Interview met Matic Blagonič van Hei’An

Momenten zijn soms heel belangrijk iemands leven. Willekeurige momenten. Je wordt aangetrokken door bepaalde tonen, emotie in muziek of visuele aspecten. Dat overkwam mij toen ik de band Hei’An voor het eerst beluisterde en bestudeerde. Want zeg nu eerlijk, alleen de naam is toch al mooi? En dan nog die prachtige vlinder op de hoes van de cd. Gedreven door de fantastische muziek op het album “Imago” besloot ik contact te zoeken met de bedenker achter deze band, Matic Blagonič.

Matic, kan je jezelf en de band voorstellen aan het Nederlandse publiek?

Hei’An begon oorspronkelijk als een eenmansproject. Ik schrijf al liedjes sinds het begin van de middelbare school, maar ik heb ze nooit echt aan iemand laten horen of de teksten laten lezen. Het enige wat ik deed was soms kleine fragmenten op mijn persoonlijke Instagram-profiel plaatsen. Daar bleef het in eerste instantie dan ook bij. Maar begin 2020, toen de eerste covid-19-lockdown aantrad had ik zoals zovelen extra tijd over en besloot ik die nummers in mijn slaapkamer op te nemen, te produceren en op YouTube uit te brengen. Een heel speciaal persoon in mijn leven hielp me toen de naam voor het project te kiezen, wat nog steeds mijn pseudoniem is, terwijl het nu ook de band als geheel vertegenwoordigt. Hei’An komt voor uit de Chinese taal en kan ruwweg worden vertaald als ‘onheilspellend duisternis’. Hoe dan ook, ik heb een aantal van deze demo’s zelf opgenomen in mijn slaapkamer en ik heb er twee op YouTube geplaatst die ik later ook weer verwijderd heb wegens diezelfde ‘slaapkamer’ kwaliteit. Toch kregen ze veel meer views dan ik had verwacht, hetgeen me inspireerde om een ​​volledige band te vormen en het vervolgens goed aan te pakken.

Hoe verzamelde je de band bij elkaar?

Ik studeerde klassieke gitaar en klassieke zang aan het Muziekconservatorium in Ljubljana, dus kende ik heel veel muzikanten, en ik maakte snel contact met een goede vriend en ex-klasgenoot Gaj Bostič. Hij werd de drummer van Hei’An. Samen hebben we snel de andere leden van Hei’An gerekruteerd, Matevž Počič, onze gitarist, studeerde jazzgitaar aan het Conservatorium in Ljubljana. Peter Smrdel, onze bassist, studeerde daar ook en geeft daar nu zelfs les. Vanaf dat moment zijn we samen opgetrokken.

Wat doen jullie in het dagelijks leven?

We zijn eigenlijk allemaal muzikanten, Gaj en Matevž studeren momenteel muziek in Wenen, maar ze komen heel regelmatig naar Slovenië voor repetities, optredens. Daarnaast hebben ze ook nog wat andere coole muziekprojecten. Peter geeft dus les aan het Conservatorium in Ljubljana en heeft eveneens andere muziekprojecten, en ik studeer nog steeds muziekproductie aan het United POP in Ljubljana. Daarnaast werk ik als geluidstechnicus. We streven er wel allemaal naar dat deze band – eerder vroeger dan later – onze enige of in elk geval belangrijkste bron van inkomsten wordt.

Wat zijn je belangrijkste muzikale invloeden en naar welke bands luister je zelf graag?

Ik schrijf de muziek voor de band, dus ik zal vooral mijn eigen invloeden noemen. Ik luister naar veel verschillende soorten muziek, van verschillende subgenres van metal zoals progressieve metal, post-metal, metalcore, black metal, deathcore, tot aan subgenres van rock. Dan moet je vooral denken aan progressieve en alternatieve rock. Maar ook veel elektronische muziek, pop, klassiek, jazz. Veel verschillende dingen dus. Maar mijn favoriete artiesten komen over het algemeen uit de metal / rockwereld, bands als Architects, Northlane, Bring Me The Horizon, TesseracT, Periphery, Meshuggah, Intervals, Polyphia, Alcest, Deafheaven, Together To The Stars etcetera, om er een paar te noemen. De andere bandleden luisteren evenals ik naar veel verschillende stromingen, maar we houden over het algemeen van vergelijkbare dingen. Gaj is ook een grote fusionfan, Matevž houdt echt van technische death metal, Peter houdt echt van R’n’B, maar over het algemeen luisteren we naar een reeks vergelijkbare artiesten en zijn we allen dol op zwaardere muziek.

Ik hoor die verschillende stromingen ook in jullie eigen debuut…

Dat was ook mijn doelstelling. Ik wilde dat ons eerste album een ​​mix van stijlen zou worden, maar zonder al te rommelig te klinken en vooral ook progressieve elementen kent zoals interessante ritmes, breaks en fills. Wat dat betreft vind ik TesseracT en I Built The Sky interessante bands, maar zonder té progressief te zijn en door te draven. Ingewikkeld uit te leggen, maar ik heb ook geprobeerd om grote refreinen en zelfs enkele breakdowns toe te voegen, die misschien meer typerend zijn voor metalcore. Belangrijk was dat ik wilde dat alles mooi en emotioneel zou klinken, met een aantal mooie ambient stukken. Dat is weer wat meer typisch voor post-metal en zelfs post-black metal. Dan heb je dus over bands als Harakiri For The Sky, Deafheaven en Alcest.

Dat stond ook in de promosheet van jullie label, de vergelijking met Alcest, die ik persoonlijk niet helemaal begrijp.

Al die unieke invloeden en speelstijlen hebben de arrangementen van de nummers gevormd tot hoe ze nu klinken en daarom denk ik dat we erin geslaagd zijn om een ​​relatief uniek geluid te creëren, ondanks de vergelijkingen van ons en het label om de muziek te duiden. Je moet ergens beginnen, maar natuurlijk hopen we dat we een sound hebben gecreëerd waarvan mensen over een tijd kunnen vertellen dat het een typisch Hei’An-nummer is. En dat we straks niet meer worden vergeleken met andere bands.

Onder welk genre zou je zelf je muziek willen scharen?

Ha! Tja, ingewikkeld. Omdat we zoveel invloeden hebben, we zoveel elementen uit verschillende genres en stijlen in onze muziek hebben verwerkt en we erin geslaagd zijn een ​​vrij uniek geluid te bereiken, vind ik het moeilijk om in een al bestaand genre te passen, om eerlijk te zijn. We zijn progressief, maar niet zo progressief als veel andere bands, we hebben hier en daar post-metal / post-rock elementen, maar we zijn geen post-metal, we hebben wel metalcore-elementen, maar we zijn zeker geen metalcore.. Daarom kwam ik op een gegeven moment op het idee een zin te bedenken die de muziek die we maken zou kan beschrijven als ‘post-progressieve / postmoderne metal’. Dus dat is het genre dat we dit album zouden noemen. Maar ik ben nu alweer veel dingen aan het schrijven voor toekomstige cd’s waarmee die omschrijving straks waarschijnlijk niet meer past. Voor nu zijn we wat mij betreft een post-progressieve en post-moderne metalband.


Zoals veel cd’s die in dit jaar zijn uitgekomen is ook dit album in de eerste Covid-periode gecomponeerd en geproduceerd. Zaten de ideeën voor deze cd al voor die tijd in je hoofd of ontstonden ze tijdens de lockdown?

De meeste nummers zijn geschreven vóór de pandemie, maar ze zijn opnieuw gearrangeerd en afgemaakt tijdens de lockdown. We hadden evenals veel mensen (en muzikanten) extra tijd over en we dachten dat we die net zo goed en efficiënt konden gebruiken. Dus in zekere zin, ook al hadden de pandemie en de lockdowns veel negatieve effecten op de wereld en op ons, ben ik nog steeds dankbaar dat de wereld een paar maanden stil heeft gestaan waardoor ik een introspectieve duik in mezelf kon nemen en genoeg inspiratie, motivatie en tijd te vinden om deze band echt op gang te krijgen. Dus dat is wat we deden. Maar zonder covid was Hei’An misschien een eenmansproject gebleven, wie weet. Dus het is best goed uitgepakt.

De cd barst bijna uit zijn voegen als het gaat om gevoelens over depressie, relaties en verslavingen, spelen die ook in je eigen leven?

O zeker. Alle teksten voor deze plaat zijn heel intiem en oprecht, heel emotioneel en expressief, een reis door mijn eigen gedachten, emoties, gevoelens en ervaringen, om zo maar te zeggen. “Imago” is een conceptalbum en het beschrijft een reis door de hel, maar geen Bijbelse hel, maar eerder een hel in mezelf. Daarom begint het album met een toespraak, de inscriptie op de poorten van de hel uit Dante Alighieri’s Divine Comedy. De nummers gaan vervolgens in op verschillende soorten crisis. Een emotionele dan wel spirituele hel, waarin een persoon zich gevangen kan voelen. Depressie, zelfmoordgedachten, giftige relaties, verslavingen enz. Maar het album eindigt met een positieve noot, want je kan ontsnappen uit die trechter, uit die hel. De albumtitel, “Imago” heeft ook een symbolische betekenis die daarmee verband houdt. Imago is een Latijns woord dat in de biologie de laatste fase van de evolutie van een insect betekent. Zo evolueert bijvoorbeeld een rups (die over het algemeen als ‘lelijk’ en ‘ongewenst’ kan worden ervaren) aan het einde van zijn leven tot een prachtige vlinder, vol liefde en vol leven. Daarom staat de blauwe vlinder op de albumhoes. Het vertegenwoordigt een soort wedergeboorte, ontsnappen uit deze hel binnenin en er een beter mens worden, vol liefde en vol leven. Desondanks zal je merken dat de vleugels van de vlinder nog steeds littekens hebben en een ervan staat nog steeds in brand. Het staat voor dat welke ‘helse’ ervaring je ook moet doorstaan, je er overheen komt, maar je zal nooit 100% hetzelfde zijn. Elke ervaring, goed of slecht, heeft je gevormd tot wie je nu bent.

Je hebt hier echt over nagedacht, zelfs voor een kunstzinnige artiest gaat het diep!

Ja, het hele idee, de betekenis van elk nummer, kwam voort uit mijn eigen persoonlijke ervaringen, gedachten, gevoelens en emoties. Ik heb behoorlijk wat depressieve episodes gehad (soms behoorlijk intens) en probeerde ze te overwinnen met (veel) alcohol, drugs en feesten, omringd worden door verkeerde mensen. Dat zijn dus de giftige relaties en giftige vriendschappen die ik benoem. Ik ben blij te kunnen zeggen dat ik dat allemaal heb overwonnen toen ik eindelijk stopte met zoeken naar geluk, vrede en betekenis en dat alles in mezelf vond. Dus ik ben nu gelukkig, omringd met mensen van wie ik oprecht hou en die van mijn houden en me steunen. Ik heb een gezonde relatie, heb geweldige en ondersteunende vrienden en ik ben volledig gestopt met drugs. Ik drink ook niet meer zoveel als vroeger. Dus het einde van het album vertegenwoordigt deze persoonlijke groei van mij, waarvan ik hoop dat andere mensen die misschien worstelen met soortgelijke problemen waar ik vroeger mee worstelde, inspirerend en behulpzaam zullen zijn. Hoe donker je ervaringen nu ook lijken, er is altijd een licht aan het einde van de tunnel, als je maar hard genoeg vecht om het te vinden en te bereiken.

Je hebt een warme relatie met je eigen Sloveense taal. Dat zie je terug in de bonustracks op de digitale editie van de cd, waarop je in het Sloveens zingt. Kun je ons daar meer over vertellen?

Ja, we hebben Sloveense versies opgenomen van drie van de nummers, die voorlopig alleen digitaal, als bonustracks op de digitale versie op het album zullen worden uitgebracht. We zijn ons er terdege van bewust dat we dit in Slovenië nooit professioneel zouden kunnen doen, omdat het wereldje, die scene, levendig maar klein is. Dus ik schrijf mijn teksten in het Engels. Ik moet ook zeggen dat Engelse teksten bij mij op een of andere manier veel natuurlijker ontstaan. Dat komt waarschijnlijk omdat de meeste van mijn muziekinvloeden in het Engels zingen, dus ik ben meer gewend om muziek in die taal te horen. Daarom hebben we slechts drie Sloveense versies gedaan als een soort hommage aan onze moedertaal en ons thuisland. Ook omdat we het gevoel hebben dat onze huidige (en toekomstige) Sloveense fans dat kunnen waarderen. Ook denken veel mensen hier in Slovenië dat de Sloveense taal niet erg goed klinkt in muziek en we wilden bewijzen dat dit niet klopt, althans wat ons betreft dan.

Ik ben niet meer dan een gemiddeld fan van grunts en screams, maar op de een of andere manier raken ze me meer dan ooit op deze cd. Ik ervaar het ook als hulpgeroep, de uitdrukking van verdriet en pijn. Heb je overwogen om die teksten in cleane zang te zetten of stond al vast dat screams een belangrijke rol zouden gaan spelen?

Dat is een hele goede vraag! En tegelijk ook dat je de muziek hebt begrepen zoals het bedoeld is door ons. De meeste teksten zijn eigenlijk door mij geschreven door de akkoordenschema’s van de nummers op een akoestische gitaar te spelen en daarover te zingen, dus vrijwel alle teksten zijn geschreven met een melodie in gedachten en ik was vooraf niet van plan screams en grunts te gebruiken. Maar ik realiseerde me al snel dat grunts het uitbeelden van emoties zoals verdriet en pijn in veel situaties perfect benadert. Ze hebben vaak meer pit en brengen meer expressie over, dus besloot ik ze op te nemen in onze muziek. Ik heb ook een paar lessen gehad bij David Benites, een fantastische zangcoach die gespecialiseerd is in extreme zang en hij heeft me veel dingen geleerd waarvan ik nooit had gedacht dat ik die vocaal kon brengen. Grunten en grommen werd toen een heel leuk voor mij, dus ik werd er ook meer gedreven in. Daarbij wilde ik ze binnen de songs op plekken waar ze sonisch en tekstueel logisch zijn. Fijn dat de plaat ondanks de extreme zang in de smaak valt! Het lijkt erop dat we iets goed hebben gedaan :)

Can’t Get Out Of My Skin is een waanzinnig goed nummer, het vertegenwoordigt een bijna wanhopig gevoel. Waar gaat het over?

Het is zeker een schreeuw om hulp. Het is geschreven in een tijd dat ik aan het drinken was, feesten, drugs gebruikte. Meerdere keren per week, soms zelfs elke dag, in een poging om te ontsnappen aan mijn depressieve episodes op dat moment. Maar toen de song werd geschreven wist ik heel goed hoe giftig en zelfdestructief dat soort gedrag is. Ik wilde ook stoppen, maar besefte dat ik het niet kon, niet alleen. Het nummer gaat dus over mijn strijd om aan die ‘cirkel van zelfvernietiging’ te ontsnappen, om zo te zeggen. Het nummer zelf eindigt op een donkere noot – het laatste couplet in het nummer zegt: “Laten we hier nog wat langer blijven, dit voelt te goed om te eindigen”, hetgeen impliceert dat ik op dat moment niet sterk genoeg was om nog beter te worden. Maar, zoals sommige van de andere nummers impliceren, slaagde ik erin om later beter te worden en ik ben nu een veel gezonder persoon, zowel mentaal als fysiek. Daar komt de vlinder dus weer om de hoek.

Op deze cd zoek je vaak naar samenwerking met andere artiesten. Hoe zijn die tot stand gekomen?

Elke samenwerking ontstond eigenlijk spontaan. Toen ik de song Inferno schreef, met de blast-beats, dacht ik meteen dat het nummer echt wat beklijvende hoge black metal-kreten nodig had. Het lukte mij niet en ik kon het ook niet op tijd leren (ik ben er nog steeds niet, maar ik werk eraan), dus ik wist dat we iemand nodig hadden die dat wel kon. Gelukkig ben ik bevriend met Aljaž Novak (Oəlka is zijn artiestennaam) van de Sloveense black metalband Malorshiga. Ik vroeg hem of hij er voor open stond en hij was blij om het te doen. Hij maakt het nummer ook beter.  Met Time To Go wilde ik een vette synth solo, dus vroeg ik de beste synth/keyboard/pianist die ik persoonlijk ken, Matic Štemberger. Ook hij is overigens een ex-student van het Muziekconservatorium in Ljubljana en evenals Aljaž hielp hij ook graag.

De functie op Dreamer kwam eigenlijk uit een creatief blok, ik wist dat ik zang wilde in het deel waar de het nu is, maar ik kon gewoon niets goeds schrijven. Dus ik dacht, wat als we hier een andere artiest vragen? Randy Slaugh (die de orkestraties en aanvullende programmering voor de plaat deed) moedigde me toen aan om iemand te zoeken die veel groter is dan wij, omdat dit ons meer persaandacht zou kunnen geven en onze carrière op lange termijn zou kunnen helpen. We kwamen in contact met toetsenist en zanger Joe Buras van Born From Osiris en ook hij heeft waanzinnig goed werk geleverd. Daarbij is het een super aardige vent om mee samen te werken. Voor de Sloveense versie van Dreamer (Preteklost), wilden we een Sloveense zanger en namen we contact op met Štras, de zanger van de Sloveense rockband Mrfy. Ook hij deed het graag, we voelen ons gezegend. De andere samenwerkingen kwamen veelal uit noodzaak: we wilden coole gesproken teksten die niet door mij gedaan konden worden en daarvoor namen we contact op met Adam Fainman. Sara Jeremić heeft wat vrouwelijke achtergrondzang ingezongen en voor de percussie hebben we Žiga Smrdel benaderd. Ik heb het gevoel dat elke samenwerking coole elementen in de muziek heeft gebracht, dus we zijn blij dat we het allemaal in de muziek hebben geïntegreerd. Wat mij betreft blijven we dit ook doen, want het voegt mooie elementen toe aan onze muziek.



In mijn recensie vergelijk ik je met een band als Linkin Park. Althans, de moderne versie van die Amerikaanse band…

Ik ben eigenlijk een grote fan van Linkin Park, dus dat vind ik zeker geen schande! Ik heb veel naar ze geluisterd op de middelbare school en ik luister nog steeds graag naar hun muziek, dus wat mij betreft is het een eer om met zo’n band vergeleken te worden! En aangezien Linkin Park ook graag elementen uit verschillende genres mixten en er voor zorgde dat de muziek melodieus en mooi is, begrijp ik volledig waar je vergelijking vandaan komt. Dank je!

Jullie staan in de stal van een gerenommeerd pr bureau SAOL/CMM, hoe kom je als relatief onbekende band bij zo’n groot bureau?

We hebben in feite een ​​eigen platenlabel, waarvan ik de eigenaar ben, genaamd Hei’An, Music Agency, Ltd. Met SAOL / CMM GmbH hebben we een bureau dat pr-diensten voor ons afhandelt en via hen kunnen we ook de distributie van de cd via hun distributiepartner The Orchard organiseren. In eerste instantie wilden we maar al te graag bij een label horen, we hadden labels als Kscope en InsideOut in gedachten, maar we wilden de rechten op onze muziek behouden, waardoor de opbrengsten ook bij ons zouden belanden. Maar ik wist dat we publicatie, distributie en pr nodig hadden om de cd goed in de markt te zetten. Ik vond SAOL / CMM GmbH via een uitgebreide Google-zoekopdracht en kwam er achter dat ze gewerkt hadden met grote bands als bands als Iron Maiden, Architects, Trans-Siberian Orchestra , Parkway Drive enz. Ik heb ze toen gewoon brutaal een e-mail en een paar van onze demo’s en vroege mixen gestuurd. Ze waren gelijk enthousiast en onder de indruk van onze carrièreplannen, dus ze wilden graag dat we bij hen tekenden. Het voelt heel goed om met hen samen te werken, het zijn allemaal super aardige mensen en zonder hen zouden we zeker niet zijn waar we nu zijn. Shoutout naar Jay, Laura, Lukas en alle anderen in het SAOL-team! :)

Beetje opmerkelijk vond ik de release show van het album, terwijl de cd op 25 november uitkomt, is de presentatie pas in januari van 2023?

We wilden het iets eerder doen, het oorspronkelijke plan was voor begin tot half december, maar we wisten vanaf het begin dat we onze releaseshow in Kino Šiška in Ljubljana wilden doen. We zijn gek op die locatie en het stelt ons in staat om het soort show te doen die we willen doen, met een groter podium, een heleboel lichten, visualizers enzovoort. Kino Šiška was helaas al heel vroeg volgeboekt voor december, dus we moesten noodgedwongen uitwijken naar januari. Maar dat is ook prima, want in januari gebeurt er veel minder, dus mensen zijn misschien minder verdeeld over naar welk evenement ze moeten gaan. In december zullen er in Ljubljana op verschillende locaties meerdere evenementen tegelijkertijd plaatsvinden, dus een releaseshow in januari vergroot onze kansen om een groter publiek binnen te halen.

Hebben jullie al veel opgetreden in Slovenië?

Eigenlijk hebben we nog geen enkel optreden gehad! We wilden eerst ons debuutalbum afmaken en hebben nu wel een releaseshow in Kino Šiška in Ljubljana, Slovenië. Het is een geweldige locatie, waar veel beroemde bands hebben gespeeld, zoals Eluveitie, Alcest, Carpenter Bru. Dat zal plaatsvinden op 28 januari 2023! En daarna werken we nauw samen met Codex Agency, een boekingsbureau uit Nederland, om direct daarna een aantal shows in heel Europa te boeken. Alles is dus in werking gezet en in beweging gezet, we zullen alles aankondigen wanneer de tijd rijp is. Jullie van Progwereld zijn er gewoon vroeg bij en daar zijn we dolblij mee!

Interview Oak, de stille rebellie van muziek als therapie

Na vier jaar wachten is er dan eindelijk een nieuw Oak album. Een album met een zwaar thema en veel muzikale diepgang. Een echte groeiplaat. Een plaat waar ik graag meer over wil horen. Ik maakte een Skype afspraak met zanger Simen Valldal Johannessen. Het werd een mooi, persoonlijk en diepgaand gesprek tussen twee introverte persoonlijkheden.

Hoe kijk je terug op “False Memory Archive”?

Voor ons was dat album een flinke stap in de goede richting. Qua componeren en productie hebben we mooie stappen gezet. Aan de andere kant spelen we die nummers nu al vier jaar, dus het werd ook wel tijd voor iets nieuws, alhoewel we nog altijd graag songs van het vorige album spelen. Helaas heeft het veel langer geduurd met dit nieuwe album dan we hadden voorzien.

Dat kun je wel zeggen. In maart 2021 had ik een interview met Ole Michael Bjorndal over zijn Caligonaut album en toen vertelde hij mij dat hij de week ervoor een partij voor jullie had ingespeeld. Een maand later verscheen er een post op jullie Instagram dat de opnames klaar waren. Wat is er in die anderhalf jaar gebeurd?

We waren inderdaad rond die tijd wel klaar en we hadden met een bepaald persoon afgesproken dat hij het album zou mixen en masteren. Door redelijk onbekende redenen hebben uiteindelijk drie mensen die klus proberen te klaren. We kwamen er met hen gewoon niet uit. Zij bekeken het album vanuit een ander perspectief dan wij. Geen ruzies of verwijten hoor, maar wij hadden wel specifieke ideeën over hoe het album moest klinken. Toen David Castillo het eerste nummer had afgerond wisten we meteen dat het goed zat. Daarna moesten wij nog wat puntjes op de i zetten en ging de mastertape naar Karisma. Daarna is het wachten op het persen van de vinyl en de cd’s. Al met al heeft dat een jaar geduurd sinds de opnames.

Het album gaat over zaken als depressie en zelfdoding. Stevige thema’s. Vanwaar deze keuze?

Ik denk dat een substantieel deel van onze teksten hier al over gingen, maar niet zo recht in je gezicht als op dit album. We wilden nu echt doorpakken met dit thema en als het ware de vinger in de wond steken. Sommige mensen zullen het controversieel noemen, maar wij wilden het graag oppakken. In de voorbereiding hebben we ook met professionals zoals psychologen gesproken en met organisaties die zich inzetten voor mensen die een geliefde zijn verloren door zelfdoding.

We hebben het handschrift van twee afscheidsbrieven gebruikt in het artwork. De titel van het album is hiermee geschreven en de tracklist op de achterzijde. Ja, het is een donker thema, maar wij wilden daar artistiek en maatschappelijk onze aandacht op richten. We willen ook dat mensen hiernaar gaan vragen. Het thema mag nog veel meer uit de taboesfeer. We hopen dat mensen die het herkennen ook hulp gaan zoeken.

Is dit dan ook een thema dat jou en/of je bandmaten raakt?

Voor mij absoluut. Ik ben daar in eerdere interviews ook eerlijk in geweest. Ik ben een aantal jaar geleden met medicatie begonnen. Ik dacht eerst dat het schrijven en maken van muziek voor mij voldoende therapie was. Pas na een aantal jaren moest ik toegeven dat dit niet voldoende was. Medicatie en therapie hebben mij veel geholpen.

Hoe is het dan voor jou om zoiets kwetsbaars met de wereld te delen?

Het heeft wel een tijd geduurd voor ik daar klaar voor was. Maar toen we werkten aan dit album, voelde het voor mij verkeerd om niet mijn eigen ervaringen erin te verwerken. Dat zou nep aanvoelen. Het zou voor mij niet eerlijk zijn als ik hierin niet persoonlijk zou worden. Ik wil er liever open over zijn.

Hoe was het om de teksten voor dit album te schrijven?

Dat was een ingewikkeld proces. Hoe zorg je dat de boodschap goed overkomt zonder in clichés te stappen? Ik heb geprobeerd de teksten als poëzie te schrijven. Maar ook dat is lastig. Als het totaal niet te volgen is, dan heb je het niet goed gedaan. Maar als je teksten te simpel zijn doe je het ook niet goed. De teksten moeten ook een bepaalde flow hebben en ook een soort rijm. Dat is een moeilijke balans. Ik heb er echt twee jaar mee geworsteld. Soms was er geen inspiratie en moet je wachten.

Wil je dan vooral bewustwording creëren met dit album of mensen die dit herkennen bemoedigen?

Eigenlijk beide. Bewustwording is absoluut belangrijk, maar ook het niet mooier maken dan wat het is. We zijn de afgelopen jaren best vaak aangesproken door mensen die ons vertelden met depressie te kampen, die steun haalden uit onze muziek. Het is fijn dat ze dat delen, maar wij willen mensen vooral op het hart drukken om hulp te zoeken. Met dit album willen we mensen laten weten dat ze niet alleen staan en dat heel veel mensen hiermee worstelen.

Het grootste deel van de mensen die naar onze muziek luistert zijn mannen tussen de 35 en 60 jaar. Dat is ook de groep waarin de meeste depressies voorkomen en volgens de statistieken het hoogste aantal zelfdodingen.

Ik vind zelf de teksten erg beeldend en vol metaforen. Kun je van een aantal nummers wat meer toelichten waar ze over gaan?

Oké, pittig, maar we kunnen er wel een paar uitpikken. De track Quiet Rebellion… o man, dit is lastig uitleggen… Er zit een soort van lijn door het album en deze song gaat vooral over het feit dat je niet alleen staat als je hier last van hebt. Paperwings, het langste nummer van het album, is echt zwaarder materiaal. Het gaat feitelijk over wat er in je hoofd afspeelt als je op de rand staat en moet besluiten of je zult springen of niet. Dat nummer grijpt trouwens ook terug op ons “Lighthouse” album waarbij een deel van de teksten letterlijk overgenomen zijn van het nummer Perceiving Red.

Sunday 8 Am gaat meer over algemene gevoelens van angst en wanhoop waar een man mee worstelt. Deze persoon voelt zich nutteloos en slaat zichzelf met die gedachten om de oren. Het laatste nummer, Guest Of Honour, gaat over verslaving, bijvoorbeeld drank en/of drugs, maar ook over donkere gedachten. Iedereen kan ervoor zichzelf uithalen waar het over zou gaan. De zin ‘I’ll let you in, to take me out’ kun je op beide thema’s toepassen.

Als je het album op de koptelefoon beluistert, hoor je in Highest Tower, Deepest Well en in Dreamless Sleep een subtiele growl. In Paperwings komt die growl (grunt) er in al zijn kracht uit. Is dat om te symboliseren dat ‘het monster’ altijd op de loer ligt?

Ja, dat klopt. We waren van tevoren heel benieuwd hoe de fans zullen reageren op dat grunt- en growl stukje in Paperwings. Maar die growl die je inderdaad subtiel hoort is ook iets van een storm die eraan komt; een donker voorgevoel. Toen ik de grunts opnam voor dat nummer, zetten we een kort clipje hiervan op Instagram, heel veel mensen smeekten ons om niet kant op te gaan, haha. Maar in dat nummer was het nodig. Mensen hoeven niet bang te zijn dat onze stijl is aangepast.

In het refrein van Highest Tower, Deepest Well zing je ‘how did we end up whispering. Bowing our heads and giving in’. Dat klinkt als iets van een aanklacht. Waar is het tegen gericht?

In de teksten zit ook hier en daar wel iets politieks en dat is in dit refrein ook het geval. Het gaat over dat de stemmen van redelijkheid als eerste verstillen als het gaat om polarisatie. De meer stille mensen, die vaak de meest gevoelige en waardevolle gedachten hebben, trekken zich dan als eerste terug. Zij maken dan geen deel meer uit van de discussie, terwijl hun inbreng zo waardevol is. Het is vooral een aanklacht tegen hoe mensen online met elkaar omgaan.


Ik hoor volgens mij een morsecode in het nummer Demagogue Communion, klopt dat? En wat zegt het?

Ja, dat klopt. Het is dezelfde morsecode die ook op ons “Lighthouse” album is te horen, maar daarin zit de code veel meer verborgen dan in dit nummer. De jongens hebben het erin gestopt toen ik niet in de studio was. Het is eigenlijk een grap. Soms zijn we zo serieus bezig dat een grapje wel op zijn plaats is, dat haalt de druk er even af. Ik ga je ook niet vertellen wat het zegt, dat mag de luisteraar zelf uitzoeken…

Paperwings is zonder twijfel het meest intense nummer van het album. Het heeft iets beangstigends en het gaat behoorlijk onder je huid zitten. Hoe hebben jullie dit nummer benaderd?

Eigenlijk bestaat het uit meerdere onderdelen. Het begon met de donkere baslijn die ik had bedacht. De baslijn heeft iets weg van de hiphop stijl, dat vonden we erg goed passen. De inspiratie kwam door het luisteren naar DNA van Kendrick Lamar. Dat drum’n bass geluid hoor je niet vaak in progrock. Wij vonden het hier goed passen. Het tweede deel is een soort nieuwe versie van The Lights van het vorige album, het heeft hetzelfde gevoel. Het vocale gedeelte dat twee keer terugkomt, hebben we drie keer herschreven voordat we tevreden waren. We wilden later in het nummer terugkeren naar de baslijn van het begin. We hebben dat gedaan door die baslijn nu door de gitaar te laten spelen. En het heeft een zwaar einde. Daarom wilden we het album ook niet afsluiten met Paperwings. Je wilt mensen daar niet mee achterlaten.

Er zit ook prominent een sample in waarin je als het ware in slaap wordt gesust. Daarna knallen jouw grunts erin. Is dat om te symboliseren dat zelfs als alles rustig lijkt, het ‘monster’ ineens kan verschijnen?

Ja, dat is wel wat we wilden overbrengen. Als je met depressie kamt gebeurt er zoveel met je gevoelens. Die gaan alle kanten op. Net wanneer je denkt dat het verbetert kun je weer helemaal terug geslingerd worden en sta je voor je gevoel weer aan het begin. Wat je ook besluit te doen, je hebt geen regie meer. Daar gaat dit stuk over. De sample zelf is een oude opname uit de jaren ’60 en gaat over iemand die onder hypnose wordt gebracht. Achteraf vinden wij dat de sample net iets te hard in de mix zit. We hadden liever gehad dat hij iets minder prominent aanwezig was.




Wist je van jezelf dat je kon grunten?

Ja, ik vond het leuk om weer eens te doen. Ik heb zo’n twaalf jaar geleden in een deathmetal bandje gespeeld en daar deed ik het ook wel eens. Ik vind niet dat ik er erg goed in ben, maar het ging vooral om het effect. Ik denk dat grunten niet bepaald gezond is voor je stembanden (lacht).

Je zou het live wel doen?

Ja, zeker.

Waar(in) zit voor jou de hoop in dit album?

Het is zeker een donkerder album dan zijn voorgangers. De sample waar we het net over hadden is zeker ook bedoeld als een kiem van hoop. De boodschap van hoop zit deze keer meer in de instrumentale delen van de muziek dan in de teksten.

Wat zijn jullie toekomstplannen? En mogen we jullie weer voor een optreden in Nederland verwachten?

Dat laatste hopen wij heel erg. We hopen dat promotors en zaaldirecteuren zich bij ons melden. We hebben al eens in Poppodium Boerderij opgetreden en dat vonden we super. We zijn denk ik nog niet groot genoeg om een eigen tour te organiseren, we zouden graag bij een andere band aanhaken of spelen op festivals.

Door de vertragingen met dit album zijn we maar alvast begonnen met het schrijven van een volgend album en die is al bijna af. Van de zeven tracks hebben we van zes al de vocalen opgenomen. In december gaan we de drum- en baspartijen opnemen. Dus daar is veel tijd in gaan zitten. Het is de bedoeling dat dat album in oktober of november 2023 gaat uitkomen.

Op “The Quiet Rebellion Of Compromise” staat het nummer Highest Tower, Deepest Well. De basis voor dat nummer werd twaalf jaar geleden al gelegd. Maar het eindigde op de plank. Nu vonden we het tijd om het nummer verder uit te werken. Op het album dat we in 2023 willen uitbrengen staat een nummer dat we destijds voor ons debuutalbum “Lighthouse” schreven, maar uiteindelijk niet vonden passen. Maar op dit komende album past het geweldig.

Wat kunnen we verwachten van dat album?

Ik denk dat enkele nummers een iets meer folky insteek hebben en we hebben heel veel tijd en aandacht besteed aan de vocale harmonieën. Het is een mooie voorzetting van het album dat we nu hebben uitgebracht.

Interview Esthesis: De tegenovergestelde kant op

In 2020 wist het Franse Esthesis ons te verrassen met het debuutalbum “The Awakening”. Na twee jaar keert de band terug met “Watching Worlds Collide” en gooit het daarin verrassend (goed) over een andere brug. Dat vraagt om uitleg. Aurélien Goude, bandleider en verantwoordelijk voor alle muziek en teksten, staat Maarten Goossensen te woord.

 

Hoe kijk je nu terug op het album “The Awakening”?

Ik ben nog steeds trots op de plaat. Het was mijn debuutalbum en veel van de nummers waren geschreven tussen 2013 en 2016, toen ik nog student was. Echt, ik hou nog steeds van ze allemaal. Maar, en dat is waarom “Watching Worlds Collide” zo anders klinkt dan “The Awakening”, het was nogal een vintage plaat. Het geluid was niet echt massief, er waren veel Moog en lap steel solo’s, en het was heel smooth en sfeervol. Maar je kunt er niet op headbangen. Het spelen van de “The Awakening” nummers tijdens onze eerste tournee deed me realiseren dat ik een meer groovy geluid wilde op de volgende plaat. Ik zie het als een echte aanvulling.

Het nieuwe geluid op “Watching Worlds Collide” was mij direct opgevallen. Dat was een bewuste keuze dus?

Absoluut. In feite wilde ik een groovy plaat, precies tegenovergestelde van “The Awakening”. In
“Watching Worlds Collide”, zijn de filmische elementen nog meeslepender en het toevoegen van de koperblazers heeft veel geholpen. Het bevat meer textuur en vocale harmonieën. Het geluid is moderner met de elektronische elementen, ik hou ook van dat muziekgenre.

Sommige mensen zijn misschien een beetje verrast of geschokt door het feit dat we zo ver weg zijn gegaan van de Pink Floyd stijl. Ik weet dat het een van de vergelijkingen was die het meest naar boven kwam met “The Awakening”, maar ik weiger me te verbinden aan één muziekstijl. Dat is wat ik zo goed vind aan progressieve muziek. Ik ben het helemaal eens met artiesten die wilden evolueren gedurende hun carrière zoals David Bowie, Thom Yorke, Kate Bush, Steven Wilson en Talk Talk. Ik zal hetzelfde blijven doen met Esthesis. Het derde album, waar ik al aan begonnen ben, zal ook weer heel anders zijn. Veel meer Electro en Industrial, een beetje zoals Bjork, Portishead en Nine Inch Nails.

Ik vind de ritmesectie echt indrukwekkend. Schrijf je alle partijen uit, of is dit meer groepswerk?

Evenals bij “The Awakening”, heb ik alle muziek en teksten geschreven. Ik heb veel van de drumpartijen gecomponeerd en de helft van de baspartijen, maar Marc en Arnaud hebben de nummers opnieuw gearrangeerd met hun persoonlijke touch. Ze hebben geweldig werk geleverd op deze plaat. Zo ook Baptiste op gitaar. Ze hadden op dit album meer vrijheid om zich uit te drukken.

Ik vind de toevoeging van de blazerssectie fantastisch. Had je dat meteen vanaf het begin in gedachten?

Dank voor het compliment! Nee, het was niet gepland. Het nummer Place Your Bets gaf me de richting en was het eerste nummer met wat koper elementen. Hoe meer het album vorderde, hoe meer duidelijk werd dat de toon van het album veel meer jazzy zou zijn en dat een kopersectie sectie essentieel was. Het gebruik van koperelementen werd geïnspireerd door componisten als John Barry. Ik ben een grote fan van zijn werk voor James Bond films, zoals Goldfinger, You Only Live Twice en On Her Majesty’s Secret Service. Toen ik een kind was, luisterde ik keer op keer naar deze muziek! Het is duidelijk een van de belangrijkste inspiraties van het album voor mij, net als Goldfrapp en wederom Talk Talk.




Vanwaar deze titel voor het album? En hebben de nummers iets van een overkoepelend thema?

Ik wilde dit keer niet dat de albumtitel hetzelfde zou zijn als een nummer. “Watching Worlds Collide” is afkomstig van een couplet van Through My Lens, het laatste nummer op de plaat. Het is geen conceptalbum, alle nummers gaan over verschillende werelden, sferen, die botsen en elkaar kruisen. Bijvoorbeeld Amber vertelt het verhaal van een man die uren in een auto rijdt en plotseling een vrouw voor hem de straat ziet oversteken. En zo begint het verhaal… Ik schreef veel nummers van de plaat over ontmoetingen of verwachtingen.

Wat vind jij persoonlijk de beste nummers op het album en waarom?

Wat een lastige vraag! Natuurlijk vind ik ze allemaal goed, om veel verschillende redenen en ik ben echt trots op het album, maar ik zou zeggen Through My Lens, Skimming Stones, Place Your Bets en 57th Street.

Through My Lens heeft een zeer persoonlijk geluid, het is misschien wel een van de meest persoonlijke Esthesis tracks ooit. Het heeft een thema dat veel voor me betekent (oorlogsfotografie). Skimming Stones is een minimalistisch nummer. Ik componeerde het in een paar uur en het was als liefde op het eerste gezicht.

Place Your Bets is hét nummer dat de richting van de plaat gaf toen ik het schreef. Zeer jazzy en groovy natuurlijk. Ik hou echt van dit nummer. Het is een brug tussen No Soul To Sell van de vorige plaat en het nieuwe Esthesis geluid dat is ontwikkeld op deze nieuwe plaat. Tenslotte, 57th Street is een soort filmsoundtrack, erg “film noir” en meeslepend. Het vereist meerdere luisterbeurten.

Jullie spelen op 3 september in De Boerderij in Zoetermeer. Wat zijn jullie verwachtingen?

Het wordt een heel interessante show, onze eerste in Nederland en ook onze eerste buiten Frankrijk. We hebben geweldige support en reacties uit Nederland gekregen en ik kan niet wachten om in Poppodium Boerderij te spelen, wat een prachtige zaal is! Het is een geweldige kans. Toen de Boerderij me vertelde dat ze ons wilden hebben voor september 2022, zei ik meteen ja. We zullen een volledige show van anderhalf uur spelen en ik ben er zeker van dat de sfeer heel speciaal zal zijn voor ons allemaal.

Een nieuw album en je bent ook nog je eigen label (Misty Tones) begonnen, je hebt nogal wat ambities. Wat zijn je toekomstplannen?

Veel toeren, dat zeker. Ik heb veel plannen op dit gebied, waaronder toeren in nieuwe landen en steden. Wat de andere plannen betreft, kan ik nog niet te veel verklappen, maar de komende twee jaar gaan erg druk worden!

Interview met Big Big Train’s Alberto Bravin: “Longdon vervangen is bitterzoet”

Na drie bezoeken aan het Verenigd Koninkrijk om de concerten van de band bij te wonen en twee eerdere interviews met oprichter/songschrijver/bassist Greg Spawton, heb ik de eer om opnieuw een lid van de beroemde Engelse progband te spreken. De nieuwe Italiaanse zanger Alberto Bravin staat klaar om mijn vragen te beantwoorden over de aankomende Big Big Train show in de Boerderij in Zoetermeer. Een gesprek over de opvolging van een iconische zanger/songschrijver, de tegenslagen die de band de afgelopen tijd heeft moeten overwinnen, een nieuw studioalbum en nog veel, veel meer.

Hallo Alberto, goedenavond, buona sera. Mijn naam is Alex Driessen, ik schrijf over progressieve rock voor de Nederlandse website Progwereld. Bedankt dat je me wat van je kostbare tijd hebt gegund. Het is een genoegen om met je te praten, je bent de nieuwe zanger van één van mijn favoriete bands, Big Big Train. Ik heb talloze vragen voor je, laten we z.s.m. aan de slag gaan, als je dat goed vindt. Daar gaan we.

Allereerst, hoe gaat het met je? Het is in veel opzichten een tumultueuze periode geweest voor jou en de band.

Ja, ja. Het waren echt zware tijden, ja. Je kunt wel zeggen dat het echt een drukke tijd is. Want we moesten natuurlijk alles voorbereiden voor de optredens en ik moest al het materiaal leren.

Wat best veel is.

Het is best veel, inderdaad. Ja, niet makkelijk en afgezien van het geheugen gedoe. Het zijn natuurlijk al die andere dingen om te proberen de nummers opnieuw te bedenken en te proberen iets van de vorige versies over te nemen en het meer iets van mijzelf te maken. Het is dus geen gemakkelijke klus om te doen, maar de andere jongens vertrouwden me en gaven me gewoon de vrijheid om te doen wat ik wil, dus het was echt een toffe job om te doen. Echt spannend, ja.

Goed dat ze je vertrouwen, als nieuw lid toch?

Ja, ze waren echt heel gastvrij en er was helemaal geen druk. Er waren helemaal geen problemen met de nummers. Nou ja, we moeten nu repeteren, misschien gaan er toch wat komen, ja (lacht).

Om even terug te gaan naar het begin, voor sommige fans ben je relatief onbekend. Zou je jezelf even kort kunnen voorstellen.

Mijn naam is Alberto Bravin en ik kom uit Italië, uit Triëst, dat is een klein stadje aan de noordoostelijke grens van Italië, in de buurt van Slovenië. Ik speel piano sinds ik drie jaar oud was. Later begon ik zang te studeren aan het Conservatorium, hier in Triëst. En toen behaalde ik een diploma moderne zang in Londen, dus woonde ik een paar jaar in Londen. Dus ik ken de Britse mensen en een beetje van de cultuur. Ik ben ook opnametechnicus, zowel live als studio-opnametechnicus. Ik had heel wat jaren een vrij bekende studio hier in Triëst. Daarna verhuisde ik naar Milaan omdat ik lid werd van Premiata Forneria Marconi (PFM) en daarvoor had ik een band genaamd Synesthesia. We hebben twee albums gemaakt die geproduceerd zijn door Franz Di Cioccio, de drummer en de voorman van PFM, dus dat is de connectie.

Toen de originele gitarist van PFM, Franco Mussida, de band verliet, namen ze Marco Sfogli ter vervanging, maar ze hadden ook iemand nodig die een beetje gitaar kan spelen en zingen, een beetje keyboards spelen, een beetje van alles en mijn naam kwam naar boven. Ze belden me en zeiden, nou, we proberen natuurlijk meerdere mensen, maar wil je het proberen? Ik ging naar Milaan, we repeteerden een keer en dat was de eerste PFM-repetitie die ze deden in zeven jaar. Dus ik heb zeven jaar met PFM gespeeld en het was prachtig. Het was geweldig, een geweldige ervaring, echt rock’n’roll-ervaring. We hebben de wereld rondgereisd, twee albums gemaakt en veel tours gedaan.

Hoe was het om met die jongens te werken, het legendarische PFM?

Nou, gewoon met ze spelen, het is echt plezier en een eer en gewoon heel erg leuk en je leert iets elke keer dat je met ze speelt. Er is altijd iets nieuws maar het beste is om gewoon met ze om te gaan en naar de verhalen te luisteren, naar wat ze je wilden vertellen en leren, dus het was een geweldige ervaring, muzikaal, maar ook persoonlijk. Ja, was echt geweldig, gewoon in de hotelkamer blijven na het concert, met een glas wijn en praten over de jaren 70. (lachend)

Om terug te komen op BBT, het was natuurlijk verschrikkelijk nieuws toen David Longdon stierf, het heeft zijn sporen achtergelaten. Aan de andere kant opende het een venster voor je, betekende het een nieuw perspectief voor je. Wat vind je daarvan?

Ja, het is bitterzoet. Maar ik was eerder een fan van de band, dus ik herinner me goed toen het nieuws kwam dat David was overleden. Ik herinner me dat en ik was geschokt, een paar dagen eerder luisterde ik nog naar Big Big Train en zei: nou, dit is pas goed, ik hou van de nieuwe dingen, ik vond het echt geweldig.

Dus ja, het is echt bitterzoet, want toen Greg me schreef, stuurde hij me een bericht op Facebook. Maar ik ben niet echt een social media-man, ik probeer het beter te doen tegenwoordig. Die melding heb ik dus niet gekregen. Na een paar dagen had hij mijn e-mailadres gevonden en heeft hij me een e-mail gestuurd met de woorden: ‘Nou, hallo, ik ben Gregory Spawton van een band genaamd Big Big Train, heb je ooit van ons gehoord?’ Ik sprong gewoon op van mijn stoel, ik zei: ‘Ja, natuurlijk ken ik jou!’ En dus zei hij gewoon: ‘Nou, je weet van het slechte nieuws.’ We praatten daar een beetje over en hij zei: ‘we doen auditie voor een nieuw lid omdat we door willen gaan en we hebben besloten dat David dat zou hebben gewild. Er is een auditie open als je het wilt doen, nee, hij vroeg me heel vriendelijk ‘of ik er tijd voor had’.

Heel beleefd. Heel Brits

En dus zei ik natuurlijk ja. Gewoon zonder hoop, om het genoegen te hebben om te proberen die liedjes te zingen, dus ja, dat was de manier waarop het gebeurde.

Hoe kwam hij bij Alberto Bravin? Iemand moet je naam hebben genoemd.

Dat is een leuk verhaal. Nee, het is zelfs grappiger dan dat.

Vertel.

Gregory was bij een PFM-optreden in Londen in 2015 in Camden Town, het was onze eerste, de eerste in jaren eigenlijk. We waren erg opgewonden, we speelden in Londen en toen gingen we naar de VS en Zuid-Amerika, en deden een grote tour en de cruise. We hebben ook Cruise To The Edge gedaan. We waren erg enthousiast om dit materiaal te spelen, dus we speelden in de Dingwall in Camden Town, dat is een leuke plek. En Gregory was erbij en hij moet me opgemerkt hebben, hij zei tegen zichzelf ‘dus deze man kan zingen, kan spelen’. Ik ontdekte dit pas veel later omdat ik het toen nog niet wist. Ik stelde mezelf natuurlijk deze vraag: hoe heeft hij me gevonden? Hij schreef dus gewoon mijn naam op omdat hij erover dacht om in die periode een solo-album te maken.

Ik weet het, hij denkt er nog steeds over na.

Hij denkt er nog elke dag aan. Dus hij schreef gewoon mijn naam op en die stond al die jaren in zijn telefoon, denk ik.



Dat was lang voordat er iets met Longdon gebeurde, nietwaar?

Oh ja, het was in 2015. Dus hij had mijn naam en toen het auditieproces begon, dacht hij aan mij.

En het feit dat je ook een multi-instrumentalist bent, zoals je al eerder zei, je speelt toetsen, je speelt gitaar, ik las ergens dat je ook een beetje bas en drums speelt, dat helpt.

Ik doe van alles een beetje.

En misschien had het feit dat je in Londen was opgeleid en een beetje van de geschiedenis en de
cultuur van Engeland weet, dat heeft misschien ook geholpen.

Ja, ik denk het. Nou, op dat moment wisten ze dat natuurlijk nog niet. Eerst was het: dit zijn drie nummers uit ons bestaande materiaal. Zing gewoon op twee van deze, als je een video kunt maken, is dat een goede zaak. Niet verplicht, weet je, dat is het.

Kun je je herinneren wat je speelde, waar je op zong?

Ja, natuurlijk, ik zong op East Coast Racer.

Oh, één van mijn favorieten.

Ja, alleen het tweede deel, het moeilijkste deel.

Kippenvel, weet je, dat is een heel moeilijk nummer om te zingen.

Ja, kippenvel, dat is denk ik het moeilijkste nummer ooit geschreven.

En jij kiest die ene.

Nou, ZIJ kozen de liedjes, ze gaven me East Coast Racer en Judas Repentant en wat was die andere? Nou, het waren drie nummers. Ik moest twee nummers kiezen, zingen en uitvoeren. Slechts een video van één, niet verplicht. Ik deed alle drie de nummers met video binnen 24 uur. Het was een vreemde situatie, want ik ben een beetje een perfectionist.

Alle geluidstechnici zijn zo.

Slechte lui, inderdaad. En ik wist dat ik normaal gesproken alles bewerk, ik wilde gewoon dat het perfect was. Maar mijn vrouw zei: ‘nee, stuur gewoon de liedjes, al die bewerkingen daar geven ze niet om, alleen het ruwe materiaal. Als je een stem toevoegt of stemt, ze willen gewoon horen hoe je zingt en hoe het klinkt op het nummer’. Ik moet haar daarvoor bedanken en dat heb ik ook gedaan. Want eigenlijk wilde ik fluit leren spelen.

Nee! Kom op zeg, binnen 24 uur. En uiteindelijk heb je het gehaald.

Ja, dat was zeker een ding waar we toen over praatten. Zoals ik al zei, ik woonde vroeger in Londen, ik ken de Britse cultuur een klein beetje. Er ontstond een band daar, ja, en natuurlijk is het een goede zaak dat ik een beetje van alles kan spelen, daar ben ik echt trots op. Ik wilde dit, dit soort rol in de band blijven hebben. Natuurlijk is dit nu meer een hoofdrol.

Jij bent nu de frontman.

Ja, ik ben de frontman, maar ik hou er echt van om een ​​beetje toetsen te spelen, een gitaar in mijn handen te hebben en eigenlijk gewoon te doen waar ik me prettig bij voel, met een paar instrumenten in de buurt.

En het helpt zeker bij dit soort ‘grootse’ muziek dat ze spelen. Elk instrument zal bijdragen aan dit volle geluid van hen, nietwaar?

Ja, en ook toen we begonnen te repeteren, door middel van Zoom, om de nummers te repeteren en te beslissen over de partijen. Natuurlijk zijn er 1.000 partijen, dus er is genoeg ruimte voor iedereen om alles de hele tijd te spelen, de productie is enorm. Dertien mensen op het podium, weet je, dat is veel.

Ik heb je twee keer zien optreden met PFM in de Boerderij. Je kent de locatie, wat vind je ervan?

Ik heb het de jongens al verteld, sommige jongens hebben er al eerder gespeeld, maar Greg, Big Big Train heeft daar nooit gespeeld.

Nooit buiten het VK, in Europa, op één uitzondering na (Night of the Prog in 2018).

Dat is gewoon echt zo vreemd. Ik vertelde de jongens dat het een prachtige locatie is en ik herinner me dat we erg opgewonden waren om daar te spelen en het podium is geweldig en de mogelijkheid om ook de video-dingen te doen. Het is een pluspunt voor zo’n locatie en…. de keuken is geweldig!

En het wordt allemaal vers gekookt.

Dat is geweldig, ja, dat herinner ik me nog.

Dus je denkt echt dat er dertien mensen op dat kleine podium passen? Je hebt de volledige blazerssectie bij je. Dat zal een redelijke uitdaging zijn.

Nou, dat is rock-‘n-roll. Iedereen zweet, dus er is geen probleem. Ik denk dat we met PFM met zeven man waren. Dus dat zijn veel mensen en we speelden in kleine clubs in de VS zoals in Chicago, we speelden in een kleine punkclub en het was ongelooflijk, het was geweldig, echt cool.

Maar deze keer neem je de blazerssectie mee, nietwaar?

Oh zeker, het volledige geluid zal er zijn. En ze blazen je weg met die hoorns!



Ik kijk erg uit naar de voorstelling. Let wel, ik heb BBT al drie keer in het VK gezien, ik heb de reis al een paar keer eerder gemaakt. Ik ben een grote fan, ik kijk er zo naar uit, want het is een primeur: het is de eerste indoor Europese show ooit.

Maar goed, terug naar mijn vragen. Ik hoorde een korte sampler waarin je als leadzanger zingt op een deel van het oudere materiaal. Het moet moeilijk zijn om in de voetsporen te treden van een legende als Longdon. En het andere: je stem is vrij hoog, je bent meer een tenor en hij is meer een bariton. Vereist dat aanpassingen in de arrangementen?

Nee, nee, want ik ben in werkelijkheid een bariton.

Omdat je altijd de hoge stem zingt.

Tijdens mijn studie aan het conservatorium heb ik klassieke opera gestudeerd. Dus daar vind je je bereik, je echte bereik, want je kunt maar een paar rollen spelen, toch? Dus ik was niet de heroïsche bariton. Maar ik ben eigenlijk een bariton met een vrij groot bereik. Ik kan hoog zingen, ik heb een paar hoge noten. Maar de kleur, het is niet echt een tenorkleur, ik heb niet die sprankelende lichte hogere tenorstem, ik zing meer een baritontoon, maar al heel wat jaren zong ik altijd de tenorstem. Omdat iedereen zei, nou, je kunt hoog zingen, zing dat nou maar. Maar mijn droom is om de bariton partij te zingen, ik vind het echt geweldig.

OK, dus je leeft nu de droom.

Ik hou er echt van en ik voel me op mijn gemak, ja.

Ik denk dat het te maken kan hebben met het feit dat de stem van Franz Di Cioccio (PFM-zanger) een beetje lager is, dus je moet die tegenovergestelde kleur hebben, deze hoge stem, in tegenstelling tot zijn lage stem.

Ja, dat kan waar zijn, want in PFM was het Flavio Premoli, de originele toetsenist met de hoge stem die Mr 9 tot 5 zong en La Luna Nuova en alle andere hoge tonen. Ze waren op zoek naar iemand die dat soort dingen kan zingen. Dus begon ik dat bereik in mijn stem op te nemen. Dus ja, maar nu ik alle nummers heb opgenomen die we live spelen, heb ik alle nummers in de studio opgenomen, zodat ze mijn stem op de achtergrondtracks kunnen horen om de nummers te leren, gewoon om erop voorbereid te zijn.

Om voorbereid te zijn op een ander soort stem.

Ja, er is een andere man, dus om voorbereid te zijn en we waren druk in de weer met Greg om me te vertellen wat we hiervan vinden, wat vind je van die aanpak? Toen begon ik hem te vragen naar de teksten en om er echt mee bezig te zijn en ze echt te begrijpen. Slechts een kleine andere nadruk op één woord kan een enorm verschil maken, omdat ze een lyrische band zijn. Er is de tekst en er is de muziek. Het is mooi, in de tekst zit een verhaal. Er is folklore, Britse folklore. En er is veel om in te komen en alles te verwerken. Dat is heel belangrijk voor een zanger.




Jullie hebben zojuist een nieuwe single uitgebracht, Last Eleven, met jou voor de eerste keer als frontman, als solozanger. Ik moet toegeven dat ik het erg goed vind, alle elementen van BBT zijn aanwezig en je stem past perfect binnen het concept van de band. Gefeliciteerd daarmee. Het is je eerste opname met de band. Hoe ging het? Heb je nog wat input kunnen leveren?

Ja dat klopt. Dit heb ik oorspronkelijk opgenomen als demo voor de auditie, na de drie nummers uit het bestaande werk zong ik op twee onuitgebrachte nummers. Een van hen was Last Eleven en de demo die Greg me stuurde, hij speelde gitaar, een klein beetje toetsen en bas en een begin van de zang (guide vocal). Nick D’Virgilio voegde er wat drums aan toe om in de groove te komen. Dat was onderdeel van de auditie. Ik heb echt doorgezet en dus heb ik alle vocale arrangementen gemaakt die je daar kunt horen. Er is dus een versie van Last Eleven waarbij ik alle partijen zing. En er zijn veel partijen (lacht hardop).

Dat moet je me een keer laten horen.

Ja, dat zal ik doen. Nou misschien zullen we het ooit uitbrengen, ik weet het niet. Maar goed, het eerste idee was gewoon om dit zo uit te brengen. Een soort uitgeklede versie van de muziek. Maar toen spraken we erover en ik zei, nou, het zou geweldig zijn als iedereen, de hele band, de verschillende delen kan zingen. Het is dus niet alleen de Alberto-versie van het nummer. En het werkte echt want iedereen was er heel blij mee. Ik stuurde alle partijen naar iedereen, iedereen zong de partijen, en toen mixte Rob Aubrey (BBT chief sound engineer) het perfect. Het was echt gaaf en ik ben erg blij met de reacties en alle feedback is echt positief. Iedereen is zo blij. Er was natuurlijk wat kritiek, dat is prima, maar het waren altijd opbouwende kritieken zoals: ‘OK, ik vind dit niet leuk omdat bla bla bla. Dat is OK, nietwaar?

Je moet voorbereid zijn op wat kritiek, dat is normaal.

Weet je wat? Ik was heel erg bang. Toen mijn naam werd vrijgegeven. Dit is Bravin, de nieuwe zanger van Big Big Train, toch? Boem. Wat? Wat gebeurt er nu?

Het is alsof je Jon Anderson opvolgt in Yes of iets dergelijks. De arme man (Trevor Horn) moet in zijn schoenen hebben staan trillen (dat klopt ook).

Ja, maar ik denk dat het altijd zo zal blijven, toch? Neem nou bijvoorbeeld Steve Morse met Ritchie Blackmore, dat is hetzelfde. Het zal altijd Ritchie Blackmore zijn, de enige echte gitarist van Deep Purple, toch? Het is echt vreemd, maar Steve Morse doet het al ongeveer 30 jaar of zo. Hij is al veel langer bij hen dan Ritchie ooit in de band is geweest. Dit is de manier, dus ik was echt bang, maar ik zal gewoon een blij gezicht dragen. Ik weet niet of ze me leuk zullen vinden.

Zet gewoon een moedig gezicht op.

Een moedig gezicht, ja. Iedereen was zo gastvrij en warm. Het zijn vreemde tijden. En toen de eerste dingen met mij erop uitkwamen, was iedereen er heel positief over. Want laten we eerlijk zijn, ik ben David Longdon niet. Nee, maar niemand is David Longdon, toch? Dus het vinden van een kopie van hem, ik denk dat het de verkeerde keuze zou zijn geweest en Gregory wist het.

Nieuwe man, nieuw geluid, dat moeten we accepteren

Maar de nummers zijn geschreven door dezelfde jongens, de kern, ja, dus de muziek is een ding en de stem is iets anders en mijn benadering van de vocale arrangementen is anders. Maar de reacties zijn positief en de feedback was geweldig, dus ik vind het goed en ik vind het echt leuk. Het nummer begint met zang van mij en Nick, ik ben het niet alleen. Ik kom alleen in het refrein en daar hou ik echt van. Deze benadering is geen klap in je gezicht, toch? Dit is een nieuw nummer, dit is een nieuwe zanger, maar Nick zingt, iedereen zingt en dan komt het refrein met mij erbij. Ik vind het erg leuk.

Nog een paar laatste vragen, want ik neem nu veel te veel van je kostbare tijd in beslag.

Maak je geen zorgen, ik praat te veel.

Nee, het is jouw show, weet je, niet de mijne. Je had het over nieuwe muziek, ik las dat jullie een nieuw album gaan opnemen. Het wordt opgenomen in Italië, je hebt een studio in Italië. Had je er iets mee te maken dat BBT een nieuw album gaat opnemen in Italië, uitgerekend daar?

Eigenlijk niet, want, nou ja, ik heb de connecties maar ik heb geen studio meer, dus het is niet mijn studio. Toen we elkaar voor het eerst ontmoetten, vertelde Nick d’Virgilio me dat het vreemd is, ze praten er intern al jaren over om te proberen in Italië te gaan opnemen, omdat ze daar gewoon heen wilden. OK, opnemen is natuurlijk gewoon werk, maar misschien kun je twee dagen toevoegen en ergens twee dagen, een weekend hebben, dus ja, het is daar altijd goed toeven. Toen dit uitkwam, vroegen ze me, ken je daar wat studio’s, heb je een connectie met sommige studio’s? Dus ik kwam in contact met twee of drie studio’s in Italië, één is echt goed en één is ook in mijn stad, in Triëst, dus we hebben nog niet besloten waar we het gaan doen, maar ja, het gaat gebeuren. Het gaat gebeuren. Ik weet niet of we het hele album daar zullen opnemen en misschien wat ander materiaal op een andere plek. We zijn er nog steeds over in gesprek.

Dus er komt een nieuw album, jij wordt de frontman, het wordt deels opgenomen in Italië, ik kijk er nu al naar uit.

Ik ook. (lacht)

OK, terug naar de show in Zoetermeer. Het zal al over een paar weken plaatsvinden, 5 september. Het is op een maandag, een beetje een vreemde doordeweekse dag, maar toch. Wat kunnen we van jullie verwachten qua setlist? Wordt het veel van het laatste album of wordt het meer een ‘greatest hits’?

Nou, het is een goede mix van beiden, maar we spelen natuurlijk enkele van de grootste nummers. En er zijn enkele nummers van het laatste album, “Welcome to the Planet”. Wat we probeerden te doen, is niet de meer specifieke ‘David’-nummers kiezen. Voor deze eerste paar optredens, de nummers die iedereen associeert met de stem van David. De persoonlijke liedjes, degenen waarvoor David de teksten schreef. Dus dat was het precies, de grens die we niet wilden overschrijden. We spelen gewoon de meest populaire liedjes, degene die iedereen wil horen, verwacht te horen, maar ergens zullen we ook een paar ‘brightest stars’ laten horen.

OK, ik ben erg benieuwd wat je daarmee bedoelt, maar ik denk dat we daar snel genoeg achter zullen komen.

Ja, je zult het ontdekken. Let wel, het is een lange setlist.

 

Ik hoop het van harte, dat zijn we van jullie gewend. Nou, ik denk dat ik al mijn vragen heb doorgenomen. Misschien een laatste vraag voor je. Wat zou jouw boodschap zijn aan mensen die nog twijfelen of ze naar de show moeten gaan?

Mijn boodschap is dat het een emotionele show wordt, voor ons en voor alle mensen die erbij zullen zijn. Omdat het natuurlijk onze eerste paar optredens zijn. Het is dus niet alleen heel leuk om te doen, maar ook heel emotioneel omdat we niet precies weten wat we kunnen verwachten. En ook voor de mensen die de muziek van Big Big Train niet kennen. Het is natuurlijk progressieve muziek, maar iedereen kan ernaar luisteren. Iedereen kan een manier vinden om het progressieve in de liedjes te verwerken, want het zijn liedjes, we zijn een liedjesband. Omdat je de melodieën hebt, je hebt de coupletten, je hebt het refrein. Er zijn grote refreinen, ik denk altijd aan sommige van mijn vrienden die niet naar progressieve muziek luisteren, maar misschien luisteren ze wel naar Top 40-nummers. Als ze luisteren naar Big Big Train, liedjes als Alive of Folklore, dat soort liedjes, daar kunnen ze gewoon verliefd op worden. Want je hoeft geen progressieve liefhebber te zijn, toch?

Je zegt: geniet gewoon van de liedjes, aarzel niet langer. Koop nu je tickets, want anders zijn ze uitverkocht, het is je laatste kans, want jullie hebben op dit moment veel shows moeten annuleren door onvoorziene omstandigheden

Ja, je kent de omstandigheden van het HRH Festival in Leeds dat werd afgelast. Dat was een grote belangrijke show voor ons, waardoor we al deze kleinere gigs konden doen. Het was een te groot risico voor een band als wij, we zijn geen Dream Theater.

Ik heb hier eerder met Greg over gesproken. Te veel financieel risico voor jullie, dat kan gewoon niet.

Natuurlijk is iedereen hier verdrietig over, want we waren erg opgewonden om te gaan spelen. Natuurlijk in de Boerderij, maar ook in Duitsland en in de Z7 en in Parijs. Maar het gaat nu niet gebeuren, we doen het volgend jaar, dat zou geweldig zijn.

OKÉ. Wel, Alberto, heel erg bedankt voor je tijd, we hebben meer tijd doorgebracht dan ik vooraf had gedacht, grazie mille. Het is een genoegen en een voorrecht om met je te praten. Ik heb me prima geamuseerd, ik wens je veel succes met de band en het nieuwe album. Ik kijk nu al enorm uit naar de show in de Boerderij. Ik zal er zijn om jullie aan te moedigen. Dus tot ziens op 5 september.

Ja, ja, we zien je daar.

Tot ziens, ciao.

Oké, doei, ciao, Alex.

 

David Paich (Toto) vertelt over zijn debuutalbum “Forgotten Toys”

Het is niet elke dag dat je een beroemdheid van het type en de status van David Paich van Toto mag spreken. De man is een levende legende, niet alleen vanwege zijn rol bij Toto, maar ook vanwege zijn werk als producer, songwriter, muzikant en arrangeur voor een groep mensen die je gemakkelijk zou kunnen kwalificeren als de ‘Who is Who’ in de populaire muziek. Ik zal hier niet uitgebreid op ingaan, maar Paul McCartney, Michael Jackson, Steely Dan, Miles Davis, P!NK, Tina Turner en Elton John zijn slechts enkelen van de velen die hebben geprofiteerd van de geweldige capaciteiten en ervaring van onze hoofdrolspeler. Maar hij heeft nog nooit eerder een soloalbum uitgebracht. Nu, op de respectabele leeftijd van 68, is hij erin geslaagd om dat  alsnog te doen. Het album, of beter gezegd EP, heet “Forgotten Toys” en ik had de eer deze man te interviewen via een Zoomverbinding met een behoorlijk tijdsverschil. Daar gaat ‘ie.

Hallo David, goedenavond, of is het middag of zelfs ochtend aan jouw kant van de Atlantische Oceaan? Mijn naam is Alex Driessen. Ik schrijf voor de Nederlandse website Progwereld over progressieve rock. Bedankt dat je me wat van je kostbare tijd toestaat. Het is een eer om met je te praten, je bent een legende in de pop- en rockmuziek. Ik heb ontelbare vragen voor je, maar aangezien dit vooral over je debuutalbum “Forgotten Toys” gaat, zal ik daarmee beginnen, als je dat goed vind tenminste.

Oké, laten we maar meteen beginnen, hoe gaat het met jou, vooral qua gezondheid? En hoe ben je door COVID heen gekomen?

Het gaat goed met me. Ik heb een slechte periode doorgemaakt nadat we van een wintertour door Scandinavië en Europa terug kwamen. Ik was uitgeput en vermoeid en ging door wat angst en depressie.

En ik heb de steun van mijn familie om hen daarvoor te bedanken dat ze me hier met mijn dochter en mijn vrouw weer op het goede spoor hebben gezet. En het gaat nu heel goed met me, ik train, ik heb drie dagen per week een persoonlijke trainer. En ik zwem en ik fiets en doe verschillende dingen om de muzikale kant van mijn leven in balans te brengen. Dus bedankt voor het vragen, het gaat goed met me, ik ben redelijk goed gezond.

Dat is uitstekend nieuws, we waren allemaal een beetje bezorgd nadat het nieuws naar buiten kwam. Maar je moet je zelf nog meer zorgen hebben gemaakt, denk ik. Want laten we eerlijk zijn, we schelen maar vijf jaar en ik zou een paar jaar geleden zeker niet graag in jouw schoenen hebben willen staan.

Ik was zeker geschrokken, ik zeg het je. Ja, het was behoorlijk heftig. Het was een lastig pad, maar ze zeggen dat de jaren waarin je 60+ bent voor onderhoud zijn, zodat je de jaren tussen de 70 en 80 kunt overleven (lacht hardop).

Dat is een uitstekende opmerking, die zal ik in gedachten houden. In die periode heb je samen met Toto gewerkt aan de totstandkoming van het live-album “With A Little Help From My Friends”. Hoe was het om live op te treden in een lege zaal met hooguit een paar vrienden en wat familie?

Weet je, we zijn gewoon zo gewend om op te treden, dat het niet uitmaakt of je 5 of 5000 mensen hebt, publiek is publiek. Iedereen had kippenvel en was een opgewonden en enthousiast om te gaan spelen. Dus dat was heel leuk om het podium op te gaan en in hun set te spelen.

Omdat het leek alsof jullie in een garage optraden, met een bakstenen muur, een soort pakhuis. Waar was het eigenlijk?

Dat is ook zo. Eigenlijk was dat het in centrum van LA, in de buurt van Boyle Heights, in een pakhuis. Het was een verlaten pakhuis.

Oké, dat was trouwens een geweldig optreden en goed om je weer op het podium te zien.

Heerlijk om weer op het podium te staan.

Zowel Steve Lukather als Joseph Williams hebben de afgelopen jaren solomateriaal uitgebracht en laatstgenoemde coproduceert zelfs je nieuwe album. Heeft dat je beslissing om ook een soloalbum uit te brengen beïnvloed?

Ja, dat deed het zeker. Joseph maakte al jaren soloalbums, Steve Lukather ook, ik had er nog nooit een gemaakt, dus ik wilde artiest blijven, mijn kunstenaarschap op het album laten zien en horen. Dus ik wilde een paar mannen erbij die konden helpen met de opnames, Joseph is een geweldige opnametechnicus. En hij is ook een geweldige songwriter, dus ik had het beste van twee werelden, zittend als mijn coach in de controlekamer terwijl ik zong of overdubs deed. Het waren absoluut hij en Luke die er bij mij op aandrongen en me op een zeer positieve, ondersteunende manier aanspoorden om mijn eigen soloplaat te maken. Evenals een heleboel vrienden en andere mensen daarbuiten, ik heb die steun nodig.

Dus op je 68e produceer je je debuutalbum.

Mijn debuutalbum, dat is mijn doel, mijn droom die uitkomt. Ik hoop de trofee te winnen voor Beste nieuwe Artiest of Beste nieuwe opkomende Artiesten. (lacht)

Dat zal geweldig zijn, weet je. Nog een pluim op je hoge hoed.

Het zou zomaar mogelijk zijn.

De titel van je nieuwe album is “Forgotten Toys”. Als ik het goed heb gelezen, stamt het uit een verzameling vergeten juweeltjes uit het verleden. Kun je me vertellen wat het oudste nummer en het nieuwste is?

Nou, ik denk dat de oudste degene is waar ik het eerst mee begon, All The Tears That Shine. Het was pas klaar in 2014/15. Toen het klaar was heb ik de man die het nummer met mij heeft geschreven het nummer laten inzingen. Ik heb het nummer uitgebracht met de demo van zijn zangpartij, maar ik heb het hele nummer opnieuw gedaan, dus dat is het oudste.

Je doelt op Michael Sherwood.

Michael Sherwood, ja. Mijn mede-songschrijver en muzikaal partner, die vorig jaar is overleden.

Het spijt me dat te horen.

Ik wilde er zeker van zijn dat mensen zijn versie van het nummer zouden horen, want ik vind het erg meeslepend en erg gepassioneerd. Een ander ouder nummer is Lucy, dat ongeveer zeven jaar oud is. Dat is een nummer dat ik deed met Mike Lang, die trouwens ook net is overleden. Maar ik wilde een soort eerbetoon brengen aan mijn vader (Marty Paich) en Mel Tormé (Amerikaanse jazz zanger/componist) op het album. Daarom heb ik James Tormé erbij gehaald om erop te zingen, het is gewoon een ​​andere kant van mij die je nooit op Toto-platen ziet/hoort.

Dat is trouwens een van mijn favorieten, David, die lekkere soepele jazz. Het is net alsof een paar jongens in de hoek van een zaaltje gewoon samen aan het spelen zijn, zich vermaken, lol hebben. Je weet wel, dat soort gevoel.

Ik ben blij dat je dat zegt. Ja, het moet voelen alsof je in de Village Vanguard in New York bent of iets dergelijks. Een kleine club, weet je, ik ben blij als we dat hebben bereikt, dat is precies wat we voor ogen hadden.

Nou, voor mij werkte het in elk geval prima. Trouwens, we zijn al bezig met het album te bespreken, Lucy,  Is dat een voortzetting van Toto’s voorliefde voor meisjesnamen? Zoals Lea, Angela, Mushanga, Rosanna, Holy Anna en nog veel meer. Was het een bewuste keuze?

Nee, nee dat was het niet. Het had meer te maken met de tekenfilm Peanuts , Charlie Brown en Lucy. Omdat mijn zus, mijn wiens naam niet Lucy is, maar ze doet me aan Lucy denken, het meisje dat je in de tekenfilm ziet. Dus ik wil het naar mijn zus vernoemen en haar daar een beetje liefde mee geven.

Ja, het spijt me te horen dat ze een aantal jaren geleden stierf, na een slopende ziekte. Je was heel close met haar, nietwaar?

Ja, absoluut.

Mooi gedaan, dit eerbetoon aan haar. Voor het nieuwe album gebruik je een aantal bekenden en vrienden uit de muziekwereld, waaronder natuurlijk Lukather en Williams. Wie doen er nog meer mee op het album?

De eerste die ik belde was Michael McDonald (Doobie Brothers), die zingt op Spirit Of The Moonrise. Hij zingt de refreinen en op het einde deed hij een paar extra capriolen. Hij is een geweldige zanger. Ik hou gewoon van het feit dat hij op dat specifieke nummer zingt, omdat het niet echt een nummer van het type Michael McDonald is, maar ik vind het heerlijk om hem in dat nummer te horen zingen.

Steve speelde daar een geweldige solo op, Steve Lukather. Op Queen Charade haalde ik de drummer die nu bij Rolling Stones zit, Steve Jordan, erbij en ik vond ex-Eagles-lid Don Felder bereid om slide-gitaar te spelen. Dus hij speelt dus die slide-partij en ik hou van de manier waarop hij slidegitaar speelt. Dan doel ik dus op al die Eagles-platen waar hij zo beroemd om is.

Niet slecht als je zo’n kaartenbak bij de hand hebt, David.

Ja, en dit zijn allemaal vrienden. Dit zijn allemaal goede vrienden zoals Nathan East, Davey Johnston van de band van Elton John en Dean Parks. Wie nog meer, Gregg Bissonette van Ringo’s band. Een behoorlijk aantal muzikanten die meespelen.

De muziek is behoorlijk divers op het nieuwe album. Het is rock en blues, je hebt ballads, er is de jazz met Lucy. Al deze stijlen spreken je aan?

Ja ja. Ik wilde dus een beetje een andere kant van mezelf laten zien en de rode draad voor mij ben ik die zingt en speelt op deze nummers. Ik kan niet veel zingen op Toto-albums omdat we andere zangers hebben die echt zijn, maar ik mag dus af en toe zingen op mijn album. Hierop zing ik, denk ik, vijf van de zes nummers, of vier van de zes nummers. Het was leuk en uitdagend omdat ik een heel beperkt bereik heb. Een beetje zoals een songwriter/pianist/zanger, ik moest het dus afstemmen op mijn stem, mijn bereik.

Je doet jezelf tekort, David.

Nou, bedankt, maar, weet je, ik hoor gewoon geweldige zangers en daarom heb ik nummers als Rosanna en Africa verdeeld tussen mij en de zanger van destijds. Ik zeg dus tegen mezelf: omdat ik dat bereik niet kan zingen betekent nog niet dat we het lied niet moeten maken.

Absoluut. Er staan enkele nummers op het album die perfect passen in het Toto-concept, dan heb ik het natuurlijk over willibelongtoyou en vooral Spirit Of The Moonrise, mijn favoriet op het album. Het staat op gelijke hoogte met de beste Toto-nummers, als je het mij vraagt.

Nou, heel erg bedankt, dat waardeer ik.

Is het ook een favoriet van jou, wat is je favoriete nummer op het album?

Dat is het zeker, ik hou er heel veel van. Ik hou van alle nummers die we op dat album hebben gezet. Ik heb de plaat waarschijnlijk meer dan honderd keren beluisterd en ik word er nog steeds niet moe van, wat een goed teken is.

Precies, dat is een goed teken dat het een uitstekend album is, nietwaar? Als het je eigen kritische blik kan doorstaan.

Maar de echte test is het publiek, het zijn mensen zoals jij die de plaat nog niet eerder hebben gehoord. Snap je wat ik bedoel?

Ja, dat is waar. Nou ja, het publiek heeft al een paar nummers gehoord die je als single hebt uitgebracht, zoals Spirit Of The Moonrise, nietwaar?

Ik denk dat willIbelongtoyou de volgende zal zijn, het hele album wordt op vrijdag 19 augustus uitgebracht.

Ik vind het album erg goed. Het enige wat ik ermee heb is dat het relatief kort is, amper een half uur. Het is meer een EP. Dat moet een bewuste keuze zijn, het kan toch geen gebrek aan materiaal zijn?

Ja, ik heb het begin van andere nummers en zo, maar ik wilde geen opvulnummers hebben. Ik wilde dat ze allemaal sterk waren en ik kan tegenwoordig niet eens meer naar een heel album van mijn favoriete artiest luisteren, snap je wat ik bedoel? Als je 12 of 13 liedjes van dezelfde zanger krijgt, dezelfde zang, dezelfde liedjes. Ik verveel me na een tijdje, ook al zijn het enkele van mijn favoriete zangers. Maar de andere reden waarom ik dit album wilde, deze nummers, ik voelde dat ze een band met elkaar hadden, ze voelden als een kleine familie bij elkaar, in plaats van er gewoon een paar bedrieglijke nummers in te zetten om het album op te vullen.

Ja, en minder is meer, David. Is het niet, tegenwoordig?

Dat is het zeker, dus dat is de hele waarheid.

En dat moeten we ook wel, op onze leeftijd.

Dit is helemaal waar, op onze leeftijd, zo waar.

De albumhoes vind ik erg mooi. Dat is toch het werk van je vrouw? Het is een verzameling van items die met jou als persoon te maken hebben en een andere, onbekende kant van jou laten zien. De individuele objecten die erin staan, hebben ze allemaal iets met jou persoonlijk te maken? Omdat ik onder andere een scheidsrechter fluitje zie, kun je uitleggen wat dat doet op de hoes?

Nou, dat is mijn vrouw Lorraine, ze was een speelplaatscoach en atletiekcoach, dus ook een deel van haar spullen zit erin. Sommige van haar prullaria zitten erin. De stopwatch van mijn vader zit erin, zo maakten ze films. Je ziet ook een mondharmonica, want die wordt gespeeld op Queen Charade en er zijn piano’s, er is een beer met een hoge hoed.

En de speelgoedauto’s, David, ben je een auto-fanaat?

Ja, dat is de Mercedes van mijn vrouw, het is een kleine tweedeurs Mercedes. Het is de eerste auto die ik voor mijn vrouw kocht toen ik trouwde, dus die zit erin. Er zijn robijnrode pantoffels, ik wil je dat allemaal graag vertellen, maar er is te weinig tijd. Er zit een Toto horloge in. Er zijn allemaal kleine verborgen dingen die allemaal een betekenis hebben, ik hou van mijn set Jack’s, mijn set knikkers. Dat is mijn eigen zak met knikkers die ik had toen ik een kind was.

Dus zelfs de knikkers hebben in deze context een specifieke betekenis.

Zeker. Alles heeft met elkaar te maken en mijn vrouw, ze is zo’n creatief persoon en ze heeft ervaring met de camera. Ze is een voedselstyliste, dus ze is gewend om met miniaturen voor de camera om te gaan, dus regelde ze dat hele shot, daar moet ik haar de volledige credits voor geven.

Ja, je moet Lorraine namens mij feliciteren, het is eigenlijk een heel goed hoesontwerp.

Dank je.

Zijn er op dit moment plannen om “Forgotten Toys” live op te voeren? Waar ik eigenlijk aan denk is een trio-optreden van jullie drieën, Joseph, Steve en jij en dan misschien een paar Toto-nummers op de koop toe?

Ja, daar zeg je zo wat, dat is interessant. Ik zal dat aan de jongens voorleggen, klinkt interessant. Klinkt goed eigenlijk. Ik heb op dit moment geen plannen om dingen live te doen, maar ik sluit niets uit voor de toekomst.

We blijven nog even aan de live kant, je bent gestopt met toeren met Toto, uiteraard vanwege gezondheidsproblemen, maar toch sta je regelmatig met de band op het podium. Dat deed je onlangs tijdens de Dogz of Oz-tour nog, zelfs in Amsterdam een paar weken geleden. Wat bepaalt of je bij de jongens op het podium staat of niet?

Ik denk de locatie van het optreden en steden waar ik graag ben en optredens waarvan ik denk dat ze magisch en belangrijk worden zoals die in het Ziggo Dome. Ik dacht dat dat een echte mijlpaal was voor ons om daar te spelen. Ik weet dat alle mensen van onze platenmaatschappij zouden komen, uit Nederland van het Mascot Label, en ook onze agenten van William Morris waren erbij, dus het was een goede plek voor alle mensen om naar Toto te komen kijken.

En dan een paar steden die ik heb bezocht in de Verenigde Staten. De steden waar ik van hou. Ik ben dol op muzieksteden, New Orleans en Nashville waren twee van de steden waar ik naartoe vloog, en ik speelde ook in Los Angeles. Dus ik speelde maar een half dozijn optredens terwijl de jongens ongeveer 40 of 50 optredens met Journey deden en ik denk dat ze volgend jaar weer met Journey gaan toeren.

Dus je gaat de krenten uit de pap halen, wat je goed recht is.

Ja, slechts een paar hier en daar, je weet wel, geselecteerde shows.

Goede keuze. Trouwens, jullie waren altijd erg populair in Nederland. Is het hier niet allemaal begonnen met Alfred Lagarde (beroemde Nederlandse DJ, overleden in 1998) zo’n 45 jaar geleden?

Het begon allemaal met Big Al Lagarde, absoluut, daar braken we door, in Nederland. We hebben een speciale liefde voor onze fans en vrienden en collega’s.

Jullie hebben drie live-albums opgenomen in ons land, dat zegt genoeg. En die 15.000 mensen reageerden behoorlijk enthousiast tijdens jullie optreden in juli in de Ziggo Dome, nietwaar?

Oh, dat deden ze, ze waren zo geweldig. Ze zongen heel hard mee en ze waren gewoon geweldig, we konden geen beter publiek krijgen dan in Amsterdam.

Geweldig om dat te horen, ik heb een paar vragen als je het niet erg vindt over Toto, het is een groot deel van je leven.

Proost, laat me hetzelfde doen, water tegenwoordig, David (neemt een slok water)

Het is tegenwoordig allemaal water, dat klopt (lacht).

Waar zijn de goede tijden gebleven?

Die twee keer, ik heb een paar herinneringen aan Amsterdam, dat is zeker.

Misschien, misschien een andere keer David.

Een andere keer, misschien een andere keer.

Samen met wijlen de grote Jeff Porcaro ben jij de oprichter en wordt algemeen beschouwd als de drijvende kracht achter Toto. Hoe kijk je terug op bijna 50 jaar Toto?

Ik kijk er met veel plezier op terug, heel trots op Toto. Onze nalatenschap, dat we het goed hebben gedaan, zoals we ooit samen op de middelbare school waren. Dit was onze droom die uitkwam, om in een band te spelen en op te nemen, nog steeds, soms voor vrienden, we werken nog steeds voor vrienden tijdens opnames van onze eigen platen. Maar eigenlijk hebben we heel hard gewerkt om een ​​band te worden, want we waren een soort band op de middelbare school en speelden vroeger tijdens dansfeestjes en zo. Dus dit is gewoon het beleven van onze droom. We hebben onze dromen waargemaakt we zijn erg gezegend en hebben veel geluk dat we zijn waar we zijn.

In 1982 was je nog maar 28 jaar oud, schreef je mee aan enkele wereldwijde hits en had je dé bestverkochte plaat met “Toto IV”. Een jaar later had je zes Grammy’s op je naam staan ​​en stond je op de toppen van je kunnen. Hoe moeilijk was het om dat enorme succes van toen vast te houden, laat staan te overtreffen?

We gingen door een fase toen we “Hydra” (1979) en “Turn Back” (1981) deden, waar we muziek probeerden te maken voor liveshows, zodat het past bij een podiumervaring, voor verlichting en zo. Omdat er groepen waren zoals Jethro Tull en Queen en groepen die echt dynamische muziek maakten en niet alleen singles, hitsingles, popsingles. Hoewel Queen zo ongelofelijk veel singles had, ze waren echt een fenomeen, werden we een beetje beïnvloed door dat soort bands. Bands als Yes, Queen, ELP en dus begonnen we muzikaal onze vleugels uit te slaan en progressiever te worden. Een beetje meer alternatief, in die tijd. Maar de platenmaatschappij liet ons ineens weten dat ze na drie albums weer een dubbel platina album wilden, zoals het eerste album was. Dus ik ging zitten en ik zei: Luister, dit volgende album moet het zijn, als we dit volgende album geen hit hebben, zullen we in de problemen komen met onze toekomst als band. Het eerste nummer dat ik schreef, dat ik probeerde in elkaar te zetten, was Rosanna. Omdat ik probeerde om alles wat ik weet over hitsingles in één nummer te stoppen en dat was dat ene nummer.

En daar begon het allemaal, in termen van het succes, nietwaar? Trouwens, ik hou echt van “Hydra”, het is een van mijn favoriete albums. Het is een van de meest progressieve rockalbums waar jullie op speelden. Ik zou niet direct zeggen dat ik ontevreden was met “Turn Back”, maar “Hydra” deed het voor mij. Was alweer ergens in ’79, David, alweer een tijdje geleden, maar nog steeds een prima album.

Ik ben blij dat je dat zegt, dat vinden wij ook leuk. Velen van ons vinden dat ook. Ik vond Hydra een erg goed album. Wat Toto niet graag doet, is het herhalen, klonen van albums, zoals proberen om “Toto I” opnieuw te maken. Snap je wat ik bedoel? Ik wilde daar afscheid van nemen en laten zien hoe we onszelf kunnen verbeteren en, zoals ik al zei, we hebben het ook live getest. We moesten veel dramatischer zijn en veel meer inhoud, interessante inhoud in onze nummers stoppen en niet alleen singles schrijven en dat is waar “Hydra” om draait.

Oké, we noemden al de beroemde kaartenbak van David Paich. De mensen met wie je werkt(e) is een soort ‘Who’s Who’ in de populaire muziek. Als ik je zou vragen, en deze vraag moet al meerdere keren zijn gesteld, over de meest memorabele ervaring op het gebied van artiesten, wie zou er dan bovenaan die lijst staan en waarom?

Ik zou deze vraag niet kunnen beantwoorden zonder Paul McCartney en Michael Jackson te noemen, dat is ongeveer zo top als je kunt krijgen, dat is van een andere orde. Paul McCartney is waarschijnlijk de grootste songwriter die ooit heeft geleefd. Als je alle hits telt en alle albums die hij heeft gemaakt. En opnieuw Michael Jackson, een van de allergrootste talenten die ik ooit ben tegengekomen. Zet daarbij dan Quincy Jones en George Martin in de kamer, mijn twee favoriete producers. Het wordt echt heel gemakkelijk, veel gemakkelijker omdat je iedereen hebt die bij het muzikale gesprek zou moeten worden betrokken. Ze zijn allemaal met elkaar verbonden, ze zijn het weefsel van de muziek.

Kneep je jezelf in je arm terwijl je met die mannen werkte?

Ik was eigenlijk bezig met de arrangementen, maar ik moest mezelf knijpen en dat was het ook. Ik raakte in een soort hersenmist: mijn God, Paul McCartney, vooral Paul McCartney. En Linda was daar de hele tijd om foto’s te maken, om George Martin te zien die ik ken, ik had eerder met George Martin gewerkt, maar nooit met McCartney. McCartney was zo aardig en cool, het was leuk. Ongelooflijke ervaring, een die ik nooit zal vergeten.

Ja, misschien zullen ze op een dag zeggen als ik ze vraag: wat is je beste ervaring? Ze zouden kunnen zeggen: ‘Nou, dat was de tijd dat David Paich ons produceerde’.

Het zou me verbazen als ze dat zouden zeggen. En trouwens, ik heb hen nooit geproduceerd. Ik heb ze alleen gearrangeerd.

Oh, heb je het net gearrangeerd? Je bent te bescheiden, David.

Ja, George Martin en Quincy Jones waren de producenten.

Oh ja, je hebt natuurlijk gelijk. Ander onderwerp: Steve Lukather schreef een behoorlijk onderhoudende biografie met een beetje hulp van een professionele auteur. Is dat iets wat je zelf zou nastreven?

Niet echt, mijn leven is niet zo’n open boek. Ik deel graag verhalen met mensen zoals jij, kleine anekdotes hier en daar. Maar met betrekking tot mijn levensverhaal, ik denk dat niemand echt geïnteresseerd is, maar het zou wel wat voor mij en mijn familie zijn, we zouden er allemaal dol op zijn, dat soort dingen. Maar ik heb niet echt de ambitie om met een autobiografie te komen.

Er komt geen boek over David Paich: ‘De dag dat ik met Michael en Paul werkte’ ?

Ik denk het niet. Misschien een heel dun boekje over mijn betere en beste ervaringen.

Nou, we zeiden het al eerder: ‘less is more’ tegenwoordig.

Minder is meer, absoluut.

Oké, een serieuzer onderwerp. We hebben al een groot aantal vrienden, muzikale vrienden van je en familie besproken die vandaag niet hebben gehaald, wij trouwens wel. De Porcaro’s bijvoorbeeld, maar ook Michael Sherwood, die we net noemden, dat moet een behoorlijke impact op je hebben gehad. Ook je eigen gezondheidsproblemen.

Dat is ook zo, want ineens beseften we dat we niet onoverwinnelijk waren en niet onsterfelijk. Als je ineens 55 en 60 bent, denk je: ik kan niet meer zo terugveren zoals vroeger, en dat snelle leven in rock en rock-‘n-roll eist gewoon zijn tol van mensen. Ik bedoel, we hebben zoveel geweldige mensen verloren, mensen zoals Ed Van Halen, de beste vriend van Steve Lukather. Mensen zoals Miguel Ferrer (Amerikaanse acteur, overleden 2017), vrienden van ons. Nog steeds verliezen we vrienden: Tom Petty, Glenn Frey, allemaal mensen met wie we eerder hebben gewerkt.

Het kan zijn dat we een stapje terug moeten doen en iedereen zichzelf in de spiegel moet aankijken en zichzelf onderzoeken en zeggen: we moeten voor onze gezondheid zorgen, zonder onze gezondheid zijn we niets. We kunnen niet doorgaan als we niet gezond zijn, dus iedereen heeft een beetje zelfonderzoek gedaan en iedereen is daar uit gekomen. We hebben nu veel meer inzicht in ons doen en laten dan toen we jonger waren.

Wijsheid komt met de jaren.

Ik zeg je, als we toen wisten wat we nu weten.

Wijze woorden, David, dit is waarschijnlijk een passend einde van ons interview. Het enige wat ik nu nog zou kunnen vragen is iets triviaals, wat ik niet wil. Ik denk dat ik nu het grootste deel van mijn tijd heb opgebruikt. Ik wil je heel erg bedanken voor het beantwoorden van mijn vragen. Het was een eer en een genoegen.

Oh, de eer was geheel aan mij, graag gedaan. En je bent een van de beste interviewers die ik heb gehad, dus ik hoop dat je het nog een keer mag doen. En ik wil al onze vrienden, fans en familie in Nederland bedanken. We zijn zo dankbaar voor je steun al die jaren, we zouden niets zijn zonder onze fans uit Nederland, dus heel erg bedankt. God zegene jullie.

Heel erg bedankt. Ik zal je wensen overbrengen, blijf alsjeblieft gezond en hou je haaks.

Dat zal ik, absoluut.

Tot ziens, nogmaals bedankt.

Even voorstellen: Orkan

Hoewel prog een behoorlijk niche genre blijft, kunnen zelfs wij als Progwereld.org de markt nauwelijks meer bijbenen. Gelukkig weet het toeval ons soms te verrassen en dient een nieuwe band zich bijna als vanzelf aan. Datzelfde toeval deed mij Orkan ontdekken, een jonge Zweedse prog-formatie wiens geluid diep gegrond ligt in de hardere rock van de jaren ‘60 en ‘70. Zoals u verderop in dit interview kan lezen, kunnen de dames en heer wel wat Nederlandse achterban gebruiken en het is ze van harte gegund. Vandaar dat we via een vragenlijst over de mail besloten eens kennis te maken met deze Zweedse rockers…

Bedankt dat jullie mee willen werken aan dit interview! Per toeval ontdekte ik onlangs jullie eerste album en het verbaasde me dat wij hier nog niets over hebben geschreven. Nu ook jullie tweede album recentelijk het licht heeft gezien leek het mij een goed moment om jullie aan ons publiek te introduceren, dus laten we maar gelijk van wal steken: kunnen jullie ons vertellen wie jullie zijn?

Orkan is een vijfkoppige rockband, opgericht in 2012, alleen noemden we ons toen nog geen Orkan. Het concept en het genre zijn in de loop der jaren ook veranderd. Op onze gitarist na komt iedereen uit verschillende delen van dezelfde stad, Borås, een uur rijden vanaf Gothenburg waar we nu zitten. Freddan (Frederik) is opgegroeid in Orust, een eiland ten westen van Gothenburg. De naam en het concept Orkan stammen uit 2014 en precies daar begon het echte avontuur voor ons.

En welke rol speelt muziek in jullie leven?

Muziek speelt voor ons allemaal een enorme rol in ons leven. Sommigen van ons komen uit een muzikaal gezin en sommigen hebben de muziek zelf ontdekt in hun jeugd. We denken wel dat we pas echt realiseerden hoeveel muziek voor ons betekent toen we voor het eerst samen begonnen te spelen. We kunnen niet meer zonder.

We spelen veel samen. Oefenen is belangrijk en we zien elkaar twee keer in de week om te repeteren. Ook spelen we veel live, dus ja… muziek speelt een belangrijke rol in ons leven. Evenals sport een mens kan bepalen, bepaalt muziek ons op verschillende manieren.

Uit wie bestaat Orkan?

De band bestaat uit:

Frederik Pettersson, die overdag als leraar werkt en in de avonden gitaar speelt. Hij is de stille kracht in de band, maar als hij eens iets zegt dan is dat altijd hilarisch en verliezen we het helemaal. Hij houdt van eten en haat auto’s met te weinig beenruimte.

Kim Bertilsson, die haar brood verdiend als tweede camera-assistent en cameravrouw en ’s avonds saxofoon speelt. Kim gedraagt zich als de stoere en de volwassene van de groep, maar heeft de meest aandoenlijke en aanstekelijke lach van iedereen en huilt om Disney films. Ze houdt van Marvel en ze haat katten.

Theresia Dufva, die heeft een baan als procesmanager en in de avonden speelt zij basgitaar. Zij is onze metronoom en de perfectionist binnen de band. Volgens haarzelf is zij ook de grappigste van de groep. Theresia houdt van het Eurovisie Songfestival en haat spelfouten.

Moa-Linn Rosenlöf, die momenteel studeert om sociaal werker te worden en ’s avonds zingt en drumt. Moa-Linn is het moedertje van de band. Zonder haar zouden we niet weten waar we moeten zijn, wanneer we daar moeten zijn en hoe we daar moeten komen. Ze houdt van Excel en haat het om te rijden.

En als laatste, Josefine Green. Josefine werkt overdag als chef en boekt bands, maar ’s avonds is ze zangeres en speelt ze gitaar. Zij is de persoon in de band die altijd wel in is voor plezier, en is daarom ook vaak de laatste die haar bed weer ziet. Daarnaast is Josefine de beste chauffeur van de groep, maar heeft totaal geen richtingsgevoel. Ze houdt van honden en haat het om op eten te wachten.

Hoe hebben jullie elkaar leren kennen en waarom besloten jullie om samen een band te vormen?

Op Freddan na hebben we elkaar allemaal leren kennen op de middelbare school. We studeerden daar alle vier muziek en werden al snel beste vrienden. Na school gingen we bijna elke dag naar een café voor een ‘fika’ (een Zweeds woord dat zoveel betekent als samen komen en koffie of thee drinken, soms met een koekje erbij).

Op een dag toen we daar zaten en allemaal dezelfde kop koffie deelden – één kop per persoon was te duur – realiseerden we dat we allemaal een ander instrument speelden. We zouden een band kunnen vormen! Dus we zochten een repetitieruimte (wat toen veel makkelijker was) en we begonnen met het spelen van wat covers.

Het duurde niet lang voor we onze eigen nummers begonnen te schrijven en toen drong door dat wij voorbestemd waren om samen in een band te spelen. Later, toen we ons geluid eenmaal gevonden hadden, veranderden we onze naam naar Orkan en besloten dat dit het was. We wilden gewoon meer gaan spelen, op meer podia in meer steden. We besloten dat Borås niet meer bij ons paste en we verhuisden naar Gothenburg. In Ghotenburg ontmoetten we Freddan en zo viel het laatste stukje op zijn plek.

Wat zijn de grootste invloeden op jullie geluid?

Dat vinden we altijd moeilijk te zeggen. We luisteren allemaal naar andere muziek, je kan haast geen band noemen die we gemeen hebben. Op Dundertåget (Thunder Express) na! Moa-Lin, Josefine en Freddan – die de nummers schrijven – hebben waarschijnlijk wel de smaak die het meest met elkaar te vergelijken valt.

Toch lijkt het er wel op als we beginnen te spelen dat onze muziek toch iets is dat we allemaal kunnen waarderen. Misschien zijn juist de verschillende smaken wel dat ons geluid maakt tot wat het is. Misschien willen we wel niet weten wat onze invloeden zijn, om zo te riskeren de magie te verjagen.

Op jullie facebook pagina vertellen jullie “door de jaren ‘70 geïnspireerde Zweedse progrock” te maken “over de wraak van moeder natuur”. Dit impliceert hevig dat jullie niet alleen muziek willen maken, maar ook een boodschap hebben voor de wereld. Laten we daar voor de volgende vragen eens wat dieper op ingaan.

Waar staat Orkan eigenlijk voor?

Orkan is Zweeds voor orkaan, we denken dat die naam aardig weet te vatten wie wij als band zijn.

Waar gaan jullie nummers over? Gaat het echt over de wraak van moeder aarde zoals jullie op facebook aangeven of zit er nog meer achter?

Niet al onze nummers gaan over de wraak van moeder aarde. Veel van onze vroegere nummers wel, sommige nieuwere ook nog steeds. Het is een onderwerp waar wij altijd gepassioneerd over zullen blijven. Over het algemeen gaan onze nummers over de staat van onze maatschappij. De zaken die ons naar aan het hart gaan, waar we boos of verdrietig over zijn. Er is veel onrecht in de wereld waar we het over moeten hebben; mensenrechten, dierenrechten, feminisme en klimaatverandering zijn een paar politieke onderwerpen waar we over zingen en die ons raken.

Wat is belangrijker volgens jullie, de muziek of de boodschap?

Beide zijn belangrijk voor ons. We stoppen veel energie in de teksten en soms gebruiken we de muzikale arrangementen om sommige woorden of zinnen meer kracht bij te zetten om ze net wat indringender te maken.

Wanneer we nummers schrijven, kost het arrangeren van de muziek het meeste tijd. Er gaat veel moeite in de repetities om het juiste gevoel in de nummers te krijgen. Het lijkt er op dat onze muziek ook buiten Zweden gewaardeerd wordt, ondanks dat we in het Zweeds zingen. Dat moet wel betekenen dat de muziek indruk maakt en daar zijn we blij om.

Is ieder bandlid even betrokken bij de onderwerpen waarover jullie schrijven?

Over het algemeen wel, maar hoewel de teksten steeds persoonlijker worden en over meer en meer onderwerpen gaan, begrijpen we dat iedereen in verschillende mate gepassioneerd is en over verschillende onderwerpen. Hopelijk maakt dat het ook makkelijker voor anderen om zich te herkennen in de teksten.

We hebben nog geen conflict gehad waarbij onze meningen over een onderwerp of tekst recht tegenover elkaar stonden. Het lijkt ons ook onwaarschijnlijk dat zoiets ooit gaat gebeuren, maar mocht het gebeuren dan beslissen we democratisch wat er gedaan gaat worden, zoals we altijd doen, of misschien via ‘steen, papier, schaar’ als we het wat spannender willen maken.

Waarom de hang naar de jaren ‘70? Komt het door de muziek? Komt het door het activisme?

Een beetje van beide. Qua muziek is het vooral een kwestie van smaak, wij zelf houden er van. Als het aankomt op het activisme inspireren de jaren ‘70 ons omdat toen in Zweden het activisme door muziek een grote impact heeft gemaakt die we nog steeds voelen. Dat is ook overduidelijk onze favoriete vorm van activisme.

Denken jullie dat de wereld in de jaren ‘70 een betere plek was?

Ja en nee. In Zweden lijkt het in elk geval of er vroeger meer saamhorigheidsgevoel heerste, die in onze huidige maatschappij verloren lijkt te zijn geraakt. Toch is ook een hoop dingen beter nu dan toen, zo hebben gemarginaliseerde groepen tegenwoordig meer rechten en worden de problemen met het klimaat erkent.

Jullie hebben net een nieuw album uitgebracht, “Livsgaranti”. Gefeliciteerd! Laten we het voor de volgende vragen eens over dat album hebben…

Hoe vergelijkt het nieuwe album zich met jullie vorige?

Beide albums zijn erg hetzelfde en tegelijk ook erg anders. Beide hebben ze een politieke lading, maar het eerste album is wat bozer en wat vager. Sinds dat album zijn we ook een stuk zekerder geworden in het schrijven van teksten en het combineren van politieke onderwerpen met persoonlijke ervaringen. In dit nieuwe album is ook wat kritischer gekeken naar welke nummers het album zullen halen en welke niet. Op het eerste album hebben we min of meer alles wat we op hebben genomen op de plaat gezet, waar bij het nieuwe album alles wat zorgvuldiger is gekozen.

Welke boodschap willen jullie meegeven met dit nieuwe album?

We willen dat dit nieuwe album, “Livsgaranti” (dat grofweg vertaald naar de garantie op het leven), een geheugensteuntje is dat iedereen een waardig leven verdiend zonder constante worstelingen tegen de patriarchale structuur van de maatschappij en dat ieder leven veilig kan worden geleefd zonder angst voor de roekeloosheid van de mensheid.

Kunnen jullie iets vertellen over hoe het album tot stand is gekomen?

We hebben het album opgenomen in de legendarische Zweedse Nacksving studio. Het is een legendarische studio, omdat het al eeuwen bestaat en omdat alle grootheden binnen de Zweedse politieke muziekbeweging uit de jaren ‘70 daar muziek hebben opgenomen. We besloten het album volledig analoog op te laten nemen, dat was echt gaaf.

We wilden proberen het volledig zonder computers aan te vliegen (behalve tijdens het masteren van de digitale versie, natuurlijk). Zoiets maakt het proces wel wat anders dan wat tegenwoordig normaal is, want het moet in één keer goed zijn, tenzij je elke kleine fout er letterlijk uit wil knippen met een schaar. Juist omdat je foutjes of achtergrondgeluiden er zo moeilijk uit kunt poetsen, klinkt het album ook een stuk levendiger.

Ook hebben we het mixen zelf gedaan (met wat hulp van de technici in de studio natuurlijk), door het volume en de effecten toe te voegen aan de mixtafel. Het was al met al een erg vermakelijke ervaring om dit album op te nemen.

Er zit grofweg vijf jaar tussen het uitbrengen van “Orkan” en “Livsgaranti”, vanwaar die lange pauze?

Er zijn enkele factoren die hier aan bij hebben gedragen. De voornaamste reden is dat we vooral een live-band zijn, we houden er van om live te spelen. We spelen nu al jaren samen en we zijn gewend geraakt aan het organische proces waarbij we bijeenkomen om te oefenen en gewoon ons creatieve instinct kunnen volgen. Het opnemen van een album behoeft veel planning en er is minder ruimte voor spontane creativiteit.

Daarnaast hadden we ook te maken met de pandemie, evenals veel andere bands. De oorspronkelijke release datum voor dit album was eigenlijk ook al twee jaar geleden…

Zal het weer vijf jaar duren voor jullie met een nieuw album komen?

Zeker niet! We hebben de studio inmiddels al weer geboekt, de pandemie heeft ons genoeg tijd gegeven om nieuwe muziek te schrijven.

Zijn er ook plannen om met deze muziek op tournee te gaan?

Natuurlijk! We staan te springen om weer op tour te mogen. Voor dit jaar hebben we wat concerten gepland in Scandinavië, maar volgende zomer willen we ook door Europa toeren, waarbij we ook zeker weten in Nederland zullen spelen.

Maar om heel eerlijk te zijn spelen we de meeste nummers nu al een paar jaar live. Sommige werden zelfs al gespeeld op de release party van ons eerste album (en voor de release party van het nieuwe album hebben we ook weer wat nieuwe nummers die we voor het eerst laten horen)… We blijven natuurlijk ook de oude nummers spelen (of, hoe je het dus bekijkt, de nieuwe nummers), maar we zijn net zo enthousiast om nieuw werk te spelen!

Jullie hebben al eens eerder in Nederland gespeeld, toch? Hoe vonden jullie het hier in ons land? Hebben jullie hier eigenlijk al wat volgers?

Nou… Dat optreden was zonder twijfel het minst drukke optreden van die tour. We speelden eigenlijk alleen voor de geluidsman en twee willekeurige gasten die er vooral waren voor het bier, haha! Later kwamen we erachter dat er wat problemen waren in de communicatie en dat niemand wist dat we daar speelden. We weten daarom dus ook niet of we hier fans hebben, maar we hopen natuurlijk van wel!

Hoe dan ook was het tripje naar Nederland het zonder twijfel waard, het is een prachtig land en we kijken er naar uit om er weer naartoe te mogen, ongeacht de grootte van het publiek!

En als laatste: willen jullie nog iets kwijt aan onze lezers?

Hoi lezers van Progwereld.org! Bedankt dat jullie de tijd nemen om dit interview te lezen. We zouden het een eer vinden als jullie naar ons nieuwe album willen luisteren, “Livsgaranti” en we hopen jullie te zien tijdens onze toekomstige optredens in Nederland! Veel liefs namens Orkan!

Kristoffer Gildenlöw laat zich drijven door gevoel

Afgelopen zomer bracht Kristoffer Gildenlöw het lovend ontvangen solowerk “Let Me Be A Ghost” uit. Kort voor de release sprak Rik van den Heuvel met de goedlachse bassist. Helaas loopt het leven soms zoals het loopt en daarom is een uitwerking van het fijne gesprek er nooit van gekomen. Onlangs toerde Kristoffer langs enkele kleine zaaltjes in Nederland om het album te promoten nu het weer kan. Rik greep deze kans aan om het interview toch te kunnen plaatsen. Beter laat dan nooit!

Toen ik Kristoffer sprak op een warme zomermiddag in september in 2021 leek alles langzaamaan weer te kunnen. Concerten konden al dan niet met een waslijst aan maatregelen doorgang vinden en als voorprogramma van Kingfisher Sky had Kristoffer ook weer wat optredens achter de rug. Hoewel de sympathieke bassist met Zweedse roots naar eigen zeggen ‘gelukkig’ niet geheel afhankelijk is van zijn muziek (hij is immers werkzaam als ambtenaar voor de gemeente Utrecht, niet echt rock & roll maar wel ‘fighting the system from within’, zoals hij zelf mooi grapte), vond hij het toch fijn weer op het podium te staan.

Een hoofdstuk zonder einde
“Vorig jaar had je de eerste golf en tegen de zomer ging alles weer een beetje open. Toen heb ik ook drie of vier shows kunnen doen, wel met zittend publiek en voorzorgmaatregelen. Ik had toen net een nieuwe plaat uit en die heb ik dus nauwelijks echt kunnen promoten. Maar toen dit eenmaal weer kon dacht ik “Oké, dan maar zo. Weer met zittend publiek” en in principe werkt dat wel goed met mijn muziek. Zeker als ik alleen speel. Mensen luisteren dan ook meer aandachtig en praten er niet steeds doorheen en dat past goed bij mijn muziek. Je kan het gevoel beter overbrengen, het is wat knusser en intiemer. Dus mij beviel het wel op die manier. Ik snap dat de zalen niet rond kunnen komen van vijftig man, maar ja… Het is soms wat geven en nemen”.

Om even in te haken op het vorige album waar Kristoffer naar refereerde, “Homebound”, vraag ik Kristoffer of dat als een niet afgesloten hoofdstuk voelt, gezien hij aangaf het niet te hebben kunnen promoten. “Zeker. We hadden best wel wat optredens staan, zoals de platenbeurs in Utrecht waar ik op het podium mocht spelen. Daar kom je vaak ook allemaal mensen tegen die anders misschien wel niet je plaat zouden kopen. De muziek leent zich ook wel voor dat soort evenementen. Maar dat ging dus ook niet door.

Ik had ook wat instore optredens staan, dus dan ga je langs platenwinkels om daar te spelen. En er stonden ook wat grotere optredens met een hele band. Dat ging ook allemaal niet door. Ik heb uiteindelijk wel drie of vier kleine optredens kunnen doen, heel gezellig en heel leuk, maar… Ik heb niet het idee dat ik dat album heb kunnen promoten.

Maar ik ga niet klagen, want er zijn ook mensen die helemaal niks hebben kunnen doen. Ik heb als voordeel dat ik alleen ben, dus ik kan het minimaliseren met mijn akoestische gitaar. Heet je bijvoorbeeld Iron Maiden, dan kan je dat niet. Ik kan als het nodig is voor een paar honderd euro komen spelen, maar een grote band kan dat niet met alle personeel en reiskosten. De zalen konden dat natuurlijk ook niet betalen met een paar tiental man erin, die draaien dan hartstikke verlies. Dus ik mag niet klagen, in die zin.”

In de koelkast
Wat ik bijzonder vond, is dat er zo snel na “Homebound” al een nieuw album kwam in de vorm van “Let Me Be A Ghost”. Zeker als het vorige hoofdstuk niet echt goed afgesloten heeft kunnen worden. Wanneer ik Kristoffer vraag naar zijn beweegredenen geeft hij lachend aan dat de conceptualisatie van het album al een stukje verder teruggaat.

“Ik had de eerste twee platen uit en ging dus aan de slag met een derde. Die had ik ook al aangekondigd, die heet “Empty”. Dat album komt eraan en wordt wat harder. Ik had daar alleen te veel muziek voor gemaakt. En er was duidelijk een verschil in de soorten nummers die ik daarvoor had geschreven. Sommige waren wat cynischer en donkerder, ook qua thema. De andere waren meer akoestisch en content. Het paste niet goed bij elkaar. Dus ik heb “Empty” even in de koelkast gezet en “Homebound” uitgebracht. Dat ging sneller. Bij dat album kwam de inspiratie wat vlotter. Ik werk altijd heel erg vanuit de muziek en de inspiratie en dan kan ik makkelijker zeggen “Oké, dit gaat nu en dit gaat sneller”. En zo is “Homebound” ontstaan.

Maar ik was dus met twee platen bezig en wilde daarom dus ook slimmer en efficiënter gaan werken. Ik heb alles wat ik zelf niet heb opgenomen, dus toetsen en drums en zo, tegelijk opgenomen. Ik heb dus eigenlijk twee albums gelijktijdig opgenomen. Daarna werkte ik “Homebound” verder uit, voor de andere plaat moeten nog wat zang en gitaarsolo’s worden opgenomen. Maar hij is bijna af. Mijn idee was dus om “Homebound” uit te brengen en een jaar later de andere plaat. Maar toen kwam corona en alles werd verschoven. Er waren problemen met distributie, er kwam een tweede golf en een derde golf, dus we hadden zoiets van, laat maar zitten, we brengen hem wel in 2021 uit.

Maar we wilden het andere album ook niet uitbrengen in februari of maart, want dan komt elke band met een nieuw album. Dan verdwijnt het album tussen alles wat uitkomt. Maar ik kan ook heel slecht stilzitten, dus ik besprak met mijn distributeur of we “Empty” anders volgend najaar uit kunnen brengen en of we tussendoor een ep kunnen doen. Ik had al vier nummers, dus dat was prima. Het werden zes nummers. Het was ook al opgenomen, gemixt en gemasterd. Hij was helemaal klaar om in het voorjaar uitgebracht te kunnen worden. Toen kwam de derde golf en werd de release van de ep verschoven naar juni.

Toen kregen we van Inside Out, het label waar Kayak bij zit, te horen dat de Kayak plaat op 7 mei uit zou komen. Ja, dan moet je geen soloplaat uit willen brengen, want dan zit je qua promotie in elkaars vaarwater. Toen hebben wij de ep uitgesteld tot september. Maar ik kan nog steeds niet stilzitten, dus we kunnen een ep uitbrengen… Maar de productiekosten daarvan en een album zijn bijna hetzelfde. Het is nog steeds een complete cd die je moet betalen. Alleen kan je voor een ep  maar zeven euro ofzo vragen en het is de vraag of mensen een deze mini-cd kopen.

Ik zit niet stil, dus weet je wat? Ik voeg er nog zeven nummers aan toe en we maakten er een compleet album van. Dat was niet de bedoeling, maar het kwam er vlot uit, haha. Zo is het een compleet album geworden. En “Empty” ligt nog steeds in de koelkast, maar hij komt eraan! Dit jaar ergens. Dan heb ik gewoon drie albums in drie jaar uitgebracht, dat is aan de ene kant bijzonder… Aan de andere kant deed KISS dat vroeger ook oude in de goede tijden, haha”

Symfonische singer-songwriter
Naast dat Kristoffer drie soloalbums in drie jaar tijd heeft kunnen maken, heeft hij in 2021 naar eigen zeggen meegewerkt aan vier of vijf verschillende releases, waaronder Kayak’s “Out Of This World”. Het jaar 2021 was ook een jaar waarin diverse Kayakleden met een nieuw soloalbum kwamen. Ik vertel Kristoffer dat ik van Ton en hemzelf wel een beetje kan verwachten uit welk vaatje de heren tappen voor hun eigen albums. Maar gezien Bart Schwertmann’s Theater Of Grief ten tijde van het interview nog niet uit was, maakte dat mij als liefhebber nieuwsgierig. Hoe hij solo zou klinken was toen nog een mysterie, met een antwoord om naar uit te kijken.

Toch weet ik al snel de uitspraak dat ik weet wat ik van Kristoffer kan verwachten wat te nuanceren, gezien “Let Me Be A Ghost” toch net wat anders klinkt… meer broedend, donkerder en rauwer dan eerder werk. Ik benadruk ook de invloeden die ik terug hoor van Leonard Cohen of Bob Dylan, waar ik zijn muziek normaal ook zou vergelijken met een Pink Floyd of Anathema.

“Dat mag”, luidt een geanimeerd en licht verbaast antwoord. “Ik vind dat altijd lastig om te zeggen. Ik zit er zelf zo dicht op. Als er wordt gevraagd of ik een single uit wil brengen, weet ik niet welke nummers daar geschikt voor zijn. Ik hoorde het ook in andere interviews, dat deze plaat heel anders klinkt dan alle anderen. Oké… het zal wel? De nummers zijn misschien wel wat korter op elkaar geschreven, wie weet scheelt dat wel. Alles is in ongeveer een half jaar geschreven, terwijl op eerdere platen er soms wel een paar jaar tussen zat. Dat is de enige verklaring die ik heb.

Als mensen mij vragen wat mijn muziek is dan heb ik eigenlijk twee stromingen. Aan de ene kant is dat een beetje singer-songwriter, muziek die in de basis niet moeilijk is. Vaak niet meer dan vier akkoordjes die je bij wijze van spreken tokkelend bij een kampvuur kan spelen. Een beetje dat sixties en seventies geluid. Inderdaad Bob Dylan en Leonard Cohen, maar ook Simon And Garfunkel, daar ben ik mee opgegroeid. Aan de andere kant meer de symfonische rock kant, dus inderdaad ook Pink Floyd of Mike Oldfield, wat ik ook heel gaaf vind.

Ik maak er ook geen geheim van dat dit mijn invloeden zijn, dat is de kant waarop ik muziek wil maken. Maar ik zeg ook niet “ik maak mijn eigen muziek en ik klink zoals ik klink”. Op mijn vorige plaat heb ik ook een Leonard Cohen nummer gespeeld, mijn eerste opgenomen cover. Ik vind het leuk om met die verschillende muziekstijlen wat te doen.

Ik gebruik de simpele manier van singer-songwriters om een nummer op te bouwen. Vervolgens gebruik ik de symfonische rock kant om de nummers te arrangeren en om te kijken hoe ik het spannender kan krijgen.

Maar deze plaat is wel wat rauwer dan de eerdere platen, dat was wel een beetje de bedoeling. Ik ben ook benieuwd of de volgende plaat hieraan kan toppen. Anders kan ik beter stoppen, haha.”


Let Me Be A Ghost
Aangezien Kristoffer aangeeft dat het rauwere geluid van “Let Me Be A Ghost” een bewuste keuze was, vraag ik hem wat het idee hierachter was, waar het album over gaat en met name ook wat het album voor hem betekent.

“Ja… Dat vind ik ook altijd een lastige. Je kan het helemaal uitkoken en uitleggen, maar als ze vragen waar het over gaat: het gaat over depressie. Dan is het vaak snel klaar en klinkt het ook niet als een plaat die mensen willen kopen. Maar het gaat vooral over de menselijke kant daarvan. Iedereen heeft er op zijn eigen manier wel eens mee te maken. De meeste van ons kunnen het wel van zich afschudden als zijnde een dipje, anderen kunnen dat niet.

Ik heb ook veel onderzoek gedaan, maar hoewel een analyse of doktersrapport natuurlijk interessant is, is voor mij de menselijke kant het meest interessante. Hoe beleven mensen verschillende situaties? Hoe zit het met depressie? Hoe zit het met angst? Of het gevoel niet gezien of niet gehoord te worden? Het gevoel niet gewenst te zijn? Hoe kom je uit die put? Hoe zit je in die put? Wat voor gevoelens heb je dan?

Er zijn zoveel verschillende niveaus, en evenals op “The Rain” gebruik ik hier spook als een metafoor om door het onderwerp heen te bewegen. Het is geen conceptplaat, maar het zijn wel verschillende verhalen met een rode draad daar doorheen met thema’s als leven of dood, linksaf of rechtsaf, ga ik door of niet en hoe pak je jezelf weer op?

Ikzelf en veel andere artiesten en kunstenaars zitten vaak een beetje in de depressieve sfeer. De kunst is dan een uitweg voor jezelf. Aan de ene kant moet ik dit doen, ik moet her eruit krijgen. Aan de andere kant is het ook een blootstelling, een open deur voor kritiek. Je gooit jezelf open voor de hele wereld, “Dit ben ik”, en daar krijg je dan feedback op. Misschien feedback die je niet leuk vindt. Aan de ene kant wil je dat niet hebben, aan de andere kant gooi ik die plaat eruit en vraag ik er dus ook om.

Ik heb zelf wat ik een functionele depressie noem. Ik kan ‘s morgens uit bed komen, ik kan werken en ik kan functioneren, maar soms heb ik echt dips van “Waar the fuck ben ik mee bezig, ik verkoop alles en ga naar een eiland, ik ga hier weg”, we zijn hier tachtig jaar van ons leven, maar over honderd jaar weet niemand meer wie we zijn. Waarom doen we alles dan? Wat heeft alles voor toegevoegde waarde? Maar ik ken ook zat vrienden, kennissen en muziekcollega’s die het veel zwaarder hebben. Die kunnen niet uit bed komen, die vechten hier keihard mee. En ik ken ook mensen die dat hebben verloren, die wel van een brug zijn gesprongen of iets anders.

Zelf heb ik een dochter, die is nu zeventien. Als ik verhalen over haar klasgenoten hoor… Die zijn vaak vijftien, zestien of zeventien en die lijden aan een zware depressie. Die zitten al vanaf hun twaalfde bij psychologen, en die proberen zo om daaruit te komen. Dat raakt mij, daarom is deze plaat er ook op die manier eruit gekomen. Ik krijg impressies, het bouwt zich op in mij, ik krijg gevoelens… Het moet eruit. Ik ben dan net een spons die alle gevoelens gaat verzamelen, maar dat kan ik niet. Het moet er ook weer uit.

Met “Homebound” was dat ook zo, maar die was juist meer content. Dat was weer de andere kant: het leven is mooi, we gaan naar huis… Lekker joyriden. Ik stel me gewoon heel bloot aan wat binnenkomt aan emoties en gevoelens, en die moeten er ook weer uit.

Ik was ook zwaar onder de indruk van de laatste tijd, met corona. Mensen zitten thuis en dan merk je ook veel van de shit die mensen meemaken. Neem nou kindermishandeling. Die kinderen kunnen niet naar school en zitten nu de hele dag bij wijze van spreken bij hun dronken vader. Ik hoop het een beetje licht te kunnen houden, dus sorry dat ik hierover doorga. Maar ook de jeugd en ouderen lijden er onder.

Normaal kwam ik voor mijn werk de deur uit, ontmoette ik andere mensen. Dat was mijn moment om mijn gedachten ergens anders toe te zetten. Nu zit ik zeg maar alleen. Ik zit thuis. De muren komen op me af. Het was in die zin ook een logisch punt om al die gevoelens te bundelen tot het concept van dit album.”

Een hart onder de riem?
Concluderend kan worden gezegd dat “Let Me Be A Ghost” een vrij introspectief album is. Ik vraag Kristoffer of het album daarnaast ook een poging is om meer bewustwording te creëren over mentale gezondheid.

“Zeker! Hetzelfde ook met “The Rain” en Alzheimers. Niet alles wat ik doe heeft een goed doel, maar ik wil wel met deze plaat een bericht naar buiten sturen. Mensen die bijvoorbeeld niks met het onderwerp te maken hebben, die gelukkig in de meerderheid zijn, die hebben wel moeite om te begrijpen wat er gebeurt in het hoofd van iemand die depressief is. Je komt in een state of mind en je komt er niet uit. Je hebt een soort waanbeelden van de wereld, het is niet zoals je denkt dat het is.

Ik heb mensen meegemaakt die vanuit het niks een soort midlifecrisis terechtkwamen op hun 45e. Helemaal niks aan de hand, maar ’s nachts kan opeens die knop om gaan. Dat ze midden in de nacht opeens wakker worden van “Hee dit kan niet…” en een potje pilletjes er in werpen zonder dat iemand snapt waarom. Je gaat ineens naar een heel donkere plek.

Het is ook geen bewustwording in de zin dat de mensen die het niet weten nu wel weten dat dit gebeurt, maar meer voor diegenen die het nodig hebben om te horen. Je bent gezien. Je bent gehoord. We weten dat je er bent en je bent niet alleen. Ik hoop dat die mensen de plaat en mijn muziek gaan vinden en hulp gaan zoeken en kiezen voor het leven.”

Is het album in dat opzicht eerder een hart onder de riem? “Ja, maar zonder dat echt duidelijk te maken. Want dan wordt het snel een beetje cheesy. Je wil ook geen hulplijn worden. Ik beschrijf situaties en gevoelens, als mensen zich daarmee kunnen identificeren dan hoop ik wel dat het helpt.

Muziek is ontzettend geschikt als medium om mensen te raken. Het kan ook zonder de teksten te kennen gevoelens oproepen. Je hebt mensen die emotioneel kunnen raken van iets dat in een andere taal gezongen wordt. Je snapt niks van wat ze zeggen, maar je begrijpt het wel.

Maar nogmaals: het was niet de intentie van de plaat op zich. Ik schrijf omdat die gevoelens eruit moeten. Ik kan alleen maar hopen dat mensen die het nodig vinden dit album zullen vinden”.


De perfecte imperfectie
Om het gesprek weer naar een lichter onderwerp te brengen, begin ik over de positieve ontvangst van een andere plaat waar Kristoffer aan mee heeft gewerkt afgelopen jaar: Kayak’s “Out Of This World”. Kristoffer geeft aan evenals de rest van de band erg blij te zijn met de lovende recensies, en grapt daarbij dat ook zijn moeder in Zweden eindelijk naar zijn muziek luistert en inmiddels een echte Kayak-fan is die het laatste album elke dag beluistert, een schril contrast met zijn werk destijds in Pain Of Salvation.

Via Kayak komen we ook uit op gitarist en collega Marcel Singor, die op “Let Me Be A Ghost” een bijzondere solo heeft mogen spelen. Wanneer ik vraag hoe deze tot stand is gekomen geeft Kristoffer aan dat hij zocht naar een manier waarop hij het album op kon nemen met zo min mogelijk gastmuzikanten, ook met oog op de coronamaatregelen. Hij heeft dan ook zoveel mogelijk zelf gedaan. Ook de gitaarsolo’s, iets wat hij nog nooit eerder zelf heeft gedaan. Wel heeft hij voor elke solo een gevoel in gedachte dat hij over wil brengen. Vaak plugt hij zijn gitaar dan in en heeft hij in één take wel iets waar hij mee kan leven.

Eén van die solo’s kwam er qua gevoel prachtig uit volgens Kristoffer, alleen wat slordig met omgevingsgeluiden. Elke keer als hij de solo opnieuw wilde opnemen kreeg hij het gevoel er niet meer zo in als die eerste, onbruikbare opname. “Ik ben niet technisch genoeg om dat te reproduceren. Dus ik heb bij Marcel aangeklopt, of hij het wilde doen en dat dit en dat het gevoel was dat ik erin wilde horen. Het moet niet vals zijn, maar wel een beetje zeeziek. Kijk maar wat je kan doen. Marcel maakte er zo’n mooie solo van dat ik me nu wel afvraag hoe ik dat live ga reproduceren, maar ik ben er superblij mee!”.

Hoor ik daarin nou een soort perfectionisme terugkomen? “Ik ben perfectionistisch in de zin dat ik van de perfecte imperfectie hou. Het moet niet te strak en te geproduceerd zijn. Ik heb liever een paar valse noten erin zitten en dat het gevoel overkomt zoals ik het wil, niet dat Marcels solo vals is hoor!!

Ook met zang. Ik heb een paar koordingetjes die nogal slecht waren. Dus ik heb er waar ik niet beter kon wat autotune overheen gedaan. Dat soort kleine dingetjes doe ik dus wel, puur om het geheel wat te helpen. Ik noem mezelf ook geen zanger, ik doe wat ik kan om het een beetje binnen mijn bereik te houden. Maar in die zin zijn Leonard Cohen of Roger Waters ook geen zangers. Bob Dylan ook niet. Al mijn voorbeelden zijn ook niet echt zangers, maar wat zij wel kunnen en wat ik ook ambieer is het kunnen vertellen van een verhaal.

En het liefst zit ik gewoon met z’n allen in de studio. Nu kon dat niet en dan zit je vast aan een clicktrack… Dat vind ik wat minder. Ik vind het leuker als je de dynamiek op het moment zelf mee kan pakken, dat je soms even wat sneller speelt, soms weer wat langzamer en dat het niet altijd even perfect is. Soms heb ik hard moeten werken om dat zo te krijgen, die imperfectie. Dan neem je iets op en dan vind ik het te klinisch. Dan neem ik het opnieuw op en maak ik het gitaargeluid wat minder goed.”

We hebben het ook nog even over de trend binnen de huidige muziekindustrie dat alle popmuziek te gelikt klinkt, dat er zoveel toeters en bellen uit de kast worden gehaald om het perfecte geluid te krijgen. Kristoffer vergelijkt het fenomeen met Instagram, waarop gebruikers vaak een metaforisch masker dragen en zich anders voordoen dan ze zijn. Hij brengt het met een lach, maar er zit een snijdende scherpte aan zijn woorden. “Ja, dat is toch niet de waarheid? Ik hou van de waarheid. Ik denk dat authenticiteit nu meer belangrijk is dan ooit. Wat is er nou echt in de wereld?”.

Ik vertel hem dat ik het een mooie vergelijking vind, en beaam zijn woorden. “Ach, en anders maak je er maar wat anders van. Dan krijg je een gephotoshopt interview, haha. Hij zei dit niet maar…”, grapt Kristoffer er achteraan. We hebben het nog een beetje over de koetjes en kalfjes en daarmee ronden we ons diepe doch interessante gesprek af.

De diepzinnige wereld van Hipgnosis

Er zijn talloze groepen die aan het oog en oor van de liefhebbers en fijnproevers ontsnappen. Ondermeer de kracht en het bestaansrecht van deze website is zoeken naar deze groepen. En met succes! We bieden ze vervolgens een platform om aan die onbekendheid te ontsnappen. Het uit Polen afkomstige Hipgnosis is zo’n groep. In november 2021 leverden zij hun derde studio-album “Valley Of The Kings” af. Een album dat (pas) in februari 2022 de binnenkant van onze postbus zag. De twee eerdere albums hadden dat voorrecht niet. Toevallig, ook al trekken wij toeval altijd in twijfel, staat in de platenkast schrijver dezes het volledige oeuvre van Hipgnosis. Omdat “Valley Of The Kings” op ondergetekende zo’n indruk maakte zocht hij contact met drummer en toetsenist (ja, deze combi bestaat echt) Sławek “SeQ” Ziemisławski. En vroegen hem meer te vertellen over Hipgnosis.

We stuurden hem de vragen twee dagen voor het uitbreken van de oorlog in Oekraïne. De impact daarvan op de bandleden, maar ook hun inzet om Oekraïners te helpen, liggen als een schaduw over dit interview.

 

Hipgnosis. foto: Jacek Taran

De eerste jaren en albums van Hipgnosis

De band werd opgericht in Krakau in 2005. Alle leden maakten voorheen deel uit van veel andere bands, maar Hipgnosis is iets uitzonderlijks voor hen en het is een soort wedergeboorte voor iedereen binnen de band. Tijdens onze shows zijn we allemaal gefocust op spelen en het creëren van een speciale sfeer, dus op het podium is er niet veel onderlinge communicatie.

Ons debuut “Sky Is The Limit” namen we op tussen maart en september 2005. We wilden de volledige controle houden over onze muziek en alle financiële aspecten, dus daarom besloten we geen contract te tekenen met een label. Ons tweede album heet “Still Ummadelling”. Het is een live album dat op 1 oktober 2007 werd uitgebracht en is opgenomen tijdens een concert voor Radio Kraków. Het is een mengeling van diverse rock genres, maar bevat ook een cover van het Pink Floyd-nummer Careful With That Axe, Eugene.

Op 18 juli 2008 speelden we op de derde editie van Night Of The Prog op Loreley. Het is de enige keer dat we buiten Polen optraden. Daar werden we hartelijk verwelkomd door het publiek. We deelden het podium met grote artiesten als Tangerine Dream, Klaus Schulze & Lisa Gerrard, Roger Hodgson (Supertramp), Fish en Pain Of Salvation.

In 2011 brachten we ons derde album “Relusion” uit. Het is geïnspireerd op het boek “The God Delusion” van Richard Dawkins. Het album werd goed gewaardeerd in veel muzieklijsten in Polen. Vooral op Programm III van de Poolse openbare radio, waar het album de 5e plaats haalde. Daarna gingen we samenwerken met de beroemde kunstenaar Tomasz Sętowski, die bekend staat als een schilder van magisch-realistische stijl. Zijn schilderij “Twee Werelden” werd gebruikt als albumcover van “Relusion”.

Ons 10-jarig jubileum vierden we met de release van de 3cd/dvd-box “Life Plays No Encores”. Op de dvd staan twee volledige concerten: één uitgevoerd in Radio Kraków op 27 maart 2011 en de tweede, gespeeld tijdens “Night Of The Prog III”. Verder vind je er opnames van verschillende concerten en shows uit de eerste tien jaar.

Ons meest recente album “Valley Of The Kings” brachten we uit op 15 november 2021. Allemaal nieuwe nummers met in totaal 96 minuten muziek, verdeeld over twee cd’s. Het thema van het album is het menselijk leven vanaf de geboorte tot… nou ja, waar? Tot de dood, of langer …?

Inspiratie

Ik (Sławek “SeQ” Ziemisławski, HR) ben opgegroeid met de Berlijnse School en klassieke progrock uit de jaren 70: Tangerine Dream, Klaus Schulze, Pink Floyd, Yes, Genesis, King Crimson. Toegegeven, die namen liggen voor de hand, maar toendertijd was deze muziek in Polen zeer beperkt en moeilijk te krijgen, dus de enige optie was om inspiratie op te doen bij die grote namen. Hoe ik onze stijl moet omschrijven? Ja, was Tangerine Dream maar een rockband…

Anna Batko

Onze zangeres, Anna Batko, maakt ook deel uit van Albion. Het is haar eerste grote en belangrijke band uit de jaren negentig. Ze was volgens mij betrokken bij Albion tot 2018. In haar rol met bijdragen en ideeën voor Hipgnosis heb ik echt het volste vertrouwen. Ondanks dat we onze ideeën gezamenlijk uitwerken heeft ze de volledige vrijheid. En dat doet ze perfect. Volgens mij laat ze op “Valley Of The King” het beste zien wat ze tot nu toe gedaan heeft. Ik wil er niet eens aan denken wat er nog gaat komen!

Anna Batko. foto: Jacek Taran

Bijnamen

De reden dat wij allemaal een bijnaam hebben is dat we ons in het begin achter deze bijnaam wilden verschuilen. Naarmate de tijd verstreek raakte dit idee in de vergetelheid. Nu brengen we ze in verband met onze achternamen. De mijne, SEQ, komt van ‘sequencer’. Anna’s KUL is mannelijk voor het Poolse woord ‘kula’ wat ‘bal’ betekent. Ik heb echt geen idee waar ze het vandaan gehaald heeft. Radek Czapka kwam met THUG, omdat hij dat gewoon wilde. Piotrek Nodzeński had de bijnaam PITU al sinds het begin van onze vriendschap. Zijn zoon Przemek gebruikt PRZEMO omdat dit een verkleining is van zijn voornaam. Die bijnamen leven nu hun eigen weg en we hechten er niet veel belang meer aan.

Toetsen in plaats van gitaar

In plaats van gitaar maken we veel gebruik van keyboards. Dat is vrij ongebruikelijk. In onze eerste bezetting hadden we Filip GODDARD Wyrwa. Die speelde niet alleen gitaar, maar ook gitaarsynthesizer en dat was zeker te horen op ons eerste album. Toen hadden we ook Goolary, een geweldige metalgitarist. Samen vormden ze een uniek gitaarduo. Na enige tijd scheidden onze wegen. Filip speelt nog wel als gast op drie nummers van “Valley Of The Kings”. In onze huidige bezetting hebben we twee toetsenisten, die mede bepalend werden voor het geluid op “Relusion”. Thans bestaat de kern van de groep uit vier muzikanten en Anna Batko als zangeres. Met twee nieuwe muzikanten op gitaar en toetsen bereiden we ons voor op een aantal shows in april 2022. Dat zal zeker een fris geluid opleveren wanneer we in deze bezetting spelen. Helaas is het moeilijk om op dit moment aan muziek te denken, nu hier niet ver vandaan oorlog is. Veel Polen kennen Russen. Jarenlang werden we behandeld alsof we overgevoelig voor hen waren, maar nu begrijp je waarom. Maar zelfs in deze moeilijke tijden blijven we ondanks alle tegenslagen ons werk doen.

Sławek “SeQ” Ziemisławski. foto: Jacek Taran

Streaming

Je vindt Hipgnosis niet op Spotify of andere streaming platforms, behalve Bandcamp. Persoonlijk ben ik dol op cd’s. Het is de enige manier waarop ik muziek verzamel (een mening die ik volledig met hem deel, HR). Ik weet ook dat de wereld aan het veranderen is. Er zijn nieuwe technologieën en trends waar we niet tegen willen vechten. Mensen willen streamen omdat het gemakkelijk en praktisch is. Daar is niets mis mee. Wat wel mis is, is het systeem waarop je als artiest je geld krijgt. Het is niet winstgevend en je krijgt geen duidelijke statistieken over hoeveel je eraan zult verdienen. Daarom zeiden we “nee”. Zolang deze diensten zich financieel tegoed doen aan artiesten zullen we ze niet van onze muziek voorzien. En het lijkt erop dat andere artiesten er ook zo over denken, gezien het feit dat steeds meer zich terugtrekken van Spotify. De tijd zal het leren. We zijn wel aanwezig op Bandcamp omdat het zichtbare resultaten geeft. We stellen prijzen vast en verkopen zowel losse nummers als hele albums en we krijgen alle aankoopbevestigingen per e-mail. Je kunt het ook allemaal gratis beluisteren voordat je het koopt. Hier hebben we niet het gevoel dat we worden bedrogen. Het kost wel wat moeite om Hipgnosis te vinden, dat vinden we prima, want het maakt ons meer “elite”! (We hebben het je makkelijk gemaakt met de link naar de Bandcamp website, HR).

Laat ik nog één belangrijk ding onderstrepen: we koesteren geen wrok tegen iemand die streaming media gebruikt. Mensen betalen bedragen die hen wordt opgedragen en ze hebben het volste recht dat te doen. Ik begrijp dat volledig, maar Hipgnosis zal nooit in dit soort deals zitten tenzij ze de regels veranderen. Overigens heb ik persoonlijk zoveel cd’s in huis dat ik ze nooit allemaal zal kunnen beluisteren (een beeld wat ik ook herken, HR).

“Valley Of The Kings”

Het duurde zo lang dat we “Valley Of The Kings” uitbrachten omdat we geen platencontract hebben en alles zelf doen (de distributie loopt via Lynx Music, HR). We hebben die beslissing met volledig bewustzijn genomen. Het geeft ons tegelijk een grote flexibiliteit in ons werk. Als we iets uitbrengen moeten we het gevoel hebben dat het iets heel belangrijks is en dat willen we ook zeggen. We maken geen albums alleen omdat het moet. Ik weet niet eens of er een volgende komt. Misschien zal die er nooit komen of komen er nog genoeg. We zullen zien.

Ja, het is zeker een conceptalbum. Ik zal de nummers met je doornemen.
Macbeth gaat over Shakespeare-heksen. Je hoort er originele delen van het drama.
Love gaat over het korte moment van eerste liefde, puur en breekbaar. Het is tevens het kortste nummer op het album. Omdat het niet in woorden te beschrijven is, zingt Anna hier zonder tekst.
Hyde Park handelt over de eerste rebellie tegen de wereld en haar donkere en gruwelijke kanten. Het is gebaseerd op Barbara Borzymowska’s gedicht ‘Horse prayer during transport’, waarbij een paard naar een slachthuis wordt gebracht. Het is een symbool van het kwaad dat ons in verschillende vormen omringt.
Pulse Life dan. Het leven, de kosmos, de natuur hebben hun eigen ritme en mensen zijn erg klein in dit hele systeem, ondanks wat ze over zichzelf denken.
Heavy gaat over dat ieder van ons zijn eigen strijd moet voeren: voor een land, een huis, geld, gezondheid… Op dit moment heeft het een heel sterke betekenis voor mij, gezien de oorlog naast onze deur.
Depart Like A Tree: mannen, in tegenstelling tot een boom, gaan alleen weg (ik raad de teksten echt aan!).
Traveller. Reis door de ruimte? Weg naar de overkant? Dood? Onsterfelijkheid? Het hangt allemaal van onze eigen overtuigingen af.

In je recensie refereer je Love aan de muziek van Björk en Ultravox. Als je het op die manier vergelijkt is dat prima. Mijn vergelijking is een beetje anders. Maar dat is oké, laat iedereen de muziek horen zoals ze die willen horen. Pulse Life is het enige nummer dat ik helemaal zelf heb gecomponeerd. Ik speel ook alle instrumenten zelf. Daarom ben ik er echt trots op. Vroeger hadden we verschillende versies van dit nummer en speelden we het als intro van een concert, maar nu is het een apart nummer geworden.

Piotr Nodzynski. fot0: Jacek Taran

Het epos Traveller en het artwork

Dit lange nummer van 44 minuten bestaat uit twee delen. Het was de bedoeling dat het hele nummer op de tweede cd zou komen, maar ik was een beetje bang dat het een negatieve invloed zou hebben op de hele betekenis van het album en dat deze “reis naar de andere kant” belangrijker zou worden dan het leven zelf . Ik vind het goed zoals het nu is. Dus deel een op de eerste cd en de rest op de tweede cd. Zie het als vertrekken aan het einde van de eerste cd en niet weten wat er op de volgende zal komen.

Ik heb lang aan dit nummer gewerkt. Ambient is een stijl die je hele inspanning kan ruïneren als je één verkeerd element gebruikt. Er zijn veel veranderingen, daarom heb ik zelf naast de drums alle toetsen voor rekening genomen. PiTu kwam met een basloop en Anna kwam spontaan met de zang die je aan het einde hoort. Maar een écht goede zet was de bijdrage op elektrische viool van Ewa Jabłońska (ze speelt in de Poolse groep Indukti). Ze speelde haar stuk één keer, het is perfectie. Wat ik het beste nummer van de cd vind? Voor mij persoonlijk is dat Heavy. Ik kijk naar de televisie en zie al die beelden uit Oekraïne. Dan krijg ik tranen in mijn ogen. Ik hoop dat ik dit ooit kan veranderen in een ander nummer.

Zoals ik eerder vertelde werken we al een tijdje samen met de kunstenaar Tomasz Sętowski. We hebben zelfs een keer live in zijn galerij gespeeld. Hij is een bekende wereldwijd geziene kunstenaar en van een hoger niveau dan wij. Dit maakt ons nog dankbaarder dat wij zijn kunst mogen gebruiken voor onze muziek. En hij doet het nog gratis ook.

Przemek Nodzenski. foto: Jacek Taran

De toekomst

Ik ben gestopt om over de toekomst na te denken. We zijn aan het repeteren met nieuwe bandleden en we hebben wat shows gepland. Dat is alles. In 2023 of het jaar daarna kunnen we misschien nog steeds spelen, een nieuw album opnemen, geweren in onze handen houden of zelfs weg zijn. Niemand die dat weet. Het zijn vreemde tijden. Als het te organiseren is spelen we graag buiten Polen en ook in Nederland. Tot nu toe speelden we maar één keer in het buitenland. We verkopen veel cd’s in Nederland, België, Duitsland en Groot-Brittannië, dus ik neem aan dat er mensen zijn die ons kennen.

Tegen de lezers van jullie website wil ik zeggen: in Polen is progressieve muziek een niche. Ondanks dat hier veel zeer goede bands zijn, is het voor mij moeilijk te begrijpen waarom dat zo is. Maar in Nederland kan je al jaren zien dat er signalen zijn dat deze muziek populair is. Hiervoor zijn we erg dankbaar en niet alleen namens onszelf.

Interview: Jan Willem Ketelaers en Mark Bogert (Knight Area)

Wat is het fijn dat we weer concerten kunnen gaan bezoeken. Alsof de jongens van Knight Area een voorgevoel hadden, brachten zij vlak voordat de zalen weer open mochten hun uitstekende nieuwe plaat “D-Day II: The Final Chapter” uit. Hoe lekker moet het zijn om het uitbrengen van zo’n nieuw album direct met wat optredens te gaan vieren met je fans. Voor het eerste optreden in deze reeks, vond ik zanger Jan Willem Ketelaers (JWK) en gitarist Mark Bogert (MB) bereid om zich even aan de tand te laten voelen. We spraken over de komende optredens en het nieuwe album.

Bedankt dat jullie even de tijd willen nemen voor dit interview en complimenten voor het nieuwe album.

JWK: Dank je wel. Fijn ook om te lezen dat jullie er aandacht aan hebben gegeven en hebben begrepen waar het album over ging.

In dat kader is het ook wel een erg actueel album geworden met de huidige situatie in de wereld.

MB: Dat was natuurlijk niet onze opzet. Toevallig hadden we het daar met elkaar nog over. Het soms bijna gênant hoe sommige mensen dat koppelen. We willen er natuurlijk alles behalve een slaatje uit slaan, dat is helemaal niet de opzet geweest. Maar helaas is het de realiteit.

Hoe is de ontvangst van het album tot nu toe?

JWK: Ik denk hartstikke goed. Daar hadden we het ook nog over. We hebben er natuurlijk voor gekozen om eerst een aantal singles uit te brengen. Door af en toe wat uit te brengen kun je steeds weer de aandacht vestigen op de plaat naar de release toe. Volgens mij heeft dat goed gewerkt. Het was een vrij lange aanloop naar de release toe, in oktober brachten we het eerste nummer uit en in de spaarzame shows die we toen konden doen, hebben we ervoor gekozen dat nummer ook te spelen om de aandacht erop te blijven vestigen. En dat heeft voor de nodige reuring voor het nieuwe album gezorgd. We hebben goede recensies gekregen, van Progwereld, maar ook van anderen.

Het nieuwe album is een vervolg op “D-Day” uit 2019. Was het al snel duidelijk dat er een vervolg moest komen?

MB: Het was eigenlijk helemaal niet de bedoeling om een heel nieuw album te maken. Dat is nu wel gebeurd en zo wordt het ook ontvangen. Maar zoals iedereen kwamen ook wij in de corona-periode terecht na D-Day. Dat album werd ook goed ontvangen en daar wilden we veel shows mee gaan doen. Maar als je twee jaar lang niets te doen hebt, wil je wel productief blijven. Dus dan zou het mooi zijn om een soort antwoord op die plaat te maken, maar dan niet als volledig album, maar als ep. Dan blijven we toch lekker bezig. Het resultaat kunnen we dan toevoegen aan het eerste album, waar we dan lekker me de hort op kunnen. Toen we er echter mee bezig kwamen we op een tijdsbestek uit waarbij de plaat net tussen een ep en een heel album zou zitten. De platenmaatschappij vroeg toen of we er niet een volledig album van konden maken. Dat hebben we toen gedaan door er een akoestische versie van Freedom For Everyone aan toe te voegen en een orkestrale compilatie van beide albums. De orkestrale arrangementen worden op de plaat een beetje ondergesneeuwd door de band, dus het leek ons mooi om deze eens los te trekken.

Foto: Frank Diemel

JWK: evenals bij veel bands, zat iedereen door de coronapandemie thuis. Om toch bezig te blijven zijn we hiermee begonnen. Sterker nog, het album was eigenlijk al een half tot driekwart jaar klaar. Het was dus wachten op een goed moment om het uit te brengen zodat we het konden gaan spelen. De timing nu is dus erg goed.

MB: Alles gaat open en wij hebben die plaat liggen, dus dat kon niet beter.

JWK: We hebben acht shows staan in een beperkt tijdsbestek, dus promotioneel is dat allemaal prima.

Hoe zijn jullie te werk gegaan? Op het vorige album schreven Mark en Gerben de nummers en Jan Willem de teksten. Zijn jullie nu ook weer zo te werk gegaan?

MB: Eigenlijk wel. We maken geen afspraken over wie welk nummer schrijft. Een nummer werkt of werkt niet. Uiteindelijk doen we het samen. Er is een idee en dat wordt in de band gegooid en uiteindelijk doet ieder zijn kunstje en dan merk je vanzelf of iets werkt of niet.

Op het vorige album stond de oorlog zelf centraal, terwijl het nieuwe album vooral over de naweeën gaat. Heb je zelf ervaringen hiermee, Jan Willem?

JWK: Pieter (drummer van de band; RU) vooral. Met name voor het laatste nummer heeft hij een heel verhaal geschreven over hoe het werkt als je uitgezonden bent. Als je moet vertrouwen op je collega’s en broederschap. Dat verhaal is gebruikt voor de tekst van het laatste nummer Crossroads. Voor de overige nummers vonden we de inspiratie bij een documentaire die op tv was: In de voetsporen van D-Day. Dat is een documentaire van Philip Freriks. Hij is in de serie met een aantal veteranen teruggegaan naar Normandië. Daar kwamen allerlei soorten mensen in beeld, militairen die daar gevochten hadden. Ook Duitsers. Als je de kans hebt moet je deze serie echt gaan zien. Deze mensen werden op een heel eervolle manier geïnterviewd. Dat was de trigger om sommige nummers te schrijven. We hebben ook contact gezocht met de programmamaker. We wilden dingen uit die documentaire gebruiken en mensen benaderen. De twee militairen in het cd-boekje zijn op tv geweest. De verhalen die zij vertelden zijn ook verwerkt in twee of drie nummers. En die verhalen zijn juist geïnspireerd om de situatie na de oorlog. Het is wel spijtig want de twee militairen uit het boekje, Erich Bissoir en Alan King zijn inmiddels allebei overleden. Ik had contact gezocht om de cd naar hen op te sturen en toen kregen we dat te horen. Daarom is het zo belangrijk dat deze verhalen verteld moeten blijven worden. Al die mensen die het hebben meegemaakt zijn inmiddels overleden of erg oud. Over een paar jaar is er niemand meer over.

Jan Willem, tijdens een kort gesprekje na de show vorig jaar in Ulft vertrouwde je me toe dat je best nerveus was geweest voordat het optreden begon. Hoe is dat nu?

JWK: Ik ben altijd nerveus. Dat is ook het punt als je een tijd niet speelt. De routine gaat er een beetje uit. Zeker omdat dit ook de eerste show sinds lange tijd is.

MB: We zijn natuurlijk individueel wel blijven spelen, maar met zijn we nog maar kort structureel aan het repeteren. Peter Vink is natuurlijk ook al op leeftijd, dus je bent met dat virus dan toch wel voorzichtig. Dat is wel een dingetje. Maar het is wel lekker om weer het podium op te gaan.

JWK: We hebben in 2019 hier in Luxor ook het nieuwe album gepresenteerd en ik heb er echt weer zin in. Er komen veel bekende mensen, dus het wordt een groot feest van herkenning. We hebben zes of zeven optredens in supermooie zalen.

Met name jij, Jan Willem, doet nog best wel veel andere dingen ernaast. Het begint nu allemaal weer, dus je agenda zal wel vol zitten.

MB: We hopen dat hij vanavond het juiste nummer inzet. Het is een soort van gimmick om te zeggen: “Dat was Toto, Jan Willem, geen Knight Area!”

JWK: Ik vond het ook wel spannend om bij zo’n hechte club binnen te komen. Ik had natuurlijk Mark Smit te vervangen die heel lang bij de band had gezeten en veel fans had. Hij schreef magistrale teksten. Met name die eerste shows waren dus erg spannend. Maar het is erg meegevallen, want de fans hebben met echt omarmd. Dat was gewoon een warm bad. De mensen hebben wel geaccepteerd dat met de komst van Mark, Peter en mij de richting van Knight Area enigszins veranderd is. Ik denk toch dat we erin geslaagd zijn die oude fans te behouden. Daar hebben we in elk geval wel ons best voor gedaan.

MB: Daar zijn we ook super dankbaar voor. Je ziet bij de optredens toch elke keer weer dezelfde gezichten. En daar moet je als band echt blij mee zijn.

JWK: Ik vind het ook wel onwerkelijk. Er zijn gewoon mensen bij die kaartjes hebben voor alle shows.

Mark, jij bent op dit moment ook nog bezig met Magoria. Hoe vordert dat?

MB: We zijn klaar. Althans er moet nog één vocalist opgenomen worden en dan is het album helemaal opgenomen. Maar we willen dit jaar eerst nog met “Jack The Ripper” de shows gaan doen (de eerste in juni in Purmerend, RU). We hebben één show kunnen doen en dat is met al die kostuums en zo gewoon jammer. De nieuwe plaat komt dit jaar nog niet uit. Ik wil daar nog wat dingen mee gaan doen, maar dat is voor een ander moment.

Kunnen we daarvan hetzelfde verwachten als we met “JTR” hebben gezien?

MB: Het is wel een rockopera, ja. Met een ander verhaal weliswaar, maar het zal wel weer dat macabere hebben. Maar in de shows willen we er veel meer uit gaan halen. We hebben nu de ervaring. Er zijn wat nieuwe vocalisten bij, maar de band is bij elkaar gebleven dus dat is goed.

Wat zijn de toekomstplannen met Knight Area?

JWK: We willen echt wel ruimschoots compenseren wat we met “D-Day” gemist hebben. Want in deze albums, deze verhalen én deze shows zit zo veel potentie. We hebben nog aanvragen voor optredens aan het einde van het jaar.

MB: We willen ons ook wel op het buitenland focussen. Er loopt een aanvraag voor een festival  en daar liggen mogelijkheden. In Duitsland is er ook een grote markt voor dit soort muziek. Er zijn nog geen plannen om heel snel aan een nieuw album te beginnen. Eerst lekker toeren.

Op dat moment stormt bassist Peter Vink de kleedkamer in met drummer Pieter van Hoorn in zijn kielzog. In zijn hand een elpee van de band en een zwarte viltstift. Er moet gesigneerd worden. Omdat de deur blijkbaar wat klemt worden er gekscherend wat verdachtmakingen richting Mark en Jan Willen geuit over het feit dat de deur niet direct open kon. Hilariteit over en weer. Het toont in elk geval dat de sfeer in de band prima is. Er wordt onderling wat overleg gepleegd over wat er nog gedaan moet worden. Een mooi moment om het interview af te sluiten en de zaal te gaan opzoeken.

Willen jullie verder nog iets kwijt?

JWK: We vonden het een leuk interview. We stellen het op prijs dat je zo fijn over het album hebt geschreven en het allemaal goed begrepen hebt.

MB: Wat wij hopen is dat er veel mensen naar de shows komen. We hebben dat best wel nodig ook, dat is ook de realiteit. We merken dat het naar concerten gaan toch nog een beetje op gang moet komen. 

Interview Ron Ottenhoff van Alquin

In het kader van de Saxofoon special vind Progwereld het belangrijk eens te praten met een saxofoonspeler die actief is, of geweest is binnen de wereld van de Progmuziek. Het instrument wordt gematigd gebruikt binnen het genre, laat staan binnen de Nederlandse progrock. Alquin’s Ronald Ottenhoff is naast Tom Barlage (Solution) één van weinige Nederlandse saxofonisten die actief zijn geweest binnen de progressieve rock in dit land. Interviews met Ottenhoff zijn er op het internet niet te vinden en het kostte wat moeite hem te vinden. Met hulp van Ferdinand Bakker konden we contact met hem leggen en hem aan de tand te voelen over zijn favoriete instrument, de saxofoon.

Ron Ottenhoff

Ronald, we beginnen met je jeugd, als ik het goed begrijp ben je geboren in Indonesië op Soerabaja en hoe lang heb je daar gewoond?

Dat klopt, ik ben daar in 1946 geboren en heb er tot 1952 gewoond. We zijn daarna voor twee jaar terug verhuist naar Nederland en in 1954 weer naar Nieuw-Guinea verhuist, voor het werk van mijn vader. Hij werkte daar voor het gouvernement en ook mijn moeder vond daar werk als lerares. In 1962 kwamen we weer permanent terug naar Nederland.

Wanneer en op welke leeftijd ben je saxofoon gaan spelen en heb je ook nog andere instrumenten gespeeld?

Zoals zoveel andere saxofonisten en blazers ben ik begonnen op de blokfluit. Dat was al in Nieuw Guinea, en daar kreeg ik blokfluitles samen met Job Tarenskeen. Job ken ik al mijn hele leven en we zijn samen opgegroeid. Net als ik is hij saxofonist van origine. Toen Alquin werd opgestart als kwartet is hij gaan zingen maar ondersteunde hij mij bij sommige blaassecties in de muziek van Alquin.

Toen ik wat ouder werd ben ik klarinet gaan spelen. Ik werd sterk beïnvloed door mijn vader, die veel dixielandmuziek draaide en specifiek door Benny Goodman, de jazzklarinettist en orkestleider uit de Verenigde Staten. Goodman was de ‘King of Swing’ en ik kon uren naar hem luisteren. Ik had een klarinet van mijn vader gekregen, maar in Nieuw-Guinea kon ik geen les krijgen en daarom moest ik mijn vader beloven les te gaan nemen als we in Nederland waren. Die lessen heb ik genomen tijdens mijn vaders verlof in Nederland, toen we een half jaar hier verbleven. Toen we weer in Nieuw Guinea terug waren moest ik mijzelf verder ontwikkelen door veel te oefenen.

Jaren later, toen ik in Nederland ging studeren, speelde ik een bandje dat veel swing en dixieland muziek speelde. In die tijd keek ik met bewondering naar Peter Schilperoort, de Nederlandse klarinetspeler en internationaal nog steeds Benny Goodman. Maar in die periode groeide ik qua niveau snel en na enige tijd vond ik toch ook dat een klarinet ook een ‘iel’ geluid voortbracht. Dan wil je toch een stap verder met een krachtiger instrument. Toen heb ik rondom 1967 voor het eerst de tenorsax opgepakt.

En toen kwam de TU in Delft in beeld en de vorming van wat later een grote prog band zou worden: Alquin. Je had dus nog helemaal niet zoveel ervaring op de saxofoon?

Ja, dat ging geleidelijk inderdaad. Ik pakte daar niet alleen de tenorsaxofoon op, maar ging ook experimenteren met de alt- en sopraansaxofoon en tevens dwarsfluit. Van origine was onze naam Threshold Fear en zijn we begonnen als improvisatieband. Met Job (Tarenskeen) net als ik op saxofoon, Dick Franssen op toetsen en Ferdinand Bakker op gitaar. Pas later veranderde de naam in Alquin, naar het gelijknamige klooster bij de TU van Delft waar de band bijna elke dag repeteerde. Van meet af aan speelden we een mengeling van klassiek, moderne jazz en rock. Pas toen Paul Weststrate (drums) en Hein Mars (basgitaar) hun intrede deden veranderde de muziek wat meer richting progrock of symfonische rock. We hebben onze muziek ook nooit in een hokje proberen te duwen, onze stijl groeide gewoon zo.

Luisterde je ten tijde van Alquin naar andere muzikanten?

Tja, als je één iemand moet noemen was John Coltrane wel de belangrijkste, denk ik, hoewel hij toen natuurlijk al overleden was (1967). Maar Coltrane heeft al eerder een belangrijke rol in mijn leven gespeeld, ook als klarinetspeler. Ook Julian Edwin ‘Cannonball’ Adderley was van invloed op mijn spel. Op het gebied van hedendaagse muziek en pop vond ik Clarence Clemons altijd interessant, ook later nog, door zijn samenwerking met Bruce Springsteen. De jazz-elementen in mijn solowerk bij Alquin komen denk ik ook wel van die genoemde inspiratoren. Vooral het improviseren in de muziek van Alquin tijdens live optredens heb ik altijd fantastisch gevonden.

Hoe ontstonden jullie nummers eigenlijk? Werd de saxofoon of fluit wel eens als basis voor een nummer gebruikt?

Nee, eigenlijk niet of nooit. De composities werden voornamelijk door Ferdinand geschreven en Job leverde in het begin altijd de teksten. De ideeën ontstonden tijdens het repeteren in het klooster en gaandeweg het jammen en spelen van zo’n nummer kreeg het steeds meer vorm. Als de sfeer van zo’n nummer dan met zich meebracht dat er een klarinet, saxofoon of dwarsfluit nodig was, dan voegden we dat toe. Ik heb zelf nooit echt een nummer geschreven. Waar ik wel heel trots op ben is bijvoorbeeld mijn aandeel op High Rockin’ wat op “Best Kept Secret” staat.

Ik heb daar het thema van ontwikkeld en natuurlijk de solo in het midden van het nummer. Mijn aandeel was op het podium wellicht wel het belangrijkste, want daar kon ik tijdens een nummer ook improviseren, hetgeen misschien ook wel mijn sterke punt altijd was. Bijvoorbeeld het nummer The Dance (“The Mountain Queen”), leent het zich enorm te improviseren. Mijn voorkeur lag ook altijd bij het gebruik van de tenorsax en afhankelijk van de sfeer van het nummer paste ik een ander blaasinstrument toe.

Wat ik mij afvraag, was Pink Floyd in die tijd ook van invloed op jullie muziek? Uiteindelijk was die band al groot voorafgaand jullie opkomst?

Voor mij persoonlijk niet, maar ik kan niet voor de andere bandleden spreken natuurlijk. Maar zoveel saxofoon gebruikt Pink Floyd nu ook weer niet om bepalend te zijn toch voor de invloed van de saxofoon? Daarbij kwam PF in een later stadium pas met hun belangrijke cd’s en braken ze door met albums zoals “Dark Side Of The Moon”, waarop wat saxofoon te vinden is. En hoe je het wendt of keert, onze muziek was in beginsel al meer georiënteerd op blazers dan Pink Floyd. Bij die bands waren gebruikelijke instrumenten als drums, gitaar, basgitaar en toetsen de basis, aangevuld met andere instrumenten. Dus de manier van muziek en composities maken is in mijn optiek ook anders. Bij Pink Floyd is de sax meer een solo-instrument dat wordt toegevoegd om de sfeer van een nummer te veranderen of te verbeteren.

Als ik als ‘leek’ naar jullie muziek luister, vind ik de muziek van “Best Kept Secret” veel meer funky dan de muziek uit de beginjaren van Alquin?

Dat was het in zekere zin ook wel, hoewel sommigen zeiden dat we een meer commerciële en Amerikaanse inslag hadden op dat album. Maar voor mij was het wel meer richting de saxofoonmuziek die ik graag speelde, meer jazz, meer funky.

Ik weet dat de afgezegde tour in ‘77 de reden was waardoor de band gestopt is, maar was alleen dat de reden?

Kijk, we hebben gedurende ons bestaan in Nederland de absolute top bereikt. We hadden in alle grote zalen gespeeld. Volgens polls en eindlijsten stonden we op een gegeven moment qua populariteit boven bands als The Golden Earing en Focus. In de jaren van onze populariteit zijn we voor een gedeelte meegegroeid met de smaak van de luisteraar en is onze muziek geëvolueerd en misschien ook wel wat commerciëler geworden. In Engeland hadden we al een grote bekendheid en met de tour in Amerika zouden we ook daar kunnen doorbreken. Helaas door een besluit van onze platenmaatschappij ging die tour twee weken voor we zouden vertrekken niet door. En omdat het toen nog geen vetpot was op commercieel gebied moest je keuzes maken. Persoonlijk had ik ook een belofte aan mijn ouders gedaan dat ik verder zou studeren en mijn papieren zou halen op het gebied van elektrotechniek. Niet makkelijk want ik was er ruim vijf jaar uit. Ook Dick is later afgestudeerd, hij was ooit ook begonnen met elektrotechniek maar is overgestapt op bedrijfseconomie en heeft dat jaren later ook behaald. Hoe het met de anderen qua studie is verlopen weet ik eigenlijk niet.

Maar je kon je studie wel met de opbrengsten van de band bekostigen?

Ik begin wel, maar mijn vrouw (die ik eerder had ontmoet) werkte toen al en zij zorgde voor ons onderhoud waardoor ik verder kon studeren. De hypotheek van ons huis stond daardoor eerst op haar naam. Later is het allemaal goed gekomen, want ik heb jarenlang bij Berkel gewerkt. Dat bedrijf was vooral in de jaren tachtig toonaangevend op het gebied van keukenmachines en weegschalen. Toen het door slecht management minder ging met dat bedrijf ben ik uiteindelijk bij de toenmalige PTT terecht gekomen en was ik belast met de techniek achter telefooncentrales. Daar ben ik tot aan mijn pensioen, ruim tien jaar geleden  gebleven.

En? Tijdens je beroepscarrière nog sax gespeeld?

Jazeker, op amateurbasis heb ik in verschillende bandjes gespeeld. En veel jazz georiënteerd natuurlijk, waar het allemaal mee begonnen is. In die jaren heb ik ooit nog wat ingespeeld voor de band For Absend Friends, waar ik het nummer Billy heb ingespeeld. Maar daar houdt het qua progrock wel mee op.

Jullie hebben in het eerste decennium van deze eeuw natuurlijk ook nog de reünieplaten gemaakt, met een tour in 2010?

Ja, dat was ook zeker mooi. Uiteindelijk hebben we met “Blue Planet” (2005) en “Sailers And Sinners” (2009) nog een paar mooie platen neergezet.

In hoeverre heb je de wereld van de saxofoon gevolgd in die jaren?

Niet heel intensief, hoewel ik de laatste jaren wel onder de indruk ben geraakt van Tim Wes, een talentvolle jazzsaxofonist en zanger uit Spijkenisse. Hij is vernoemd naar de Amerikaanse jazzgitarist Wes Montgomery en groeide op met muziek uit de platenkast van zijn vader, zoals Dexter Gordon, Ella Fitzgerald en John Coltrane. Volgen is niet het juiste woord, maar ik heb wel op hem gelet.

Speel je nog dagelijks saxofoon?

Nee joh, bijna niet meer. Weet je, voor het spelen van de saxofoon heb je een band nodig en dat wordt op deze leeftijd (75) wat moeilijk. Ik ben een tijdje geleden overgestapt naar een elektronische saxofoon op computer, daar val ik niemand mee lastig…

Send this to a friend