ontvouwen. “Het belangrijkste is dat er een rode draad is. Als het verhaal mij vervolgens pakt en ik er helemaal in kan duiken, komt de muziek snel. Weet je, door de ervaring met “JTR1888” heb ik veel geleerd. De nieuwe plaat klinkt symfonischer, vind je? Dat vind ik goed om te horen. Dat is niet eens bewust, maar een doorontwikkeling van wat we al hebben ingezet. Ik weet bovendien beter hoe je de muziek toeschrijft naar de cast. Natuurlijk is Magoria mijn ding, maar ik kan niet genoeg benadrukken hoe dankbaar ik ben voor alle muzikanten, zangers en zangeressen voor hun bijdrage. Zonder hen geen Magoria.”

Foto: Eddy JolenLive
Magoria brengt “Hollingsworth House” op 30 maart 2024 live in Bibelot in Dordrecht. Er volgen dan sowieso nog shows op 15 juni in P3 in Purmerend en op 9 november in de Boerderij te Zoetermeer. “Het publiek kan een integrale versie van “Hollingsworth House” verwachten. Het wordt een hele toffe show met volledig nieuwe kleding. De bezoekers zullen ook door filmpjes het verhaal goed kunnen volgen. Naast de nieuwe muziek zullen we songs van Jack The Ripper spelen. Zo vaak hebben we die ook nog niet laten horen. We hebben nu drie shows staan en hopen dat er nog twee of drie bij komen.”

Toekomst
Bogert vertelt dat hij zich voornamelijk wil richten op Magoria. “Magoria is mijn alles. Eerlijk gezegd ben ik al bezig met deel drie”, lacht hij. “Verder ben ik bezig met een nieuwe solo-cd waarop de gitaar centraal staat. Ook speel ik met Edward Reekers live met zijn Liberty Project. Erg leuk om te doen. Of ik het spelen in Knight Area mis? Ja, eigenlijk wel. En ik sluit niet uit dat ik weer van een band deel uit ga maken. Maar op dit moment is dat niet aan de orde. Daarvoor ben ik veel te druk met Magoria.”

 

Interview met de Nederlandse band Gula

De Nederlandse band Gula is ontstaan in 2015 en bestaat uit Pieter Dirksen, Aad Oliehoek, Ilja Fase en Jan Bleijenberg. Hoewel het niet direct progrock is wat de band maakt, is de formatie interessant voor liefhebbers van psychedelica, stoner, postrock en doom metal. Althans, als je de muziek van deze band in een bepaald genre wilt stoppen, want het is niet makkelijk deze band te duiden. Opvallend is dat er over de band nog maar weinig te vinden is in de nationale en internationale muziekpers. Ruard Veltmaat verdiepte zich in deze Nederlandse band en stelde hen een paar vragen.

Vertel eens wat meer over jullie band, hoe is die ontstaan en stel ons de bandleden eens voor?

Jan: Ilja en ik kennen elkaar nu al meer dan twintig jaar en we hebben samengespeeld in een Afrikaanse percussiegroep. De eerste band HeadSmoke, waar zij de basgitaar en ik elektrische gitaar speelde, is geformeerd in 2011. In 2013 verving Aad de toenmalige drummer. In maart 2015 hield HeadSmoke op te bestaan.

Vanaf dat moment kwamen Ilja en ik regelmatig samen om te jammen. Een aantal nummers, zoals Symbiosis, Laughing Song en een deel van Blind Spot, is in die periode ontstaan. Nadat Aad eind 2015 ook al een enkele keer meespeelde, kwam hij aan het eind van de zomer van 2016 er als vast bandlid bij. In die periode is de bandnaam ontstaan en in 2017 deden we het eerste optreden. In 2018 werd het debuutalbum “Gula” opgenomen. Op dit album hebben wij Pieter, die Ilja het jaar daarvoor had leren kennen bij een concert in Worm (Rotterdam), gevraagd om bij een aantal nummers een synthesizerpartij in te spelen. Na de opnamen is Pieter een vast lid van Gula geworden.

Pieter: In het dagelijks leven ben ik software-engineer bij een bedrijf dat klimaat- en milieu-invloed van voedselproducten berekent en daar beleef ik veel plezier aan. Stiekem lijkt het bouwen van een patch in een modulaire synthesizer ook veel op software bouwen, haha.

Aad: ik werk bij de KB (Koninklijke Bibliotheek), de nationale bibliotheek van Nederland, en ik hou me daar voornamelijk bezig met het testen van verwerking van publicaties (datamigratie, metadata, software). Naast Gula speel ik in verschillende projecten waaronder The Bicycle Repair Band, waarin mijn oudste zoon het meeste van de muziek schrijft en speelt. In die formatie speel ik vooral gitaar.

Jan: Ik ben procesoperator in ruste en heb veertig jaar in de Botlek gewerkt. Muziek maken en spelen doe ik in meer of mindere mate, sinds mijn middelbare schooltijd. Ik heb ook een periode weinig met muziek gedaan. Mijn oude VOX AC30 die in een hoek stof stond te vangen, heb ik toen verkocht. Helaas heb ik daar nog steeds een beetje spijt van. Een andere interesse is geschiedenis en ik heb vele jaren motor gereden.

Ilja: Voor mijn werk begeleid ik studenten in hun opleiding aan de Erasmus Universiteit en dan vooral als ze vastlopen door persoonlijke omstandigheden of als ze een ondersteuningsbehoefte hebben vanwege bijvoorbeeld autisme of dyslexie. Naast het spelen van de basgitaar in Gula speel ik heel graag West-Afrikaanse percussie bij Kawienbi. Dat ligt helaas sinds corona stil. Verder maak ik graag video’s waar ik zelf muziek/samples bij maak. Jan en ik werken hierin soms samen onder de naam Suspension of Aagtje Productions. Ik hou verder van eten en het verzamelen van deze producten. Vooral zeewier en ook schelpdieren. Ik woon in een dorp aan de Oosterschelde dus een paradijs wat dat betreft.

De naam Gula is in mijn optiek perfect gekozen voor het type muziek dat jullie produceren. De naam straalt gelijk een psychedelische vibe uit; van een andere wereld, hypnose. Hoe komen jullie tot deze naam en vertel er eens wat meer over?

Ilja: Dankjewel! De naam Gula kwam ik ooit tijdens het schrijven van m’n scriptie tegen, die ging over de relatie tussen eten en identiteit door de tijd heen. Gula betekent onder andere keel of strot, maar is ook Latijn voor gulzigheid. Ik kwam op Gula, omdat ik keek naar de zeven hoofdzonden, waaronder vraatzucht. Gula is dus een hoofdzonde. Ook leerde ik dat Gula een Mesopotamische godin was van de geneeskunde. Later werden vrouwen met geneeskracht als heksen bestempeld. Het fascineerde me dat er ooit een tijd was dat dat niet zo was, dat spreekt voor mij enorm tot de verbeelding. Muziek werkt wat mij betreft helend en daarom vond ik het ook een heel mooie naam. Ik vond het een naam met allerlei associaties en met een heel gave klank. De G van Gula komt ook echt vanuit de keel. Gula roept voor mij een sfeer op van machtig, groots en vrouwelijk. Ook het beeld van Gula is prachtig met in de ene hand een scalpel, in de andere hand een stuk doek en naast haar een hond die de wonden kan likken.


Er hangt een opvallend verhaal aan jullie nieuwe album “Birds Of The Apocalypse”. Het lag eigenlijk al ruim drie jaar op de plank voordat jullie het gereleased hebben. Hoe komt dat zo?

Aad: Corona gooide voor ons roet in het eten. De helft van de nummers lag drie jaar op de plank (al opgenomen vlak voor de lockdown), maar de rest is een paar jaar later opgenomen. Alhoewel alle opnames een poos voor het uitbrengen afgerond waren, hadden we wat moeite om weer op gang te komen en naar deze release toe te werken.
Jan: Sommige nummers lagen qua schrijven ook al een lange tijd op de plank. Bijvoorbeeld het titelnummer Birds Of The Apocalypse, of eigenlijk een deel daarvan, is in 2017 ontstaan. Mede ook door de opnames van het eerste album “Gula” in maart 2018, is dit nummer op de plank blijven liggen. In het najaar van 2018 heeft het uiteindelijk de vorm gekregen die het nu heeft.

Jullie zijn nog niet rijkelijk te vinden op het internet, zowel qua interviews, als qua recensies. Dat komt natuurlijk een beetje door het type muziek, hoe denken jullie daar zelf over?

Aad: We hebben wel diverse media benaderd, maar een aantal vindt ons misschien wat lastig te plaatsen. We zijn niet volop metal en ook niet heel duidelijk progrock of een andere stijl. We hebben nu vooral aandacht genoten van webzines die een bepaalde scene reviewen vanuit de underground en in eigen beheer uitgebrachte muziek. Het gegeven dat we niet bij een label ondergebracht zijn werkt wellicht ook niet mee voor de reguliere kanalen. Toch is ons debuutalbum wel gerecenseerd op bijvoorbeeld Doom-metal.com, DPRP.net, Rock Tribune en Lust for Life, dus we mogen niet klagen. Uiteraard hopen we dat ons nieuwe album minstens evenveel aandacht mag verdienen. Inmiddels stromen er al wat meer reviews binnen.

Daarover gesproken; de muziek balanceert tussen psychedelica en doom metal. Maar hoe dan ook is er geen goede schifting te maken in mijn optiek als recensent. Wat vinden jullie zelf?

Pieter: Voor mij is de stijl niet echt een bewuste keuze, het is meer wat er ontstaat tijdens het musiceren en goed voelt als je met een groep mensen samen gaat spelen. Psychedelische muziek en doom is voor ons allemaal een inspiratie, dus daar is wel een duidelijk raakvlak. Jan: Als mensen mij vragen wat voor muziek we spelen, is het antwoord, Rock/heavy music, afgewisseld met sferische stukken. Verder ben ik er eigenlijk niet zo mee bezig. Het is wat Pieter zegt, de muziek “ontstaat” en ontwikkelt zich dan weer meer richting het psychedelische en dan weer meer richting doom. Ilja: door onze verschillende en gedeeltelijk overlappende muzieksmaken ontstaat die typische mix en weten we elkaar tegelijkertijd ook te vinden.


Wat zijn dan jullie inspiratiebronnen?

Jan: Voor mij zijn dat de jaren 60, en 70 rock, progrock en psychedelische muziek. Ook de jaren 90 en latere rock/grunge/alternatieve/stoner metalrock en doom. Bijvoorbeeld de oude Pink Floyd (Ummagumma), Zappa, Camel, Lou Reed, Deep Purple, Kyuss, Motorpsycho, Colour Haze, Dark Buddha Rising, the Heads en nog vele andere. Pieter: voor dit album vooral psychedelische rock, doom, stoner, drone, noise, dub en krautrock. Kortom, experimenteel, repetitief en meestal vrij heftig, haha. Wat specifieker: Dark Buddha Rising, Gnod, Bong, Zion Train, Jah Shaka, Cough, Hills, The Angelic Process, Quicksilver Messenger Service, Orphax en NEU! Wat recenter ben ik ook de donkere/psychedelische kant van de elektronische muziek ingedoken. Denk aan dark psy, psycore, hi-tech en slambient muziek, daar zal in de toekomst ook wel wat van terug te horen zijn, vermoed ik.

Aad: Mijn favoriete bands zijn Iron Maiden, Bruce Dickinson, Judas Priest, Bad Religion, Midnight Oil en Rush. Black Sabbath en Helloween zijn andere favorieten. Qua extremere metal ben ik nogal van de jaren negentig. Ik hou ook van allerlei oude prog zoals Jethro Tull, Pink Floyd, Van der Graaf Generator, Camel en Steve Hillage, maar ook veel van jazz, zoals John Coltrane en McCoy Tyner. Dit gezegd hebbende, ik denk niet dat je dit allemaal duidelijk terug kan vinden in Gula, haha! Alhoewel, wat we denk ik wel met bijvoorbeeld Iron Maiden en Jethro Tull en andere progrockmuziek gemeen hebben is dat we graag veranderingen aanbrengen binnen nummers. Het nummer Merge van ons debuut laat mooi in een notendop zien dat we zowel trage als snelle muziek combineren. En ikzelf drum meestal ook niet lang op eenzelfde manier.

Ilja: Alle mooie dingen des levens denk ik. Voorbeelden op basgitaar zijn voor mij onder andere Al Cisneros van Sleep en Om, Geezer Butler van Black Sabbath, Ego Sensation van White Hills en Komet Lulu van Electric Moon. Qua zang bijvoorbeeld weer Lori S. van Acid King en Kim Gordon van Sonic Youth, Marissa Nadler, Anna von Hausswolf. Andere inspiratiebronnen zijn William Blake (dichter en kunstenaar uit de 18e-19e eeuw) en spirituele teksten zoals stukken uit de Upanishads (hindoeïsme). Qua muziek vind ik eerder genoemde bands fantastisch en hierbij nog wat voorbeelden: The Heads, Demented Are Go, Sleep, Moor Mother en Plague Organ, Arvo Pärt, Alice Coltrane, Goat, Atomikylä, Creedence Clearwater Revival, Augustus Pablo, Yabby U, Ty Segall, Gnod, Terminal Cheesecake en onder andere Motörhead.

Hoe komen jullie nummers tot stand?

Jan: Veelal uit individuele ideeën waar op wordt gejamd. En dan vooral het uitproberen van combinaties van twee losstaande ideeën. Zo is bijvoorbeeld Blind Spot ontstaan. Ilja: wat Jan aangeeft. En voor mezelf ontstaat een stuk vaak uit een bepaalde associatie of andersom. Bijvoorbeeld bij het nummer Pigs In Space. Dat begon met een opzwepend drumritme van Aad. En de tekst is ontstaan uit de drive van de drums en riff van Jan. Deze hadden een enorme festival vibe. Het gevoel van lekker uit je plaat gaan en op die manier ontstaat er een bijpassende tekst. Bij No Harmony zit een intro dat ik al heel lang had liggen. Dat gaat over de beklemmende sfeer die de zomer kan hebben. Al dat leven! Uiteindelijk heb ik het nummer aangevuld met een tekst gebaseerd op een interview met Werner Herzog over de jungle. Dat paste voor mij heel goed bij de sfeer van het intro. En soms begint het met een jam vanuit een riff van iemand. Bijvoorbeeld Bhoga. Daarvan is de zware riff van Pieter en de up-tempo bas kwam ineens tijdens het spelen van de riff als overgang. Zo jammen we vaak op stukken en kijken we wat er gebeurt.


Jullie muziek is een apart genre, een aparte stroming in de rockwereld. Het ademt een specifieke sfeer uit. Als jullie die sfeer zelf onder woorden moeten brengen, hoe zou je dat dan verwoorden?

Ilja: Voor mij ademt het de sfeer van de zwarte romantiek. Een sfeer die je bijvoorbeeld ook terugvindt bij William Blake. Het lichte in het donkere zien/zoeken, zoiets. Dat maakt het voor mij onderdeel van de zwarte romantiek. Bij ons is het ook het contrast binnen nummers wat onze muziek een typische sfeer geeft. Het lijkt vaak te gaan over chaos of wanhoop die nodig zijn om iets te laten ontstaan. Veel nummers hebben een contrast tussen licht en donker.

Jullie nemen jullie albums volledig analoog en veelal in één take op. Vanwaar deze werkwijze?

Jan: Het eerste album is analoog (tape) opgenomen, het album “Birds Of The Apocalypse” is met een modern gestuurd programma opgenomen.
Beide zijn wel in één take opgenomen. Dat wil zeggen, we spelen het nummer live samen, in één ruimte in. De zang en kalimba zijn later wel apart opgenomen in verband met de enorme hoeveelheid overspraak die zou ontstaan. Overigens zijn er later nog wel twee extra gitaarpartijen ingespeeld, dat staat ook vermeld op de hoes. Ilja: het niet in één take opnemen voelt onnatuurlijk voor mij. Zo speel je in de realiteit nooit, dus waarom zou je het op een andere manier opnemen?

Een van de meest fascinerende tracks op het album is Ana is Anna. Vertel eens wat meer over dat nummer?

Jan: Wat betreft de muziek is het ontstaan uit een jam van Aad en mij. Later hebben we het intro en de break eraan toegevoegd en uitgewerkt. Het eerste idee was om in de break een soort van gitaarmelodie/solo te spelen. Uiteindelijk kwamen we uit op een soort gitaartokkel. Het mooie daarvan is dat er daardoor ruimte vrij kwam voor de toetsen en de bas om te variëren. Ilja: de sfeer die het nummer kreeg paste voor mij bij een stukje uit de Upanishads over de adem als basis van leven. Ana is Anna betekent “adem is voedsel”. Zonder adem is er niets. En als adem niet de ruimte krijgt, dan krijgen smaken, geuren, geluiden en beelden dat ook niet. Het eerste deel is heel ruimtelijk en licht, waarna in het eindstuk een soort wanhoop losbreekt. Dan is de adem weg.

Een kritisch punt vanuit het oogpunt van een progrocker met liefde voor melodie; Laughing Song is een stonertrack bij uitstek; repeterend, loodzwaar en de lach op je gezicht is ver te zoeken als je dit luistert. Kun je wat meer over dat nummer vertellen? 

Ilja: Haha ;) Laughing Song is al heel oud en lag voor Jan en mij al lang op de plank. Ik hou enorm van de kunst en poëzie van William Blake en vooral het gedicht Laughing Song. Het gaat over samen in de natuur zijn en plezier hebben. De zware riff eronder geeft voor mij een sfeer van de teloorgang. Alsof onze zintuigen en het sociale het steeds meer moeten ontgelden en we als we lachen dit alleen nog hysterisch doen of verwrongen. Tegelijkertijd is voor mij zware langzame muziek juist muziek waar ik enorm blij van word. Het appelleert aan iets wat in me zit en wat er daardoor ook mag zijn en dat maakt me blij.

Bijzonder fraai is ook de titeltrack. De tekst klinkt sterk filosofisch en cryptisch. Als de teloorgang van de wereld, kun je daar wat meer over vertellen?

Ilja: De titel is een combinatie van het citaat dat ik gebruik in de teksten van het nummer uit Heart of Darkness van Joseph Conrad en de daaruit voortgekomen film “Apocalypse Now”. Het nummer heeft meerdere werktitels gekend. Apocalyptic Fuzz Jettle bijvoorbeeld. Het intro is ooit in een andere vorm ontstaan toen Jan, Pieter en ik op het Fuzz Club festival in Eindhoven waren. Ik had toen m’n kalimba bij me en Jan zette samen met Pieter op gitaar in. Ik vind het heerlijk om samen te jammen. In die tijd keek ik veel oorlogsfilms en las ik het boek “Heart of Darkness” waarop de film “Apocalypse Now” gebaseerd is. Van het een komt het ander. Het gaat voor mij over het naïeve idee dat vechten in een oorlog een avontuur is, terwijl het pure ellende is.

In de recensie zal je een vergelijk vinden met Monkey3 en E-L-R en een vleugje My Dying Bride, kennen jullie die bands en luisteren jullie daar zelf ook naar?

Jan: Ik ken de bands en luisterde in het verleden veel naar Monkey 3. Pieter: Ik ken de bands inderdaad en heb zelf vroeger veel naar My Dying Bride geluisterd. Aad: Ik ken daar alleen My Dying Bride van. Ik heb daar veel naar geluisterd en dan vooral het jaren negentig werk. Ik heb ze ook een paar keer live gezien. Favoriete platen zijn voor mij hun eerste twee albums, plus “Symphonaire Infernus Et Spera Empyrium”.
Ilja: Van de bands die je noemt ken ik vooral Monkey3. My Dying Bride heb ik een keer live gezien. E-L-R ken ik niet, maar die ga ik nu wel luisteren natuurlijk.

In mijn recensie kun je de volgende zin lezen: “De zang van Ilja Fase zorgt nog steeds voor een extra unheimisch gevoel en lijkt soms op een bezwerende Indiaanse genezeres die vol passie haar goden aanbidt, op andere momenten denk je dat ze in een psychose is geraakt”.  Vind je dat een compliment of een belediging?

Ilja: Haha, dank voor het compliment! Dat is ook de sfeer die ik voel. Aan het aanbidden van goden had ik nog niet gedacht, maar ik snap de associatie. In een psychose ben ik gelukkig nog nooit beland, maar dat de zang soms overkomt als een andere werkelijkheid, ja, dat voel ik zelf ook. De gekte of afwijking komt eruit in m’n zang. De zang is voor mij een plek waar ruimte is voor iets waar dat elders niet het geval is.

Hoe staat het met optredens? Zijn er op regelmatige basis optredens voor de band?

Sinds corona zijn we bezig met het hervinden van een speelritme. Dit is bemoeilijkt door diverse blessures en omstandigheden bij verschillende bandleden.

Eind 2023 is jullie eigen album uitgekomen, wat vonden jullie (per bandlid) zelf het beste album van 2023?

Pieter: The Hanged Man – Tear It All
Jan: Lankum – False Lankum. Dit sferische en donkere folkalbum spreekt mij heel erg aan. Ik kijk uit naar hun optreden dit jaar op het Roadburn festival.
Aad: Ik moet bekennen dat ik er geen een heb…ik luister eigenlijk vooral naar oudere bands en de meeste brachten geen album uit in 2023. Ik zal de nieuwe Tull eens proberen binnenkort.
Ilja: Acid King – Beyond Vision.

 

 

Send this to a friend