
Ruim twee jaar na het verschijnen van het laatste album in deze reeks, blaast Dream Theater de serie “Lost Not Forgotten Archives” nieuw leven in. De terugkeer van Mike Portnoy is hier zeer waarschijnlijk medeverantwoordelijk voor. Portnoy was toch de drijvende kracht achter YtseJam Records en als vervolg daarop deze groots opgezette reeks. Dat deze archiefreeks herstart met het laatste optreden van Mike Portnoy voor hun tijdelijke break is waarschijnlijk ook geen toeval. “Live In Tokyo, 2010” werd opgenomen als onderdeel van de “Black Clouds & Silver Linings”-tour op 8 augustus 2010 tijdens het Summer Sonic (Chiba) festival in het Zozo Marine Stadium in Tokyo, Japan. Vaak zijn bij deze archiefalbums de opnamen afkomstig van het soundboard en is minder professionele opnameapparatuur gebruikt. Origineel waren deze opnamen ook bedoeld voor het persoonlijke archief van de bandleden (en dan met name Portnoy). De opnamen van dit album zijn echter uitzonderlijk goed en zouden ook goed gepast hebben op een ‘normaal’ uitgebracht livealbum. Wellicht dat deze opnamen daarvoor ook bedoeld waren, maar dat het vertrek van Portnoy daar een stokje voor heeft gestoken.
De wereldwijde “Black Clouds & Silver Linings”-tour liep ruim een jaar, van 6 juni 2009, net na het verschijnen van het album, tot dit laatste optreden in Japan. De tour omvatte een uitgebreide Europese zomertour, met vele festivals en natuurlijk een optreden op 7 oktober 2009 in Ahoy Rotterdam. Daarnaast waren er optredens in Oceanië, Zuid- en Noord-Amerika, en tenslotte twee shows in Japan. Het optreden op dit album was tijdens het Summer Sonic Festival, waar Dream Theater een ‘kort’ tijdslot kreeg van 1 uur en 16 minuten. Normaliter zijn we gewend dat Dream Theater toch minimaal twee-en-een-half uur op het podium verblijft. Daardoor was er nu ook maar tijd voor zes nummers, waaronder vier nummers van het toen recentste album “Black Clouds & Silver Linings”.
Het optreden opent met A Nightmare to Remember. Dit epische – ruim 15 minuten – durend openingsnummer ‘zuigt je meedogenloos een kolkende progmetalzee in’ (dank aan de albumreview van ex-collega Govert Krul voor deze quote). Live komt dit nummer wellicht nog meer tot zijn recht; de overgangen tussen brute riffs en atmosferische passages voelen live nóg dynamischer en intenser. Het samenspel tussen de sublieme gitaarkwaliteiten van John Petrucci en de geweldige drumpartijen van Mike Portnoy drijven dit nummer tot grootse hoogte.
Met A Rite of Passage volgt de band de volgorde van het album. Dit nummer werd als enige van dit album al eerder uitgebracht op een vorig album uit deze archiefreeks, namelijk “Live At Madison Square Garden”. Leggen we deze twee liveversies naast elkaar, dan valt enerzijds op hoe consequent de band speelt, maar anderzijds toch telkens improvisaties en kleine variaties aanbrengt in de muziek. De gitaarsolo’s van Petrucci en het toetsenspel van Rudess zijn wederom van hoge kwaliteit. De ritmesectie, met John Myung en Mike Portnoy, draagt dit nummer. Het wordt nu extra duidelijk waarom Portnoy zo’n belangrijke schakel in deze band is.
Prophets of War onderbreekt de albumtracklist. Het nummer van “Systematic Chaos” bevat echter eenzelfde kracht en dynamiek. Het Japanse publiek reageert hier ook uitstekend op. Aan het eind spreekt James LaBrie dan ook (eindelijk) het publiek toe. Tekstueel is dit nummer uitermate sterk en nog steeds actueel, het onderstreept de waanzin en onzinnigheid van oorlog.
Met Wither wordt de lijn van het “Black Clouds & Silver Linings”-album weer opgepakt. Dit gevoelige, melodische nummer geeft een rustpunt in het optreden, waarbij het publiek ook de kans krijgt om mee te zingen. Met de The Count of Tuscany – het meest epische nummer van het album – wordt de stevigere lijn van het concert weer opgepakt. De opbouw van dit nummer is grandioos; het mystieke begin waarbij gitaar en toetsen elkaar versterken bouwt uit tot een bombastische climax. Technische perfectie en volledige controle over het instrumentarium maken Dream Theater al jaren tot één van de beste livebands ter wereld. 21 minuten lang weet de band de luisteraar – bijna ademloos – te binden en te boeien met complexe tempo- en maatwisselingen.
Na een korte adempauze volgt dan nog de toegift. Met Pull Me Under en Metropolis Pt. 1: The Miracle and the Sleeper wordt een waardig einde aan dit te korte optreden gemaakt.
Met “Live in Tokyo, 2010” heeft Dream Theater zijn archief weer opengesteld voor alle fans. We kunnen wederom genieten van unieke opnamen van de band. Deze opnamen zijn van goede kwaliteit en laten Dream Theater zien op één van zijn hoogtepunten. Meesterlijke instrumentale stukken waarbij alle muzikanten excelleren, geweldige solo’s, complexe structuren en heerlijke tempowisselingen. Maar vooral het samenspel, de naadloze afwisseling in instrumenten maakt het totaal groter dan de som der delen. Deze opname is mijns inziens niet alleen voor de diehard-verzamelaar, maar ook voor de Dream Theater-fan die de band live wil ervaren.